D conceptbegroting-2023-ODIJ
Tekst van het document
gemeente Beverwijk, het Stadhuis;
−
gemeente Beverwijk, het Verhuur (of markt)kantoor.
Van ieder onderdeel is een aparte MJOP opgesteld. Het MJOP is in oktober 2020 door een extern bureau, in opdracht van gemeente Beverwijk, geactualiseerd. Alle partijen zijn zelf verantwoordelijk voor de inrichting van het door hun gebruikte gebouwdeel. Gekozen is om de gebouwonderdelen, die gezamenlijk gebruikt worden en/of bij alle partijen voorkomen, gelijktijdig uit te voeren. De jaarlijkse kosten voortkomend uit het MJOP maken onderdeel uit van de begroting van de VvE. In overeenstemming met deze begroting heeft ODIJ over 2021 hiervoor een bedrag van circa € 21.500 als last verantwoord. Deze kosten komen in de jaarrekening tot uitdrukking onder de huisvestingskosten.
Begroting 2023
28/63
Voor de eigen onderdelen vanuit het MJOP heeft ODIJ vanaf boekjaar 2015 een voorziening groot onderhoud gevormd. Op basis van het geactualiseerde MJOP bedraagt de dotatie van de voorziening in 2021 € 20.000. Dit is conform voorgaand jaar.
7.8 Treasury/financiering Wij hebben in 2014 een treasury statuut met daarin een treasury beleid opgesteld. Het treasury statuut heeft tot doel een kader te scheppen waarbinnen de financiële continuïteit van ODIJmond kan worden gewaarborgd. Hiervoor zijn enkele doelstellingen opgesteld. 1. Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities. 2. Het beschermen van vermogens- en (rente-)resultaten van ODIJ tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s. 3. Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. 4. Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO), de Regeling Uitzettingen en Derivaten Decentrale Overheden (RUDDO), het besluit Leningsvoorwaarden Decentrale Overheden en de limieten en richtlijnen van het treasury statuut. 5. Het realiseren van informatiestromen ter ondersteuning van de opstelling van het treasury beleid, de uitvoering van het beleid en de verantwoording daarover. In 2021 hebben wij de saldi op de betaalrekeningen actief bewaakt. Hierbij is het uitgangspunt het saldo op de betaalrekening zo laag mogelijk te houden. Met ingang van 2014 doen wij aan het verplichte Schatkistbankieren.
Door de lage (geen) rente zijn in 2021 geen deposito’s in de schatkist afgesloten. Van toepassing zijnde wet- en regelgeving is de Wet financiering decentrale overheden (FIDO) en de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (RUDDO). Lening Ten behoeve van de nieuwbouw hebben wij een renteswap over een nominaal bedrag van €3.700.000 bij de Rabobank afgesloten. In 2023 bedragen de Rentelasten voor de vaste schuld voor de aanschaf van ons pand in Beverwijk €14.430 Onze solvabiliteit (verhouding eigen vermogen/totaal vermogen) is in 2021 5,52% (2020 7,6). Bij het aantrekken van vreemd vermogen zijn in de Wet FIDO grenzen gesteld in hoeverre dit mag plaatsvinden met kort vreemd vermogen en de mate waarin renterisico mag worden gelopen over de vaste schulden. De kasgeldlimiet ligt voor gemeenschappelijke regelingen op 8,2% en de renterisiconorm op 20% van de jaarbegroting met een minimumbedrag van € 2.500.000. De kasgeldlimiet is voor ons niet van belang omdat er geen kasgeldleningen zijn aangetrokken. Per 2 januari 2021 is de lening van de BNG voor tien jaren geherfinancierd, waardoor per heden de minimum risiconorm volgens de Wet FIDO niet wordt overschreden.
Begroting 2023
29/63
Renteschema Renteschema
Bedrag
Externe rentelasten
€ 14.430
Externe rentebaten
-
Saldo rentelasten en rentebaten
€ 14.430
Verplicht door te rekenen rente aan grondexploitatie
-
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
€ 14.430
Rente over eigen vermogen
-
Rente over voorzieningen
-
Totaal geraamde aan taakvelden toe te rekenen rente
€ 14.430
De aan taakvelden toegerekende rente (overhead)
€ 14.430
Renteresultaat
-
7.9 Bedrijfsvoering en personeel 7.9.1 Koers van de organisatie Het huidige takenpakket van ODIJmond is divers en verschilt per gemeente. In de afgelopen jaren vonden er binnen de genoemde taakvelden veel veranderingen plaats. Ook de komende jaren staan in het teken van ontwikkelingen zoals het Klimaatakkoord, het inwerkingtreden van de Omgevingswet, de transitie van een lineaire naar een circulaire economie en de private borging van bouwtoezichttaken. Deze ontwikkelingen veranderen de context waarin ODIJmond haar taken uitvoert. Het grote kaderstellende effect van deze ontwikkelingen op het toekomstperspectief heeft effecten op ons werk voor de komende jaren. In dit nieuwe krachtenveld is het van belang om voor de komende jaren de koers van de organisatie te bepalen. Deze dient breed gedragen en toekomstbestendig te zijn. Wij hebben ervoor gekozen dit uit te werken in een ODIJmond Bedrijfsplan 2021–2024 . Deze is vastgesteld door het Algemeen Bestuur op 15 december 2020). Voorafgaand aan het schrijven van dit plan hebben wij onze deelnemende gemeenten en de provincie geconsulteerd. Daarnaast hebben verschillende sessies plaatsgevonden met onze ambtelijke opdrachtgevers vanuit de deelnemende partijen. In dit bedrijfsplan wordt niet alleen ingegaan op bovengenoemde ontwikkelingen.
Het bedrijfsplan beschrijft ook de huidige situatie, schetst de kaders voor onze bedrijfsvoering en geeft inzicht in de organisatie en de ontwikkeling van de organisatie. Wij beschrijven de zaken die we nu kunnen overzien. ODIJmond en onze omgeving zijn echter voortdurend in beweging. Het plan is dan ook dynamisch en leent zich voor evaluatie. Dit om te kunnen blijven inspelen op huidige en komende ontwikkelingen. Ten aanzien van de kerntaken, te weten: vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) zijn meerjarige beleidskaders en uitvoeringsstrategieën voor de middellange termijn vastgesteld.
Begroting 2023
30/63
7.9.2 Formatie Wij hebben als doelstelling te blijven groeien naar een organisatie van professionals waarbij een optimale dienstverlening centraal staat. Met het beëindigen van dienstverleningsovereenkomsten (DVO) zijn wij genoodzaakt te bezuinigen op onze flexibele schil. Hierdoor is de formatie van 2023 gedaald ten opzichte van de gewijzigde begroting 2022.
Realisatie
Gewijzigde begroting
Begroting
2021
2022
2023
GR-formatie
57,9
60,5
61,8
Formatie overeenkomsten en (subsidie)projecten
32,7
30,7
29,5
Overheadformatie
20,9
21,9
21,3
Formatie Regeling Generatiepact
2,2
1,6
1,4
113,7
114,7
114,0
Formatie
Totaal formatie
7.9.3 Kantoorpanden Binnen onze kantoorpanden in Beverwijk en Wormer hebben wij gekozen voor een flexibel werkconcept. Daarnaast wordt nagenoeg volledig digitaal gewerkt en gearchiveerd. Het kantoorpand in Beverwijk is in eigendom en dat in Wormer wordt gehuurd. Aandachtspunten zijn voldoende vergaderruimtes en werkplekken. Eventuele aanpassingen aan de kantoren doen wij binnen de investeringsbegroting.
7.10 Verbonden partijen Wij zijn per 31 december 2021 primair verbonden aan onze deelnemende gemeenten: Beverwijk, Edam-Volendam, Haarlem, Heemskerk, Heemstede, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Uitgeest, Velsen, Waterland, Wormerland en Zandvoort en Provincie Noord-Holland. Op 1 januari 2022 is gemeente Beemster is gefuseerd met gemeente Purmerend. In de verbonden partijen hebben wij alleen de naam Purmerend opgenomen.
Begroting 2023
31/63
7.10.1 VvE Stationsplein ODIJmond en gemeente Beverwijk zijn gezamenlijk eigenaar van het pand aan het Stationsplein 48, 48a en 48b. Conform de akte van splitsing is een VvE geformeerd. Het bestuur is tweeledig en bestaat uit een bestuurslid van ODIJ en een bestuurslid vanuit gemeente Beverwijk. Voor beide partijen is sprake van financiële aansprakelijkheid. Indien de VvE haar verplichtingen niet nakomt, zal dit worden verhaald bij de eigenaren.
a.
Naam en vestigingsplaats
VVE Stationsplein 48 te Beverwijk.
b.
Openbaar belang dat wordt behartigd
Gezamenlijk onderhoud en beheer van het pand.
c.
Verwachte omvang van de bekostiging in het begrotingsjaar
€ 63.500. Dit is de bijdrage in de vorm van servicekosten. Gemeente Beverwijk draagt over 2021 circa € 145.000 bij.
d
Belang in de verbonden partij: Het belang van ODIJ bestaat uit 3/16 deel, voor het overige deel is gemeente Beverwijk eigenaar. De stemverhouding is 50/50.
1-1-2021 en 31-12-2021: 3/16 deel. De stemverhouding is 50/50.
e
Verwachte omvang van het EV.
01-01-2021: € 31-12-2021: €
Verwachte omvang van het VV.
01-01-2021: € 311.300
Het VV bestaat per 31-12-2021 geheel uit het reservefonds voor groot onderhoud.
31-12-2021: € 294.100
f
Omvang van het financiële resultaat
nihil
e
Maatschappelijke risico’s
De maatschappelijke risico’s zijn nihil. De VVE is opgericht ten behoeve van het gezamenlijke onderhoud en beheer van het pand.
40.700 40.700
Gedurende het boekjaar 2021 hebben wij geen bestuurlijke en financiële belangen in andere partijen gehad.
Begroting 2023
32/63
8 Begroting 2023
Financiële begroting (inclusief overhead) 33/63
8.1 Overzicht baten en lasten 8.1.1 Baten Financiële begroting (incl. overhead) BATEN GR-bijdragen deelnemers inclusief wabo Gemeente Beemster Gemeente Beverwijk Gemeente Bloemendaal Gemeente EdamVolendam Gemeente Haarlem Gemeente Heemskerk Gemeente Heemstede Gemeente Landsmeer Provincie NoordHolland bodemtoezichttaken Provincie NoordHolland VTH plustaken Gemeente Oostzaan Gemeente Purmerend Gemeente Uitgeest Gemeente Velsen Gemeente Waterland Gemeente Wormerland Gemeente Zandvoort GR-bijdragen deelnemers inclusief wabo
Begroting 2023
Realisatie
Gewijzigd e begroting
Begroting
Meerjarenraming
2021
2022
2023
2024
2025
2026
€
€
€
€
€
€
117.746 984.150
1.003.341
1.126.026
1.154.177
1.183.031
1.212.607
95.084
96.787
155.037
158.913
162.886
166.958
163.476
168.685
258.603
265.068
271.694
278.487
1.371.877 548.464 95.084 57.988
1.454.487 560.454 97.787 59.417
1.487.519 666.248 164.763 88.098
1.524.707 682.904 168.882 90.301
1.562.824 699.977 173.104 92.558
1.601.895 717.476 177.432 94.872
221.498
964.456
-
-
-
-
675.515
115.116
117.789
120.734
123.752
126.846
52.957 155.268 229.929 1.819.284 91.246
57.349 287.076 232.593 1.854.540 92.921
81.810 510.594 270.335 2.059.726 136.477
83.855 523.358 277.094 2.111.219 139.889
85.951 536.442 284.021 2.163.999 143.386
88.100 549.853 291.121 2.218.099 146.970
118.023
120.896
162.359
166.418
170.579
174.843
114.783
122.068
165.568
169.708
173.950
178.299
6.912.369
7.288.973
7.450.953
7.637.226
7.828.157
8.023.861
34/63
Dienstverleningsovereenkomsten, (subsidie)projecten en overige bijdragen
BATEN
Realisatie
Gewijzigde begroting
Begroting
2021
2022
2023
2024
2025
2026
€
€
€
€
€
€
Meerjarenraming
Baten overeenkomsten en overige (subsidie)projecten
6.338.356
Overeenkomsten en (subsidie)projecten
6.338.356
4.541.693
3.979.946
3.362.728
3.430.704
3.160.379
Overige baten
75.749
50.000
50.000
50.000
50.000
50.000
13.326.474
11.880.666
11.480.898
11.049.954
11.308.861
11.234.240
Nagekomen baten TOTAAL BATEN
Voor de specificatie van de overeenkomsten en overige (subsidie) projecten verwijzen wij naar bijlage 2.
Begroting 2023
35/63
8.1.2 Lasten Financiële begroting (incl. overhead) LASTEN Personele lasten Salarissen en sociale lasten Werving & personeelsbel eid Inhuur derden Scholing & employability Overige personeelslast en Subtotaal personele lasten Kapitaalslast en Afschrijvingsla st Gebouw Afschrijvingsla st Verbouwing & inventaris Afschrijvingsla st Vervoermiddel en Afschrijvingsla st ICT Rentelast vaste schuld (aanschaf pand) Subtotaal kapitaalslast en Overige bedrijfslaste n PZ-zaken/ salarisadminis tratie Organisatieont wikkeling Accountantsen advieskosten Huisvestingsk osten
Begroting 2023
Realisatie
Gewijzigde begroting
Begroting
Meerjarenraming
2021
2022
2023
2024
2025
2026
€
€
€
€
€
€
8.398.125
8.795.501
8.941.607
8.845.923
8.946.981
9.189.680
9.797
8.500
8.645
8.861
9.082
9.309
599.818
258.000
200.000
100.000
100.000
100.000
109.863
180.000
165.000
169.125
173.353
177.687
143.343
210.000
210.000
215.250
220.631
226.147
9.260.945
9.452.001
9.525.252
9.339.159
9.450.048
9.702.823
65.260
65.300
65.300
65.300
65.300
65.300
57.292
88.000
89.496
90.122
90.753
91.389
1.239
4.000
4.068
4.096
4.125
4.154
124.772
125.000
127.125
128.015
128.911
129.813
210.138
14.430
14.430
14.430
14.430
14.430
458.700
296.730
300.419
301.964
303.519
305.086
31.376
35.000
35.595
35.844
36.095
36.348
12.762
10.000
10.000
10.070
10.140
10.211
28.256
35.000
35.595
35.844
36.095
36.348
218.021
258.000
262.386
264.223
266.072
267.935
36/63
Facilitaire kosten ICT-kosten Handhavingsk osten Algemene kosten Bankkosten Subtotaal overige bedrijfslaste n Externe projectkosten Nagekomen baten en lasten Vennootschap sbelasting TOTAAL LASTEN
26.501
25.000
25.425
25.603
25.782
25.963
327.862
346.000
357.882
360.387
362.910
365.450
10.922
37.500
38.138
38.404
38.673
38.944
263.883
299.000
302.283
304.399
306.530
308.675
1.265
1.100
1.119
1.127
1.134
1.142
920.848
1.046.600
1.068.422
1.075.901
1.083.432
1.091.016
2.603.759
1.116.936
605.475
345.901
484.270
147.723
14.932
-
1.800
1.800
1.800
1.800
13.208.408
11.912.267
11.501.368
11.064.725
11.323.070
11.248.449
50.776-
8.1.3 Totalen TOTALEN
Totaal baten Totaal directe lasten Overhead Saldo van baten en lasten Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves Resultaat
Realisatie
Gewijzigde begroting
Begroting
Meerjarenraming
2021 € 13.326.474 10.411.165 2.797.243
2022 € 11.880.666 9.001.171 2.911.096
2023 € 11.480.898 8.591.406 2.909.963
2024 € 11.049.954 8.118.123 2.946.601
2025 € 11.308.861 8.313.428 3.009.642
2026 € 11.234.240 8.173.367 3.075.082
118.066
31.600-
20.470-
14.770-
14.209-
14.209-
-
-
-
-
-
-
42.296
31.600
20.470
14.770
14.209
14.209
160.362
0-
0-
0-
0
0
INCIDENTELE BATEN EN LASTEN
Realisatie
Gewijzigde begroting
Begroting
BATEN
2021
2022
2023
2024
2025
2026
€
€
€
€
€
€
Totaal incidentele baten
2.710.636
1.481.546
1.028.809
355.000
355.000
15.000
LASTEN
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Totaal incidentele lasten
2.581.067
1.413.994
820.868
15.000
15.000
15.000
Meerjarenraming
Taakvelden
Begroting 2023
37/63
9 Begroting 2023
Toelichting op de lasten
38/63
9.1 Personele lasten Circa 80% van onze kosten bestaat uit personeelskosten. De medewerkers van ODIJmond vallen onder de CAO van de Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (SGO). Vooruitlopend op de aanpassing van onze GR in 2022 gaan wij begroten voor de stijging van de loonvoet op basis van de Raming Macro Economische verkenning. Hiermee verwachten wij CAOontwikkelingen beter te kunnen opvangen. Dit voorkomt begrotingswijzigingen voor CAOontwikkelingen in 2023. Het jaar 2022 Er is tot en met 31 december 2022 een principeakkoord CAO afgesloten. Voor de uitwerkingen daarvan doen wij voor 2022 een begrotingswijziging. Deze bieden we tegelijk aan met de begroting van 2023. De gewijzigde begroting 2022 is de basis voor indexatie voor de begroting van 2023. Het jaar 2023 In de concept Macro Economische Verkenningscijfers (MEV) van het CPB, gepubliceerd op 21 september 2021, wordt de verwachte loonvoet voor de sector overheid voor 2022 ingeschat op 2,2%. Dit effect zien we terug in de berekening van de voor- en nacalculatie. De CAO-loonstijging loopt in 2022 op. De CAO’s die zijn afgesloten voor 2022 bevatten een hogere loonstijging dan in 2021. Verwacht wordt dat dit ook voor de nog af te sluiten CAO’s geldt vanwege het economisch herstel en de krapte op de arbeidsmarkt. Desondanks wordt de CAO-groei gedrukt door verzwakte bedrijven in met name de dienstensector.
Ook onzekerheid omtrent het verloop van de coronapandemie en bijbehorende maatregelen, beperken de ruimte voor loonstijging. Voor 2023 zijn nog geen betrouwbare cijfers voorhanden. Wij gaan daarom voor de begroting 2023 uit van een geleidelijke verhoging van de loonkosten. Met het oog op een nieuw af te spreken cao in 2023 en de verwachtingen van het CPB, stellen wij voor om voor 2023 uit te gaan van een gematigde loonbijstelling van 2,5%. De afgelopen periode is wel duidelijk geworden dat het aantrekken van hoogopgeleid en gekwalificeerd personeel (met name vakspecialisten) binnen de huidige arbeidsmarkt, een uitdaging vormt. De coronapandemie heeft voor ons werkpakket nog niet gezorgd voor een ruimere arbeidsmarkt. De verwachting is dat deze spanning de komende jaren aanhoudt. De situatie wordt verergerd door de toenemende uitstroom wegens leeftijd en arbeidsmobiliteit. Deze ontwikkeling is ook waarneembaar bij gemeenten en andere omgevingsdiensten. Het gevolg hiervan is dat vacatures langer openstaan dan gewenst en/of de (tijdelijke) inzet van medewerkers op inhuurbasis wordt verhoogd. We zijn gedwongen zij-instromers of nog niet gekwalificeerde medewerkers aan te nemen en dit vraagt extra begeleiding door onze medewerkers. Dit heeft gevolgen voor de door hen ervaren werkdruk en op de productiviteitsnorm.
En meer inhuur verhoogt de flexibele schil en is duurder in vergelijking met ‘eigen’ personeel. Met betrekking tot het vraagstuk rondom een krapper wordende arbeidsmarkt, wordt door ODIJmond de verbinding met
Begroting 2023
39/63
deelnemers, partners, andere omgevingsdiensten en opleidingsinstituten gezocht om deze problematiek te benaderen. Al jaren hebben wij binnen ODIJmond een opleidingstraject en investeren wij veel in het zelf opleiden van personeel. Naast de opleiding tot milieu-inspecteur willen wij ook voor de tak ‘bouw’ een eigen opleidingsprogramma ontwikkelen. Deelnemers vragen steeds vaker ondersteuning in het kader van de Omgevingswet. Dit is logisch omdat we te maken hebben met gezamenlijke processen en er veel specifieke kennis bij ODIJmond aanwezig is. Het gezamenlijk optrekken past ook in de ontwikkeling als kennisorganisatie die ODIJmond is voor haar deelnemers. Daarbij past het ook in een kennisorganisatie die ODIJmond is en wil blijven zijn om deelnemers op dit gebied te kunnen faciliteren. Investeren in kennisontwikkeling en delen is een speerpunt uit de aanbevelingen van het rapport van de commissie Van Aartsen. Aan de hand van strategische personeelsplanning wordt bepaald welke mogelijkheden aanwezig zijn om hierop zowel op de korte als lange termijn, invulling aan te geven. Hierbij moet worden gedacht aan het gezamenlijk opzetten van een traineeprogramma of aan de inzet en het opleiden van zijinstromers. Ook het onderwerp arbeidsmarktcommunicatie zal hiervan onderdeel uitmaken.
De gevolgen van dit alles zijn geschetst maar kunnen zeker hun tijdelijke of structurele invloed hebben op de afgesproken hoogte van de flexibele schil. Onder de subpost overige personeelslasten verantwoorden we onder andere reis-en verblijfkosten, ziektekosten, werkkleding, kosten OR en andere vergoedingen.
9.2 Overhead Digitalisering verandert onze maatschappij ingrijpend en is tegelijkertijd essentieel om de maatschappij draaiende te houden. De uitbraak van het coronavirus en de gevolgen daarvan tonen dat nog eens extra aan. Juist nu blijkt de meerwaarde van investeringen in een goed gedigitaliseerde overheid. Deze dragen bijvoorbeeld bij aan het organiseren van levensreddende zorg en aan goede overheidsdienstverlening. Wij streven naar een lage overhead maar door de groei van onze organisatie, zien wij dat de druk op de ondersteunende dienst onevenredig is toegenomen. Hiervoor breiden wij de cirkel ‘Staf’ zoals onze ondersteunende dienst heet, met 1 formatieplaats uit. Wij erkennen dat vooral de druk op onze IT-afdeling erg is toegenomen, wat komt door een toenemende vraag. De uitbreiding in contracten voor het applicatiebeheer van Open Wave staan hier deels ter dekking voor. Verder gaan we bij een uitbreiding van taken door onder andere het programma Schone Lucht en het Energiebesparingsakkoord een gedeelte reserveren van de middelen ten behoeve van deze formatieplaats.
Begroting 2023
40/63
Specificatie Overhead
Personele lasten Overige personele lasten Afschrijvingen Rentelasten ICT (afschrijving + overige) Overige bedrijfslasten Totaal
Realisatie 2021
Begroting 2023
Meerjarenraming 2023 2024
2025
€ 1.543.575 137.138
Gewijzigde begroting 2022 € 1.678.182 164.484
€ 1.669.148 153.647
€ 1.686.165 156.105
€ 1.729.269 158.603
€ 1.774.454 161.140
123.791 210.138 189.615
157.300 14.430 196.100
158.864 14.430 201.534
161.406 14.430 204.758
163.988 14.430 208.034
166.612 14.430 211.363
592.986
700.600
712.340
723.738
735.317
747.083
2.797.243
2.911.096
2.909.963
2.946.601
3.009.642
3.075.082
De berekening van zowel de overheadformatie als de overheadkosten is conform de BBVvernieuwingen. De overheadformatie ten opzichte van de totale formatie is 18,70% op basis van FTE.
9.3 Overige (materiële)kosten Voor de overige kosten wordt per onderdeel een budget gereserveerd in de begroting. Deze posten worden begroot op basis van structurele uitgaven en een inschatting van toekomstige structurele uitgaven, waarbij we de meerjarige budgetten uit de vastgestelde begroting 2022 als basis nemen. Getracht wordt om de uitgavenstructuur zodanig in te richten dat er sprake is van flexibiliteit en een zo beperkt mogelijk structureel uitgavenpatroon. Het belangrijkste uitgangspunt is hierbij dat structurele uitgaven uit structurele inkomsten worden gefinancierd. Deze posten bedragen meestal een historisch bepaald percentage van de directe personele lasten. Prijsstijgingen en indexeringen op inhuurcontracten worden opgevangen in het uurtarief. Hierin is de stijging van de inhuurtarieven gecompenseerd. De prijscorrectie in de voor- en nacalculatieberekening van het uurtarief voorziet hierin. Gezien de actuele ontwikkelingen in de economie hebben wij op voorcalculatie de prijsontwikkeling op 1,70% gezet. In onze samenleving moet iedereen mee kunnen blijven doen. Daarvoor is het nodig om te investeren in toegankelijke en begrijpelijke communicatie en in het verbeteren van digitale vaardigheden.
Sinds 1 juli 2018 zijn overheidsorganisaties wettelijk verplicht om de maatregelen te nemen die noodzakelijk zijn om hun websites en mobiele applicaties toegankelijker te maken. Ook moeten ze daarover gedetailleerd verantwoording afleggen in een toegankelijkheidsverklaring. In 2022 passen wij onze digitale toegankelijkheid verder aan. Een en ander kan uitlopen naar 2023. Gegevensuitwisseling & rapportages Het doel van deze gegevensuitwisseling is in eerste instantie om ons te verantwoorden. De deelnemers vragen een uitgebreide verantwoording. De rapportages, zowel extern en intern, willen wij professionaliseren en wij willen betere sturingsinformatie genereren. Om dit doel te bereiken
Begroting 2023
41/63
willen we business intelligence (BI) tooling koppelen aan het datawarehouse (deze tooling ‘bevraagt’ via het datawarehouse de verschillende bronnen bij ODIJmond). Daarvoor moeten we investeren in een datawarehouse als centraal gegevensknooppunt. De manier waarop we dit nu doen, handmatig, is complex en foutgevoelig. Daarnaast willen we investeren in het produceren van dashboards die zijn toegesneden op de deelnemer. Daarmee voorzien we de deelnemer van informatie waar behoefte aan is. Digitaal vergaderen en digitaal samenwerken De coronacrisis heeft overal als een katalysator gewerkt voor het plaats- en tijdonafhankelijk werken. Wij verwachten de kosten voor de ontwikkeling hiervan in 2022 te kunnen dekken uit incidentele baten. Het jaar 2022 zien wij als een ontwikkelingsjaar van deze dashboards. In 2023 houden wij rekening met een verhoging van de licentiekosten van onze Microsoft licentie.
9.4 Kapitaallasten en afschrijvingslasten Gebouwen Uitgangspunt voor de afschrijvingslast vormt, naast de eerdergenoemde datum van oplevering van het pand, een afschrijvingstermijn van 50 jaar. Hierbij wordt over 100% van de aanschafwaarde afgeschreven, exclusief de grondkosten en de parkeerplaatsen. De parkeervergunningen zijn voor onbepaalde tijd geldig en verbonden aan het gebouw. Verbouwing en inventaris Onder deze post is tevens de warmtekoude-opslag opgenomen. De afschrijvingstermijnen variëren van 10 tot 15 jaren. De afschrijvingslasten over de verbouwing en inventaris zal toenemen ten gevolge van investeringen in vergaderruimtes. Vervoermiddelen In 2020 hebben wij ons wagenpark vervangen. Wij willen hierbij een voorbeeldfunctie vervullen en hebben gekozen voor een 100% elektrisch wagenpark. Via een operational lease leasen wij dit nieuwe wagenpark voor de duur van vijf jaar. Ons oude wagenpark hebben wij verkocht. Voor de opbrengst waarde hiervan hebben wij het bestuur gevraagd een bestemmingsreserve te vormen. De onttrekking Hiervan loopt gelijk met de duur van het contract (vijf jaar). In de begroting van 2023 betekent dit een daling van de afschrijvingslasten voor vervoermiddelen en een stijging van de algemene kosten. Automatisering Deze post bestaat uit de hard- en software. De afschrijvingstermijnen zijn drie-en-een-half of vijf jaar.
Omdat een groot deel van de investeringen IT-software is om aan de RUD-kwaliteitseisen te voldoen, bedraagt de afschrijvingstermijn vijf jaar. Onzeker is hoelang deze systemen aan de externe en interne eisen blijven voldoen. Het uitgangspunt is minimaal vijf jaar. Nu en in de komende jaren zullen, zoals voorgesteld in de kadernota, investeringen worden gedaan in het kader van onder meer de Omgevingswet. Dit is vooral software.
Begroting 2023
42/63
Rentelasten Dit zijn de lasten van de lening voor de aanschaf van ons kantoorpand. In de paragraaf Financiering is het Renteschema opgenomen.
9.5 Verplichte aansluiting tot Inspectieview Inspectieview is het systeem waarlangs de wettelijk verplichte uitwisseling van milieugegevens plaatsvindt. Omgevingsdiensten worden gevraagd in 2021 met een eigen aansluiting aan te sluiten op Inspectieview, zodat per 1 januari 2022 de aansluiting op Inspectieview operationeel is (was 2021). In 2021 is gestart met een nieuwe governance, waarin gebruikers een nadrukkelijker rol krijgen dan in de huidige situatie. De gebruiksvriendelijkheid van Inspectieview wordt vergroot en er wordt een traject gestart waarin wordt bekeken aan welke gegevens specifiek behoefte is. Het OM heeft in het Bestuurlijk omgevingsberaad toegezegd te willen aansluiten op Inspectieview.
9.6 Externe projectlasten Conform de begroting 2022 zijn van alle projecten de totale projectkosten opgenomen, dus zowel de bijdragen voor personele dekking als externe kosten.
9.7 Bestemmingsreserves De bestemmingreserve voor reservetransitie RUD is in 2023 uitgeput. Dit betekent dat er vanuit deze reserve geen dekking meer is voor de kosten hiervan. Nieuwbouw In de begroting is rekening gehouden met de extra afschrijvingslasten ten gevolge van de nieuwbouw, zoals de BDB-index, de inrichting en de uitbreiding van het aantal werkplekken en automatisering. Deze bedragen worden aan de reserve onttrokken. Vervoermiddelen Uit het positief resultaat 2020 hebben wij het bestuur gevraagd een reserve te vormen ter dekking van ons autokosten. Deze reserve loopt gelijk met het contract voor operational lease. Aanwending van de reserves
Aanwending bestemmingsreserves
Reserve nieuwbouw Reserve transitie RUD Reserve visie luchtkwaliteit Reserve vervoermiddel Totaal aanwending bestemmingsreserves
Begroting 2023
Realisatie
Gewijzigde begroting
Begroting
Meerjarenraming
2021
2022
2023
2024
2025
2026
€
€
€
€
€
€
20.101
19.701
10.757
9.770
9.209
9.209
7.000
6.899
4.713
5.000
5.000
5.000
5.000
5.000
5.000
42.296
31.600
20.470
14.770
14.209
14.209
-
10.195
43/63
10
Financiële positie
Begroting 2023
44/63
10.1 Geprognotiseerde balans Realisatie
Begroting
Begroting
2021
2022
2023
2024
2025
2026
€
€
€
€
€
€
Materiële vaste activa
3.908.655
3.963.655
3.878.655
3.950.000
3.800.000
3.750.000
Financiële vaste activa
11.520
11.520
11.520
11.520
11.520
11.520
Balans
Meerjarenraming
Vlottende activa
7.823.086
4.536.976
4.589.477
4.395.500
4.539.591
4.583.682
Balanstotaal activa
11.743.261
8.512.151
8.479.652
8.357.020
8.351.111
8.345.202
Algemene reserve
375.000
375.000
375.000
467.000
467.000
467.000
Gerealiseerd resultaat
160.362
160.362
160.362
-
-
-
Bestemmingsreserves
112.851
81.251
81.252
66.482
52.273
38.064
Voorzieningen
240.538
195.538
163.038
123.538
131.838
140.138
Vaste schulden
3.700.000
3.700.000
3.700.000
3.700.000
3.700.000
3.700.000
Vlottende passiva
7.154.510
4.000.000
4.000.000
4.000.000
4.000.000
4.000.000
Balanstotaal passiva
11.743.261
8.512.151
8.479.652
8.357.020
8.351.111
8.345.202
Toelichting op de geprognotiseerde balans Omdat het resultaat van 2021 nog niet is bestemd, is dit op deze manier in de balans verwerkt. Onze vaste activa dalen licht, als gevolg van verwachte investeringen, maar verminderen ook met de afschrijvingen hierop. Ook is van belang te noemen dat er jaarlijks terugkerende, niet uit de balans blijkende verplichtingen bestaan. Dit gaat om jaarlijks terugkerende arbeidskosten voor niet boventallige verlofdagen, de rentelasten uit hoofde van de financiering van de huisvesting, de kosten voor telefonie, het leasecontract van het wagenpark en het leasecontract van de printers. Het is niet toegestaan om deze verplichtingen op de balans als schuld of verplichting op te nemen. Deze verplichtingen bedragen in 2021 € 559.900. 10.1.1 Investeringen Wij doen geen investeringen van maatschappelijk nut. Alle investeringen zijn van economisch nut. Verbouwing en inventaris Gezien de huidige inrichting van onze hoofd- en nevenvestiging, verwachten wij geen grote verbouwingen. Als gevolg de coronapandemie zijn wij bijna volledig vanuit huis gaan werken. Wij verwachten dat wij in de toekomst een andere invulling geven aan werken op kantoor. Dit vergt kleine aanpassingen aan ons kantoor, wij verwachten te investeren in dynamische vergaderruimtes en ontmoetingsplekken. Eind 2022 is ons meubilair afgeschreven, waar nodig doen wij een vervangingsinvestering.
Vervoermiddelen Eind 2020 hebben wij gekozen voor een 100% elektrisch wagenpark door middel van een operational leaseconstructie. Dit betekent een transitie van bezit naar gebruik. De contracten zijn afgesloten tot en met 2024. In alle auto’s is een innovatief car-tracker-systeem geplaatst wat de
Begroting 2023
45/63
kilometers bijhoudt, de reservering van de auto mogelijk maakt en de medewerker ondersteunt bij het elektrisch laden. De verkoopopbrengst van ons oude wagenpark dekt tot en met 2024 de stijging van deze lasten via een bestemmingsreserve. De minibus blijft in eigen bezit en is in 2023 volledig afgeschreven. De minibus maakt in verhouding tot de rest van ons wagenpark weinig kilometers, in 2023 beslissen we of de minibus vervangen of nog een jaar aanhouden. Automatisering Wij blijven investeren in ons maatwerk in eigen beheer software pakket voor VTH taken zowel in het kader van de omgevingswet als in het kader van (verplichte) koppelingen naar derden partijen. 10.1.2 Reserves Nieuwbouw In de begroting is rekening gehouden met de extra afschrijvingslasten ten gevolge van de nieuwbouw, zoals de BDB-index, de inrichting en de uitbreiding van het aantal werkplekken en automatisering. Deze bedragen worden aan de reserve onttrokken. Transitiekosten Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Tevens zijn extra kosten opgenomen voor de benodigde IT-investeringen om aan de RUDkwaliteitseisen te voldoen. Dit conform de oorspronkelijk doelstelling van deze gereserveerde bijdrage ten tijde van de RUD-vorming. De reserve zal gedurende het jaar 2023 volledig zijn aangewend. Vervoermiddelen Deze reserve staat ter dekking van de kosten voor ons elektrisch wagenpark.
De onttrekking van de reserves loopt gelijk met het leasecontract. Realisatie
Begroting
Begroting
2021
2022
2023
2024
2025
2026
€
€
€
€
€
€
Algemene reserve
375.000
375.000
375.000
467.000
467.000
467.000
Onverdeeld resultaat
160.362
160.362
160.362
Reserve nieuwbouw
81.440
61.739
50.982
41.212
32.003
22.794
Reserve transitie RUD
11.411
4.512
-
-
-
Reserve visie luchtkwaliteit
10.195
-
-
Reserve vervoermiddelen
20.000
15.000
10.000
5.000
-
Totaal saldo reserves
658.408
586.344
508.212
499.003
489.794
Stand reserves
482.740
Meerjarenraming
10.2 EMU-saldo Decentrale overheden geven inzicht in de berekening van hun aandeel in het EMU-saldo van Nederland. Deze informatie wordt aangeleverd bij het CBS. Onder gemeenschappelijke regelingen vindt een steekproef plaats, wanneer deze een exploitatie van twintig miljoen of hoger hebben. Wij vallen niet in de steekproef. We nemen het EMU-saldo wel in de begroting op. Het EMU-saldo is het
Begroting 2023
46/63
totaal van inkomsten minus uitgaven. De categorieën die van invloed zijn en niet voorkomen bij de ODIJ, zijn niet in de tabel opgenomen.
EMU-saldo
Exploitatiesaldo + afschrijvingen + dotatie voorzieningen - onttrekking voorzieningen - onttrekking reserves EMU-saldo
Begroting 2023
Realisatie
Gewijzigde begroting
Begroting
2021
2022
2023
Meerjarenraming 2024
2025
2026
€
€
€
€
€
€
118.066
31.600-
20.470-
14.770-
14.209-
14.209-
248.563
266.900
285.989
287.534
289.089
290.656
111.869
20.000
25.000
25.000
20.000
2.000
3.270
45.000
40.000
40.000
40.000
20.000
42.296
31.600
20.470
14.770
14.209
14.209
432.931
178.700
230.049
242.993
240.672
244.238
47/63
11
Toelichting op de baten
Begroting 2023
48/63
11.1 Gemeentelijke baten De baten uit de gemeentelijke bijdragen die in de begroting 2023 van ODIJmond worden opgenomen, staan gelijk aan de afname van de uren die zijn opgenomen in de in GR en de verdeling volgens de verdeelsleutel. Naast vaste GR-bijdragen, worden ook de langlopende contracten aan de baten toegevoegd. Alleen met extra baten die zijn vastgesteld vanuit aanvullende opdrachten wordt rekening gehouden. Hier worden baten bedoeld die onder andere voortvloeien uit de vrijval of ontvangst van subsidies en activiteiten op het gebied van natuur- en milieueducatie.
11.2 Dienstverleningsovereenkomsten Wij hebben al sinds 2001 een lange samenwerkingsrelatie met gemeenten in Zuid-Kennemerland en Zaanstreek-Waterland opgebouwd op basis van dienstverleningsovereenkomsten. Met het inwerkingtreden van de Wet verbetering Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving zijn deze partners verplicht tot de GR Omgevingsdienst IJmond toegetreden met hun basistakenpakket (zie ook 3.1 Basistakenpakket). De overige taken voor deze gemeenten worden nog steeds uitgevoerd op basis van langlopende dienstverleningsovereenkomsten, conform artikel 18 van de GR.
11.3 Regio IJmond 11.3.1 Gemeente Velsen, Beverwijk en Heemskerk Afhankelijk van de besluitvorming omtrent ons programma Gezondheid en Luchtkwaliteit vragen wij voor de uitvoering van dit programma extra middelen op. 11.3.2 Gemeente Uitgeest Voor het jaar 2022 en 2023 hebben we een nieuwe dienstverleningsovereenkomst opgesteld. Deze overeenkomst staat ter dekking van onze vaste en flexibele schil. 11.3.3 NME De formatiedekking van NME is niet in overeenstemming met de loonkosten. In 2020 is overeengekomen om via de begrotingen deze in de toekomst op peil te brengen. In 2023 verhogen wij de formatiebijdrage met €5.000 per educatiecentrum.
11.4 Regio Kennemerland 11.4.1 Gemeente Haarlem Met gemeente Haarlem voeren wij momenteel gesprekken voor het inbrengen van de bodem- taken in het kader van het basistakenpakket. In de begroting van 2023 houden wij rekening dat de GRbijdrage met 670 uur wordt verhoogd.
11.5 Regio Zaanstreek-Waterland 11.5.1 Gemeente Purmerend Per 1 januari 2022 heeft (voormalig) gemeente Beemster aangegeven haar plustaken met 1 jaar te verlengen. In de begroting van 2023 houden we geen rekening meer met deze baten. In 2022 treden we in overleg met gemeente Purmerend over de overdracht van deze taken. De formatiedekking die met deze baten is gemoeid, is 1040 uur.
Begroting 2023
49/63
Dit betekent, dat wij in de begroting van 2023 de vacatureruimte (flexibele schil) voor één formatieplaats verlagen en geen rekening houden met deze baten. 11.5.2 Gemeenten met veehouderij-activiteiten Regio Zaanstreek-Waterland is rijk aan agrarische activiteiten. Veehouderijbedrijven zijn onder de Omgevingswet volledig vergunning-plichtig, waar dit nu nog samenhangt met de grootte en inrichting van deze activiteiten. De GR-bijdragen van deze regiogemeenten worden berekend op basis van een vaste bijdrage die is opgesteld voor de uitvoering van het basistakenpakket in de VTHwetgeving. Er is een projectgroep opgericht om te onderzoeken of deze vaste bijdragen voor het basistakenpakket nog aansluiten op de inhoud van dat pakket onder de Omgevingswet. De verwachting is dat dit voor gemeenten met veel activiteiten op het gebied van veehouderij de huidige vaste bijdrage niet toereikend is. Deze ontwikkelingen worden meegenomen in de aanpassing van onze gemeenschappelijke regeling naar aanleiding van de Omgevingswet.
11.6 Subsidies en bijdragen De afgelopen jaren hebben wij veel ervaring opgedaan met (complexe) Europese subsidiefondsen. In tegenstelling tot regionale projecten zijn hier mogelijkheden om gedeeltelijke dekking aan te vragen voor formatie. Ook subsidiestromen die komen van het Rijk en de provincie blijven wij nauwgezet in de gaten houden. We hebben steeds meer aandacht om de kosten voor coördinatie hierin mee te begroten. Ten tijde van het opstellen van de begroting verwachten wij nog geen beschikking over de honorering van deze projecten te hebben. In de begroting kunnen wij alleen bijdragen opvoeren waar wij een beschikking van hebben ontvangen. Deze ontwikkeling zorgt ervoor dat wij in 2023 mogelijk hogere baten hebben dan begroot. Indien dit leidt tot een begrotingsoverschot, betalen wij dit terug aan onze deelnemers.
11.7 Externe veiligheid van incidenteel naar structurele baten De financiering voor externe veiligheid is in 2021 aangepast. Vanaf de begroting 2022 verwerken we deze bijdragen in de GR-bijdrage omdat deze uitvoeringstaak een taak in het basistakenpakket is. De bijdragen indexeren wij vanaf de begroting van 2023.
11.8 Overige kosten Overige kosten berekenen we op basis van: −
de meest recente inzichten omtrent ontwikkeling van de overige kosten (huur op basis van laatste stand huurcontract, servicekosten, ICT-licenties etc.);
−
afschrijvingen o.b.v. activabestand + investeringen + vervangingsinvesteringen;
−
indexering.
Begroting 2023
50/63
12
Risico’s en onzekerheden
Begroting 2023
51/63
12.1 Omgevingswet De Omgevingswet heeft grote financiële consequenties. Er zijn (nog) geen afspraken over de gevolgen die de Omgevingswet kan hebben voor de Dienstverleningsovereenkomsten (DVO), en daarmee dus ook niet over het uurtarief.
12.2 Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Er zal een effect zijn van de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, waarbij de markt taken overneemt van de gemeenten. Voor de gemeente Zandvoort voeren wij alle bouwtaken uit. Hier is vaste formatie op ingezet, die deels wordt gedekt door legesinkomsten. De impact zal, in relatie tot veranderende legesdekking, vooruitlopend op de in werking treding inzichtelijk worden gemaakt.
12.3 Project invoering Omgevingswet We verwachten in 2022 en 2023 dat de omvang van de werkzaamheden sterk zal toenemen. In 2021 werd duidelijk dat de meeste gemeenten kiezen voor de minimale variant om te kunnen werken onder de Omgevingswet. Een aantal zaken worden daarmee vooruitgeschoven naar de toekomst. Omdat de vraag naar onderzoekskosten ten behoeve van de omgevingsplannen sterk uiteenlopen per deelnemer, hebben wij in onze financiële ramingen hier geen rekening mee gehouden. De onderzoekskosten komen voor rekening van de deelnemers.
12.4 Leges voor milieuvergunningen Onder de Omgevingswet is het mogelijk om leges te gaan heffen voor milieuvergunningen. Dit moet per gemeente onderzocht worden. In de begroting van 2023 houden we hier geen rekening mee (conform begroting 2022). Wel hebben wij de data en expertise in huis om onze deelnemers hierover te adviseren.
12.5 Warme overdracht bodemtaken Tegelijk met de overdracht van de bodemtaken van de provincie naar gemeenten worden de financiële middelen vanuit het Provinciefonds naar Gemeentefonds overgeheveld. Om straks namens gemeenten in de toekomst deze taak op hetzelfde niveau, zorgvuldig en adequaat uit te kunnen blijven voeren, doen wij een beroep op deze middelen. De financiering van de bodemtaken onder de Omgevingswet is echter al langere tijd onduidelijk. De verwachting is dat hier medio 2022 meer over bekend wordt. Het Rijk is daar nu over in overleg met de VNG en het IPO. Om hier wel op voor te sorteren, hebben wij het totaalbedrag, dat nu voor onze regio staat gereserveerd, verdeeld over onze regio via een verdeelsleutel. In de begroting van 2023 houden wij rekening met de volledige financiering van deze taak. We verdelen deze bijdragen na indexatie op basis van een verdeelsleutel. In de begroting van 2022 hebben wij deze sleutel berekend naar inwonersaantallen. In een zienswijze op deze begroting is aangegeven dat dit niet gewenst is. Momenteel zijn wij in gesprek met provincie Noord-Holland over deze financiering. In de begroting van 2023 hanteren wij de verdeelsleutel die het meest recht doet
Begroting 2023
52/63
aan de verdeling van de gelden. Het is onzeker of de Rijksmiddelen in 2023 toereikend zijn om de kosten voor de bodemtaken één op één te dekken.
12.6 Inhoud van het basistakenpakket Tijdens het opstellen van deze begroting is er nog onzekerheid over de inhoud van het basistakenpakket. De basistaken zijn door al onze deelnemers ingebracht in de gemeenschappelijke regeling. Een aantal deelnemers heeft de plustaken met dienstverleningsovereenkomsten bij ons ondergebracht. Het is mogelijk dat er door aanpassing van de inhoud van het basistakenpakket meer taken ingebracht moeten worden in de gemeenschappelijke regeling. Medio 2022 verwachten wij hier duidelijkheid over te verkrijgen. Arena Consultants ondersteunt ons in dit traject. Hierin worden al onze deelnemers betrokken.
12.7 IJmond Bereikbaar Een deel van de huidige formatie voor IJmond Bereikbaar dekken wij uit een externe subsidie, die is beschikt tot en met 2021, met een mondeling akkoord tot en met 2022. In de begroting van 2023 gaan wij er van uit dat deze gecontinueerd wordt voor 2023. De onzekerheid hieromtrent vermelden wij in onze begroting.
12.8 Dienstverleningsovereenkomst met gemeente Uitgeest. Voor het jaar 2022 en 2023 hebben we een nieuwe dienstverleningsovereenkomst opgesteld. Deze overeenkomst staat ter dekking van onze vaste en flexibele schil. De dienstverleningsovereenkomst is tijdens het opstellen van deze begroting nog niet ondertekend. Wij verwachten hier op zeer korte termijn besluitvorming over. Met deze dienstverleningsovereenkomst is 2343 uur gemoeid.
12.9 Financiering programma Gezondheid & Luchtkwaliteit. Het programma heeft een looptijd van 4 jaar. Gemeente Velsen heeft de financiering voor het programma voor 1 jaar toegekend. In de begroting nemen wij de formatieplaatsen en de financiering van dit programma op. De financiering voor het programma is incidenteel. Om te zorgen voor een duurzaam programma, is inzet van vaste formatie wenselijk. Wanneer financiering hiervoor niet gecontinueerd wordt, is het risico dat er kosten zijn gepaard bij het herplaatsen of afvloeien van formatie.
12.10 Boventallig verlof In het principeakkoord zijn afspraken gemaakt over de harmonisatie van het verlof. Ter ondersteuning van het vitaliteitsbeleid krijgen alle medewerkers vanaf 1 januari 2022 de mogelijkheid om bovenwettelijk verlof te sparen. Dit verlofsparen geeft medewerkers meer mogelijkheden om vrije tijd af te stemmen op specifieke wensen. Deze extra mogelijkheid tot verlofsparen kan leiden een stijging van het verlofsaldo.
12.11 Uitkomsten Commissie Van Aartsen Een van de aanbevelingen van de Commissie Van Aartsen is te komen tot een Landelijke normfinanciering in plaats van lokale outputfinanciering. ODIJmond heeft geen outputfinanciering maar een inputfinanciering. Uit onderzoek blijkt dat als we onze financiering omrekenen naar euro per
Begroting 2023
53/63
inwoner, wij aan de onderkant van de omgevingsdiensten zitten. Dit betekent dat er een risico bestaat dat een landelijke normfinanciering een stijging van de tarieven met zich mee brengt. De commissie realiseert zich dat dit een beperking in de vrijheid van het budget van lokale en regionale overheid betekent en daarmee een ingreep in de gegroeide financiële verhoudingen tussen overheden. Toch is het noodzakelijk om toezicht en handhaving effectief te laten zijn en meer milieuschade in de toekomst te voorkomen. Omdat dit ook een nationaal belang is, moet het Rijk bijdragen aan de financiering van de omgevingsdiensten. Ten tijde van het opstellen van deze begroting is niets bekend over financiering van het Rijk en is dit onzeker.
Begroting 2023
54/63
13
Begroting 2024 en verder
Begroting 2023
55/63
Belangrijkste uitgangspunt voor de begroting 2023 én de meerjarenraming 2024-2026, is dat deze sluitend is en voorziet in maatregelen die ook op langere termijn een sluitende begroting waarborgen. Een sluitende begroting vereist een evenwicht tussen de baten en de lasten. Nadat de lasten verminderd zijn met de baten uit dienstverleningsovereenkomsten, projecten en overige baten, resteert de bijdrage van de deelnemers. Deze baten zijn kostprijsafhankelijk en zijn daarom van dezelfde ontwikkelingsfactoren afhankelijk. Zo zijn de baten en de lasten vooral afhankelijk van de ontwikkeling van het totale volume van de dienstverlening. Ook de te hanteren indexering heeft invloed op de baten en lasten. In lijn met de lange termijnvisie van het CPB, wordt er verwacht dat de economie beperkt aantrekt in de aankomende jaren. Hierdoor zetten wij ook in op een beperkte loon- en prijsontwikkeling. De voorlopige percentages worden uiteindelijk verrekend in de Begroting 2024 en de definitieve worden berekend in de begroting 2025.
Begroting 2023
56/63
14 Begroting 2023
Bijlagen
57/63
Ten tijde van het opstellen van onze begroting is de financiering omtrent de decentralisatie van de bodemtaken nog niet bekend. De opbouw van de bijdrage in de gemeenschappelijke regeling bestaat vanaf 2023 uit meerdere componenten.
14.1 Bijdrage voor bodemformatie In de begroting van 2023 vragen wij bij provincie Noord-Holland een formatieplaats op voor de VTHtaken die bij ons belegd blijven. De bijdrage voor de financiering van de formatie plaatsen voor de bodemtaken voor 2023 bedraagt Provincie -Noord-Holland
Voor DBT*
Provincie Noord-Holland bodemtoezichttaken Provincie Noord-Holland VTH plustaken
€ 228.208 € 871.856 € 1.100.063 € 117.798 € 982.274
1 formatie voor VTH (plus) Taken Formatie voor bodemdecentralisatie
Gemeente Haarlem heeft haar bodemtaken niet bij ons belegd. Omdat dit een onderdeel is van het basistakenpakket zijn wij in gesprek over de inbreng van deze taak bij onze dienst. Dit betekent dat in de berekening van de verdeelsleutel een correctie is gemaakt voor de inbreng van de gemeente Haarlem.
14.2 Bijdrage voor Impuls Omgeving Veiligheid De bijdrage voor de Impuls Omgevingsveiligheid (IOV) is geïndexeerd. Verdeelsleutels De bijdrage de Impuls Omgeving Veiligheid (IOV) is op basis een verdeelsleutel welke door middel van een projectgroep van het Rijk is vastgesteld.
Begroting 2023
58/63
14.3 Bijdrage gemeenschappelijk regeling deelnemers 2023 GR-bijdragen deelnemers Deelnemers
GR-bijdrage voor
Bijdrage
Bodemoverdracht
GR-bijdrage na
bodemoverdracht
IOV*
o.b.v. inwoners
bodemoverdracht
€
€
€
€
Gemeente Beemster
-
Gemeente Beverwijk
1.013.825
13.302
98.900
1.126.026
Gemeente Bloemendaal
98.011
1.023
56.003
155.037
Gemeente Edam-Volendam
168.509
4.093
86.001
258.603
Gemeente Haarlem
1.472.171
15.348
-
1.487.519
Gemeente Heemskerk
564.970
8.186
93.093
666.248
Gemeente Heemstede
98.011
2.046
64.705
164.763
Gemeente Landsmeer
59.774
1.023
27.302
88.098
228.208
-
228.208-
-
871.856
-
754.066-
117.789
Gemeente Oostzaan
54.587
4.093
23.129
81.810
Gemeente Purmerend
281.464
12.278
216.851
510.594
Gemeente Uitgeest
236.843
1.023
32.469
270.335
Provincie Noord-Holland bodemtoezichttaken Provincie Noord-Holland VTH bodem plustaken
Gemeente Velsen
1.874.114
22.510
163.101
2.059.726
Gemeente Waterland
94.056
1.023
41.398
136.477
Gemeente Wormerland
121.657
2.046
38.656
162.359
Gemeente Zandvoort
121.833
3.070
40.666
165.568
GR-bijdragen deelnemers inclusief wabo
7.359.888
91.064
0
7.450.953
Begroting 2023
59/63
14.4 Bijlage Dienstverleningsovereenkomsten, (subsidie)projecten en overige bijdragen Financiële begroting (incl. overhead)
Realisatie
Gewijzigde begroting
Begroting
Meerjarenraming
BATEN
2021
2022
2023
2024
2025
2026
€
€
€
€
€
€
89.346
-
-
-
-
Beverwijk NME
54.043
59.043
59.043
60.519
62.032
Beverwijk uitvoering MBP/verduurz bedrijven
25.000
25.525
-
-
-
Beverwijk duurzaam bouwloket
8.000
8.136
8.339
8.548
8.762
Beverwijk meetnet
25.000
25.000
25.000
25.000
25.000
Beverwijk duurzaamheidsleningen
-
-
-
-
-
5.000
-
-
-
-
231.098
236.370
242.280
248.337
254.545
77.319
79.083
81.060
83.087
85.164
50.000
-
-
-
-
15.000
15.255
-
-
-
50.000
30.000
-
-
-
15.000
15.255
-
-
-
Heemskerk NME
54.043
59.043
59.043
60.519
62.032
Heemskerk Duurzaam bouwloket
8.000
8.136
8.136
8.136
8.136
Heemskerk meetnet
14.000
14.000
14.000
14.000
14.000
5.000
-
-
-
-
175.944
179.958
184.457
189.068
193.795
Interreg subsidie PECS
-
-
-
Interreg subsidie INTERREG_Up cycle your waste
120.000
-
-
-
-
KIMO personele inzet
67.000
60.000
61.500
63.038
64.613
259.706
265.631
272.272
279.079
286.056
25.000
25.149
25.777
26.422
27.082
Dienstverleningsovereenkomsten, (subsidie)projecten en overige bijdragen Baten overeenkomsten en ov (subs)projecten Beemster dienstverleningsovereenkomst
Beverwijk bijdrage MRA warmte/koude Bloemendaal dienstverleningsovereenkomst Heemskerk Dienstverleningsovereenkomst Bouwen woningtoezichtstaken Heemskerk verduurzamen bedrijven terreinen Heemskerk- uitvoering wijkuitvoeringsplannen Heemskerk- cofinanciering van het Regionaal Energiebesparingsprogramma Heemskerk- onderzoek en advisering warmtenet
Heemskerk bijdrage MRA warmte/koude Heemstede dienstverleningsovereenkomst
Landsmeer dienstverleningsovereenkomst Landsmeer dienstverleningsovereenkomst VTH Zaaksysteem applicatiebeheer
Begroting 2023
6.338.356
60/63
Mobiliteitsfonds incl €20.000 pers dekking Oostzaan dienstverleningsovereenkomst Schipholtaken BUCH-gemeenten + Alkmaar en Haarlem
20.000
-
-
-
-
335.049
342.693
351.260
360.042
369.043
48.424
49.543
50.782
52.051
53.352
200.000
200.000
-
-
-
340.000
340.000
340.000
340.000
110.000
-
-
-
-
201.287
205.879
-
-
-
Velsen havenverordening
74.000
74.000
74.000
74.000
74.000
Velsen uitvoering milieubeleidsplan (o.a. Greenbiz)
60.000
30.630
-
-
-
Velsen duurzaam wonen en bouwen
-
-
-
-
-
Velsen collectieve energieprojecten
100.000
-
-
-
-
Velsen duurzaam bouwloket
8.000
8.136
8.339
8.548
8.762
Velsen meetnet
39.000
39.000
39.000
39.000
39.000
Velsen Cofinanciering van het Regionaal Energiebesparingsprogramma
50.000
-
-
-
-
Velsen bijdrage MRA warmte/koude
5.000
-
-
-
-
86.511
88.485
90.697
92.965
95.289
494.842
506.131
518.784
531.754
545.048
120.274
123.018
126.093
129.246
132.477
552.573
565.180
579.309
593.792
608.637
23.500
138.346
126.500
126.500
126.500
Zandvoort uitbreiding formatie BWT
116.265
116.265
Zandvoort geluidmetingen
15.000
15.000
15.000
15.000
15.000
22.994
30.000
-
-
-
-
-
76.000
-
-
-
-
-
-
-
-
-
OTW
-
-
-
-
-
Metingen IJmond
20.000
-
-
-
-
Nog te besteden subsidie middelen
47.175
-
Bijdragen personele afspraken
2.300
2.055
2.055
2.055
2.055
4.541.693
3.979.946
3.362.728
3.430.704
3.160.379
Schone en slimme mobiliteit (IJB)* Programma gezondheid en schone lucht* Uitgeest uitvoering duurzaamheidsprogramma Uitgeest dienstverleningsovereenkomst
Waterland dienstverleningsovereenkomst Wormerland dienstverleningsovereenkomst Zandvoort dienstverleningsovereenkomst Milieu Zandvoort dienstverleningsovereenkomst Bouwen woningtoezicht Zandvoort dienstverleningsovereenkomst Toeristische verhuur
Actualiseren EU geluidbelastingkaarten Voorbereiding en uitvoering geluidsaneringsprojecten Regionaal energiebesparingsprogramma Regeling Reductie Energie regio Ijmond
Overeenkomsten en (subsidie)projecten
Begroting 2023
6.338.356
61/63
Begroting 2023
62/63
Contactpersoon: Postbus 325 1940 AH Beverwijk 0251–263 863 info@odijmond.nl | www.odijmond.nl [kies de datum] | versie [0.0] Beeld: [naam fotograaf, Stockbureau (indien van toepassing]
Begroting 2023
63/63