CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

D conceptbegroting-2023-ODIJ

Gemeenteraad 30 juni 2022, gemeente PurmerendBij agendapunt: Zienswijze begroting Omgevingsdienst IJmond/Noordzeekanaalgebied15.939 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

gemeente Beverwijk, het Stadhuis;

−

gemeente Beverwijk, het Verhuur (of markt)kantoor.

Van ieder onderdeel is een aparte MJOP opgesteld. Het MJOP is in oktober 2020 door een extern bureau, in opdracht van gemeente Beverwijk, geactualiseerd. Alle partijen zijn zelf verantwoordelijk voor de inrichting van het door hun gebruikte gebouwdeel. Gekozen is om de gebouwonderdelen, die gezamenlijk gebruikt worden en/of bij alle partijen voorkomen, gelijktijdig uit te voeren. De jaarlijkse kosten voortkomend uit het MJOP maken onderdeel uit van de begroting van de VvE. In overeenstemming met deze begroting heeft ODIJ over 2021 hiervoor een bedrag van circa € 21.500 als last verantwoord. Deze kosten komen in de jaarrekening tot uitdrukking onder de huisvestingskosten.

Begroting 2023

28/63

Voor de eigen onderdelen vanuit het MJOP heeft ODIJ vanaf boekjaar 2015 een voorziening groot onderhoud gevormd. Op basis van het geactualiseerde MJOP bedraagt de dotatie van de voorziening in 2021 € 20.000. Dit is conform voorgaand jaar.

7.8 Treasury/financiering Wij hebben in 2014 een treasury statuut met daarin een treasury beleid opgesteld. Het treasury statuut heeft tot doel een kader te scheppen waarbinnen de financiële continuïteit van ODIJmond kan worden gewaarborgd. Hiervoor zijn enkele doelstellingen opgesteld. 1. Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities. 2. Het beschermen van vermogens- en (rente-)resultaten van ODIJ tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s. 3. Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. 4. Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO), de Regeling Uitzettingen en Derivaten Decentrale Overheden (RUDDO), het besluit Leningsvoorwaarden Decentrale Overheden en de limieten en richtlijnen van het treasury statuut. 5. Het realiseren van informatiestromen ter ondersteuning van de opstelling van het treasury beleid, de uitvoering van het beleid en de verantwoording daarover. In 2021 hebben wij de saldi op de betaalrekeningen actief bewaakt. Hierbij is het uitgangspunt het saldo op de betaalrekening zo laag mogelijk te houden. Met ingang van 2014 doen wij aan het verplichte Schatkistbankieren.

Door de lage (geen) rente zijn in 2021 geen deposito’s in de schatkist afgesloten. Van toepassing zijnde wet- en regelgeving is de Wet financiering decentrale overheden (FIDO) en de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (RUDDO). Lening Ten behoeve van de nieuwbouw hebben wij een renteswap over een nominaal bedrag van €3.700.000 bij de Rabobank afgesloten. In 2023 bedragen de Rentelasten voor de vaste schuld voor de aanschaf van ons pand in Beverwijk €14.430 Onze solvabiliteit (verhouding eigen vermogen/totaal vermogen) is in 2021 5,52% (2020 7,6). Bij het aantrekken van vreemd vermogen zijn in de Wet FIDO grenzen gesteld in hoeverre dit mag plaatsvinden met kort vreemd vermogen en de mate waarin renterisico mag worden gelopen over de vaste schulden. De kasgeldlimiet ligt voor gemeenschappelijke regelingen op 8,2% en de renterisiconorm op 20% van de jaarbegroting met een minimumbedrag van € 2.500.000. De kasgeldlimiet is voor ons niet van belang omdat er geen kasgeldleningen zijn aangetrokken. Per 2 januari 2021 is de lening van de BNG voor tien jaren geherfinancierd, waardoor per heden de minimum risiconorm volgens de Wet FIDO niet wordt overschreden.

Begroting 2023

29/63

Renteschema Renteschema

Bedrag

Externe rentelasten

€ 14.430

Externe rentebaten

-

Saldo rentelasten en rentebaten

€ 14.430

Verplicht door te rekenen rente aan grondexploitatie

-

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

€ 14.430

Rente over eigen vermogen

-

Rente over voorzieningen

-

Totaal geraamde aan taakvelden toe te rekenen rente

€ 14.430

De aan taakvelden toegerekende rente (overhead)

€ 14.430

Renteresultaat

-

7.9 Bedrijfsvoering en personeel 7.9.1 Koers van de organisatie Het huidige takenpakket van ODIJmond is divers en verschilt per gemeente. In de afgelopen jaren vonden er binnen de genoemde taakvelden veel veranderingen plaats. Ook de komende jaren staan in het teken van ontwikkelingen zoals het Klimaatakkoord, het inwerkingtreden van de Omgevingswet, de transitie van een lineaire naar een circulaire economie en de private borging van bouwtoezichttaken. Deze ontwikkelingen veranderen de context waarin ODIJmond haar taken uitvoert. Het grote kaderstellende effect van deze ontwikkelingen op het toekomstperspectief heeft effecten op ons werk voor de komende jaren. In dit nieuwe krachtenveld is het van belang om voor de komende jaren de koers van de organisatie te bepalen. Deze dient breed gedragen en toekomstbestendig te zijn. Wij hebben ervoor gekozen dit uit te werken in een ODIJmond Bedrijfsplan 2021–2024 . Deze is vastgesteld door het Algemeen Bestuur op 15 december 2020). Voorafgaand aan het schrijven van dit plan hebben wij onze deelnemende gemeenten en de provincie geconsulteerd. Daarnaast hebben verschillende sessies plaatsgevonden met onze ambtelijke opdrachtgevers vanuit de deelnemende partijen. In dit bedrijfsplan wordt niet alleen ingegaan op bovengenoemde ontwikkelingen.

Het bedrijfsplan beschrijft ook de huidige situatie, schetst de kaders voor onze bedrijfsvoering en geeft inzicht in de organisatie en de ontwikkeling van de organisatie. Wij beschrijven de zaken die we nu kunnen overzien. ODIJmond en onze omgeving zijn echter voortdurend in beweging. Het plan is dan ook dynamisch en leent zich voor evaluatie. Dit om te kunnen blijven inspelen op huidige en komende ontwikkelingen. Ten aanzien van de kerntaken, te weten: vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) zijn meerjarige beleidskaders en uitvoeringsstrategieën voor de middellange termijn vastgesteld.

Begroting 2023

30/63

7.9.2 Formatie Wij hebben als doelstelling te blijven groeien naar een organisatie van professionals waarbij een optimale dienstverlening centraal staat. Met het beëindigen van dienstverleningsovereenkomsten (DVO) zijn wij genoodzaakt te bezuinigen op onze flexibele schil. Hierdoor is de formatie van 2023 gedaald ten opzichte van de gewijzigde begroting 2022.

Realisatie

Gewijzigde begroting

Begroting

2021

2022

2023

GR-formatie

57,9

60,5

61,8

Formatie overeenkomsten en (subsidie)projecten

32,7

30,7

29,5

Overheadformatie

20,9

21,9

21,3

Formatie Regeling Generatiepact

2,2

1,6

1,4

113,7

114,7

114,0

Formatie

Totaal formatie

7.9.3 Kantoorpanden Binnen onze kantoorpanden in Beverwijk en Wormer hebben wij gekozen voor een flexibel werkconcept. Daarnaast wordt nagenoeg volledig digitaal gewerkt en gearchiveerd. Het kantoorpand in Beverwijk is in eigendom en dat in Wormer wordt gehuurd. Aandachtspunten zijn voldoende vergaderruimtes en werkplekken. Eventuele aanpassingen aan de kantoren doen wij binnen de investeringsbegroting.

7.10 Verbonden partijen Wij zijn per 31 december 2021 primair verbonden aan onze deelnemende gemeenten: Beverwijk, Edam-Volendam, Haarlem, Heemskerk, Heemstede, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Uitgeest, Velsen, Waterland, Wormerland en Zandvoort en Provincie Noord-Holland. Op 1 januari 2022 is gemeente Beemster is gefuseerd met gemeente Purmerend. In de verbonden partijen hebben wij alleen de naam Purmerend opgenomen.

Begroting 2023

31/63

7.10.1 VvE Stationsplein ODIJmond en gemeente Beverwijk zijn gezamenlijk eigenaar van het pand aan het Stationsplein 48, 48a en 48b. Conform de akte van splitsing is een VvE geformeerd. Het bestuur is tweeledig en bestaat uit een bestuurslid van ODIJ en een bestuurslid vanuit gemeente Beverwijk. Voor beide partijen is sprake van financiële aansprakelijkheid. Indien de VvE haar verplichtingen niet nakomt, zal dit worden verhaald bij de eigenaren.

a.

Naam en vestigingsplaats

VVE Stationsplein 48 te Beverwijk.

b.

Openbaar belang dat wordt behartigd

Gezamenlijk onderhoud en beheer van het pand.

c.

Verwachte omvang van de bekostiging in het begrotingsjaar

€ 63.500. Dit is de bijdrage in de vorm van servicekosten. Gemeente Beverwijk draagt over 2021 circa € 145.000 bij.

d

Belang in de verbonden partij: Het belang van ODIJ bestaat uit 3/16 deel, voor het overige deel is gemeente Beverwijk eigenaar. De stemverhouding is 50/50.

1-1-2021 en 31-12-2021: 3/16 deel. De stemverhouding is 50/50.

e

Verwachte omvang van het EV.

01-01-2021: € 31-12-2021: €

Verwachte omvang van het VV.

01-01-2021: € 311.300

Het VV bestaat per 31-12-2021 geheel uit het reservefonds voor groot onderhoud.

31-12-2021: € 294.100

f

Omvang van het financiële resultaat

nihil

e

Maatschappelijke risico’s

De maatschappelijke risico’s zijn nihil. De VVE is opgericht ten behoeve van het gezamenlijke onderhoud en beheer van het pand.

40.700 40.700

Gedurende het boekjaar 2021 hebben wij geen bestuurlijke en financiële belangen in andere partijen gehad.

Begroting 2023

32/63

8 Begroting 2023

Financiële begroting (inclusief overhead) 33/63

8.1 Overzicht baten en lasten 8.1.1 Baten Financiële begroting (incl. overhead) BATEN GR-bijdragen deelnemers inclusief wabo Gemeente Beemster Gemeente Beverwijk Gemeente Bloemendaal Gemeente EdamVolendam Gemeente Haarlem Gemeente Heemskerk Gemeente Heemstede Gemeente Landsmeer Provincie NoordHolland bodemtoezichttaken Provincie NoordHolland VTH plustaken Gemeente Oostzaan Gemeente Purmerend Gemeente Uitgeest Gemeente Velsen Gemeente Waterland Gemeente Wormerland Gemeente Zandvoort GR-bijdragen deelnemers inclusief wabo

Begroting 2023

Realisatie

Gewijzigd e begroting

Begroting

Meerjarenraming

2021

2022

2023

2024

2025

2026

€

€

€

€

€

€

117.746 984.150

1.003.341

1.126.026

1.154.177

1.183.031

1.212.607

95.084

96.787

155.037

158.913

162.886

166.958

163.476

168.685

258.603

265.068

271.694

278.487

1.371.877 548.464 95.084 57.988

1.454.487 560.454 97.787 59.417

1.487.519 666.248 164.763 88.098

1.524.707 682.904 168.882 90.301

1.562.824 699.977 173.104 92.558

1.601.895 717.476 177.432 94.872

221.498

964.456

-

-

-

-

675.515

115.116

117.789

120.734

123.752

126.846

52.957 155.268 229.929 1.819.284 91.246

57.349 287.076 232.593 1.854.540 92.921

81.810 510.594 270.335 2.059.726 136.477

83.855 523.358 277.094 2.111.219 139.889

85.951 536.442 284.021 2.163.999 143.386

88.100 549.853 291.121 2.218.099 146.970

118.023

120.896

162.359

166.418

170.579

174.843

114.783

122.068

165.568

169.708

173.950

178.299

6.912.369

7.288.973

7.450.953

7.637.226

7.828.157

8.023.861

34/63

Dienstverleningsovereenkomsten, (subsidie)projecten en overige bijdragen

BATEN

Realisatie

Gewijzigde begroting

Begroting

2021

2022

2023

2024

2025

2026

€

€

€

€

€

€

Meerjarenraming

Baten overeenkomsten en overige (subsidie)projecten

6.338.356

Overeenkomsten en (subsidie)projecten

6.338.356

4.541.693

3.979.946

3.362.728

3.430.704

3.160.379

Overige baten

75.749

50.000

50.000

50.000

50.000

50.000

13.326.474

11.880.666

11.480.898

11.049.954

11.308.861

11.234.240

Nagekomen baten TOTAAL BATEN

Voor de specificatie van de overeenkomsten en overige (subsidie) projecten verwijzen wij naar bijlage 2.

Begroting 2023

35/63

8.1.2 Lasten Financiële begroting (incl. overhead) LASTEN Personele lasten Salarissen en sociale lasten Werving & personeelsbel eid Inhuur derden Scholing & employability Overige personeelslast en Subtotaal personele lasten Kapitaalslast en Afschrijvingsla st Gebouw Afschrijvingsla st Verbouwing & inventaris Afschrijvingsla st Vervoermiddel en Afschrijvingsla st ICT Rentelast vaste schuld (aanschaf pand) Subtotaal kapitaalslast en Overige bedrijfslaste n PZ-zaken/ salarisadminis tratie Organisatieont wikkeling Accountantsen advieskosten Huisvestingsk osten

Begroting 2023

Realisatie

Gewijzigde begroting

Begroting

Meerjarenraming

2021

2022

2023

2024

2025

2026

€

€

€

€

€

€

8.398.125

8.795.501

8.941.607

8.845.923

8.946.981

9.189.680

9.797

8.500

8.645

8.861

9.082

9.309

599.818

258.000

200.000

100.000

100.000

100.000

109.863

180.000

165.000

169.125

173.353

177.687

143.343

210.000

210.000

215.250

220.631

226.147

9.260.945

9.452.001

9.525.252

9.339.159

9.450.048

9.702.823

65.260

65.300

65.300

65.300

65.300

65.300

57.292

88.000

89.496

90.122

90.753

91.389

1.239

4.000

4.068

4.096

4.125

4.154

124.772

125.000

127.125

128.015

128.911

129.813

210.138

14.430

14.430

14.430

14.430

14.430

458.700

296.730

300.419

301.964

303.519

305.086

31.376

35.000

35.595

35.844

36.095

36.348

12.762

10.000

10.000

10.070

10.140

10.211

28.256

35.000

35.595

35.844

36.095

36.348

218.021

258.000

262.386

264.223

266.072

267.935

36/63

Facilitaire kosten ICT-kosten Handhavingsk osten Algemene kosten Bankkosten Subtotaal overige bedrijfslaste n Externe projectkosten Nagekomen baten en lasten Vennootschap sbelasting TOTAAL LASTEN

26.501

25.000

25.425

25.603

25.782

25.963

327.862

346.000

357.882

360.387

362.910

365.450

10.922

37.500

38.138

38.404

38.673

38.944

263.883

299.000

302.283

304.399

306.530

308.675

1.265

1.100

1.119

1.127

1.134

1.142

920.848

1.046.600

1.068.422

1.075.901

1.083.432

1.091.016

2.603.759

1.116.936

605.475

345.901

484.270

147.723

14.932

-

1.800

1.800

1.800

1.800

13.208.408

11.912.267

11.501.368

11.064.725

11.323.070

11.248.449

50.776-

8.1.3 Totalen TOTALEN

Totaal baten Totaal directe lasten Overhead Saldo van baten en lasten Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves Resultaat

Realisatie

Gewijzigde begroting

Begroting

Meerjarenraming

2021 € 13.326.474 10.411.165 2.797.243

2022 € 11.880.666 9.001.171 2.911.096

2023 € 11.480.898 8.591.406 2.909.963

2024 € 11.049.954 8.118.123 2.946.601

2025 € 11.308.861 8.313.428 3.009.642

2026 € 11.234.240 8.173.367 3.075.082

118.066

31.600-

20.470-

14.770-

14.209-

14.209-

-

-

-

-

-

-

42.296

31.600

20.470

14.770

14.209

14.209

160.362

0-

0-

0-

0

0

INCIDENTELE BATEN EN LASTEN

Realisatie

Gewijzigde begroting

Begroting

BATEN

2021

2022

2023

2024

2025

2026

€

€

€

€

€

€

Totaal incidentele baten

2.710.636

1.481.546

1.028.809

355.000

355.000

15.000

LASTEN

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Totaal incidentele lasten

2.581.067

1.413.994

820.868

15.000

15.000

15.000

Meerjarenraming

Taakvelden

Begroting 2023

37/63

9 Begroting 2023

Toelichting op de lasten

38/63

9.1 Personele lasten Circa 80% van onze kosten bestaat uit personeelskosten. De medewerkers van ODIJmond vallen onder de CAO van de Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (SGO). Vooruitlopend op de aanpassing van onze GR in 2022 gaan wij begroten voor de stijging van de loonvoet op basis van de Raming Macro Economische verkenning. Hiermee verwachten wij CAOontwikkelingen beter te kunnen opvangen. Dit voorkomt begrotingswijzigingen voor CAOontwikkelingen in 2023. Het jaar 2022 Er is tot en met 31 december 2022 een principeakkoord CAO afgesloten. Voor de uitwerkingen daarvan doen wij voor 2022 een begrotingswijziging. Deze bieden we tegelijk aan met de begroting van 2023. De gewijzigde begroting 2022 is de basis voor indexatie voor de begroting van 2023. Het jaar 2023 In de concept Macro Economische Verkenningscijfers (MEV) van het CPB, gepubliceerd op 21 september 2021, wordt de verwachte loonvoet voor de sector overheid voor 2022 ingeschat op 2,2%. Dit effect zien we terug in de berekening van de voor- en nacalculatie. De CAO-loonstijging loopt in 2022 op. De CAO’s die zijn afgesloten voor 2022 bevatten een hogere loonstijging dan in 2021. Verwacht wordt dat dit ook voor de nog af te sluiten CAO’s geldt vanwege het economisch herstel en de krapte op de arbeidsmarkt. Desondanks wordt de CAO-groei gedrukt door verzwakte bedrijven in met name de dienstensector.

Ook onzekerheid omtrent het verloop van de coronapandemie en bijbehorende maatregelen, beperken de ruimte voor loonstijging. Voor 2023 zijn nog geen betrouwbare cijfers voorhanden. Wij gaan daarom voor de begroting 2023 uit van een geleidelijke verhoging van de loonkosten. Met het oog op een nieuw af te spreken cao in 2023 en de verwachtingen van het CPB, stellen wij voor om voor 2023 uit te gaan van een gematigde loonbijstelling van 2,5%. De afgelopen periode is wel duidelijk geworden dat het aantrekken van hoogopgeleid en gekwalificeerd personeel (met name vakspecialisten) binnen de huidige arbeidsmarkt, een uitdaging vormt. De coronapandemie heeft voor ons werkpakket nog niet gezorgd voor een ruimere arbeidsmarkt. De verwachting is dat deze spanning de komende jaren aanhoudt. De situatie wordt verergerd door de toenemende uitstroom wegens leeftijd en arbeidsmobiliteit. Deze ontwikkeling is ook waarneembaar bij gemeenten en andere omgevingsdiensten. Het gevolg hiervan is dat vacatures langer openstaan dan gewenst en/of de (tijdelijke) inzet van medewerkers op inhuurbasis wordt verhoogd. We zijn gedwongen zij-instromers of nog niet gekwalificeerde medewerkers aan te nemen en dit vraagt extra begeleiding door onze medewerkers. Dit heeft gevolgen voor de door hen ervaren werkdruk en op de productiviteitsnorm.

En meer inhuur verhoogt de flexibele schil en is duurder in vergelijking met ‘eigen’ personeel. Met betrekking tot het vraagstuk rondom een krapper wordende arbeidsmarkt, wordt door ODIJmond de verbinding met

Begroting 2023

39/63

deelnemers, partners, andere omgevingsdiensten en opleidingsinstituten gezocht om deze problematiek te benaderen. Al jaren hebben wij binnen ODIJmond een opleidingstraject en investeren wij veel in het zelf opleiden van personeel. Naast de opleiding tot milieu-inspecteur willen wij ook voor de tak ‘bouw’ een eigen opleidingsprogramma ontwikkelen. Deelnemers vragen steeds vaker ondersteuning in het kader van de Omgevingswet. Dit is logisch omdat we te maken hebben met gezamenlijke processen en er veel specifieke kennis bij ODIJmond aanwezig is. Het gezamenlijk optrekken past ook in de ontwikkeling als kennisorganisatie die ODIJmond is voor haar deelnemers. Daarbij past het ook in een kennisorganisatie die ODIJmond is en wil blijven zijn om deelnemers op dit gebied te kunnen faciliteren. Investeren in kennisontwikkeling en delen is een speerpunt uit de aanbevelingen van het rapport van de commissie Van Aartsen. Aan de hand van strategische personeelsplanning wordt bepaald welke mogelijkheden aanwezig zijn om hierop zowel op de korte als lange termijn, invulling aan te geven. Hierbij moet worden gedacht aan het gezamenlijk opzetten van een traineeprogramma of aan de inzet en het opleiden van zijinstromers. Ook het onderwerp arbeidsmarktcommunicatie zal hiervan onderdeel uitmaken.

De gevolgen van dit alles zijn geschetst maar kunnen zeker hun tijdelijke of structurele invloed hebben op de afgesproken hoogte van de flexibele schil. Onder de subpost overige personeelslasten verantwoorden we onder andere reis-en verblijfkosten, ziektekosten, werkkleding, kosten OR en andere vergoedingen.

9.2 Overhead Digitalisering verandert onze maatschappij ingrijpend en is tegelijkertijd essentieel om de maatschappij draaiende te houden. De uitbraak van het coronavirus en de gevolgen daarvan tonen dat nog eens extra aan. Juist nu blijkt de meerwaarde van investeringen in een goed gedigitaliseerde overheid. Deze dragen bijvoorbeeld bij aan het organiseren van levensreddende zorg en aan goede overheidsdienstverlening. Wij streven naar een lage overhead maar door de groei van onze organisatie, zien wij dat de druk op de ondersteunende dienst onevenredig is toegenomen. Hiervoor breiden wij de cirkel ‘Staf’ zoals onze ondersteunende dienst heet, met 1 formatieplaats uit. Wij erkennen dat vooral de druk op onze IT-afdeling erg is toegenomen, wat komt door een toenemende vraag. De uitbreiding in contracten voor het applicatiebeheer van Open Wave staan hier deels ter dekking voor. Verder gaan we bij een uitbreiding van taken door onder andere het programma Schone Lucht en het Energiebesparingsakkoord een gedeelte reserveren van de middelen ten behoeve van deze formatieplaats.

Begroting 2023

40/63

Specificatie Overhead

Personele lasten Overige personele lasten Afschrijvingen Rentelasten ICT (afschrijving + overige) Overige bedrijfslasten Totaal

Realisatie 2021

Begroting 2023

Meerjarenraming 2023 2024

2025

€ 1.543.575 137.138

Gewijzigde begroting 2022 € 1.678.182 164.484

€ 1.669.148 153.647

€ 1.686.165 156.105

€ 1.729.269 158.603

€ 1.774.454 161.140

123.791 210.138 189.615

157.300 14.430 196.100

158.864 14.430 201.534

161.406 14.430 204.758

163.988 14.430 208.034

166.612 14.430 211.363

592.986

700.600

712.340

723.738

735.317

747.083

2.797.243

2.911.096

2.909.963

2.946.601

3.009.642

3.075.082

De berekening van zowel de overheadformatie als de overheadkosten is conform de BBVvernieuwingen. De overheadformatie ten opzichte van de totale formatie is 18,70% op basis van FTE.

9.3 Overige (materiële)kosten Voor de overige kosten wordt per onderdeel een budget gereserveerd in de begroting. Deze posten worden begroot op basis van structurele uitgaven en een inschatting van toekomstige structurele uitgaven, waarbij we de meerjarige budgetten uit de vastgestelde begroting 2022 als basis nemen. Getracht wordt om de uitgavenstructuur zodanig in te richten dat er sprake is van flexibiliteit en een zo beperkt mogelijk structureel uitgavenpatroon. Het belangrijkste uitgangspunt is hierbij dat structurele uitgaven uit structurele inkomsten worden gefinancierd. Deze posten bedragen meestal een historisch bepaald percentage van de directe personele lasten. Prijsstijgingen en indexeringen op inhuurcontracten worden opgevangen in het uurtarief. Hierin is de stijging van de inhuurtarieven gecompenseerd. De prijscorrectie in de voor- en nacalculatieberekening van het uurtarief voorziet hierin. Gezien de actuele ontwikkelingen in de economie hebben wij op voorcalculatie de prijsontwikkeling op 1,70% gezet. In onze samenleving moet iedereen mee kunnen blijven doen. Daarvoor is het nodig om te investeren in toegankelijke en begrijpelijke communicatie en in het verbeteren van digitale vaardigheden.

Sinds 1 juli 2018 zijn overheidsorganisaties wettelijk verplicht om de maatregelen te nemen die noodzakelijk zijn om hun websites en mobiele applicaties toegankelijker te maken. Ook moeten ze daarover gedetailleerd verantwoording afleggen in een toegankelijkheidsverklaring. In 2022 passen wij onze digitale toegankelijkheid verder aan. Een en ander kan uitlopen naar 2023. Gegevensuitwisseling & rapportages Het doel van deze gegevensuitwisseling is in eerste instantie om ons te verantwoorden. De deelnemers vragen een uitgebreide verantwoording. De rapportages, zowel extern en intern, willen wij professionaliseren en wij willen betere sturingsinformatie genereren. Om dit doel te bereiken

Begroting 2023

41/63

willen we business intelligence (BI) tooling koppelen aan het datawarehouse (deze tooling ‘bevraagt’ via het datawarehouse de verschillende bronnen bij ODIJmond). Daarvoor moeten we investeren in een datawarehouse als centraal gegevensknooppunt. De manier waarop we dit nu doen, handmatig, is complex en foutgevoelig. Daarnaast willen we investeren in het produceren van dashboards die zijn toegesneden op de deelnemer. Daarmee voorzien we de deelnemer van informatie waar behoefte aan is. Digitaal vergaderen en digitaal samenwerken De coronacrisis heeft overal als een katalysator gewerkt voor het plaats- en tijdonafhankelijk werken. Wij verwachten de kosten voor de ontwikkeling hiervan in 2022 te kunnen dekken uit incidentele baten. Het jaar 2022 zien wij als een ontwikkelingsjaar van deze dashboards. In 2023 houden wij rekening met een verhoging van de licentiekosten van onze Microsoft licentie.

9.4 Kapitaallasten en afschrijvingslasten Gebouwen Uitgangspunt voor de afschrijvingslast vormt, naast de eerdergenoemde datum van oplevering van het pand, een afschrijvingstermijn van 50 jaar. Hierbij wordt over 100% van de aanschafwaarde afgeschreven, exclusief de grondkosten en de parkeerplaatsen. De parkeervergunningen zijn voor onbepaalde tijd geldig en verbonden aan het gebouw. Verbouwing en inventaris Onder deze post is tevens de warmtekoude-opslag opgenomen. De afschrijvingstermijnen variëren van 10 tot 15 jaren. De afschrijvingslasten over de verbouwing en inventaris zal toenemen ten gevolge van investeringen in vergaderruimtes. Vervoermiddelen In 2020 hebben wij ons wagenpark vervangen. Wij willen hierbij een voorbeeldfunctie vervullen en hebben gekozen voor een 100% elektrisch wagenpark. Via een operational lease leasen wij dit nieuwe wagenpark voor de duur van vijf jaar. Ons oude wagenpark hebben wij verkocht. Voor de opbrengst waarde hiervan hebben wij het bestuur gevraagd een bestemmingsreserve te vormen. De onttrekking Hiervan loopt gelijk met de duur van het contract (vijf jaar). In de begroting van 2023 betekent dit een daling van de afschrijvingslasten voor vervoermiddelen en een stijging van de algemene kosten. Automatisering Deze post bestaat uit de hard- en software. De afschrijvingstermijnen zijn drie-en-een-half of vijf jaar.

Omdat een groot deel van de investeringen IT-software is om aan de RUD-kwaliteitseisen te voldoen, bedraagt de afschrijvingstermijn vijf jaar. Onzeker is hoelang deze systemen aan de externe en interne eisen blijven voldoen. Het uitgangspunt is minimaal vijf jaar. Nu en in de komende jaren zullen, zoals voorgesteld in de kadernota, investeringen worden gedaan in het kader van onder meer de Omgevingswet. Dit is vooral software.

Begroting 2023

42/63

Rentelasten Dit zijn de lasten van de lening voor de aanschaf van ons kantoorpand. In de paragraaf Financiering is het Renteschema opgenomen.

9.5 Verplichte aansluiting tot Inspectieview Inspectieview is het systeem waarlangs de wettelijk verplichte uitwisseling van milieugegevens plaatsvindt. Omgevingsdiensten worden gevraagd in 2021 met een eigen aansluiting aan te sluiten op Inspectieview, zodat per 1 januari 2022 de aansluiting op Inspectieview operationeel is (was 2021). In 2021 is gestart met een nieuwe governance, waarin gebruikers een nadrukkelijker rol krijgen dan in de huidige situatie. De gebruiksvriendelijkheid van Inspectieview wordt vergroot en er wordt een traject gestart waarin wordt bekeken aan welke gegevens specifiek behoefte is. Het OM heeft in het Bestuurlijk omgevingsberaad toegezegd te willen aansluiten op Inspectieview.

9.6 Externe projectlasten Conform de begroting 2022 zijn van alle projecten de totale projectkosten opgenomen, dus zowel de bijdragen voor personele dekking als externe kosten.

9.7 Bestemmingsreserves De bestemmingreserve voor reservetransitie RUD is in 2023 uitgeput. Dit betekent dat er vanuit deze reserve geen dekking meer is voor de kosten hiervan. Nieuwbouw In de begroting is rekening gehouden met de extra afschrijvingslasten ten gevolge van de nieuwbouw, zoals de BDB-index, de inrichting en de uitbreiding van het aantal werkplekken en automatisering. Deze bedragen worden aan de reserve onttrokken. Vervoermiddelen Uit het positief resultaat 2020 hebben wij het bestuur gevraagd een reserve te vormen ter dekking van ons autokosten. Deze reserve loopt gelijk met het contract voor operational lease. Aanwending van de reserves

Aanwending bestemmingsreserves

Reserve nieuwbouw Reserve transitie RUD Reserve visie luchtkwaliteit Reserve vervoermiddel Totaal aanwending bestemmingsreserves

Begroting 2023

Realisatie

Gewijzigde begroting

Begroting

Meerjarenraming

2021

2022

2023

2024

2025

2026

€

€

€

€

€

€

20.101

19.701

10.757

9.770

9.209

9.209

7.000

6.899

4.713

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

42.296

31.600

20.470

14.770

14.209

14.209

-

10.195

43/63

10

Financiële positie

Begroting 2023

44/63

10.1 Geprognotiseerde balans Realisatie

Begroting

Begroting

2021

2022

2023

2024

2025

2026

€

€

€

€

€

€

Materiële vaste activa

3.908.655

3.963.655

3.878.655

3.950.000

3.800.000

3.750.000

Financiële vaste activa

11.520

11.520

11.520

11.520

11.520

11.520

Balans

Meerjarenraming

Vlottende activa

7.823.086

4.536.976

4.589.477

4.395.500

4.539.591

4.583.682

Balanstotaal activa

11.743.261

8.512.151

8.479.652

8.357.020

8.351.111

8.345.202

Algemene reserve

375.000

375.000

375.000

467.000

467.000

467.000

Gerealiseerd resultaat

160.362

160.362

160.362

-

-

-

Bestemmingsreserves

112.851

81.251

81.252

66.482

52.273

38.064

Voorzieningen

240.538

195.538

163.038

123.538

131.838

140.138

Vaste schulden

3.700.000

3.700.000

3.700.000

3.700.000

3.700.000

3.700.000

Vlottende passiva

7.154.510

4.000.000

4.000.000

4.000.000

4.000.000

4.000.000

Balanstotaal passiva

11.743.261

8.512.151

8.479.652

8.357.020

8.351.111

8.345.202

Toelichting op de geprognotiseerde balans Omdat het resultaat van 2021 nog niet is bestemd, is dit op deze manier in de balans verwerkt. Onze vaste activa dalen licht, als gevolg van verwachte investeringen, maar verminderen ook met de afschrijvingen hierop. Ook is van belang te noemen dat er jaarlijks terugkerende, niet uit de balans blijkende verplichtingen bestaan. Dit gaat om jaarlijks terugkerende arbeidskosten voor niet boventallige verlofdagen, de rentelasten uit hoofde van de financiering van de huisvesting, de kosten voor telefonie, het leasecontract van het wagenpark en het leasecontract van de printers. Het is niet toegestaan om deze verplichtingen op de balans als schuld of verplichting op te nemen. Deze verplichtingen bedragen in 2021 € 559.900. 10.1.1 Investeringen Wij doen geen investeringen van maatschappelijk nut. Alle investeringen zijn van economisch nut. Verbouwing en inventaris Gezien de huidige inrichting van onze hoofd- en nevenvestiging, verwachten wij geen grote verbouwingen. Als gevolg de coronapandemie zijn wij bijna volledig vanuit huis gaan werken. Wij verwachten dat wij in de toekomst een andere invulling geven aan werken op kantoor. Dit vergt kleine aanpassingen aan ons kantoor, wij verwachten te investeren in dynamische vergaderruimtes en ontmoetingsplekken. Eind 2022 is ons meubilair afgeschreven, waar nodig doen wij een vervangingsinvestering.

Vervoermiddelen Eind 2020 hebben wij gekozen voor een 100% elektrisch wagenpark door middel van een operational leaseconstructie. Dit betekent een transitie van bezit naar gebruik. De contracten zijn afgesloten tot en met 2024. In alle auto’s is een innovatief car-tracker-systeem geplaatst wat de

Begroting 2023

45/63

kilometers bijhoudt, de reservering van de auto mogelijk maakt en de medewerker ondersteunt bij het elektrisch laden. De verkoopopbrengst van ons oude wagenpark dekt tot en met 2024 de stijging van deze lasten via een bestemmingsreserve. De minibus blijft in eigen bezit en is in 2023 volledig afgeschreven. De minibus maakt in verhouding tot de rest van ons wagenpark weinig kilometers, in 2023 beslissen we of de minibus vervangen of nog een jaar aanhouden. Automatisering Wij blijven investeren in ons maatwerk in eigen beheer software pakket voor VTH taken zowel in het kader van de omgevingswet als in het kader van (verplichte) koppelingen naar derden partijen. 10.1.2 Reserves Nieuwbouw In de begroting is rekening gehouden met de extra afschrijvingslasten ten gevolge van de nieuwbouw, zoals de BDB-index, de inrichting en de uitbreiding van het aantal werkplekken en automatisering. Deze bedragen worden aan de reserve onttrokken. Transitiekosten Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Tevens zijn extra kosten opgenomen voor de benodigde IT-investeringen om aan de RUDkwaliteitseisen te voldoen. Dit conform de oorspronkelijk doelstelling van deze gereserveerde bijdrage ten tijde van de RUD-vorming. De reserve zal gedurende het jaar 2023 volledig zijn aangewend. Vervoermiddelen Deze reserve staat ter dekking van de kosten voor ons elektrisch wagenpark.

De onttrekking van de reserves loopt gelijk met het leasecontract. Realisatie

Begroting

Begroting

2021

2022

2023

2024

2025

2026

€

€

€

€

€

€

Algemene reserve

375.000

375.000

375.000

467.000

467.000

467.000

Onverdeeld resultaat

160.362

160.362

160.362

Reserve nieuwbouw

81.440

61.739

50.982

41.212

32.003

22.794

Reserve transitie RUD

11.411

4.512

-

-

-

Reserve visie luchtkwaliteit

10.195

-

-

Reserve vervoermiddelen

20.000

15.000

10.000

5.000

-

Totaal saldo reserves

658.408

586.344

508.212

499.003

489.794

Stand reserves

482.740

Meerjarenraming

10.2 EMU-saldo Decentrale overheden geven inzicht in de berekening van hun aandeel in het EMU-saldo van Nederland. Deze informatie wordt aangeleverd bij het CBS. Onder gemeenschappelijke regelingen vindt een steekproef plaats, wanneer deze een exploitatie van twintig miljoen of hoger hebben. Wij vallen niet in de steekproef. We nemen het EMU-saldo wel in de begroting op. Het EMU-saldo is het

Begroting 2023

46/63

totaal van inkomsten minus uitgaven. De categorieën die van invloed zijn en niet voorkomen bij de ODIJ, zijn niet in de tabel opgenomen.

EMU-saldo

Exploitatiesaldo + afschrijvingen + dotatie voorzieningen - onttrekking voorzieningen - onttrekking reserves EMU-saldo

Begroting 2023

Realisatie

Gewijzigde begroting

Begroting

2021

2022

2023

Meerjarenraming 2024

2025

2026

€

€

€

€

€

€

118.066

31.600-

20.470-

14.770-

14.209-

14.209-

248.563

266.900

285.989

287.534

289.089

290.656

111.869

20.000

25.000

25.000

20.000

2.000

3.270

45.000

40.000

40.000

40.000

20.000

42.296

31.600

20.470

14.770

14.209

14.209

432.931

178.700

230.049

242.993

240.672

244.238

47/63

11

Toelichting op de baten

Begroting 2023

48/63

11.1 Gemeentelijke baten De baten uit de gemeentelijke bijdragen die in de begroting 2023 van ODIJmond worden opgenomen, staan gelijk aan de afname van de uren die zijn opgenomen in de in GR en de verdeling volgens de verdeelsleutel. Naast vaste GR-bijdragen, worden ook de langlopende contracten aan de baten toegevoegd. Alleen met extra baten die zijn vastgesteld vanuit aanvullende opdrachten wordt rekening gehouden. Hier worden baten bedoeld die onder andere voortvloeien uit de vrijval of ontvangst van subsidies en activiteiten op het gebied van natuur- en milieueducatie.

11.2 Dienstverleningsovereenkomsten Wij hebben al sinds 2001 een lange samenwerkingsrelatie met gemeenten in Zuid-Kennemerland en Zaanstreek-Waterland opgebouwd op basis van dienstverleningsovereenkomsten. Met het inwerkingtreden van de Wet verbetering Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving zijn deze partners verplicht tot de GR Omgevingsdienst IJmond toegetreden met hun basistakenpakket (zie ook 3.1 Basistakenpakket). De overige taken voor deze gemeenten worden nog steeds uitgevoerd op basis van langlopende dienstverleningsovereenkomsten, conform artikel 18 van de GR.

11.3 Regio IJmond 11.3.1 Gemeente Velsen, Beverwijk en Heemskerk Afhankelijk van de besluitvorming omtrent ons programma Gezondheid en Luchtkwaliteit vragen wij voor de uitvoering van dit programma extra middelen op. 11.3.2 Gemeente Uitgeest Voor het jaar 2022 en 2023 hebben we een nieuwe dienstverleningsovereenkomst opgesteld. Deze overeenkomst staat ter dekking van onze vaste en flexibele schil. 11.3.3 NME De formatiedekking van NME is niet in overeenstemming met de loonkosten. In 2020 is overeengekomen om via de begrotingen deze in de toekomst op peil te brengen. In 2023 verhogen wij de formatiebijdrage met €5.000 per educatiecentrum.

11.4 Regio Kennemerland 11.4.1 Gemeente Haarlem Met gemeente Haarlem voeren wij momenteel gesprekken voor het inbrengen van de bodem- taken in het kader van het basistakenpakket. In de begroting van 2023 houden wij rekening dat de GRbijdrage met 670 uur wordt verhoogd.

11.5 Regio Zaanstreek-Waterland 11.5.1 Gemeente Purmerend Per 1 januari 2022 heeft (voormalig) gemeente Beemster aangegeven haar plustaken met 1 jaar te verlengen. In de begroting van 2023 houden we geen rekening meer met deze baten. In 2022 treden we in overleg met gemeente Purmerend over de overdracht van deze taken. De formatiedekking die met deze baten is gemoeid, is 1040 uur.

Begroting 2023

49/63

Dit betekent, dat wij in de begroting van 2023 de vacatureruimte (flexibele schil) voor één formatieplaats verlagen en geen rekening houden met deze baten. 11.5.2 Gemeenten met veehouderij-activiteiten Regio Zaanstreek-Waterland is rijk aan agrarische activiteiten. Veehouderijbedrijven zijn onder de Omgevingswet volledig vergunning-plichtig, waar dit nu nog samenhangt met de grootte en inrichting van deze activiteiten. De GR-bijdragen van deze regiogemeenten worden berekend op basis van een vaste bijdrage die is opgesteld voor de uitvoering van het basistakenpakket in de VTHwetgeving. Er is een projectgroep opgericht om te onderzoeken of deze vaste bijdragen voor het basistakenpakket nog aansluiten op de inhoud van dat pakket onder de Omgevingswet. De verwachting is dat dit voor gemeenten met veel activiteiten op het gebied van veehouderij de huidige vaste bijdrage niet toereikend is. Deze ontwikkelingen worden meegenomen in de aanpassing van onze gemeenschappelijke regeling naar aanleiding van de Omgevingswet.

11.6 Subsidies en bijdragen De afgelopen jaren hebben wij veel ervaring opgedaan met (complexe) Europese subsidiefondsen. In tegenstelling tot regionale projecten zijn hier mogelijkheden om gedeeltelijke dekking aan te vragen voor formatie. Ook subsidiestromen die komen van het Rijk en de provincie blijven wij nauwgezet in de gaten houden. We hebben steeds meer aandacht om de kosten voor coördinatie hierin mee te begroten. Ten tijde van het opstellen van de begroting verwachten wij nog geen beschikking over de honorering van deze projecten te hebben. In de begroting kunnen wij alleen bijdragen opvoeren waar wij een beschikking van hebben ontvangen. Deze ontwikkeling zorgt ervoor dat wij in 2023 mogelijk hogere baten hebben dan begroot. Indien dit leidt tot een begrotingsoverschot, betalen wij dit terug aan onze deelnemers.

11.7 Externe veiligheid van incidenteel naar structurele baten De financiering voor externe veiligheid is in 2021 aangepast. Vanaf de begroting 2022 verwerken we deze bijdragen in de GR-bijdrage omdat deze uitvoeringstaak een taak in het basistakenpakket is. De bijdragen indexeren wij vanaf de begroting van 2023.

11.8 Overige kosten Overige kosten berekenen we op basis van: −

de meest recente inzichten omtrent ontwikkeling van de overige kosten (huur op basis van laatste stand huurcontract, servicekosten, ICT-licenties etc.);

−

afschrijvingen o.b.v. activabestand + investeringen + vervangingsinvesteringen;

−

indexering.

Begroting 2023

50/63

12

Risico’s en onzekerheden

Begroting 2023

51/63

12.1 Omgevingswet De Omgevingswet heeft grote financiële consequenties. Er zijn (nog) geen afspraken over de gevolgen die de Omgevingswet kan hebben voor de Dienstverleningsovereenkomsten (DVO), en daarmee dus ook niet over het uurtarief.

12.2 Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Er zal een effect zijn van de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, waarbij de markt taken overneemt van de gemeenten. Voor de gemeente Zandvoort voeren wij alle bouwtaken uit. Hier is vaste formatie op ingezet, die deels wordt gedekt door legesinkomsten. De impact zal, in relatie tot veranderende legesdekking, vooruitlopend op de in werking treding inzichtelijk worden gemaakt.

12.3 Project invoering Omgevingswet We verwachten in 2022 en 2023 dat de omvang van de werkzaamheden sterk zal toenemen. In 2021 werd duidelijk dat de meeste gemeenten kiezen voor de minimale variant om te kunnen werken onder de Omgevingswet. Een aantal zaken worden daarmee vooruitgeschoven naar de toekomst. Omdat de vraag naar onderzoekskosten ten behoeve van de omgevingsplannen sterk uiteenlopen per deelnemer, hebben wij in onze financiële ramingen hier geen rekening mee gehouden. De onderzoekskosten komen voor rekening van de deelnemers.

12.4 Leges voor milieuvergunningen Onder de Omgevingswet is het mogelijk om leges te gaan heffen voor milieuvergunningen. Dit moet per gemeente onderzocht worden. In de begroting van 2023 houden we hier geen rekening mee (conform begroting 2022). Wel hebben wij de data en expertise in huis om onze deelnemers hierover te adviseren.

12.5 Warme overdracht bodemtaken Tegelijk met de overdracht van de bodemtaken van de provincie naar gemeenten worden de financiële middelen vanuit het Provinciefonds naar Gemeentefonds overgeheveld. Om straks namens gemeenten in de toekomst deze taak op hetzelfde niveau, zorgvuldig en adequaat uit te kunnen blijven voeren, doen wij een beroep op deze middelen. De financiering van de bodemtaken onder de Omgevingswet is echter al langere tijd onduidelijk. De verwachting is dat hier medio 2022 meer over bekend wordt. Het Rijk is daar nu over in overleg met de VNG en het IPO. Om hier wel op voor te sorteren, hebben wij het totaalbedrag, dat nu voor onze regio staat gereserveerd, verdeeld over onze regio via een verdeelsleutel. In de begroting van 2023 houden wij rekening met de volledige financiering van deze taak. We verdelen deze bijdragen na indexatie op basis van een verdeelsleutel. In de begroting van 2022 hebben wij deze sleutel berekend naar inwonersaantallen. In een zienswijze op deze begroting is aangegeven dat dit niet gewenst is. Momenteel zijn wij in gesprek met provincie Noord-Holland over deze financiering. In de begroting van 2023 hanteren wij de verdeelsleutel die het meest recht doet

Begroting 2023

52/63

aan de verdeling van de gelden. Het is onzeker of de Rijksmiddelen in 2023 toereikend zijn om de kosten voor de bodemtaken één op één te dekken.

12.6 Inhoud van het basistakenpakket Tijdens het opstellen van deze begroting is er nog onzekerheid over de inhoud van het basistakenpakket. De basistaken zijn door al onze deelnemers ingebracht in de gemeenschappelijke regeling. Een aantal deelnemers heeft de plustaken met dienstverleningsovereenkomsten bij ons ondergebracht. Het is mogelijk dat er door aanpassing van de inhoud van het basistakenpakket meer taken ingebracht moeten worden in de gemeenschappelijke regeling. Medio 2022 verwachten wij hier duidelijkheid over te verkrijgen. Arena Consultants ondersteunt ons in dit traject. Hierin worden al onze deelnemers betrokken.

12.7 IJmond Bereikbaar Een deel van de huidige formatie voor IJmond Bereikbaar dekken wij uit een externe subsidie, die is beschikt tot en met 2021, met een mondeling akkoord tot en met 2022. In de begroting van 2023 gaan wij er van uit dat deze gecontinueerd wordt voor 2023. De onzekerheid hieromtrent vermelden wij in onze begroting.

12.8 Dienstverleningsovereenkomst met gemeente Uitgeest. Voor het jaar 2022 en 2023 hebben we een nieuwe dienstverleningsovereenkomst opgesteld. Deze overeenkomst staat ter dekking van onze vaste en flexibele schil. De dienstverleningsovereenkomst is tijdens het opstellen van deze begroting nog niet ondertekend. Wij verwachten hier op zeer korte termijn besluitvorming over. Met deze dienstverleningsovereenkomst is 2343 uur gemoeid.

12.9 Financiering programma Gezondheid & Luchtkwaliteit. Het programma heeft een looptijd van 4 jaar. Gemeente Velsen heeft de financiering voor het programma voor 1 jaar toegekend. In de begroting nemen wij de formatieplaatsen en de financiering van dit programma op. De financiering voor het programma is incidenteel. Om te zorgen voor een duurzaam programma, is inzet van vaste formatie wenselijk. Wanneer financiering hiervoor niet gecontinueerd wordt, is het risico dat er kosten zijn gepaard bij het herplaatsen of afvloeien van formatie.

12.10 Boventallig verlof In het principeakkoord zijn afspraken gemaakt over de harmonisatie van het verlof. Ter ondersteuning van het vitaliteitsbeleid krijgen alle medewerkers vanaf 1 januari 2022 de mogelijkheid om bovenwettelijk verlof te sparen. Dit verlofsparen geeft medewerkers meer mogelijkheden om vrije tijd af te stemmen op specifieke wensen. Deze extra mogelijkheid tot verlofsparen kan leiden een stijging van het verlofsaldo.

12.11 Uitkomsten Commissie Van Aartsen Een van de aanbevelingen van de Commissie Van Aartsen is te komen tot een Landelijke normfinanciering in plaats van lokale outputfinanciering. ODIJmond heeft geen outputfinanciering maar een inputfinanciering. Uit onderzoek blijkt dat als we onze financiering omrekenen naar euro per

Begroting 2023

53/63

inwoner, wij aan de onderkant van de omgevingsdiensten zitten. Dit betekent dat er een risico bestaat dat een landelijke normfinanciering een stijging van de tarieven met zich mee brengt. De commissie realiseert zich dat dit een beperking in de vrijheid van het budget van lokale en regionale overheid betekent en daarmee een ingreep in de gegroeide financiële verhoudingen tussen overheden. Toch is het noodzakelijk om toezicht en handhaving effectief te laten zijn en meer milieuschade in de toekomst te voorkomen. Omdat dit ook een nationaal belang is, moet het Rijk bijdragen aan de financiering van de omgevingsdiensten. Ten tijde van het opstellen van deze begroting is niets bekend over financiering van het Rijk en is dit onzeker.

Begroting 2023

54/63

13

Begroting 2024 en verder

Begroting 2023

55/63

Belangrijkste uitgangspunt voor de begroting 2023 én de meerjarenraming 2024-2026, is dat deze sluitend is en voorziet in maatregelen die ook op langere termijn een sluitende begroting waarborgen. Een sluitende begroting vereist een evenwicht tussen de baten en de lasten. Nadat de lasten verminderd zijn met de baten uit dienstverleningsovereenkomsten, projecten en overige baten, resteert de bijdrage van de deelnemers. Deze baten zijn kostprijsafhankelijk en zijn daarom van dezelfde ontwikkelingsfactoren afhankelijk. Zo zijn de baten en de lasten vooral afhankelijk van de ontwikkeling van het totale volume van de dienstverlening. Ook de te hanteren indexering heeft invloed op de baten en lasten. In lijn met de lange termijnvisie van het CPB, wordt er verwacht dat de economie beperkt aantrekt in de aankomende jaren. Hierdoor zetten wij ook in op een beperkte loon- en prijsontwikkeling. De voorlopige percentages worden uiteindelijk verrekend in de Begroting 2024 en de definitieve worden berekend in de begroting 2025.

Begroting 2023

56/63

14 Begroting 2023

Bijlagen

57/63

Ten tijde van het opstellen van onze begroting is de financiering omtrent de decentralisatie van de bodemtaken nog niet bekend. De opbouw van de bijdrage in de gemeenschappelijke regeling bestaat vanaf 2023 uit meerdere componenten.

14.1 Bijdrage voor bodemformatie In de begroting van 2023 vragen wij bij provincie Noord-Holland een formatieplaats op voor de VTHtaken die bij ons belegd blijven. De bijdrage voor de financiering van de formatie plaatsen voor de bodemtaken voor 2023 bedraagt Provincie -Noord-Holland

Voor DBT*

Provincie Noord-Holland bodemtoezichttaken Provincie Noord-Holland VTH plustaken

€ 228.208 € 871.856 € 1.100.063 € 117.798 € 982.274

1 formatie voor VTH (plus) Taken Formatie voor bodemdecentralisatie

Gemeente Haarlem heeft haar bodemtaken niet bij ons belegd. Omdat dit een onderdeel is van het basistakenpakket zijn wij in gesprek over de inbreng van deze taak bij onze dienst. Dit betekent dat in de berekening van de verdeelsleutel een correctie is gemaakt voor de inbreng van de gemeente Haarlem.

14.2 Bijdrage voor Impuls Omgeving Veiligheid De bijdrage voor de Impuls Omgevingsveiligheid (IOV) is geïndexeerd. Verdeelsleutels De bijdrage de Impuls Omgeving Veiligheid (IOV) is op basis een verdeelsleutel welke door middel van een projectgroep van het Rijk is vastgesteld.

Begroting 2023

58/63

14.3 Bijdrage gemeenschappelijk regeling deelnemers 2023 GR-bijdragen deelnemers Deelnemers

GR-bijdrage voor

Bijdrage

Bodemoverdracht

GR-bijdrage na

bodemoverdracht

IOV*

o.b.v. inwoners

bodemoverdracht

€

€

€

€

Gemeente Beemster

-

Gemeente Beverwijk

1.013.825

13.302

98.900

1.126.026

Gemeente Bloemendaal

98.011

1.023

56.003

155.037

Gemeente Edam-Volendam

168.509

4.093

86.001

258.603

Gemeente Haarlem

1.472.171

15.348

-

1.487.519

Gemeente Heemskerk

564.970

8.186

93.093

666.248

Gemeente Heemstede

98.011

2.046

64.705

164.763

Gemeente Landsmeer

59.774

1.023

27.302

88.098

228.208

-

228.208-

-

871.856

-

754.066-

117.789

Gemeente Oostzaan

54.587

4.093

23.129

81.810

Gemeente Purmerend

281.464

12.278

216.851

510.594

Gemeente Uitgeest

236.843

1.023

32.469

270.335

Provincie Noord-Holland bodemtoezichttaken Provincie Noord-Holland VTH bodem plustaken

Gemeente Velsen

1.874.114

22.510

163.101

2.059.726

Gemeente Waterland

94.056

1.023

41.398

136.477

Gemeente Wormerland

121.657

2.046

38.656

162.359

Gemeente Zandvoort

121.833

3.070

40.666

165.568

GR-bijdragen deelnemers inclusief wabo

7.359.888

91.064

0

7.450.953

Begroting 2023

59/63

14.4 Bijlage Dienstverleningsovereenkomsten, (subsidie)projecten en overige bijdragen Financiële begroting (incl. overhead)

Realisatie

Gewijzigde begroting

Begroting

Meerjarenraming

BATEN

2021

2022

2023

2024

2025

2026

€

€

€

€

€

€

89.346

-

-

-

-

Beverwijk NME

54.043

59.043

59.043

60.519

62.032

Beverwijk uitvoering MBP/verduurz bedrijven

25.000

25.525

-

-

-

Beverwijk duurzaam bouwloket

8.000

8.136

8.339

8.548

8.762

Beverwijk meetnet

25.000

25.000

25.000

25.000

25.000

Beverwijk duurzaamheidsleningen

-

-

-

-

-

5.000

-

-

-

-

231.098

236.370

242.280

248.337

254.545

77.319

79.083

81.060

83.087

85.164

50.000

-

-

-

-

15.000

15.255

-

-

-

50.000

30.000

-

-

-

15.000

15.255

-

-

-

Heemskerk NME

54.043

59.043

59.043

60.519

62.032

Heemskerk Duurzaam bouwloket

8.000

8.136

8.136

8.136

8.136

Heemskerk meetnet

14.000

14.000

14.000

14.000

14.000

5.000

-

-

-

-

175.944

179.958

184.457

189.068

193.795

Interreg subsidie PECS

-

-

-

Interreg subsidie INTERREG_Up cycle your waste

120.000

-

-

-

-

KIMO personele inzet

67.000

60.000

61.500

63.038

64.613

259.706

265.631

272.272

279.079

286.056

25.000

25.149

25.777

26.422

27.082

Dienstverleningsovereenkomsten, (subsidie)projecten en overige bijdragen Baten overeenkomsten en ov (subs)projecten Beemster dienstverleningsovereenkomst

Beverwijk bijdrage MRA warmte/koude Bloemendaal dienstverleningsovereenkomst Heemskerk Dienstverleningsovereenkomst Bouwen woningtoezichtstaken Heemskerk verduurzamen bedrijven terreinen Heemskerk- uitvoering wijkuitvoeringsplannen Heemskerk- cofinanciering van het Regionaal Energiebesparingsprogramma Heemskerk- onderzoek en advisering warmtenet

Heemskerk bijdrage MRA warmte/koude Heemstede dienstverleningsovereenkomst

Landsmeer dienstverleningsovereenkomst Landsmeer dienstverleningsovereenkomst VTH Zaaksysteem applicatiebeheer

Begroting 2023

6.338.356

60/63

Mobiliteitsfonds incl €20.000 pers dekking Oostzaan dienstverleningsovereenkomst Schipholtaken BUCH-gemeenten + Alkmaar en Haarlem

20.000

-

-

-

-

335.049

342.693

351.260

360.042

369.043

48.424

49.543

50.782

52.051

53.352

200.000

200.000

-

-

-

340.000

340.000

340.000

340.000

110.000

-

-

-

-

201.287

205.879

-

-

-

Velsen havenverordening

74.000

74.000

74.000

74.000

74.000

Velsen uitvoering milieubeleidsplan (o.a. Greenbiz)

60.000

30.630

-

-

-

Velsen duurzaam wonen en bouwen

-

-

-

-

-

Velsen collectieve energieprojecten

100.000

-

-

-

-

Velsen duurzaam bouwloket

8.000

8.136

8.339

8.548

8.762

Velsen meetnet

39.000

39.000

39.000

39.000

39.000

Velsen Cofinanciering van het Regionaal Energiebesparingsprogramma

50.000

-

-

-

-

Velsen bijdrage MRA warmte/koude

5.000

-

-

-

-

86.511

88.485

90.697

92.965

95.289

494.842

506.131

518.784

531.754

545.048

120.274

123.018

126.093

129.246

132.477

552.573

565.180

579.309

593.792

608.637

23.500

138.346

126.500

126.500

126.500

Zandvoort uitbreiding formatie BWT

116.265

116.265

Zandvoort geluidmetingen

15.000

15.000

15.000

15.000

15.000

22.994

30.000

-

-

-

-

-

76.000

-

-

-

-

-

-

-

-

-

OTW

-

-

-

-

-

Metingen IJmond

20.000

-

-

-

-

Nog te besteden subsidie middelen

47.175

-

Bijdragen personele afspraken

2.300

2.055

2.055

2.055

2.055

4.541.693

3.979.946

3.362.728

3.430.704

3.160.379

Schone en slimme mobiliteit (IJB)* Programma gezondheid en schone lucht* Uitgeest uitvoering duurzaamheidsprogramma Uitgeest dienstverleningsovereenkomst

Waterland dienstverleningsovereenkomst Wormerland dienstverleningsovereenkomst Zandvoort dienstverleningsovereenkomst Milieu Zandvoort dienstverleningsovereenkomst Bouwen woningtoezicht Zandvoort dienstverleningsovereenkomst Toeristische verhuur

Actualiseren EU geluidbelastingkaarten Voorbereiding en uitvoering geluidsaneringsprojecten Regionaal energiebesparingsprogramma Regeling Reductie Energie regio Ijmond

Overeenkomsten en (subsidie)projecten

Begroting 2023

6.338.356

61/63

Begroting 2023

62/63

Contactpersoon: Postbus 325 1940 AH Beverwijk 0251–263 863 info@odijmond.nl | www.odijmond.nl [kies de datum] | versie [0.0] Beeld: [naam fotograaf, Stockbureau (indien van toepassing]

Begroting 2023

63/63

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11523310/1