E Beeldkwaliteitsplan Wagenweggebied d d 28 sept 2018
Tekst van het document
Beeldkwaliteitsplan
WAGEN W EGGEBIED
De reeds gerealiseerde eerste fase van het Wagenweggebied conform het oude SPVE 2
Beeldkwaliteitsplan Wagenweggebied
Inhoudsopgave 1. Inleiding
5
2. De ambitie
7
3. Het gebied
9
4. Specifieke uitgangspunten
13
5. Algemene uitgangspunten
19
6. Hoogtes
21
Beeldkwaliteitsplan Wagenweggebied
3
Kooimanpark
Wage
nweg
Primaire plangrens
here
eg
De W
Bur
g. K
ooim
anw
Binnenstad
Secundaire plangrens 4
Beeldkwaliteitsplan Wagenweggebied
hoofdstuk 1
Inleiding Het Wagenweggebied is een herontwikkelingsgebied van circa 15 ha groot dat tussen de
Net als het ambitiedocument vormt het beeldkwaliteitsplan geen strenge blauwdruk die
binnenstad en de woonwijk Overwhere ligt.
letterlijk verwoord hoe iets moet worden ontworpen. Het document is vooral ter inspiratie
Het Wagenweggebied is gescheiden van de binnenstad door het riviertje De Where.
en geeft aan waarop gelet wordt bij de beoordeling.
De unieke ligging nabij de binnenstad, uitvalswegen, openbaar vervoervoorzieningen, aan
Het biedt ruimte en de mogelijkheid om de dialoog met elkaar aan te gaan. In het proces is
water en groen maakt het mogelijk een stedelijk woon- en werkmilieu te faciliteren. De
het dan ook van belang dat de gemeente en de gemeentelijke adviescommissie vanaf idee
bijzondere ligging biedt kansen voor een gevarieerde buurt met een divers karakter en
tot definitief ontwerp meedenkt en in gesprek blijft met de initiatiefnemer over de
bijzondere sfeer. Voor dit gebied is een ambitiedocument vastgesteld waarin de wens tot
gewenste kwaliteit.
transformatie van een gemengd bedrijventerrein naar een stadse woon- en werkbuurt dan ook is uitgesproken. De grondeigendommen zijn versnipperd, sommige locaties lenen zich voor een transformatie op korte termijn en sommige meer op lange termijn. Dat betekent dat het gebied in stapjes wordt getransformeerd. Het ambitiedocument is dan ook geen blauwdruk, maar een visie op hoofdlijnen. Hierin zijn kaders en randvoorwaarden omschreven waarbinnen een ontwikkeling kan plaats vinden en waar nog ruimte is voor creativiteit en eigen interpretatie van de ontwikkelende partijen. Het ambitiedocument ademt een hoge ambitie uit, ook als het gaat om beeldkwaliteit en uit van een organische transformatie. Dit vraagt ook om beeldregie. De nu (nog) geldende welstandscriteria voor het Wagenweggebied zijn op basis van het stedenbouwkundig programma van eisen uit 2006 en zijn daarmee achterhaald. Daarom is voorliggend beeldkwaliteitsplan opgesteld dat op ..... door de Raad is vastgesteld. Het vervangt daarmee de geldende welstanscriteria. Het beeldkwaliteitsplan zal bij de beoordeling van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen als toetsinstrument worden gebruikt.
Pagina links: De huidige situatie
Beeldkwaliteitsplan Wagenweggebied
5
6
Beeldkwaliteitsplan Wagenweggebied
hoofdstuk 2
De ambitie De ambitie is om het gebied te herontwikkelen tot een buurt waar voornamelijk gewoond
Het moet een buurt worden waar het prettig wonen en verblijven is, met nieuwe
wordt in een stedelijke setting in combinatie met andere functies. De ligging nabij het
woonvormen, waar wonen en werken samen gaan, duurzaam, energiebewust,
centrum, de treinstations en aan het Kooimanpark biedt mogelijkheden om van het gebied
klimaatbestendig en een schaal die recht doet aan deze locatie.
een bijzondere plek te maken. De ruimtelijk opzet van het gebied is gericht op het optimaal integreren van het Wagenweggebied in haar omgeving, zowel ruimtelijk, als landschappelijk en programmatisch. De hoofdopzet van het Wagenweggebied is gebaseerd op de bestaande structuren en eigendomssituaties. Dat maakt een transformatie beter mogelijk. De plekken die ontstaan zijn de bouwvelden waarbinnen de ontwikkelingen plaatsvinden. De ruimtes tussen de bouwvelden is het netwerk van straten, voetpaden en groen. De Wagenweg is hierin de centrale as. Het Wagenweggebied manifesteert zich straks als een stadse woonbuurt. De ligging nabij de binnenstad, het station en het park legitimeren een gemengde buurt met hogere bebouwingsdichtheid dan gemiddeld in Purmerend. De hogere dichtheid wordt bijvoorbeeld bereikt door hogere hoogtes, vernieuwende woonconcepten en dubbel grondgebruik. Ondanks een hogere dichtheid krijgt de buurt ook een groene uitstraling met ruimte voor bredere groenstroken, fijnmazige stadsstraten, ontmoetingsplekken, pleintjes en goede verbindingen met het park. Het Wagenweggebied wordt een type stadswijk geïnspireerd op de eind 19e eeuwse buurten, maar met een eigentijdse interpretatie.
Waar de 19e eeuwse buurten zich kenmerken door eenzijdige woningen in gesloten bouwblokken en private binnentuinen wordt in het Wagenweggebied gestreefd naar bouwblokken waar je doorheen kunt dwalen, waar meerdere doelgroepen en functies een plek krijgen, waar ruimte is voor ontmoeten en voor bijzondere architectuur.
Pagina links: Voorbeeldinvulling
Beeldkwaliteitsplan Wagenweggebied
7
Westelijk plandeel Middelste plandeel Oostelijk plandeel
8
Beeldkwaliteitsplan Wagenweggebied
De Bierkade Purmerend
hoofdstuk 3
Het gebied Kijkend naar het huidige gebied is er een duidelijke driedeling te onderscheiden.
In het middelste plandeel staan nu al veel woningen. Hier kan op worden voortborduurd.
Elk van deze gebieden heeft z’n specifieke kenmerken, potenties en bijzondere
De nadruk ligt hier dan ook op wonen voor diverse doelgroepen. Kleinschalige aanvullende
plekken. Samenhang hiertussen wordt gevonden in een aantal speciefieke ruimtelijke
functies zijn wenselijk voor een levendige stadsbuurt. De bebouwing is hier diverser
uitgangspunten, maar ook in de inrichting van de openbare ruimte.
en kleinschaliger dan in de andere plandelen. Hier is ruimte voor grondgebonden eengezinswoningen, afgewisseld met gestapelde woningen, beneden-bovenwoningen,
Ambitie oostelijk plandeel “Stevig en stoer”
maisonettes, en andere woningtypen. De uitdaging is om daar een balans in zien te vinden. De ligging aan het Kooimanpark en De Where zijn kansen voor een aangenaam woonmilieu
“Het creëren van een hoogwaardige woon- en werkomgeving, passend bij de aanwezige
die een bijdrage kunnen leveren aan een meer optimaal gebruik van het Kooimanpark en de
ruimtelijke kwaliteiten van het plandeel. Een plek waar ruimte is voor bedrijven in
Where.
combinatie met woningen, gebouwd in een hoge dichtheid met diverse voorzieningen van hoge kwaliteit op loopafstand.”
Ambitie westelijk plandeel “Stedelijk en contrastrijk”
Het oostelijk deel wordt omgeven door infrastructuur en om die reden is de bebouwing hier
“Het realiseren van een aantrekkelijk woon- en verblijfsgebied die een verbinding vormt
grootschaliger, robuuster en steviger dan in de andere plandelen en is er ruimte voor
tussen de binnenstad en het Wagenweggebied. Maar ook: het in stand houden en
grotere functies. Het gebied biedt ruimte voor dubbel grondgebruik in een hoge dichtheid.
verbeteren van de kwaliteit van de daar nu aanwezig voorzieningen en het verbeteren van
De bebouwing is groot van omvang, maar niet massaal van uiterlijk.
de uitstraling van de buitenruimte.”
Ambitie middelste plandeel “Divers en geborgen”
Het middelste plandeel en westelijk plandeel lopen in elkaar over. Een centraal plein vormt de verbinding tussen beide plandelen. Het westelijk plandeel grenst aan de binnenstad en
“Het realiseren van een dynamische en levendige stadsbuurt, een buurt waarin het wonen
ligt aan De Where en het Kooimanpark; belangrijke aanknopingspunten waar de bebouwing
centraal staat en waar kleinschalige bedrijvigheid, ontmoetingsplekken en een mooie
op kan reageren. De ligging nabij de binnenstad geeft bijvoorbeeld ruimte voor grotere
openbare ruimte, een positieve bijdrage levert aan de beleving van deze nieuwe stadse
functies in combinatie met wonen. Plekken aan De Where kunnen ingevuld worden met
buurt.”
solitaire objecten. De onbebouwde ruimtes zijn hier grootschaliger dan in het middelste plandeel, maar kennen toch een gevoel van intimiteit door de stevige bebouwing rondom, aangename gelaagdheid en levendige functies in de gevels.
Beeldkwaliteitsplan Wagenweggebied
9
Levendige en dynamische buurt
Oostelijk en westelijk plandeel; ruimte voor grotere functies in de plint
Middelste plandeel; stadse woonbuurt 10
Beeldkwaliteitsplan Wagenweggebied
De binnenterreinen als aangenaam verblijfsgebied
Overkoepelende identiteit is die van een stadse buurt
Hoge dichtheid; aangename gelaagdheid
Eigentijdse intepretatie van de klassieke eigenschappen zoals de gevelopbouw
Op sommige plekken ruimte voor losse gebouwen Beeldkwaliteitsplan Wagenweggebied
11
Weg (Burg. Kooimanweg, Hoornse laan)
Laan (Wagenweg)
Straat
Parkweg (Dopsloot)
Plein
Plek
Schematische weergave van de ruimtelijke typologieën in een voorbeeld planopzet 12
Beeldkwaliteitsplan Wagenweggebied
Schematische weergave van de verschillende korrelgroottes per ruimtelijke typologie
hoofdstuk 4
Specifieke uitgangspunten Gestreven wordt naar een buurt waarbij de bebouwing een duidelijke relatie met de straat en de omgeving aangaat. Bijvoorbeeld dat de bebouwingsmassa is afgestemd op de openbare ruimte waaraan het ligt. Met andere woorden: hoe breder en belangrijker de openbare ruimte, hoe hoger en grootschaliger de bebouwing kan zijn. Bijzonder van het Wagenweggebied is dat we nog niet weten hoe het gebied er straks uitziet. Sommige straten liggen vast, sommige ook niet. De positie en uiterlijk van een aantal straten wordt pas later duidelijk. Wel weten we dat het Wagenweggebied straks bestaat uit meerdere ruimtelijke typologieën zoals straten, lanen en pleinen. Elke ruimte heeft zijn eigen sfeer en ruimtelijke karakteristiek, waar de bebouwing op reageert. Deze kunnen alvast worden benoemd. Bij de verdere uitwerking van de plannen kan worden gekeken welke ruimtelijke typologie van toepassing is en welke specifieke uitgangspunten daarbij horen. Op de volgende pagina’s worden de ruimtelijke typologieën beschreven en de specifieke karkateristieken en uitgangspunten benoemd. Het kan zijn dat er een typologie ontbreekt. Het is dan aan de initiatiefnemer om deze te benoemen en de bebouwing hierop af te stemmen. De bewijslast ligt dus bij de initiatiefnemer. Naast de specifieke uitgangspunten zijn er ook algemene uitgangspunten die voor het hele gebied gelden.
Deze komen in hoofdstuk 5 aan de orde.
Beeldkwaliteitsplan Wagenweggebied
13
Weg
Overwegend vlakke gevels, verticale en horizontale banden
“Hoofdroute tussen wijken”
Terugliggende hoogteccenten zorgen voor menselijke schaal op het maaiveld
Onderbrekingen in de wanden brengen licht en lucht naar binnen
Laan
Statige bebouwing in het groen
“Straat met een breed profiel en groene uitstraling”
Ruimte voor groene voortuinen
Wegen zijn verkeersaders in de stad die de verschillende wijken met elkaar verbinden. De
Een laan is een belangrijke drager van de ruimtelijke hoofdstructuur en kenmerkt zich
wegen zijn vooral gericht op een soepele afwikkeling van het verkeer. De profielen zijn
meestal door een breed profiel en een groene uitstraling met bomen.
over het algemeen breed en het langzaam verkeer is gescheiden van het autoverkeer.
De bebouwing volgt en ondersteunt deze structuur en ligt dan ook grotendeels in een vaste rooilijn en heeft een statige uitstraling. Een verhoogde begane grond, hogere
Hier is de bebouwing grootschalig, robuust en stevig en er is ruimte voor grotere functies.
verdiepingshoogte van de begane grond en detaillering dragen hieraan bij.
De bebouwing biedt ruimte voor dubbel grondgebruik in een hoge dichtheid. Brede
14
profielen kunnen visueel worden versmald door een bebouwingswand die de weg
De bebouwing langs de lanen reageert op het brede profiel door bredere beukmaten en
begeleid. De basis van de bebouwing staat stevig op de grond, vanaf de verdiepingen kan
eventueel afwisseling daarin en bestaat uit een compacte hoofdmassa. Erkers en balkons
de wand kan onderbroken worden om zon, lucht en doorzichten het gebied in te
zijn duidelijk ondergeschikt en maken deel uit van de architectuur en het ritme van de
brengen.
gevelopeningen.
De bebouwing is groot van omvang, maar niet massaal van uiterlijk. De uitdaging is om
De bebouwing langs de lanen is hoofdzakelijk aaneengesloten. De straatwanden kunnen
met de inpassing van bijvoorbeeld grootschalige functies hier een balans in zien te
worden onderbroken door toegankelijke en doorwaardbare routes naar de achtererven
vinden. Hogere accenten en verspringingen in de gevels verminderen de massaliteit. Een
en binnnenterreinen. Bijzondere plekken lenen zich ook voor een markant solitair
diversiteit in beukmaten zorgt voor verscheidenheid.
gebouw.
De gevels aan de wegen zijn vaak vlak, grote uitkragende balkons en erkers zijn er niet. De
Groene voortuinen kunnen bijdragen aan het groene decor en brengen samenhang
balkons en erkers zijn bescheiden, zoals een frans balkon of bloemkozijn. Ze maken deel
tussen de openbare ruimte en de private tuinen. De voortuinen worden vaak
uit van de architectuur en het ritme van de gevelopeningen.
afgeschermd met groen of met een bescheiden stalen hekwerk.
Beeldkwaliteitsplan Wagenweggebied
Straat
Gevelwand reageert op de straat; ritme en herhaling
“Weg met aan weerszijden bebouwing”
Bebouwing in een vaste rooilijn; Erkers/ bloemkozijnen als kleine verspringingen verbijzondering
Parkweg
Ruimte voor solitair gebouw; groen vloeit om het gebouw
“Straat aan water of groen”
Ruimte voor grotere korrel
Bebouwing reageert op de omgeving
De straten zijn in hiërarchie ondergeschikt aan de lanen. Dat betekent dat bebouwing aan
Aan een parkweg ligt de bebouwing aan het water of aan een groengebied, zoals de
de laan altijd voor de straat gaat. De straten hebben een intieme uitstraling, waar de
Dopsloot. Hier is vaak de openbare ruimte weidser, waardoor de bebouwing qua maat en
verblijfsfunctie voorop staat. Het straatprofiel en de geleding en hoogte van bebouwing
schaal grootschaliger en expressiever kan zijn dan bijvoorbeeld aan de straten. Hier is
zijn ook hier met elkaar verbonden.
ruimte voor bredere beukmaten en hogere en statige bebouwing. De bebouwing langs een parkweg kan qua type en uitstraling afwijken van de rest van het gebied.
De bebouwing is hier kleinschaliger en ingetogener dan bijvoorbeeld aan een laan of weg. Hier is sprake van samenhang door de ritmische herhaling van massa’s, vormen en
De bebouwing kan zowel solitair zijn als een aaneengesloten rij. Solitaire bebouwing
gevel-karakteristieken en het specifieke architectuurbeeld. Alleen waar een verwijding in
wordt toegepast als doorzichten gewenst zijn. Solitaire bebouwing kan ook een los
de openbare ruimte is of aan het einde van een straat heeft de bebouwing vaak een wat
cluster zijn. Belangrijk voor de samenhang is herhaling en ritme. Daar waar ze staan in een
grotere schaal.
(groene) omgeving die eromheen vloeit zijn ze alzijdig vormgegeven.
De bebouwing aan de straten is grotendeels aaneengesloten en worden vaak
Bij aaneengesloten bebouwing kan de bebouwing individueel zijn vormgegeven.
onderbroken door toegankelijke en doorwaardbare routes naar de binnenterreinen. De
Belangrijk zijn dan de rechte voorgevelrooilijnen. Ze zorgen ervoor dat individueel
gevels liggen in een vaste rooilijn met hier en daar kleine verspringingen. Dit geeft een
vormgegeven gebouwen toch één geheel vormen.
gevarieerd gevelritme van schijnbaar kleinere panden, waarbij de dakliijst vaak doorloopt. Karakteristieke elementen langs een parkweg zijn vaak de erkers en balkons. Met uitzicht Grote voortuinen zijn er niet. Voordeuren, ramen en kleine geveltuintjes bepalen de sfeer
op het water en het groen dragen ze bij aan woongenot. Erkers en balkons zijn duidelijk
van de straat. Aan de straten zijn de balkons en erkers bescheiden, zoals een frans balkon
ondergeschikt en maken deel uit van de architectuur.
of bloemkozijn. Net als aan een laan kunnen groene voortuinen een bijdrage leveren aan het groene decor en brengen ze samenhang tussen de openbare ruimte en de private tuinen. Beeldkwaliteitsplan Wagenweggebied
15
Plein
“Verwijding open ruimte omkaderd door bebouwing”
Besloten, levendige functies op de begane grond
Extra hoge plint
Een verhoogde begane grond geeft een statige uitstraling
Plek
Alzijdig vormgegeven
“Bijzondere solitaire ruimte”
Sculpturaal en solitair gebouw
Solitair gebouw in een groene omgeving
Pleinen hebben een belangrijke (sociale) functie in het gebied. Het zijn plekken waar
Solitaire plekken zijn locaties bijvoorbeeld in het groen of omringd door infrastructuur.
mensen elkaar ontmoeten, waar kinderen spelen, maar ook waar kan worden geparkeerd.
Deze plekken manifesteren zich als het ware als een eiland.
Pleinen zijn er in allerlei soorten en maten, toch hebben ze een aantal gemeenschappelijke eigenschappen.
Op deze locaties is meer solitaire bebouwing goed voorstelbaar, bijvoorbeeld sculpturale objecten of een los cluster. Daar waar ze staan in een (groene) omgeving, die eromheen
Een plein is een ruimte omkaderd door bebouwing. Hogere bebouwing geeft het plein
vloeit , zijn ze alzijdig vormgegeven. Solitaire gebouwen kunnen qua vormgeving,
een intiemer gevoel (het maakt het plein visueel kleiner), lagere bebouwing maakt het
hoogte, uitstraling, kleuren en materialen afwijken van de rest van het gebied, mits ze zich
plein gevoelsmatig ruimer. Afhankelijk van de functie van het plein kan voor beide
voegen in de context
worden gekozen. Ook een stevige bomenrij kan als kader fungeren. Bij grotere volumes moet worden gezocht naar een intermediair tussen de schaal van De bebouwing is altijd georiënteerd op het plein en heeft vaak een statige uitstraling,
de objecten en de schaal van de mens. Hier kunnen hoogte- en gevelverspringingen,
door een verhoogde begane grond. Een verhoogde begane grond biedt ook flexibiliteit in
korrelgroottes, gevelindelingen en accenten een rol spelen
de invulling en geeft een aangename aanblik op ooghoogte; het zorgt voor leven aan de straat. Ook balkons en erkers zijn belangrijk voor het gevoel van geborgenheid en (sociale) veiligheid van een plein. De verblijfsfunctie van een plein krijgt een meerwaarde als de voorgevels van de gebouwen op de begane grond toegankelijk en transparant zijn en de begane grond is ingevuld met een levendige functie.
16
Beeldkwaliteitsplan Wagenweggebied
Binnentereinen
Zorgvuldig ontworpen achterkanten
Dwarsstraatjes en stegen vormen een aangenaamsecundair netwerk
“De achtertuin”
Intieme binnentuinen; onderdeel van de woonomgeving
Binnenterreinen hebben net als pleinen een belangrijke sociale functie. Ze manifesteren zich als aantrekkelijke verblijfsruimtes, waar bewoners elkaar kunnen ontmoeten en kinderen kunnen spelen. Het binnengebied is niet zozeer onttrokken aan het zicht als wel verscholen, soms vang je er een glimp van op. Het zijn plekken die je moet ontdekken en waar je door verrast wordt. De binnenterrein kunnen deel uit maken van een netwerk van dwarstraatjes en stegen. Ze leggen op het laagste schaalniveau verbinding met andere straten of plekken en kunnen zorgen voor een aangenaam dwaalmilieu. Dit geeft een gebied extra kwaliteit. Het parkeren is op een zorgvuldige manier inpandig opgelost en/of landschappelijk ingepast. Groen speelt hierin een belangrijke rol. Niet alleen voor de levendigheid en het woongenot, maar ook vanuit klimaatbestendigheid en duurzaamheid. Om de binnenterrein optimaal te laten functioneren is het belangrijk dat de aangrenzende gevels een representatieve uitstraling hebben en toegankelijk en transparant zijn. Entrees en verkeersruimten zoals galerijen zijn zorgvuldig vormgegeven en als zodanig goed herkenbaar, niet alleen overdag, maar ook ‘s avonds.
Beeldkwaliteitsplan Wagenweggebied
17
Situering en hoofdopzet
Hoekwoningen zijn overhoeks georiënteerd
Gevelindeling
De gevelopeningen zijn verticaal; ze staan rechtop
Galerijen zijn meer dan alleen De straatgevel staat in de Speciale aandacht gaat een verkeersruimte en met het rooilijn, Kleine verspringin- uit naar eindpunten van gen zijn mogelijk gebouw mee-ontworpen zichtlijnen
Hoofdmateriaal is metselwerk in rood/bruin/oranje Ander materiaal- en kleurgebruik Bijzonder metselwerk kunnen een ondersteunde rol spelen geeft reliëf en levendigtinten in de gelaagdheid van de gevel heid in de gevel
De gevelwand heeft een verticale geleding en een De gevels zijn overwegend klassieke opbouw van plint, middendeel en dak (lijst) vlak en kennen geen grote overstekken, luifels, etc
Groene geveltuinen zijn duurzaam en maken de straat aantrekkelijk
Erkers en balkons zijn een integraal onderdeel van de architectonische opzet 18
Materiaal- en kleurgebruik
Beeldkwaliteitsplan Wagenweggebied
Kleine verspringen helpen de gevel verticaal te geleden
Eventuele dakterrassen bevinden zich achter een verhoogde borstwering
Overige
De aanwezigheid van een parkeergarage is niet direct aan de gevel af te lezen
Groene daken zijn duurzaam en kunnen gebruikt worden als daktuin
Reclame in harmonie met en als ondergeschikt element in de gevel
Erfafscheidingen aan de openbare ruimte zijn mee-ontworpen
hoofdstuk 5
Algemene uitgangpsunten Naast de specfieke uitgangspunten zijn er ook algemene uitgangspunten die voor het hele gebied gelden en die bijdragen aan de samenhang tussen de verschillende initiatieven. Alle ruimtes tezamen maken het Wagenweggebied. Overkoepelend kenmerk is die van een
Eindpunten zichtlijnen
stadse buurt. De identiteit en karakteristiek van de bebouwing komt hieruit voort.
Het gebied bestaat straks uit een netwerk van straten. De straten zullen niet allemaal
De algemene uitgangsspunten zijn hierop gebaseerd.
doorlopen, ze verspringen ten opzichte van elkaar. Belangrijk voor de oriëntatie in
Afwijken mag, in overleg, mits het ontwerp zich voegt in het straatbeeld en er een gelijke
het gebied zijn de zichtlijnen. Zichtlijnen geven aanleiding voor een verbijzondering;
kwaliteit ontstaat. De bewijslast ligt bij degene die wil afwijken.
bijvoorbeeld door hoogte, architectuur, andere functie of een mooie boom. Bijvoorbeeld dat aan het einde van een weg een blikvanger van een gebouw staat, of dat er een accent in de gevel is aangebracht. Dit soort accenten maken het gebied leesbaar. Ze hebben vaak een aantrekkende werking. Ze pakken het oog van de voorbijganger; je wordt er als het ware naar toegezogen. Ook zijn zichtlijnen belangrijk in de verbinding van het Wagenweggebied met de omgeving.
Voorbeelden van verbijzonderingen bij eindpunten van zichtlijnen
Erker/ bloemkozijn
Hoogteaccent
Hogere begane grond
Andere kleur/ materiaalgebruik
Beeldkwaliteitsplan Wagenweggebied
19
20
Beeldkwaliteitsplan Wagenweggebied
hoofdstuk 6
Hoogtes Het gebied leent zich voor een hogere dichtheid dan gemiddeld in Purmerend. Daarom zijn er naast maximale bouwhoogtes ook minimale bouwhoogtes gesteld. De hoogtekaart op de pagina links komt uit het ambitiedocument. Bij de hoogtebepaling is gekeken naar de plek en is aansluiting gezocht op de omgeving en de ligging in de ruimtelijke typologie. De Wagenweg, Dopsloot en Burgemeester D. Kooimanweg zijn belangrijke dragers; daar is de bebouwing hoger. In de binnengebieden is de bebouwing lager. Het gebied rondom de Where/Hoornsebrug en de Where/spoorlijn zijn plekken die enerzijds de entree en rand van het gebied markeren, anderzijds zijn het knooppunten op stedelijk niveau. Hier is hogere bebouwing mogelijk. Evenals markante plekken aan het einde van zichtlijnen. Op sommige plekken zit een ruime bandbreedte tussen de minimale en maximale hoogte. Dit omdat de context van deze plek in de omgeving nog moet worden gedefineerd en om ruimte te bieden in de uitwerking. Bij de uitwerking van de plannen is het daarbijvan belang dat het ontwerp zich rekenschap geeft van de identiteit en de betekenis van de plek in de omgeving. Dit is in ogenschouw genomen vanuit zowel de schaal van de omgeving als geheel als vanuit het perspectief van de voorbijganger.
Beeldkwaliteitsplan Wagenweggebied
21
Colofon Titel
Beeldkwaliteitsplan Wagenweggebied
Datum
13 maart 2018
Auteur
Harm Jan Stalman
Contact
Gemeente Purmerend Purmersteenweg 42 1441 DM Purmerend Postbus 15 1440 AA Purmerend T 0299- 452 452 F 0299 -452 124 E info@purmerend.nl I www.purmerend.nl
Beeldkwaliteitsplan Wagenweggebied
23
24
Beeldkwaliteitsplan Wagenweggebied