D Uitvoeringsstrategie Een succesvolle proeftuin
Tekst van het document
14.500 euro 14.900 euro 5.000 euro
Variant: Intermaris kiest voor all electric (H7) Gemiddelde kosten per woning Aansluiten op stadsverwarming per woning Kosten all electric subsidie per woning
13.800 euro 18.900 euro 5.000 euro
Zoals in hoofdstuk 4 is aangegeven kunnen de bedragen om een woning aan te sluiten op stadsverwarming niet één op één vergeleken worden met de subsidie voor all electric. Voor de categorie all electric woningen weten we dat de eigenaren aanzienlijke aanvullende kosten zullen maken. Daarnaast weten we ook dat er aanvullende maatschappelijke kosten zijn, die buiten de scoop van het projectbudgetvallen. Zo zijn er Rijkssubsidies beschikbaar én zal Liander wellicht aanpassingen moeten doen aan het elektriciteitsnet.
28
9. Financiële oplossingsrichtingen, onzekerheden en risico’s Financiële oplossingsrichtingen Binnen de gestelde kaders kan een groot deel van de proeftuin worden uitgevoerd, maar zoals het er nu uitziet, kan niet alles. We verwachten dat de inspecties van woningen aantonen dat de kosten lager zullen uitvallen dan in de pilot en we verwachten ook dat we door het ‘leren door te realiseren’ de kosten gedurende de uitvoering verder kunnen beperken. Ondanks dat is de kans reëel dat niet alle woningen kunnen worden afgesloten van het aardgasnet. Dat roept de vraag op welke keuzes kunnen worden gemaakt om een sluitende business case te kunnen krijgen. 1. Subsidies vinden Gedurende de looptijd van de pilot zijn verschillende subsidies beschikbaar gekomen voor de uitvoering van de pilot (zie evaluatie). Als zich subsidiekansen voordoen, zullen we daar ook bij de uitvoering van de rest van de proeftuin op inspringen. Een belangrijke subsidiemogelijkheid lijkt de Subsidie Stimuleringsregeling Aardgasvrije Huurwoning (SAH). Deze subsidie kan door verhuurders (particulier en woningbouwcorporatie) worden aangevraagd voor de kosten die zij maken om panden aardgasvrij te maken. We gaan na of we met alle verhuurders in het resterende deel van de proeftuin afspraken kunnen maken over de aanvraag en inzet van deze middelen. Naast het corporatiebezit betreft dit ca 95 particuliere panden.
Omdat dit een subsidie voor de verhuurders is, er door de verhuurders in principe geen kosten worden gemaakt (want geen eigen bijdrage) en de beschikbaarheid van deze middelen nog alles behalve zeker is, is hiermee in het overzicht van de kosten en het projectbudget nog geen rekening gehouden. Daarnaast wordt opgemerkt, dat verhuurders – als zij voor all electric kiezen – significant meer kosten gaan maken dan het beschikbare subsidiebedrag. In dat geval zullen ze zelf de SAH gebruiken. 2. Bewoners/eigenaren een bijdrage vragen Het bestuurlijke uitgangspunt van deze uitvoeringsstrategie is dat bewoners / woningeigenaren geen bijdrage hoeven te betalen. De business case wordt sluitend als bij hetzelfde deelnamepercentage de bewoners een aansluitbijdrage betalen. Dit kent een wettelijk maximum van circa 4500 euro. Echter, we verwachten dat het vragen van een eigen bijdrage van bewoners een fors negatief effect heeft op het aantal deelnemers. Het al dan niet vragen van een eigen bijdrage is een voorwaarde die voor alle pandeigenaren gelijk moet zijn en niet per blok kan verschillen. Dit met uitzondering van de kookgaswoningen, omdat deze al op het warmtenet zijn aangesloten.
3. Kosten besparen We zullen permanent zoeken naar mogelijkheden om de kosten voor het aanpassen van de woningen verder te reduceren. Hierbij moet opgemerkt worden dat er geen grote klappers meer kunnen worden gemaakt. De gerealiseerde kosten uit de pilot bedroegen 5909 euro incl. BTW. Dit is voor de proeftuin significant teruggebracht naar 4463 euro incl. BTW voor een grondgebonden woning en 4003 euro incl. BTW voor een appartement. Dit zijn geraamde bedragen met een post onvoorzien van 15%.
29
Ook zullen we per blok kijken waar we kunnen besparen in aanpak en techniek bij de werkzaamheden in de straat.
4. Spelregels opstellen rondom de risico’s en posten onvoorzien. Zowel SVP als de gemeente hanteren onzekerheidsmarges en posten onvoorzien in hun kostencalculaties. Door de stapeling van posten onvoorzien, bestaat de kans dat we onszelf nodeloos arm rekenen. De komende maanden werken we nader uit hoe we met projectrisico’s omgaan.
5. Minder woningen aardgasvrij maken om binnen budget te blijven. Uit de kostenraming blijkt dat er een tekort is van 1,69 miljoen euro in de basisvariant en 1,24 miljoen in het geval dat Intermaris voor warmtepompen kiest. Hierbij moet worden opgemerkt dat er in het laatste geval nog aanzienlijke (maatschappelijke) kosten zullen worden gemaakt, die niet ten laste komen van het projectbudget. Zoals hierboven beschreven zullen we intensief zoeken naar financieringsmogelijkheden via bestaande of nieuwe subsidieregelingen. Als dat onvoldoende oplevert om het tekort te dekken, rest slechts de optie om de verdere uitvoering te stoppen. Anders gezegd: zodra het geld op is, stopt de verdere aanleg van het warmtenet en de aanpassing van de woningen. Op dit moment is niet aan te geven wanneer en waar dat precies zal zijn.
Onzekerheden en risico’s 1. Financiële risico’s De financiële risico zijn in deze fase van de proeftuin beperkt, omdat de gemeente op basis van de financiële ramingen in deze uitvoeringsstrategie nog geen juridische verplichtingen aangaat. De gemeente maakt deze afspraken met de partners op blokniveau, nadat onzekerheden zijn geminimaliseerd. Dat houdt concreet in: nadat per blok woningen zijn geïnspecteerd, het deelnamepercentage voor het warmtenet vastligt en de kosten en opbrengsten zijn doorgerekend. Op het moment dat het College op blokniveau een besluit neemt over de uitvoering is alleen nog onzeker hoeveel particulieren in het blok een all electric subsidie aan zullen vragen. Dit aantal is op basis van de ervaringen in de pilot echter beperkt en de subsidiekosten zullen relatief laag zijn. Het financiële risico is dus gering. Daarnaast is dit (beperkte) risico pas relevant bij het laatste blok dat wordt aangepakt. Bij de eerste blokken zal een onverwachte stormloop op subsidie alleen inhouden dat er minder budget overblijft voor de nog resterende blokken. Vanaf het moment dat het College een ‘blokbesluit’ heeft genomen, geldt dat uitvoeringsrisico’s ‘binnen de woningen’ voor rekening van het project zijn. De uitvoeringsmee- en tegenvallers bij de werkzaamheden in opdracht van SVP komen waarschijnlijk voor rekening van SVP.
Hierover maken wij de komende maanden definitieve afspraken, als we spelregels hebben, rondom de posten onvoorzien (zie punt 4 in vorige paragraaf). Omdat het uitgangspunt is dat we ‘stoppen als het geld op is’, is het financiële risico op het niveau van de gehele proeftuin beperkt. Om budgetoverschrijdingen te voorkomen, ligt het totaal aantal 30
woningen dat aardgasvrij wordt gemaakt dus nog open. Er ligt zelfs open bij welk blok de uitvoering stopt. Er zal een moment komen dat voordat een nieuw blok van start gaat (stap 0) helder is dat het resterende budget onvoldoende is of dat het nog onduidelijk is of het hele blok uitgevoerd kan worden. Op basis van de leerervaringen in de voorafgaande blokken moeten de partners dan beslissen hoe ze hier mee omgaan: stoppen, het blok verder opknippen, afspraken maken met bewoners op voorwaarde dat er voldoende budget is, een financieel risico accepteren, etc. Ook over dit blok zal het College een uitvoeringsbesluit moeten nemen, dat past binnen de financiële kaders van de Raad. Indien dit niet mogelijk is, wordt er een besluit aan de Raad voorgelegd. Tot slot wordt opgemerkt dat in de kostenramingen in hoofdstukken 6 en 7 is verwerkt dat het verwijderen van de aardgasaansluiting niet voor rekening van het project komt, maar door Liander wordt gesocialiseerd over al haar klanten via het vastrecht. Dit is echter nog afhankelijk van definitieve besluitvorming op nationaal niveau (zie H5). Als de besluitvorming onverhoopt niet rondkomt, komen deze kosten ten laste van het projectbudget en stijgen dus de uitvoeringskosten. Voordat het College verplichtingen aangaat met bewoners of de projectpartners is hier naar verwachting uitsluitsel over.
2. Planningsrisico’s In de laatste paragraaf van Hoofdstuk 3 staat dat de werkzaamheden in de straat op zijn vroegst in de zomer van 2021 beginnen. Dat betekent dat stap 0 tot en met 7 van de blokgerichte aanpak voor die tijd moeten zijn doorlopen. Er liggen nog een aantal uitwerkingsvraagstukken voor, die voordat we eigenaren / bewoners benaderen (stap 1 ) moeten worden uitgewerkt. 1. De Raad moet de uitvoeringsstrategie en de subsidiebeschikkingen vaststellen, zodat helder richting bewoners / eigenaren gecommuniceerd kan worden over de consequenties van aansluiting op het warmtenet, de all electric subsidie of op het gas aangesloten blijven. 2. Er moet worden uitgezocht onder welke voorwaarden verhuurders SAH-subsidie kunnen aanvragen bij het Rijk en hoe geborgd kan worden dat die subsidie beschikbaar komt voor het project. 3. Binnen de gemeente moet een projectadministratie worden opgezet, die past bij de omvang van de gehele proeftuin (zie hoofdstuk 5 van de evaluatie). Er is ook een aantal openstaande punten waar meer tijd voor is, maar die wel uitgewerkt moeten worden voordat we verplichtingen met bewoners-eigenaren aangaan (stap 7): 1. SVP, Liander, Gemeente Purmerend en het waterleidingbedrijf PWN moeten overeenstemming hebben over de werkzaamheden, die onder de grond moeten worden uitgevoerd. Dit is voor het blok Scheldestraat grotendeels klaar. 2.
Er moet worden bepaald hoe en door welke partij de werkzaamheden in de woningen worden gecoördineerd en op welke wijze aannemer(s) worden gecontracteerd. 3. Er moeten afspraken gemaakt worden over de posten onvoorzien bij de verschillende projectpartners. 4. Er moet een projectstructuur worden opgezet, die recht doet aan de positie van de verschillende projectpartners. De aard van de blokgerichte aanpak vereist dat de
31
samenwerking zich zowel moet richten op de uitvoering als op planvorming (zie leerpunt 10 in hoofdstuk 2). Als een van deze stappen niet tijdig klaar is, is het niet goed mogelijk om zomer 2021 te starten met de werkzaamheden. De werkzaamheden zullen dan later van start gaan (onder voorbehoud dat minimaal 85% van de eigenaren in het eerste blok daadwerkelijk deel wil nemen).
3. Uitvoerbaarheidsrisico’s Eén van de bestuurlijke uitgangspunten is dat stadsverwarming een collectieve voorziening is en dat aanleg van stadsverwarming gebonden is aan een voldoende hoog deelnamepercentage. Het is mogelijk dat in één of meerdere blokken onvoldoende belangstelling is bij eigenaren om over te stappen op stadsverwarming. In dat geval wordt er niet tot uitvoering overgegaan. Europese regelgeving op het gebied van staatssteun is bij dit project van kracht. Op dit moment wordt samen met het Rijk bekeken welk juridisch instrument ingezet kan worden, zodat Intermaris subsidie kan ontvangen voor de warmtepompen. Voor de overige verhuurders is dit niet relevant, omdat zij minder woningen in de proeftuin bezitten en daardoor minder subsidie aan zullen vragen dan het financiële plafond voor staatssteun.
32
Bijlage: Berekening van de kosten per woning In hoofdstuk 8 staan de kosten per woning weergegeven. In deze bijlage wordt verantwoord hoe deze kosten zijn berekend. Voor de volledigheid wordt hierbij opgemerkt dat dit alleen de kosten betreft die ten laste komen van het projectbudget. Voor de all electric woningen, zullen nog aanzienlijke (maatschappelijke) kosten worden gemaakt, die niet ten laste komen van het projectbudget.
Woningen in de basisvariant Om uit te rekenen wat de kosten per woning / pand zijn, moet gekeken worden naar de totale projectkosten. De kookgaswoningen in de proeftuin zijn al op stadsverwarming aangesloten, de kosten voor deze woningen laten we dus buiten beschouwing. Wel houden we rekening met kosten die de gemeente maakt (zie hoofdstuk 5). Intermaris bezit het overgrote deel van de kookgaswoningen en haalt deze zelfstandig van het aardgas af. Daarom zijn de kosten voor de gemeentelijke inzet van inhuurkrachten en voor coördinatiewerkzaamheden volledig toe te delen naar de overige panden, die in het kader van de proeftuin worden aangesloten op stadsverwarming. Totale kosten 8.459.000 euro Kookgaswoningen 936.000 euro Communicatie, coördinatie en projectmanagement bij gemeente + 1.380.000 euro ------------------------- + 8.903.000 euro Er worden 592 woningen5 aangesloten op stadsverwarming en 20 panden krijgen een all electric oplossing. Het totaal aantal panden is 612. De totale kosten per woning bedragen daarmee afgerond: 14.500 euro. Bij deze basisvariant geldt dat voor een woning, die op stadsverwarming wordt aangesloten gemiddeld 14.900 euro wordt uitgegeven.
Dit bedrag is berekend door de kosten van de all electric subsidie (100.000 euro) van de totale kosten af te trekken en te delen door het aantal woningen dat op stadsverwarming wordt aangesloten (8.903.000 -100.000)/592 = 14.870 euro). Vanuit het projectbudget wordt 5000 euro uitgegeven aan een woning waarvoor de all electric subsidie wordt aangevraagd. De subsidieafhandeling is binnen de gemeente eenvoudig en wordt volledig door eigen ambtenaren af gewikkeld.
Woningen in variant ‘Intermaris kiest voor all electric subsidie’ Om uit te rekenen wat de kosten per woning / pand zijn, moet gekeken worden naar de totale projectkosten. De kookgaswoningen in de proeftuin zijn al op stadsverwarming aangesloten, de kosten voor deze woningen laten we dus buiten beschouwing. Wel houden we rekening met kosten die de gemeente maakt (zie hoofdstuk 5). Intermaris bezit het overgrote deel van de kookgaswoningen en haalt deze zelfstandig van het aardgas af. Daarom zijn de kosten voor de gemeentelijke inzet van inhuurkrachten en voor coördinatiewerkzaamheden volledig toe te delen naar de overige panden, die in het kader van de proeftuin worden aangesloten op stadsverwarming.
5
100% van corporatiewoningen en 85% van de particulieren.
33
Totale kosten 8.005.000 euro Kookgaswoningen 936.000 euro Communicatie, coördinatie en projectmanagement bij gemeente + 1.380.000 euro ------------------------- + 8.449.000 euro Er worden 387 woningen aangesloten op stadsverwarming en 225 panden krijgen een all electric oplossing. Het totaal aantal panden is 612. De totale kosten per woning bedragen daarmee afgerond: 13.800 euro. Aan een woning die op stadsverwarming wordt aangesloten, wordt gemiddeld 18.900 euro uitgegeven. De kosten om een woning aan te sluiten op stadsverwarming zijn in deze variant hoger dan in de basisvariant. Enerzijds komt dat doordat SVP heeft aangegeven dat de BAK hoger wordt, maar daarnaast zijn er ook kosten die over minder woningen worden omgeslagen als Intermaris kiest voor een warmtepomp. Dit betreft de volgende kostenposten: • De kosten voor de collectieve voorzieningen (regelstation en primaire leiding). • De post ‘overige kosten’ worden wel iets lager, omdat er minder afstemmingskosten zullen zijn tussen riool en stadsverwarming. Van het resterende bedrag op deze post zijn de kosten alleen toe te delen naar de woningen, die aangesloten worden op stadsverwarming. • De gemeentelijke kosten voor het benaderen van bewoners, de coördinatie van werkzaamheden in de woningen en het projectmanagement blijven ongeveer gelijk.
Intermaris is zowel in de basisvariant als in de variant waarin zij voor warmtepompen kiest zelf verantwoordelijk voor het contact met haar huurders en de uitvoering van de werkzaamheden aan haar woningen. De keuze van Intermaris heeft daarmee geen invloed op de gemeentelijke inhuur van mensen. Deze kosten maakt de gemeente alleen voor de woningen die op stadsverwarming worden aangesloten. De berekening van de kosten per woning wordt als volgt: Totale kosten 8.005.000 euro Kookgaswoningen 936.000 euro Subdisie all electric - 1.125.000 euro Communicatie, coördinatie en projectmanagement bij gemeente + 1.380.000 euro ------------------------- + 7.324.000 euro Er worden in deze variant 387 woningen aangesloten op stadsverwarming. De totale kosten per woning bedragen daarmee afgerond (7.324.000 / 387 = 18.925 euro) Vanuit het projectbudget wordt 5000 euro uitgegeven aan een woning waarvoor de all electric subsidie wordt aangevraagd.
34