D MRA Verstedelijkingsconcept VERSIE 2
Tekst van het document
Op lange termijn moet het ecologische systeem zodanig
veerkrachtig te maken, zodanig dat het bestand is tegen
veerkrachtig en robuust zijn, dat de natuur tegen een
de jaarlijkse schommelingen die inherent zijn aan elk
stootje kan zonder direct aan waarde te verliezen.
ecosysteem. Ook in perioden van schaarste, door welke
Zo’n robuuste ecologische droge en natte structuur is
oorzaak dan ook, kan Nieuw Land omvangrijke populaties
een voorwaarde voor het herstel van de biodiversiteit.
trekvogels ontvangen – een belangrijke maatstaf voor dit
Natuur draagt bovendien bij aan de gezondheid en
deel van de MRA-natuur. Ook elders in de regio moeten
aantrekkelijkheid van de leefomgeving, en daarmee aan
nog verbindingen worden aangelegd of zijn ze kwetsbaar,
de leefkwaliteit van de MRA.
bijvoorbeeld op plekken waar ze grote infrastructuur kruisen.
Tot 2027 werken we aan de afronding van het Natuurnetwerk Nederland (het netwerk van onderling
De robuustheid en veerkracht van het Natuurnetwerk
verbonden natuurgebieden, waaronder de gebieden
Nederland wordt sterk beïnvloed door het
die vallen onder het Europese netwerk Natura 2000).
ruimtegebruik buiten het Natuurnetwerk zelf. Een
Dat legt de basis voor zo’n robuust en veerkrachtig
robuust ‘groengehalte’, reductie van emissies en
systeem. Op middellange en lange termijn verschuift het
een klimaatbestendige waterhuishouding buiten de
accent naar ‘natuurinclusief ontwikkelen’, met versterkte
natuurgebieden zijn ook van belang voor de kwaliteit
aandacht voor de biodiversiteit in de nabije omgeving, dus
van het Natuurnetwerk Nederland. De stikstofcrisis
niet alleen in natuurgebieden.
en de verdrogingsproblematiek zijn daar indringende
44
bewijzen van. Natuur kan een zuiverende werking
Verbindingen lopen over land en over water en vaak ook
zijn, hebben een belangrijke rol in het vergroten van de
hebben op lucht en water, maar lijdt ook onder lucht-
langs oevers en dijken.
biodiversiteit. Maar ook daarbuiten is een natuurinclusieve ontwikkeling gewenst, gericht op een vitaal platteland
en waterverontreiniging. Die invloed kan vooral consequenties hebben als een grote bron van emissies
De volgende groene zones op regionale schaal zijn in
en een vergroende bebouwde omgeving waarin
zich nabij een bestaand of gewenst natuurgebied bevindt.
beeld:
biodiversiteit als vanzelf verweven is. Natuurinclusiviteit
De kwaliteit van grond- en oppervlaktewater heeft
•
tussen de duinen en het Groene Hart (via PARK21
speelt in de volle breedte van de ruimtelijke ontwikkeling
eveneens invloed; de normen van de Kaderrichtlijn Water,
in Haarlemmermeer, de Westeinderplassen en de
en op alle schaalniveaus.
onder meer afgestemd op een vitale natuur, worden nog
Amstelscheg)
lang niet overal gehaald.
•
Het verbeteren van de ecologische kwaliteit buiten
•
het Natuurnetwerk Nederland (inclusief de Natura
•
tussen Spaarnwoude en de Zaanstreek (in combinatie
De beide nationale parken in de MRA, Nieuw Land
met waterbuffering, via het gebied van het Oer-IJ)
en Zuid-Kennemerland, kunnen verder in die richting
tussen de Zaanstreek en het IJmeer (via Waterland)
doorontwikkeld worden. In lijn met het programma
de Oostvaardersoevers als schakel tussen
Nationale Parken Nieuwe Stijl van het ministerie van LNV
2000-gebieden), maar wel ten behoeve van dat
de Oostvaardersplassen/Lepelaarplassen,
is in beide parken de ambitie om een ecologische en
Natuurnetwerk, is onderdeel van het nationale
IJmeer/Markermeer en Kustzone Lelystad (de
recreatieve bufferzone rond de Natura 2000-gebieden
Programma Natuur dat het Rijk en de provincies
kustontwikkeling aan het Markermeer is onderdeel
te realiseren. In Nieuw Land wordt een ecologisch-
uitwerken.
van het Toekomstbestendig Ecologisch Systeem
recreatieve ‘mantel’ rondom de natuurkernen ontwikkeld,
rond Markermeer en IJmeer, en maakt deel uit
met poortgebieden bij Lelystad en Almere, en in Zuid-
van de Natte As tussen de Noord-Hollandse
Kennemerland is het idee om de binnenduinrand
laagveengebieden, het Markermeer en randmeren,
en de strandvlakte aan het park toe te voegen. Een
en de laagveengebieden in Overijssel)
natuurinclusieve ontwikkeling in de directe omgeving van
de ecoverbindingen door het stedelijk gebied van
de natuurkern vergroot niet alleen de toegankelijkheid,
Almere
maar ook de robuustheid van het Nationaal Park, in Zuid-
groenblauwe dooradering van het landbouwgebied
Kennemerland bijvoorbeeld doordat de ecologische
van Flevoland en Noord-Holland.
potentie van het kwelwater beter wordt benut.
Groene zones Natuurverbindingen kunnen verschillende vormen aannemen, afhankelijk van de ecologische functie. Binnen het Natuurnetwerk Nederland zijn ecologische
•
verbindingen aangewezen met een heldere functie binnen dat netwerk. Die verbindingen worden aangevuld met nieuwe ‘groene zones’ op regionale schaal. In deze groene zones wordt de natuur geïntegreerd in de
•
landschappelijke verbindingen (paragraaf 2.6), en is
Natuurinclusieve ontwikkeling
Basiskwaliteit Natuur
menging met andere functies een uitgangspunt (zoals
Een logische natuurlijke structuur biedt de beste
In het Programma Natuur wordt het begrip ‘basiskwaliteit
landbouw, waterbuffering, klimaatadaptatie, gezondheid
basis om te komen tot een robuust natuurlijk systeem
natuur’ gehanteerd, als tweede spoor naast het
en recreatie). De landbouw kan hier een belangrijke rol
waarvan zowel het waterbeheer als de biodiversiteit
verbeteren van de ecologische kwaliteit ten behoeve van
in spelen door kringlopen te sluiten en om te schakelen
profiteren, en waar een positief effect van uitgaat op de
het Natuurnetwerk Nederland, maar wel daarbuiten. De
naar een natuurinclusieve bedrijfsvoering. Voorwaarde
gezondheid en leefkwaliteit in de metropoolregio. Het
Basiskwaliteit Natuur is een instrument om biodiversiteit
is dat er voldoende goede landbouwgrond beschikbaar
groenblauwe raamwerk van de MRA, de aaneengesloten
buiten natuurgebieden te versterken. Het is gericht op een
is voor deze transitie, waarbij er per productie-eenheid
landschapsstructuur, is het frame waarbinnen de andere
natuurinclusieve ruimtelijke inrichting bij verstedelijking,
meer grond nodig zal zijn. Natuurontwikkeling is ook een
ontwikkelingen plaats kunnen vinden. De te versterken
infrastructuur, industrie en de energietransitie, dus in de
krachtig middel om de landschapsbeleving te vergroten
landschappen en landschappelijke verbindingen buiten
gehele samenleving. Dat kan bijvoorbeeld betekenen
en daarmee de recreatieve kwaliteit te versterken.
het Natuurnetwerk Nederland die hier onderdeel van
dat al voorafgaand aan investeringen in woningbouw,
45
economische projecten of infrastructuur maatregelen genomen worden om het ecologische systeem te versterken, ook als de instandhouding van de ecologische kwaliteit in Natura 2000-gebieden daar niet toe verplicht.
Natuur in de stad Ook in de eigen woonomgeving moeten inwoners van de regio meer dan nu in aanraking kunnen komen met de natuur. De ambitie van een natuurinclusieve ontwikkeling heeft ook betrekking op stedelijk gebied. In 2019 heeft de minister van LNV de Tweede Kamer geïnformeerd over de wijze waarop zij het groen in de stad wil stimuleren1 . Groen in de stad dient vele doelen; naast ecologie met name klimaatadaptatie, waterbuffering, verkoeling, educatie en voedselvoorziening. Groen is essentieel voor een gezonde en leefbare omgeving die gezondheidsachterstanden helpt tegengaan. De opgave om de biodiversiteit in de stad te vergroten (bijvoorbeeld via groenstructuren in de stad, natuurinclusief bouwen en het stimuleren van inwoners en bedrijven om tuinen, balkons en daken te vergroenen) draagt bij aan een robuust en veerkrachtig ecologisch systeem. We werken toe naar een situatie waarbij de aandacht voor planten en dieren als vanzelfsprekend is ingebed in ieders leefomgeving en in de planning, het ontwerp, de ontwikkeling en het beheer van steden, dorpen en landschappen. De natuur loopt zo vanaf de achtertuin in de stad en het dorp naar de natuurgebieden door de hele MRA. Zo versterkt de natuur zich in alle haarvaten van de samenleving en kunnen inwoners profiteren van de gezondheidseffecten van een groene en biodiverse omgeving.
1 brief van de minister van LNV d.d. 5 september 2019, kenmerk DGNVLGNS / 19199558
46
Ecologisch systeem Ontwikkelrichting 2050
N N
schaal 1:100.000
schaal 1:100.000 0 5.000 0
10.000
5.000
15.000
20.000
10.000
15.000
20.000
47
3.3
Energie Een geïntegreerd hybride systeem met slimme clustering van energievragers
Het energiesysteem in de MRA staat voor een
De levering van energie moet geborgd zijn; ook
fundamentele vernieuwing. Duurzame energiebronnen
in periodes waarin wind en zon weinig opleveren.
zoals wind en zon zullen fossiele bronnen vervangen.
Zelfvoorzienend zal de MRA niet worden; daarvoor
Waar het stroomnet in het tijdperk van de fossiele energie
schiet de ruimte tekort. Transport, opslag en conversie
werd gevoed via een aantal centrales, is die voeding in
van stroom worden belangrijker. Waterstof biedt als
de toekomst afkomstig van een groot aantal plekken
energiedrager mogelijk een grootschalige oplossing. De
en gebieden: van windparken op zee en op land, van
noodzaak om toe te werken naar een andere opbouw
zonnevelden en via kleinschalige opwek. In centrales
van het energiesysteem heeft ruimtelijke consequenties,
neemt biomassa ten minste tijdelijk en voor een deel de
maar ook consequenties voor de governance. Rollen
plaats in van kolen en aardgas. Warmte zal als energiebron
van verschillende partijen (overheid, producenten,
een grotere rol gaan spelen. Dankzij lopende projecten
netbeheerders en energievragers) vloeien meer in elkaar
en investeringen zal het aanbod aan duurzame energie
over. Dat vraagt om betere samenwerking met de hele
de komende jaren geleidelijk toenemen. Daar staat
energieketen, in het bijzonder de netbeheerders.
tegenover dat twee elektriciteitscentrales zullen sluiten (Hemweg en Velsen).
Deze transitie vindt plaats in een periode waarin het gebruik van energie en in het bijzonder van elektriciteit
De diversificatie van energiebronnen vraagt om
blijft toenemen. Behalve door de groei van de bevolking
een andere opbouw van het energiesysteem. Dat
en de economie, komt dat onder meer door de opkomst
moet een geïntegreerd systeem zijn; het ontstaan of
van elektrische mobiliteit, het terugdringen van het
voortbestaan van parallelle systemen (zoals een gasnet
gasverbruik, het 5G-netwerk en het Internet of Things.
en een warmtenet) is niet wenselijk. In een hybride
Een toenemend aandeel van de stroombehoefte is
energiesysteem worden korte ketens gelegd tussen
afkomstig van datacenters. De groeiende vraag naar
leveranciers en afnemers van stroom en warmte. Het
elektriciteit stelt ons al op korte termijn voor opgaven.
onderscheid tussen beide vervaagt.
De aansluitplicht van netbeheerders leidt tot lastige dilemma’s en hoge investeringen.
48
Korte termijn (tot 2030)
Lange termijn (tot 2050)
Op korte termijn (tot 2030) doen zich al knelpunten
Op lange termijn moet de ombouw van het
waar capaciteit beschikbaar is in het net en op korte
in de energie-infrastructuur voor. In het nationale
energiesysteem als geheel gestalte krijgen. We werken
afstand van de opweklocaties voor duurzame energie
net liggen er knelpunten in het netwerk van 380 kV-
toe naar een geïntegreerd, hybride systeem: een systeem
(‘energy oriented development’), waardoor de
hoogspanningsleidingen. Voor de verbinding door
dat gebruik maakt van verschillende duurzame bronnen,
energie-infrastructuur een aanknopingspunt vormt
Flevoland is een capaciteitsuitbreiding in gang gezet.
dat kleinschalige energiewinning tot op buurtniveau
om nieuwe ontwikkelingen te faciliteren,
Momenteel wordt onderzocht in hoeverre een tweede
integreert en een stabiele energievoorziening
380 kV-leiding tussen het Noordzeekanaalgebied en
waarborgt. De komende jaren krijgt dat geïntegreerd,
het energienet, waarmee we de energieleverantie het
Noord-Nederland wenselijk of noodzakelijk is.
hybride energiesysteem van de toekomst verder
minst afhankelijk maken van een specifieke bron.
gestalte, in samenwerking met alle betrokken partijen
•
•
•
het concentreren van verstedelijking op locaties
het concentreren van verstedelijking bij knopen in
het concentreren van energievragers in
In het Noord-Hollandse deel van de MRA vraagt de
en in samenhang met keuzes die voor het nationale
zelfvoorzienende clusters: grote energievragers
verstedelijking tot 2030 om capaciteitsvergroting van
schaalniveau worden gemaakt. Dat zijn bijvoorbeeld
waar het energieaanbod groot is en kleinere
bijna alle onderstations. Op een aantal onderstations
keuzes over de capaciteit van de aanlandingspunten voor
energievragers waar het energieaanbod geringer is.
doet zich al voor 2025 een knelpunt voor, zoals in
windenergie afkomstig van de Noordzee, of over de inzet
Haarlemmermeer. Een taskforce van de provincie Noord-
op waterstof en warmte als energiemodaliteiten.
Holland en de netbeheerders adviseert over het oplossen van zulke knelpunten, in samenwerking met lokale
Aan de keuzes voor het energiesysteem op lange termijn
partijen. In het kader van de Verstedelijkingsstrategie
zijn ruimtelijke consequenties verbonden, niet alleen
is die taskforce gevraagd om aan te geven wat er nodig
vanwege het ruimtebeslag van de energie-infrastructuur
is om het voorziene programma tot 2030 (inclusief de
zelf, maar ook omdat het energiesysteem in toenemende
opwek van duurzame energie) te faciliteren zonder dat
mate sturend wordt in de keuze en inrichting van
het energiesysteem dwingt tot een prioriteitenstelling, en
stedelijke en economische ontwikkelingslocaties. De
of daar wellicht een aanpassing in de programma’s voor
huidige praktijk waarin het energiesysteem volgend is op
nodig is.
ruimtelijke ontwikkelingen, is op de lange termijn niet vol te houden. Met de keuzes voor de verstedelijking in de
In Flevoland zijn de voorbereidingen gestart voor nieuwe
MRA willen we daar voor zover mogelijk op anticiperen.
onderstations die de stedelijke groei en de toename in de
Daartoe brengen we de komende maanden in beeld
opwek van duurzame energie ondersteunen. Een nieuw
welke ruimtelijke mogelijkheden en consequenties
onderstation bij Almere met voldoende capaciteit kan
verbonden zijn aan drie scenario’s met wezenlijke keuzes
ook de vestiging van een vierde hyperconnectiviteitshub
over verstedelijking in relatie tot de opbouw van het net,
in de MRA voor datacenters faciliteren. Met die nieuwe
afgezet tegen een scenario dat uitgaat van ‘business as
onderstations en andere investeringsplannen van
usual’:
de netbeheerders zijn tot 2030 geen knelpunten te verwachten.
49
Energiesysteem
4 ontwikkelrichtingen 2050 - geïntegreerd hybride systeem met slimme clustering van energievragers
50
3.4
Mobiliteit Snel, veilig, comfortabel en betaalbaar van A naar B Door de groei van de metropoolregio zal ook de
en dat deze zich op loop- en fietsafstand bevinden van
mobiliteit in, van en naar de MRA toenemen. Die
een groot aantal bestaande woningen, werkplekken en
toenemende mobiliteit moet passen in het beeld van een
voorzieningen. Binnen en buiten de MRA blijft echter
duurzame metropoolregio met een hoge leefkwaliteit.
ook behoefte bestaan aan andere dan deze (hoog)
Economische centra moeten bereikbaar blijven, en
stedelijke woonmilieus, die minder goed zijn aangesloten
tegelijk mag de reisafstand tussen de woning aan de ene
op het regionale en landelijke OV-systeem. Ook de
kant, en de werkplek en voorzieningen aan de andere
gedragsverandering van bestaande bewoners en werkers
kant, niet te groot worden. Mobiliteit moet ook voor
in de MRA zal tijd kosten. Daarom zal de auto altijd een rol
iedereen toegankelijk en betaalbaar blijven. Met name
blijven spelen in het mobiliteitssysteem van de MRA.
onder praktisch geschoolden is betaalbaarheid een aandachtspunt.
Door de keuze voor een nadruk op binnenstedelijke ontwikkelingslocaties, kunnen we de bestaande
De Verstedelijkingsstrategie en de ontwikkeling van het
infrastructuur optimaal benutten. Dat neemt niet weg
mobiliteitssysteem moeten daarom in hun onderlinge
dat op die ontwikkelingslocaties zelf investeringen in
wisselwerking leiden tot een mobiliteitstransitie: een
infrastructuur nodig zijn; in stedelijke bereikbaarheid en
duurzame, gezonde en slimme mobiliteit, die het mensen
het regionale en nationale netwerk, soms substantieel in
gemakkelijk maakt om hun reis van deur tot deur te
omvang. Capaciteitsuitbreiding en versterking van onder
organiseren, op betaalbare wijze en beperkt afhankelijk
meer het stedelijke fietsnetwerk en openbaar vervoer
van een eigen auto. En ook het goederenvervoer moet
en het wegsysteem vragen om grote investeringen.
minder afhankelijk worden van de vrachtauto, met name
Mobiliteitsvoorzieningen moeten zich voegen in
in de stadsdistributie.
een openbare ruimte die ook als verblijfsomgeving aantrekkelijk is, klimaatadaptief en natuurinclusief. En
Verstedelijkingskeuzes zijn daarop geënt. De nadruk
de ontwikkelingslocaties zijn tegelijk overstappunten,
op binnenstedelijke ontwikkelingslocaties, met name
waar doorgaande reizigers snel en soepel hun aansluiting
multimodale knooppunten en stadsharten, zorgt ervoor
moeten kunnen vinden, hun fiets kunnen parkeren of voor
dat veel nieuwe (betaalbare) woningen, werkplekken en
de last mile een deelfiets, -scooter of –auto kunnen huren.
voorzieningen goed bereikbaar zijn per openbaar vervoer
51
De noodzakelijke mobiliteitstransitie binnen de MRA
de omliggende woon- en werkgebieden. Door de A5 en
arbeidsplaatsen), een kansrijke oplossing vormt om bij te
werkt door in de prioriteiten voor de regionale en
de A9 onderdeel te maken van de ring rond Amsterdam
dragen aan de hoofdopgaven van het programma SBaB
bovenregionale netwerken, maar ook in de stedelijke
verdeelt het verkeer zich evenwichtiger over het gehele
en aan de verstedelijkingsopgave in de Oostflank van de
bereikbaarheid. Auto’s zullen in de stedelijke centra de
wegennet van de MRA en hierdoor ontstaat restcapaciteit
MRA”.
openbare ruimte minder domineren dan nu; er komt
op het hoofdwegennet. In combinatie met maatregelen
meer ruimte voor voetgangers en fietsers. Ook op wijk- en
op de corridors en beleidsmatige ingrepen, wordt zo de
Deze prioriteiten zijn direct verbonden aan de prioriteiten
buurtniveau zijn hubs denkbaar, waar bewoners hun auto
zeer sterke groei van de mobiliteit opgevangen, worden
in de ruimtelijk-economische ontwikkeling en de
parkeren en gebruik kunnen maken van services zoals
nieuwe woon- en werklocaties ontsloten en wordt de
omvangrijke programma’s in de Oostflank en de ZWASH-
pakketdiensten, deelmobiliteit, oplaadpunten en snelle
verbetering van de landzijdige bereikbaarheid Schiphol
zone. Het meerkernige ontwikkelingsmodel voor
boodschappen.
mogelijk gemaakt. Ook wordt de leefkwaliteit in het
wonen en werken kan ook op andere verbindingen tot
binnenstedelijk gebied aanzienlijk vergroot.
de behoefte aan aanleg of versterking van HOV leiden.
Multimodaal Toekomstbeeld 2040
Om die reden hebben de Vervoerregio Amsterdam en
We benaderen het mobiliteitssysteem als één
Voor het openbaar vervoer gaat de aandacht in het
de provincie Noord-Holland, in samenwerking met de
samenhangend systeem van verschillende modaliteiten
onderzoek in de eerste plaats uit naar een stapsgewijze
regionale partners, een verdiepend onderzoek uitgevoerd
voor personen- en goederenvervoer: spoor en openbaar
schaalsprong in het regionale HOV-systeem in sterk
naar het HOV op de ZaanIJ-corridor1 . Zij trekken de
vervoer, weg, waterweg, fiets en lopen. Naast de
verstedelijkt gebied. Zo’n schaalsprong kan ruimte
conclusie dat op de ZaanIJ-corridor al op korte termijn
gewenste mobiliteitstransitie in de MRA moet ook de
vrijspelen op het (inter)nationale spoornetwerk en
een OV-systeemsprong nodig is. Het aantal reizigers stijgt
bereikbaarheid van en naar de MRA geborgd worden,
nieuwe ontwikkelgebieden ontsluiten. Over drie trajecten
als gevolg van de woningbouw in Amsterdam-Noord en
door te blijven investeren in de landelijke en internationale
hebben Rijk en regio afspraken gemaakt (zie bijlage 3).
Zaandam zo snel dat tussen 2026 en 2028 de capaciteit
netwerken voor OV en weg.
Eerste stap is het doortrekken van de Noord/Zuidlijn
en kwaliteit aan hun grens zitten. Een andere urgentie die
tussen Amsterdam-Zuid en Hoofddorp en het sluiten
regionale partijen zien, is capaciteitsuitbreiding van het
Rijk en regio werken in het programma Samen
van de Amsterdamse metroring tussen Isolatorweg en
HOV op het traject Haarlem-Schiphol.
Bouwen aan Bereikbaarheid (SBaB) aan de
Amsterdam Centraal. Beide zijn gerelateerd aan de
mobiliteitsvraagstukken die hieruit voortvloeien. De
economische groei en bevolkingsgroei in de ZWASH-
Naast deze hoofdkeuzes zijn er voor weg en openbaar
programmalijn Multimodaal Toekomstbeeld MRA
zone (Zuidwestkant Amsterdam-Schiphol-Hoofddorp).
vervoer ook opgaven op specifieke corridors, zoals
2040 zal een gedragen eindbeeld (2040) geven voor
Vooral via het doortrekken van de Noord/Zuidlijn ontstaat
Almere-Utrecht (weg, spoor) en de Gooicorridor, die met
de systeemkeuzes voor fiets, OV en weg geredeneerd
ruimte op het bestaande spoor. Die capaciteit kan
lokale maatregelen kunnen worden opgelost.
vanuit de interactie tussen de systemen vanuit de
gebruikt worden voor versterking van het (inter-)nationale
ketenbenadering (deur tot deur).
treinverkeer. Dat zet de positie van dit deel van de MRA
De (e-)fiets heeft een cruciale rol in het
als internationale entree kracht bij. Daarom is vanuit de
mobiliteitssysteem, mede in combinatie met HOV
Om het doorgaande wegverkeer door te laten stromen
Groeifondscommissie een reservering gemaakt voor deze
en binnenstedelijke ontwikkeling. De fiets leent zich
én de regio in staat te stellen verder te groeien wordt
lijn. Daarnaast hebben Rijk en regio de conclusie over de
uitstekend voor de ‘first & last mile’ in verplaatsingsketens.
een redesign van het ringwegensysteem onderzocht.
IJmeerlijn uit het MIRT-onderzoek Amsterdam Bay Area
Het fietsen en het lopen nemen een steeds groter
Hierbij kan de focus van delen van de binnenring (o.a.
onderschreven, namelijk dat “een lightrailverbinding
aandeel van de verplaatsingen binnen de MRA voor hun
A10 West) verschuiven naar het bestemmingsverkeer; dit
bij de in het onderzoek onderzochte programma’s voor
rekening. Dat heeft te maken met het groeiende aantal
draagt ook bij aan de leefkwaliteit in en ontwikkeling van
wonen en werken (ca. 100.000 woningen en 40.000
mensen dat in stedelijk gebied woont, maatregelen om 1
conform de afspraak in BO-MIRT november 2019
52
binnensteden autoluw te maken en de opkomst van de elektrische fiets. Ook de gemiddelde afstand die per fiets wordt afgelegd, neemt toe: de fiets is inmiddels een reëel alternatief voor veel verplaatsingen tot 15 kilometer. Naar verwachting zal de fiets ook op regionale verbindingen een grotere rol gaan innemen. We spelen op die ontwikkeling in met investeringen in de fietsinfrastructuur, waaronder voorzieningen voor fietsparkeren, vaste oeververbindingen voor de fiets, de aanleg van doorfietsroutes op regionale verbindingen (utilitair en recreatief) en gedragsbeïnvloeding. Doorfietsroutes zijn veilige, comfortabele, aantrekkelijke en snelle fietsroutes, met weinig stops, een goede doorstroming en aandacht voor de omgeving.
53
Mobiliteitssysteem Ontwikkelrichting 2050
N N
schaal 1:100.000
schaal 1:100.000 0 5.000 0
10.000
5.000
15.000
20.000
10.000
15.000
20.000
54
4. Integraal te ontwikkelen gebieden 55
Integraal te ontwikkelen gebieden
Alle ambities in deze Verstedelijkingsstrategie moeten
‘Noordzeekanaalgebied en Zuid-Kennemerland’. In de
uiteindelijk landen in de bestaande landschappen,
uitwerking van de deelgebieden rond Amsterdam komt
steden en economische centra van de MRA. In een
daarnaast de sterke relatie met de kernstad Amsterdam
metropoolregio waarvan de kracht schuilt in de
tot uiting. Voor elk van deze ‘integraal te ontwikkelen
diversiteit en menselijke maat, leiden gezamenlijke
gebieden’ zijn de meest urgente opgaven beschreven,
ambities per gebiedsdeel tot verschillende accenten.
ook in hun relatie met gebieden buiten de MRA.
Op het schaalniveau van ruimtelijk en functioneel samenhangende deelgebieden worden de consequenties
In twee deelgebieden doen zich keuzesituaties voor:
en de samenhang van keuzes het beste zichtbaar. Keuzes
meerdere opgaven die in het gebied samenkomen, maar
voor de ruimtelijke systemen (water, ecologie, energie en
niet dezelfde richting op wijzen. Dat is het geval rond
mobiliteit) en voor wonen, economie en landschap vallen
het Noordzeekanaalgebied en in de Zuidflank, rond
in hun ruimtelijke context. De impact op het sociaal-
Schiphol. Deze keuzesituaties zijn in de betreffende
maatschappelijke evenwicht en de landschappelijke
gebiedsparagrafen afzonderlijk beschreven.
waarden wordt scherp. En daarmee ook de kansen op synergie én de potentiële dilemma’s.
De opgaven en keuzesituaties vragen op onderdelen gezamenlijke inzet van Rijk en regio, en op onderdelen
We maken onderscheid tussen zes deelgebieden. Deze
inzet op regionaal niveau. Iedere gebiedsparagraaf mondt
komen globaal overeen met de deelregio’s van de MRA,
uit in een lijst met opgaven waarover afspraken tussen
maar niet helemaal. Vanwege de sterke samenhang zijn
Rijk en regio, en tussen de MRA-partijen onderling,
IJmond, Zuid-Kennemerland met andere gebieden langs
wenselijk zijn. In veel gevallen kan de uitwerking van de
het Noordzeekanaal samengevoegd in een deelgebied
afspraken plaatsvinden binnen de context van lopende programma’s.
56
4.1
Noordzeekanaalgebied en ZuidKennemerland
Leefkwaliteit in de kennis- en energiehotspot Gebiedskarakteristiek IJmond en Zuid-Kennemerland vormen samen de kustregio van de MRA, met Zandvoort als een van Nederlands grootste badplaatsen en de IJmond als nautische toegangspoort van de regio. Er bestaat een grote samenhang met Haarlemmermeer, tezamen de ‘Westflank’ van de MRA. De combinatie van kust, landschap, cultureel erfgoed en het hoogwaardige woonmilieu kenmerken de ruimtelijke structuur. Het deelgebied biedt de MRA een uniek en aantrekkelijk vestigingsklimaat met ruime mogelijkheden voor recreatie, dankzij de ligging aan de Noordzee en met de historische stad Haarlem, de ruige duinnatuur met een Nationaal Park, landgoederen in de binnenduinrand, de Stelling van Amsterdam, het Oer-IJ en het recreatiegebied Spaarnwoude. Er is een grote verscheidenheid aan woonkwaliteiten aanwezig: van stedelijk tot dorps wonen, van betaalbaar tot duur. Om de druk op de woningmarkt te verlichten, levert Haarlem een grote bijdrage aan de woningbouwproductie in de MRA. Bij de binnenstedelijke verdichting wordt nieuw elan gecombineerd met aandacht voor kwaliteit, zodat het authentieke karakter van de regio behouden blijft. De IJmond is de nautische toegangspoort tot de Metropoolregio Amsterdam. De economische ruggengraat van de IJmond wordt gevormd door het Noordzeekanaal, de zeehaven en Tata Steel.
IJmond is de Techport van de MRA: het centrum van productie, ontwikkeling, onderwijs en innovatie in de maakindustrie. Onder de noemer Techport werken meer dan zestig scholen, bedrijven en overheden samen aan de toekomst van de maak- en
onderhoudsindustrie. Tegelijk is de IJmond de ‘groene stekker’ van de MRA vanwege de windparken op zee, en heeft het een sleutelpositie als het gaat om bouw en onderhoud van offshore wind. Daarnaast kent de deelregio een sterke logistieke sector, een regionaal georiënteerde zorgsector (Rode Kruis Ziekenhuis en Heliomare), innovatieve tuinbouw en dienstverlening. De economie in Zuid-Kennemerland wordt gekenmerkt door een groot aandeel zakelijke dienstverlening, (semi-)overheidsorganisaties (provincie, rechtbank, Hogeschool InHolland en zorg), detailhandel en een sterke creatieve en digitale sector. Onderscheidend zijn culturele voorzieningen als het Frans Hals Museum, de Hallen Haarlem en Teylers Museum, het horecaaanbod en de positie van Haarlem als een van de beste winkelsteden van Nederland. Recent valt in de Haarlemse regio de dynamiek op van start-ups en scale-ups op het gebied van circulaire economie, gezondheid en toegepaste innovatie, die zich graag in deze attractieve en kapitaalkrachtige regio vestigen. De ontwikkeling van het C-district in Waarderpolder Haarlem Business Park (met een Smart Industry Fieldlab voor de bouw) en de komst van academisch onderwijs en een MKB-innovatiehub in de Koepel zijn daar voorbeelden van. De badplaatsen en de natuur aan de kust vormen een trekpleister voor een groeiende, toeristische bezoekersstroom.
Rond het Noordzeekanaalgebied doet zich een complexe keuzesituatie voor. Verder zijn in dit deelgebied opgaven aan de orde rond bereikbaarheid en de woonwerkbalans, en rond recreatieve en landschappelijke verbindingen.
57
Keuzesituatie Noordzeekanaalgebied
In het Noordzeekanaalgebied doet zich een concentratie van ruimteclaims voor. Over
op het bestaande bedrijfsareaal. Twee locaties buiten het Noordzeekanaalgebied
de omvang van die ruimteclaims en het moment waarop ze zich voordoen, bestaat
kunnen worden onderzocht op de vraag of ze in een deel van deze behoefte
nog veel onzekerheid. Duidelijk is al wel dat er keuzes noodzakelijk zijn over hoe de
kunnen voorzien: de Baanstee (Purmerend – Edam/Volendam), en buiten de MRA
ruimte in de toekomst kan worden benut, en waar wel of niet ruimtelijke reserveringen
Boekelermeer (Alkmaar). Aansluitend op deze opties kan gedacht worden aan extra
voor gemaakt moeten worden.
terrein ten westen van Zaanstad in een deel van de Wijkermeerpolder.
Verbonden aan de functie als havencomplex zijn de volgende (mogelijke)
Verbonden aan de functie van het open landschap zijn de volgende (mogelijke)
ruimteclaims aan de orde:
ruimteclaims aan de orde:
Circulaire economie: met name installaties voor opslag en bewerking van te
Werelderfgoed: Een deel van het open landschap (globaal het westelijke deel van
hergebruiken materialen met hun milieucirkels. Transities als deze kennen geen
het Oer-IJ) is onderdeel van de Stelling van Amsterdam. Dit militair-historische
lineair verloop, waardoor onduidelijk is of hiervoor in de toekomst significante
landschap staat op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Deze zomer wordt die status
additionele ruimte nodig is. In de overgangsperiode naar een circulaire economie
herbevestigd indien Unesco besluit om het verzoek tot uitbreiding met de Nieuwe
houden we rekening met de mogelijkheid van een tijdelijk extra ruimtebeslag, waarin
Hollandse Waterlinie te honoreren.
voorzieningen zowel voor de ‘oude’ als de circulaire economie nodig zijn. Uitwijk naar Lelystad kan een optie zijn voor bedrijven die niet gebonden zijn aan korte
Waterbuffering: Het Oer-IJ is een zoekgebied voor tijdelijke waterbuffering ten
ketenrelaties binnen het Noordzeekanaalgebied en niet diep geworteld zijn in het
behoeve van een klimaatadaptieve en waterrobuuste regio. Daarnaast is het
NZKG.
Noordzeekanaal zelf zoekgebied voor waterberging. Hiervoor zal dan het waterpeil moeten worden opgezet. Deze buffercapaciteit is nodig om overstromingen te
Duurzame energie: de Havennota 2020-2030 van het Rijk zet in op een sterke
voorkomen in periodes dat extreme neerslag niet of maar beperkt kan worden
offshore windhaven, een (inter)nationale waterstofhub, CO2 als grondstof, schone
afgevoerd naar zee, het Markermeer-IJmeer of de Lek. Alternatieven zijn onzeker. Ze
brandstoffen met sterke focus op ontwikkeling van synthetische kerosine op basis
zouden gevonden kunnen worden op locaties bovenstrooms, in de vorm van extra
van groene waterstof en groene CO2 en (rest)warmte. Omvang en aard van het
afvoer in Markermeer-IJmeer en/of via peilverhoging van het Amsterdam-Rijnkanaal
ruimtebeslag (inclusief milieuzones) is sterk afhankelijk van keuzes over het nationale
– mogelijk alle drie als de bufferingscapaciteit in het Oer-IJ zwaar tekort schiet, maar
energiesysteem, zoals de aanlanding van op zee opgewekte windenergie en de inzet
elk van deze oplossingen kent eigen bezwaren en belemmeringen.
van waterstof. Als niet gekozen wordt voor extra aanlandingscapaciteit in de IJmond, kunnen extra 380 kV-hoogspanningsleidingen nodig blijken om de elektriciteit
Groene zone: inherent aan de ambitie van de meerkernige ontwikkeling is dat
van de aanlandingspunten naar het Noordzeekanaalgebied te brengen. Als wel
bebouwde gebieden niet aan elkaar groeien. Het Noordzeekanaalgebied is deel van
gekozen wordt voor extra aanlanding in de IJmond, dan vraagt dit ruimte, mogelijk op
landschappelijke verbinding tussen de Zaanstreek, het Oer-IJ, Spaarnwoude en de
bestaande terreinen zoals bij Tata Steel en indien dat niet mogelijk is, aansluitend op
westkant van Haarlemmermeer. Deze corridor heeft zowel een recreatieve als een
bestaand stedelijk gebied ten oosten van Beverwijk.
ecologische betekenis en bevat goede landbouwgronden.
Bedrijventerrein: behoefte aan extra bedrijfsareaal is verbonden aan de behoefte
Verbonden aan de woonomgeving zijn de volgende (mogelijke) ruimteclaims aan de
voor havengebonden bedrijvigheid en de transformatie van bedrijventerreinen naar
orde:
gemengd stedelijk gebied in en buiten het Noordzeekanaalgebied. Voorwaarde voor uitbreiding van het bedrijfsareaal is dat er geen intensiveringsmogelijkheden zijn
58
Gezonde leefomgeving: de leefkwaliteit in de woonwijken in de omgeving staat onder
•
Woningbouw kan leiden tot extra verplaatsingsbehoeften bij bedrijven en
druk door de milieu-effecten van het havencomplex: omgevingsgeluid, geurhinder en
daardoor een extra ruimteclaim voor bedrijfsareaal. Deze verplaatsingsbehoeften
luchtvervuiling. Ook voldoende openbaar groen op korte afstand van de woning en
kunnen worden beperkt door maatregelen en innovaties die de milieuhinder
goed bereikbare en toegankelijke landschappen in de nabijheid zijn van belang voor
beperken, aan de zijde van de bron en/of de ontvanger, en/of door het maximaal
de leefkwaliteit.
benutten van de wettelijke marges om met hogere milieuwaarden voor
Keuzesituatie Noordzeekanaalgebied
woningbouw te werken. Woonwerkmilieus: op drie locaties is de ontwikkeling van woonwerkmilieus aan de
•
Het havencomplex is een bron van werkgelegenheid voor praktisch, middelbaar
orde: de Spoorzone in Beverwijk, de Achtersluispolder in Zaandam en Haven-Stad
en theoretisch geschoolden. Met name voor praktisch geschoolden zijn korte en
in Amsterdam. Voor de laatste twee loopt een onderzoek naar de mogelijkheid
betaalbare woonwerkritten van belang, om vervoersarmoede te voorkomen. Dat
om de woningbouw voor 2030 te versnellen. Voorwaarden zijn de aansluiting op
vraagt om voldoende passende woningbouw in de omgeving en legt een directe
het energiesysteem en op de infrastructuur, en maatwerkoplossingen daar waar
relatie met de stedelijke vernieuwing in met name Zaandam en Amsterdam-
woningbouw en bedrijvigheid niet vanzelf samen gaan.
West.
Deze ruimteclaims zijn op een aantal manieren verbonden met elkaar en met de
Door de concentratie van vitale en kwetsbare infrastructuur in het
omgeving:
Noordzeekanaalgebied nu en in de toekomst, is extra aandacht nodig voor
•
Als gekozen wordt voor substantiële uitbreiding van het havenareaal in het
waterveiligheid. Wateroverlast en overstromingen uit zee zouden leiden tot grote
Noordzeekanaalgebied, dan kan dat alleen in de zone waar de ruimteclaims
schade, gevaar voor volksgezondheid en een ontwrichting van een gebied dat veel
verbonden aan het open landschap zich voordoen. Concreet gaat dat
groter is dan het Noordzeekanaalgebied alleen. Door de toepassing van ruimtelijke
om het benutten van de strategische reservering voor de Houtrakpolder,
maatregelen en een goede rampenstrategie zijn de risico’s sterk te verminderen.
gemaakt in de Visie NZKG 2040 (vastgesteld door de gemeenteraden in
Door de vrij hoge ligging van het havengebied zijn maatregelen relatief eenvoudig te
het Noordzeekanaalgebied, Provinciale Staten van Noord-Holland en het
realiseren.
Rijk, opgenomen in de Provinciale Omgevingsvisie, maar op dit punt niet
•
onderschreven door de gemeente Haarlemmermeer). Voor extra bedrijventerrein
Het voorlopige NOVI-gebied Noordzeekanaalgebied is het samenwerkingsverband
(niet havengebonden) gaat het om een mogelijke reservering van (een deel van)
waarin deze ruimteclaims met hun onzekerheden in relatie tot elkaar worden
de Wijkermeerpolder. Deze keuze zou niet alleen leiden tot een opgave om de
gezet. Het werken met scenario’s kan daar een geschikte werkwijze voor zijn.
te ontwikkelen (haven)terreinen op een groene en klimaatadaptieve wijze te
Uitgangspunten zijn de afspraken die gemaakt zijn in de Visie Noordzeekanaalgebied,
ontwerpen, maar ook tot een landschappelijke compensatieopgave.
gemaakte afspraken tussen Rijk en MRA in het BO-MIRT over de versnelling
Er worden grote publieke investeringen gedaan in een nieuwe zeesluis om
van de woningbouw, en de ontwikkelprincipes voor de Verstedelijkingsstrategie.
verdere ontwikkeling van de haven mogelijk te maken. Een voorziening voor
De uitwerking van de Verstedelijkingsstrategie in 2021 geeft richting, gericht op
‘selectieve onttrekking’ beperkt de toevoer van zout water via deze sluis. Dat
afspraken eind 2021 over:
is van belang voor de waterwinning ten behoeve van drinkwater, landbouw
•
de reservering voor bedrijventerrein,
en natuur. Verdere ontwikkeling van de haveneconomie kan leiden tot meer
•
de ruimte voor waterbuffering,
scheepvaartverkeer, en daardoor een grotere zoutindringing. De toenemende
•
de mogelijkheid voor versnelling van de woningbouw,
droogte zal dit verergeren. Deze verzilting kan via de Oranjesluizen ook de
•
additionele ruimtereserveringen voor het energiesysteem.
waterkwaliteit van Markermeer-IJmeer beïnvloeden, zeker als een toename van de binnenvaart op die route tot meer schutbewegingen leiden. De omvang van dit effect is onbekend en moet worden onderzocht.
59
Andere opgaven in Noordzeekanaalgebied / Zuid-Kennemerland
Bereikbaarheid en woonwerkbalans
De kustplaatsen hebben een sterk toeristisch profiel.
ambitie is om de strandvlakte en de binnenduinrand
Het deelgebied heeft over de hele linie een divers
Onder de noemer Amsterdam Beach wordt dit profiel
aan het Nationaal Park toe te voegen, in lijn met de
economisch profiel met werk voor zowel praktisch
versterkt. De grootste badplaats is Zandvoort. Hier wordt
benadering van Nationale Parken Nieuwe Stijl, verbonden
geschoolden als kenniswerkers. Het havengebied van
ingezet op het jaarrond-toerisme, het werken aan zee
aan een transitie naar natuurinclusieve landbouw en
de IJmond ontwikkelt zich als TechPort. Opvallend is
en het versterken van het recreatie- en sportcluster, in
een klimaatadaptieve inrichting. Recreatief bezoek
dat Haarlem voor een stedelijke economie juist relatief
samenhang met onderzoek naar de waterveiligheid van
kan zich dan meer verspreiden. Voor het verlichten
veel werk voor praktisch geschoolden heeft, en dat veel
de kustregio.
van de recreatieve druk wordt ook samengewerkt
theoretisch geschoolden uit Zuid-Kennemerland juist
met Spaarnwoude. Voor de doorontwikkeling van dit
buiten de deelregio werken. Gevolg is veel pendel van
De economische kansen hangen sterk samen met de
recreatie- en natuurgebied zijn afspraken gemaakt in de
en naar Haarlem. De ambitie om de economische groei
bereikbaarheid. Onderdeel van het onderzoek naar
Visie Spaarnwoude Park 2040, onder meer gericht op het
over de MRA te spreiden, is onder meer bedoeld om die
het redesign van het wegennet (ten behoeve van het
ontvangen van een groter aantal bezoekers.
mismatch terug te dringen. De drie OV-knooppunten in
‘Multimodaal Toekomstbeeld 2040’) is de belasting van
Haarlem zijn opgenomen in de programmalijn Bereikbare
de A9 en A22, en de invloed daarop van het verleggen van
Om het landschap van strand, duinen en binnenduinrand
Steden. Op een kwartier lopen van station Haarlem ligt
de ring om Amsterdam naar de A9, A5 en A10-Noord.
goed te verbinden met het achterland en in te bedden in een regiobrede recreatieve structuur, is meer nodig. Het is
het voormalige gevangeniscomplex De Koepel, dat wordt ontwikkeld tot een academische campus met
Recreatieve en landschappelijke verbinding
van belang om aan beide zijden van het Noordzeekanaal
een MKB-innovatiehub, studentenwoningen, sociale
Met de kust, de duinen en de binnenduinrand beschikt dit
de verbindingen met het polderlandschap te
woningbouw voor jongeren en diverse culturele en
deelgebied over een aantal drukbezochte landschappen.
versterken, zowel voor de natuur als voor de recreatie.
maatschappelijke functies. Deze ontwikkelingsgebieden
Hetzelfde geldt voor Spaarnwoude, het recreatiegebied
Grote infrastructuurlijnen, stedelijk gebied en de
geven kans om het Haarlemse economisch profiel van
dat deels beschermd wordt als onderdeel van het
huidige inrichting van landbouwgebieden maken die
digitalisering, gezondheid en circulariteit, met name in de
Natuurnetwerk Nederland en deels als onderdeel van
landschappelijke verbindingen in de huidige situatie
sfeer van toegepaste innovaties, te versterken. Intensieve
het werelderfgoed Stelling van Amsterdam. Toch kan
ontoereikend. Ook het landschap van het Oer-IJ kan
verstedelijking rond station Beverwijk legt een basis
het landschap in dit deelgebied nog beter bijdragen
daar een functie in hebben, in de context van de keuzes
voor groei van het economische programma direct ten
aan de leefkwaliteit van de MRA. De recreatieve druk
die voor het Noordzeekanaalgebied als geheel moeten
noorden van het Noordzeekanaal.
op Nationaal Park Zuid-Kennemerland is groot. De
worden gemaakt.
60
Afspraken
Om regionale inzet vragen:
Onderstaande lijst is bedoeld als aanzet voor het gesprek
•
Economische ontwikkeling IJmond en Zuid-
Nederland en de stikstofaanpak van de provincie •
Landschappelijke verbindingen tussen de kust en
om in BO-MIRT najaar 2021 tot gebiedsgerichte afspraken
Kennemerland op basis van het economische profiel
het achterland, waaronder door versterking van het
tussen rijk en regio te komen
en in aansluiting op de beroepsbevolking in de
fietsnetwerk.
deelregio’s (met het oog op o.a. een evenwichtigere De meest urgente gebiedsgerichte opgaven en
woonwerkbalans en het voorkómen van
vraagstukken die om rijk-regio inzet vragen: •
De keuzesituatie rond het Noordzeekanaalgebied
vervoersarmoede) •
en Zuid-Kennemerland als regio van toegepaste
economie, watergebonden bedrijvigheid,
innovatie op het gebied van circulaire economie,
leefkwaliteit, waterbuffering, klimaatadaptiviteit,
duurzaamheid, gezondheid en de digitale en ICT-
waterkwaliteit, werelderfgoed, landschappelijke verbinding, ontwikkeling en mogelijke versnelling
sector als verbindende sectoren. •
MKB-innovatiehub
afspraken eind 2021 over: •
de reservering voor bedrijventerreinen,
•
de ruimte voor waterbuffering,
•
de mogelijkheid voor versnelling van de woningbouw,
•
•
horeca en cultuur •
additionele ruimtereserveringen voor het uitwerking van de in het Verstedelijkingsconcept
wateropgave •
•
Verlichten recreatieve druk Nationaal Park ZuidKennemerland
•
Kwaliteitsimpuls Noordzeekust (‘Amsterdam Beach’):
(onderdeel van het Multimodaal Toekomstbeeld
een kwaliteitsslag van Zandvoort en IJmuiden aan
2040, SBaB)
Zee, ontwikkeling jaarrond-voorzieningen, werken
De integrale ontwikkeling van stadshart Haarlem met
aan zee en bereikbaarheid van de kust, in samenhang
drie OV-knooppunten (onderdeel van Bereikbare
met onderzoek naar de waterveiligheid van de
Steden) •
Verbeteren recreatief profiel Spaarnwoude op basis van vastgestelde gebiedsvisie
•
Re-design van het wegennet met aandacht voor onder meer de belasting van de A9 en A22
Landschappelijke ontwikkeling en recreatieve ontsluiting van het Oer-IJ, in samenhang met de
te maken afweging in het NOVI-gebied Noordzeekanaalgebied.
Het versterken van de regionale aantrekkelijkheid van de Haarlemse binnenstad op gebied van retail,
energiesysteem, •
De ontwikkeling van de Koepel in Haarlem als anker voor universitair onderwijs in combinatie met een
woningbouw en woonwerkmilieus, gericht op
•
De ontwikkeling van Haarlem als creatieve stad
in al haar dimensies: energietransitie, circulaire
Het verbinden van Nationaal Park Zuid-
kustregio •
In de duinen en de binnenduinrand ruimte zoeken
Kennemerland met Spaarnwoude en PARK21,
om schoon kwelwater in het gebied vast te houden
en verlichten van recreatieve druk, in lijn met het
en beter te benutten, met mogelijk beperking of
programma Nationale Parken Nieuwe Stijl
aanpassing van agrarische functies tot gevolg, in samenhang met de ontwikkeling van Natuurnetwerk
61
4.2
Zaanstreek, Waterland, Corridor Amsterdam-Hoorn Inclusieve steden in een eigentijds Hollands landschap Gebiedskarakteristiek
met de realisatie van multimodale knooppunten,
De kwaliteit van Zaanstreek-Waterland is ruimte om te
benutting van kansen voor gemengde woonwerkmilieus
leven middenin authentiek landschap. Wonen in de stad
en steun voor de bestaande sociaaleconomische
of in het landelijk gebied, met scholen en voorzieningen
inzet. De belangrijkste opgaven gaan over de sociaal-
nabij, altijd nabij water, groen en recreatiemogelijkheden,
maatschappelijke versterking in relatie tot de meerkernige
en goed bereikbaar via OV of auto. Het energieke
ontwikkeling van de MRA, en een nieuwe toekomst voor
regionale bedrijfsleven is gefocust op voedsel, bouw,
de veenweidegebieden die onderwerp is van een integraal
transport, maakindustrie en een ambitieus techniek- en
gebiedsproces.
ICT-cluster.
Opgaven
Het is niet alleen kwaliteit, het is ook identiteit die
Sociaal-maatschappelijke versterking
Zaanstreek-Waterland onderscheidt; Hollandser
De stedelijke gebieden ten noorden van het IJ
dan Hollands! Prachtige veenweidegebieden met
groeien de komende decennia door tot een totaal
eeuwenoude dijken en molens, weilanden rondom
van 500.000 tot 600.000 inwoners. Die groei zetten
historische lintdorpen. De regio heeft een historie van
we in om economische en sociaal-maatschappelijke
economische en stedelijke ontwikkeling. In de 19e en 20e
waarde toe te voegen en zo meer evenwicht in de
eeuw is de bedrijvigheid in de regio gemoderniseerd,
metropoolregio te creëren. Dat betekent dat het
maar sterk ondernemerschap, doe-mentaliteit en
omvangrijke woningbouwprogramma (circa 30.000
innovatiekracht bleven.
woningen tot 2030 inclusief Amsterdam-Noord) gepaard moet gaan met investeringen in werkgelegenheid en
De stedelijke centra groeien de komende decennia sterk,
bereikbaarheid. De pendelstromen vanuit dit deelgebied
een groei die moet worden ingezet om economisch
zijn buitenproportioneel groot en eenzijdig op Amsterdam
en sociaal-maatschappelijk waarde toe te voegen. Om
gericht. Zaanstad en Amsterdam-Noord kennen relatief
evenwicht te creëren tussen wonen en werken, alsook
veel sociaaleconomisch zwakke wijken met ruimte voor
evenwicht in de ontwikkeling van de MRA als geheel.
nieuwe economische ontwikkeling.
Steden zullen zich complementair aan elkaar ontwikkelen,
62
Twee stadsharten zijn onderwerp van Bereikbare
Verbetering van de hoofdinfrastructuur ondersteunt
waarbij ook het tijdpad en het instrumentarium aan de
Steden: Zaanstad en Purmerend. De omgeving van het
de aanpak van deze opgaven. Dat gaat vooral om
orde kunnen komen. Een transitie als deze neemt vele
Buikslotermeerplein in Amsterdam-Noord functioneert
de aansluiting tussen de A8 en A9, en de corridor
jaren in beslag.
als derde regionaal centrum. Met een HOV-verbinding
Amsterdam-Hoorn (de spoorweg en de A7). Die corridor
ontstaat in de ZaanIJ-corridor een tweede backbone
vormt een as voor geclusterde economische ontwikkeling,
Een gebiedsproces over een nieuwe toekomst van
tussen Amsterdam en de Zaanstreek. De omgeving van
ook buiten de MRA op locaties als de Poort van Hoorn.
het veenweidelandschap in Zaanstreek en Waterland kan zich van vele kanten laten voeden. Er kan worden
Station Kogerveld kan worden ontwikkeld als onderdeel van die corridor. In Purmerend ligt er een relatie met
Integraal gebiedsproces over nieuwe toekomst
voortgeborduurd op onderzoek elders in het land, zoals
de economische ontwikkeling in het noorden van de
veenweidegebieden
bij het Veenweide Innovatie Centrum, en op lopende
stad, met onder meer bedrijventerrein Baanstee, en
Het veenlandschap in dit deelgebied is hoog
pilots in Laag-Holland. In Noord-Holland wordt gewerkt
de H20-campus voor e-sports als uithangbord voor
gewaardeerd vanwege het typische Hollandse karakter
aan een Regionale Veenweidestrategie voor de hele
het Purmerendse IT-cluster. De ontwikkeling van
en de erfgoedwaarden die erin vervat zijn, maar staat
provincie, en de Regiegroep Laag-Holland werkt samen
woonwerkmilieus in de ZaanIJ-corridor (Hembrugterrein,
onder druk. Voornaamste oorzaak is de daling van de
met de provincie, gemeenten, het hoogheemraadschap
Achtersluispolder) en de ontwikkeling van de Noorder
bodem. Die hangt samen met het lage grondwaterpeil dat
en natuur- en landbouworganisaties aan een integraal
IJplas als landschapspark dragen bij aan de sociaal-
nodig is voor het huidige agrarische gebruik. Verhoging
gebiedsprogramma voor het landschap van Laag-Holland.
maatschappelijke versterking in dit deelgebied.
van de grondwaterstand vraagt echter veel van de
Deze laatste ontwikkelingen hangen samen met de
landbouw, zeker in combinatie met het terugdringen
keuzesituatie in het Noordzeekanaalgebied. Voor de
van de stikstofemissies. Het vraagt van de landbouw om
Achtersluispolder wordt onderzocht of de ontwikkeling
zich opnieuw te oriënteren, op zoek te gaan naar nieuwe
versneld kan plaatsvinden.
teelten of nieuwe markten waarover nu nog weinig bekend is. Tegelijk kan het andere ambities dichterbij
Ook is aandacht nodig voor bestaande wijken en
brengen; bijvoorbeeld om de ecologische waarde van het
bedrijventerreinen. In wijken met een sociaaleconomische
landschap te vergroten of het toegankelijker te maken
problematiek zijn kwaliteitsverbeteringen nodig. In
voor recreatief bezoek. De verbindende functie van
de Regio Deal ZaanIJ werken Rijk en regio samen
Zaanstreek en Waterland in het landschap (voor zowel
aan meer werk, beter onderwijs en een groene en
recreatie als natuur) kan worden versterkt.
veilige leefomgeving in vooral Amsterdam Molenwijk en Tuindorp Oostzaan en Zaandam Peldersveld en
De aanpak van de veenweideproblematiek is sterk
Poelenburg, waarbij de laatste ook onderdeel is van
gebiedsgebonden. De situatie verschilt per gebied, en
het interbestuurlijke Programma Leefbaarheid en
daarmee ook de mogelijkheden en oplossingsrichtingen.
Veiligheid. Bestaande bedrijventerreinen hebben een rol
Het is daarom van belang om de aanpak van onderop
in de herhuisvesting van bedrijven op te transformeren
te formuleren en het gesprek aan te gaan met alle
terreinen. Op nieuwe bedrijventerreinen (Baanstee-
betrokken partijen, vanuit wederzijdse erkenning van
Noord en HoogTij zijn nu in ontwikkeling) is een slim en
de maatschappelijke urgentie en de belangen van de
zorgvuldig ruimtegebruik nodig.
agrarische ondernemers. Doel van zo’n gesprek is om gezamenlijk toe te groeien naar een nieuwe toekomst,
63
Afspraken
Rijk-regio inzet op basis van bestaande afspraken:
Onderstaande lijst is bedoeld als aanzet voor het gesprek
•
om in BO-MIRT najaar 2021 tot gebiedsgerichte afspraken
(onderdeel van het Programma Leefbaarheid en
tussen rijk en regio te komen De meest urgente gebiedsgerichte opgaven en
Stedelijke vernieuwingsopgave in Zaandam Oost Veiligheid)
•
Regio Deal ZaanIJ
•
De bereikbaarheid op de corridor Amsterdam-
vraagstukken die om rijk-regio inzet vragen
Hoorn (spoor en A7) conform de afgesloten
•
bestuursovereenkomst
Integraal gebiedsproces voor de toekomst van de veenweidegebieden, aangestuurd van onderop, in de context van het interbestuurlijke programma
Om regionale inzet vragen:
Veenweide en het gebiedsproces in Laag-Holland
•
(met aandacht voor de bodemdalings- en de
aan de ontwikkeling van woningbouw in de
stikstofproblematiek, de transitie van en innovatie
Achtersluispolder en Amsterdam-Noord, en
in de landbouw, natuurontwikkeling, recreatieve
stedelijke vernieuwing in Zaandam-Oost
ontwikkeling) •
•
•
(waaronder de bereikbaarheid van de belangrijkste
en Purmerend (onderdeel van het programma
groene gebieden zoals ’t Twiske, Purmerbos en
Bereikbare Steden)
wandel- en fietsroutes in veenweidegebieden, in
Bij gebleken noodzaak voor versterking van het
samenhang met het integrale gebiedsuitwerking over
naar tracé-alternatief 380 kV-hoogspanningsleiding
de toekomst van de veenweidegebieden) •
•
Behoud en ontwikkeling van Unesco-
via Noord-Holland Noord
werelderfgoederen Stelling van Amsterdam
De verbinding A8-A9 en de inpassing in het
en Beemster (in samenhang met het integrale
landschap van het Unesco-werelderfgoed Stelling
gebiedsuitwerking over de toekomst van de
van Amsterdam (landschappelijk onderzoek loopt) •
Werken aan doorontwikkeling recreatieve structuur
Integrale ontwikkeling van de stadsharten Zaanstad
elektriciteitsnet naar Noord-Nederland: onderzoek
•
De HOV-verbinding ZaanIJ, verbonden
veenweidegebieden)
Opgaven die raken aan de keuzesituatie
•
Ontwikkeling landschapspark Noorder IJplas
Noordzeekanaalgebied (NOVI-gebied), met name
•
Verstevigen economisch profiel (in de vorm van
de ontwikkeling van ZaanIJ/Achtersluispolder
bijvoorbeeld de complementaire ontwikkeling van
(woonwerkmilieu) en ruimte voor bedrijven afkomstig
regionale centra en een slim gebruik van de ruimte
van te transformeren bedrijventerreinen
op bedrijventerrein Baanstee-Noord in Purmerend/
Versnelling van de ontwikkeling van Achtersluispolder in samenhang met de noodzakelijke randvoorwaarden
Volendam-Edam) •
Inpassing opwek energie (via RES) en energieinfrastructuur, mede in relatie tot eventueel tracé 380 kV-hoogspanningsleiding
64
4.3
Oostflank MRA
Ontwikkeling van complete steden aan de metropolitane baai Gebiedskarakteristiek
circulaire economie, hoogwaardige maakindustrie, life
In de Oostflank van de Metropoolregio Amsterdam
science en agrifood (inclusief de keten van toelevering,
ligt het nieuwe land van de Flevopolder met Lelystad
verwerking, diensten en handel in de foodsector),
– de hoofdstad van Flevoland – en Almere, de tweede
start ups en scale ups. Investeringen die het afgelopen
stad van de MRA. Lelystad en Almere kennen elk een
decennium gedaan zijn in circulaire economie werpen
unieke stedenbouwkundige opzet. Bovendien zijn
hun vruchten af; op De Steiger en De Vaart in Almere
het landschap en de steden tegelijk en in samenhang
zijn inmiddels belangrijk clusters ontstaan. Lelystad
ontworpen. Landbouw, landschap, natuur en water zijn
beschikt met de luchthaven, de business unit open
verweven met de woonmilieus. De nieuwe poldersteden
teelten van Wageningen University & Research en het
hebben een samenleving die al sinds het begin krachtig
Wageningen Bioveterinary Research Institute over
verbonden is met de andere delen van de regio, zowel
laboratoriumfaciliteiten op het gebied van luchtvaart,
als het gaat om werk en stedelijke voorzieningen als in
voeding en diergezondheid. Het ontwikkelen van
verhuisbewegingen. Nog steeds biedt de Flevopolder
onderwijs passend bij de kwaliteiten van Lelystad en
veel mogelijkheden om ruimschoots bij te dragen
Almere als cluster voor logistiek en techniek draagt bij aan
aan de grote bouwprogramma’s waar de MRA mee
de kracht en aantrekkelijkheid van de Oostflank. Lelystad
te maken heeft. Toevoegen van woningbouw aan de
Airport kan een belangrijke bijdrage leveren aan het
stadsranden is noodzakelijk voor het afronden van de
experimentele onderzoek en onderwijs naar duurzame
stedenbouwkundige opzet van de beide steden. De
luchtvaart en al haar aspecten, zoals met het Living Lab
natuurontwikkeling voor de kust levert een zeer bijzonder
‘Bright Sky’ (een samenwerking van TU Delft, HvA, ROC
recreatie- en woonlandschap op en verrijkt daarmee
van Amsterdam, KLM en Schipholgroep op Schiphol Oost
het palet aan milieus in de MRA verder, voor de eigen
waarin Lelystad participeert).
inwoners van de MRA én de bezoekers van daarbuiten. Op deze manier profileert Lelystad zich als Hoofdstad van
De ambitie is dat de Oostflank in toenemende
de Nieuwe Natuur.
mate functioneert als centre of excellence voor de transitiesectoren energie, circulair en digitaal; het nieuwe
In dit jonge deel van de MRA is het economisch profiel
land biedt ruimte voor de economie van morgen. De
nog vol in ontwikkeling. De economie kenmerkt zich
relatief jonge bevolking van Almere en Lelystad vormt
inmiddels door logistiek, ICT tech, toerisme en recreatie,
nu en in de toekomst een belangrijk arbeidspotentieel
65
voor de metropoolregio. Almere verkent nu met diverse
Bay Area, het Deltaprogramma IJsselmeergebied
economische activiteit is divers en verdient een impuls
partners het pad op welke manier zij deze positie binnen
en de Agenda IJsselmeergebied. Ook de nationale
om de groei van de bevolking beter bij te houden. Het
de MRA het beste kan vervullen en welke investeringen
Programmatische Aanpak Grote Wateren is bijzonder
logistieke cluster is in Almere een sterk cluster dat relatief
daarvoor nodig zijn.
relevant voor de Oostflank.
veel werkgelegenheid biedt en vooralsnog groeiende
Door spoorlijn, weg, Lelystad Airport en Flevokust-haven
De hier genoemde opgaven voor verdere versterking van
stedelijkheidsvraagstukken is in het afgelopen decennium
zijn Almere en Lelystad mentaal dichter bij Amsterdam/
het economisch profiel en samenhang in en om het open
gebouwd aan een cluster circulaire economie. Ook wordt
Schiphol en ook Noord- en Oost-Nederland komen te
water, vloeien voort uit ontwikkelingen en keuzesituaties
sterk ingezet op de clusters ICT-tech en Energietransitie.
liggen. Langs deze corridor bieden Almere en Lelystad
in de MRA die in dit Verstedelijkingsconcept zijn
De verstedelijkingsopgave in Almere worden o.a. ingezet
nog volop ruimte voor wonen en bedrijven. Er liggen
benoemd. Ze voegen een dimensie toe aan lopende
om de profilering in deze clusters verder uit te bouwen
goede kansen door de relatieve betaalbaarheid, de
programma’s of hebben afzonderlijk uitwerking nodig.
en de daarvoor benodigde kennisinfrastructuur te
is. Met het oog op de maatschappelijke opgaven en
versterken. Dat is een voorwaarde voor en ondersteunend
gezonde leefomgeving, de economische groeipotentie en bovenal door de unieke ligging aan het Markermeer
Versterken van het economisch profiel
aan een veerkrachtige samenleving. De prioriteit voor
en het IJmeer, de vele recreatiemogelijkheden en
De ambitie van een evenwichtige, meerkernige
wonen en werken in een gemengd milieu bij het stadshart
natuurbeleving in onder andere Nationaal Park Nieuw
ontwikkeling van de MRA, heeft de grootste kans van
schept daar een stedelijke context voor. Het stadshart
Land met onder meer de Oostvaardersplassen.
slagen als iedere deelregio en elk stadshart het specifieke
van Almere is, net als dat van Lelystad, onderdeel van de
economische profiel kracht bij zet. Lelystad groeit toe
programmalijn Bereikbare Steden.
Almere en Lelystad zijn groeisteden die volop inzetten op
naar een economisch profiel als multimodale bereikbare
groene duurzame verstedelijking en op het bouwen aan
hub, mede dankzij Lelystad Airport, de haven, de wind-
De komst van hoger (technisch) onderwijs kan een
een samenleving. Dat betekent dat naast woningbouw
en zonne-energie in de polder, de sterke agrifoodsector
belangrijke pijler zijn onder een volwaardige economische
ook de stad als geheel en de voorzieningen in de stad
en de ligging aan een backbone voor elektriciteit en gas
clustervorming waarbij kansen liggen in specialisatie in
meegroeien. Daarbij hoort een goede bereikbaarheid,
in het energienetwerk. Hier ontstaat een cluster waar
de transitiesectoren. De afgelopen jaren heeft Almere
uitbreiding van werkgelegenheid, een goede
andere werkgelegenheid omheen groeit. De circulaire
ingezet op de ontwikkeling van de circulaire economie,
gezondheidzorg, sterk onderwijs en een aantrekkelijk
economie kan binnen dit profiel groeien in samenhang
en inmiddels is te zien dat deze nichemarkt groeit. Op
opleidingsaanbod (middelbaar en hoger onderwijs).
met ontwikkelingen in het Noordzeekanaalgebied.
bedrijventerreinen als De Vaart en De Steiger tekent zich
Afhankelijk van de te kiezen ontwikkelingsrichting, kan
een cluster bedrijven in de circulaire economie af, en
uitwijk van watergebonden en circulaire economie naar de
deze ontwikkelingen kunnen nog verder doorgroeien. De
In de Oostflank spelen veel opgaven waarvoor
haven van Lelystad een optie zijn. Flevokust Haven heeft
combinatie met de bouwopgave biedt hier ook kansen
samenwerking tussen Rijk en regio noodzakelijk is. Voor
volop ruimte voor circulaire economie. Er ontstaat in dat
om stevig in te zetten op een circulaire bouweconomie
veel daarvan zijn bestuurlijke samenwerkingsprogramma’s
geval zicht op het ontstaan van een ‘circulaire as’ tussen
en circulaire gebiedsontwikkeling. In combinatie met
in het leven geroepen. Te noemen zijn het
IJmuiden, Almere en Lelystad.