CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

D -bijlage-1 2-regels-bp-Purmerdijk-3-GEWIJZIGD

Gemeenteraad 28 maart 2024, gemeente PurmerendBij agendapunt: Bestemmingsplan Purmerdijk 3 - 202315.628 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan

Purmerdijk 3 - 2023

Status: Vastgesteld

Bestemmingsplan "Purmerdijk 3 - 2023"

Bestemmingsplan:

Purmerdijk 3 - 2023

IDN:

NL.IMRO.0439.BPPurmerdijk32023-Va01

Status:

Vastgesteld

Datum:

bestemmingsplan Purmerdijk 3 - 2023 vastgesteld

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Milieu- en omgevingsaspecten

Geluid Bodem Luchtkwaliteit Externe veiligheid Bedrijven en milieuzonering Ecologie Archeologie en cultuurhistorie Water Besluit Milieueffectrapportage

Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3

Beleidskader

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9

Planbeschrijving

Gewenste ontwikkeling Verkeer en parkeren

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4

Huidige situatie

Huidige situatie plangebied

Hoofdstuk 3 3.1 3.2

Inleiding

Aanleiding Ligging van het plangebied De bij het plan behorende stukken Geldend bestemmingsplan Leeswijzer

Hoofdstuk 2 2.1

4

Juridische aspecten en planverantwoording

Inleiding Opbouw van de regels Bestemmingen

4 4 4 4 5 6

7 7

11 11 14

17 17 19 22 23

29 29 30 30 32 34 35 37 39 40

43 43 43 44

Hoofdstuk 7

Economische uitvoerbaarheid

45

Hoofdstuk 8

Vooroverleg en inspraak

47

8.1 8.2 8.3

Vooroverleg Inspraak Zienswijzen

47 47 47

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

bestemmingsplan Purmerdijk 3 - 2023 vastgesteld Toelichting

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op een perceel aan de Purmerdijk 3 te Purmerend. Het gaat om de percelen kadastraal bekend als gemeente Purmerend, sectie A, nummers 6659 en 6660 (hierna plangebied). Het voornemen is om een tweede woning te realiseren op het perceel Purmerdijk 3. Hierbij wordt het perceel opgesplitst. De bestaande woning wordt hierbij herbouwd (hier is al een omgevingsvergunningvergunning voor het bouwen voor verleend) en de aanwezige bijgebouwen, met uitzondering van de zuidelijke garage, zijn al verwijderd. Het voornemen is niet in overeenstemming met de geldende gebruiks- en bouwmogelijkheden van het bestemmingsplan "De Purmer 2016" van de gemeente Purmerend, omdat ter plaatse van de te realiseren tweede woning geen woonbestemming aanwezig is. Een herziening van het bestemmingsplan is noodzakelijk om realisatie van voorliggende ontwikkeling mogelijk te maken. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin. Aangetoond wordt dat de herziening van de bestemming in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied bevindt zich aan de Purmerdijk in de kern Purmerend. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied in de kern Purmerend en ten opzichte van de directe omgeving weergegeven. Het plangebied is hierbij indicatief weergegeven met de rode omlijning en ster. Voor de eacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding

Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied (Bron: PDOK)

1.3

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan "Purmerdijk 3 - 2023" bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0439.BPPurmerdijk32023-va01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen) Op de verbeelding zijn de bestemmingen binnen het plangebied aangegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

bestemmingsplan Purmerdijk 3 - 2023 vastgesteld De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan, maar maakt geen onderdeel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4

Geldend bestemmingsplan

1.4.1

Algemeen

Het plangebied valt binnen de grenzen van het plangebied van het geldende bestemmingsplan "De Purmer 2016", vastgesteld op 23 augustus 2017. Ook valt het plangebied binnen de grenzen van het "Parapluplan Parkeernormen Purmerend 2018", vastgesteld op 15 januari 2019. Voor de planologische situatie is met name bestemmingsplan "De Purmer 2016" van belang. Op basis van het geldende bestemmingsplan "De Purmer 2016" bevat het plangebied de bestemmingen 'Tuin 2', 'Water' en 'Wonen'. Daarnaast geldt de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering'. Het plangebied bevat een bouwvak en een maatvoeringsaanduiding voor de maximale goothoogte. Hierna wordt op de bestemmingen ingegaan. Vervolgens wordt de strijdigheid van dit plan toegelicht.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

bestemmingsplan Purmerdijk 3 - 2023 vastgesteld Afbeelding 1.2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'De Purmer 2016' (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl) 1.4.2

Beschrijving bestemmingen

Bestemming 'Tuin - 2' Gronden met de bestemming 'Tuin - 2' zijn bestemd voor erven, erfbebouwing en bijbehorende voorzieningen, water met bijbehorende oeverstroken en aan de woonfucntie ondergeschikte aan-huis-verbonden beroepen, (kleinschalige bedrijvingheid en bed &breakfast. Bestemming 'Water' Gronden met de bestemming 'Water' zijn bestemd voor water, verkeer te water, ieverstroken en bij deze bestemming horende voorzieningen. Bestemming 'Wonen' Gronden met de bestemming 'Wonen' zijn bestemd voor wonen, aan de woonfunctie ondergeschikte aan-huis-verbonden beroepen, (kleinschalige) bedrijvigheid en bed & breakfast, water met bijbehorende oeverstroken en bij deze bestemming behorende voorzieningen. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. Daarnaast geldt een maximale goothoogte van 3 meter binnen dit bouwvlak door de aanduiding 'maximum goothoogte: 3 m'. Dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere aldaar geldende bestemming(en), tevens bestemd voor waterstaatkundige voorzieningen. Op de gronden met de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd.

Ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag, met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels, uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. Voorafgaand aan deze werkzaamheden dient schriftelijk advies te worden ingewonnen bij de water(kering)beheerder. 1.4.3

Strijdigheid

Het realiseren van de beoogde woning is niet in overeenstemming met de bouw- en gebruiksregels zoals opgenomen in de geldende bestemmingen. Het initiatief is in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan 'De Purmer 2016'. Het plan is in strijd met artikel 20.2, onder b en c van het bestemmingsplan, omdat gebouwen alleen binnen het bouwvlak mogen worden gerealiseerd en de maximaal toegestane goothoogte van 3 meter wordt overschreden. Verder is het in strijd met artikel 16.1 van het þestemmingsplan, omdat op gronden met bestemming 'Tuin-2' geen woningen mogen worden gerealiseerd. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken is een herziening van het bestemmingsplan vereist. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch-planologische kaders om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken.

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige situatie in en rondom het plangebied. In hoofdstuk 3 is de beschrijving van het voorgenomen plan opgenomen. Hoofdstuk 4 behandelt het relevante beleid. Vervolgens wordt in hoofdstuk 5 ingegaan op de relevante milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 6 gaat in op bestemmingsplansystematiek en licht de bestemmingen toe. In hoofdstuk 7 wordt de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan toegelicht, gevolgd door de maatschappelijke uitvoerbaarheid in hoofdstuk 8.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

bestemmingsplan Purmerdijk 3 - 2023 vastgesteld

Hoofdstuk 2 2.1

Huidige situatie

Huidige situatie plangebied

Het plangebied ligt in de wijk Purmer-Noord, aan de Purmerdijk 3. De wijk heeft een waterrijk karakter. De ruimtelijke structuur wordt bepaald door de oorspronkelijke poldertochten en -sloten die opgenomen zijn in het stedenbouwkundig plan. In noord-zuidrichting wordt het gebied doorsneden door twee hoofdwegen, een stadsstraat en een singel die zich centraal in de wijk splitst. In de bebouwing van Purmer-Noord is een duidelijke hiërarchie aanwezig in stedelijke, tuinstedelijke en landelijke milieus. Het stedelijke milieu bevindt zich rondom de Overlanderstraat en het landelijke milieu aan de rand van de wijk, daartussen bestaat het overgrote deel van de wijk uit een tuinstedelijk milieu. Langs de rand van de wijk bevinden zich stadsrandgroenzones, zoals het Leeghwaterpark, het Park De Uitvlucht en een aantal grotere groene percelen met enkele woningen. Het plangebied maakt onderdeel uit van de stadsrandgroenzone. Het plangebied wordt aan de westzijde begrensd door de Purmerdijk en aan de westzijde door een voetpad. Ten noorden van het plangebied ligt een groengebied met daardoorheen een voet- en fietspad. Aan de zuidzijde is een woonperceel aanwezig. Op het erf bevonden zich een woonhuis, een aangebouwde berging. een schuur achter het woonhuis, een vrijstaande schuur en een garage.

Het bestaande woonhuis bestaat uit twee samengevoegde woningen die zijn gebouwd rond 1900 en 1970. In het verleden zijn dit twee afzonderlijke woningen geweest. Het voorhuis en de bijbehorende bouwwerken bij de woning uit 1970 verkeren in slechte bouwkundige staat. Een deel van de bebouwing is inmiddels gesloopt. Het gaat om de bebouwing die in afbeelding 2.1 met de nummers 1 tot en met 5 zijn aangeduid. Daarnaast is inmiddels een omgevingsvergunning voor het herbouwen van de bestaande woning verleend. In afbeelding 2.1 is een situatietekening van de voormalige situatie weergegeven. In afbeelding 2.2 is een luchtfoto ter plaatse van het projectgebied weergegeven en in afbeelding 2.3 is een inrichtingstekening van het plangebied opgenomen, waarbij de nieuwe in aanbouw zijnde woning al is weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

bestemmingsplan Purmerdijk 3 - 2023 vastgesteld

Afbeelding 2.1: Situatietekening voormalige situatie (Bron: EWP Purmerend B.V. )

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

bestemmingsplan Purmerdijk 3 - 2023 vastgesteld

Afbeelding 2.2: Luchtfoto plangebied (rode omlijning) (Bron: Google Maps)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

bestemmingsplan Purmerdijk 3 - 2023 vastgesteld

Afbeelding 2.3: Huidige situatie plangebied (Bron: EWP Purmerend B.V.)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

bestemmingsplan Purmerdijk 3 - 2023 vastgesteld

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

In hoofdstuk 2 is ingegaan op de huidige situatie in het plangebied. In dit hoofdstuk wordt op de ontwikkeling zelf ingegaan.

3.1

Gewenste ontwikkeling

Concreet is het voornemen om het perceel aan de Pumerdijk 3 te splitsen, zodat hier een tweede woning gerealiseerd kan worden. Hiervoor wordt het binnen het plangebied aanwezige voorhuis (daterend uit 1900), het woonhuis (daterend uit 1970) en een deel van de aanwezige bijgebouwen gesloopt. Er wordt een nieuwe woning met ter vervanging van het woonhuis uit 1970 gerealiseerd. Daarnaast wordt er een nieuwe woning ter plaatse van het af te splitsen perceel gerealiseerd. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt voorzien in een kwaliteitsimpuls binnen het plangebied, doordat de in slechte bouwkundige staat verkerende bebouwing wordt gesloopt. Daarnaast wordt voorzien in lokale woningbehoefte, aangezien de nieuwe woning door de (schoon)ouders van initiatiefnemers bewoond gaat worden. De tweede woning wordt levensloopbestendig uitgevoerd. De historische bebouwing langs de Purmerdijk wordt voor het belangrijkste deel gevormd door stolpen met een enkel, groot kapvolume. De twee te realiseren woningen worden eveneens voorzien van een enkel, groot kapvolume. Qua goothoogte en nokrichting wordt eveneens aangesloten bij de goothoogte (circa 3 meter) en nokrichting (haaks op de Pumerdijk) van de omliggende woningen. In afbeelding 3.1 is een situatieschets van het voornemen opgenomen. Afbeelding 3.2 bevat een indicatieve tekening van de nieuwe woning.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

bestemmingsplan Purmerdijk 3 - 2023 vastgesteld

Afbeelding 3.1: Situatieschets voornemen (Bron: EWP Purmerend B.V.)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

bestemmingsplan Purmerdijk 3 - 2023 vastgesteld

Afbeelding 3.2: Tekening nieuwe woning (Bron: EWP Purmerend B.V.)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

bestemmingsplan Purmerdijk 3 - 2023 vastgesteld

3.2

Verkeer en parkeren

3.2.1

Algemeen

Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. De gemeente Purmerend hanteert hiervoor de gemeentelijke 'Nota Parkeernormen 2016', vastgesteld op 26 mei 2016. In deze notitie zijn geen kencijfers opgenomen ten aanzien verkeersgeneratie. Hiertoe wordt de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW aangehouden. 3.2.2

Verkeer

Qua functie, stedelijkheidsgraad en stedelijke zone worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Functie: 'Koop, huis, vrijstaand'. Stedelijkheidsgraad: sterk stedelijk, gemeente Purmerend; Stedelijke zone: rest bebouwde kom. Op basis van de bovengenoemde uitgangspunten wordt in onderstaande tabel de totale verkeersgeneratie als gevolg van de gewenste ontwikkeling weergegeven: Functie

Verkeersgeneratie Aantal Totaal uitgegaan van het gemiddelde Koop, huis, vrijstaand 8,2 1 8,2 Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat er sprake is van een toename van de verkeersgeneratie van afgerond 9 verkeersbewegingen. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat er vanuit planologisch oogpunt geen sprake is van een toename van het aantal verkeersbewegingen. De Purmerdijk en omliggende infrastructuur zijn van voldoende capaciteit om de toekomstige verkeersbewegingen eenvoudig en veilig af te kunnen wikkelen. Voor de ontsluiting van het nieuwe woonperceel wordt een nieuwe in- en uitrit gerealiseerd. Zie hiervoor ook afbeelding 3.1. 3.2.3

Parkeren

De gemeente hanteert voor het bepalen van de parkeerbehoefte de 'Nota Parkeernormen gemeente Purmerend 2016'. Op grond van het inwoneraantal wordt Purmerend door het CBS als ‘sterk stedelijk’ aangemerkt. Voorts wordt in de gemeente de volgende gebieden onderscheiden: 1. voetgangersgebied; 2. rest binnenstad; 3. schil; 4. rest bebouwde kom. In voorliggend geval is sprake van de volgende uitgangspunten: 'Woning >150 m2 bvo niet gestapeld'; Verstedelijkingsgraad: sterk stedelijk; Stedelijke zone: schil. Op basis van de bovengenoemde uitgangspunten wordt in onderstaande tabel de totale parkeerbehoefte als gevolg van de gewenste ontwikkeling weergegeven: Functie

Parkeerbehoefteu Aantal itgegaan van het gemiddelde 1,9 1

Totaal

Woning > 150 m2 bvo niet 1,9 gestapeld Totaal Op basis van bovenstaande berekening brengt de ontwikkeling een totale parkeerbehoefte van 2 BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

bestemmingsplan Purmerdijk 3 - 2023 vastgesteld parkeerplaatsen met zich mee. In totaal worden in de gewenste situatie 2 parkeerplaatsen gerealiseerd. Hiervoor is voldoende ruimte op het perceel, zoals ook blijkt uit afbeelding 3.1. Daarmee wordt voorzien in de te verwachte parkeerbehoefte van de gewenste ontwikkeling en worden de bestaande parkeerplaatsen behouden. 3.2.4

Conclusie

De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

bestemmingsplan Purmerdijk 3 - 2023 vastgesteld

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

bestemmingsplan Purmerdijk 3 - 2023 vastgesteld

Hoofdstuk 4

Beleidskader

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.

Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

bestemmingsplan Purmerdijk 3 - 2023 vastgesteld

2.

3.

functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties.

4.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het plan sluit aan bij de prioriteit voor sterke en gezonde steden en regio's, aangezien het bijdraagt aan de beschikbaarheid van woningen. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 4.1.2

AmvB Ruimte (Barro)

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid zoals dat in de Nationale Omgevingsvisie is vastgelegd. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Voor Purmerend hebben deze regels geen gevolgen. 4.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

4.1.3.1 Inleiding In de SVIR (Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, voorloper van de NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigt en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

bestemmingsplan Purmerdijk 3 - 2023 vastgesteld 4.1.3.2 Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking Wat de “Ladder voor duurzame verstedelijking” betreft is een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van belang. Hierin is uitgesproken dat met de realisatie van 11 woningen niet voorzien wordt in een woningbouwlocatie of andere stedelijk ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (ABRS 16 september 2015, 201501297/1/R4). Het voornemen voorziet in het realiseren van één woning. Gelet op de hiervoor genoemde uitspraak van de Afdeling is in voorliggend geval dan ook geen sprake van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening. Geconcludeerd wordt dat geen verdere toetsing plaats hoeft te vinden aan de “Ladder voor duurzame verstedelijking” en dat het initiatief voldoet aan het rijksbeleid. 4.1.4

Conclusie toetsing aan het rijksbeleid

Geconcludeerd wordt dat het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet in de weg staat.

4.2

Provinciaal beleid

In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante provinciale beleid behandeld. 4.2.1

Omgevingsvisie NH 2050

4.2.1.1 Algemeen Op 19 november 2018 is door de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 vastgesteld. Hierin is de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. De Omgevingsvisie wil zorgen voor balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zo kunnen we voor toekomstige generaties het welvaarts- en welzijnsniveau in Noord-Holland op een hoog niveau houden. Dit betekent dat in Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd; de ruimte voor economische ontwikkeling wordt altijd in samenhang met dit uitgangspunt beschouwd. De Omgevingsvisie bevat het provinciale beleid op het gebied van wonen en werken. De ambitie is dat vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn. De woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Duurzaamheid van de totale voorraad is uitgangspunt. 4.2.1.2 Toetsing van het initiatief aan de Provinciale Omgevingsvisie Door het realiseren van de geweste ontwikkeling worden in slechte bouwkundige staat verkerende gebouwen gesloopt. Hiervoor in compensatie wordt een extra woning gerealiseerd. Voorliggende woningbouw vindt plaats in bestaand stedelijk gebied.

Daarnaast versterkt de ontwikkeling de ruimtelijke kwaliteit van het plangebied en de omliggende omgeving. De onderhavige ontwikkeling, liggend in bestaand stedelijk gebied, is in lijn met de Omgevingsvisie NH2050. 4.2.2

Omgevingsverordening Noord-Holland 2020

4.2.2.1 Algemeen Aanvullend op de reeds vastgestelde Omgevingsvisie Noord-Holland 2050, zijn belangrijke onderwerpen uit de Omgevingsvisie verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. De Omgevingsverordening is op 22 oktober 2020 vastgesteld. De omgevingsverordening is van toepassing op bestemmingsplannen, beheersverordeningen, wijzigings- en uitwerkingsplannen en omgevingsvergunningen waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan als bedoeld in artikel 2.12 lid 1 onderdeel a onder 3 of lid 2 van de Wabo.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

bestemmingsplan Purmerdijk 3 - 2023 vastgesteld 4.2.2.2 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsverordening Noord-Holland 2020 In voorliggend geval is uitsluitend artikel 6.3 (nieuwe stedelijke ontwikkeling) van toepassing. Hierna wordt nader op dit artikel ingegaan. Artikel 6.3: Nieuwe stedelijke ontwikkeling 1.

Een bestemmingsplan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. 2. Gedeputeerde staten stellen nadere regels aan de afspraken bedoeld in het eerste lid. In de verordening is het begrip 'stedelijke ontwikkeling' als volgt gedefinieerd: ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid onder i, van het Besluit ruimtelijke ordening. In het Besluit ruimtelijke ordening is het begrip 'stedelijke ontwikkeling' nader gedefinieerd als: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Toetsing van het initiatief aan artikel 6.4 van de Omgevingsverordening NH 2020 De in voorliggend plan besloten ontwikkeling betreft een kleinschalige woningbouwontwikkeling, waarbij één extra woning wordt gerealiseerd. De gewenste ontwikkeling zorgt voor een verhoging van de ruimtelijke kwaliteit in en rond het plangebied. De ontwikkeling is in overeenstemming met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken (zie paragraaf 4.2.3 en 4.2.4). Geconcludeerd wordt dat voorliggende ontwikkeling in overeenstemming is met artikel 6.3 van de Omgevingsverordening NH 2020. 4.2.3

Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025

4.2.3.1 Algemeen De woonagenda is de uitvoeringsagenda van het woonbeleid van de provincie Noord-Holland voor de komende vijf jaar. De Woonagenda volgt uit en past binnen de randvoorwaarden van het provinciaal ruimtelijk beleid, zoals beschreven in de provinciale Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 en het coalitieakkoord 'Duurzaam doorpakken'. Vanuit het provinciaal en regionaal belang dat de woningmarkt goed functioneert en het wonen optimaal bijdraagt aan het versterken van de kwaliteiten van Noord-Holland, maakt de agenda de inzet en bijdrage van de provincie daaraan concreet. Speerpunten zijn: 1.

Een woning voor iedereen: a. Adaptief en vraaggestuurd programmeren; b. Productie op peil: aanjagen woningbouwproductie; c. Kwalitatief, betaalbaar en divers woningaanbod. 2. Gezond, duurzaam en toekomstbestendig wonen in een aantrekkelijke provincie. Hierbij worden een aantal richtinggevende principes gehanteerd. a.

b.

c.

d.

e. f.

De vraag is leidend. De regionale programmeringen worden bepaald op basis van gegronde onderbouwing van vraag, aanbod en het kwalitatieve en kwantitatieve verschil daartussen voor nu en in de toekomst. Er zijn snel meer woningen nodig. De provincie zet in op het versnellen van de woningbouwproductie en helpt gemeenten hierbij door voortzetting van het Uitvoeringsprogramma Binnenstedelijk Bouwen en Versnellen Woningbouw. De woningbouwprogrammering is regionaal en adaptief. De programmering houdt rekening met fasering en haalbaarheid, zodat de in het woonakkoord af te spreken regionale productiedoelstellingen kunnen worden gehaald. De provincie geeft gemeenten ruimte om bij binnenstedelijke plannen nabij een OV-knooppunt en/of in een groeiregio hogere aantallen woningen te realiseren dan de prognose, om het woningtekort versneld in te lopen. De woningmarkt heeft structureel meer flexibiliteit en betaalbare opties voor alle verschillende doelgroepen van woningzoekenden nodig. Betaalbaar en divers woningaanbod voor alle doelgroepen vraagt regionale afstemming en

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

bestemmingsplan Purmerdijk 3 - 2023 vastgesteld

g. h.

samenwerking. Vanuit het oogpunt van leefbaarheid en gezondheid bewaakt de provincie de goede balans tussen economie, wonen, mobiliteit, natuur en landschap. Woningbouw heeft een grote impact op het landschap, de natuur en de biodiversiteit, zowel binnen als buiten het bestaand stedelijk gebied. In de woonakkoorden worden afspraken gemaakt om woningbouw zoveel mogelijk klimaatneutraal, klimaatadaptief, actieve mobiliteit (gericht op fietsen en lopen) stimulerend, circulair en natuur- en landschapsinclusief te ontwikkelen en dit vroegtijdig bij de locatiekeuze en planontwikkeling mee te nemen.

4.2.3.2 Toetsing van het initiatief aan de Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025 De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het realiseren van één extra woning. De voorgenomen ontwikkeling voorziet geen belemmeringen op basis van de Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025. Tevens speelt het voornemen in op zorgvuldig ruimtegebruik en het versterken van de integrale verstedelijkingsopgave. Dit vanwege het feit dat het gaat om een inbreidingslocatie en een locatie met reeds een stedelijke functie. Het realiseren van een tweede woning zorgt ervoor dat de (schoon)ouders dichtbij de initiatiefnemers kunnen wonen. Hiermee wordt tevens ingespeeld op de vraag van zorg in de toekomst van de (schoon)ouders van de initiatiefnemers. Dit zorgt dat de (schoon)ouders op den duur langer thuis kunnen blijven wonen. Geconcludeerd wordt dat het initiatief past binnen de Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025. 4.2.4

Monitor woningbouw 2021

4.2.4.1 Monitor woningbouw 2021 Uit de 'Monitor woningbouw 2021', gedateerd op 18 oktober 2021, blijkt dat er in 2020 in Noord-Holland 10.600 nieuwbouwwoningen zijn gebouwd. Dat is 3.200 nieuwbouwwoningen minder dan in 2019. De daling in de totale nieuwbouwcijfers wordt met name veroorzaakt door een afname van de woningproductie in de gemeente Amsterdam. Door een nieuw registratiesysteem zijn niet alle nieuwbouwwoningen meegenomen in de cijfers van 2020. Voor het vierde jaar op rij is de nieuwbouwproductie gelijk dan wel groter dan de huishoudensgroei. Als gevolg van de coronacrisis is de bevolkingsgroei in 2020 gedaald. Deze lagere bevolkingsgroei vertaalt zich in een lagere huishoudenstoename. Doordat het aantal gebouwde woningen groter was dan de huishoudensgroei is het woningtekort gedaald. Begin 2021 was het woningtekort 4,8% ten opzichte van 5,9% in 2020. Om het tekort terug te brengen tot acceptabele proporties - het Rijk streeft naar een tekort van maximaal 2% - is het wel belangrijk door te blijven bouwen en de productie te verhogen en de druk op de woningmarkt terug te dringen. Ook valt te verwachten dat als de coronacrisis voorbij is, de bevolkingsgroei weer aantrekt. In alle regio's is op papier voldoende capaciteit aanwezig voor de woningbehoefte tot 2030.

Ook wanneer het inlopen van het woningtekort wordt opgeteld bij de (indicatieve groei van de) woningbehoefte is dit het geval. De totale plancapaciteit in 2021 is toegenomen ten opzichte van 2020. De totale netto plancapaciteit bedraagt 437.300 woningen. Dat zijn 10.700 woningen meer dan in 2020. Deze toename zit zowel in de harde plannen als (grotendeels) in de zachte plannen. Zorgen voor (ruim) voldoende harde plancapaciteit is een randvoorwaarde om op korte termijn van plan tot voldoende productie te komen en te kunnen voldoen aan de woningbouwopgaven. Harde plancapaciteit omvat woningbouwplannen die zijn vastgesteld in een bestemmingsplan en waar bouwen planologisch gezien mogelijk is. In vergelijking met vorig jaar is de harde capaciteit in Noord-Holland met 6.200 woningen toegenomen. 4.2.4.2 Toetsing aan de 'Monitor woningbouw 2021' Dit bestemmingsplan voorziet in de bouw van één woning. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de inhaalvraag naar woningen. 4.3

Regionaal beleid

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

bestemmingsplan Purmerdijk 3 - 2023 vastgesteld

4.3

Regionaal beleid

4.3.1

Metropoolregio Amsterdam

Purmerend maakt onderdeel uit van Metropoolregio Amsterdam (MRA). Dit is een samenwerkingsverband van de provincies Noord-Holland en Flevoland, 32 gemeenten en de Vervoerregio Amsterdam. De Metropoolregio Amsterdam (MRA) is een (inter-)nationaal gewilde plek om te wonen en werken. Het is het gebied dat rondom Amsterdam ligt en waarin ieder deelgebied met eigen grote kernen een deel van de aantrekkelijkheid van de MRA vormt met een mix van eigen landschap, woonmilieus en vormen van werkgelegenheid. Op basis van de prognose uit 2019 is voorzien dat de MRA tot 2050 circa 325.000 extra woningen nodig heeft om de groeiende bevolking onderdak te bieden. Dat is inclusief een aanvullende opgave van circa 25 duizend woningen om het woningtekort significant te verminderen en naar een acceptabel niveau terug te brengen. De ambitie is dat de MRA zich toekomstbestendig en evenwichtig ontwikkelt tot een internationale topregio met een hoge leefkwaliteit (zie de MRA-agenda 2020-2024). De MRA bestaat uit veel verschillende en krachtige kernen, die elkaars kwaliteiten versterken. Bij de aankomende groei op lange en middellange termijn is het behoud en verbeteren van de leefbaarheid in de regio van groot belang met aandacht voor klimaatadaptatie en landschap en een goede bereikbaarheid van werk en ontspanning voor iedereen.

De MRA streeft een polycentrische ontwikkeling na, waarin alle kernen elkaar versterken, maar ook sterk genoeg op zichzelf zijn. Daarom wil de MRA inzetten op een goede verdeling van de werkgelegenheid en balans in woon- en werklocaties. Het gemeenschappelijk kader hiervoor is de Verstedelijkingsstrategie, die naar verwachting in de tweede helft van 2021 wordt vastgesteld. Hierin wordt voort geborduurd op al bestaande Rijk-regioafspraken, zoals de MRA-sleutelgebieden, de versnelling van de woningbouwproductie, de Woondeal met Binnenlandse Zaken en het programma “Samen Bouwen aan Bereikbaarheid” en het landschap. Op 15 maart 2023 is de Woondeal MRA getekend. Hierin spraken het Rijk, de provincies en gemeenten in de Metropoolregio Amsterdam (MRA), waar Purmerend er een van is, af om in te zetten op de realisatie van ruim 170.000 woningen in de periode 2022 tot en met 2030, waarvan twee derde betaalbaar. Purmerend heeft de inspanningsverplichting om 4.800 woningen te realiseren, waarvan 30 % sociale huur en 36% middensegment huur en betaalbare koop. In april 2020 heeft de provincie Noord-Holland het woonbeleid uitgewerkt in de Woonagenda PNH 2020-2025. Hiermee wil de provincie uitvoering geven aan een aantal doelstellingen, zoals het bouwen van voldoende betaalbare en duurzame woningen.

Middels het sluiten van regionale Woonakkoorden voor de periode 2021-2025 wil de provincie de regionale samenwerking bevorderen. 4.3.2

Woonakkoord regio Zaanstreek-Waterland en provincie Noord-Holland 2021-2025

4.3.2.1 Algemeen In april 2020 heeft de provincie Noord-Holland het woonbeleid uitgewerkt in de Woonagenda PNH 2020-2025. Hiermee wil de provincie uitvoering geven aan een aantal doelstellingen, zoals het bouwen van voldoende betaalbare en duurzame woningen. Middels het sluiten van regionale Woonakkoorden voor de periode 2021-2025 wil de provincie de regionale samenwerking bevorderen. De acht gemeenten in Zaanstreek-Waterland hebben besloten hier samen met de provincie invulling aan te geven aan de hand van vier thema's: 1.

2.

Nieuwbouw / woningbouwprogrammering a. werken aan de eigen én regionale woningbehoefte b. zoveel mogelijk binnenstedelijk bouwen, met ruimte voor uitzonderingen c. zoveel mogelijk bouwen in de nabijheid van OV-knooppunten en stadsharten d. versnellen van de woningbouwproductie e. werken aan stedelijke vernieuwing en leefbaarheid Betaalbare voorraad a. werken aan de gewenste ontwikkeling van de sociale woningvoorraad

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

bestemmingsplan Purmerdijk 3 - 2023 vastgesteld

3.

4.

b. werken aan regionale woonruimteverdeling wonen en zorg a. werken aan de huisvesting van senioren b. werken aan de huisvesting van bijzondere doelgroepen duurzaamheid, klimaatadaptatie, circulair bouwen. a. werken aan klimaatneutrale, klimaatadaptieve, circulaire en natuur- en landschapsvriendelijke nieuwbouw b. werken aan de opwekking van duurzame energie in de regio c. werken aan de verduurzaming van bestaande woningvoorraad d. werken aan een gezonde leefomgeving

4.3.2.2 Toetsing aan de Metrolpoolregio Amsterdam en het Woonakkoord regio Zaanstreek-Waterland en provincie Noord-Holland 2021-2025 Uit het Woonakkoord blijkt dat er binnen de regio vraag is naar huisvesting van senioren. Het project draagt met de bouw van een tweede woning hieraan bij. Hiermee wordt tevens ingespeeld op de vraag van zorg in de toekomst van de (schoon)ouders van de initiatiefnemers. Dit zorgt dat de (schoon)ouders op den duur langer thuis kunnen blijven wonen. Al met al wordt geconcludeer dat de voorgenome ontwikkeling in overeenstemming met het Woonakkoord regio Zaanstreek-Waterland en provincie Noord-Holland 2021-2025 is.

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1

Structuurvisie Purmerend 2005-2020

4.4.1.1 Algemeen In de Structuurvisie Purmerend 2005-2020, vastgesteld op 2 maart 2006, heeft de gemeenteraad van Purmerend een toetsingskader neergelegd voor gewenste en bestaande ontwikkelingen binnen de gemeente. In de structuurvisie worden vier ambities verwoord die leidend dienen te zijn bij de ontwikkeling van de stad Purmerend tot 2020. 1.

Purmerend is het centrum van Waterland: Uiteen wordt gezet dat Purmerend wil investeren in haar functies waarin zij een regionale rol heeft, om de positie als centrum van Waterland te behouden. De manier waarop Purmerend dit wil bereiken is door te investeren in een veelzijdig, herkenbaar en toegankelijk centrum met kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte en door te streven naar een hoog niveau van voorzieningen in zowel het centrum als in andere delen van de stad. 2. Purmerend werkt aan een evenwichtigere woon-werkbalans. In de structuurvisie wordt beschreven dat Purmerend voor de werkgelegenheid sterk afhankelijk is van Amsterdam. Dit is een kwetsbaar punt. Belangrijk is daarom dat Purmerend haar economische punten verder ontwikkelt. Dit is onder meer van belang voor jongeren die in Purmerend zijn geboren en zich nu op de arbeidsmarkt gaan begeven, omdat zij meer geneigd zullen zijn om in Purmerend te werken. 3. Purmerend versterkt haar verbindingen in groen, blauw en grijs. Gesteld wordt dat de kwaliteit van de ligging van de stad veel beter benut kan worden. De kwaliteiten van het buitengebied zijn in de wijken ruimschoots aanwezig, maar zijn op het niveau van de stad te weinig herkenbaar en andersom worden de kwaliteiten van de stad daarbuiten nauwelijks (h)erkend.

Uiteen wordt gezet dat de aantrekkelijke ligging van Purmerend veel meer benut kan worden om de kwaliteit van het wonen in de stad te verhogen, om de kansen voor toerisme te vergroten en om het beeldmerk van de stad neer te zetten. Tevens wordt gesteld dat het versterken van de stedelijke structuren kan helpen mensen zich meer verbonden te laten voelen met hun stad en om een betere oriëntatie te krijgen op de stad en haar omgeving. 4. Purmerend kiest voor bloei in plaats van groei. Purmerend heeft zich decennia lang gericht op groei. Nu moet de omslag komen naar het investeren in identiteit en kwaliteit. Beschreven wordt dat het doel niet langer is om woningen te bouwen en nieuwe wijken te ontwikkelen, maar toe te werken naar een complete stad die op basis van kwaliteit de concurrentie aan kan met de steden in de omgeving en die toegesneden is op de demografische veranderingen. In 2013 is de strategische plankaart, behorende bij de structuurvisie Purmerend 2005 - 2020, als eerste stap BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

bestemmingsplan Purmerdijk 3 - 2023 vastgesteld in het proces om te komen tot en vooruitlopend op een integrale herziening, aangepast aan de actuele stand van zaken. Het betreft een beleidsneutrale actualisering, waarbij op de plankaart de wijzigingen zijn verwerkt, die in de achterliggende periode (sinds 2006) doorgevoerd zijn in of op grond van het gemeentelijk beleid. Deze kaart gaat vergezeld van een toelichting daarop. De speerpunten van het Woonprogramma uit de Structuurvisie Purmerend 2005-2020 zijn: 1.

meer differentiatie in woonmilieus aanbrengen door toevoegen of herstructureren naar centrumstedelijke woonmilieus, woningen in lage dichtheden, starterswoningen, duurdere huur- en koopwoningen en seniorenwoningen; 2. inzetten op behoud van het suburbane wonen, groen en rustig, dit kan door dit mee te nemen in de plannen voor de herstructurering van de wijken; 3. nieuwe concepten voor het combineren van wonen en zorg ontwikkelen In Zaanstreek-Waterland als geheel neemt de woningbehoefte volgens de prognose van de provincie Noord-Holland in de periode 2015-2025 toe met 12.760 woningen (6.900 tot 2020 en 5.860 tot 2025). In de tien jaar daarna gaat het om nog 8.600 woningen. Dat is in totaal bijna 20.000 woningen tot 2035. Onderhavige ontwikkeling levert een bijdrage aan het eerste speerpunt. 4.4.1.2 Toetsing aan de Structuurvisie Purmerend 2005-2020 Als één van de opgaves wordt genoemd dat Purmerend kiest voor bloei in plaats van groei. Dit betekent dat Purmerend de omslag maakt om te investeren in identiteit en kwaliteit. Voorliggende ontwikkeling zorgt voor verbetering van ruimtelijke kwaliteit aan en rondom de Purmerdijk 3. Een locatie met vervallen bebouwing wordt opgeknapt en leefbaar gemaakt. De twee beoogde woningen krijgen dan ook een groot volume en een eenvoudige kap daarnaast wordt de nok haaks op de Purmerdijk gesitueerd.

De beoogde bebouwing sluit hiermee aan bij de historische bebouwing langs de Purmerdijk. Daarnaast draagt de gewenste ontwikkeling bij aan de woningbehoefte in Purmerend, wat bijdraagt aan ambitie 4 'complete stad'. Al met al wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling bijdraagt aan de doelen uit de structuurvisie. 4.4.2

Ruimte voor Purmerend (omgevingsagenda voor Purmerend richting 2040)

Het stuk 'Ruimte voor Purmerend (omgevingsagenda voor Purmerend richting 2040) is een dynamische agenda die naast politiek-bestuurlijke focus vooral duidelijkheid biedt over de ambities van de gemeente Purmerend. Purmerend wordt hierin neergezet als compacte woonstad met sterke OV-verbindingen naar de hoofdstad maar ook uitstekende fietsverbindingen naar de omgeving en buitengebied. Een stad waarin de wijken een zelfvoorzienend karakter hebben op het gebied van voorzieningen. Aan bovenstaande beschrijving kunnen troeven en waardevolle aspecten worden toegevoegd waaruit ambities voortvloeien. De nabijheid van Amsterdam, het voorzieningenaanbod, het OV-netwerk en de betaalbare woningvoorraad zijn bekende troeven. Waardevolle aspecten zijn het dorpse karakter, de tevredenheidsstabiliteit en het brede scala en diversiteit van voorzieningen, omgeving en activiteiten. De ambities die hieruit zijn geformuleerd (samengevat): De urgentie en noodzaak om verder te bouwen aan woongelegenheid in een grotere diversiteit voor zowel huidige als toekomstige generaties; een flink deel van de opgave dient plaats te vinden in het bestaande stedelijke gebied. Regionale functie van 'de zorg' waarborgen.

De compacte en consequente wijkstructuur van Purmerend leent zich al goed voor dagelijkse voorzieningen en zorg (ziekenhuis, EHBO, verpleeghuis, opvang o.m.), voldoende aangepaste huisvesting is ook aanwezig. De ambitie is om deze regionale functie met het oog op de toekomst (vraag naar zorg) te behouden en versterken. Versterking van de toeristische sector door Purmerend als pleisterplaats en verblijfsstad op de kaart te zetten voor iedereen die Laag Holland bezoekt. Om vorm te geven aan de groei van Purmerend worden scenario's bekeken. Gelet op de ladder voor duurzame verstedelijking ligt intensivering van (vastgoed in) de bestaande stad als eerste mogelijkheid voor de hand en vervolgens wordt het verstedelijken van de randen nader als mogelijkheid bezien.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

24

bestemmingsplan Purmerdijk 3 - 2023 vastgesteld 4.4.2.1 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsagenda Ruimte voor Purmerend Onderhavig plan voorziet in het ontwikkelen van woongelegenheid in bestaand stedelijk gebied. Gezien de woningbehoefte van circa 10.000 woningen in Purmerend, als onderdeel van de woningbouwtaakstelling van de Metropoolregio Amsterdam, is er behoefte aan de extra woning die in het plangebied wordt gerealiseerd. Het voornemen is daarmee in overeenstemming met de 'Agenda: Purmerend koers naar 2040'. 4.4.3

Woonvisie 2017-2022

4.4.3.1 Algemeen In de Woonvisie Purmerend 2017-2022 heeft de gemeente haar visie tot 2022 op het gebied van wonen geformuleerd. De gemeente wil een prettige woonstad blijven, de vraag naar woningen van inwoners goed kunnen blijven bedienen en een bijdrage leveren aan de regionale woningbouwopgave. Veel aandacht gaat uit naar de positie van huishoudens die zichzelf niet of moeilijk kunnen redden op de woningmarkt. In een aantal speerpunten heeft Purmerend deze ambitie verder uitgewerkt: 1. 2. 3.

4. 5.

6. 7. 8.

Purmerend wil kansen voor woningzoekenden die nauwelijks aan een woning kunnen komen verbeteren, zowel in de huur als de koop. Purmerend streeft naar voldoende aanbod in de koopsector, zodat de koopprijzen betaalbaar blijven voor op Purmerendse huishoudens en de woningmarkt in beweging blijft. Purmerend wil een bijdrage leveren aan de regionale woningbouwopgave en de kwaliteit van de stad versterken door de bouw van 10.000 woningen. Hierdoor kan de differentiatie in het aanbod worden vergroot en de woningvoorraad meer passend worden gemaakt voor de toekomstige bevolkingssamenstelling. Purmerend wil waarborgen dat mensen in een zorgvoorziening kunnen uitstromen naar een woning, zodat zij geen zorgplaatsen bezet houden of vanuit een zorgtraject dakloos worden. Purmerend biedt een vangnet voor mensen die tijdelijk of structureel ondersteuning nodig hebben, samen met iemands netwerk. De zorg die de gemeente biedt is maatwerk. De huisvesting is geen maatwerk, maar moet wel passend zijn. In Purmerend moet elke woningzoekende voldoende informatie hebben om zijn woonwens te kunnen realiseren. Purmerend streeft ernaar de bestaande voorraad woningen in goede conditie te houden en te verduurzamen. Doorgaan met wat goed werkt.

4.4.3.2 Toetsing aan de Woonvisie 2017-2022 De voorgenomen ontwikkeling betreft de splitsing van een woonperceel ten behoeve van de realisatie van een tweede woning. De gewenste ontwikkeling draagt bij aan de ambitie van de gemeente Purmerend om 10.000 woningen te bouwen. Daarnaast zorgt de realisatie van de woning dat de (schoon)ouders op den duur langer thuis kunnen blijven wonen en geen zorgplaatsen bezet houden. De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met de Woonvisie 2017-2022 van de gemeente Purmerend.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

25

bestemmingsplan Purmerdijk 3 - 2023 vastgesteld 4.4.4

Visie Leefbare Stad 2040

4.4.4.1 Algemeen Gemeente Purmerend heeft tot 2040 een bouwopgave van 10.000 woningen. De stad gaat verdichten, en de druk op de openbare ruimte wordt groter. Bovengronds doordat meer mensen gebruik gaan maken van dezelfde openbare ruimte. Ondergronds omdat er uitbreiding van kabels, leidingen, riolering en stadsverwarming nodig is. Het groen in de stad staat onder druk. Daarnaast treedt er klimaatverandering op. De kans op wateroverlast, hittestress en droogte in de stad wordt groter. Dit vraagt om een andere inrichting van het openbare gebied, gebouwen en de particuliere terreinen. Op 26 maart 2020 is de Visie Leefbare Stad 2040 (Steen en groen in balans voor een leefbaar en aantrekkelijk Purmerend) door de raad vastgesteld. In deze visie worden de kansen benoemd hoe steen en groen in balans blijven voor een leefbare stad. Het is een overkoepelend plan dat een stip op de horizon richting 2040 weer geeft, kansen benoemd en vier uitwerkingen kent: 1. Bomenplan, 2. Klimaatadaptatieplan, 3. Parkenplan 4. Natuurinclusief bouwen. Met de vaststelling van de visie zal in vervolg bij elke ontwikkeling in de stad onderbouwd moeten worden wat er is gedaan op het gebied van bomen, parken, klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen. 4.4.4.2 Bomenplan 2020-2040 Op 25 maart 2020 heeft de gemeenteraad het Bomenplan Purmerend 2020-2040 vastgesteld.

Het doel van het Bomenplan is om de komende decennia een kwalitatief goed bomenbestand te waarborgen. In het Bomenplan worden de uitdagingen en kansen voor het bomenbestand beschreven. Boomziektes, bouwwerkzaamheden en slechte groeiplaatsen zijn de reden dat veel bomen de komende jaren zullen uitvallen. Voor goed beheer zijn een aantal zaken nodig: goede ondergrond en ruimte zodat bomen oud kunnen worden, de juiste soort bomen die aansluiten op de ecologische structuren en die ziektes geen tot weinig kans geven, en tenslotte integraal plannen van projecten. De nadruk ligt op kwaliteit (gezonde grote bomen) en integraliteit (stedelijke bijdrage en samenwerken). Kwaliteit gaat voor kwantiteit. Het beheer wordt in eigen onderhoud gedaan en bomen kopen we zelf in zodat de kwaliteit en veiligheid binnen de organisatie geborgd is. Er worden bomen vervangen, maar alleen met een juiste groeiplaats en wanneer er voldoende ruimte is onder- en bovengronds. Het doel is om de gemiddelde leeftijd van het bomenbestand fors te verhogen. De groeiplaats is zo ingericht dat de boom minstens 60 jaar kan groeien. We investeren dus in de bodem. Parken zijn een belangrijke plek voor grote, monumentale bomen. Waardevolle bomen worden zoveel mogelijk behouden. Tenslotte is ecologie een belangrijk onderdeel van het beheer.

Integraal plannen van projecten betekent dat bomen aan de voorkant van alle projecten worden meegenomen, zowel in beheerprojecten als nieuwbouw- en infrastructuurprojecten. In alle projecten wordt rekening gehouden met de uitgangspunten uit het Bomenplan. Groen en bomen zijn niet het sluitstuk of 'opvulling' van een ontwerp: ze zijn van groot belang voor de leefbaarheid van de stad. 4.4.4.3 Klimaatadaptatieplan Zaanstreek Waterland en Purmerend 2021-2024 Op 17 december 2020 heeft de gemeenteraad van Purmerend het Klimaatadaptatieplan Zaanstreek Waterland en Purmerend 2021-2024 vastgesteld. Hierin wordt beschreven hoe de regio en de gemeente Purmerend zich voorbereiden op een veranderend klimaat. Het bevat de uitgangspunten en maatregelen die nodig zijn om de schadelijke effecten van hevige neerslag, extreme hitte, langdurige droogte en zeespiegelstijging zoveel mogelijk te beperken. In lijn met het landelijke Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is het klimaatadaptatieplan gebaseerd op de klimaatscenario's van het KNMI voor 2050. De ambitie is om in 2050 een klimaatbestendig en waterrobuuste gemeente te zijn. In regionaal verband zijn leidende principes geformuleerd en doorvertaald naar vier uitgangspunten voor een klimaatadaptieve gemeente, zoals meer groen en meer ruimte voor water in de stad, klimaatadaptief maatwerk en gedeelde verantwoordelijkheid.

De gemeente kiest bijvoorbeeld voor meer BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

26

bestemmingsplan Purmerdijk 3 - 2023 vastgesteld bomen, meer ruimte voor tijdelijke wateropvang, het hanteren van het MRA basisveiligheidsniveau klimaatbestendige nieuwbouw (aanvulling bouwbesluit, bijlage I) en het stimuleren van vergroening onder particulieren. Aan het lokale plan is een uitvoeringsagenda met maatregelen, projecten en onderzoeken verbonden. Klimaatadaptatie dient in elk project meegenomen te worden. Op welke manier dit gebeurt is afhankelijk van zaken als de gebouwdichtheid, de grond en de ontwerpruimte. In de toelichting van dit plan dient te worden aangegeven op welke manier rekening is gehouden met klimaatadaptatie. 4.4.4.4 Toetsing van het initiatief aan de Visie Leefbare Stad en de uitwerkingen De voorgenomen ontwikkeling gaat niet gepaard met het kappen van bomen. De voorgenomen ontwikkeling zorgt voor de sloop van vervallen, in slechte staat verkerende bebouwing. Hiervoor in de plaats wordt bebouwing gerealiseerd dat aan de huidige duurzaamheidseisen en -standaarden voldoet. Het plangebied blijft groen ingericht en draagt daarmee bij aan klimaatadaptatie. Al met al wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de Visie Leefbare stad en bijbehorende uitwerkingen. 4.4.5

Bomenlijst

4.4.5.1 Algemeen Purmerend heeft een bomenlijst. Op deze kaart staan de waardevolle bomen van de stad. De kap van deze bomen is alleen toegestaan met een ontheffing op het kapverbod. Om deze waardevolle bomen ook anderszins te beschermen dient bij nieuwe ontwikkelingen - in het geval dat er zich waardevolle bomen in of in de nabijheid van het plangebied bevinden - m.b.t. die beschermde bomen een Bomen Effect Analyse (BEA) conform het handboek Bomen van het norminstituut Bomen te worden uitgevoerd. Een BEA is een gestandaardiseerde beoordeling die alle mogelijke effecten van de bouw of aanleg op het duurzaam voorbestaan van de boom in beeld brengt. Hierin wordt ook omschreven hoe de nadelige effecten tot een minimum kunnen worden beperkt. Bovendien wordt onderzocht wat het meest boomvriendelijke alternatief is. De uitkomsten van die BEA dienen te worden verwerkt in de toelichting op het bestemmingsplan en indien noodzakelijk ook in de regels van het bestemmingsplan (voorwaardelijke verplichting). 4.4.5.2 Toetsing aan de Bomenlijst De gewenste ontwikkeling gaat niet gepaard met de kap van beschermde bomen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

27

bestemmingsplan Purmerdijk 3 - 2023 vastgesteld

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

28

bestemmingsplan Purmerdijk 3 - 2023 vastgesteld

Hoofdstuk 5

Milieu- en omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, bedrijven en milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, water en Besluit milieueffectrapportage.

5.1

Geluid

5.1.1

Wettelijk kader

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 5.1.2

Situatie plangebied

De beoogde woningen worden op basis van de Wgh aangemerkt als een geluidsgevoelig object. Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op de aspecten wegverkeer-, railverkeer- en industrielawaai als bedoeld in de Wgh. 5.1.2.1 Industrielawaai In de omgeving van het plangebied is geen gezoneerd bedrijventerrein, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, aanwezig. Het aspect industrielawaai is niet van toepassing. Wat betreft de invloed van individuele bedrijven op de woningen wordt verwezen naar paragraaf 5.5 (milieuzonering). 5.1.2.2 Railverkeerslawaai Railverkeerslawaai wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten omdat in de nabije omgeving van het plangebied geen spoorlijn aanwezig is. 5.1.2.3 Wegverkeerslawaai In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte is opgenomen in onderstaande tabel. Wettelijke geluidszones van wegen:

De hiervoor genoemde zones gelden niet voor: wegen die zijn aangeduid als woonerf (art 74.2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2).\ Het plangebied ligt niet binnen een wettelijke geluidszone van een weg. De Purmerdijk loopt voor het plangebied langs. Dit betreft een voor auto's doodlopende weg. De Purmerdijk zal dan ook uitsluitend door BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

29

bestemmingsplan Purmerdijk 3 - 2023 vastgesteld bestemmingsverkeer worden gebruikt en een lage verkeersintensiteit kennen. De geluidbelasting op de gevel zal dan ook ruim onder de 48 dB blijven als gevolg van de Purmerdijk. Gelet op vorenstaande is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied wat betreft het aspect wegverkeerslawaai. 5.1.3

Conclusie

Met inachtneming van het treffen van gevelmaatregelen, vormt de Wet geluidhinder geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

5.2

Bodem

5.2.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. 5.2.2

Beleidskader

Op 7 mei 2020 is het nieuwe bodembeleid vastgesteld door de gemeenteraad. Deze stukken, bestaande uit de “Bodemkwaliteitskaart gemeente Purmerend en “Nota bodembeheer Purmerend”, bevatten de regels om grondverzet binnen Purmerend plaats te laten vinden zonder dat daar extra bodemonderzoek noodzakelijk is. De bodemkwaliteitskaart is gebaseerd op bodemonderzoek, en daarin zijn ook de PFAS- en PFOA-gerelateerde stoffen meegenomen. Daarbij heeft de gemeenteraad ook de Bodemkwaliteitskaart van de gemeente Beemster geaccepteerd als erkend bewijsmateriaal van de bodemkwaliteit. Hierdoor is voor veel locaties uitwisseling van grond tussen Purmerend en Beemster mogelijk zonder extra bodemonderzoek. Het bodembeleid is voornamelijk generiek (wat schoon is, moet schoon blijven). Voor de rijkswegen, spoorbanen en grond in eigendom van het Hoogheemraadschap zijn uitzonderingen daarop gemaakt en is het beleid specifiek (meer grondverzet mogelijk). In Beemster is het beleid voor alle locaties specifiek. 5.2.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13947144/1