CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

E bestemmingsplan-overweerse-polderdijk-4-regels

Gemeenteraad 27 oktober 2022, gemeente PurmerendBij agendapunt: Bestemmingsplan Overweerse Polderdijk 42.750 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestemmingsplan

Overweerse polderdijk 4, 2022 Vastgesteld

Inhoudsopgave Regels

4

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Bestemmingsregels

Tuin - 1 Verkeer - 3 Wonen

Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9

Inleidende regels

Begrippen Wijze van meten

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

Artikel 10 Overgangsrecht Artikel 11 Slotregel

5 5 9

10 10 11 12

13 13 14 15 16

17 17 18

Bestemmingsplan "Overweerse polderdijk 4, 2022" (vastgesteld)

Regels

4

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan het bestemmingsplan 'Overweerse polderdijk 4, 2022' met identificatienummer NL.IMRO.0439.BPOVERWPD42022-va01 van de gemeente Purmerend. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 aan- en uitbouw een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw. 1.6 aan-huis-gebonden beroep een dienstverlenend beroep, dat in een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.7 achtererf de gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn achter de achtergevel van het hoofdgebouw of achter een denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan. 1.8 achtererfgebied erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorgevel en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied gelegen aan de voorkant van het hoofdgebouw tot aan de zijdelingse perceelgrens.

1.9 bebouwing een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.10 bebouwingsgebied achtererfgebied alsmede de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw. 1.11 bed & breakfast een overnachtingsaccommodatie gericht op het tegen betaling bieden van de mogelijkheid tot een veelal kortdurend toeristisch verblijf met het serveren van een ontbijt;

Bestemmingsplan "Overweerse polderdijk 4, 2022" (vastgesteld)

1.12 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.13 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.14 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.15 bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.16 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat is begrensd door op (nagenoeg) gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen en dat zodanige afmetingen en vormen heeft dat dit gedeelte zonder ingrijpende voorzieningen voor woonfuncties geschikt of geschikt te maken is. 1.17 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.18 bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel. 1.19 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.20 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.21 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak.

1.22 bijgebouw een gebouw dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw. 1.23 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

6

1.24 hoofdgebouw Een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken. 1.25 kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten het in een woning door de bewoner op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten, waarvoor geen melding- of vergunningplicht op grond van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer geldt en waarbij de woning in overwegende mate zijn woonfunctie behoudt met een ruimtelijke uitstraling die daarbij past. 1.26 nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie. 1.27 overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak. 1.28 overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.29 pand de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. 1.30 peil a. voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van die weg; b.

in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld. 1.31 perceelsgrens de grens van een bouwperceel. 1.32 platte afdekking een horizontaal vlak, ter afdekking van een gebouw, dat meer dan tweederde van het grondoppervlak van het gebouw beslaat. 1.33 prostitutie het zich beschikbaar stellen voor seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.34 seksinrichting het bedrijfsmatig - of in een omvang of frequentie die daarmee overeenkomt - gelegenheid bieden tot het ter plaatse, in een gebouw of in een vaartuig, verrichten van seksuele handelingen.

Bestemmingsplan "Overweerse polderdijk 4, 2022" (vastgesteld)

1.35 verblijfsmiddelen voor verblijf geschikte - al dan niet aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken - voer- en vaartuigen, arken, caravans, tenten en andere soortgelijke constructies, voor zover geen bouwwerken en geen kampeermiddelen zijnde. 1.36 vloeroppervlak het totale oppervlak van vloeren van alle bouwlagen van een gebouw. 1.37 voorgevel de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt, mede gezien de situering van het huisnummer, brievenbus, voordeur en uitrit. 1.38 wonen permanente bewoning van een woning door maximaal één huishouden. 1.39 woning (een gedeelte van) een gebouw dat dient voor wonen. 1.40 zijerf de gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn aan de zijkant(en) van dat hoofdgebouw tussen de denkbeeldige lijnen in het verlengde van de voor- en achtergevel.

8

Artikel 2

Wijze van meten

Bij de toepassing van deze planregels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst is. 2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3 de breedte, lengte en diepte van een bouwwerk tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren. 2.4 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.5 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.6 het oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

Bestemmingsplan "Overweerse polderdijk 4, 2022" (vastgesteld)

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels

Tuin - 1

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen met de daarbij behorende voorzieningen, zoals parkeerplaatsen. 3.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend erf- en terreinafscheidingen worden gebouwd; b. voor erf- en terreinafscheidingen gelden de maximale bouwhoogtes zoals aangegeven in artikel 7.1 Hoogtematen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

10

Artikel 4

Verkeer - 3

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - 3' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen met een functie voor verplaatsing en gebruik ten dienste van de aangrenzende bestemmingen b. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen en nutsvoorzieningen. 4.2 Bouwregels Op de in lid 4.1 bedoelde gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd. 4.3 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot gebruik geldt dat parkeren op de in lid 4.1 genoemde gronden niet is toegestaan.

Bestemmingsplan "Overweerse polderdijk 4, 2022" (vastgesteld)

Artikel 5

Wonen

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen en de hierbij behorende voorzieningen alsmede de aan de woonfunctie ondergeschikte aan-huis-verbonden beroepen, (kleinschalige) bedrijvigheid en bed & breakfast. 5.2 Bouwregels 1. Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. de voorgevel van een hoofdgebouw dient in de op de verbeelding aangeduide gevellijn te worden gebouwd; c. maximum bebouwd oppervlak hoofdgebouw: zoals op de verbeelding staat aangegeven; d. maximum bouwhoogte hoofdgebouw: zoals op de verbeelding staat aangegeven; e. hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden voorzien van een platte afdekking; f. maximum aantal woningen: 1 per bestemmingsvlak. 2. Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken van het hoofdgebouw, gelegen op meer dan 1 meter achter de voorgevel, gelden de volgende regels: a. een bijbeborend bouwwerk is toegestaan in de vorm van een gebouwde parkeervoorziening aan het hoofdgebouw, met dien verstande dat: 1. het oppervlak van de gebouwde parkeervoorziening maximaal 32 m2 bedraagt; en 2. de maximale bouwhoogte niet meer bedraagt dan de hoogte van de eerste verdiepingsvloer van het hoofdgebouw +0,30 meter; b.

het gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 50 m2, vermeerderd met 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m2; c. de maximale bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt de hoogte van de eerste verdiepingsvloer van het hoofdgebouw +0,30 meter; 3. Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken, anders dan genoemd onder 2, gelden de volgende regels: a. voor het bouwen van erf- en terreinafscheidingen, gelden de maximale bouwhoogtes zoals aangegeven in artikel 7.1 Hoogtematen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 5.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het gestelde in lid 5.2.1 onder b ten behoeve van bouwen tot maximaal 2 meter achter de op de verbeelding aangeduide gevellijn, indien dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein.

12

Hoofdstuk 3 Artikel 6

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Bestemmingsplan "Overweerse polderdijk 4, 2022" (vastgesteld)

Artikel 7

Algemene bouwregels

7.1 Hoogtematen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste: - erfafscheidingen in het achtererfgebied

2m

- overige erfafscheidingen

1m

- lichtmasten

9m

- vlaggenmasten

9m

- speeltoestellen

4m

- overig straatmeubilair - overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

6m 3m

7.2 Ondergronds bouwen 1. Ondergronds bouwen is niet toegestaan. 2. Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 1 ten behoeve van ondergronds bouwen, onder voorwaarde dat: a. de maximum bouwdiepte niet meer bedraagt dan 4 meter (1 bouwlaag); b. is aangetoond dat het ondergronds bouwen niet leidt tot significant negatieve effecten op de grondwaterstromen; c. schriftelijk advies is ingewonnen bij de waterbeheerder.

14

Artikel 8

Algemene gebruiksregels

8.1 Verboden gebruik 1. Onder verboden gebruik als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in ieder geval verstaan: a. gebruik van gronden als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gericht gebruik en onderhoud; b. gebruik van gronden als stalling- en/of opslagplaats van aan het gebruik onttrokken machines, voer- vaar- en vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gericht gebruik en onderhoud; c. het gebruik van gronden als uitstallings-, opslag-, stand- of ligplaats voor kampeer- en verblijfmiddelen; d. het gebruik van grond voor prostitutie. 2. Onder verboden gebruik wordt niet verstaan het (tijdelijke) gebruik ten behoeve van de realisering en/of handhaving van de bestemmingen of het normale onderhoud van de gronden. 8.2 Parkeren 1. Bij de uitoefening van de bevoegdheid tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk dient op eigen terrein ten minste voldaan te worden aan de Nota Parkeernormen gemeente Purmerend 2016. De parkeernorm wordt berekend over het nieuw te bouwen of te wijzigen gedeelte. Het niet voorzien in en het niet in stand houden van voldoende parkeergelegenheid wordt gerekend tot strijdig gebruik. 2.

In afwijking van lid 1 hoeft niet voldaan te worden aan de hier genoemde parkeernorm in het geval Burgemeester en wethouders besloten hebben af te wijken van deze norm op grond van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht. 3. In het geval de Nota Parkeernormen gewijzigd of vervangen wordt, houden Burgemeester en wethouders rekening met deze wijziging of vervanging. 8.3 Klimaatadaptatie 1. Bij de uitoefening van de bevoegdheid tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk of het gebruik van gronden of bouwwerken dient op eigen terrein ten minste voldaan te worden aan het basisveiligheidsniveau klimaatbestendige nieuwbouw 3.0, zoals vastgelegd in de 'Intentieovereenkomst Klimaatbestendige Nieuwbouw in de MRA en Noord-Holland'; 2. Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het gestelde in lid 1 als door belanghebbenden wordt aangetoond dat het vasthouden aan de basisveiligheidsniveaus zal leiden tot onevenredige nadelige gevolgen en de te nemen maatregelen onevenredig zijn in verhouding tot de te dienen doelen; 3. In het geval de klimaatadaptieve basisveiligheidsniveaus zoals bedoeld in lid 1 worden aangepast, houden burgemeester en wethouders rekening met deze aanpassing; Het niet voldoen aan en het niet in stand houden van de in lid 1 bedoelde basisveiligheidsniveaus wordt gerekend tot strijdig gebruik.

Bestemmingsplan "Overweerse polderdijk 4, 2022" (vastgesteld)

Artikel 9

Algemene afwijkingsregels

Burgemeester en wethouders kunnen - tenzij op grond van hoofdstuk 2 reeds afgeweken kan worden - bij een omgevingsvergunning afwijken van de planregels voor: a. afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%; b. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen ten hoogste 3 m bedragen en het bouwvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot. Er wordt niet afgeweken, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

16

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

Artikel 10 Overgangsrecht 10.1 Overgangsrecht bouwwerken Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt: 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan. 2. Het bevoegde gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 10.2 Overgangsrecht gebruik Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: 1. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; 2.

het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; 3. indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; 4. het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Bestemmingsplan "Overweerse polderdijk 4, 2022" (vastgesteld)

Artikel 11 Slotregel Deze regels worden aangehaald als Regels van het bestemmingsplan Overweerse polderdijk 4, 2022.

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11854702/1