CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

d.bijlage-2-gewijzigd-met-kleur-bestemmingsplan-kooimanweg-toelichting

Gemeenteraad 30 januari 2025, gemeente PurmerendBij agendapunt: Herstelbesluit bestemmingsplan Burgemeester D. Kooimanweg 4 t/m 14 - 202224.284 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

Burgemeester D. Kooimanweg 4 t/m 14 2022 Vastgesteld

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1

5 Inleiding

5

1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

5 5 6 7

Hoofdstuk 2

Projectbeschrijving

2.1 Historische en huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid

Hoofdstuk 4

Randvoorwaarden / omgevingsaspecten

4.1 Archeologie 4.2 Bodemkwaliteit 4.3 Cultuurhistorische waarden 4.4 Externe veiligheid 4.5 Geluid 4.6 Geur 4.7 Luchtkwaliteit 4.8 Milieuzonering 4.9 Natuurwaarden 4.10 Planologisch relevante leidingen 4.11 Verkeer en parkeren 4.12 Water 4.13 Bezonning 4.14 Windhinder 4.15 Trillingshinder 4.16 Duurzaamheid 4.17 Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Hoofdstuk 5

Uitvoerbaarheid

5.1 Privaatrechtelijke uitvoerbaarheid 5.2 Economische uitvoerbaarheid 5.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 6

Juridische planbeschrijving

6.1 Planvorm 6.2 Bestemmingsregeling

8 8 9

13 13 15 15 17

30 30 32 34 35 37 40 41 42 43 45 46 48 51 52 53 54 55

57 57 57 57

61 61 61

Bestemmingsplan "Burgemeester D. Kooimanweg 4 t/m 14 - 2022" (vastgesteld)

4

Toelichting

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

Onderhavig bestemmingsplan heeft betrekking op de locatie Burgemeester D. Kooimanweg 4 tot en met 14 in Purmerend. De locatie ligt ten noordoosten van het centrum van Purmerend en maakt onderdeel uit van het Wagenweggebied, zoals opgenomen in de gemeentelijke stedenbouwkundige visie voor dit gebied. Het Wagenweggebied wordt getransformeerd van bedrijventerrein naar een levendige, stadse wijk waar wonen, werken en verblijven samen gaan. De ontwikkeling heeft betrekking op sloop van de thans aanwezige bedrijfsbebouwing en het realiseren van maximaal 489 woonappartementen en maximaal 1.025 m2 aan commerciële voorzieningen (dienstverlening, lichte horeca en detailhandel) en maatschappelijke voorzieningen. Het project past niet binnen het ter plaatse geldende bestemmingsplan 'Overwhere-Zuid 2012'. In paragraaf 1.3 wordt hier verder op ingegaan. Het onderhavige bestemmingsplan geeft een planologisch kader - bouw- en gebruiksregels - waarbinnen het project planologisch mogelijk wordt gemaakt.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt in het meest zuidelijk deel van de wijk Overwhere-Zuid. In figuur 1.1 zijn twee deelgebieden weergegeven. Aan de zuidzijde wordt het plangebied waar de woningbouw is voorzien begrenst door de Wheredijk die langs De Where loopt. Aan de westzijde ligt de Burgemeester D. Kooimanweg en aan de oostzijde de spoorlijn van het traject Enkhuizen – Zaandam. Aan de noordzijde grenst het plangebied aan het terrein van een winkelcentrum (met o.a. de Albert Heijn XL). Het perceel Wherekant 27-30 en de gemeentelijke gronden ten zuiden hiervan maken ook onderdeel uit van het plangebied. Op deze gronden kan een deel van het bezoekersparkeren plaatsvinden.

Bestemmingsplan "Burgemeester D. Kooimanweg 4 t/m 14 - 2022" (vastgesteld)

Figuur 1.1: Globale begrenzing van het plangebied (binnen rode lijnen). Bron: Google Earth

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Binnen het plangebied geldt tot op het moment van inwerkingtreding van het onderhavige bestemmingsplan het bestemmingsplan 'Overwhere-Zuid 2012', vastgesteld op 27 juni 2013. Het grootste deel van het plangebied heeft de bestemming 'Bedrijf'. Binnen deze bestemming zijn bedrijven toegestaan uit ten hoogste categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten bedrijventerreinen. Ter plaatse van het huidige tankstation is de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg' opgenomen waarmee het huidige gebruik is toegestaan. Er mag alleen binnen de bouwvlakken worden gebouwd, tot een hoogte van maximaal 8 meter. Het bebouwingspercentage binnen beide bouwvlakken bedraagt maximaal 50%. Centraal in het plangebied geldt de bestemming Kantoor met de aanduiding 'specifieke vorm van kantoor – showroom'. De gronden zijn primair bestemd voor kantoren waarbij een showroom op de begane grond is toegestaan. Er mag alleen binnen het bouwvlak worden gebouwd, tot een hoogte van maximaal 8 meter. Het bebouwingspercentage binnen het bouwvlak bedraagt maximaal 50%. Voor een groot deel van het plangebied geldt de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie - 1'.

Voor deze gronden geldt dat bij ingrepen dieper dan 50 cm onder maaiveld met een oppervlakte van meer dan 500 m2 op basis van archeologisch onderzoek moet worden aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. Aan de oostzijde van het plangebied geldt de dubbelbestemming 'Leiding – Gas – 1' ter bescherming van de aanwezige ondergrondse hogedrukgastransportleiding. Binnen deze dubbelbestemming geldt een belemmeringenstrook van 4 meter aan weerszijden van de hartlijn van de leiding. 6

Figuur 1.2: Uitsnede vigerend bestemmingsplan. Plangebied binnen rode lijn. Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl De voorgenomen woningbouw is in strijd met het bestemmingsplan. Om de ontwikkeling planologisch mogelijk te maken is onderhavig bestemmingsplan opgesteld.

1.4

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving van het project. Hoofdstuk 3 geeft een samenvatting van het relevante actuele beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de relevante randvoorwaarden en omgevingsaspecten behandeld. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de uitvoerbaarheid en de inspraak en het overleg. Ten slotte wordt in hoofdstuk 6 een toelichting gegeven op de gekozen planvorm en de gedachten die ten grondslag liggen aan de juridische regeling zoals deze op de verbeelding en in de regels is opgenomen.

Bestemmingsplan "Burgemeester D. Kooimanweg 4 t/m 14 - 2022" (vastgesteld)

Hoofdstuk 2 2.1

Projectbeschrijving

Historische en huidige situatie

Het plangebied maakt deel uit van het Wagenweggebied. Het gebied kent zijn oorsprong als bedrijventerrein aan de rand van de stad en werd ingericht om werkgelegenheid te bieden voor het toenemende Purmerendse inwonersaantal. Tegelijkertijd met de ontwikkeling van de woonwijk Overwhere-Zuid in de jaren zestig, breidde het Wagenweggebied zich verder uit maar er vonden ook veranderingen plaats. Zo maakte in de jaren tachtig diverse bedrijven al plaats voor woningbouw aan het Veilinghof en het Prinsenhof. Ook werden er supermarkten toegestaan, als aanvulling op het winkelaanbod in de binnenstad. Een aantal jaren geleden is op de hoek van de Wagenweg - Burgemeester D. Kooimanweg de eerste fase van de woningbouwontwikkeling 'Het Plateel' gerealiseerd. Op dit moment is het Wagenweggebied een gebied in overgang van een verouderd bedrijventerrein naar een levendige stadse wijk waar wonen, werken en verblijven samengaan. Door de verscheidenheid aan functies en de onsamenhangende bebouwing oogt het gebied rommelig. Het plangebied heeft betrekking op de gronden aan de Burgemeester D. Kooimanweg 4 tot en met 14. Deze gronden zijn lange tijd in gebruik geweest ten behoeve van garagebedrijven en een tankstation. De bebouwing is divers en in verouderde staat. Aan de zuidzijde van het plangebied is een voormalige bedrijfswoning aanwezig.

Na verhuizing van de garagebedrijven zijn enkele panden ook tijdelijk voor andere functies in gebruik geweest. De bedrijfsbebouwing staat nu leeg, alleen het tankstation is nog in bedrijf.

Figuur 2.1: Aanzicht noordzijde plangebied

8

Figuur 2.2: Aanzicht zuidzijde plangebied

Het Wagenweggebied en omgeving transformeert de komende jaren steeds meer tot een gemengd woongebied. In de directe omgeving van het plangebied zijn een meerdere hoogbouwplannen in aanbouw en gepland.

2.2

Toekomstige situatie

2.2.1 Ambitiedocument Wagenweggebied Op 1 juni 2017 heeft de gemeenteraad het Ambitiedocument Wagenweggebied vastgesteld. Deze bestaat uit 3 onderdelen: het Ambitiedocument, de Stedenbouwkundige visie Wagenweggebied en de Grondbeleidsstrategie Wagenweggebied. Dit drieluik vervangt het in 2006 vastgestelde Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE) voor het Wagenweggebied. Het ambitiedocument vormt het rechtstreekse beleidskader voor het bouwplan waar dit bestemmingsplan betrekking op heeft. In aanvulling hierop is voor het onderhavige plangebied op 29 november 2018 een raadsbesluit genomen dat een verruiming van het aantal bouwlagen mogelijk maakt ten opzichte van het maximum van 12 lagen dat is opgenomen in het Ambitiedocument. De achtergrond en inhoud van het ambitiedocument komen verder aan de orde in paragraaf 3.4.3 2.2.2 Planbeschrijving In de stedenbouwkundige visie voor het Wagenweggebied maakt het plangebied tezamen met het naastgelegen winkelcentrum (met o.a. de Albert Heijn XL) onderdeel uit van het Oostelijk plandeel. Het betreft een zichtlocatie welke goed bereikbaar is, zowel met de auto als met het openbaar vervoer. In de stedenbouwkundige visie wordt ingezet op een aangenaam, levendig en dynamisch gebied met een multifunctioneel grondgebruik, dubbelgebruik met groene daken en een hoge bebouwingsdichtheid.

De bebouwing vormt een begeleidende wand met pandsgewijze bebouwing langs de Burgemeester D. Kooimanweg. Ter plaatse van de aansluiting met de Wagenweg is een plein

Bestemmingsplan "Burgemeester D. Kooimanweg 4 t/m 14 - 2022" (vastgesteld)

gesitueerd wat een verblijfsgebied vormt en tevens via een poort toegang geeft tot de straat langs het spoor en twee parkeergarages. De parkeergarages bevatten alle parkeerplaatsen voor bewoners en mensen die werken in de overige functies. Ook een deel van het bezoekersparkeren is inpandig opgelost. Hierdoor blijft er op straat ruimte over voor een kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte zonder al te veel geparkeerde auto's. Beide garages bestaan uit twee lagen op maaiveld met daarop een daktuin. De daktuinen zijn groene geluidsluwe buitenruimten ten behoeve van de bewoners. Door openingen in de gebouwmassa zijn de daktuinen op meerdere plaatsen zichtbaar vanaf de straat. Aan de buitenzijde van de garages zijn voorzieningen en woningen voorzien, waarmee een levendige plint ontstaat met herkenbare entrees, stadswoningen en commerciële en/of maatschappelijke ruimten. Doordat de begane grond verdieping extra hoogte heeft, zijn de ruimten in de plint geschikt voor het huisvesten van verschillende functies. Dit maakt het project ook gemakkelijk herindeelbaar en toekomstbestendig. Het project zet in op stedelijke verdichting en heeft een divers woonprogramma verdeeld over 8 bouwdelen. Doordat het complex niet alleen in architectuur maar ook in ontsluiting is opgedeeld, heeft het gebouw een vriendelijke schaal voor bewoners.

Elk deel heeft een eigen entree en ontsluiting inclusief gemeenschappelijke fietsenstalling. Bewoners parkeren hun fiets in de gemeenschappelijke fietsenstalling en hebben een berging in de woning. Het programma bestaat uit maximaal 489 woonappartementen in de categorieën sociale huur, sociale koop, middeldure huur en vrije sector koop. Van het totaal aantal woningen bedraagt minimaal 30% sociale huurwoningen. In de begane grondlaag en mogelijk de eerste verdieping van het gebouw wordt voorzien in commerciële voorzieningen (dienstverlening, lichte horeca en/of detailhandel) en maatschappelijke voorzieningen. Het maximum oppervlak aan voorzieningen bedraagt 1.025 m2 brutovloeroppervlak. De hoogbouw bestaat uit drie torens van maximaal 56 meter, 60 meter en 48 meter hoog (van noord naar zuid), gesitueerd langs het spoor. De overige bebouwing heeft een maximale bouwhoogte van 30 meter. De torens vormen met de hoogbouw van Brantjesoever (bouwhoogte maximaal 34 meter) een mooie reeks richting het historische centrum van Purmerend. Vanaf de Burgemeester D. Kooimanweg wordt de hoogbouw anders beleefd dan gezien vanaf de spoorlijn. Hier ervaart men de stedelijke laag met haar pandsgewijze architectuur en is alleen het bovenste deel van de torens zichtbaar doordat de hoogbouw terug ligt.

Voor de ontwikkeling is een hoogbouweffectrapportage opgesteld (zie bijlage 2 Hoogbouweffectrapportage). In deze rapportage wordt ingegaan op de effecten van de beoogde ontwikkeling met betrekking tot het windklimaat, de verkeerssituatie, bezonning en zichtlijnen. De laagste toren staat aan de Where en markeert een entree naar het Wagenweggebied. Vanaf de kruising Purmersteenweg en Burgemeester D. Kooimanweg is dit de toren die opvalt. Doordat het volume aan beide zijden aftrapt en doordat de gevel verspringt reageert de toren op de schaal van de bebouwing in de omgeving en ontstaat en een herkenbaar silhouet. De hoogste toren is gesitueerd aan het pleintje, op de as van de Wagenweg. Deze toren vormt met haar poort een entreegebouw naar de straat langs het spoor. Net als bij de laagste toren neemt het volume naar boven toe in omvang af. Hierdoor heeft ook dit gebouw een eigen herkenbaar uiterlijk en oogt de toren slank en verticaal. De meest noordelijke toren zal straks fungeren als een belangrijk hoogteaccent in de stad. Het bouwdeel vormt samen met het naastgelegen pand een stedelijke wand naar het grote open parkeerterrein voor het winkelcentrum. Daarboven vertrapt het volume tot een slanke verticale toren met eigen karakteristiek silhouet.

De drie torens die qua architectuur familie van elkaar zijn, maar elk een eigen massa hebben, zullen samen bepalend zijn voor het silhouet van de stad Purmerend. Vanuit allerlei locaties in en rondom de stad ontstaan zichtlijnen op dit project en zullen de torens fungeren als landmark aan de rand van de binnenstad. Ze versterken de identiteit van de plek en markeren de as met grootschalige 10

bebouwing langs de spoorlijn aan de noordkant van de stedelijke rug.

Figuur 2.2: Situatietekening (Vlug P Stedebouw en Landschapsarchitectuur)

Figuur 2.3: Indicatieve impressie (Just Architects) De afstand tussen het beoogde gebouw en de bestaande woningen met tuinen aan de oostzijde van het spoor is dermate groot (circa 80 meter) dat de mate waarin vanuit het gebouw in de tuinen en woningen kan worden gekeken zeer beperkt tot nihil is. Men heeft vanuit het gebouw (enigszins) zicht op de woningen en tuinen, maar kan vanwege de afstand niet goed zien wat zich in de woningen en tuinen afspeelt. Van onevenredige aantasting van de privacy van de bestaande bewoners aan de oostzijde van het spoor als gevolg van de nieuwbouw is dan ook geen sprake. Met de transformatie van de locatie ontstaat tevens de kans om de kruising van de Burgemeester D. Kooimanweg met de Wagenweg te verbeteren ten behoeve van een betere verkeersdoorstroming. Via deze kruising zal het project worden ontsloten. Daarnaast komt er een

Bestemmingsplan "Burgemeester D. Kooimanweg 4 t/m 14 - 2022" (vastgesteld)

nieuw tweerichtingsverkeer fietspad aan de oostkant van de Burgemeester D. Kooimanweg. De bouwmassa volgt de contouren van dit fietspad. Ook is er in het nieuwe profiel van de weg ruimte opgenomen voor meer bomen. Door de herproflering van de Kooijmanweg krijgen de fietsers en voetgangers veel meer ruimte, ontstaat een veilige situatie bij het oversteken en wordt de doorstroming bevordert.

12

Hoofdstuk 3

Beleidskader

Het kader voor een bestemmingsplan wordt gevormd door diverse nationale, provinciale, regionale, en (deel)gemeentelijke nota's. Dit beleid stelt planologische en bestuurlijke beleidskaders (randvoorwaarden) aan de ruimtelijke (on)mogelijkheden voor het plangebied waarmee rekening moet worden gehouden. In dit hoofdstuk wordt voor het plangebied het relevante algemene beleid beknopt samengevat.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI), vastgesteld op 11 september 2020, is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI maakt bij het maken van keuzes gebruik van drie afwegingsprincipes: 1. 2. 3.

Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en Afwentelen wordt voorkomen.

In dit bestemmingsplan zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit de NOVI opgenomen. 3.1.2 AmvB Ruimte (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid zoals dat in de Nationale Omgevingsvisie is vastgelegd. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Voor onderhavige ontwikkeling hebben deze regels geen gevolgen. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 juli 2017 is het besluit tot wijziging van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening in werking getreden. Het betreft een wijziging van de Ladder voor duurzame verstedelijking (duurzaamheidsladder). De laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De behoefte aan deze stedelijke ontwikkeling moet dan worden aangetoond. De behoefte is het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, looptijd bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). De uitkomst van de beoordeling van de behoefte moet in de plantoelichting worden vermeld.

Als stedelijke ontwikkeling wordt bedoeld: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor een minimale omvang vastgelegd van wat een stedelijke ontwikkeling is. Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724) dat 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Voor overige stedelijke functies wordt gesteld dat 'in beginsel' geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als het ruimtebeslag minder dan 500 m² bedraagt. Uitgangspunt is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Het doel is een zorgvuldig gebruik van de ruimte en

Bestemmingsplan "Burgemeester D. Kooimanweg 4 t/m 14 - 2022" (vastgesteld)

het tegengaan van overprogrammering en de negatieve ruimtelijke gevolgen van leegstand. In het geval in het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, bevat de toelichting een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. De motivering van de behoefte aan die ontwikkeling dient in het licht te worden geplaatst van een goede ruimtelijke ordening en dient zich te richten op het motiveren van de behoefte aan die ontwikkeling met het oog op het tegengaan van ongewenste leegstand en het stimuleren van zorgvuldig ruimtegebruik. De behoefte wordt onderbouwd en afgewogen op het niveau van het verzorgingsgebied van de ontwikkeling. Dit betekent dat de aard en omvang van de ontwikkeling bepalend zijn voor de reikwijdte van de beschrijving van en het overleg over de behoefte, waarvan de resultaten ook zijn opgenomen in de beschrijving. De provincie Noord-Holland wil vraag en aanbod op de woningmarkt zo goed mogelijk laten aansluiten. Daartoe hebben de gemeenten op verzoek van de provincie actieprogramma's wonen opgesteld voor de zes regio's binnen de provincie. De gemeente Purmerend is opgenomen in het Woonakkoord Zaanstreek Waterland 2021-2025. De voorziene woningen passen binnen zowel de kwantitatieve als kwalitatieve woningbehoefte die het woonakkoord voor deze regio aantoont.

Met kwantitatieve woningbehoefte wordt het aantal woningen bedoeld, met kwalitatieve woningbehoefte wordt het woonmilieu en de typen woningen bedoeld. In het woonakkoord is beschreven dat er binnen de gehele regio bovenop de al bestaande harde plancapaciteit voor woningen nog behoefte is aan plancapaciteit in alle prijssegmenten binnen de koop- en huursector. Er is behoefte aan elk type woning en woonmilieu. Eén van de speerpunten van het woonakkoord is bovendien om nieuwe plekken voor woningbouw voornamelijk te realiseren in binnenstedelijk gebied. Ook passen de voorziene woningen in de Woonvisie en de Structuurvisie van de gemeente Purmerend. In de Woonvisie wordt benadrukt dat onder andere de vraag van kleine huishoudens in de toekomst zal toenemen en dat met de nieuwbouw van meer appartementen beoogd wordt te voorzien in de diversiteit van de vraag naar woningen.

Planspecifiek Het initiatief voorziet in een kwantitatieve behoefte binnen het verzorgingsgebied. De verwachting is dat het aantal inwoners en huishoudens in de gemeente Purmerend en de regio Zaanstreek-Waterland de komende jaren verder groeit. Dit betekent dat ook de behoefte aan woningen sterk zal toenemen. Bovendien heeft de regio zichzelf de ambitie gesteld om ook te accommoderen in de regionale woningvraag vanuit de MRA. Voor zowel de gemeente Purmerend als de regio Zaanstreek-Waterland is er sprake van een aanzienlijke woningbouwbehoefte tot 2030: +2.650 woningen in de gemeente Purmerend en +13.500 woningen in de regio. Op dit moment is er onvoldoende harde plancapaciteit om in deze behoefte te voorzien. Het planinitiatief voorziet ook in een kwalitatieve behoefte, omdat het initiatief bijdraagt aan het versterken van de variatie in de woonvoorraad en woonmilieus door verschillende type woningen te realiseren in diverse prijsklassen. Dit is een ambitie op gemeentelijk en regionaal niveau. Binnen de onderhavige ontwikkelinge worden woningen gerealiseerd in de categorieën sociale huur, sociale koop, middeldure huur en vrije sector koop. Van het totaal aantal woningen bedraagt minimaal 30% sociale huurwoningen. De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats binnen bestaand stedelijk gebied en voldoet aan de voorwaarden van de ladder voor duurzame verstedelijking.

14

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 Op 19 november 2018 hebben de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. De Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2040, het Provinciaal Verkeers- en Vervoerplan, het Provinciaal Milieubeleidsplan 2015-2018 en de Agenda Groen. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kunnen investeren in een prettige leefomgeving. De provincie wil dat de kwalitatieve en kwantitatieve vraag en aanbod van werk- en woonlocaties met elkaar in overeenstemming zijn en streeft naar behoud en versterking van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en cultuurhistorie. De ontwikkeling van maximaal 489 woningen met commerciële en maatschappelijke voorzieningen binnen bestaand stedelijk gebied is in lijn met de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050. 3.2.2 Omgevingsverordening NH2020 Het beleid van de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 is, voor zover het een bindende werking moet hebben, neergelegd in de Omgevingsverordening NH2020 zoals vastgesteld op 22 oktober 2020.

Voor de onderhavige ontwikkeling is artikel 6.3 relevant. In dit artikel is bepaald dat een bestemmingsplan uitsluitend kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Het plan is regionaal afgestemd door middel van het regionaal woonakkoord. Het onderhavige bestemmingsplan is in lijn met de regels zoals deze zijn opgenomen in de provinciale Omgevingsverordening NH2020. 3.2.3 Woonagenda 2020-2025 In april 2020 is de Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025 vastgesteld. Doelstelling van de woonagenda is dat de provincie Noord-Holland wil zorgen voor voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen. De speerpunten van het provinciale woonbeleid zijn een woning voor iedereen, productie op peil: aanjagen woningbouwproductie, gezond, duurzaam en toekomstbestendig wonen in een aantrekkelijke provincie en een kwalitatief, betaalbaar en divers woningaanbod. Deze speerpunten zijn vertaald in de regionale Woonakkoorden. Met het plan wordt een bijdrage geleverd aan de woningbouwproductie en een betaalbaar en divers woningaanbod. In paragraaf 3.3.2 is nader ingegaan op het regionaal Woonakkoord.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1 Regiovisie Waterland 2040 (Vitaal met Karakter) In december 2007 is het Ontwikkelingsbeeld Noordvleugel 2040 van de Metropoolregio Amsterdam vastgesteld. De ambitie die voor deze regio wordt gesteld is om de regio uit te laten groeien tot een metropool die vooral gekenmerkt wordt door diversiteit en menging (economisch, sociaal, cultureel, landschappelijk, ecologisch en qua woon, werken vrijetijdsmilieus) en die duurzaam is (in de zin van klimaatbestendigheid en verbeterde luchtkwaliteit).

Bestemmingsplan "Burgemeester D. Kooimanweg 4 t/m 14 - 2022" (vastgesteld)

Als woningbouwopgave voor de regio Noordvleugel wordt gesteld dat in de periode 2010-2030 minstens 150.000 woningen moeten worden toegevoegd aan de woningvoorraad. Hiervan moeten 25.000 woningen in Haarlemmermeer en de Bollenstreek worden gebouwd, in Amsterdam 50.000 en in Almere 60.000. De overige 15.000 woningen moeten op bescheiden schaal in uitbreidingsgebieden van Purmerend en Weesp/Muiden en binnenstedelijk in Zaanstad, IJmond, Haarlem en Amstelveen worden gerealiseerd. Purmerend ligt binnen de stadsregio Amsterdam en draagt bij aan de ambitie van de Metropool. In de visie wordt uiteengezet dat de nieuwbouw in Purmerend mede gericht is op de opvang van woningzoekenden in Amsterdam. 3.3.2 Metropoolregio Amsterdam Purmerend maakt onderdeel uit van Metropoolregio Amsterdam (MRA). Dit is een samenwerkingsverband van de provincies Noord-Holland en Flevoland, 32 gemeenten en de Vervoerregio Amsterdam. De MRA behoort tot de Europese top vijf van economisch sterke regio's. De rode draad van de samenwerking is het behouden en versterken van die internationale concurrentiepositie. De door de partners geformuleerde hoofdopgaven zijn (thematisch) neergelegd in de 'Gebiedsagenda 2013' en richten zich m.n.

op het optimaliseren van het fysieke vestigingsklimaat (economie), het tijdig voorzien in kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwbehoefte in 2040 (verstedelijking) en het op orde brengen en houden van een goed functionerend mobiliteitsnetwerk (bereikbaarheid). De agenda levert een 'voorraadkamer' op voor de besluitvorming over programma's en projecten in het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (BO-MIRT). De agenda richt zich voornamelijk op het verbeteren van de infrastructuur en het milieu. De agenda verzet zich niet tegen het realiseren van woningbouw. De agenda bevestigt bovendien dat er binnen de regio Waterland, waar Purmerend onder valt, een aanzienlijk aantal nieuwe woningen dient te worden gerealiseerd. De te realiseren woningen passen dan ook goed in het beleid van de MRA. De MRA heeft een eigen langere termijnvisie in de vorm van het Ontwikkelingsbeeld 2040 uit 2007. De MRA wil een internationaal concurrerende regio zijn met compacte steden in een voor recreanten aantrekkelijk landschap en met een infrastructureel netwerk dat de kernen met elkaar, het landschap en de rest van de wereld verbindt. De regio zet in op woningbouw, de creatieve industrie, de maakindustrie en de circulaire economie, wil een omslag naar duurzame energiebronnen en koestert grote bedrijven als het Havenbedrijf Amsterdam.

In 2014 verscheen een overzicht van accentverschuivingen ten opzichte van dit Ontwikkelingsbeeld: Doorbouwen op het fundament. Op basis van nieuwe trends en inzichten focust de MRA o.a. op meer stedelijke verdichting, intensivering van de transformatieopgave, beter benutten van OV-knooppunten en – naast bescherming – een betere benutting van het landschap. Om dit te bereiken is voor de korte termijn een Ruimtelijk-economische Actie-Agenda 2016-2020 opgesteld, met een doorkijk naar de komende tien jaar. Woonakkoord Zaanstreek Waterland 2021-2025 Op 29 juni 2021 zijn de colleges van de acht gemeenten in Zaanstreek-Waterland (Beemster, Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Waterland, Wormerland en Zaanstad) en de provincie Noord-Holland het Woonakkoord 2021-2025 met elkaar aangegaan. Het bestuursakkoord bestaat uit doelen voor de komende vijf jaar en concrete acties, rondom vier thema's: nieuwbouw, betaalbare voorraad, wonen en zorg en duurzaamheid, klimaatadaptatie en circulair bouwen. Om deze ambitie te realiseren heeft de regio een plancapaciteit voor ongeveer 16.700 woningen t/m 2024 en bijna 14.000 woningen voor de periode 2025 t/m 2029. Deze woningen bouwen de gemeenten in verschillende woonmilieus, prijsklassen en woningtypen. Om het landschap en de natuurwaarden in de regio te sparen, bouwen de gemeenten zoveel mogelijk 16

binnen de stadscentra en dorpskernen en door bestaande gebouwen om te vormen tot woningen. De regiogemeenten willen de toenemende vraag naar woningen gebruiken om de kwaliteit van de steden en vitaliteit van de kernen te verhogen.De nieuwbouw wordt zoveel mogelijk geclusterd rondom bestaande of toekomstige OV-knooppunten. In Purmerend is dit het stationsgebied. Ook gaan de provincie en gemeenten samen een visie op het versterken van de kernen in het landelijk gebied opstellen. 3.3.3 Regionale detailhandelsvisie Zaanstreek - Waterland De gemeenten Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Waterland, Wormerland en Zaanstad hebben de regionale detailhandelsvisie Zaanstreek-Waterland vastgesteld. In deze visie zijn de belangrijkste speerpunten voor de detailhandel geformuleerd waar de regio zich de komende 5 jaar op gaat focussen. De ambitie van Zaanstreek-Waterland is om een regio te zijn waar inwoners en bezoekers alle dagelijkse en niet-dagelijkse boodschappen kunnen kopen. De focus ligt op een compleet en fijnmazig winkelaanbod, het versterken van de centrumgebieden Purmerend en Zaanstad, en de regio nog meer op de kaart zetten als leverancier van lokale producten. Een compleet en fijnmazig winkelaanbod betekent dat de regio ook inzet op een goed niveau van voorzieningen binnen de grote kernen en de kleinere (dorps)kernen.

Daarnaast staat het versterken van de twee centrumgebieden Zaandam en Purmerend op de agenda. Beide centrumgebieden verschillen in sfeer, zijn als zodanig geen concurrenten van elkaar maar vullen elkaar aan. Ook moet iedere inwoner op relatief kleine afstand een compleet voorzieningenaanbod kunnen vinden. Dit vraagt vanuit de regio om aandacht te blijven schenken aan de kwaliteit van winkelgebieden in de kleine kernen. Dit is ook van belang voor de maatschappelijke ontmoetingsfunctie die de winkelgebieden hier hebben. Er wordt ingezet op het zoveel mogelijk clusteren en versterken van detailhandel in de winkelgebieden. Dit bestemmingsplan maakt maximaal 1.025 m2 aan kleinschalige detailhandelsvoorziening of andere voorzieningen mogelijk. In de regels is vastgelegd dat het bruto vloeroppervlak per winkel niet meer mag bedragen 375 m2. Het plan is passend binnen het regionaal detailhandelsbeleid.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Structuurvisie Purmerend 2005-2020 In de Structuurvisie Purmerend 2005-2020, vastgesteld op 2 maart 2006, heeft de gemeenteraad van Purmerend een toetsingskader neergelegd voor gewenste en bestaande ontwikkelingen binnen de gemeente. In de structuurvisie worden vier ambities verwoord die leidend dienen te zijn bij de ontwikkeling van de stad Purmerend tot 2020. 1. Purmerend is het centrum van Waterland: Uiteen wordt gezet dat Purmerend wil investeren in haar functies waarin zij een regionale rol heeft, om de positie als centrum van Waterland te behouden. De manier waarop Purmerend dit wil bereiken is door te investeren in een veelzijdig, herkenbaar en toegankelijk centrum met kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte en door te streven naar een hoog niveau van voorzieningen in zowel het centrum als in andere delen van de stad. 2. Purmerend werkt aan een evenwichtigere woon-werkbalans. In de structuurvisie wordt beschreven dat Purmerend voor de werkgelegenheid sterk afhankelijk is van Amsterdam. Dit is een kwetsbaar punt. Belangrijk is daarom dat Purmerend haar economische punten verder ontwikkelt. Dit is onder meer van belang voor jongeren die in Purmerend zijn geboren en zich nu op de arbeidsmarkt gaan begeven, omdat zij meer geneigd zullen zijn om in Purmerend te werken. 3. Purmerend versterkt haar verbindingen in groen, blauw en grijs.

Gesteld wordt dat de kwaliteit van de ligging van de stad veel beter benut kan worden. De kwaliteiten van het buitengebied zijn in de wijken ruimschoots aanwezig, maar zijn op het niveau van de stad te weinig

Bestemmingsplan "Burgemeester D. Kooimanweg 4 t/m 14 - 2022" (vastgesteld)

herkenbaar en andersom worden de kwaliteiten van de stad daarbuiten nauwelijks (h)erkend. Uiteen wordt gezet dat de aantrekkelijke ligging van Purmerend veel meer benut kan worden om de kwaliteit van het wonen in de stad te verhogen, om de kansen voor toerisme te vergroten en om het beeldmerk van de stad neer te zetten. Tevens wordt gesteld dat het versterken van de stedelijke structuren kan helpen mensen zich meer verbonden te laten voelen met hun stad en om een betere oriëntatie te krijgen op de stad en haar omgeving. 4. Purmerend kiest voor bloei in plaats van groei. Purmerend heeft zich decennia lang gericht op groei. Nu moet de omslag komen naar het investeren in identiteit en kwaliteit. Beschreven wordt dat het doel niet langer is om woningen te bouwen en nieuwe wijken te ontwikkelen, maar toe te werken naar een complete stad die op basis van kwaliteit de concurrentie aan kan met de steden in de omgeving en die toegesneden is op de demografische veranderingen. In 2013 is de strategische plankaart, behorende bij de structuurvisie Purmerend 2005 - 2020, als eerste stap in het proces om te komen tot en vooruitlopend op een integrale herziening, aangepast aan de actuele stand van zaken.

Het betreft een beleidsneutrale actualisering, waarbij op de plankaart de wijzigingen zijn verwerkt, die in de achterliggende periode (sinds 2006) doorgevoerd zijn in of op grond van het gemeentelijk beleid. Deze kaart gaat vergezeld van een toelichting daarop.

Afbeelding 3.1: uitsnede kaart structuurvisie (Wagenweggebied incl. plangebied binnen rode cirkel) Op de Strategische plankaart van de structuurvisie is de locatie (nummer 14) aangeduid als 18

'Stedelijke voorzieningen cluster', 'Nieuw cluster'. In de toelichting op de geactualiseerde kaart is het volgende opgenomen: 'Voor cluster 14 is de ontwikkelingsrichting vastgelegd in het Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE) uit 2006 met verdere transformatie naar woonbebouwing, onderverdeeld in drie gebieden. Aanvullend daarop is recent als tweede ontwikkelingsrichting vastgesteld, dat het gebied mogelijk ruimte kan bieden aan 'nieuwvestiging' voor perifere detailhandel in lijn met het 'beleid voor perifere detailhandel Purmerend'. Ten aanzien van deelgebied 1 gaat de voorkeur vooral uit naar woningbouw in aansluiting op het Plateel, waarbij een combinatie van woningbouw met in de plint perifere detailhandel een optie is. De transformatie van dit cluster is vooral een particuliere ontwikkeling, die door de markt moet worden opgepakt. De voorgenomen ontwikkeling van het plangebied heeft betrekking op woningbouw en is passend binnen de in de Structuurvisie Purmerend opgenomen uitgangspunten voor transformatie. Momenteel werkt de gemeente Purmerend aan een herziening van de Structuurvisie Purmerend, welke, in het kader van de in voorbereiding zijnde Omgevingswet, als Omgevingsvisie wordt opgesteld.

3.4.2 Ruimte voor Purmerend (omgevingsagenda voor Purmerend richting 2040) Het stuk 'Ruimte voor Purmerend (omgevingsagenda voor Purmerend richting 2040) is een dynamische agenda die naast politiek-bestuurlijke focus vooral duidelijkheid biedt over de ambities van de gemeente Purmerend. Purmerend wordt hierin neergezet als compacte woonstad met sterke OV-verbindingen naar de hoofdstad maar ook uitstekende fietsverbindingen naar de omgeving en buitengebied. Een stad waarin de wijken een zelfvoorzienend karakter hebben op het gebied van voorzieningen. Aan bovenstaande beschrijving kunnen troeven en waardevolle aspecten worden toegevoegd waaruit ambities voortvloeien. De nabijheid van Amsterdam, het voorzieningenaanbod, het OV-netwerk en de betaalbare woningvoorraad zijn bekende troeven. Waardevolle aspecten zijn het dorpse karakter, de tevredenheidsstabiliteit en het brede scala en diversiteit van voorzieningen, omgeving en activiteiten. De ambities die hieruit zijn geformuleerd (samengevat): Aan bovenstaande beschrijving kunnen troeven en waardevolle aspecten worden toegevoegd waaruit ambities voortvloeien. De nabijheid van Amsterdam, het voorzieninpgave dient plaats te vinden in het bestaande stedelijke gebied. Regionale functie van 'de zorg' waarborgen.

De compacte en consequente wijkstructuur van Purmerend leent zich al goed voor dagelijkse voorzieningen en zorg (ziekenhuis, EHBO, verpleeghuis, opvang o.m.), voldoende aangepaste huisvesting is ook aanwezig. De ambitie is om deze regionale functie met het oog op de toekomst (vraag naar zorg) te behouden en versterken. Versterking van de toeristische sector door Purmerend als pleisterplaats en verblijfsstad op de kaart te zetten voor iedereen die Laag Holland bezoekt. Om vorm te geven aan de groei van Purmerend worden scenario's bekeken. Gelet op de ladder voor duurzame verstedelijking ligt intensivering van (vastgoed in) de bestaande stad als eerste mogelijkheid voor de hand en vervolgens wordt het verstedelijken van de randen nader als mogelijkheid bezien. Met de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied vindt woningbouw in combinatie met voorzieningen plaats binnen het bestaand stedelijk gebied van Purmerend. Er wordt hiermee voldaan aan de agenda Ruimte voor Purmerend.

Bestemmingsplan "Burgemeester D. Kooimanweg 4 t/m 14 - 2022" (vastgesteld)

3.4.3 Ambitiedocument Wagenweggebied Op 1 juni 2017 heeft de gemeenteraad het Ambitiedocument Wagenweggebied vastgesteld. Deze bestaat uit 3 onderdelen: het Ambitiedocument, de Stedenbouwkundige visie Wagenweggebied en de Grondbeleidsstrategie Wagenweggebied. Dit drieluik vervangt het in 2006 vastgestelde SPvE voor het Wagenweggebied. De gemeente wil met het ambitiedocument de kwaliteit en samenhang waarborgen bij nieuwe ontwikkelingen maar bovenal enthousiasmeren en vanuit een verbindende, regisserende rol, de betrokken partijen uitnodigen om de transformatie naar een nieuwe stadswijk samen vorm te geven. Samen met de stakeholders, bestaande uit de bewoners, ondernemers en grondeigenaren, is een ontwerp gemaakt waarin alle belangen, zoveel mogelijk, zijn meegenomen. De nieuwe stedenbouwkundige opzet van het Wagenweggebied is gebaseerd op de bestaande hoofdstructuren en de eigendomssituaties. De plekken die ontstaan zijn de bouwvelden waarbinnen de ontwikkelingen plaatsvinden. De exacte invullingen van deze bouwvelden zijn nog niet bekend, wel de ligging en mogelijkheden die ze hebben. Aan de hand van kansen wordt per deelgebied aangegeven welke mogelijkheden en waarden een bouwveld heeft waarmee een initiatiefnemer aan de slag kan.

De ambitie is hoog om het gebied te ontwikkelen tot een gebied waar gewoond wordt in een stedelijke setting in combinatie met functies zonder dat die elkaar in de weg zitten. Het moet een buurt worden waar het prettig wonen en verblijven is, met nieuwe woonvormen, waar wonen en werken samengaan, duurzaam, energiebewust, klimaat- en toekomstbestendig en met een schaal die recht doet aan deze locatie. Volgens de gebiedsindeling in het Ambitiedocument is het plangebied gelegen in het oostelijke plandeel. De ambitie is om in dit deel een hoogwaarde woon- en werkomgeving te creëren, passend bij de aanwezige ruimtelijke kwaliteiten van het plandeel. Een plek waar ruimte is voor bedrijven in combinatie met woningen, gebouwd in een hoge dichtheid met diverse voorzieningen van hoge kwaliteit op loopafstand.

20

Afbeelding 3.2: Zonering plandelen uit Ambitiedocument Wagenweggebied De ligging nabij het historisch centrum en de goede bereikbaarheid met zowel de auto als het openbaar vervoer zijn goede kaders voor het bieden van een hoogwaardige woon- en leefomgeving. Kijkend naar de omgeving en de ambitie voor het behouden van bedrijvigheid met intensief en multifunctioneel grondgebruik, ligt het realiseren van een hoge woningdichtheid voor de hand. Het oostelijk plandeel vormt daarmee een ideale woonomgeving voor doelgroepen die gelijkvloers wonen en de nabijheid van voorzieningen prefereren boven het hebben van een eigen, grondgebonden buitenruimte. Hierbij wordt met name gedacht aan (jonge) starters en senioren.

Bestemmingsplan "Burgemeester D. Kooimanweg 4 t/m 14 - 2022" (vastgesteld)

Afbeelding 3.3: Uitsnede uit Ambitiedocument Wagenweggebied In aanvulling op het Ambitiedocument is voor het onderhavige plangebied op 29 november 2018 een raadsbesluit genomen dat een verruiming van het aantal bouwlagen mogelijk maakt ten opzichte van het maxium van 12 lagen dat is opgenomen in het Ambitiedocument. Doel hiervan is om meer woningen te kunnen realiseren in het aandeel sociale huur en doorstroomwoningen. Het bouwplan voldoet geheel aan de in het Ambititedocument en het aanvullend raadsbesluit geschetste kaders. 3.4.4 Beeldkwaliteitplan Wagenweggebied Het beeldkwaliteitplan Wagenweggebied wordt bij de beoordeling van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het Wagenweggebied als toetsingsinstrument gebruikt. In het beeldkwaliteitplan valt het plangebied in de gebiedsindeling 'Oostelijke plandeel'. Voor dit plandeel geldt de ambitie 'Stevig en stoer' op grond waarvan het volgende is geformuleerd: "Het creëren van een hoogwaardige woon- en werkomgeving, passend bij de aanwezige ruimtelijke kwaliteiten van het plandeel. Een plek waar ruimte is voor bedrijven in combinatie met woningen, gebouwd in een hoge dichtheid met diverse voorzieningen van hoge kwaliteit op loopafstand. Het oostelijk deel wordt omgeven door infrastructuur en om die reden is de bebouwing hier grootschaliger, robuuster en steviger dan in de andere plandelen en is er ruimte voor grotere functies.

Het gebied biedt ruimte voor dubbel grondgebruik in een hoge dichtheid. De bebouwing is groot van omvang, maar niet massaal van uiterlijk." Voor het plangebied is bepaald dat de bebouwing mag bestaan uit minimaal 3 en maximaal 12 lagen. In afwijking hiervan is op 29 november 2018 een raadsbesluit genomen dat een verruiming 22

van het aantal bouwlagen mogelijk maakt. Doel hiervan is om meer woningen te kunnen realiseren in het aandeel sociale huur en doorstroomwoningen. Er zijn drie markante plekken aangewezen waar hoogteaccenten komen. In het beeldkwaliteitplan zijn verder specifieke uitgangspunten opgenomen voor de beeldkwaliteit van de bebouwing, het binnenterrein en de openbare ruimte. De voorgenomen ontwikkeling is passend binnen het kader dat in het beeldkwaliteitplan is opgenomen voor het plangebied. 3.4.5 Hoogbouwvisie Purmerend Op 28 september 2017 heeft de gemeenteraad van Purmerend de 'Hoogbouwvisie Purmerend' vastgesteld. In het kader van de 'Agenda Purmerend 2040' zal de focus de komende jaren vooral liggen op intensiveren in de bestaande stad. Ook het Rijk en de Provincie hebben in hun beleid aangegeven dat de noodzaak voor intensiveren in de stad urgent is. Eén van de middelen om te intensiveren in de stad is hoogbouw. Vanuit de markt komen steeds meer hoogbouwinitiatieven. Enerzijds om te voldoen aan de gewenste ontwikkeling in verschillende gebieden, maar anderzijds ook om voldoende programma te realiseren om aan de woonvraag te voldoen en de herontwikkeling te kunnen bekostigen. Het doel van de hoogbouwvisie is het leveren van toetsingskaders voor hoogbouwinitiatieven op het schaalniveau van de stad en de plek.

Bij het schaalniveau van de stad gaat het daarbij vooral om waar en hoe hoogbouw een bijdrage kan leveren aan de morfologie en ontwikkeling van Purmerend. Op het schaalniveau van de plek gaat het om inpassing van het gebouw in de omgeving. Hier spelen aspecten als bezonning en wind een rol, maar ook hoe hoogbouw kan bijdragen aan meer en beter gebruik van de publieke ruimte. De visie biedt een helder kader aan bewoners, beslissers, ontwikkelaars en de medewerkers van de gemeente en geeft duidelijkheid over de keuzes die mogelijk zijn. Enerzijds helpt het de verschillende initiatieven binnen een afgewogen kader te toetsen, anderzijds geeft het invulling aan de verschillende ambities en doelstellingen die de stad heeft gesteld voor de toekomst. In de Hoogbouwvisie wordt gesproken over de zogenaamde 'stedelijke rug', een belangrijke as waarlangs sprake is van veel dynamiek. Hier liggen kansen voor intensivering en een eigen hoogbouwmilieu te ontwikkelen. De Visiekaart (afbeelding 3.4) geeft schematisch de ligging van de as weer, als stedelijke rug van Purmerend, met daarbij de voorkeursgebieden voor hoogbouw. De locatie van het plangebied aan de Burgemeester D. Kooimanweg ligt in de grijs gearceerde zone, het "intensiveringsgebied stedelijke rug - voorkeurslocatie hoogbouw", nabij het centrum, treinstation en aan de stedelijke rug.

Bestemmingsplan "Burgemeester D. Kooimanweg 4 t/m 14 - 2022" (vastgesteld)

Afbeelding 3.4: Visiekaart voorkeursgebieden hoogbouw (bron: Hoogbouwvisie Purmerend) Om hoogbouwinitiatieven te beoordelen zijn vuistregels opgesteld. Van de initiatiefnemer van hoogbouw wordt verwacht dat de vuistregels worden meegenomen en afgewogen in een door de initiatiefnemer op te stellen hoogbouweffectrapportage. Deze is verplicht bij een hoogte van meer dan 25 meter (8 lagen). De hoogbouweffectrapportage helpt al in een vroeg stadium bij de beslissing of een hoogbouwinitiatief op die plek, met die hoogte en in die vorm wel of niet wenselijk is. In paragraaf 2.2 is beschreven hoe de hoogbouw zich verhoudt tot de omgeving. In paragraaf 4.13 en 4.14 is ingegaan op de effecten met betrekking tot schaduwwerking en windhinder. 3.4.6 Woonvisie 2017-2022 In de Woonvisie Purmerend 2017-2022 heeft de gemeente haar visie tot 2022 op het gebied van wonen geformuleerd. De gemeente wil een prettige woonstad blijven, de vraag naar woningen van inwoners goed kunnen blijven bedienen en een bijdrage leveren aan de regionale woningbouwopgave. Veel aandacht gaat uit naar de positie van huishoudens die zichzelf niet of moeilijk kunnen redden op de woningmarkt. In een achttal speerpunten heeft Purmerend deze ambitie verder uitgewerkt, waaronder ook de ambitie om tot 2040 10.000 extra woningen te bouwen.

Dit om tevens de kwaliteit van de stad te versterken door vergroting van de differentiatie van het aanbod en van verschillende woonmilieu's en de woningvoorraad meer passend te maken voor de toekomstige bevolkingssamenstelling. Uit de gemeentelijke woonvisie blijkt dat er wordt gestreefd naar kwaliteit voor kwantiteit. Hierbij geldt dat er meer differentiatie gerealiseerd moet worden. De onderhavige ontwikkeling geeft hier invulling aan. Daarnaast is het woningbouwplan passend binnen de gestelde woningbouwopgave en opgenomen in de gemeentelijke woningbouwprogrammering.

24

3.4.7 Nota kaders en instrumenten woningbouwprogrammering: spelregels 30-30-40 In het collegeprogramma 2018-2022 ('Samenwerken aan de stad') heeft het college het voornemen uitgesproken om voor nieuwe woningbouwinitiatieven de zogenaamde 30-30-40 regel te hanteren. Dit houdt in dat voor nieuwbouwprojecten vanaf vier woningen minimaal 30% sociale huur moet zijn, 30% doorstroomwoningen (middeldure huur en betaalbare koop). De resterende 40% is vrije keuze. Deze ambitie is verder in detail uitgewerkt in het document Nota kaders en instrumenten woningbouwprogrammering: spelregels 30-30-40. De gemeente beoogt in de periode tot 2040 10.000 woningen te bouwen en per locatie in te zetten op de 30-30-40-regel. In de gemeente Purmerend is voelbaar dat de woningnood hoog is. De wachtlijsten voor sociale huur zijn veel te lang en er is de te weinig aanbod in het middeldure huur segment en ook de betaalbare koopwoningen zijn er te weinig. Voorliggend plan sluit aan bij de ambitie om 10.000 woningen te bouwen tot 2040. Daarnaast wordt een directe bijdrage geleverd aan het aanbod sociale huurappartementen. In de anterieure overeenkomst is vastgelegd dat minimaal 30% van de te realiseren woningen uit sociale huurwoningen bestaan + 4 extra sociale huurwoningen ter compensatie van het ontbreken van sociale huurwoningen bij de ontwikkeling aan de Westerweg 60.

De sociale huurwoningen dienen voor minimaal 25 jaar als sociale huurwoningen te worden verhuurd. Voor de middeldure huurwoningen geldt een instandhoudingstermijn van 15 jaar. Deze voorwaarden zijn tevens vastgelegd in de regels van dit bestemmingsplan. 3.4.8 Duurzaamheidsagenda 2020-2023 Het Klimaatakkoord van 28 juni 2019 vormt de basis voor het gemeentelijk duurzaamheidsbeleid zoals verwoord in de Duurzaamheidsagenda 2020-2023. De volgende thema's staan centraal: 1. Duurzaamheid in de gebouwde omgeving: uitvoering Proeftuin Aardgasvrij. uitbreiding capaciteit en netwerk van Stadsverwarming Purmerend. transitievisie Warmte die wordt vertaald in Wijkuitvoeringsplannen, waarbij per wijk wordt aangegeven welke niet-fossiele warmtebronnen in aanmerking komen. verduurzaming van de bestaande woningvoorraad ondersteunen met subsidies en duurzaamheidsleningen. 2. Duurzame bedrijven: verminderen CO2-uitstoot bedrijven; bedrijfsterreinen duurzaam revitaliseren; gebruik van duurzame grondstoffen. versterking circulariteit van grondstoffen. 3. Duurzame mobiliteit: streven naar instandhouding van het fijnmazig openbaar vervoerssysteem; versterken laadinfrastructuur elektrische voertuigen door inventariseren mogelijke locaties voor het plaatsen van laadpalen; uitbreiding aantal laadpunten met in achtneming voldoende spreiding over de gemeente.

toepassen van alternatieve (bio-)motorbrandstoffen; vermindering CO2-uitstoot voertuigen. 4. Duurzame energie: aanjagen initiatieven voor duurzame energieproductie. 5. Duurzame stad en regio: regionale Energiestrategie waarin wordt aangegeven welke niet-fossiele energiebronnen kunnen worden benut en waar deze ruimtelijk kunnen worden ingepast. benutting van subsidie-mogelijkheden. 6. Duurzame gemeente:

Bestemmingsplan "Burgemeester D. Kooimanweg 4 t/m 14 - 2022" (vastgesteld)

streven naar 75% van het afval gescheiden ophalen; klimaatbestendigheid bebouwde kom Purmerend vergroten; klimaatadaptief bouwen; duurzaam inkoop- en aanbestedingsbeleid gemeente; actieve informatieverstrekking over investeringsmogelijkheid en in energieopwekking en -besparing door invulling van een lokaal informatieloket. verduurzamen gemeentelijk vastgoed; stimulering verduurzaming Schoolgebouwen. stimuleren Duurzame vaarrecreatie. In paragraaf 4.16 is aaangegeven welke duurzaamheidsmaatregelen worden toegepast in het project. 3.4.9 Klimaatadaptatieplan Zaanstreek Waterland en Purmerend 2021-2024 Op 17 december 2020 heeft de gemeenteraad van Purmerend het Klimaatadaptatieplan Zaanstreek Waterland en Purmerend 2021-2024 vastgesteld. Hierin wordt beschreven hoe de regio en de gemeente Purmerend zich voorbereiden op een veranderend klimaat. Het bevat de uitgangspunten en maatregelen die nodig zijn om de schadelijke effecten van hevige neerslag, extreme hitte, langdurige droogte en zeespiegelstijging zoveel mogelijk te beperken. In lijn met het landelijke Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is het klimaatadaptatieplan gebaseerd op de klimaatscenario's van het KNMI voor 2050. De ambitie is om in 2050 een klimaatbestendig en waterrobuuste gemeente te zijn.

In regionaal verband zijn leidende principes geformuleerd en doorvertaald naar vier uitgangspunten voor een klimaatadaptieve gemeente, zoals meer groen en meer ruimte voor water in de stad, klimaatadaptief maatwerk en gedeelde verantwoordelijkheid. De gemeente kiest bijvoorbeeld voor meer bomen, meer ruimte voor tijdelijke wateropvang, het hanteren van het MRA basisveiligheidsniveau klimaatbestendige nieuwbouw (zie Bijlage 1 aanvulling bouwbesluit, bijlage I) en het stimuleren van vergroening onder particulieren. Aan het lokale plan is een uitvoeringsagenda met maatregelen, projecten en onderzoeken verbonden. In het ontwerp worden maatregelen toegepast voor het vertraagd afvoeren van hemelwater. Uitgangspunt is toepassing van waterpasserende verharding en/of infiltratiekratten. Afhankelijk van de uitvoering kunnen de daktuinen hier ook een reducerende bijdrage aan leveren. 3.4.10 Nota Groenkoers De nota Groenkoers, visie en beleid op hoofdlijnen voor het groen van Purmerend (2014) geeft de richting aan die de gemeente opgaat met het gemeentelijke groen in zijn totaliteit. De essentie ervan is dat ingezet wordt op de verbetering van de kwaliteit van de beplanting om ook op lange termijn over een duurzame groenbasis te beschikken tegen acceptabele kosten. De Groenkoers schetst het belang van het groen voor de stad als integraal onderdeel van de openbare buitenruimte.

Groen is mede bepalend voor de identiteit, het imago, de kwaliteit en de leefbaarheid van de stad. De parkeerdekken worden ingericht als verblijfsgebied voor de bewoners (daktuinen). Het krijgt een invulling met groen, paden, zitgedeeltes en mogelijk speeltoestellen. Het centrale plein nabij de entree komt krijgt deels een groene invulling. De ontwikkeling is passend binnen de nota Groenkoers.

26

3.4.11 Visie leefbare stad 2040 In de Visie leefbare stad 2040 is aangegeven dat Purmerend een leefbare stad is en moet dat blijven bij de totstandkoming van de ambitie voor de bouw van 10.000 woningen. De visie gaat over hoe de fysieke inrichting van de stad hieraan bijdraagt. Onderdeel van de visie zijn een aantal concrete plannen: het bomenplan, parkenplan, klimaatadaptatieplan en een plan voor natuurinclusief bouwen. Met de onderhavige onwikkeling wordt het uitgangspunt van natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen gehanteerd. Natuurinclusief bouwen betekent dat een bouwwerk en zijn directe omgeving bijdraagt aan de lokale biodiversiteit en natuur. Dit komt in het plan onder andere tot uiting in de collectieve daktuinen op de parkeerdekken. Tevens zal overtollig regenwater zoveel mogelijk vertraagd worden afgevoerd. 3.4.12 Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Purmerend 2016-2019 De Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Purmerend 2016-2019 is op 22 december 2015 door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld. Deze nota beschrijft de bestuurlijke uitgangspunten en beleidskeuzes over de regelgeving op het gebied van het omgevingsrecht, APV en bijzondere wetten.

Op basis van deze uitgangspunten, beleidskeuzes en een uitgevoerde omgevingsanalyse zijn prioriteiten en operationele doelstellingen voor de vergunningverlening, toezicht en handhaving geformuleerd. In de nota wordt ook beschreven op welke wijze de gemeente Purmerend ervoor zorgdraagt dat wet- en regelgeving wordt nageleefd. De gemeente Purmerend wil een veilige, schone en gezonde woon-, werk- en leefomgeving voor haar burgers en bedrijven. Dat wil de gemeente bereiken door de duurzaamheid, veiligheid en leefbaarheid te vergroten en te waarborgen. Belangrijke waarden hierbij zijn 'schoon, heel, gezond en veilig'. Een servicegerichte, professionele dienstverlening op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving levert hieraan een belangrijke bijdrage. In het collegewerkprogramma 2014-2018 is aangegeven dat de gemeente Purmerend "van buiten naar binnen" werkt. In de aanpak van problemen krijgen de eigen verantwoordelijkheid en betrokkenheid van burgers en bedrijven een belangrijke rol. De gemeente Purmerend zet sterk in op wijkgerichte of gebiedsgerichte handhaving en gaat in gesprek met burgers en bedrijven. Er wordt gehandhaafd met gezond verstand en er wordt niet alleen gekeken naar wat niet mag maar ook naar wat mogelijk is.

Om een veilige, schone en gezonde woon-, werk- en leefomgeving te realiseren zijn de volgende keuzes gemaakt: kwalitatief goede uitvoering van taken; rechtszekerheid voor burgers en ondernemers; nut en noodzaak centraal; redeneren vanuit oplossingen; gedeelde verantwoordelijkheid; risicogerichte benadering; wijkgericht toezicht; integrale benadering handhaving en beperken toezichtslast; maatwerk bij sanctioneren.

Bestemmingsplan "Burgemeester D. Kooimanweg 4 t/m 14 - 2022" (vastgesteld)

3.4.13 Visie op Mobiliteit 2040 en Verkeersplan Purmerend 2040 ln de Visie op mobiliteit staat de vraag centraal hoe de gemeente Purmerend wil omgaan met het mobiliteitsvraagstuk dat zich aandient in aanloop naar Purmerend 2040. Concreet bespreekt de visie aan de hand van de drie stappen van de verstedelijkingsagenda de mobiliteitsopgave van Purmerend voor 2040. Hierbij is rekening gehouden met de huidige situatie en de (technologische) ontwikkelingen op het vlak van mobiliteit. Mede doordat de technologie binnen mobiliteit zich razendsnel ontwikkelt, is de Visie niet een statisch maar dynamisch document. De Visie zal dan ook regelmatig richting 2040 worden bijgesteld. De Visie op Mobiliteit 2040 is in 2018 vastgesteld en uitgewerkt in het Verkeersplan Purmerend 2040. Het Verkeersplan bevat een pakket aan maatregelen om de parkeerdruk in de binnenstad te reguleren en de doorstroming te reguleren.

De voorgestelde parkeermaatregelen zijn geclusterd rond drie pijlers: optimaliseren van het gebruik van het bestaande parkeeraanbod (realisatie van een parkeerverwijssysteem, ruimere openingstijden parkeergarage Claxonate, vergroten bekendheid avondopenstelling Eggertgarage (Q-park) en vergunninghoudersparkeerplaatsen omzetten naar betaalde parkeerplaatsen); compenseren van het parkeertekort dat ontstaat door woningbouw (haalbaarheidsonderzoek parkeergarage Schapenmarkt en/of omgeving stadhuis); beïnvloeden van het parkeergedrag (aantrekkelijker maken van alternatieve vervoerswijzen zoals fiets en het openbaar vervoer, beïnvloeden van het parkeertarief en het tarief voor de parkeervergunningen, uitbreiden nulvergunningenregeling en uitbreiden parkeerregulering). Om de binnenstad autoluw te maken en het doorgaand verkeer te ontmoedigen de route door de binnenstad te nemen, zijn er globaal vier knoppen waar aan gedraaid kan worden. Zo kunnen maatregelen getroffen worden die betrekking hebben op de: snelheid; instelling verkeerslichten; op- en afritten van de A7; verkeerscirculatie. Bovenstaand pakket is met behulp van een verkeersmodel doorgerekend. Daaruit blijkt dat het beoogde effect - een autoluwe binnenstad - alleen haalbaar is bij een combinatie van de vier maatregelen.

3.4.14 Parkeerverordening Purmerend 2020 en Uitvoeringsbesluit Parkeerverordening Purmerend 2020/1 Het parkeerbeleid van Purmerend is gericht op een gastvrije ontvangst van bezoekers en faciliteren van het parkeren door bewoners. De gastvrije ontvangst van bezoekers wordt onder andere bereikt doordat de binnenstad autoluw is. Bezoekers parkeren in de goed ontsloten parkeergarages en op de plekken voor betaald parkeren op straat. Het gebied rondom de binnenstad is of wordt gereguleerd. Dit om te voorkomen dat bezoekers aan de binnenstad 'vrij' parkeren in de wijken rondom het centrum. Parkeerregulering in Purmerend is geregeld in de Parkeerverordeining Purmerend 2020 en het daarbij behorende Uitvoeringsbesluit Parkeerverordening Purmerend 2020/1. De verordening regelt onder meer het aanwijzen van de gebieden en plaatsen waar en de tijden waarop met een vergunning op belanghebbendenplaatsen geparkeerd kan worden. Op basis van de Parkeerverordening en het uitvoeringsbesluit is per 1 september 2019 parkeerregulering ingevoerd in het Wagenweggebied waarin de projectlocatie is gelegen. Het plangebied maakt vooralsnog geen onderdeel uit van dit gebied, maar het besluit hierover zal op korte termijn genomen worden. 28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14975867/1