E -bestemmingsplan-torenmolen-9-2022-bijlagen-geredigeerd
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Torenmolen 9, 2022 Vastgesteld
Inhoudsopgave Bijlagen bij de toelichting
4
Bijlage 1
Boom Effect Analyse
5
Bijlage 2
Klimaatadaptatie
23
Bijlage 3
Bezonningsstudie
59
Bijlage 4
Verkennend bodemonderzoek
66
Bijlage 5
Bodemonderzoek kinderspeelplaats
161
Bijlage 6
Akoestisch onderzoek
223
Bijlage 7
Akoestisch onderzoek KDV De Torenmolen
1657
Bijlage 8
Flora en fauna check
1775
Bijlage 9
Notitie natuurwetgeving
1780
Bijlage 10 Stikstofdepositie
1791
Bijlage 11 Basisveiligheidsniveau klimaatbestendige nieuwbouw 3.0
1832
Bijlage 12 Intentieovereenkomst klimaatbestendige nieuwbouw MRA en Noord-Holland
1868
Bestemmingsplan "Torenmolen 9, 2022" (vastgesteld)
Bijlagen bij de toelichting
4
Bijlage 1 Boom Effect Analyse
Groenadvies Amsterdam bv
BEA Purmerend Torenmolen
INHOUDSOPGAVE :
1
INLEIDING ............................................................................................................................ 3
2
ONDERZOEKSRESULTATEN ............................................................................................. 5 2.1 De bomen ...................................................................................................................... 5 2.2 De bodem en beworteling ............................................................................................. 6
3
KWALITEIT BOMEN ............................................................................................................. 7 3.1 Conditie en levensverwachting ..................................................................................... 7 3.2 Ecologische aspecten ................................................................................................... 7 3.3 Behoudenswaardige bomen ......................................................................................... 7
4
ONTWERP VERSUS BOMEN .............................................................................................. 8 4.1 Natuurspeeltuin en nieuwbouw noordwestzijde terrein ................................................. 8 4.2 Nieuwbouw noordoostzijde terrein ................................................................................ 9 4.3 Paden zuidoostzijde terrein ........................................................................................... 9 4.4 Graafafstanden overige bomen ................................................................................... 10 4.5 Algemene beschermende maatregelen bij bomen ..................................................... 10
BIJLAGEN: 1 2
Overzichtstekening Inventarisatielijst
Dit product van Groenadvies Amsterdam BV mag alleen geheel of gedeeltelijk worden vermenigvuldigd, openbaar gemaakt of ter beschikking van derden worden gesteld, na toestemming van Groenadvies Amsterdam BV en met bronvermelding.
20 oktober 2021
Pagina 2 van 10
Groenadvies Amsterdam bv
1
BEA Purmerend Torenmolen
INLEIDING
Voor de locatie Torenmolen 9 in Purmerend is herinrichting in voorbereiding. Er zal sloop en nieuwbouw plaatsvinden en een natuurspeeltuin worden aangelegd. Uitgangspunt is dat de waardevolle bomen op en rond de locatie geen schade van deze plannen ondervinden. Wij bieden u aan dit middels een Bomen Effect Analyse voor u te onderzoeken. De bevindingen dienen te worden gerapporteerd als bomen effect analyse conform het Handboek Bomen. Het onderzoek dient onder andere antwoord te geven op de volgende specifieke vragen: Noordwest hoek (toekomstige speelplek naast appartementenblok) Positie bepaling en een algemene waardering van bomen tussen het huidig gebouw en bestaande voetpad. De minimale afstand van werkzaamheden tot behoudenswaardige bomen. Oost en Zuidoost hoek (waar de entree van laagbouw woningen is gesitueerd) Positie bepaling en een algemene waardering van bomen aan de oostzijde tussen het huidig gebouw en bestaande voetpad. De minimale afstand van werkzaamheden tot bomen behoudenswaardige bomen. Tussen deze bomen worden paden aangelegd naar de toekomstige woningen. Werkwijze Om de in de vorige alinea beschreven vragen te beantwoorden zijn zowel de bomen als hun groeiplaats onderzocht. Het veldwerk startte met een bovengrondse beoordeling van 61 binnen de projectgrens aanwezige bomen. De beoordeling is uitgevoerd volgens de VTA+ methodiek.
Het verschil met de reguliere, alleen visuele methode is dat hierbij ook eenvoudig handgereedschap zoals prikpen en klophamer worden ingezet om verborgen holten en rottingen op te sporen. Bij de bovengrondse keuring zijn gegevens verzameld over de soort (Nederlandse en wetenschappelijke naam), stamomtrek, kroondiameter, takvrije hoogte, groei- en vitaliteitskenmerken, kwaliteit van stam en takken, mate van opdruk van de verharding, aanwezigheid van ziekten en plagen en de van belang zijnde omgevingsfactoren. Aan de hand van deze informatie zijn de conditie en toekomstverwachting bepaald. De gegevens van de individuele bomen zijn vermeld in een inventarisatielijst, uitgevoerd in Excel. Hiervoor zijn alle bomen genummerd en weergegeven op een plattegrond.
20 oktober 2021
Pagina 3 van 10
Groenadvies Amsterdam bv
BEA Purmerend Torenmolen
Het volgende onderdeel van het veldwerk was het bodem- en bewortelingsonderzoek ten behoeve van het verplantbaarheidsonderzoek. Bij drie bomen zijn profielkuilen gegraven. Op deze wijze is inzicht verkregen in de bodemopbouw, het grondwaterregime, de verspreiding en kwaliteit van de beworteling en de potentiële verplantbaarheid van de bomen.
Leeswijzer De hierna volgende rapportage beschrijft: - de onderzoeksvragen en het uitgevoerde veldwerk; - de onderzoeksresultaten; - de kwaliteit van de bomen - conditie en toekomstverwachting; - kwaliteit en verspreiding van beworteling; - aanwezigheid in de bomen van planten (varens), nesten, spleten, spechtengaten of andere mogelijke verblijfsplaatsen van dieren; - aanwezigheid van bijzondere boomwaarden - de (on-)mogelijkheden de bomen te behouden in relatie tot de plannen;
20 oktober 2021
Pagina 4 van 10
Groenadvies Amsterdam bv
2
ONDERZOEKSRESULTATEN
2.1
De bomen
BEA Purmerend Torenmolen
De geïnventariseerde bomen zijn weergegeven op bijlage 1, de overzichtstekening. Op de inventarisatielijst in bijlage 2 zijn de gegevens per boom genoteerd. Er zijn 61 bomen geïnventariseerd. Deze zijn verdeeld over 11 soorten/variëteiten: aantal Canadese populier (Populus x canadensis) 2 eenstijlige meidoorn (Crataegus monogyna) 30 els (Alnus speathii) 2 gele kornoelje (Cornus mas) 1 gewone es (Fraxinus excelsior) 6 smalbladige es (Fraxinus angustifolia) 1 gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus) 6 veldesdoorn (Acer campestre) 6 Noorse esdoorn (Acer platanoides) 3 lijsterbes (Sorbus aucuparia) 1 zachte berk (Betula pubescens) 3 De bomen staan voor het merendeel in bosvak; een enkele boom staat in gazon of heestervak.
Enkele overzichtsfoto's
De groei van de bomen is als redelijk (36 exemplaren), matig (23 exemplaren) of slecht (2 exemplaren) beoordeeld.
20 oktober 2021
Pagina 5 van 10
Groenadvies Amsterdam bv
BEA Purmerend Torenmolen
Twee essen zijn mogelijk aangetast door essentaksterfte. Eén meidoorn is afgebroken op 1,5 cm hoogte terwijl een andere meidoorn op die hoogte is afgezaagd. De esdoorn met nummer 51 heeft bloedingsvlekken op de stam.
Esdoorn met bloedingsvlekken.
Overige bijzonderheden zijn onder andere scheefstand, zeer oppervlakkige wortels of dood hout in de kroon.
2.2
De bodem en beworteling
De bodemopbouw binnen het werkgebied vertoont enige variatie, maar is op hoofdlijnen gelijk. De toplaag bestaat uit humusrijk, kleiig zand. Deze toplaag varieert in dikte van 30 tot 55 cm. Onder de toplaag zit een laag matig fijn, uiterst humusarm zand. Deze varieert in dikte van 7 tot 23 cm. Dieper is een kleilaag aangetroffen. Deze kleilaag is gereduceerd, dat wil zeggen permanent verzadigd met water. Het grondwater is ten tijde van het veldwerk (oktober 2021) aangetroffen vanaf 59 cm minus maaiveld.
De beworteling is vrijwel uitsluitend in de toplaag aangetroffen, met soms zware wortels boven het maaiveld. Het betreft over het algemeen een matig intensieve, fijne beworteling, met grove wortels tot 10 cm in doorsnede. Omdat de toplaag zo rijk is, raakt deze snel verzadigd bij regen, daardoor is er weinig tot geen bodemzuurstof aanwezig en kunnen boomwortels daar niet groeien. Reden waarom de bomen zo sterk oppervlakkig wortelen.
20 oktober 2021
Pagina 6 van 10
Groenadvies Amsterdam bv
3
KWALITEIT BOMEN
3.1
Conditie en levensverwachting
BEA Purmerend Torenmolen
De kwaliteit van bomen wordt over het algemeen uitgedrukt in de conditie en de levensverwachting. Conditie De conditie is bepaald aan de hand van de groei, de aan- dan wel afwezigheid van scheut- en taksterfte, de knopzetting en de mate van overgroeiing van snoei- en andere wonden. Onder de huidige omstandigheden: − − −
verkeren 50 bomen in een redelijke conditie verkeren 10 bomen in een matige conditie verkeert 1 boom in een slechte conditie
Levensverwachting De levensverwachting is bepaald aan de hand van de conditie in samenhang met de aangetroffen gebreken en de lokale groeiplaatsomstandigheden. Uitgangspunt daarbij is dat de groeiplaatsomstandigheden niet wijzigen. De levensverwachting bedraagt voor: − − − −
12 bomen méér dan 25 jaar 32 bomen 10-25 jaar 13 bomen 5-10 jaar 4 bomen 1 à 5 jaar
3.2
Ecologische aspecten
In boom 39, een meidoorn, is een groot nest aanwezig. Voor het overige zijn er geen (jaarrond beschermde) vogelnesten of anderszins voor bewoning geschikte holen of spleten aangetroffen.
3.3
Behoudenswaardige bomen
Zestien bomen van de eerste grootte, zonder gebreken en met een goede toekomstverwachting zijn aangemerkt als behoudenswaardig. Deze zijn in de inventarisatielijst als zodanig aangemerkt.
20 oktober 2021
Pagina 7 van 10
Groenadvies Amsterdam bv
4
BEA Purmerend Torenmolen
ONTWERP VERSUS BOMEN
Op basis van bovenstaand voorlopig ontwerp zijn de effecten op de bomen beoordeeld.
4.1
Natuurspeeltuin en nieuwbouw noordwestzijde terrein
Onder de bomen in de noordwesthoek is een natuurspeeltuin gepland. Boom 13 is een Canadese populier met een beperkte toekomstverwachting. Van oudere populieren is bekend dat spontaan takken kunnen uitbreken, ook wanneer het niet of nauwelijks waait. Voor de veiligheid van de gebruikers van de speeltuin achten wij het raadzaam de populier te verwijderen. Voor de behoudenswaardige bomen 2, 9, 10 en 19 (drie veldesdoorns en één Noorse esdoorn) adviseren we om tot minimaal 2,5 meter vanaf de stamvoet geen graafwerkzaamheden uit te voeren.
20 oktober 2021
Pagina 8 van 10
Groenadvies Amsterdam bv
BEA Purmerend Torenmolen
Voor de nieuwbouw aan de noordwestzijde zal een aantal bomen, waaronder de behoudenswaardige boom nr 20, moeten worden verwijderd.
4.2
Nieuwbouw noordoostzijde terrein
Voor dit bouwblok lijken geen bomen verwijderd te hoeven worden, in ieder geval niet de drie behoudenswaardige bomen 29, 31 en 32. Uiteraard geldt ook bij deze bomen een minimale graafafstand van 2,5 m vanuit de stamvoet en mag de groeiplaats niet bereden worden of voor opslag gebruikt worden. Bescherming van de groeiplaats van de bomen met bouwhekken is aan te raden. In deze hoek van het terrein staat een tweede Canadese populier; hiervoor geldt hetzelfde als voor boom 13. Wanneer er dus rond de boom activiteiten zullen plaatsvinden, is het aan te bevelen deze boom te verwijderen.
4.3
Paden zuidoostzijde terrein
Aan deze zijde van het terrein wil men tussen de bomen paden aanleggen naar de nieuw te bouwen woningen. In deze hoek staan acht behoudenswaardige bomen. Vanwege de zeer oppervlakkige beworteling is ontgraving voor de paden niet mogelijk met duurzaam behoud van de bomen. De paden kunnen alleen aangelegd worden bovenop het huidige maaiveld. De ontsluiting van de woningen aan deze zijde is dus alleen geschikt voor voetgangers.
20 oktober 2021
Pagina 9 van 10
Groenadvies Amsterdam bv
4.4
BEA Purmerend Torenmolen
Graafafstanden overige bomen
Indien ook de niet behoudenswaardige bomen gehandhaafd blijven op locaties waar ontgraven moet worden, dan dienen hier de volgende minimale graafafstanden in acht te worden genomen: - meidoorn: 1,5 m - lijsterbes: 1,5 m
4.5
Algemene beschermende maatregelen bij bomen
Maatregelen tijdens de planvorming • Voor de aanvang van de werkzaamheden, is het aan te raden een Groenwacht of boomdeskundige aan te stellen die betrokken wordt bij de voorbereiding en uitvoering van het plan. • Beschermende maatregelen in bestek opnemen • De aansprakelijkheid van toegebrachte beschadigingen aan bomen dient in het bestek opgenomen te worden. • Rond de boom een onverharde ruimte handhaven. De grootte van deze ruimte is afhankelijk van leeftijd en grootte van de boom. Maatregelen vóór de bouwwerkzaamheden • Voorafgaand aan start werkzaamheden overleg plannen met projectleider, aannemer(s) en groenwacht om voorwaarden, werkwijze, verantwoordelijkheden etc. door te spreken en vast te leggen. • Ophoging ter plaatse van de bewortelde zone alleen zoet (zoutarm) straatzand (CROW) en nooit meer dan 15-20 cm dik. • Projecteer zo veel mogelijk de openbare verlichting, kabels, leidingen, putten en lozingen van het riool en ondergrondse vuilcontainers buiten de kroonprojectie van de volwassen boom. Daar waar dit niet mogelijk is, dienen dergelijke voorzieningen midden tussen de bomen gepland te worden. Maatregelen tijdens de bouwwerkzaamheden • Neem verhardingen binnen de kroonprojectie handmatig op of volgens aanwijzing groenwacht. • De bomen afschermen door middel van een hekwerk gedurende de gehele werkperiode.
Als dit niet mogelijk is, kan na overleg met de groenwacht/opdrachtgever worden volstaan met tijdelijke stambescherming. • Geen ontgravingen binnen de kroonprojectie, tenzij toegestaan door de groenwacht. • Als de groenwacht dit toestaat, wortels vlak en correct afzetten met behulp van een snoeischaar of zaag. • In het groeiseizoen geen bronnering of andere onttrekking van grondwater rondom de bomen zonder compensatie. Beregening altijd met zuurstofrijk water. • Geen lozingen van afval- en grondwater binnen de bewortelde zone van de boom, ter voorkoming van wortelverstikking. • Opslag van en berijding door zwaar materiaal niet toestaan binnen de kroonprojectie/aangelegde groeiplaats in verband risico’s door bodemverdichting. Tijdelijk gebruik van rijplaten is wel toegestaan. Omdat het rechtlijnig hanteren van deze bepalingen zowel kan leiden tot onnodige voorzichtigheid als tot aanzienlijke schade, is toepassing in overleg met de groenwacht in de praktijk de meest soepele oplossing. Maatregelen na de bouwwerkzaamheden • Bomen, waarvan de takken beschadigd zijn, snoeien.
20 oktober 2021
Pagina 10 van 10
BIJLAGE 1 Overzichtstekening
BIJLAGE 2 Inventarisatielijst
Gemeente: Purmerend Loca ie: Torenmolen Datum: oktober 2021 Keuringsmethode: VTA+ Keuring uitgevoerd door:
INVENTARISATIELIJST
gras heestervak bosvak voetpad parkeerstrook halfverharding
goed redelijk matig slecht stagnerend boom stam kroontakvrije nummer omvang diameter hoogte leeftijd in cm in m in m
goed redelijk matig slecht dood
<1 jaar 1-5 jaar 5-10 jaar 10-25 jaar >25 jaar
groei
boomsoort NL
boomsoort L
groeiplaats
bijzonderheden
toekomst verplant- behoudensconditie verwachting baarheid waardig
matig
- eenzijdige kroon, wordt verdrongen door buurboom
1
78
4
2 halfwas
Noorse esdoorn
Acer platanoides
heestervak
matig
10-25 jaar
nee
nee
2
124
7
3 volgroeid redelijk
veldesdoorn
Acer campestre
bosvak
redelijk
>25 jaar
nee
ja
3
59
6
0 volgroeid matig
eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna bosvak
redelijk
10-25 jaar
nee
nee
4
63
6
4 volgroeid matig
eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna bosvak
redelijk
10-25 jaar
nee
nee
- eenzijdige kroon, wordt verdrongen door buurboom - taksterfte
matig
5-10 jaar
nee
nee
- stam is afgebroken op 1,5 m
redelijk
5-10 jaar
nee
nee
5
81
4
6 halfwas
matig
Noorse esdoorn
6
45
3
2 halfwas
matig
eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna bosvak
Acer platanoides
bosvak
7
52
5
3 halfwas
matig
eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna bosvak
redelijk
10-25 jaar
nee
nee
8
52
7
3 halfwas
matig
eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna bosvak
redelijk
10-25 jaar
nee
nee
9
54
7
4 halfwas
redelijk
Noorse esdoorn
Acer platanoides
bosvak
redelijk
>25 jaar
nee
ja
10
129
11
1 volgroeid redelijk
veldesdoorn
Acer campestre
bosvak
redelijk
>25 jaar
nee
ja
11
62
4
3 halfwas
matig
eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna bosvak
redelijk
5-10 jaar
nee
nee
12
39
4
4 halfwas
matig
eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna bosvak
redelijk
10-25 jaar
nee
nee
redelijk
5-10 jaar
nee
nee
redelijk
10-25 jaar
nee
nee
redelijk
10-25 jaar
nee
nee
redelijk
1-5 jaar
nee
nee
redelijk
10-25 jaar
nee
nee
redelijk
10-25 jaar
nee
nee
13
361
19
4 volgroeid redelijk
Canadese populier
14
50
5
2 halfwas
eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna bosvak
matig
Populus x canadensis bosvak
- scheef - zwaar gesnoeid - licht open kroon
15
98
13
0 halfwas
veldesdoorn
Acer campestre
bosvak
- driestammig - scheef
16
177
14
3 volgroeid redelijk
smalbladige es
Fraxinus angustifolia
bosvak
- staat scheef, wortels komen boven de grond uit
17
42
5
1 halfwas
eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna bosvak
18
101
8
2 volgroeid redelijk
veldesdoorn
Acer campestre
bosvak
19
124
9
3 volgroeid redelijk
veldesdoorn
Acer campestre
bosvak
redelijk
>25 jaar
nee
ja
20
130
14
3 volgroeid redelijk
gewone es
Fraxinus excelsior
bosvak
redelijk
10-25 jaar
nee
ja
redelijk
matig
173
13
5 volgroeid matig
gewone es
matig
5-10 jaar
nee
nee
22
43
6
2 halfwas
matig
eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna bosvak
redelijk
10-25 jaar
nee
nee
23
37
5
1 halfwas
matig
eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna bosvak
redelijk
10-25 jaar
nee
nee
24
39
7
0 halfwas
redelijk
gele kornoelje
bosvak
redelijk
10-25 jaar
nee
nee
25
36
6
0 halfwas
redelijk
eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna bosvak
redelijk
10-25 jaar
nee
nee
26
43
8
1 volgroeid redelijk
eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna bosvak
redelijk
10-25 jaar
nee
nee
Cornus mas
bosvak
- twijgsterfte, wellicht essentaksterfte - klimop op stam
21
P21160
Fraxinus excelsior
- eenzijdige kroon
1
Gemeente: Purmerend Loca ie: Torenmolen Datum: oktober 2021 Keuringsmethode: VTA+ Keuring uitgevoerd door:
INVENTARISATIELIJST
boom stam kroontakvrije nummer omvang diameter hoogte leeftijd in cm in m in m
groei
boomsoort NL
boomsoort L
groeiplaats
redelijk
eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna bosvak
27
40
7
3 halfwas
28
165
14
4 volgroeid matig
gewone es
Fraxinus excelsior
bosvak
29
149
15
4 volgroeid redelijk
gewone es
Fraxinus excelsior
bosvak
30
36
4
2 halfwas
eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna bosvak
31
157
12
3 volgroeid redelijk
gewone es
Fraxinus excelsior
32
167
12
3 volgroeid redelijk
gewone es
Fraxinus excelsior
33
35
5
1 halfwas
34
60
35
bijzonderheden
redelijk
10-25 jaar
nee
nee
matig
5-10 jaar
nee
nee
redelijk
10-25 jaar
nee
ja
matig
5-10 jaar
nee
nee
bosvak
redelijk
10-25 jaar
nee
ja
bosvak
redelijk
>25 jaar
nee
ja
redelijk
eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna bosvak
redelijk
10-25 jaar
nee
nee
8
1 volgroeid redelijk
eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna bosvak
redelijk
10-25 jaar
nee
nee
50
5
1 volgroeid matig
eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna bosvak
redelijk
10-25 jaar
nee
nee
36
43
11
0 volgroeid redelijk
eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna bosvak
matig
5-10 jaar
nee
nee
37
75
8
2 volgroeid redelijk
eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna bosvak
redelijk
10-25 jaar
nee
nee
38
52
6
2 volgroeid redelijk
eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna bosvak
redelijk
10-25 jaar
nee
nee
39
91
10
4 volgroeid redelijk
eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna bosvak
redelijk
10-25 jaar
nee
nee
40
42
7
3 halfwas
redelijk
eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna bosvak
redelijk
10-25 jaar
nee
nee
41
45
7
2 halfwas
redelijk
eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna bosvak
redelijk
10-25 jaar
nee
nee
42
46
6
0 halfwas
matig
eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna bosvak
redelijk
10-25 jaar
nee
nee
43
50
7
3 halfwas
redelijk
eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna bosvak
redelijk
5-10 jaar
nee
nee
44
45
6
2 halfwas
redelijk
eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna bosvak
redelijk
10-25 jaar
nee
nee
45
41
4
2 halfwas
matig
lijsterbes
matig
5-10 jaar
nee
nee
46
31
6
1 halfwas
matig
eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna bosvak
- stam afgezaagd op 1,5 m
matig
5-10 jaar
nee
nee
47
129
16
2 volgroeid matig
gewone esdoorn
Acer pseudoplatanus
bosvak
- oppervlakkige wortels
redelijk
10-25 jaar
nee
nee
48
77
7
3 volgroeid matig
zachte berk
Betula pubescens
bosvak
- staat scheef, wortels komen boven de grond uit
redelijk
1-5 jaar
nee
nee
49
64
8
2 volgroeid redelijk
eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna bosvak
redelijk
10-25 jaar
nee
nee
redelijk
5-10 jaar
nee
nee
slecht
1-5 jaar
nee
nee
redelijk
10-25 jaar
nee
ja
matig
Sorbus aucuparia
- klimop in kroon - twijgsterfte, wellicht essentaksterfte - eenzijdige kroon richting zuid
toekomst verplant- behoudensconditie verwachting baarheid waardig
- eenzijdige kroon
- driestammig, twee stammen zeer scheef
- groot nest in de kroon
- scheef
bosvak
- licht scheef - oppervlakkige wortels - dood hout in de kroon - geel blad - ijle kroon - licht scheef - bloedingsvlekken
50
369
20
3 volgroeid redelijk
Canadese populier
Populus x canadensis bosvak
51
166
13
3 volgroeid slecht
gewone esdoorn
Acer pseudoplatanus
bosvak
52
122
10
1 volgroeid redelijk
veldesdoorn
acer campestre
bosvak
53
51
4
3 halfwas
eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna bosvak
- scheef
matig
1-5 jaar
nee
nee
54
136
14
3 volgroeid redelijk
gewone esdoorn
- oppervlakkige wortels
redelijk
>25 jaar
nee
ja
P21160
slecht
Acer pseudoplatanus
bosvak
2
Gemeente: Purmerend Loca ie: Torenmolen Datum: oktober 2021 Keuringsmethode: VTA+ Keuring uitgevoerd door:
INVENTARISATIELIJST
boom stam kroontakvrije nummer omvang diameter hoogte leeftijd in cm in m in m
groei
boomsoort NL
boomsoort L
groeiplaats
bijzonderheden
toekomst verplant- behoudensconditie verwachting baarheid waardig
55
160
13
3 volgroeid redelijk
gewone esdoorn
Acer pseudoplatanus
bosvak
redelijk
>25 jaar
nee
ja
56
169
14
3 volgroeid redelijk
gewone esdoorn
Acer pseudoplatanus
bosvak
redelijk
>25 jaar
nee
ja
57
105
6
2 volgroeid redelijk
zachte berk
Betula pubescens
bosvak
redelijk
>25 jaar
nee
ja
58
116
9
4 volgroeid redelijk
zachte berk
Betula pubescens
bosvak
redelijk
>25 jaar
nee
ja
matig
5-10 jaar
nee
nee
redelijk
>25 jaar
nee
ja
redelijk
>25 jaar
nee
ja
59
162
13
3 volgroeid matig
gewone esdoorn
Acer pseudoplatanus
gras
60
213
13
6 volgroeid redelijk
els
Alnus speathii
bosvak
61
198
12
4 volgroeid redelijk
els
Alnus speathii
bosvak
P21160
- open kroon - oppervlakkige wortels - dood hout in de kroon - dood hout in de kroon - klimop op stam
3
Bijlage 2 Klimaatadaptatie
1.1 Opdracht en aanleiding Opdracht: concretisering ambities Om te zorgen dat nieuwbouwprojecten (gebiedsontwikkeling), klimaatbestendig zijn heeft het BO ruimte van 10 december 2019 opdracht gegeven de ambities en uitgangspunten beschreven in het Ambitiedocument Klimaatbestendige nieuwbouw1 te testen en door te ontwikkelen. De ambities zijn geconcretiseerd door het formuleren van een basisveiligheidsniveau en dit te testen binnen de MRA Sleutelgebieden. Naast het basisveiligheidsniveau is de Handreiking klimaatbestendige nieuwbouw opgesteld waar toegelicht wordt hoe klimaatadaptatie geborgd kan worden in de verschillende planfases van een ontwikkeling. De woningbouwplannen uit de sleutelgebieden dragen in grote mate bij aan de invulling van de woningbouwbehoefte en hebben daarmee een grote impact op de omgeving. Binnen elk sleutelgebied is ingezoomd op een deelproject om aan te sluiten op het schaalniveau van het basisveiligheidsniveau. De praktijkreflectie heeft plaatsgevonden in de volgende sleutelgebieden: • • • • • • • • •
Stationsgebied Purmerend (deelproject: Golfterrein) Amsterdam Zuidwest – Kerncorridor – Hydepark (deelproject: Stadscentrum Hoofddorp) Zaan-IJ lob – Sloterdijken (deelproject: Sloterdijk I Zuid) Stationsgebieden Almere (deelproject: Floriade) Binnenstedelijke locaties Haarlem (deelproject: Haarlem Nieuw-Zuid) Kronenburg Amstelveen (deelproject: Kronenburg) IJmeer-oevers (deelproject: Strandeiland) Stationsgebied Lelystad (deelproject: Stationsgebied Lelystad) Hilversum MediaCenter (deelproject: Stationsgebied Hilversum)
Aanleiding: een basisveiligheidsniveau voor duidelijkheid. De ontwikkeling van een basisveiligheidsniveau draagt bij aan de concretisering van de ambities over klimaatdaptatie van de regio. Dat sluit aan bij de vraag van overheden en marktpartijen2. Uit de verkenning naar een minimum veiligheidsniveau blijkt dat gemeenten en marktpartijen behoefte hebben aan concrete handvatten om klimaatadaptatie toe te passen bij nieuwe woningbouw en inrichtingsprojecten. Een basisveiligheidsniveau helpt gemeenten vroegtijdig duidelijke doelen te formuleren wat zorgt voor vroegtijdige helderheid en tijdwinst omdat er minder overleg nodig is in de ontwerp- en ontwikkelfase. Dit draagt er aan bij dat in een vroeg stadium maatregelen genomen kunnen worden, wat grote investeringen in de toekomst beperkt. Projectontwikkelaars geven aan dat zij graag in een zo vroeg mogelijk stadium van een ontwikkeling een duidelijk kader van de overheid meekrijgen. Een duidelijk kader voor klimaatbestendige gebiedsontwikkeling zorgt ervoor dat de ontwikkelaars weten wat de bedoeling is en dus waar zij aan toe zijn (risicoreductie inschrijving). Hiermee ontstaat een gelijk speelveld voor iedere inschrijver bij aanbestedingen.
Een regionaal basisveiligheidsniveau zorgt er ook voor dat de kaders van verschillende overheden op elkaar aansluiten waarmee het afwentelen van negatieve gevolgen op naastgelegen gebieden en ongewenste concurrentie voorkomen wordt. Het doel is daarom een basisveiligheidsniveau te ontwikkelen wat met doelvoorschriften invulling geeft aan de klimaatbestendigheidsambities voor de MRA. Het basisveiligheidsniveau moet concreet en meetbaar zijn en toepasbaar op de hele MRA.
https://www.metropoolregioamsterdam.nl/wp-content/uploads/2019/08/Ambitiedocument-klimaatbestendige-nieuwbouw.pdf Rapportage - Klimaatbestendige nieuwbouw MRA: Verkenning minimum veiligheidsniveau (31 juli 2019)
1 2
4
BASISVEILIGHEIDSNIVEAU KLIMAATBESTENDIGE NIEUWBOUW
1.2 Ontwikkeling basisveiligheidsniveau Intentieovereenkomst Dit basisveiligheidsniveau is onderdeel van de intentieovereenkomst van de Metropoolregio Amsterdam tussen overheden, marktpartijen en andere ketenpartners voor klimaatbestendige nieuwbouw. Het basisveiligheidsniveau is een bijlage bij de intentieovereenkomst. Het basisveiligheidsniveau is ontwikkeld in samenwerking met experts vanuit overheden (gemeenten, waterschappen en de provincies) en marktpartijen (ontwikkelaars, woningbouwcorporaties en brancheorganisaties). Hiervoor is gebruik gemaakt van een aantal bouwstenen, namelijk: huidige richtlijnen, beleidsregels en ambities van de overheden binnen de MRA, de geselecteerde sleutelgebieden en basisveiligheidsniveaus uit andere regio’s (klimaattoets 1.0 Eindhoven en Convenant ZuidHolland en de afspraken voor klimaatadaptief bouwen in Utrecht). Ook zijn er in het kader van de Intentieovereenkomst Klimaatadaptieve nieuwbouw een aantal werksessies geweest waarin zowel publieke als private partijen hun inbreng op het Basisveiligheidsniveau konden leveren. Uit de verkenning naar de huidige richtlijnen, beleidsregels en ambities blijkt dat deze in sommige gevallen binnen de MRA ver uiteen liggen. In samenwerking met de experts uit de regio is gezocht naar een basisveiligheidsniveau wat zoveel mogelijk aansluit bij de richtlijnen uit de regio.
Wanneer de bestaande richtlijnen dermate veel verschillen binnen de regio is er aansluiting gezocht bij landelijke standaardisaties (bijvoorbeeld de referentienorm voor een hevige bui). Meekoppelkansen duurzaamheidsthema’s Het basisveiligheidsniveau richt zich op klimaatbestendige nieuwbouw. Maar een klimaatbestendige ontwikkeling biedt ook vele kansen voor andere duurzaamheidsthema’s, zoals energieneutraliteit en circulariteit. Met de selectie en formulering van de voorschriften is hier rekening mee gehouden. Op deze manier worden zoveel mogelijk groene en energieneutrale maatregelen gestimuleerd en kunnen verschillende duurzaamheidsdoelstellingen slim gecombineerd worden.
5
Vitale en kwetsbare functies In het basisveiligheidsniveau wordt verwezen naar vitale en kwetsbare functies. Dit zijn functies die bij uitval tot maatschappelijke ontwrichting en grote schade leiden. Denk aan functies zoals de energievoorziening, de hoofdinfrastructuur en ziekenhuizen. Bij deze functies is vaak ook sprake van lange hersteltijden bij schade en onderlinge afhankelijkheden. Gemalen zijn bijvoorbeeld afhankelijk van de stroomvoorziening om overtollig water weg te kunnen pompen. Daarnaast kunnen vitale en kwetsbare functies noodzakelijk zijn om een gebied te herstellen, bijvoorbeeld na een overstroming. Derhalve worden hier hogere, of specifieke eisen aan gesteld in het basisveiligheidsniveau. De volgende categorieën functies worden aangewezen, voor het basisveiligheidsniveau, als vitaal en kwetsbaar: elektriciteit, drinkwater en infrastructuur (wegen). Welke functies relevant zijn verschilt per ontwikkeling. In de toelichting (hoofdstuk 3.2) bij de verschillende onderwerpen (wateroverlast, droogte, hitte, overstromingen en natuurinclusiviteit) worden voorbeelden gegeven van functies die terug kunnen komen in een ontwikkeling. Kijk voor meer informatie over vitale en kwetbare functies op https://klimaatadaptatienederland.nl/overheden/ vitale-kwetsbare/ .
Samenvatting uitkomsten praktijkreflectie sleutelgebieden De 1.0 versie van het basisveiligheidsniveau is aangescherpt met een praktijkreflectie door de MRA sleutelgebieden (zie bijlage). De belangrijkste uitkomst van de praktijkreflectie is dat binnen de geconsulteerde sleutelgebieden ambtelijk draagvlak is voor een basisveiligheidsniveau op MRA schaal. Tevens heeft de reflectie een inhoudelijke reactie en aanscherping gegeven op het basisveiligheidsniveau.
BASISVEILIGHEIDSNIVEAU KLIMAATBESTENDIGE NIEUWBOUW
Tijdens de reflectie zijn de volgende kansen geïdentificeerd: Er is binnen de sleutelgebieden draagvlak voor een basisveiligheidsniveau op MRA niveau; Het basisveiligheidsniveau levert handvatten om plannen te toetsen op klimaatbestendigheid; Een MRA basisveiligheidsniveau draagt bij aan het verhogen en concretiseren van ambities, zet klimaatbestendigheid op de agenda en wordt binnen sommige gemeentes al verwerkt in het beleid; Het basisveiligheidsniveau vergroot de bewustwording op het gebied van klimaatbestendige nieuwbouw; Het basisveiligheidsniveau vult kennis aan. Met name op het gebied van hittestress voorziet het basisveiligheidsniveau in nieuwe richtlijnen; Het basisveiligheidsniveau kan mogelijk toegepast worden op de volgende punten binnen de sleutelgebieden; • Input voor tenders • Input voor gezamenlijke ontwikkelafspraken en ambities • Input voor beleidsontwikkeling • Input voor ontwerprichtlijnen Tijdens de prakrijkreflectie zijn de volgende aandachtspunten benoemd die van belang zijn in een nadere uitwerking en de toepassing van het basisveiligheidsniveau: Ambitieniveau: Het voorgesteld ambitieniveau van het basisveiligheidsniveau wordt onderschreven door de geconsulteerde sleutelgebieden. In sommige gevallen ligt de ambitie echter boven of onder de huidige gehanteerde normen en beleid.
Tevens is het basisveiligheidsniveau opgesteld in samenspraak met overheden (provincies, waterschappen en gemeenten). In een nadere afstemming om tot een intentieovereenkomst te komen zullen bredere ketenpartners geconsulteerd worden. Het ambitieniveau van het basisveiligheidsniveau kan uit dit traject nog bijgesteld worden. Mogelijkheid tot afwijken: Binnen het thema wateroverlast is er een specifiek voorschrift voor privaatterrein opgenomen. In verschillende gemeentes wordt een vergelijkbaar voorschrift al, naar tevredenheid, gehanteerd. Echter zijn er 6
ook twijfels over de haalbaarheid in gebieden waar beperkte bergingsmogelijkheden zijn. Alleen als aangetoond is dat er werkelijk te beperkte bergingsmogelijkheden zijn, dan kan er gezocht worden naar maatwerkoplossingen om op een verantwoorde manier af te wijken van het basisveiligheidsniveau, in overleg met de verantwoordelijke overheden. Er is gekozen om hier geen regel over op te nemen in het basisveiligheidsniveau omdat de mogelijkheden tot afwijken gebiedsafhankelijk zijn. Ruimtevraag en investeringskosten: De sleutelgebieden kennen ieder een hoog ambitieniveau wat veelal een druk op de ruimtevraag betekent. Het is daarom een zoektocht om een balans te vinden tussen de ruimtelijke kwaliteit, opgave en klimaatadaptatiemaatregelen. Door in een vroeg stadium klimaatbestendig te ontwerpen kunnen verschillende ambities slim gecombineerd worden waardoor de ruimtevraag en investeringskosten beperkt zijn. Met het basisveiligheidsniveau wordt daarom de oproep gedaan om de voorschriften al in een vroeg stadium van de planvorming toe te passen. Van concept naar intentieovereenkomst Tijdens het proces om te komen tot een Intentieovereenkomst klimaatadaptieve nieuwbouw hebben we gewerkt aan de 3.0 versie van het basisveiligheidsniveau. In een aantal werksessies konden zowel marktpartijen als overheden hun input geven op de uitgangspunten en basisveiligheidsniveaus.
Daarbij is het thema Natuurinclusiviteit en biodiversiteit toegevoegd als vijfde pijler, zijn een aantal basisveiligheidsniveaus verder aangescherpt om tot goede consensus tussen alle partijen te komen, en hebben we gezocht naar zo veel mogelijk aansluiting bij de doelen en eisen vanuit de regio’s Zuid-Holland en Utrecht.
1.3 Leeswijzer
In het volgende hoofdstuk wordt de proceshandleiding beschreven. Hierin wordt nader toegelicht wat het basisveiligheidsniveau is en hoe het toegepast kan worden. In hoofdstuk drie wordt het basisveiligheidsniveau inhoudelijk beschreven. Allereerst wordt een overzicht gegeven van de uitgangspunten. Vanaf paragraaf 3.2 worden de basisveiligheidsniveaus per thema toegelicht. BASISVEILIGHEIDSNIVEAU KLIMAATBESTENDIGE NIEUWBOUW
Bijlage praktijkreflectie Zaan-IJ lob – Sloterdijken (deelproject: Sloterdijk I Zuid) Type project:
Kansen toepassing basisveiligheidsniveau:
Projectfase:
Aandachtspunten basisveiligheidsniveau:
Transformatie van bedrijventerrein naar woonwerkgebied Initiatieffase
Ambities:
Investeringsnota17: • Vasthouden van water (60 mm per uur) • Watergang transformatorweg • Ophoging gebied • Stimuleren kavelontwikkelaars • Verminderen van hittestress-effect • Vitale infrastructuur kavels hoog plaatsen. Kavelontwikkelaars worden hiertoe gestimuleerd. In de kaveleisen is de plaatsing op NAP +1,8 m geëist, dit is 0,5 m boven het waterniveau bij overstroming.
17
Basisveiligheidsniveaus sluiten grotendeels aan op huidige ambities en versterkt daarmee de impact. Op sommige punten is ligt het basisveiligheidsniveau boven de huidige normen (60 mm i.p.v. 70 mm wateroverlast).
amsterdam.nl/projecten/sloterdijk1/plannen-publicaties/
25
BASISVEILIGHEIDSNIVEAU KLIMAATBESTENDIGE NIEUWBOUW
Amsterdam Zuidwest – Kerncorridor – Hydepark (deelproject: Stadscentrum Hoofddorp) Type project:
Kansen toepassing basisveiligheidsniveau:
Projectfase:
Aandachtspunten basisveiligheidsniveau:
Ambities:
Invloed van de gemeente en, daarmee toepassingsmogelijkheden van het basisveiligheidsniveau, is beperkt wanneer grond niet in eigendom is.
Transformatie van kantorenpark naar woongebied (Hyde park) en herontwikkeling van enkele centrumlocaties
Mogelijk input voor ontwikkellocaties waar de gemeente tenders uit kan zetten Input voor beleidsontwikkeling
Ontwerpfase (stadscentrum), Op enkele punten wordt het basisveiligheidsniveau Uitvoeringsfase (Hyde park) als zwaar ervaren (wateroverlast en overstromingen) Duurzaamheidsagenda Beukenhorst West18: Zorg voor piekbuiberging Richt natuurlijke afwatering in als dat mogelijk is; Zorg voor zoveel mogelijk compensatie van verharde oppervlakken, of zorg voor voldoende waterbergend vermogen op verharde oppervlakken; Uitvoering stresstest Centrumlocaties: Ambities en kaders in ontwikkeling
18
DUURZAAMHEIDSAGENDA Beukenhorst-West, Versie 1.0 - 23 mei 2018
27
BASISVEILIGHEIDSNIVEAU KLIMAATBESTENDIGE NIEUWBOUW
Stationsgebieden Almere (deelproject: Floriade) Type project:
Kansen toepassing basisveiligheidsniveau:
Projectfase:
Versterking ambities waardoor klimaatbestendigheid minder snel van de agenda verdwijnt onder tijdsdruk en stapeling van ambities.
Combinatie uitbereidingslocatie en wereldtuinbouw-tentoonstelling Ontwerpfase/uitvoeringsfase
Ambities:
Groene stad handboek19: Maximaal 60% verharding in het gebied (in de praktijk is dit minder geworden) Tuinen maximaal 20% verharding Optimale maaiveld glooiing: afwatering oppervlakte water Bouwpeil is ongeveer 20 cm hoger dan de aansluithoogte op straatniveau Zichtbare hemelwaterafvoer
19
Input voor beleidsvorming tenders (elders in Almere).
Aandachtspunten basisveiligheidsniveau:
Hergebruik van hemelwater in woningen is wenselijk maar wordt bemoeilijk wegens het garanderen van drinkwaterkwaliteit.
Floriade handboek groene stad 20-12-2018
28
BASISVEILIGHEIDSNIVEAU KLIMAATBESTENDIGE NIEUWBOUW
Amstelveen Kronenburg (deelproject: Kronenburg) Type project:
Transformatie van een monofunctioneel kantorenpark naar een levendige campus
Projectfase: Ontwerpfase
Ambities:
Stedenbouwkundig plan Kronenburg-Uilenstede juli 202020: -Behouden en uitbreiden van waterpartijen -Vermindering van verharding
Kansen toepassing basisveiligheidsniveau:
Het concept basisveiligheidsniveau helpt met name om de onderwerpen de agenderen. De beleidskaders op het gebied van klimaatbestendigheid lopen in Amstelveen achter op de projecten. Het basisveiligheidsniveau is daarom een middel om het gesprek te voeren
20
over de te hanteren uitgangspunten voor klimaatbestendige ontwikkelingen.
Aandachtspunten basisveiligheidsniveau:
Berging privaatterrein: Het is belangrijk dat een gebied robuust ingericht wordt. Het maakt daarvoor niet uit of het water op privaat of openbaar terrein opgevangen en geborgen wordt. Het voorschrift met betrekking tot bergen op privaatterrein is daarin beperkend. Afvoer zonder schade: In het basisveiligheidsniveau wordt beschreven dat een ontwikkeling niet voor extra aan- of afvoer van water moet zorgen. In sommige gevallen is het wel mogelijk om zonder schade aan-of af te voeren. In deze gevallen zou afwijken toegestaan moeten worden.
STEDENBOUWKUNDIG PLAN KRONENBURG - UILENSTEDE
29
BASISVEILIGHEIDSNIVEAU KLIMAATBESTENDIGE NIEUWBOUW
Stationsgebieden Hilversum MediaCenter (deelproject: Stationsgebied Hilversum) Type project:
Herontwikkeling stationsgebied Hilversum.
Projectfase: Ontwerpfase
Ambities:
Watermanagementplan21: • De minimale ontwerpeis voor inrichting van de openbare ruimte is dat er geen schade door hemelwateroverlast (water in gebouwen) bij neerslag van 70 mm in 1 uur. • In de hele gemeente geldt voor nieuwbouw, aanbouw of verbouw, bij uitbreiding van het dakoppervlak, de verplichting de eerste 60 mm neerslag in 1 uur op eigen terrein te bergen en infiltreren en daarbovenop 20 mm neerslag in 1 uur ter plekke op maaiveld vast te houden zonder schade te voorzaken Stedenbouwkundiplan Stationsgebied Hilversum april 201922: • Beperkte hoeveelheid verharding • Zelfvoorzienend in de berging van hemelwater op piekmomenten (bui T=100). • Aanvullende capaciteit te zoeken in bijvoorbeeld ondergrondse bergingsbassins. • Hittestress wordt beperkt door het veelvuldig gebruik van bomen en groen op maaiveld.
21 22
Kansen toepassing basisveiligheidsniveau:
Het basisveiligheidsniveau sluit aan op de beleidsregels uit het watermanagementplan van de gemeente. De eerste ervaringen hiermee zijn positief en laten zien dat de richtlijnen werkbaar zijn. De gemeente Hilversum is grotendeels grondeigenaar van het plangebied. Dit biedt mogelijkheden om duurzaamheidscriteria op te nemen in aanbestedingen. Het basisveiligheidsniveau kan input geven voor deze criteria.
Aandachtspunten basisveiligheidsniveau:
Beperkte ruimte: De grootste uitdaging voor het stationsgebied is de beperkte ruimte, zowel bovenals ondergronds. Het gebied wordt verdicht en er wordt een parkeerkelder gerealiseerd. Met name de parkeerkelder neemt veel ruimte, ten koste van waterberging, in beslag. In de plannen wordt ruimte voor groen en waterberging gereserveerd, onder andere bij het busstation en op de daken. Er is nog niet berekend of dit voldoende is. Dat zal blijken in een nadere uitwerking van het plan.
Watermanagementplan Stedenbouwkundigplan Hilversum april 2019
30
BASISVEILIGHEIDSNIVEAU KLIMAATBESTENDIGE NIEUWBOUW
Stationsgebied Lelystad (deelproject: Stationsgebied) Type project:
Verdichting stationsgebied en stadshart.
Projectfase: Definitiefase
Ambities:
Nieuwe natuur en duurzaamheid zijn kwaliteits- en identiteitsdragers voor Lelystad. Deze aspecten zijn de belangrijk bouwstenen in de plannen voor het stationsgebied van Lelystad.
Kansen toepassing basisveiligheidsniveau:
De duurzaamheidsambities voor Lelystad worden op dit moment nader uitgewerkt en verankerd in het beleid. Het basisveiligheidsniveau vormt input voor de concretisering van de ambities.
Aandachtspunten basisveiligheidsniveau:
Stapeling aan ambities: Voor de ontwikkeling van het stationsgebied zijn de ambities hoog, maar in sommige gevallen ook tegenstrijdig. Er zijn weinig middelen en de sturing is beperkt. Dit vormt een risico om de ambities op het gebied van klimaatbestendigheid en duurzaamheid de behouden. Relevantie: Lelystad is een jonge gemeente, ontworpen op de tekentafel met een goed uitgedacht watersysteem. Hierdoor zijn niet alle onderwerpen uit het basisveiligheidsniveau even relevant. Het risico op overstromingen is erg laag, woningen hebben geen kelders en binnen de hele gemeente ligt een gescheiden riool systeem, HWA, wordt apart afgevoerd.
In Lelystad zijn veel kansen voor vergroening en verduurzaming. Steun vanuit de MRA zet deze kansen hoger op de agenda en kunnen daaraan bijdragen ze te verzilveren.
31
BASISVEILIGHEIDSNIVEAU KLIMAATBESTENDIGE NIEUWBOUW
Binnenstedelijke locaties Haarlem (deelproject: Haarlem Nieuw Zuid) Type project:
Verdichting stationsgebied en stadshart.
Projectfase: Definitiefase
Ambities:
Gebiedsverkenning OV-knooppunt Haarlem NieuwZuid, juni 2020: • Hemelwater zoveel mogelijk vasthouden • Watercompensatie voor extra verharding • Toevoeging van groene waterrijke plekken om hittestress tegen te gaan • Toepassing van groene daken en gevels
Kansen toepassing basisveiligheidsniveau:
Aandachtspunten basisveiligheidsniveau:
Door de ligging van Haarlem Nieuw Zuid in een polder is het moeilijk om aan alle voorschriften uit het basisveiligheidsniveau te voldoen. De mogelijkheden voor infiltreren van water zijn namelijk beperkt. Voor dergelijke situaties is maatwerk nodig. Het basisveiligheidsniveau geeft een voorschrift voor waterberging op privaatterrein. Er kan ook gekozen worden om dit op gebiedsniveau voor te schrijven zodat er een gedeelde verantwoordelijk is en er voor de beste oplossing gekozen kan worden. De gevolgen van langdurige regenbuien komen niet terug in het basisveiligheidsniveau.
Om klimaatbestendigheid te borgen in projecten zijn duidelijke eisen gewenst. Het basisveiligheidsniveau helpt de gemeente om deze eisen te stellen voor nieuwe ontwikkelingen. In Haarlem is dit geborgd in de richtlijn Duurzaam Bouwen.
32
BASISVEILIGHEIDSNIVEAU KLIMAATBESTENDIGE NIEUWBOUW
IJmeer-oevers (deelproject: Amsterdam Strandeiland) Type project:
Ontwikkeling van een nieuwe stadswijk met 8.000 woningen
Projectfase: Ontwerpfase
Ambities:
Stedenbouwkundig plan Strandeiland: • Strandeiland wordt klimaatbestendig ontwikkeld zodat de leefomgeving bestand is tegen extreme weersomstandigheden, zoals periodes van droogte, hevige regenval en storm. • De openbare ruimte heeft een bergingscapaciteit van 80 millimeter per uur en 120 millimeter per 2 uur. Voor kavels geldt de eis van de hemelwaterverordering. • Bij de ontwerpopgave van de openbare ruimte is groen de standaard op Strandeiland, komt verharding alleen waar het nodig is. De directe groeiomstandigheden (bodemeigenschappen, hoog-droog, laag-nat, zon, wind-luwte) spelen een belangrijke rol in de plant-en boomkeuze. Groen wordt zorgvuldig afgestemd op de locatie specifieke eigenschappen.
Kansen toepassing basisveiligheidsniveau:
De ervaring vanuit Strandeiland leert dat in een vroeg stadium ambities vastleggen helpt om tot een klimaatbestendige ontwikkeling te komen. Het basisveiligheidsniveau kan bijdragen aan het vroegtijdig stellen van ambities. Bestuurlijke vaststelling van het basisveiligheidsniveau of borging in beleid is dan wel noodzakelijk.
Aandachtspunten basisveiligheidsniveau:
Voorschriften die teveel sturen op maatregelen, zoals koele plekken en % schaduw kunnen voor ontwerpers beperkend zijn. Eventueel kan er een onderscheid gemaakt worden in wensen en eisen. Het voorschrift onder hitte met betrekking tot temperaturen in slaapkamervertrekken zou in bredere context gezien moeten worden (niet 1 maatregel). Zo wordt er aangesloten op de TOjuli eis. Bij de uitgangspunten over wateroverlast dient aangegeven te worden dat het stationaire buien betreft.
•
33
BASISVEILIGHEIDSNIVEAU KLIMAATBESTENDIGE NIEUWBOUW
34
BASISVEILIGHEIDSNIVEAU KLIMAATBESTENDIGE NIEUWBOUW
Bijlage 3 Bezonningsstudie
Bezonningsstudie Torenmolen 9
Bezonningsstudie Torenmolen 9
Binnenwijkse Ontwikkel Locatie (BOL) Bevindingen 21 maart is (bij benadering) de eerste dag van de lente. Op deze dag zijn de dag en nacht overal op aarde even lang, ook wel de lenteequinox genoemd. De zon staat recht boven de evenaar en vervolgt vanaf deze dag zijn pad richting het noorden. Om deze reden is 21 maart een belangrijk meetpunt voor de bezonningsstudie. Het resultaat van deze datum is dat het een goede indicatie is voor de start van gunstige weersverwachtigngen en buitengebruik, waarbij deze datum als minimum kan worden beschouwd voor schaduwval. De tijdstippen 09:00 uur, 12:00 uur, 15:00 uur en 18:00 uur worden meestal gehanteerd.
Binnenwijkse Ontwikkel Locatie (BOL) Tijdens de ochtendzon levert de huidige bebouwing met name schaduwval aan het eigen terrein en lichtelijk de rij woningen op Torenmolen 33-43. Voor de rest van de dag blijft de schaduwval op het eigen terrein. In de ochtend levert de nieuwbouw met name schaduwval aan het nieuwe parkeerterrein, het nieuw gesitueerde speelplein en het noordelijke groene hof. Vanwege het gebrek aan schaduwval op de bestaande woningen wordt dit gegeven beschouwd als voordelig. Rond het middaguur heeft iedereen louter hinder van hun eigen bebouwing aan de noordzijde, evenwel als het naastgelegen “Park de Noord”.
In beide situaties blijft de schaduwval in de middag op het eigen terrein. Rond het eind van de dag valt de schaduw ook nog lichtelijk in ‘‘Park de Noord’’. De woningen in aan de Torenmolen blijven onaangetast in beide situaties. In de nieuwe situatie is het zo dat de nieuwbouw schaduwval aan elkaar geeft ‘s avonds.
1.
2.
5.
6.
3.
4.
7.
8.
Afbeelding 1: 21 maart 09:00 uur Afbeelding 2: 21 maart 09:00 uur Afbeelding 3: 21 maart 12:00 uur Afbeelding 4: 21 maart 12:00 uur Afbeelding 5: 21 maart 15:00 uur Afbeelding 6: 21 maart 15:00 uur Afbeelding 7: 21 maart 18:00 uur Afbeelding 8: 21 maart 18:00 uur
Bezonningsstudie Torenmolen 9
Bezonningsstudie Torenmolen 9
Binnenwijkse Ontwikkel Locatie (BOL) Bevindingen 21 juni, ookwel bekend als de “langste dag van het jaar”, is (bij benadering) de eerste dag van de zomer. Op deze dag staat de zon op zijn hoogst en is de dag op het noordelijk halfrond het langst, ookwel het zomersolsticium genoemd. De dagen worden vanaf dit moment weer korter. Om deze reden is 21 juni een belangrijk meetpunt voor de bezonningsstudie. Het resultaat van deze datum is een nauwelijks waarneembare schaduwval en hinder van omliggende woningen op de nieuwbouw, noch levert de nieuwbouw waarneembare schaduwval en hinder voor omliggende woningen. Aangezien deze datum doorgaans gepaard gaat met gunstige weersverwachtingen en buitengebruik, wegen de waarnemingen zwaarder mee. De tijdstippen 09:00 uur, 12:00 uur, 15:00 uur en 18:00 uur worden meestal gehanteerd. In juni is ook 20:00 uur relevant.
Binnenwijkse Ontwikkel Locatie (BOL) Tijdens de middagzon heeft ieder louter milde hinder van hun eigen bebouwing aan de oostzijde. De bestaande bebouwing zorgt alleen ‘s avonds voor een lichte schaduwval op de bebossing aan de oostzijde. Tijdens de avondzon heeft sommige nieuwbouw vooral hinder van de andere nieuwbouw, maar bestaande woningen aan de Torenmolen blijven onaangetast.
De gehele dag blijft de schaduwval van de bestaande bebouwing op het eigen terrein. Woningen aan de Torenmolen blijven onaangetast. Tijdens de ochtendzon hebben Torenmolen 57 en 59 kans op milde hinder in hun achtertuin van de nieuwbouw, maar dit zal van korte duur zijn. Rond het middaguur heeft ieder louter milde hinder van hun eigen bebouwing aan de noordzijde.
1.
2.
5.
6.
3.
4.
7.
8.
9.
10.
Afbeelding 1: 21 juni 09:00 uur bestaande situatie Afbeelding 2: 21 juni 09:00 uur nieuwe situatie Afbeelding 3: 21 juni 12:00 uur bestaande situatie Afbeelding 4: 21 juni 12:00 uur nieuwe situatie Afbeelding 5: 21 juni 15:00 uur bestaande situatie Afbeelding 6: 21 juni 15:00 uur nieuwe situatie Afbeelding 7: 21 juni 18:00 uur bestaande situatie Afbeelding 8: 21 juni 18:00 uur nieuwe situatie Afbeelding 9: 21 juni 20:00 uur bestaande situatie Afbeelding 10: 21 juni 20:00 uur nieuwe situatie
Bezonningsstudie Torenmolen 9
Bezonningsstudie Torenmolen 9
Binnenwijkse Ontwikkel Locatie (BOL) Bevindingen 23 september is (bij benadering) de eerste dag van de herfst. Op deze dag zijn de dag en nacht overal op aarde even lang, ook wel de herfst-equinox genoemd. De zon staat recht boven de evenaar en vervolgt vanaf deze dag zijn pad richting het zuiden. Om deze reden is 23 september een belangrijk meetpunt voor de bezonningsstudie. Het resultaat van deze datum is dat het een goede indicatie is voor het einde van gunstige weersverwachtigngen en buitengebruik, waarbij deze datum als minimum kan worden beschouwd voor schaduwval. De tijdstippen 09:00 uur, 12:00 uur, 15:00 uur en 18:00 uur worden meestal gehanteerd.
Binnenwijkse Ontwikkel Locatie (BOL) Tijdens de ochtendzon levert de bestaande bouw nog een lichte schaduwval op de garageboxen van de Torenmolen 33,35,37 en 39. Van de vroege tot de late middag valt de schaduwval de hele tijd op het eigen terrein dus hebben ze louter hinder van zichzelf. In de ochtend levert de nieuwbouw met name schaduwval aan het nieuwe parkeerterrein, het nieuw gesitueerde speelplein en het noordelijke groene hof. Vanwege het gebrek aan schaduwval op de bestaande woningen wordt dit gegeven niet beschouwd als nadelig. Rond het hoogste punt heeft iedereen in de nieuwe situatie louter hinder van hun eigen bebouwing aan de noordzijde, evenwel als het naastgelegen “Park de Noord”.
Rond de latere middaguren blijft de schaduwval in de bestaande situatie op het eigen terrein. In de avond uren reikt deze schaduwval tot aan de bomen aan de oostkant. In de nieuwe situatie zorgt de schaduwval vanaf de latere middaguren alleen voor hinder in ‘‘Park de Noord’’.
1.
2.
5.
6.
3.
4.
7.
8.
Afbeelding 1: 23 september 09:00 uur bestaande situatie Afbeelding 2: 23 september 09:00 uur nieuwe situatie Afbeelding 3: 23 september 12:00 uur bestaande situatie Afbeelding 4: 23 september 12:00 uur nieuwe situatie Afbeelding 5: 23 september 15:00 uur bestaande situatie Afbeelding 6: 23 september 15:00 uur nieuwe situatie Afbeelding 7: 23 september 18:00 uur bestaande situatie Afbeelding 8: 23 september 18:00 uur nieuwe situatie
Bezonningsstudie Torenmolen 9
Bezonningsstudie Torenmolen 9
Binnenwijkse Ontwikkel Locatie (BOL) Bevindingen 22 december, ookwel bekend als de “kortste dag van het jaar” is (bij benadering) de eerste dag van de winter. Op deze dag staat de zon op zijn laagst en is de dag op het noordelijk halfrond het kortst, ookwel het wintersolsticium genoemd. De dagen worden vanaf dit moment weer langer. Om deze reden is 22 december een belangrijk meetpunt voor de bezonningsstudie. Het resultaat van deze datum is een waarneembare schaduwval en hinder van omliggende woningen op de nieuwbouw, als zowel levert de nieuwbouw waarneembare schaduwval en hinder voor omliggende woningen. Aangezien deze datum doorgaans gepaard gaat met ongunstige weersverwachtingen en buitengebruik, wegen de waarnemingen minder zwaar mee. De tijdstippen 09:00 uur, 12:00 uur, 15:00 uur en 18:00 uur worden meestal gehanteerd.
Binnenwijkse Ontwikkel Locatie (BOL) Vanwege de kortste dag is de zon op afbeelding 1 & 2 nauwelijks op. Rond het hoogste punt in de bestaande situatie heeft enkel het ‘‘Park de Noord’’ hinder van schaduwval. In de nieuwe situatie zorgt de schaduwval ook voor hinder onderling de nieuwbouw.
Vanwege de kortste dag is de zon op afbeeldingen 7 & 8 al onder. Rond evenals halverwege de middag zorgt in de bestaande situatie de schaduwval hinder enkel voor ‘‘Park de Noord’’. In de nieuwe situatie zorgt de schaduwval ook weer voor onderlinge hinder en ‘‘Park de Noord’’.
1.
2.
5.
6.
3.
4.
7.
8.
Afbeelding 1: 22 december 09:00 uur bestaande situatie Afbeelding 2: 22 december 09:00 uur nieuwe situatie Afbeelding 3: 22 december 12:00 uur bestaande situatie Afbeelding 4: 22 december 12:00 uur nieuwe situatie Afbeelding 5: 22 december 15:00 uur bestaande situatie Afbeelding 6: 22 december 15:00 uur nieuwe situatie Afbeelding 7: 22 december 18:00 uur bestaande situatie Afbeelding 8: 22 december 18:00 uur nieuwe situatie
Bezonningsstudie Torenmolen 9
Binnenwijkse Ontwikkel Locatie (BOL) Conclusie • In de bestaande situatie is er tijdens de ochtenduren in de lente en herfst lichte schaduwval op de tuinen aan de Torenmolen 33 t/m 43. Dit is maar van een korte duur . • De rest van de tijd blijft de schaduwval op eigen terrein en geeft geen hinder aan andere woningen aan de Torenmolen. • Vanwege de noordelijke ligging van de nieuwbouw, en de ruime afstand ten opzichte van de huidige woningen, is van schaduwval amper sprake. • Tijdens de ochtend levert de nieuwbouw schaduwval op het nieuw gesitueerde speelplein van de kinderopvang. Dit wordt niet bezwaarlijk geacht, aangezien de kinderopvang geen baat heeft bij hoge hoeveelheden zonuren op het speelplein. • Rond de langste dag van het jaar, wanneer de zon op zijn hoogst staat, is er verwaarloosbaar weinig sprake van schaduwval. Door de noord-oostelijke opkomst van de zon en noord-westelijke ondergang van de zon in de zomer, ervaren de tuinen van Torenmolen 57 en 59 -die net iets zuidelijker liggen dan de nieuwbouw- hier kortstondig schaduwval. • De huidige situatie levert zodoende meer schaduwval op dan de nieuwe situatie. • Gelet op het klimaat en het gebruik van de eigen buitenruimte van zowel de nieuwbouw als omliggende bebouwing, achten wij de aantasting van schaduwval door de nieuwbouw minimaal en ruim voldoende
Bestemmingsplan "Torenmolen 9, 2022" (vastgesteld)
Bijlage 4 Verkennend bodemonderzoek
66
Landview BV Bodemonderzoek
Rapportnummer 2020310
INHOUDSOPGAVE
SAMENVATTING ............................................................................................................................ 2 1.
INLEIDING .............................................................................................................................. 3
2.
VOORONDERZOEK ............................................................................................................... 4 2.1 2.2 2.3
3.
BASISINFORMATIE ........................................................................................................ 4 HISTORISCH ONDERZOEK ........................................................................................... 4 ALGEMENE BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ............................................... 5
OPZET BODEMONDERZOEK ............................................................................................... 6 3.1 3.2 3.3 3.4
4.
HYPOTHESE VERONTREINIGINGSSITUATIE ............................................................. 6 BEMONSTERINGSSTRATEGIE .................................................................................... 6 CHEMISCHE ANALYSES ............................................................................................... 6 TOETSINGSKADER ....................................................................................................... 7
RESULTATEN BODEMONDERZOEK ................................................................................... 9 4.1 4.2 4.3 4.4
5.
RESULTATEN VELDONDERZOEK ................................................................................ 9 ANALYSERESULTATEN GROND ................................................................................ 11 ANALYSERESULTATEN GROND PFAS...................................................................... 12 ANALYSERESULTATEN GRONDWATER ................................................................... 13
ASBESTONDERZOEK ......................................................................................................... 13 5.1 5.2 5.3 5.4
ONDERZOEKSOPZET ................................................................................................. 13 TOETSINGSKADER ..................................................................................................... 14 RESULTATEN VELDONDERZOEK .............................................................................. 14 ANALYSERESULTATEN ASBEST IN GROND ............................................................ 15
6.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN................................................................................. 16
7.
SLOTOPMERKINGEN .......................................................................................................... 17
8.
REFERENTIES ..................................................................................................................... 18
BIJLAGEN 1 2 3 4.1 4.2 4.3 5 6 7
Regionale situatie Lokale situatie met boorpunten/ proefgaten Boorprofielen Analysecertificaten laboratorium Toetsing grond volgens BoToVa Toetsing grondwater volgens BoToVa Gegevens vooronderzoek Foto´s huidige situatie Monsternameplan en -formulier asbest
Landview BV Bodemonderzoek
Rapportnummer 2020310
SAMENVATTING Naar aanleiding van de aanvraag van een omgevingsvergunning is door Landview BV een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Torenmolen 9 te Purmerend, gemeente Purmerend. Het bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5740 richtlijnen voor een niet-verdachte locatie. Het asbestonderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5707 richtlijnen voor een verdachte locatie met duidelijke kern van verontreiniging. Het veldwerk is, door KIWA gecertificeerde medewerkers, uitgevoerd onder het procescertificaat BRL SIKB 2000, conform de VKB protocollen 2001, 2002 en 2018. In het mengmonster van de bovengrond uit de boringen 1, 12 en 14 (bg1) waar in resten steen en baksteen zijn aangetroffen, is een licht verhoogd gehalte aan minerale olie geconstateerd. In de overige twee mengmonsters van de bovengrond en de twee mengmonsters van de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten van de geanalyseerde parameters geconstateerd. Op basis van de beleidsregel van de Provincie Noord-Holland wordt enkel de ondergrond als verontreinigd voor PFAS beschouwd, aangezien de waarden voor de individuele parameters de gehalten uit de beleidsregel overschrijden, maar is bodemsanering niet noodzakelijk. In het meest verdachte grondmonster uit boring 1 is een licht verhoogd gehalte aan minerale olie aangetroffen.
In de daaromheen liggende bodem zijn ook licht verhoogde gehalten aan minerale olie aangetroffen. In het grondwater zijn lichte verhogingen van arseen, barium en nikkel aangetroffen. De overige onderzochte stoffen zijn niet in verhoogde concentraties aangetroffen. De aangetroffen verhogingen zijn dusdanig gering of verklaarbaar uit omgevingsfactoren, dat voor het instellen van een vervolgonderzoek geen aanleiding wordt gezien. Op de locatie bestaan, op grond van de resultaten van dit onderzoek, geen risico's voor de volksgezondheid of de ecologie bij het beoogde gebruik, wonen met tuin. Bij graafwerkzaamheden op het terrein bestaan er beperkingen in de mogelijkheid tot hergebruik van eventueel vrijkomende grond buiten de locatie. Voor hergebruik van grond buiten de locatie is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Indicatief getoetst valt de grond waarin verhoogde gehalten aan minerale olie zijn gemeten in de klasse industrie. De naar olie ruikende grond op de locatie is niet elders toepasbaar. Daarnaast valt op basis van PFAS een deel van de ondergrond op de locatie in de klasse wonen/industrie. Graafwerkzaamheden kunnen volgens de CROW400 worden uitgevoerd, zonder dat er een veiligheidsklasse van toepassing is. De uiteindelijke klasse dient bepaald te worden door een veiligheidsdeskundige.
Tijdens het onderzoek is zintuiglijk op het maaiveld en in de bodem geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Op de locatie is nabij het schuurtje een verkennend asbest onderzoek volgens de NEN 5707 uitgevoerd. Tijdens het asbestonderzoek is geen asbest aangetroffen. Op basis van de nu bekende gegevens worden de onderzochte locatie als niet verdacht voor asbest beschouwd. Voor aanvullend asbestonderzoek wordt geen aanleiding gezien. Voor het overige deel van de locatie geldt dat tijdens een verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) de bodem niet specifiek op asbest wordt onderzocht. Om uit te sluiten of er asbest in de bodem aanwezig is, is uitvoering van een asbestonderzoek conform NEN 5707 noodzakelijk. De uitvoering van een asbestonderzoek conform NEN 5707 wordt door Landview BV, gezien de resultaten van het verkennend bodemonderzoek niet noodzakelijk geacht. De uiteindelijke toetsende en handhavende taak ligt bij het bevoegd gezag, zijnde de gemeente. Deze samenvatting en de rapportage van de onderzoeksgegevens vormen een geheel. -2-