CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

d-nota -van-beantwoording-zienswijzen

Gemeenteraad 26 september 2024, gemeente PurmerendBij agendapunt: Definitieve verklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunning Middenweg 22a5.927 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van beantwoording zienswijzen projectafwijking bestemmingsplan t.b.v. het gefaseerd uitbreiden van 2 bedrijfsruimten aan de Middenweg 22a te Noordbeemster

Inhoudsopgave 1. Inleiding ………..………………………………………………………………………………………………………………………3 2. Zienswijzen ……………………………………………………………………………………………………………………...……3 3. Inhoudelijke behandeling zienswijze reclamant 1………………………………………………………………………….4 4. Inhoudelijke behandeling zienswijze reclamant 2………………………………………………………………............9 5. Conclusie……………………………………………………………………………………………………………….…………….13

Pagina 2 van 13

1. Inleiding Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Purmerend heeft op 9 januari 2024 besloten om planologische medewerking te verlenen door middel van een projectafwijkingsbesluit ex artikel 2.12 lid 1 onder a, sub 3° van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: ‘Wabo) voor het vergroten van 2 bedrijfsruimten (loodsen) buiten het bouwvlak ten behoeve van de opstalcapaciteit van een agrarisch loonbedrijf op het perceel aan de Middenweg 22a te Noordbeemster. De raad heeft op 29 februari 2024, overeenkomstig het bepaalde in artikel 6.5 lid 1 Besluit omgevingsrecht (hierna: ‘Bor’), ten aanzien van dit bouwplan een ‘verklaring van geen bedenkingen’ afgegeven. Het ontwerpbesluit omgevingsvergunning tezamen met het ontwerp ‘verklaring van geen bedenkingen’ en bijbehorende stukken zijn ex paragraaf 3.3 Wabo jo° afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht (hierna: ‘Awb) in wettelijke procedure gebracht en ter inzage gelegd voor een periode van zes weken van 18 maart 2024 tot en met 29 april 2024. De kennisgeving van de terinzagelegging is op donderdag 14 maart 2024 gepubliceerd in het Gemeenteblad, het Nieuwsblad Purmerend en op de website van de gemeente Purmerend. Het ontwerpbesluit en bijbehorende stukken zijn digitaal beschikbaar gesteld via de landelijke voorziening op www.overheid.nl.

In de kennisgeving is aangegeven dat de ontwerpstukken op verzoek konden worden toegestuurd of worden ingezien op het stadhuis. Gedurende de periode van terinzagelegging is een ieder in de gelegenheid gesteld (schriftelijk of mondeling) zienswijzen omtrent het ontwerpbesluit naar voren te brengen. Hiermee is aan de wettelijke kennisgevings- en terinzageleggingsvereisten voldaan. Beschrijving project Op de locatie aan de Middenweg 22a te Noordbeemster wil aanvrager binnen de bestemming 'Agrarisch Hulpbedrijf' gefaseerd twee agrarische bedrijfsruimten uitbreiden met 900 m2. De uitbreiding is deels binnen het reeds aanwezige bouwvlak (550 m2) en deels buiten het bouwvlak (350 m2). Aanvrager ervaart door het grote machinepark gebrek aan inpandige stallingsruimte. Om redenen van bedrijfszekerheid, verlenging levensduur van en onderhoud aan voertuigen, als ook aanzien en inrichting van het erf, wenst aanvrager uit te breiden door twee bestaande dwars gekapte loodsen achter op het erf te verlengen, beide uitbreidingen van 25 x 18 meter. In de nieuwe situatie ontstaat een adequaat en op de toekomst gericht bedrijfs- en erfinrichting.

Met het ontwerpbesluit omgevingsvergunning wordt planologische medewerking verleend voor het uitbreiden van 2 bedrijfsruimten (loodsen) achter op het erf en deels buiten het bouwvlak, in afwijking van het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Beemster 2012 – partiële herziening 2021’. Uit de bij het ontwerpbesluit omgevingsvergunning behorende ruimtelijke onderbouwing blijkt dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

2. Zienswijzen Binnen de hiervoor genoemde openstaande zienswijzetermijn zijn twee reacties met zienswijzen tegen het ontwerpbesluit omgevingsvergunning ontvangen. De persoonsgegevens van de indieners (reclamanten) zijn in verband met de privacybescherming niet in deze nota opgenomen. De persoonsgegevens zijn bekend bij de griffie. De zienswijzen zijn ontvankelijk en inhoudelijk behandeld. De zienswijzen worden hieronder in verkorte vorm weergegeven en van een reactie voorzien. Ze zijn integraal in de overwegingen betrokken.

Pagina 3 van 13

3. Inhoudelijke behandeling zienswijzen reclamant 1 Een bewoner aan de Middenweg te Noordbeemster heeft een schriftelijke zienswijze ingediend. De zienswijze richt zich tegen het ontwerpbesluit omgevingsvergunning en betreft in verkorte vorm het volgende: 1. Reclamant stelt dat het bouwplan niet voldoet aan de eisen van artikel 5.3 van de partiele herziening 2021. Er wordt gebouwd buiten het bouwvlak, de bebouwingspercentages van het bouwvlak worden overschreden en de nok- en goothoogtes wijken af van het bestemmingsplan. Er is niet aangetoond dat binnen het bouwvlak onvoldoende ruimte is. In de partiele herziening 2021 is ruimte voor een groter bebouwingspercentage mits de kernkwaliteiten worden behouden of versterkt. Er wordt voorbij gegaan aan de kwaliteitskaders en afbreuk gedaan aan de kernkwaliteiten van de Beemster. 2. Reclamant stelt dat de ruimtelijke onderbouwing in het rapport van RHO Adviseurs onjuist is. In het rapport staat gemeld dat de noordzijde grenst aan een agrarisch perceel. Dit is niet correct, het perceel aan de noordzijde heeft een woonbestemming. Tevens is van een goede ruimtelijke ordening of landschappelijke inpassing al helemaal geen sprake. 3.

Reclamant stelt dat het alsnog uitbreiden van de bebouwing aan de noordzijde in strijd is met de antidubbeltelregel van artikel 3.2.4 Besluit Ruimtelijke Ordening (Bro) en zoals ook is vermeld in het vigerende bestemmingsplan. 4. Reclamant stelt dat het bouwplan afwijkt van vele punten uit het postzegelbestemmingsplan van Middenweg 22a uit 2015 en bijbehorende documenten die daarop betrekking hebben. In 2015 heeft Middenweg 22a op verzoek van dezelfde initiatiefnemer een eigen postzegelbestemmingsplan verkregen. Hierbij zijn bewuste keuzes gemaakt in bouwvlak vorm en gedeeltes op het terrein waar wel en waar niet meer gebouwd mocht worden. Bij het huidige bouwplan worden de noodzakelijk geachte veranderingen uit 2013/14/15 teruggedraaid. Dat betekent dus een aantasting van de kernkwaliteit “Des Beemsters" en doet afbreuk aan alle standpunten vermeld in het postzegelbestemmingsplan in 2015. 5. Reclamant stelt dat het bouwplan afwijkt van afspraken uit 2013 om een strook van 14 meter langs de noordgrens uit het bouwvlak te halen en de zeer bewust gekozen vorm van het bouwvlak. Op de strook van 14 meter aan de noordzijde, welke bij de vorming van het postzegelbestemmingsplan bewust uit het bouwvlak is gehaald, wordt nu bebouwing geprojecteerd. Voor omwonende, maar ook voor de initiatiefnemer zelf belemmert de huidig voorziene activiteit het uitzicht.

In de ruimtelijke onderbouwing van RHO Adviseurs wordt rekening gehouden met de afstand tot de kopergravure sloot, maar het niet aantasten van de kernkwaliteit openheid wordt op geen enkele wijze onderbouwd. 6. Reclamant stelt dat het bouwplan afwijkt van het gemeentelijke beleid dat een agrarisch-hulpbedrijf een kleinere bebouwingsbehoefte heeft dan een volwaardig agrarisch bedrijf. De gewenste bebouwingsoppervlakte zowel procentueel van het bouwvlak als in m2 van het agrarisch hulpbedrijf van de initiatiefnemer is vele malen groter dan van vele volwaardige agrarische bedrijven uit de omgeving. 7. Reclamant stelt dat het bouwplan afwijkt van het document Prachtlandschap Noord-Holland en Leidraad Landschap & Cultuurhistorie ensemble Schermer-Beemster van de provincie Noord-Holland uit 2018 en Beemster erven is WereldERFgoed. 8. Reclamant stelt dat het bouwplan een toename van activiteiten zal teweegbrengen hetgeen geluidsoverlast met zich mee zal brengen.

Pagina 4 van 13

9. Reclamant stelt dat de participatie met de omwonende onjuist is verlopen.

Reactie op zienswijze reclamant 1 1. Afwijkingsmogelijkheden in vigerend bestemmingsplan Zoals reclamant juist stelt biedt het vigerende bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 – Partiële herziening 2021 een mogelijkheid om de gewenste afwijkingen toe te staan. De afwijkende nok- en goothoogte vallen bijvoorbeeld onder de afwijkingsmogelijkheid vermeld in artikel 34.1 van het bestemmingsplan. En met artikel 5.3 van het bestemmingsplan kan het college van B&W een omgevingsvergunning verlenen voor het bouwen buiten bouwvlak. Er gelden een aantal voorwaarden waaronder van deze afwijkingsbevoegdheid gebruik gemaakt kan worden. Een belangrijke voorwaarde is dat het bouwen plaatsvindt binnen een denkbeeldige rechthoek van ten hoogste 2 ha. Er is sprake van een langgerekt erf met een rechthoekig bouwperceel. De uitbreiding is gelegen binnen de denkbeeldige rechthoek en de oppervlakte van de planlocatie blijft, inclusief de uitbreiding, ruim onder de 2 hectare en er worden geen m.e.r.-plichtige activiteiten mogelijk gemaakt. Met de ruimtelijke onderbouwing en het advies van de Stichting Agrarische Beoordelingscommissie d.d. 8 juni 2022 is aangetoond dat er binnen het bestaande bouwvlak onvoldoende ruimte is voor de beoogde en benodigde uitbreiding.

Belangrijke reden voor de uitbreiding op de huidige locatie is dat voldoende goothoogte noodzakelijk is gezien de hoogte van de hedendaagse machines. De goothoogte van de achterste twee schuren is hiervoor voldoende. De voorste schuren zijn qua goothoogte naar huidige maatstaven te laag, daarom is uitbreiding hier binnen het overgebleven gedeelte van het bouwvlak niet mogelijk. Alleen aan de noord- en noordwestzijde van de schuren is er ruimte op het erf om uit te breiden. Naast de schuren (noorden) betreft het een loze plek en achter op het erf (noordwesten) is er al opslag. Qua logistiek is het niet handig deze opslag te verplaatsen naar de voorgenomen plek van de uitbreiding. Achter op het erf is er namelijk meer manoeuvreerruimte, terwijl naast de schuren die manoeuvreerruimte er niet is. Binnen het huidige bouwvlak is er bij de achterste schuren onvoldoende ruimte om de benodigde uitbreiding te realiseren. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt is het bouwplan gewenst vanwege de goede landschappelijke / stedenbouwkundige inpassing. In beginsel wordt enkel bedrijfsbebouwing op het erf toegestaan met de nokrichting haaks op de weg, ter waarborging van de openheid van het landschap en mogelijke inpassing van potentiële uitbreidingsmogelijkheden in de toekomst.

Echter, omdat in de huidige situatie reeds de bestaande bedrijfsbebouwing (deels) de nokrichting parallel aan de weg heeft staan, en aan deze bewuste bebouwing de uitbreiding zal plaatsvinden, wordt het vanuit stedenbouw wenselijk geacht om de nokrichting hier door te trekken. Omdat de goot- en nokhoogte, evenals de dakhelling, evenredig wordt doorgetrokken ten opzichte van de bestaande situatie, ontstaat een volwaardig geheel, welke passend wordt geacht binnen het cluster. Ten slotte doet het initiatief geen afbreuk aan de cultuurhistorische en landschappelijke waarden en het tast de kernkwaliteiten van het werelderfgoed droogmakerij De Beemster niet aan. De afstand tussen de bebouwing en de aanwezige kopergravuresloot dient minimaal 7,2 meter te zijn. Deze afstand wordt in dit plan gewaarborgd door het toestaan van de uitbreiding van maximaal 18 meter diep. Kopergravuresloten zijn van significant belang voor de cultuurhistorische waarde van de Beemster en het werelderfgoed. Deze wordt met de minimale afstand zo optimaal mogelijk beschermd en zichtbaar gehouden. Voorts is een kernkwaliteit de grote openheid van het landschap. Ten behoeve hiervan dienen open zichtlijnen zoveel mogelijk behouden te blijven. De bedrijfswoning voor op het erf staat in de huidige situatie niet in lijn met de bedrijfsbebouwing. De uitbreiding van de schuren is daarom beoogd recht

Pagina 5 van 13

achter de bestaande bedrijfswoning. Hierdoor wordt het doorzicht naar het achtergelegen landschap niet belemmerd en blijft de aanwezige openheid behouden. Het bouwplan voldoet niet aan de in het bestemmingsplan vermelde voorwaarde dat sprake moet zijn van een grondgebonden agrarisch bedrijf of van een niet-grondgebonden (intensief) veehouderijbedrijf dat moet uitbreiden in verband met wettelijke eisen op het gebied van milieu en/of dierenwelzijn en/of gezondheid. Hierdoor is de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid niet mogelijk en is planologische medewerking aan het initiatief alleen mogelijk door middel van een projectafwijkingsbesluit ex artikel 2.12 lid 1 onder a, sub 3° Wabo. Dit is mogelijk indien wordt aangetoond dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Met de ruimtelijke onderbouwing en de hierbij behorende onderzoeken is aangetoond dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. 2. Ruimtelijke onderbouwing onjuist Anders dan reclamant stelt wordt de ruimtelijke onderbouwing van RHO Adviseurs adequaat geacht. Het plangebied en specifiek de locatie van de uitbreiding grenst aan de noordzijde aan een agrarisch perceel. Vóór dit agrarische perceel is een woonperceel met woning aanwezig. Met deze woning is rekening gehouden bij bijvoorbeeld het onderzoek naar het aspect bedrijven en milieuzonering.

Reclamant heeft niet nader onderbouwd waarom geen sprake is van een goede ruimtelijke ordening of een goede landschappelijke inpassing. Uit diverse onderzoeken die ten grondslag liggen aan de ruimtelijke onderbouwing blijkt juist dat geen sprake is van strijd met een goede ruimtelijke ordening. Alle onderzoeken en conclusies zijn positief beoordeeld door verschillende vakdisciplines van de gemeente Purmerend en door de Omgevingsdienst IJmond alsmede de vooroverlegpartners zoals de Provincie Noord-Holland, het HHNK en de VrZW. Voorts heeft de gemeentelijke stedenbouwkundig adviseur geoordeeld dat met het bouwplan sprake is van een goede landschappelijke inpassing en heeft de provincie aangegeven akkoord te zijn. Voor de nadere onderbouwing hiervan wordt verwezen naar het antwoord gegeven onder 1. hierboven. 3. Anti-dubbeltelregel Reclamant stelt dat sprake is van strijd met de anti-dubbeltelregel maar een onderbouwing waarom hiervan sprake is, ontbreekt. Het is daarom niet duidelijk waarop enige dubbeltelling zou zien en of sprake is van strijd met artikel 3.2.4 Besluit ruimtelijke ordening. 4. Afwijking van bestemmingsplan NL.IMRO.0370.2014Middenweg 22a-VA01 Reclamant stelt dat het bouwplan afwijkt van vele punten uit het postzegelbestemmingsplan van Middenweg 22a uit 2015 en bijbehorende documenten die daarop betrekking hebben maar een onderbouwing hiervan ontbreekt.

Het is daarom niet duidelijk welke afwijkingen reclamant bedoelt. Het bestemmingsplan NL.IMRO.0370.2014Middenweg 22a-VA01 vastgesteld op 30 juni 2015 is verwerkt in het vigerende bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 – partiële herziening 2021. Dit volgt uit bijlage 3 (Overzicht van verwerkte plannen en vergunningen) bij de toelichting op het bestemmingsplan. Dit betekent dat voor de toets of het initiatief past binnen het bestemmingsplan gekeken dient te worden naar het vigerende bestemmingsplan. Zoals in de toelichting op het bestemmingsplan wordt aangegeven, is het plan geen Haarlemmerolie. Het is enerzijds niet zo dat geen enkele afwijking meer mogelijk is en anderzijds zal niet ieder verzoek om gemeentelijke medewerking vanuit dit bestemmingsplan kunnen worden gefaciliteerd. Er kunnen nog steeds zgn. buitenplanse procedures worden gevoerd indien een initiatief niet binnen de kaders van het plan past. In het vigerende bestemmingsplan wordt daarnaast meer flexibiliteit geboden voor het bouwen buiten het bouwvlak. Indien een bouwvlak zoals in onderhavig geval behoorlijk smal is of net niet de ruimte biedt die wenselijk of noodzakelijk is voor de bedrijfsactiviteiten, is het dus mogelijk om te verzoeken om een

Pagina 6 van 13

omgevingsvergunning voor de realisatie van een bouwplan buiten het bouwvlak. Dit betekent echter niet, zoals door reclamant wordt gesteld, dat met de huidige omgevingsvergunning veranderingen uit het verleden worden teruggedraaid. Ook wordt het bouwvlak zelf of het bestemmingsplan niet gewijzigd en een andere vergunning dan destijds werd beoogd betekent niet automatisch een aantasting van de kernkwaliteiten. Een verzoek om te bouwen buiten het bouwvlak en buiten de kaders van het bestemmingsplan is dus een mogelijkheid, maar vraagt wel om een zorgvuldige beoordeling. Gelet op de ruimtelijke onderbouwing met bijbehorende onderzoeken waaruit volgt dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening en geen aantasting van de kernkwaliteiten, de positieve beoordelingen met de conclusies door de verschillende vakdisciplines van de gemeente, de beoordeling van de stedenbouwkundige dat sprake is van een goede landschappelijke inpassing en het akkoord van de vooroverlegpartners, kan worden vastgesteld dat sprake is van een zorgvuldige beoordeling van de aanvraag. 5. Bouwen buiten strook van 14 meter Voor de gewenste uitbreiding is onderzocht wat de beste locatie is op het perceel. Daarbij is rekening gehouden met de bedrijfseconomische aspecten, ligging en inpassing binnen het bouwvlak en de aanwezige bebouwing alsmede de aanwezige kwaliteiten in het plangebied.

Het bouwplan is inderdaad deels beoogd buiten het bouwvlak en binnen de door reclamant genoemde 14 meter strook. Dit komt omdat het stedenbouwkundig wenselijk wordt geacht om de nokrichting van de bestaande bedrijfsbebouwing door te trekken binnen deze 14 meter grens. Verder naar achterliggende bebouwing zou namelijk in het open landschap detoneren. Doordat de goot- en nokhoogte evenals de dakhelling van de bestaande bebouwing, evenredig wordt doorgetrokken ten opzichte van de bestaande situatie, ontstaat een volwaardig geheel, welke passend wordt geacht binnen het cluster. Voorts wordt binnen deze 14 meter strook wel de verplichte afstand van minimaal 7,2 meter tussen de bebouwing en de aanwezige kopergravuresloot gewaarborgd zodat deze sloot zo optimaal wordt beschermd en zichtbaar gehouden. In de ruimtelijke onderbouwing is daarbij wel degelijk onderbouwd dat van een aantasting van de openheid van het landschap geen sprake is. Zo is beschreven dat de bedrijfswoning, aanwezig voor op het erf, in de huidige situatie niet in lijn staat met de bedrijfsbebouwing. De beoogde uitbreiding van de schuren is recht achter deze bedrijfswoning waardoor het doorzicht naar het achtergelegen landschap niet extra belemmerd wordt en de overige aanwezige openheid ongewijzigd blijft.

Voor wat betreft de opmerking van reclamant omtrent de belemmering van het uitzicht wordt opgemerkt dat in de bestaande omgeving niet zoiets bestaat als het recht op behoud van het bestaande uitzicht en het recht op de afwezigheid van naastgelegen of tegenoverliggende bebouwing. Reclamant heeft thans ook reeds zicht op de bedrijfsgebouwen van de planlocatie. Echter, ook met de uitbreiding van deze bedrijfsgebouwen zal reclamant vanuit zijn woning nog steeds uitzicht hebben naar de achtergelegen agrarische percelen en het open landschap. 6. Agrarisch-hulpbedrijf heeft behoefte aan kleinere bebouwing dan volwaardig agrarisch bedrijf Reclamant stelt dat het bouwplan afwijkt van het gemeentelijke beleid dat een agrarisch-hulpbedrijf een kleinere bebouwing behoefte heeft dan een volwaardig agrarisch bedrijf en dat de gewenste bebouwingsoppervlakte van het agrarisch hulpbedrijf van de initiatiefnemer vele malen groter dan van vele volwaardige agrarische bedrijven uit de omgeving. Dit standpunt heeft reclamant niet nader onderbouwd. De gedachtegang dat een agrarisch-hulpbedrijf mogelijk een kleinere bebouwingsbehoefte heeft dan een volwaardig agrarisch bedrijf betekent niet dat er voor een agrarisch-hulpbedrijf geen mogelijkheid bestaat bedrijfsbebouwing uit te breiden indien dit noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering. Het vigerende

Pagina 7 van 13

bestemmingsplan geeft voor zowel de agrarische hulpbedrijven als ook voor de agrarische bedrijven dezelfde maximale bebouwingmogelijkheid van 2 ha, onder dezelfde voorwaarden. Voor de afwijkingsmogelijkheid om te bouwen buiten het bouwvlak stelt het bestemmingsplan als één van de voorwaarden dat moet worden aangetoond dat er binnen het bestaande bouwvlak onvoldoende ruimte is. Zoals vermeld bij het antwoord op reactie 1. hierboven heeft de Stichting Agrarisch Beoordelingscommissie beoordeeld dat er binnen het bestaande bouwvlak onvoldoende ruimte is voor de beoogde uitbreiding en ook dat het gelet op de bedrijfsvoering van het agrarisch hulpbedrijf noodzakelijk is om de uitbreiding te realiseren voor de gewenste voertuigenopslag. De ondernemer ervaart, door het grote machinepark voor de verschillende agrarische werkzaamheden, gebrek aan inpandige stallingsruimte. De uitbreiding van de bedrijfsgebouwen wordt daarom noodzakelijk geacht om de uitbreiding van de voertuigenopslag te realiseren en alle machines binnen te kunnen stallen. Dit verlengt de levensduur en de bedrijfszekerheid ervan. 7. Bouwplan afwijkt van beleidsdocumenten Dit standpunt is niet onderbouwd door reclamant zodat niet duidelijk is welke afwijking door reclamant wordt bedoeld.

Uit de ruimtelijke onderbouwing volgt echter dat het bouwplan is getoetst aan gemeentelijk en provinciaal beleid zoals de gemeentelijke structuurvisie ‘Beemstermaat’ en ook specifiek de provinciale Leidraad Landschap & Cultuurhistorie ‘Prachtlandschap Noord-Holland’. Verder is via de welstandscommissie ook getoetst aan de zgn. ruimtelijke kwaliteitsnota. Het ruimtelijk kwaliteitskader voor het Beemster erf betreft een ervenstudie naar het Beemster erf, die als onderlegger heeft gediend voor het gemeentelijk ruimtelijk beleid. De ervennota is niet als beleid vastgesteld. De ervenstudie is formeel ook geen uitwerking van de kernkwaliteiten van het werelderfgoed. Het niet onverkort overnemen van de punten uit de ervenstudie levert geen lacune in de bescherming van de kernkwaliteiten verbonden aan de UNESCO-status op. Deze zijn zowel in Rijks-, provinciaal als gemeentelijke beleid goed geborgd en beschermd. De ervenstudie heeft in de structuurvisie, de nota omgevingskwaliteit en de partiële herziening (buitengebied) een vertaling gekregen. Tezamen gelden deze documenten als drie-eenheid het gemeentelijk ruimtelijk beleid. Uit de toetsing volgt dat de verschillende beleidsregels geen belemmering zijn voor de beoogde ontwikkeling. Voorts heeft zowel de welstandscommissie als de provincie het bouwplan goedgekeurd. 8.

Bouwplan brengt toename geluidsoverlast Het standpunt van reclamant dat het bouwplan een toename van activiteiten zal teweegbrengen hetgeen geluidsoverlast met zich mee zal brengen, is niet juist. Zoals ook in de ruimtelijke onderbouwing is vermeld, gaat de uitbreiding van het bedrijfsgebouw niet gepaard met een uitbreiding van de bedrijfsactiviteiten en ook niet tot een stijging van het aantal werknemers. De uitbreiding is gewenst om materiaal en materieel voortaan binnen op te kunnen slaan. Met de uitbreiding van alleen het bedrijfsgebouw zullen de verkeersbewegingen op locatie niet toenemen. Voorts wordt voldaan aan de minimale richtafstand voor geluid. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 9. Participatie met omwonenden is onjuist verlopen Op 2 juni 2022 heeft de gemeenteraad van Purmerend de Nota Purmerendse Participatie (nota van uitgangspunten) vastgesteld. In deze nota maken we duidelijk hoe we naar participatie kijken en wat de uitgangspunten zijn. In de nota is aangegeven dat initiatiefnemers zelf mogen weten op welke manier zij belanghebbenden bij de aanvraag betrekken. Als gemeente stellen we geen extra vereisten aan hoe de participatie wordt georganiseerd: dat is aan de initiatiefnemer zelf.

Ook beoordelen we de vergunning niet op de manier waarop er geparticipeerd is, maar gebruiken we de resultaten wel om inzicht te krijgen in de belangen van omwonenden. De gemeente gebruikt de resultaten bij het opstellen van het besluit op de

Pagina 8 van 13

aanvraag. Participatie betekent overigens niet dat iedereen het eens hoeft te zijn met het plan. Het kan voorkomen dat omwonenden het oneens zijn met het plan, ook nadat de initiatiefnemer met hen heeft geparticipeerd. Het is belangrijk dat de initiatiefnemer laat zien hoe het participatieproces eruitzag en wat er met de resultaten is gebeurd. Het bouwplan van het perceel Middenweg 22a is een particulier initiatief. De gemeente heeft op deze locatie geen grondeigendom en heeft een faciliterende rol. Voor het bouwplan en de (onverplichte) participatie heeft initiatiefnemer ervoor gekozen fysieke gesprekken te voeren met 11 omwonenden en aan de hand van een formulier met tekeningen het bouwplan te bespreken. 10 van deze omwonenden hebben op het overhandigde formulier aangegeven geen bezwaar te hebben tegen het bouwplan. Alleen reclamant 1 heeft aangegeven hiertegen bezwaar te hebben. Bij de voorbereiding van het conceptbesluit bleek dat op het eerder overhandigde formulier voor de participatie alleen de uitbreiding van de achterste loods was ingetekend. Hierop heeft initiatiefnemer het betreffende formulier aangepast en ook de uitbreiding van de voorste loods ingetekend. Initiatiefnemer is hierna wederom langs alle omwonenden gegaan en dezelfde personen hebben wederom met een handtekening aangegeven geen bezwaar te hebben tegen het bouwplan.

Naar aanleiding van de participatie heeft initiatiefnemer alternatieven voor de bedrijfsuitbreiding onderzocht. Dit heeft niet geleid tot aanpassing van het plan. De keuze voor de uitbreiding in het verlengde van de huidige nokrichting is de meest logische keuze gelet op de bedrijfsvoering, erfinrichting en bestaande gebouwen. Gelet op het bovenstaande heeft initiatiefnemer participatie uitgevoerd en is inzichtelijk geworden of en hoeveel omwonenden wel/geen bezwaar hebben tegen het bouwplan. Voort heeft initiatiefnemer alternatieve mogelijkheden bekeken vanwege het bezwaar van reclamant. Op grond hiervan wordt geconcludeerd dat sprake is van een helder en juist uitgevoerd participatietraject. Conclusie zienswijze reclamant 1 Gelet op het vorenstaande is en blijft ons gemeentebestuur van mening dat de gewenste ontwikkeling ruimtelijk en planologisch inpasbaar is nu sprake is van een goede ruimtelijke ordening en een zorgvuldige afweging van alle belangen. De zienswijze van reclamant 1 leidt niet tot wijzigingen van het plan.

4. Inhoudelijke behandeling zienswijzen reclamant 2 Stichting Behoud Waterland heeft een schriftelijke zienswijze ingediend. De zienswijze richt zich tegen het ontwerpbesluit omgevingsvergunning en betreft in verkorte vorm het volgende: 10. De Stichting stelt dat de kernkwaliteit van het Werelderfgoed droogmakerij De Beemster die in onderhavig geval dreigt te worden aangetast, met name de zeer grote openheid is. De openheid is uitgewerkt in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 en in gemeentelijke beleid. Om de openheid te bewaken is in de Leidraad opgenomen: ‘Houd het zicht vanaf de wegen op het landschap in de kamers open. Houd bij lintbebouwing in het buitengebied een zichthoek van minimaal 75 graden aan.’ Het spreekt volgens de Stichting voor zich dat door de uitbreiding van de bebouwing op de planlocatie de openheid op die plek wordt aangetast. Het zicht vanaf de Middenweg op het landschap wordt immers aanzienlijk kleiner dan de in de Leidraad vereiste minimale zichthoek van 75 graden. 11. Voor de bescherming van de kernkwaliteiten zijn regels in het bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 – Partiële herziening opgenomen en bouwvlakken aangeduid op de afbeelding. De Stichting vindt grote loodsen in de Beemster onwenselijk wegens de aantasting van uniekheid van het

Pagina 9 van 13

gebied. De planwetgever ook volgens de Stichting, daarom is een afwijking van de bouwregels door een Agrarisch-Hulpbedrijf op grond van artikel 5.3 van het bestemmingsplan alleen mogelijk in het geval aan strikte voorwaarden wordt voldaan. Dat betekent dat niet zomaar van de regels moet worden afgeweken want er zal al snel sprake zijn van aantasting van kernkwaliteiten. 12. Op het moment dat de Beemster Werelderfgoed werd, was volgens de Stichting op het plangebied slechts 1.500 m2 bebouwd. De bebouwing werd in 2015 met de nieuwbouw van loodsen verhoogd naar 3.824 m2 op basis van een postzegelbestemmingsplan met wijziging van het bouwvlak. Hierbij is een strook van 14 meter langs de noordgrens over de gehele lengte uit het bouwvlak gehaald en gecompenseerd aan de westzijde. De vormverandering van het bouwvlak werd volgens de Stichting nodig geacht vanwege het borgen van de kernkwaliteit openheid en het houden van zicht op het kenmerkende landschap vanaf de Middenweg. Nu wil initiatiefnemer alsnog binnen deze 14 meter strook gaan bouwen. En vanwege de overschrijding van het toegestane bebouwingspercentage binnen het bouwvlak en van de dak- en goothoogtes kan aan verschillende voorwaarden van de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid van artikel 5.3 niet worden voldaan volgens de Stichting. 13.

De Stichting stelt dat voor de bouw van loodsen in 2015 het bouwvlak dusdanig is aangepast dat niet achter de woning kon worden gebouwd en verwijst hiervoor ook naar de toelichting op het toenmalige postzegelbestemmingsplan en een verslag van de ARO. Door de wijziging destijds van het bouwvlak ontstonden goede contactmogelijkheden met het landschap. De gronden kregen aan de noordzijde de bestemming agrarisch, niet te bebouwen. Door nu de gronden wel te bestemmen voor bebouwing komen de zichtlijnen op het landschap te vervallen. Dat betekent volgens de Stichting een aantasting van de kernkwaliteiten van De Beemster. 14. De Stichting verwijst naar de anti-dubbeltelregel van artikel 7 van het bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 – Reparatie Partiële Herziening 2021. De strook grond aan de noordzijde achter de woning heeft de bestemming agrarisch gekregen om niet te kunnen worden bebouwd. Daarom is bebouwing aan de westzijde toegestaan. Dat betekent dat de strook aan de noordzijde achter de woning nu niet alsnog kan worden bebouwd. 15. De Stichting stelt dat geen sprake is van een goede ruimtelijke onderbouwing omdat de aantasting van de openheid niet wordt gemotiveerd. Slecht wordt gemotiveerd dat rekening wordt gehouden met de minimale afstand tot de kopergravuresloot, maar dat ziet op de bescherming van sloten en niet op de borging van de kernkwaliteit openheid.

De Stichting concludeert verder dat sprake is van strijd met een goede ruimtelijke ordening en hierdoor de omgevingsvergunning niet kan worden verleend.

Reactie op zienswijze reclamant 2 10. Aantasting kernkwaliteit openheid door minimale zichthoek Uit de ruimtelijke onderbouwing volgt dat het bouwplan is getoetst aan artikel 6.59 van de provinciale Omgevingsverordening alsmede aan de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018. De ontwikkeling heeft alleen betrekking op het eigen perceel, hierdoor worden geen landschapsstructuren aangetast. Ter hoogte van de planlocatie wordt de zichthoek vanaf de Middenweg reeds bepaald door de bestaande woningen. De bedrijfswoning voor op het erf staat in de huidige situatie niet in lijn met de achterliggende bedrijfsbebouwing. Het bouwplan is beoogd recht achter en op een afstand van meer dan 65 meter van de achtergevel van de bestaande woning op de planlocatie. Hierdoor wordt het doorzicht naar het achtergelegen landschap niet belemmerd en verandert de aanwezige zichthoek vanaf de weg niet. Ook wordt het open landschap en de open zichtlijnen niet aangetast door het bouwplan maar blijven behouden.

Pagina 10 van 13

11. Aantasting kernkwaliteiten door afwijking van planregels Anders dan reclamant aangeeft, wordt in het vigerende bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 – partiële herziening 2021 in beginsel meer flexibiliteit geboden voor het bouwen buiten het bouwvlak. Indien een bouwvlak zoals in onderhavig geval behoorlijk smal is of net niet de ruimte biedt die wenselijk of noodzakelijk is voor de bedrijfsactiviteiten, is het mogelijk om te verzoeken om een omgevingsvergunning voor de realisatie van een bouwplan buiten het bouwvlak. Zoals in de toelichting op het bestemmingsplan wordt aangegeven, is het plan geen Haarlemmerolie. Het is enerzijds niet zo dat geen enkele afwijking meer mogelijk is en anderzijds zal niet ieder verzoek om gemeentelijke medewerking vanuit dit bestemmingsplan kunnen worden gefaciliteerd. Er kunnen nog steeds zgn. buitenplanse procedures worden gevoerd indien een initiatief niet binnen de kaders van het plan past. Anders dan reclamant stelt, betekent een hieruit voortvloeiende omgevingsvergunning niet automatisch dat sprake zal zijn van een aantasting van de kernkwaliteiten. Een verzoek om te bouwen buiten het bouwvlak en buiten de kaders van het bestemmingsplan is derhalve een mogelijkheid, maar vraagt wel om een zorgvuldige beoordeling. Zoals vermeld bij de reactie gegeven onder 1.

hierboven voldoet het bouwplan aan de meeste van de voorwaarden vermeld in artikel 5.3 van het bestemmingsplan. Niet wordt voldaan aan de voorwaarde dat sprake moet zijn van een grondgebonden agrarisch bedrijf of van een niet-grondgebonden (intensief) veehouderijbedrijf dat moet uitbreiden in verband met wettelijke eisen op het gebied van milieu en/of dierenwelzijn en/of -gezondheid. Hierdoor is de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid niet mogelijk en is planologische medewerking aan het initiatief alleen mogelijk door middel van een projectafwijkingsbesluit ex artikel 2.12 lid 1 onder a, sub 3° Wabo. Dit is mogelijk indien wordt aangetoond dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Met de ruimtelijke onderbouwing en de hierbij behorende onderzoeken is aangetoond dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening en geen aantasting van de kernkwaliteiten. 12. Bouwen binnen 14m strook en niet kunnen voldoen aan voorwaarden bestemmingsplan Voor de gewenste uitbreiding is onderzocht wat de beste locatie is op het perceel. Daarbij is rekening gehouden met de bedrijfseconomische aspecten, ligging en inpassing binnen het bouwvlak en de aanwezige bebouwing alsmede de aanwezige kwaliteiten in en rond het plangebied.

De keuze voor de uitbreiding in het verlengde van de huidige nokrichting en binnen de door reclamant genoemde 14 meterstrook is de meest logische keuze gelet op de erfinrichting en bestaande gebouwen en heeft de goedkeuring van de gemeentelijke stedenbouwkundig adviseur alsmede de provincie. Verder naar achterliggende bebouwing zou in het open landschap detoneren. Doordat de goot- en nokhoogte, evenals de dakhelling van de bestaande bebouwing, evenredig wordt doorgetrokken ten opzichte van de bestaande situatie, ontstaat een volwaardig geheel, welke passend wordt geacht binnen het cluster. Voorts wordt binnen deze 14 meter strook wel de verplichte afstand van minimaal 7,2 meter tussen de bebouwing en de aanwezige kopergravuresloot gewaarborgd zodat deze sloot zo optimaal wordt beschermd en zichtbaar gehouden. Ook is geen sprake van aantasting aan de openheid van het landschap. De uitbreiding van de schuren is, zoals hierboven aangegeven, beoogd recht achter de bedrijfswoning waardoor het doorzicht naar het achtergelegen landschap niet belemmerd wordt en de aanwezige openheid ongewijzigd blijft. Geoordeeld is dat sprake is van een goede landschappelijke / stedenbouwkundige inpassing. Voor de bespreking van de voorwaarden vermeld in artikel 5.3 van het vigerende bestemmingsplan wordt verwezen naar de beantwoording van reacties 1 en 11 hierboven. 13.

Aantasting van de kernkwaliteiten door vervallen van de zichtlijnen op het landschap In het bestemmingsplan Buitengebied 2012 had de planlocatie een bouwvlak dat aan de noord en zuidzijde bebouwing toeliet tot direct aan de kopergravuresloten. Dit zou de beleefbaarheid van de kopergravuresloten teniet doen als het doen vervallen van de zichtlijnen op het landschap. Met het postzegelbestemmingsplan NL.IMRO.0370.2014Middenweg 22a-VA01 is hierin verandering gebracht en

Pagina 11 van 13

heeft het perceel het huidige bouwvlak gekregen. Binnen dit bouwvlak is het overigens, anders dan reclamant aangeeft, nog steeds mogelijk om achter de woning te bouwen. Met de onderhavige omgevingsvergunning wordt de bestemming van de planlocatie niet gewijzigd. Wel wordt planologisch, onder andere, toegestaan dat buiten het bouwvlak gebouwd mag worden. Zoals bij de beantwoording van reacties 1, 10 en 12 hierboven is aangegeven, komen de zichtlijnen op het landschap door het bouwplan niet te vervallen en is er geen sprake van een aantasting van de kernkwaliteiten van droogmakerij De Beemster. 14. Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelregel vermeld in artikel 30 van het vigerende bestemmingsplan geeft aan dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing blijft. Deze anti-dubbeltelregel diende op grond van het Besluit ruimtelijke ordening worden opgenomen in de planvoorschriften om bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.

Zoals reclamant ook aanhaalt in de zienswijze, heeft het postzegelbestemmingsplan uit 2015 het wel mogelijk gemaakt om het bouwvlak op de planlocatie te veranderen maar niet meer of minder bebouwing op de planlocatie mogelijk gemaakt dan op basis van het bestemmingsplan Buitengebied 2012 al mogelijk was. Er is dus geen sprake van dat bij het verlenen van de onderhavige omgevingsvergunning grond is meegeteld die in 2015 al in aanmerking is genomen. De anti-dubbeltelregel is in casu dan ook niet van toepassing. Met onderhavige omgevingsvergunning wordt geregeld dat in afwijking van het bestemmingsplan meer bebouwing op de planlocatie is toegestaan. Om het nut van een anti-dubbeltelregel te verduidelijken, volgt hieronder een voorbeeld:

Op een bedrijventerrein wil de gemeente openheid behouden. Daarom regelt het bestemmingsplan dat maximaal 40% van het terrein mag worden bebouwd. Stel, bedrijf 1 koopt 200 m2 bedrijfsterrein van naastgelegen bedrijf 2. Bedrijf 1 kan deze 200 m2 extra terrein nu gebruiken bij het berekenen van de maximale oppervlakte bebouwing. Bedrijf 1 kan dus (200 x 40%) 80 m2 meer bouwen dan vóór de aankoop bij bedrijf 2. Mogelijk is echter dat bedrijf 2 al vóór genoemde verkoop 40% van zijn perceel had bebouwd. Door de verkoop zou het gekochte terrein dus 2 keer meetellen. Gevolg is dat meer dan 40% van het bedrijventerrein wordt bebouwd. Dit kan worden voorkomen door een anti-dubbeltelregel op te nemen. Bedrijf 1 mag de aangekochte 200 m2 dan niet meetellen bij de berekening van de bebouwingsoppervlakte. Bedrijf 2 heeft deze oppervlakte immers al benut.

15. Geen sprake van goede ruimtelijke onderbouwing en daarmee strijd met goede ruimtelijke ordening Anders dan reclamant aangeeft, wordt in de ruimtelijke onderbouwing het bouwplan getoetst aan de vigerende provinciale en gemeentelijke beleidsregels. Daarbij wordt gemotiveerd geconcludeerd dat van een aantasting van de openheid van het landschap geen sprake is. Uit diverse onderzoeken die ten grondslag liggen aan de ruimtelijke onderbouwing blijkt verder juist dat geen sprake is van aantasting van de kernkwaliteiten en ook geen strijd met een goede ruimtelijke ordening. Alle onderzoeken en conclusies zijn positief beoordeeld door verschillende vakdisciplines van de gemeente Purmerend en de Omgevingsdienst IJmond alsmede de vooroverlegpartners zoals de Provincie Noord-Holland, het HHNK en de VrZW. Voorts heeft de gemeentelijke stedenbouwkundig adviseur geoordeeld dat met het bouwplan sprake is van een goede landschappelijke inpassing. Hierdoor kan worden vastgesteld dat sprake is van een zorgvuldige beoordeling van de aanvraag en een goede ruimtelijke ordening en kan de omgevingsvergunning worden verleend.

Pagina 12 van 13

Conclusie zienswijze reclamant 2 Gelet op het vorenstaande is en blijft ons gemeentebestuur van mening dat de gewenste ontwikkeling ruimtelijk en planologisch inpasbaar is nu sprake is van een goede ruimtelijke ordening en een zorgvuldige afweging van alle belangen. De zienswijze van reclamant 2 leidt niet tot wijzigingen van het plan.

5. Conclusie Gelet op al het vorenstaande is de conclusie dat de voorgenomen ontwikkeling ruimtelijk en planologisch inpasbaar is, nu sprake is van een goede ruimtelijke ordening en een zorgvuldige afweging van alle belangen. Er zijn naar aanleiding van de ingediende zienswijzen geen zwaarwegende redenen gebleken op grond waarvan de omgevingsvergunning voor de projectafwijking bestemmingsplan t.b.v. het gefaseerd uitbreiden van 2 bedrijfsruimten aan de Middenweg 22a te Noordbeemster niet kan worden verleend.

Pagina 13 van 13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14371600/1