CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

D Bijlage-2-nota-van-zienswijzen-Hobrederweg-40a

Gemeenteraad 29 februari 2024, gemeente PurmerendBij agendapunt: Projectafwijking Hobrederweg 40a2.222 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 2 bij raadsbesluit d.d. 29 februari 2024, registratienummer 1589330

Nota van zienswijzen inzake verklaring van geen bedenkingen t.b.v. uitbreiding agrarisch bedrijf Hobrederweg 40a, Middenbeemster Inleiding In de vergadering van de gemeenteraad van 27 oktober 2022 is besloten het voornemen uit te spreken een verklaring van geen bedenkingen af te geven voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een nieuwe varkensstal op het perceel Hobrederweg 40a, Middenbeemster. Hiervoor dient afgeweken te worden van het vigerende bestemmingsplan, op grond van artikel 2.12, eerste lid, onder a onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (WABO). Het ontwerp van deze verklaring heeft, vergezeld van de daarop betrekking hebbende relevante stukken, van 7 november tot en met 19 december 2022 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode heeft een ieder de gelegenheid gehad schriftelijk of mondeling zienswijzen naar voren te brengen. Dit is gemeld in een kennisgeving in de rubriek ‘officiële mededelingen’ in het Purmerends Nieuwsblad van 3 november en in het Gemeenteblad van dezelfde datum. Deze kennisgeving heeft ook elektronisch op de gemeentelijke website gestaan. Aan de wettelijke kennisgevings- en terinzageleggingsvereisten is voldaan. Hierop zijn zienswijzen ingediend. Deze worden in deze Nota van zienswijzen beantwoord.

Voorafgaand hieraan wordt onder het kopje ‘Algemeen’ ingegaan op het plan, het beleidskader en de stedenbouwkundige inpassing.

Algemeen Beschrijving gewenste ontwikkeling Het plan betreft de bouw van een varkensstal bij het bedrijf Het Beemsterlant’s Varken, gevestigd te Hobrederweg 40a te Middenbeemster. Het bedrijf is aan te merken als een varkenshouderij en produceert het streekproduct: Het Beemsterlant's Varken. Het bedrijf kan daarmee groeien naar een omvang van 297 zeugen, 900 biggen, 1680 vleesvarkens en 1 dekbeer. Op deze manier kan het bedrijf een ‘gesloten’ bedrijfsvoering creëren. Dit betekent dat alle dieren vanaf de geboorte totdat zij slachtrijp zijn op hetzelfde bedrijf blijven. Overigens is het genoemde aantal dieren een maximum dat kan worden geplaatst, doorgaans zijn er minder dieren op het bedrijf aanwezig. De gewenste stal moet meer ruimte bieden aan de varkens. Volgens opgave van de initiatiefnemer krijgen de varkens in de serrestal permanent de beschikking over daglicht, voer en frisse lucht. Varkens in de reguliere varkenshouderij zitten voornamelijk in stallen met weinig daglicht, waar veel wordt gewerkt met kunstmatig licht. Met deze serrestal lijkt het erop dat de varkens overdekt buiten lopen door het licht doorlatende dak. Dit geeft de dieren een goed dag- en nachtritme wat een plus is voor het welzijn van de varkens. In de reguliere varkenshouderij wordt er gewerkt met kleine afdelingen met eigen afzuiging en klimaat.

In voorliggend geval wordt ervoor gekozen om twee hele grote afdelingen te maken. Dit betekent dat deze stal in verhouding minder elektriciteit verbruikt om het klimaat te regelen, mede door de luchtbuffer en vooral door de verdeling van de lucht in de stal. Wel vindt er mechanische afzuiging plaats aan de zijkant (westkant) van de stal, om de benodigde luchtverversing te waarborgen. Planologische aspecten Het perceel valt onder de bepalingen van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Beemster 2012 – Partiële herziening 2021’. In dit plan is op dit perceel een bouwvlak gelegd. Enkel binnen dit bouwvlak mogen de bedrijfsgebouwen gebouwd worden. Deze stal komt gedeeltelijk buiten het bouwvlak te staan waardoor het initiatief in strijd is met het vigerende bestemmingsplan. 1

Bijlage 2 bij raadsbesluit d.d. 29 februari 2024, registratienummer 1589330

Op bovenstaande uitsnede uit de verbeelding van het bestemmingsplan is het bouwvlak rood omlijnd weergegeven, terwijl de nieuwe stal is ingetekend met een blauwe omlijning. De stal valt voor iets meer dan de helft binnen het bouwvlak, voor dit deel is dus geen sprake van overschrijding van het bouwvlak. De goothoogte van de nieuwe stal bedraagt 5,5 meter en overschrijdt daarmee de maximale goothoogte met 0,5 meter. De maximale bouwhoogte van 8 meter wordt niet overschreden. Binnen het bestemmingsplan wordt een afwijkingsmogelijkheid geboden voor het bouwen van bedrijfsgebouwen met een grotere oppervlakte dan op basis van het op de verbeelding aangegeven maximum bebouwingspercentage is toegestaan en/of bouwen buiten het bouwvlak tot 2 hectare, mits dit voortvloeit uit wettelijke bepalingen op het gebied van milieu, dierenwelzijn en mits dit niet leidt tot het houden van meer dieren. Van deze afwijking kan echter geen gebruik worden gemaakt nu door de nieuwe stal meer varkens worden gehouden. Derhalve wordt de voorliggende buitenplanse afwijkingsprocedure gevolgd. Reden tot medewerking De reden tot medewerking is gelegen in de wens om voor dit agrarische bedrijf een goed ondernemingsklimaat te behouden. De Beemster is primair een agrarisch gebied, de agrarische bedrijven die hier werkzaam zijn zorgen voor de instandhouding van het open landschap.

Het is daarom van belang dat voor deze bedrijven de juiste voorwaarden worden geschapen om hun bedrijf te kunnen voeren. De nieuwe stal zorgt voor een verbeterde bedrijfsvoering en een groter dierenwelzijn. De nieuwe stal heeft een forse omvang, van ca. 3.875 m2 (36,9 x 105 m), waardoor het bebouwde oppervlak op dit perceel bijna verdubbelt. Het gemeentebestuur wil er met nadruk op wijzen dat het bestemmingsplan bebouwing van deze omvang voor een groot deel al toestaat. Het bouwvlak is ca. 8.750 m2 groot. Hiervan mag maximaal 65% bebouwd worden, dat is 5.687 m2. De bestaande bebouwing is ca. 3.360 m2 groot. Er zou dus nog ca. 2.327 m2 bijgebouwd kunnen worden. Met een nieuw te bouwen stal van 3.875 m2 komt er derhalve 1.548 m2 aan bebouwing extra bij bovenop wat het bestemmingsplan toestaat. De nieuwe schuur komt dicht tegen de bestaande bebouwing aan te staan, zodat de bebouwing op het perceel geconcentreerd blijft. Dit heeft ook meegespeeld in de afweging om medewerking aan het verzoek te verlenen. 2

Bijlage 2 bij raadsbesluit d.d. 29 februari 2024, registratienummer 1589330

Aan de zuidkant worden bomen geplaatst die het zicht op de stal weg moeten nemen. Aan de westkant van het perceel is geen ruimte om een bomenrij te plaatsen. Maar zoals de foto’s in het erfinrichtingsplan die als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing is gevoegd laten zien, ligt deze zijde dermate ver van overige bebouwing af, dat voor niemand afbreuk aan het uitzicht ontstaat. Het plan doet daardoor geen afbreuk aan de landschappelijke kwaliteiten van de Beemster. Naast een omgevingsvergunning voor het bouwen en voor het handelen in strijd met regels van ruimtelijke ordening, is voor dit project ook een omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets nodig. Hiertoe is een meervoudige aanvraag ingediend, waarbij tevens een omgevingsvergunning beperkte milieutoets is aangevraagd. Wijziging aanvraag Tussentijds is een wijziging aangebracht in het plan. Het emissiearme stalsysteem waarvan in de aanvraag was uitgegaan, is door de rechter in een andere zaak als niet geschikt beoordeeld voor het bereiken van het doel dat hiermee beoogd werd, namelijk het verminderen van de stikstofemissie. Initiatiefnemer heeft daarom in samenspraak met de Omgevingsdienst IJmond gezocht naar een ander systeem.

Dit heeft erin geresulteerd dat een stal gebouwd zal worden van dezelfde omvang, maar waar minder dieren in gestald kunnen worden, 1680 in plaats van de oorspronkelijk aangevraagde 1908 vleesvarkens. De ruimtelijke onderbouwing is hierop eveneens aangepast, in paragraaf 2.3.1 wordt dit stalsysteem uitgebreid toegelicht. De Aerius-berekeningen zijn eveneens aangepast. Ondanks de wijzigingen in het stalsysteem kan niet gezegd worden dat nu van een ander bouwplan sprake is ten opzichte van het ontwerp dat ter inzage heeft gelegen. De stal heeft dezelfde omvang als de stal in het oorspronkelijke plan, hier verandert niets aan. Het is daarom niet nodig geweest om de terinzagelegging over te doen.

Zienswijzen Er zijn twee reacties met zienswijzen ontvangen. Een daarvan is ingediend door vier personen, de ander is afkomstig van één van hen, die op persoonlijke titel een zienswijze heeft ingediend. De persoonsgegevens zijn in bijlage A bij deze Nota opgenomen. 1 De zienswijzen zijn binnen de daarvoor openstaande termijn ontvangen. Ze zijn ontvankelijk en worden in behandeling genomen. De ingekomen zienswijzen zijn in deze Nota van beantwoording zienswijzen samengevat en vervolgens van een gemeentelijke reactie voorzien. De reacties zijn integraal in de overwegingen betrokken.

Inhoudelijke behandeling zienswijzen a. Strijd met beleid om veestapel te verkleinen Het voornemen van gevraagde vergunning te verlenen is niet in lijn met landelijk, provinciaal en gemeentelijk beleid. De gewenste toename van het aantal varkens is in strijd met het landelijk en provinciaal beleid om de veestapel te verkleinen. De afwijkingen van het gemeentelijk beleid en regels worden volgens indieners onterecht gerechtvaardigd met het argument de agrofood sector te versterken. Reactie gemeente Dat vanuit bepaalde delen van de samenleving de roep klinkt om de Nederlandse veestapel in het algemeen te verkleinen houdt niet automatisch in dat aan de uitbreidingsplannen van individuele agrarische bedrijven niet meegewerkt moet of mag worden. Het beleid van de gemeente is dat 1 Voor de publicatie van deze nota op het internet zal gebruik worden gemaakt van een geanonimiseerde versie van bijlage A.

3

Bijlage 2 bij raadsbesluit d.d. 29 februari 2024, registratienummer 1589330 agrarische bedrijven de dragers van de Beemster zijn en dat deze de mogelijkheid moeten hebben om hun bedrijf uit te oefenen. Uit de Aeriusberekeningen die als bijlage bij de toelichting gevoegd zijn, volgt bovendien dat als gevolg van het plan niet meer stikstofdepositie op kwetsbare Natura2000 gebieden ontstaat. Dat is doorgaans aanleiding voor de discussie om de veestapel te verkleinen en die discussie betreft bovendien de meer zwaarbelaste gebieden in het zuiden en oosten van het land. b. Uitgegaan van verkeerde gegevens Indieners wijzen erop dat de cijfers waarmee gewerkt wordt, uitgaan van de vergunde situatie, niet van de bestaande situatie. In de bestaande situatie zijn er (veel) minder varkens aanwezig dan wat vergund is. Desondanks is de geurbelasting al zeer belastend voor omwonenden. De aantallen dieren in de aangevraagde situatie zijn vergelijkbaar met die in de vergunde situatie. Daardoor gaat dit leiden tot meer uitstoot van stikstof en fijnstof en een nog zwaardere geurbelasting voor omwonenden. Bovendien zijn de verwachte reducties in uitstoot van stikstof, fijnstof en geur gebaseerd op de toepassing van een emissie-arme stal en biofilters. Deze zijn echter niet effectief gebleken, daarom zou hier niet van uitgegaan mogen worden.

Indieners wijzen er daarnaast op dat de stikstofberekening voor de bouwfase ontbreekt en dat gebruikte cijfers in de ruimtelijke onderbouwing op onderdelen afwijken van de cijfers in de brondocumenten. Reactie gemeente Dat is uitgegaan van de vergunde situatie is juist. De gemeente gaat hier vanuit, omdat dit de situatie is die rechtens is toegestaan. Zoals onder ‘Algemeen’ al is toegelicht, is de aanvraag tussentijds gewijzigd. Hierbij zijn nieuwe stikstofberekeningen opgesteld, die bij de ruimtelijke onderbouwing zijn gevoegd. Ook is opnieuw onderzocht of voldaan wordt aan de relevante milieuwetgeving. Geoordeeld is dat binnen alle normen wordt gebleven en de aanvraag niet in strijd is met de regelgeving. c. Toegangsweg In de onderbouwing wordt gemeld dat er overeenstemming met de eigenaren van de aanpalende percelen over het gebruik van de toegangsweg, die voor gedeelten bij hen in eigendom is. Deze overeenstemming is er echter niet. Zij kunnen alleen akkoord gaan met gebruik van de weg voor zwaarder vrachtverkeer als deze op kosten van initiatiefnemer geschikt wordt gemaakt voor dit gebruik. Ook dienen hier maatregelen genomen te worden die de verkeersveiligheid verhogen en afspraken gemaakt te worden over zaken als het onderhoud van de weg en de aansprakelijkheid bij ongevallen of schade.

Daarnaast wijzen indieners erop dat de verslagen van de verplichte gesprekken met omwonenden ontbreken bij de ingediende stukken. Reactie gemeente Medewerking aan een aanvraag om af te mogen wijken van het bestemmingsplan kan in gevallen waarbij sprake kan zijn van een privaatrechtelijke belemmering op basis van vaste jurisprudentie alleen worden geweigerd wanneer die privaatrechtelijke belemmeringen een evident karakter heeft. Het is immers eerst aan de civiele rechter om te oordelen of sprake is van een geschil. In het onderhavige geval is er geen sprake van een evidente privaatrechtelijke belemmering, omdat de discussie over het onderhoud van de weg in de eerste instantie aan de eigenaren is. Wij hebben ons desondanks op het standpunt gesteld dat van medewerking aan het verzoek geen sprake kan zijn als de toegangsweg niet geschikt gemaakt wordt voor het zware vrachtverkeer dat hierover moet komen te rijden. Initiatiefnemer heeft een recht van overpad op de toegangsweg en heeft daarop overleg gevoerd met de omwonenden c.q. rechthebbenden op de weg. Dit heeft erin geresulteerd dat hij met het grootste deel van hen overeen is gekomen dat hij de vernieuwing van de toegangsweg op zich zal nemen en in zijn geheel zal financieren. Eén van de aanwonenden was niet 4

Bijlage 2 bij raadsbesluit d.d. 29 februari 2024, registratienummer 1589330 bij het overleg aanwezig en één aanwonende verliet vroegtijdig het overleg. Aan de omgevingsvergunning zal de voorwaarde worden verbonden dat na afloop van de werkzaamheden, de toegangsweg hersteld dient te worden op de manier zoals aangegeven door de ingeschakelde aannemer. d. Onzorgvuldige besluitvorming De besluitvorming in de raad van 6 en 27 oktober 2022 is onzorgvuldig tot stand gekomen. Op verschillende punten is een verkeerde voorstelling van zaken gegeven. Reactie gemeente Het gemeentebestuur gaat ervan uit dat, mocht op punten de situatie ter plekke niet goed in beeld zijn geweest, deze zienswijze eraan heeft bijgedragen dat er nu wel een volledig beeld is geschetst. Het voegen van gespreksverslagen met omwonenden als een bewijsmiddel is geen vereiste.

Conclusie Gelet op het vorenstaande is en blijft het gemeentebestuur van mening dat de geplande ontwikkeling ruimtelijk en planologisch inpasbaar is. De zienswijze(n) leidt(en) niet tot wijzigingen.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13778586/1