D bijlage-quickscan-flora-en-fauna-lichtmasten-vv-zob
Tekst van het document
Inhoudsopgave 1
Aanleiding
5
1.1 1.2 1.3
5 5 5
Aanleiding Doel Wet natuurbescherming
2
Werkwijze
9
3
Plangebied en ingreep
11
3.1 3.2 3.3
11 11 12
4
5
Ligging plangebied Beschrijving plangebied Ingreep
Resultaten gebieden en houtopstanden
14
4.1
Ligging Natura 2000 gebieden
14
4.1.1
Effect beoordeling Natura 2000
14
4.1.2
Toetsing aan Wnb
15
4.2
Ligging Natuurnetwerk Nederland (NNN)
15
4.2.1
Effect beoordeling en toetsing NNN
15
4.3
Bescherming van houtopstanden
15
Resultaten soorten
16
5.1
Vogels
16
5.1.1
Resultaten aanwezigheid
16
5.1.2
Effect beoordeling en toetsing Wn
17
5.2
Planten
17
5.2.1
Effect beoordeling en toetsing Wnb
17
5.3
Vleermuizen
18
5.3.1
Effect beoordeling
19
5.3.2
Toetsing Wnb
22
5.4
Knaagdieren
22
5.4.1
Resultaten aanwezigheid
22
5.4.1
Effect beoordeling en toetsing Wnb
23
5.5
Muizen (ware-, woel- en slaapmuizen)
23
5.5.1
Resultaten aanwezigheid
23
5.5.1
Effect beoordeling en toetsing Wnb
24
5.6
Marterachtigen
24
5.6.1
Resultaten aanwezigheid
24
5.6.2
Effect beoordeling
25
5.6.3
Toetsing Wnb
25
5.7
Overige zoogdieren
25
Ecologische quickscan Purmerenderweg 55 Zuidoostbeemster
RA21395-01
3
6
7
5.7.1
Resultaten aanwezigheid
25
5.7.2
Effect beoordeling
26
5.7.3
Toetsing Wnb
26
5.8
Reptielen
27
5.8.1
Resultaten aanwezigheid
27
5.8.2
Effect beoordeling
28
5.8.3
Toetsing Wnb
28
5.9
Amfibieën
28
5.9.1
Resultaten aanwezigheid
28
5.9.2
Effect beoordeling
29
5.9.3
Toetsing Wnb
30
5.10
Vissen
30
5.10.1
Resultaten aanwezigheid
30
5.10.1
Effect beoordeling en toetsing Wnb
30
5.11
Libellen
30
5.11.1
Resultaten aanwezigheid
30
5.11.1
Effect beoordeling en toetsing Wnb
30
5.12
Vlinders
30
5.12.1
Resultaten aanwezigheid
30
5.12.1
Effect beoordeling en toetsing Wnb
31
5.13
Overige ongewervelden
31
5.13.1
Resultaten aanwezigheid
31
5.13.2
Effect beoordeling en toetsing Wnb
32
Conclusies en vervolgstappen
33
6.1 6.2 6.3 6.4
33 34 34 34
Vleermuizen Rugstreeppad Zorgplicht Kansen voor versterken biodiversiteit: natuurinclusief werken
Literatuur en bronnen
35
7.1
Soortengroepen
35
Bijlage 1.
Wet natuurbescherming
37
Bijlage 2.
Foto-impressie plangebied
41
Bijlage 3.
Jaarrond beschermde nesten
45
Bijlage 4.
Beschermde planten, verspreiding en habitat
49
Bijlage 5.
Vrijgestelde soorten per provincie
53
Bijlage 6.
Stappen planstikstof depositie
54
Bijlage 7.
Stappenplan gebiedsbescherming
55
Bijlage 8.
Stappenplan soortenbescherming
56
Ecologische quickscan Purmerenderweg 55 Zuidoostbeemster
RA21395-01
4
1
Aanleiding
1.1 Aanleiding De gemeente Purmerend en Stichting Spurd zijn van plan om in het plangebied 9 lichtmasten te plaatsen ten behoeve van het gebruik van de oostelijk gelegen voetbalvelden in de avond. Het is volgens de Wet natuurbescherming en nationale- en internationale regelgeving verplicht om voorafgaand aan een ruimtelijke ingreep onderzoek te doen naar de effecten op beschermde soorten en beschermde gebieden (Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland (NNN). In bepaalde gevallen is het ook verplicht om melding te doen van het kappen van houtopstanden. In §1.3 wordt de voor natuur relevante wetgeving kort toegelicht. Deze rapportage geeft een inschatting van (potentiële) effecten van de ingreep op beschermde gebieden en beschermde soorten flora en fauna. Beoordeeld wordt of effecten van de ingreep strijdig zijn met de Wet natuurbescherming. In bepaalde situaties is aanvullend onderzoek nodig en/of kan bekeken worden of er alternatieven zijn voor de ingreep of kan de werkwijze worden aangepast.
1.2 Doel Met deze quickscan worden de volgende vragen beantwoord: •
Wat is de ligging van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN)?
•
Heeft de ingreep betrekking op houtopstanden die onder de Wet natuurbescherming beschermd zijn?
•
Welke beschermde soorten flora en fauna zijn waargenomen of kunnen worden verwacht in het plangebied?
•
Heeft de ingreep (mogelijk) een negatief effect op beschermde gebieden? Verdere toetsing hiervan maakt geen onderdeel uit van deze quickscan.
•
Heeft de ingreep (mogelijk) een effect op de potentieel aanwezige beschermde flora en fauna?
•
Leidt het uitvoeren van de ingreep mogelijk tot een overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming?
•
Is er voor de effecten op beschermde gebieden een nadere toetsing nodig?
•
Naar welke soorten en voor deze soorten belangrijke functies is aanvullend onderzoek nodig?
•
Zijn er mitigerende maatregelen mogelijk om overtredingen van de verbodsbepalingen Wet natuurbescherming te voorkomen? (Het opstellen van een mitigatieplan maakt geen deel uit van de quickscan).
•
Welke vervolgstappen zijn er nodig, zoals nader onderzoek, ecologische werkprotocol, mitigatieplan en/of ontheffingsaanvraag?
1.3 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (Wn) is per 1 januari 2017 van kracht en bevat Europese en nationale natuurbeschermingsregels voor Natura-2000 gebieden, planten- en diersoorten en houtopstanden. Hieronder staan kort de belangrijkste punten, in Bijlage 1 is de wet- en regelgeving uitgebreider beschreven. Ecologische quickscan Purmerenderweg 55 Zuidoostbeemster
RA21395-01
5
Rode lijsten Voor diverse soortgroepen zijn Rode lijsten beschikbaar, deze hebben geen juridische status. Daarnaast hebben diverse provincies en steden een eigen lijst met soorten, die lokaal extra aandacht en prioriteit krijgen.
Ecologische quickscan Purmerenderweg 55 Zuidoostbeemster
RA21395-01
8
2
Werkwijze
Bij het onderzoek is de volgende werkwijze gevolgd: Beschrijving situatie Het plangebied is op kaart ingetekend en de ligging en kenmerken zijn beschreven. Met informatie van de opdrachtgever is de ingreep en de planning van de werkzaamheden weergegeven. Bureauonderzoek Als onderzoeksgebied is het gebied tot een afstand van 5 kilometer vanaf het plangebied (zie Figuur 1) genomen. Voor het onderzoeksgebied is met recente bronnen en literatuur onderzocht welke beschermde soorten flora en fauna in de afgelopen 5 jaar zijn waargenomen. Hierbij zijn waarnemingen uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) en gegevens uit recente verspreidingsatlassen en actuele websites gebruikt. Deze gegevens worden bij het hoofdstuk resultaten van de betreffende soortgroepen besproken. De gegevens in de NDFF zijn slechts een indicatie, aangezien het vaak toevallig waarnemingen betreft en geen systematisch onderzoek naar het voorkomen van soorten. Het ontbreken van waarnemingen in de NDFF sluit niet uit dat soorten kunnen voorkomen. Voor het bepalen van de ligging van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN) is gebruik gemaakt van provinciale kaartgegevens. Voor een indicatie van negatieve effecten op Natura 2000 gebieden is gebruik gemaakt van de effectenindicator. Veldonderzoek Op 20 oktober 2021 heeft ecoloog Linde de Herder het plangebied bezocht.
In het plangebied zijn de ruimtelijke structuren en ecotopen geïnventariseerd waarbij verrekijker en fotocamera zijn gebruikt. Een veldbezoek voor een quickscan flora en fauna is nadrukkelijk geen volledige inventarisatie. Dat betekent dat op basis van het veldbezoek het voorkomen van soorten niet per definitie is uit te sluiten. Resultaten Op basis van de bevindingen uit het bureauonderzoek en het veldonderzoek is voor alle beschermde soorten bepaald of zijn in het plangebied kunnen voorkomen of potentieel kunnen voorkomen en welke mogelijke functie het plangebied voor deze soorten heeft. Per soortgroep is in het hoofdstuk resultaten in tabelvorm aangeven welke soorten op voorhand met zekerheid zijn uit te sluiten op basis van specifieke habitateisen en/of de recente verspreidingsgegevens van soorten. Voor alle soorten die niet op voorhand kunnen worden uitgesloten is vervolgens beargumenteerd waarom deze wel of niet potentieel kunnen voorkomen. Effectbeoordeling, toetsing en vervolgstappen Op basis van de verspreidingsgegevens en habitateisen van beschermde soorten en de biotoopkenmerken van het plangebied is ingeschat of beschermde soorten (potentieel) in het plangebied voorkomen en welke mogelijke functies het plangebied heeft voor beschermde soorten. Op grond van de beschreven ingreep is bepaald:
Ecologische quickscan Purmerenderweg 55 Zuidoostbeemster
RA21395-01
9
1.
Of negatieve effecten op beschermde gebieden op voorhand zijn uit te sluiten of dat hiervoor nog een aanvullende toetsing noodzakelijk is;
2.
Of de bescherming van houtopstanden aan de orde is;
3.
Of er negatieve effecten op de (potentieel) aanwezige beschermde soorten en essentiële functies te verwachten zijn.
4.
Of en zo ja naar welke beschermde soorten nader onderzoek moet worden uitgevoerd;
5.
Of de ingreep een overtreding van de Wet natuurbescherming kan inhouden en zo ja welke stappen nodig zijn om de ingreep uit te kunnen voeren zonder deze wet te overtreden.
Ecologische quickscan Purmerenderweg 55 Zuidoostbeemster
RA21395-01
10
3
Plangebied en ingreep
3.1 Ligging plangebied Het plangebied betreft het complex van voetbalvereniging Zuidoostbeemster aan de Purmerenderweg 55 te Zuidoostbeemster, gelegen in de gemeente Purmerend, provincie Noord-Holland. Het plangebied wordt aan de zuidzijde begrensd door polders, aan de westzijde door de Purmerenderweg, aan de noordzijde door de verbindingsweg N244, en aan de oostzijde door de Oostdijk. In Figuur 1 is de begrenzing van het plangebied met rood aangegeven.
Figuur 1. Ligging van het plangebied, met de begrenzing in rood aangegeven.
3.2 Beschrijving plangebied Het plangebied bestaat uit de sportvelden, accommodatie en parkeerplaats van voetbalvereniging Zuidoostbeemster. De parkeerplaats is grotendeels verhard en begrensd door intensief beheerde graszomen. De twee westelijke velden zijn van kunstgras. Hier staan al lichtmasten van 15 meter hoogte omheen. Aangrenzend aan het meest westelijke veld staat een kleine tribune die is opgetrokken uit beton en golfplaat. De twee oostelijke velden zijn van gras. Om alle sportvelden heen staan metalen hekjes. Aan de zuidzijde staat de accommodatie met kantine en kleedkamers. Dit is een bakstenen gebouw van een à twee bouwlagen met spouwmuur, open stootvoegen en dilatatievoegen. Een deel van dit gebouw heeft een pannendak van kunststof pannen waarbij de openingen tussen de nokpannen zijn gevoegd. Het overige deel heeft een plat dak. Aan weerszijden van de accommodatie staan struikenperkjes met soorten als es (Fraxinus excelsior ), hazelaar (Corylus avellana) en kornoelje (Cornus sp.). Rondom de velden ligt een strook kort gemaaid gras met enkele andere soorten als rode klaver (Trifolium
pratense), weegbree (Plantago sp.). Daaromheen ligt een ondiepe sloot variërende van één tot vier meter breed. In de smallere delen groeit veel kroos (Lemna sp.). De oevers zijn begroeid met gras en Ecologische quickscan Purmerenderweg 55 Zuidoostbeemster
RA21395-01
11
brandnetel (Urtica sp.) en worden regelmatig gemaaid. Aan de zuidzijde bevindt zich aan de overkant van de sloot een bomen- en struikenrij met dunne bomen bestaande uit: meidoorn (Crateagus sp.), ratelpopulier (Populus tremula) en es. Enkel het oostelijke gedeelte van deze bomenrij, voorbij het meest oostelijke voetbalveld, bestaat uit dikke essen en ratelpopulieren met een diameter van 20 tot 60 centimeter op borsthoogte. Enkele van deze dikke bomen vertonen holtes en spleten. Langs de oostelijke grens van het plangebied ligt de Oostdijk. De helling die aan het plangebied grenst is deels bedekt met kort gemaaid gras en deels met hoog riet (Phragmites australis ). Boven op de dijk staat een rij dikke essen waarvan enkelen holtes vertonen. De noordzijde van het plangebied wordt begrensd door de verbindingsweg N244 met in beide richtingen twee tot vier rijbanen. Langs deze weg staat verlichting. Het talud is begroeid met hoog gras en hier en daar riet. Een foto-impressie van het plangebied is weergegeven in Bijlage 2. Ecotopen Ecotopen zijn ruimtelijk elementen binnen het plangebied, die mogelijke een functie hebben als habitats voor (beschermde) soorten. In het plangebied zijn de onderstaande ecotopen aanwezig (zie ook de foto’s van het plangebied in Bijlage 2). •
Een gebouw met dakpannen, houten betimmering en spouwmuur;
•
Enkele gebouwen met dakpannen, houten betimmering en spouwmuur;
•
Smalle, ondiepe sloot (<2 meter breed, < 1 meter diep);
•
Breed, ondiep, stilstaand water (> 2 meter breed, < 1 meter diep);
•
Dunne bomen en struiken: es, ratelpopulier, hazelaar, meidoorn, kornoelje (diameter borsthoogte < 25 cm);
•
Dikke bomen: es, ratelpopulier, mogelijk met holtes (diameter borsthoogte > 25 cm);
•
Dikke bomen: es, ratelpopulier, met holtes (diameter borsthoogte > 25 cm);
•
Lage, opgaande begroeiing bestaande uit: riet.
3.3 Ingreep De gemeente Purmerend en Stichting Spurd zijn van plan om in het plangebied 9 lichtmasten, ieder met een hoogte van 15 meter, te plaatsen ten behoeve van het gebruik van de oostelijk gelegen voetbalvelden in de avond. De verlichting zal alleen gebruikt worden om na zonsondergang enkele uren de velden waar wordt getraind te verlichten. In de zomermaanden wanneer het tot laat licht is zal geen verlichting nodig zijn. Uit het lichthinderplan in Figuur 2 blijkt dat de uitstraling tussen de 10-20 meter is. 10-20 lux in de eerste 10 meter en waarna het al heel snel afzwakt naar rond de 1 lux tussen 10 en 20 meter.
Ecologische quickscan Purmerenderweg 55 Zuidoostbeemster
RA21395-01
12
Figuur 2. Uitstraling in lichthinderplan uitgevoerd door Oostendorp Nederland B.V.
Ecologische quickscan Purmerenderweg 55 Zuidoostbeemster
RA21395-01
13
4
Resultaten gebieden en houtopstanden
4.1 Ligging Natura 2000 gebieden Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is ‘Polder Zeevang’. Dit gebied ligt op een afstand van 850 meter van het plangebied (zie Figuur 3).
Figuur 3. Ligging van het plangebied (begrenzing in rood aangegeven) ten opzichte van Natura 2000 gebied en NNN. De ligging van het NNN is in groen aangegeven. De ligging van Natura 2000-gebieden is met arcering aangegeven. © Provinciale kaartenbank https://geoapps.noord-holland.nl/ (versie 25 oktober 2021).
4.1.1 Effect beoordeling Natura 2000 Effecten op Natura 2000-gebieden bestaan uit verlies aan habitat, negatieve effecten op soorten en verstorende effecten. In de effectenindicator (https://www.synbiosys.alterra.nl/bij12) worden 19 verschillende storende factoren onderscheiden, waaronder effecten door geluid, trilling, visuele verstoring, verdroging en vermesting. De meeste storingsfactoren vinden plaats wanneer ingrepen daadwerkelijk in het gebied plaatsvinden. Dat is in deze situatie niet aan de orde, aangezien het plangebied geheel buiten de Natura 2000-gebieden ligt. Effecten van buitenaf noemen we verrijkende effecten, zoals trilling, geluid of visuele verstoring en vermesting. Stikstofdepositie is een voorbeeld van verrijkende vermesting. De ingreep vindt plaats buiten de Natura 2000-gebieden, waarbij de kortste afstand ongeveer 850 meter is. Door de beperkte omvang en de aard van de ingreep in aanleg en gebruik van dit project is het uitgesloten dat negatieve effecten door trilling, geluid of visuele verstoring zullen optreden. Vanwege de uitspraak van de Raad van State (mei 2019) is het stikstofbeleid (PAS) waarbij een drempelwaarde voor depositie van 0,05 mol/ha gold, niet meer geldig. Werkzaamheden mogen daarom Ecologische quickscan Purmerenderweg 55 Zuidoostbeemster
RA21395-01
14
op dit moment geheel geen stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden veroorzaken. Vanaf 1 juli 2021 is de Wet stikstof reductie en natuurverbetering van kracht, die de Wet natuurbescherming wijzigt door toevoeging van een aantal stikstof-gerelateerde artikelen. Voor kleine tijdelijke werkzaamheden geldt een vrijstelling van natuurvergunningplicht in de aanlegfase (rijkoverheid.nl, 2021). Aangezien er in de gebruiksfase geen extra stikstofdepositie wordt verwacht zijn effecten door vermesting uit te sluiten.
4.1.2 Toetsing aan Wnb Natura 2000 gebieden zijn Europese beschermingszones met specifieke instandhoudingsdoelstellingen voor leefgebieden voor bepaalde vogels en/of bescherming van natuurlijke habitats voor habitatrichtlijnsoorten. Deze Natura 2000 gebieden zijn beschermd binnen de Wnb. Het is volgens artikel 2.7, lid 2 verboden om zowel binnen als buiten Natura 2000-gebied activiteiten uit te voeren met negatieve effecten gelet op de instandhoudingsdoelstellingen: •
de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren en/of,
•
een significant verstorend effect hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen.
In de aanlegfase is er beperkte uitstoot van stikstof, die gezien de vrijstelling voor tijdelijke activiteiten niet leidt tot een overtreding van de Wn. Daarbij zijn er geen negatieve effecten te verwachten in de gebruiksfase. Voor wat betreft Natura 2000 gebieden is de ingreep geen overtreding van de Wn.
4.2 Ligging Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het plangebied ligt op 1,4 kilometer van het NNN, zie ook Figuur 3.
4.2.1 Effect beoordeling en toetsing NNN Het plangebied ligt buiten het NNN en in de provincie Noord-Holland geldt geen externe werking. Een toetsing aan de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN is daarom niet van toepassing.
4.3 Bescherming van houtopstanden Binnen het plangebied worden geen bomen gekapt. Dit beschermingsregime is niet van toepassing op dit project.
Ecologische quickscan Purmerenderweg 55 Zuidoostbeemster
RA21395-01
15
5.3 Vleermuizen Het functioneel leefgebied van vleermuizen bestaat uit verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebied. Gedurende het jaar hebben verblijfplaatsen verschillende functies zoals voor overwintering, zomer -, kraam- of paarverblijfplaatsen. Vleermuizen zijn globaal in te delen naar het type verblijfplaatsen die ze gebruiken; gebouwbewonende soorten en boombewonende soorten. Er zijn ook soorten de in beide biotopen verblijfplaatsen kunnen hebben. In de directe omgeving van het plangebied zijn lijnvormige elementen aanwezig in de vorm van bomenrijen, watergangen en wegen die geschikt kunnen zijn als vliegroute. Het grasland, de bomenrijen en watergangen kunnen ook dienen als foerageergebied. Ook kunnen er verblijfplaatsen van gebouw- en boombewonende vleermuissoorten aanwezig zijn. De accommodatie heeft open stootvoegen die toegang bieden tot de spouw. Zodoende zijn deze gebouwen geschikt als verblijfplaats van de gebouwbewonende vleermuizen: gewone dwergvleermuis ( Pipistrelllus pipistrellus ), ruige dwergvleermuis ( Pipistrelllus
nathusii), kleine dwergvleermuis ( Pipistrellus pygmaeus), laatvlieger (Eptesicus serotinus ) en meervleermuis (Myotis dasycneme). Enkele bomen langs de sloot aan de zuidoostzijde van het plangebied en op de Oostdijk vertonen holtes en op enkele plekken scheuren in de bast, waardoor deze bomen geschikt zijn als zomerverblijfplaats van rosse vleermuis ( Nyctalus noctula) en watervleermuis (Myotis daubentonii). In het plangebied kunnen op basis van verspreiding van vleermuissoorten en aanwezige biotopen verschillende soorten vleermuizen worden verwacht. In
Ecologische quickscan Purmerenderweg 55 Zuidoostbeemster
RA21395-01
18
Tabel 3 is weergegeven welke soorten en welke functies van deze soorten mogelijk voorkomen.
5.3.1 Effect beoordeling Uit
Ecologische quickscan Purmerenderweg 55 Zuidoostbeemster
RA21395-01
19
Tabel 3 blijkt dat er verblijfplaatsen en foerageergebied van enkele soorten vleermuizen in de omgeving en binnen het plangebied kunnen voorkomen. Omdat de lichtmasten op flinke afstand van de accommodatie worden geplaats heeft dit geen direct effect op de mogelijke verblijfplaatsen in het gebouw. Omdat er geen bomen worden gekapt worden er geen potentiële verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen vernietigd. Uit het lichthinderplan blijkt dat er geen uitstraling is naar de locatie waar de bomen met potentiële vleermuisverblijfplaatsen staan, 13 tot 40 meter ten zuidoosten van de rand van de voetbalvelden Het plangebied en de directe omgeving wordt mogelijk ook gebruikt als foerageergebied en vliegroute door vleermuizen. Aangezien er in de omgeving meerdere grasvelden met bomenrijen en watergangen te vinden zijn is het niet waarschijnlijk dat het plangebied zelf essentieel foerageergebied betreft. Maar omdat er weinig andere bomen/struikenrijen van oost naar west lopen zouden zich in en rond het plangebied wel essentiële vliegroutes kunnen bevinden. De lichtmasten kunnen negatieve effecten hebben op deze functies. Uit de resultaten blijkt dat enkele soorten vleermuizen binnen het plangebied kunnen voorkomen. In
Ecologische quickscan Purmerenderweg 55 Zuidoostbeemster
RA21395-01
20
Tabel 3 is weergegeven op welke potentieel voorkomende combinatie van soorten en functies binnen het plangebied mogelijk negatieve effecten te verwachten zijn.
Ecologische quickscan Purmerenderweg 55 Zuidoostbeemster
RA21395-01
21
waarna ze kunnen worden overreden. Dit kan worden voorkomen door de werkzaamheden uit te voeren in de periode dat de rugstreeppad in winterrust is. Tijdens de gebruiksfase worden geen negatieve effecten op amfibieën verwacht.
5.9.3 Toetsing Wnb Als tijdens de werkzaamheden rugstreeppadden worden verwond of gedood leidt de ingreep tot een overtreding van de Wet natuurbescherming artikel 3.5, lid 1. Overtreding kan worden voorkomen door de werkzaamheden uit te voeren in de periode dat de rugstreeppad in winterrust is (half oktober t/m maart).
5.10 Vissen 5.10.1 Resultaten aanwezigheid Rondom het plangebied is een ondiepe sloot aanwezig. Deze sloot biedt geen geschikt habitat voor in Nederland beschermde vissoorten. De aanwezigheid van beschermde vissoorten is zodoende uit te sluiten.
5.10.1 Effect beoordeling en toetsing Wnb Aangezien er geen beschermde vissoorten aanwezig zijn of worden verwacht zijn er geen negatieve effecten op deze soortgroep. Van een overtreding van de Wet natuurbescherming is voor deze soortgroep dus geen sprake.
5.11 Libellen 5.11.1 Resultaten aanwezigheid De in Nederland voorkomende beschermde libellen zijn soorten die in specifieke biotopen leven en/of een zeer beperkte regionale verspreiding kennen. Alle libellensoorten hebben water of natte omstandigheden nodig voor de voorplanting. Aangrenzend aan het plangebied is een ondiepe sloot aanwezig. Deze sloot biedt geen geschikt habitat voor in Nederland beschermde libellensoorten. De aanwezigheid van beschermde libellen in het plangebied is zodoende uit te sluiten.
5.11.1 Effect beoordeling en toetsing Wnb Aangezien er geen beschermde libellensoorten aanwezig zijn of worden verwacht zijn er geen negatieve effecten op deze soortgroep. Van een overtreding van de Wet natuurbescherming is voor deze soortgroep dus geen sprake.
5.12 Vlinders 5.12.1 Resultaten aanwezigheid De in Nederland voorkomende beschermde vlinders zijn soorten die in specifieke biotopen leven en/of een zeer beperkte regionale verspreiding kennen. Het plangebied biedt geen geschikt habitat voor beschermde vlindersoorten omdat er geen bos aanwezig is en het grasveld zo regelmatig wordt gemaaid dat er geen geschikte waardplanten te vinden zijn.
Ecologische quickscan Purmerenderweg 55 Zuidoostbeemster
RA21395-01
30
6.2 Rugstreeppad Uit de resultaten blijkt dat rugstreeppadden in het plangebied zouden kunnen voorkomen. Het risico bestaat dat rugstreeppadden in de aanlegfase hun eieren afzetten in plassen in bandensporen waarna ze kunnen worden overreden. Als tijdens de werkzaamheden rugstreeppadden worden verwond of gedood leidt de ingreep tot een overtreding van de Wet natuurbescherming artikel 3.5, lid 1. Overtreding kan worden voorkomen door de werkzaamheden uit te voeren in de periode dat de rugstreeppad in winterrust is (half oktober t/m maart).
6.3 Zorgplicht Om invulling te geven aan de zorgplicht kunnen een aantal maatregelen worden genomen. Bij grote/ingewikkelde projecten kunnen we dit ecologische begeleiden en/of een ecologisch werkprotocol opstellen. Enkele algemeen geldende maatregelen: •
Werkzaamheden waarbij vegetatie wordt verwijderd rustig en vanuit één zijde aanvangen.
•
De werkzaamheden altijd naar een open einde uitvoeren, zodat dieren kunnen vluchten (dus niet in een brede baan richting het water).
•
Dieren de ruimte en de tijd geven om zelfstandig te vluchten voor het werk.
Bij voorkeur dieren niet oppakken. Indien dit nodig is, dieren op een geschikte plek buiten het werkgebied uitzetten.
6.4 Kansen voor versterken biodiversiteit: natuurinclusief werken Bij veel projecten bieden de ingrepen of werkzaamheden kansen om betrekkelijk eenvoudig de biodiversiteit te versterken. De maatregelen zijn niet wettelijk verplicht, ze komen niet voort uit overtredingen van de Wet natuurbescherming. Regelink Ecologie & Landschap ziet dat er veel kansen zijn voor biodiversiteit die onbenut blij ven. We bieden daarom graag enkele handvatten om te laten zien hoe vaak eenvoudig een bijdrage geleverd kan worden. Algemeen •
Gebruik van gevarieerde inheemse planten en bomensoorten: goed voor insecten, vogels;
•
Ecologische beheer, bijvoorbeeld gefaseerd maaien, bloemrijke bermen;
•
Creëren van overhoekjes / rommelhoekjes, zandige plekken;
•
Insectenvoorzieningen;
•
Realiseren kleine groene verbindingen: voor insecten, egels, kleine soorten;
•
Aanleg van faunavoorzieningen bij nieuwbouw én renovatie of verduurzaming.
Ecologische quickscan Purmerenderweg 55 Zuidoostbeemster
RA21395-01
34
7
Literatuur en bronnen
7.1 Soortengroepen Amfibieën, vissen en reptielen •
BIJ12, 2017, Kennisdocument Heikikker , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Kamsalamander, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Levendbarende hagedis , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Poelkikker , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Rugstreeppad , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Zandhagedis , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Grote modderkruiper , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
Brouwer, T., M. Dorenbosch, R. van Eekelen & J. Spier, 2010. Vissenatlas Noord-Brabant. Uitgeverij Profiel, Bedum.
•
Creemers, C.M. & J.C.W. van Delft, 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. KNNV Uitgeverij, Zeist.
•
www.ravon.nl
Zoogdieren •
BIJ12, 2017. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017. Kennisdocument Ruige dwergvleermuis , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Rosse vleermuis , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Watervleermuis , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Bever , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Das , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Noordse woelmuis , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys (redactie) 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden.
•
Dietz, C., A. Kiefer, 2017. Veldgids Vleermuizen van Europa. Alle soorten van Europa. KNNV Uitgeverij, Zeist.
•
Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman, 2011. Cursus vleermuizen en planologie. Cursusmap, Zoogdiervereniging.
•
Regelink, J.R. & T. Bosch, 2007. Grote bosmuis in Winterswijk. Zoogdier 18 (2): 23.
•
www.zoogdiervereniging.nl
Planten en vegetatie •
Floron, 2011. Nieuwe Atlas van de Nederlandse Flora. KNNV Uitgeverij, Zeist.
•
www.floron.nl
Insecten en ongewervelden •
www.vlinderstichting.nl
•
www.eis-nederland.nl
Ecologische quickscan Purmerenderweg 55 Zuidoostbeemster
RA21395-01
35
Vogels •
BIJ12, 2017. Kennisdocument Gierzwaluw , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017. Kennisdocument Huismus , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Roek , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Steenuil, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Buizerd , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Kerkuil , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
www.sovon.nl
Methoden, databanken, wetgeving •
www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/soortinventarisatieprotocollen
•
www.ndff-ecogrid.nl
•
www.telmee.nl
•
www.verspreidingsatlas.nl
•
www.minez.nederlandsesoorten.nl/zoeken-naar-soort
•
www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx
•
www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/effectenindicator.aspx
•
www.ruimtelijkeplannen.nl
•
www.raadvanstate.nl/@115651/pas-mag/
•
www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/aanpak-stikstof/toestemmingverlening-zonder-pas
•
www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/aanpakstikstof/documenten/publicaties/2019/10/12/beslisboom-toestemmingverlening-stikstofdepositiebij-nieuwe-activiteiten
Project gerelateerde bronnen •
Meinesz, K., 2021, Onderzoek vleermuizen Purmerenderweg 55 Zuidoostbeemster Rapport RA21396-01, Regelink Ecologie & Landschap, Wageningen.
Ecologische quickscan Purmerenderweg 55 Zuidoostbeemster
RA21395-01
36
Bijlage 1.
Wet natuurbescherming
Algemeen Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet is de Nederlandse implementatie van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn, aangevuld met nationale bepalingen. De Wet natuurbescherming vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. De Wet natuurbescherming kent drie pijlers, namelijk: •
bescherming van Natura 2000-gebieden,
•
bescherming van soorten,
•
bescherming van houtopstanden.
Daarnaast is er een belangrijke plaats ingeruimd voor de zorgplicht (artikel 1.11). Vanuit deze zorgplicht moeten handelingen achterwege blijven waarvan men kan vermoeden zij nadelige gevolgen kunnen hebben voor beschermde gebieden of soorten. In dit hoofdstuk volgt een eenvoudige weergave van de essentie van de Wet natuurbescherming, voor zover deze betrekking heeft op ruimtelijke ontwikkelingen en festiviteiten. Verbodsartikelen worden voor de leesbaarheid vereenvoudigd weergegeven. Raadpleeg voor de exacte formulering de wetstekst (https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2016-34.html). Bescherming Natura 2000-gebieden Vanuit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn hebben de lidstaten de verplichting om speciale beschermingszones aan te wijzen. Deze speciale beschermingszones heten Natura 2000-gebieden. Elk Natura 2000-gebied heeft instandhoudingsdoelstellingen ten aanzien van: •
leefgebieden voor vogelsoorten, voor zover nodig voor de uitvoering van de Vogelrichtlijn, en/of
•
natuurlijke habitats en de habitats van soorten, voor zover nodig voor de uitvoering van de Habitatrichtlijn.
Verboden (volgens artikel 2.7, lid 2) is elke activiteit (in de wet: project of handeling) zowel binnen als buiten een Natura 2000-gebied die, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen: •
de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kan verslechteren of,
•
een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen.
De activiteit kan alleen doorgang vinden als Gedeputeerde Staten van de provincie waarin de activiteit plaatsvindt een vergunning verlenen. Voor diverse werkzaamheden in nationaal belang (zoals werkzaamheden rond de hoofdspoorwegen) is de minister van Economische Zaken bevoegd gezag. Bescherming van soorten De Wet natuurbescherming kent drie beschermingsregimes: 1.
beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn,
2.
beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn,
3.
beschermingsregime andere soorten.
1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Onder het beschermingsregime Vogelrichtlijn vallen alle van nature in Nederland in het wild levende vogels. Op basis van artikel 3.1 is het verboden om:
Ecologische quickscan Purmerenderweg 55 Zuidoostbeemster
RA21395-01
37
1.
opzettelijk vogels te doden of te vangen;
2.
opzettelijk vogelnesten, -rustplaatsen en -eieren te vernielen of te beschadigen of vogelnesten weg te nemen;
3.
eieren van vogels te rapen en deze onder zich te hebben;
4.
opzettelijk vogels te storen.
Het verbod om vogels opzettelijk te storen geldt niet wanneer dit niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de betreffende soort. Bij werkzaamheden in het broedseizoen kan het verlaten van nesten als gevolg van verstoring leiden tot het indirect doden van dieren of het aantasten van de functionaliteit van nesten en dus tot een overtreding van artikel 3.1, lid 1 en 2. De vogelsoorten die jaar op jaar gebruik maken van hetzelfde nest zijn verdeeld over vier categorieën waarvan de nesten een jaarronde bescherming genieten. Ook is er een vijfde categorie van vogels waarvan een inventarisatie van de nesten gewenst kan zijn. 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Onder het beschermingsregime Habitatrichtlijn vallen alle dieren uit: •
de Habitatrichtlijn, bijlage IV, onderdeel a,
•
het Verdrag van Bern, bijlage II,
•
het Verdrag van Bonn, bijlage I,
en alle planten uit: •
de Habitatrichtlijn, bijlage IV, onderdeel b,
•
het Verdrag van Bern, bijlage I.
Volgens artikel 3.5 is het verboden om, voor zover het soorten betreft uit bovenstaande bijlagen: 1. opzettelijk dieren te doden of te vangen; 2. opzettelijk dieren te verstoren; 3. opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen; 4. voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; 5. opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In de genoemde bijlagen van de verdragen van Bern en Bonn staan ook diverse vogelsoorten genoemd. Dit betekent dat voor deze soorten het (ver)storen ook verboden is wanneer dit geen effect heeft op de instandhouding van de betreffende soort. 3. Beschermingsregime andere (nationale) soorten Onder het ‘beschermingsregime andere soorten’ vallen een aantal soorten waarvoor er geen Europese verplichting ligt tot bescherming. Nederland geeft zo uitvoering aan de algemene verplichting van het Biodiversiteitsverdrag om de staat van instandhouding van dier- en plantensoorten te beschermen. Volgens artikel 3.10. is het verboden om, voor zover het soorten uit deze lijst betreft: 1. opzettelijk dieren te doden of te vangen; 2. voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; 3.
opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Ecologische quickscan Purmerenderweg 55 Zuidoostbeemster
RA21395-01
38
Onder dit beschermingsregime vallen ook een groot aantal zeer algemene zoogdieren en amfibieën. Een groot deel van deze algemene soorten zijn door de provincies en het ministerie van EZ voor ruimtelijke ontwikkelingen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. Ontheffing en vrijstellingen Ontheffingen worden verleend door de Minister van Economische zaken of Gedeputeerde Staten, en geven een initiatiefnemer de mogelijkheid om onder voorwaarden de wet te overtreden. Vrijstellingen worden gegeven door de Minister van Economische zaken of Provinciale Staten en beschrijven handelingen en situaties waarin de wet niet van toepassing is. Ontheffing voor het overtreden van de verbodsbepalingen of het verkrijgen van een vrijstelling kan alleen wanneer er: •
geen andere bevredigende oplossing bestaat;
•
geen negatief effect is op de staat van instandhouding van de soort;
•
en er voldaan is aan de in de wet genoemde belangen (artikel 3.3, lid 4b, artikel 3.8, lid 5b en artikel 3.10, lid 2).
Voor het beschermingsregime overige soorten is het voldoende als er voldaan wordt aan een in de wet genoemd belang. Bescherming van houtopstanden Een houtopstand beslaat een oppervlakte van 10 are of meer, of bestaat uit een rijbeplanting van meer dan twintig bomen, gerekend over het totaal aantal rijen. Volgens artikel 4.2 vallen buiten de bescherming houtopstanden: •
houtopstanden binnen door de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom houtopstanden;
•
houtopstanden op erven of in tuinen en fruitbomen en windschermen om boomgaarden;
•
naaldbomen bedoeld als kerstbomen en niet ouder dan twintig jaar en kweekgoed;
•
uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen en eenrijige beplantingen langs landbouwgronden;
•
het dunnen van een houtopstand;
•
uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa en die: o
ten minste eens per tien jaar worden geoogst;
o
bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid bestaande uit een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter;
o
zijn aangelegd na 1 januari 2013.
Volgens artikel 4.2 is het verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen zonder daar melding van te doen bij Gedeputeerde Staten. Dit geldt niet voor het periodiek vellen van griend- of hakhout. Binnen drie jaar moet het gevelde deel weer zijn herplant. Vrijstellingen gelden er wanneer het vellen gebeurt middels een goedgekeurde gedragscode of de werkzaamheden voortvloeien uit instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden of nodig zijn voor aanleg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen.
Ecologische quickscan Purmerenderweg 55 Zuidoostbeemster
RA21395-01
39
Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN; voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) bestaat uit planologisch beschermde gebieden die zijn aangewezen om ecologische verbindingen te realiseren tussen belangrijke natuurgebieden. Deze natuurgebieden en de verbindingen daartussen vormen samen een ecologisch netwerk. De wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN mogen niet door een ingreep worden aangetast. Alle (mogelijke) effecten van een voorgenomen ingreep moeten daarop dan ook worden getoetst. De provincie waarbinnen het plangebied valt geeft invulling aan het NNN en is daartoe het bevoegd gezag. Voor meer informatie over het NNN en het toetsingskader zie http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/natuur-en-biodiversiteit/natuurnetwerk-nederland. De Wet natuurbescherming kent geen verbod op het verwonden van dieren. Dit is namelijk al verboden in de Wet dieren. Volgens artikel 2.1 van de Wet dieren, eerste lid, is het namelijk verboden om: •
zonder redelijk doel of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar is, bij een dier pijn of letsel te veroorzaken dan wel de gezondheid of het welzijn van het dier te benadelen.
De Wet dieren kent een ontheffingsmogelijkheid, maar alleen als het belang van het welzijn van dieren zich er niet tegen verzet. Een ontheffing is niet nodig wanneer vaststaat dat het mogelijk verwonden van dieren een ‘redelijk doel’ dient, of ‘noodzakelijk’ is. In deze rapportage wordt niet getoetst aan de Wet dieren.
Ecologische quickscan Purmerenderweg 55 Zuidoostbeemster
RA21395-01
40
Bijlage 2.
Foto-impressie plangebied
Figuur 4. Parkeerplaats
Figuur 5. Accommodatie met aan weerszijden bosjes
Ecologische quickscan Purmerenderweg 55 Zuidoostbeemster
RA21395-01
41
Figuur 6. Oostelijke voetbalvelden met daarachter de Oostdijk.
Figuur 7. Oostdijk met essen met holtes en rietzoom. Op de achtergrond de N244.
Ecologische quickscan Purmerenderweg 55 Zuidoostbeemster
RA21395-01
42
Figuur 8. Holtes en spleten in bomenrij langs zuidzijde plangebied.
Figuur 9. Overzicht van alle bomen met mogelijk holtes rond de oostelijke velden.
Ecologische quickscan Purmerenderweg 55 Zuidoostbeemster
RA21395-01
43
Figuur 10. Noordzijde van het plangebied met begroeid talud van N244.
Figuur 11. Zuidzijde van de oostelijke velden met aan de overkant van de sloot bomen/struikenrij.
Ecologische quickscan Purmerenderweg 55 Zuidoostbeemster
RA21395-01
44
Bijlage 6.
Stappen planstikstof depositie
Ecologische quickscan Purmerenderweg 55 Zuidoostbeemster
RA21395-01
54
Bijlage 7.
Stappenplan gebiedsbescherming
Bijlage 8.
Stappenplan soortenbescherming