D -bestemmingsplan-wormerweg-27-toelichting-bijlagen
Tekst van het document
WORMERWEG 27, WESTBEEMSTER bestemmingsplan
Wormerweg 27, Westbeemster bestemmingsplan
Plannaam:
Wormerweg 27, Westbeemster
ID code:
NL.IMRO.0439.BPWormerweg27-VA01
Gemeente:
Purmerend
Plan gemaakt door:
DLV Advies
Versie:
Vastgesteld
Datumn:
29-06-2023
Inhoudsopgave Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6
Situatietekening op schaal Landschappelijk inrichtingsplan Natuurvergunning Stikstofdepositieonderzoek Watertoets Abc-beoordelingsadvies
3 4 6 20 46 84 87
2
Bijlagen bij de toelichting
3
Bijlage 1
Situatietekening op schaal
4
HWA naar de sloot
1.50 0
1.50 0
ops lag lood s
6.0 40
sleu fsilo
sleu fsilo
sleu fsilo
perssapopvang naar de Kelder
2.1 80 1.2 00
HWA naar de sloot
Bes taan d
1.50 0
27-05-2020
GSPublisherEngine 0.0.100.100
Bijlage 2
Landschappelijk inrichtingsplan
6
ERFINRICHTINGSPLAN WORMERWEG 27
PLANLOCATIE
WORMERWEG 27 De planlocatie is een bedrijfserf aan de Wormerweg in Westbeemster. Het erf bestaat uit een karakteristieke stolpboerderij uit 1880 en agrarische schuren die de laatste 25 jaar zijn gerealiseerd. Het perceel heeft een oppervlakte van ca. 2,25 ha. Op basis van het geldende bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 partiële herziening 2021 (vastgesteld 26 oktober 2021) is op het perceel een bouwvlak van 1 ha aanwezig. Het initiatief betreft de uitbreiding van de bebouwing op het erf met een nieuwe loods en sleufsilo’s deels buiten het bouwvlak. Hiervoor is een erfinrichtingsplan noodzakelijk.
Wormerweg 27 Westbeemster erfinrichtingsplan 20221012
HUIDIGE SITUATIE
WORMERWEG 27
dichte windsingels
ops
lag
ops
lag
melkveestallen
ops
lag
karakteristieke stolpboerderij
Wormerweg 27 Westbeemster erfinrichtingsplan 20221012
BEELDEN BEDRIJFSERF
WORMERWEG 27
Situatie ca. 2000
Situatie heden
Wormerweg 27 Westbeemster erfinrichtingsplan 20221012
Karakteristieke stolpboerderij
LIGGING IN DE OMGEVING
WORMERWEG 27
Volgerweg vanaf Westdijk
Wormerweg richting zuiden
Wormerweg richting noorden De Wormerweg is een van de polderwegen in de Beemster. Kenmerkend voor de Beemster is het vierkante raster (grid) van waterlopen, wegen en rechthoekig poldervlak. De polderwegen zijn gelijkwaardig ingericht met sterke laanbeplantingen en worden begeleid door transparante (lint) bebouwing.
Wormerweg 27 Westbeemster erfinrichtingsplan 20221012
HISTORISCHE ONTWIKKELING
WORMERWEG 27
topografische kaart ca. 1925
topografische kaart ca. 2000
Wormerweg 27 Westbeemster erfinrichtingsplan 20221012
huidige situatie
CONTEXT landschap en cultuurhistorie
WORMERWEG 27 De Beemster werd in 1612 als eerste van de reeks grote droogmakerijen van de Gouden Eeuw drooggelegd. De kernkwaliteiten van de Beemster werden verbeeld op de kopergravure ‘Bedyckte Beemster’ uit 1644. Het slotenpatroon, de verdeling van de erven over de polder en zelfs de indeling van de erven zelf zijn uit de kaart te herleiden: •
• • landschappelijk ensemble (bron: Leidraad Landschap en Cultuurhistorie Noord-Holland
•
de Beemster is een droogmakerijenlandschap met een raster met gelijkwaardige wegen en vaarten die allemaal beplant zijn. De geometrische indeling komt op verschillende schaalniveaus terug in sloot- en wegenpatroon, kavelverdeling, -inrichting en de bebouwing; de vierkante opzet van de erven met een vaste situering van de boerderijen (stolpen) in de Beemster is uniek; de hoger gelegen, beplante, wegen vormen de ruimtelijke dragers van het landschap; de laanbeplanting en bebouwing langs rasterwegen begrenzen de openheid. Hierdoor ontstaan grote vierkante ‘kamers’ met daarbinnen een verdere opdeling in rechthoekige kavels.
De zuidelijke begrenzing van de Beemster vormt onderdeel van de Liniedijk van de Stelling van Amsterdam, waar deze door Laag-Holland loopt. De Beemster is onderdeel van het inundatiegebied van de Stelling van Amsterdam. De planlocatie Wormerweg 27 grenst aan de UNESCO begrenzing Stelling van Amsterdam.
uitsnede uit kopergravure ‘Bedyckte Beemster’ 1664
Wormerweg 27 Westbeemster erfinrichtingsplan 20221012
ERFINRICHTINGSPLAN
WORMERWEG 27
+ +
uitdunnen windsingel toevoegen bomen
+ + +
nieuwe boomgaard en (houten) hek
gro ndw al
+ +
o’s
+
ufs il
+ +
sle
+Lorem ipsum
‘poortwachter’ + + + +
+ +
+
+
+
+ +
+
+ +
+ +
+
+ +
nieuwe erfbeplanting
+ + + +
Wormerweg 27 Westbeemster erfinrichtingsplan 20221012
+
+ +
+
+
+ +
+
+
BEEMSTER ALS GEHEEL
WORMERWEG 27 Het erfinrichtingsplan houdt als volgt rekening met de polderstructuur: De polderstructuur bestaat uit een vierkant raster (grid) van waterlopen, wegen en rechthoekig poldervlak. Het raster is gevormd door klassieke en renaissance ordeningsprincipes en werkt door in de erfinrichting en plassegrond van de stolpboerderij. Door deze opzet vormt de Beemster een samenhangend geheel. De ‘Kopergravure-sloten’ (voorsloot en kavelsloten) vormen de rand van het perceel. De beplanting langs de Wormerweg en de Volgerweg in de vorm van stevige bomenrijen vormen een duidelijke visuele begrenzing. De beplanting langs de Volgerweg is recentelijk verjongd en zal binnenkort weer de allure van een stevige bomenrij hebben. De stolpboerderij staat aan de kopse kant van het perceel. Het erf wordt naar achteren uitgebreid.
Wormerweg 27 Westbeemster erfinrichtingsplan 20221012
NIVEAU BEEMSTER KAMER
WORMERWEG 27 Het erfinrichtingsplan houdt als volgt rekening met de openheid van de polderkamer: De Beemster wordt gekenmerkt door zeer grote openheid, ondervereeld in open kamers van 1800 bij 1800 meters. Deze open kamers worden omlijst door de stevige laanbeplantingen langs de wegen. Met de uitbreiding van het erf wordt de openheid van de groene kamer niet aangetast. Vanaf de wegen is goed zicht langs het erf mogelijk. Op het erf zelf zorgen erfpaden voor doorzicht over het erf.
Wormerweg 27 Westbeemster erfinrichtingsplan 20221012
NIVEAU BEEMSTER ERF
WORMERWEG 27 Het erfinrichtingsplan sluit als volgt aan op de karakteristieke Beemster erfindeling:
+ +
+ + + + +
8
+
7
+
+
+Lorem ipsum
6 + + + +
+ +
+
+
+
+ +
+
+
5
+
+ +
+
+
7
1
+ +
+
+ +
+ +
2
+
3
+ +
+
Wormerweg 27 Westbeemster erfinrichtingsplan 20221012
+ +
4
+
5
1. representatief voorerf en functioneel achtererf 2. monumentale en typerende stolpboerderij herkenbaar vanaf de weg 3. begroeide oever tot slootkant 4. herstel boomgaard naast boerderij, toevoegen hek 5. herstel ‘poortwachters’ 6. nieuwe agrarische bebouwing achter de stolp 7. nieuwe beplanting erfranden 8. groene uitstraling erf, verharding achter groene wal
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING
WORMERWEG 27
watercompensatie 287 m2 verbreden sloten met 1,19 m1
+ +
+ + + + + + + + +
+ + + +
+ +
+
+
+
+ +
+
+ +
+ +
+
+ + + + + +
Wormerweg 27 Westbeemster erfinrichtingsplan 20221012
+
+ +
+ +
+
+ +
+
WORMERWEG 27
Erfinrichtingsplan Wormerweg 27 Westbeemster 12 oktober 2022
HzA Stedebouw & Landschap Achterstraat 26A 1621 GH Hoorn Tel: 0229-216757 E-mail: info@hzabv.nl Web: www.hzabv.nl
Wormerweg 27 Westbeemster erfinrichtingsplan 20221012
Bijlage 3
Natuurvergunning
20
Ë odij rnond OMGEV¡NGSDIENST IJMONÐ
Omgevingsvergunning voor het veranderen van een inrichting met een verklaring van geen bedenkingen voor de Natuurbeschermingswet W., C. en N. van Dam (Vof. Van Dam) Wormerweg 27 Westbeemster
Opgesteld in opdracht van: Gemeente Beemster
Door Omgevingsdienst IJmond: Stationsplein 48b Postbus 325 1940 AH Beverwijk
T 0251 263863 F 0251 263888 E info@odijmond.nl I www.odijmond.nl
€ odij mond OMGEVINGSDI ENST IJMOND
Inhoud
I. Beschikking
a. Onderwerp b. Beoordeling van de aanvraag c. Procedure d. Milieuhygiënischtoetsingskader e. Milieubelasting f. Voorbereiding g. Adviezen en zienswijzen h. Wijziging ten opzichte van de ontwerpbeschikking ¡. Beschikking
3 3
4
t4 t4 t4 19 19 19 19
II. Begripsbepalingen
22
III. Voorschriften 1. Algemeen 2. Opslag van bedrijfsstoffen
24 24 25
Omgevingsvergunning m¡lieu I W., C. en N. van Dam, Vof Van Dam, Wormerweg 27 te Westbeemster Pagina 2 van 25
oÐ odij mond OMGEVINGSDI ENST IJMON D
I. Beschikking Onderwerp Op 9 november2015 heeftW., C. en N. van Dam, Vof. Van Dam (hierna: Vof Van Dam) een aanvraag bij gemeente Beemster ingediend met OLO-nummer 1989555 voor het
veranderen van de omgevingsvergunning van 22 december 2014 voor het inwerking hebben van een melkveehouderij aan Wormerweg 27 te Westbeemster, ingevolge de
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo). De aanvraag betreft het uitbreiden van de veestapel, te weten Huidige vergunde veestapel :
. . .
Jongvee (4.3) < 2 jaar = 100 stuks Melkkoeien (A1.17) > zjaar = 350 Totaal 330 stuks
Gevraagde uitbreiding veestapel : . Jongvee (4.3) < 2 jaar = - 36 stuks
. ¡
Melkkoeien (A1.17) > 2jaar = + 230 stuks
Totaal 194 stuks
Totaal gewenste veestapel :
. . .
Jongvee (A.3) < 2 jaar = 64 stuks Melkkoeien (A1.17) > 2 jaar = 580
Totaal: 644 stuks
Het betreft een enkelvoudige aanvraag, omdat de noodzakelijke omgevingsvergunning
voor het onderdeel bouwen op 23 juni 2OL4 door gemeente Beemster is verleend. De aanvraag De aanvraag bestaat uit het aanvraagformulier met OlO-nummer 1989555 en de daarbij
opgenomen bijlagen. Op 25 januari 2016 verzochten wij per brief, met kenmerk HNI/ODIJ-2075-24444-22865, de aanvraag op onderdelen aan te vullen. De gevraagde aanvullingen zijn opgenomen in de toelichting op de aanvraag van 14 april 2016 en in de aanmeldingsnotitie mer-beoordeling Wormerweg 27 te Westbeemster, die wij 30 juni 2016 hebben ontvangen. Op 28 januari 2016 hebben wij per brief laten weten dat een besluit op de aanvraag pas
kan worden genomen, nadat over de milieugevolgen van de voorgenomen wijziging een
milieueffectrapport is opgesteld, conform artikel 7.17, eerste lid, Wet milieubeheer.
Omgevingsvergunning milieu I W., C. en N. van Dam, Vof Van Dam, Wormerweg 27 te Westbeemster pag¡na 3 van 25
ot odij mond OMGEVI NGSDI ENST IJMON D Ap 26 februari 2016 is namens de aanvrager een zienswijze ingediend die strekt tot het opstellen van een aanmeldingsnotitie Mer-beoordeling (hierna: Mer-beoordeling), waaruit moet blijken of een milieueffectrapport noodzakelijk is. Op 13 mei 2016 ontvingen wij via gemeente Purmerend de aanmeldingsnotitie voor de Mer-beoordeling. Op 16 juni 2016 verzochten wij deze aanmeldingsnotitie aan te vullen. Op 30 juni 2016 ontvingen wij de definitieve aangevulde Mer-beoordeling van Rho Adviseurs BV. Op basis van de aanmeldingsnotitie besloten burgemeester en wethouders van
gemeente Beemster dat voor de onderhavige aanvraag het opstellen van een volwaardig
niet noodzakel ijk is. Het betekent dat in de aanmeldingsnotitie is aangetoond dat de aangevraagde uitbreiding geen nadelige milieugevolgen heeft die noodzaken tot het opstellen van een milieueffectrapport. De beslissing op de Mer-beoordeling wordt onderdeel van de aanvraag; de verplichting in de brief van 28 januari 2016 vervalt. M ilieueffectrapport
Vergunningsituatie De vigerende vergunning bestaat uit:
. .
Oprichtingsvergunning van 22 december 2OO4 Veranderingsvergunning van 23 juli 2013
De onderhavige veranderingsvergunning heeft uitsluitend betrekking op de aangevraagde veranderi ng.
b. Beoordeling van de aanvraag Inrichting De activiteiten van Vof Van Dam zijn aan te merken als een inrichting in de zin van de
Wet milieubeheer. De activiteiten die in de inrichting plaatsvinden zijn in bijlage I, onderdeel C, van het Besluit omgevingsrecht (Bor) genoemd en daarmee voor de Wabo als nadelig voor het milieu aan te merken, te weten:
.
8.1. onder a. Inrichtingen voor het kweken, fokken, mesten, houden, verhandelen, verladen of wegen van dieren.
Omgevingsvergunning De inrichting is vergunningplichtig op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wabo, omdat de activiteiten die in de inrichting plaatsvinden in bijlage I, onderdeel C, van het Bor zijn aangewezen als vergunningplichtig, te weten: . Categorie 8.3 inrichtingen aangewezen voor: h. het houden van meer dan 200 stuks melkrundvee, behorend tot de diercategorie A.1en A.2, genoemd in de regeling op grond van artikel l van de Wet ammoniak en veehouderij, waarbij het aantal stuks vrouwelijk jongvee tot 2 jaar niet wordt meegeteld.
Omgevingsvergunn¡ng milieu I W., C.en N. van Dam, Vof Van Däm, Wormerweg 27 te Westbeemster Pagina 4 van 25
or odij mond OMGEVI NGSDI ENST IJMON D
Activiteitenbesluit milieubeheer Aangezien de inrichting voor de Wabo vergunningplichtig is, is de inrichting een type C
zoals bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer (hierna: Activiteitenbesluit). Het betekent dat naast deze vergunning en de daarbij behorende voorschriften op een deel van de inrichting het Activiteitenbesluit van rechtswege van toepassing is. In het
Activiteitenbesluit is in ieder hoofdstuk aangegeven, welk deel van toepassing is op vergunningplichtige inrichtingen (Type C). Daarnaast heeft het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) het bevoegd gezag destijds geadviseerd om het Activiteitenbesluit als beleidskader bij vergunningverlening te beschouwen. Resumé
Op de onderhavige inrichting is onderstaande vergunning en besluit van toepassing
. .
Omgevingsvergunning
Activiteitenbesluit.
Richtlijn Industriële Emissies (hierna: RIE) De RIE noemt activiteiten binnen inrichtingen waarvoor de best beschikbare technieken
zijn beschreven die het bevoegde gezag aan de omgevingsvergunning milieu voor de betreffende inrichting moet verbinden. De nu aangevraagde dieren, melkrundvee vanaf 2 jaar en vrouwelijk jongvee tot 2 jaar, zijn niet genoemd in de RIE. Bevoegd gezag Het college van burgemeester en wethouders van Beemster is op basis van artikel 2.4 eerste lid van de Wabo, bevoegd gezag.
Bestemmingsplan / bouwvergunning e.d. Het betreft een enkelvoudige aanvraag omgevingsvergunning "milieu". Op 23 juli 2014 heeft gemeente Beemster een omgevingsvergunning voor het onderdeel bouwen verleend. Er is nu geen sprake van samenloop zoals bedoeld in artikel 2.7 van de Wabo Mi lieu effectrapportage
Wij hebben de aanvraag beoordeeld en gekeken of de activiteiten belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu die nopen tot uitvoeren van een Milieueffectrapportage (hierna: mer-beoordeling). De aangevraagde activiteiten zijn genoemd in bijlage I, onderdeel D, van het Besluit mer, in kolom D14, te weten:
.
het wijzigen of uitbreiden van een installatie voor het fokken, mesten of houden van dieren.
De bijbehorende drempelwaarden zijn :
. . .
200 stuks melk-, kalf- of zoogkoeien ouder dan 2 jaar 340 stuks vrouwelijk jongvee tot 2 jaar 340 stuks melk-, kalf- en zoogkoeien ouder dan 2 jaar en vrouwelijk jongvee tot
2 jaar
Omgevingsvergunning milieu I W., C. en N. van Dam, Vof Van Dam, Wormerweg2T te Westbeemster Pagina 5 van 25
o,o odij mond OMGEVINGSDI ENST IJMON D
De drempelwaarde van 200 melkkoeien ouder dan twee jaar en de drempelwaarde van
340 voor het totaal aantal stuks melkkoeien met jongvee wordt, als de onderhavige aanvraag wordt verleend, ruimschoots overschreden.
In de mer-beoordelingsnotitie van 30 juni 2016, met kenmerk 20151168, heeft Rho Adviseurs BV de milieugevolgen van de gevraagde activiteit beschreven. Burgemeester en wethouders van gemeente Beemster hebben op basis van de aanmeldingsnotitie en de onderhavige aanvraag besloten dat het opstellen van een volwaardig Milieueffectrapport niet noodzakelijk is. De in de mer-beoordelingsnotitie beschreven milieugevolgen worden overgenomen in deze beschikking. VVGB Natuurbeschermingswet (Nb-wet) Op grond van artikel 2.27, eersle lid, van de Wabo wijst het Bor categorieën van gevallen aan, waaryoor geldt dat een omgevingsvergunning niet wordt verleend, voordat Gedeputeerde Staten van Noord-Holland (hierna: GS) hebben verklaard dat daartegen geen bedenkingen zijn. Omdat het hier een geval betreft als vermeld in artikel 19d juncto artikel 47b Nb-wet, wordt de gevraagde omgevingsvergunning pas verleend nadat GS hebben verklaard dat daartegen geen bedenkingen zijn. Op 25 januari 2016 verzochten wij GS om een verklaring van geen bedenkingen (hierna
WGB) op te stellen voor de onderhavige aanvraag. GS hebben op 6 december 2016 de verklaring van geen bedenkingen afgegeven, met kenmerk RUD16.794046, waaruit blijkt dat er geen redenen zijn om de gevraagde vergunning voor de Natuurbescherm ingswet te weigeren. De overweging en toetsing voor de verklaring van geen bedenkingen van GS zijn hierna
vermeld. De voorschriften behorende bij de verklaring van geen bedenkingen zijn in onderdeel III van de onderhavige vergunning opgenomen. Beoordeling aanvraag Op grond van artikel 47bvan de Nb-wet is een verklaring van geen bedenkingen vereist
voor een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van projecten of andere handelingen die de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natura 2000-gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Zodanige projecten of andere handelingen zijn in ieder geval projecten of handelingen die de natuurlijke kenmerken van het desbetreffende gebied kunnen aantasten. Indien de wijziging en/of uitbreiding wel leidt tot een toename van effecten, dient de wijziging en/of uitbreiding passend te worden beoordeeld als bedoeld in artikel 19f Nbwet. Voor zover het om effecten vanwege stikstofdepositie gaat, wordt gebruik gemaakt van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) als bedoeld in art. 19kg Nb-wet.
Omgevingsvergunning milieu I W., C. en N. van Dam, Vof Van Dam, Wormerweg 2TteWestbeemster Pagina 6van 25
to odij mond OMGEVI NGSDI ENST IJMON D Verplichting verklaring van geen bedenkingen ln het kader van de Nb-wet is eerder een vergunning verleend voor de inrichting gelegen aan Wormerweg 27 te Westbeemster voor de PAS. Het projecteffect wordt bepaald op basis van alle nog niet in het kader van de Natuurbeschermingswet vergunde projecten
en andere handelingen. Dit betekent dat het projecteffect bepaald wordt door de depositie van 320 stuks melkvee op een emissiearm stalsysteem (A l.l0) in het stalcomplex en 64 stuks jongvee in een jongveestal. De 260 stuks melkvee op een
traditioneel systeem in het stalcomplex zijn al eerder vergund in het kader van de Nbwet en veranderen niet. Op basis van de bij de aanvraag gevoegde AERlUS-berekening hebben wij vastgesteld dat voor de Natura 2000 gebieden 'Eilandspolder', 'Wormer- en Jisperveld & Kalverpolder' en 'Noordhollands Duinreservaat' sprake is van een stikstofdepositie die hoger is dan de voor dat gebied geldende grenswaarde. Hierdoor is er sprake van een vergunningplicht voor de gevraagde activiteit met betrekking tot deze gebieden en is een verklaring van geen bedenkingen bij de omgevingsvergunning nodig. Voor de overige in de AERIUS-berekening genoemde Natura 2000 gebieden is op grond van het bepaalde in artikel 19kh, zevende lid, van de Nb-wet sprake van een vrijstelling van vergunningplicht, omdat het projecteffect op deze gebieden in de beoogde situatie onder de grenswaarde ligt. Inhoudelijke beoordeling aanvraag Voor de beoordeling van de aanvraag hebben wij gebruik gemaakt van de volgende bij de vergunningaanvraag ingediende gegevens:
. . .
Aanvraagformulier toetsing Nb-wet Wormerweg 27 Westbeemster; Melding PAS Wormerweg 27 Westbeemster Afschrift vergunning natuurbeschermingswet d.d. 31 maart 2014
(244030/340777)
.
Stikstofdepositieberekening Aerius Calculator Wormerweg 27 Westbeemster.
De aanvraag is getoetst aan de artikelen 2,2a, 19d t/m 199 en paragraaf 2a
Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) van de Nb-wet, de Regeling PAS, het Besluit grenswaarden PAS, de Beleidsregel toedeling ontwikkelingsruimte segment 2 Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) Noord-Holland 2015 (verder: Beleidsregel Noord-Holland). Identificeren mogelíj ke negatieve effecten De beoordeling van deze aanvraag beperkt zich tot de effecten van stikstofdepositie. Het
gaat hier om een aanvraag die stikstofdepositie veroorzaakt op Natura 2000 gebieden waarin een of meerdere habitattypen voorkomen waarvoor de nu geldende kritische depositiewaarde (KDW) wordt overschreden. Voor deze gebieden is de Programmatische Aanpak Stikstofdepositie (PAS) sedert 1 juli 2015 van toepassing.
Omgevingsvergunning milieu I W., C.en N. van Dam, Vof Van Dam, Wormerweg 27 te Westbeemster Pagina 7 van 25
oo odij mond OMGEVI NGSDI ENST IJMON D Beschermde gebieden De aanvraag heeft betrekking op de voor stikstof gevoelige Natura 2OOO-gebieden
'Eilandspolder', 'Wormer- en Jisperveld & Kalverpolder' en 'Noordhollands Duinreservaat'.
Natuurlijke kenmerken van de gebieden Voor een omschrijving van de doelen en hun staat van instandhouding wordt verwezen naar de gebiedendatabase. Programma Aanpak Stikstof (PAS)
Voor elk project (of andere handeling) dat zonder vergunning op grond van artikel 19d, eerste lid, van de Nb-wet in het verleden is gerealiseerd en niet is vrijgesteld van de vergunningplicht (artikel 19kh, zevende lid, van de Nb-wet), moet het bevoegd gezag alsnog beoordelen of een vergunning dan wel een verklaring van geen bedenkingen kan worden verleend. Dit geldt ook voor een uitbreiding van een bestaande activiteit, Indien het gaat om een project of andere handeling die stikstofdepositie veroorzaakt op een Natura 2000 gebied, waarin een of meerdere habitattypen voorkomen waarvoor de KDW wordt overschreden, is de PAS die per l juli 2015 in werking is getreden, van belang. De PAS bestaat uit een wijziging van de Nb-wet, alsmede uit het Besluit grenswaarde
Programmatische Aanpak Stikstof (verder: Besluit grenswaarde PAS), de Regeling Programmatische Aanpak stikstof (verder: Regeling PAS) en het Programma Programmatische Aanpak Stikstof 2OI5-20I7 (verder: programma). Aan het programma
ligt een passende beoordeling als bedoeld in artikel 19f van de Nb-wetten grondslag. Op 14 april 2015 hebben wij ingestemd met zowel het Programma als met de daaraan ten grondslag liggende passende beoordeling. Bij het verlenen van de voorliggende verklaring van geen bedenkingen kan gebruik worden gemaakt van deze passende beoordeling. Passende beoordeling PAS
Het programma is een instrument om Natura 2000 doelstellingen te realiseren en
tegelijk ruimte te scheppen voor bestaande en nieuwe economische ontwikkelingen. In de passende beoordeling is getoetst of de uitvoering van het programma geen risico vormt voor de instandhoudingsdoelstellingen van individuele Natura 2000 gebieden, opgenomen binnen de PAS. De passende beoordeling bestaat uit een generiek deel (bronmaatregelen, monitoring, etc.) en uit gebiedsanalyses die de ecologische onderbouwing vormen dat met het programma de stikstofgevoelige Natura 2000doelstellingen (op termijn) gerealiseerd kunnen worden én er ontwikkelingsruimte beschikbaar kan worden gesteld voor economische ontwikkelingen.
Omgevingsvergunning milieu I W., C.en N. van Dam, Vof Van Dam, Wormerweg2T te Westbeemster Pagina 8 van 25
eär odijmond OMGEVI NGSDIENST IJMOND Tabel I Nb-wet
nde situatie
Dlersqort
RAV.code
Aanral
Emlssle
{kq) Rundvee; melk- en kalfkoeien ouder
Ar.ì00
3sû
4.5 50.0û
dan 2 jaar, overige hu isvestingstyste men Rundvee; vrruwelijk jongvee tot 2
A3, I 00
100
440,û0
Jaar, overige huisvestinqssystemen
Toteal
4.990,0ü
In de gebiedsanalyse is per Natura 2000 gebied verzekerd dat door de uitvoering van een gebalanceerd en robuust pakket aan herstelmaatregelen, er in de eerste programmaperiode geen verslechtering optreedt van alle stikstofgevoelige habitattypen
en habitats van soorten. Bij deze beoordeling is uitgegaan van de achtergrondwaarde van stikstofdeposities in 20L4. ln deze achtergrondwaarde zijn alle voor de aanvang van het Programma feitelijke emissies verdisconteerd, zoals blijkt uit de grootschalige concentratie en depositiekaarten Nederland (CCN en CDN). Deze emissies hebben al voor de aanvang van het programma plaatsgevonden en hebben als uitgangspunt gediend voor de passende beoordeling. Voor de depositie als gevolg van deze emissies is derhalve geen ontwikkelingsruimte nodig. Daarnaast is voor elk Natura 2000 gebied een bepaalde hoeveelheid ontwikkelingsruimte
ten aanzien van stikstofdeposities vastgesteld, zodat ook nieuwe initiatieven waaronder ook uitbreidingen van bestaande activiteiten, gerealiseerd kunnen worden. De ontwikkelingsruimte kan op grond van artikel 19km, eerste lid, van de Nb-wet worden toegedeeld aan projecten en andere handelingen bij toestemmingsbesluiten, zoals een vergunning op grond van artikel 19d, eerste lid, van de Nb-wet of een omgevingsvergunning waarop hoofdstuk lX van de Nb-wet van toepassing is. De conclusie van de passende beoordeling van het programma is dat wanneer bestaande activiteiten worden voortgezet en daarnaast ook nog nieuwe activiteiten worden gerealiseerd, kan worden uitgesloten dat de natuurlijke kenmerken van de in het programma opgenomen Natura 2000 gebieden worden aangetast. Va stste I I e n be n od i g de o ntw i kke I i n g sru i mte
Voor de inrichting gelegen aan Wormerweg 27 te Westbeemster is eerder een Nb-wet vergunning verleend. Dit betekent dat bij het bepalen van benodigde ontwikkelingsruimte voor de gevraagde activiteit rekening wordt gehouden met de in de Nb-wetvergunning vergunde activiteit veroorzaakte depositie (artikel 5, vijfde lid, van de Regeling PAS). Dit betreft de stikstofdepositie veroorzaakt door de activiteiten vergund
in de Nb-wetvergunning d.d. 31 maart 2014 (kenmerk244030/340777) zoals is weergegeven in tabel I.
Omgevingsvergunning milieu I W., C. en N. van Dam, Vof Van Dam, Wormerweg 27 fe Westbeemster Pagina g van 25
oe odij mond OMGEVI NGSDI ENST IJMON D Op grond van bovenstaande zijn wij van mening dat de door de Nb-wet vergunde
activiteit veroorzaakte stikstofdepositie op een juiste wijze is aangetoond en dat deze bij de verdere beoordeling als uitgangspunt kan worden gehanteerd. Voor deze bestaande situatie is géén ontwikkelingsruimte nodig, omdat de depositie van deze activíteit al plaatsvond vóór de aanvang van het programma. In tabel 2 is de beoogde situatie weergegeven. Voor de gevraagde uitbreiding dient te worden beoordeeld of, en zo ja hoeveel, ontwikkelingsruimte nodig is. Daarbij dient vervolgens beoordeeld te worden of de benodigde ruimte aanwezig is en of voldaan wordt aan onze Beleidsregel toedeling ontwikkelingsruimte segment 2 PAS Noord-Holland 2015 zoals gepubliceerd in het Provinciaal Blad, nr. 2879 van 8 juni 2015. Tabel ?
de situatie
Þiersoort
A¡ntal
Emissle
A1.10
32t
(ksl 3,040,t0
A t.r00
e50
3.3 80,00
A 1.t00
64
29t,60
RAV-
(odÊ Rundver; melk- en kalfkcelen oud€r dan 2 jaar, ligboxenstal met roo5tervloer voor¿ien van €en bolle rubber toplaag, met mestschuif (BWL ?010.11 ,v3) Rundvee; rnelk- en kalfkoeien ouder dan ? jaar, overlge huisvestingssystemen Rundvee; vrourvelijk jongvee tot Z iaar. overlge huisvestlngssystemen Totaal
6.7CIr,60
Bij de aanvraag is een verschilberekening gevoegd waarin de benodigde ontwikkelingsruimte per Natura 2000 gebied is weergegeven. In tabel 3 is de maximale
ontwikkelingsruimte die in de beoogde situatie ten opzichte van de bestaande situatie nodig is weergegeven.
Tabel 3 maximaal benod Gebird
ied sruimte (ûR) M¡xímeal benodigde OR in mol
É öntwikkel
lha,llr EilandsBolder
0,8 7
Wormer- en Jisperveld &
t,69
Kalverpolder Noordholland s Duinrese rveåt
r,r
I
Omgevingsvergunning milieu I W., C. en N. van Dam, Vof Van Dam, Wormerweg2T te Westbeemster Pagina 10 van 25
.r odij mond OMGEVI NGSDI ENST IJMON D De aanvraag is geregistreerd in AERIUS Register. Uit de AERIUS-bijlage bij het besluit
(bijlage 1) blijkt dat deze benodigde ontwikkelingsruimte beschikbaar is. Tevens past de benodigde ontwikkelingsruimte binnen onze Beleidsregel Noord-Holland. Gelet op bovenstaande is ten behoeve van de uitbreiding van de melkveehouderij van Vof Van Dam aan Wormerweg 27 te Westbeemster de benodigde ontwikkelingsruimte in AERIUS Reg ister gereserveerd.
Leefgebieden Er is een stikstofdepositie bijdrage op de leefgebieden van beschermde vogel- en
habitatrichtlijnsoorten in de Natura 2000 gebieden 'Eilandspolder', 'Wormer- en Jisperveld & Kalverpolder' en 'Noordhollands Duinreservaat'. Uit de AERIUSberekeningen bij de aanvraag is gebleken dat er sprake is van een stikstofdepositie boven de grenswaarde. Op basis van de passende beoordeling van de PAS, waar de gebiedsanalyses onderdeel van uitmaken, kan worden geconcludeerd dat mogelijk significant negatieve effecten, van wat stikstofdepositie op deze leefgebieden van soorten kan worden uitgesloten. Rea I i satie u itbreíd i ng actív ite it
Gelet op de Beleidsregel Noord-Holland dient de uitbreiding van het aantal dieren binnen twee jaar te zijn gerealiseerd. Dit is in voorschriften vastgelegd. Indien deze uitbreiding niet binnen twee jaar is gerealiseerd, kunnen wij op grond van het bepaalde in artikel
19km, vijfde lid, van de Nb-wet, de vergunning intrekken of wijzigen. Conclusie Op grond van het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat de gevraagde
stikstofontwikkelingsruimte kan worden toebedeeld en dat de verklaring van geen bedenkingen op grond van artikel 47bvan de Nb-wet kan worden verleend aan Vof Van Dam gelegen aan Wormerweg 27 te Westbeemster. Deze conclusie geldt nadrukkelijk onder de door ons gestelde voorwaarden en beperkingen.
Provinciale milieuverordening (hierna: PMV) Stiltegebied De meest nabij gelegen stiltegebieden (Eilandspolder, Starnmeerpolder, Polder Wormer Jisp en Neck) liggen op ongeveer 2 km meter van de inrichting. Aan de aangevraagde
vergunning worden geluidsnormen verbonden op basis van de Handleiding industrielawaai en vergunningverlening, waardoor de normen passen bij de agrarische omgeving. Naleving van de normen maakt dat de overlast in het stiltegebied op 2 km verwaarloosbaar is. Er is geen noodzaak volgens de PMV om extra aandacht te schenken aan deze gebieden.
Omgevingsvergunning milieu I W., C.en N. van Dam, Vof Van Dam, Wormerweg 27 te Westbeemster Pagina 11 van 25
oÐ odij mond OMGEVI NGSDI ENST IJMOND Grondwater Het meest nabijgelegen grondwaterbeschermingsgebied ligt op meer dan 10 km afstand, waardoor er geen noodzaak is volgens de PMV extra aandacht te schenken aan deze gebieden. Aa rd ku nd i g e mon u me nte n
Het meest nabijgelegen grondwaterbeschermingsgebied ligt op meer dan 5.000 meter afstand, waardoor er geen noodzaak is volgens de PMV extra aandacht te schenken aan deze gebieden.
Besluit emissiearme huisvestingsystemen landbouwdieren Algemeen
Het Besluit emissiearme huisvestingsystemen landbouwdieren bepaalt wat BBT is voor de ammoniakemissie van dierenverblijven. In bijlage 1 van het Besluit zijn maximale emissiewaarden in kg NH3 per dierplaats per jaar opgenomen, afhankelijk van het diersoort en het jaar van realiseren van de huisvesting. Voor rundvee is een emissie van: . t2,2 kg NH3 per dierplaats per jaar gerealiseerd voor 1 juli 2015
.
11,0 kg NH3 per dierplaats per jaar gerealiseerd tussen 1 juli 2015 - 31 december
.
20t7 8,6 kg NH3 per dierplaats per jaar gerealiseerd op of na l januari 2018.
BBT
In de aanvraag zijn overeenkomstig Regeling Ammoniak en veehouderij twee staltypes opgenomen, te weten: . 1.10 = ligboxenstal met roostervloer voorzien van een bolle rubber toplaag, met mestschuif (BWL 2010.31.V3), 9,5 kg NH3 per dierplaats per jaar . A 1.100 = overige huisvestingssystemen, 13,0 kg NH3 per dierplaats per jaar. Emissie
In de inrichting wordt melkrundvee van 2 jaar en ouder en vrouwelijk jongvee gehouden. De maximale emissiewaarde bedraagt voor: . 320 stuks melkrundvee ouder dan 2 jaar = 9,5 kg ammoniak per dierplaats per jaar
. 260 stuks melkrundvee ouder dan 2 jaar = 13,0 kg ammoniak per dierplaats per jaar r jongvee tot 2 jaar = Çf€€fi. Toets en conclusie De gevraagde verandering, uitbreiding met 260 stuks melkrundvee wordt gerealiseerd
in de ligboxenstal 1.10 en voldoet daarmee aan de maximale emissiewaarden van het Beslu it emissiearme huisvestingsystemen land bouwdieren.
Omgevingsvergunning milieu I W., C. en N. van Dam, Vof Van Dam, Wormerweg2T te Westbeemster Pagina 12 van 25
oo odij mond OMGEVI NGSDI ENST IJMON D De reeds aanwezige huisvesting (voor l juli 2015 aanwezig) voldoet niet aan die in het
Besluit emissiearme huisvestingsystemen landbouwdieren is opgenomen. Uit artikel B van het Besluit emissiearme huisvestingsystemen landbouwdieren volgt een uitgestelde inwerkingtreding waardoor het stalsysteem tot 1 januari 2O2O is toegestaan. Artikel 8 Besluit: tot 1 januari 2020 geldt voor een huisvestingssysteem dat deel uitmaakt van een dierenverblijf dat op 1 juli 2015 aanwezig was en voldeed aan artikel 2, eerste lid, van het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij zoals dat gold op 30 juni 2015, waarvan de emissiefactor hoger is dan de maximale emissiewaarde voor ammoniak, bedoeld in artikel 5, eerste lid, die emissiefactor als maximale em issiewaa rde voor a m monia k.
In het Activiteitenbesluit is in paragraaf 3.5.8 (artikel 3.123) geborgd dat de huisvesting in goede staat van onderhoud verkeert zodat de huisvesting voldoet aan de eisen die het Beslu it emissiearme hu isvestingsystemen land bouwdieren daaraan stelt. Wet ammoniak en veehouderij Algemeen De Wet ammoniak en veehouderij (Wav) bevat bijzondere regels voor de beoordeling
van de gevolgen van ammoniakemissie van veehouderijen bij de verlening van een omgevingsvergunning milieu voor type C-inrichtingen, Samen met de emissie-eisen die op grond van de Wet milieubeheer aan de huisvesting van dieren worden gesteld, vormt de wet het wettelijke instrumentarium voor het aspect ammoniak.
In artikel 6 van de Wav is opgenomen dat een omgevingsvergunning voor het veranderen van een veehouderij wordt geweigerd, indien een tot de veehouderij behorend dierenverblijf geheel of gedeeltelijk is gelegen in een zeer kwetsbaar gebied, dan wel in een zone van 250 meter rond een zodanig gebied. Toets en conclusie
Aangezien de afstand tot een zeer kwetsbaar gebied groter is dan 250 meter kan de gevraagde vergunning voor dit onderdeel worden verleend.
Wet geurhinder en veehouderij Algemeen De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is het toetsingskader voor de omgevingsvergunning milieu voor het aspect geurhinder en beperkt zich tot de geur die vrijkomt als gevolg van het houden van dieren in dierenverblijven. N i et va stg este I de geu re m i ssiefa ctor
In artikel 4 van de Wgv is opgenomen dat de stallen van een veehouderij voor dieren zonder geuremissiefactor (melkkoeien en bijbehorend jongvee) op een bepaalde afstand van geurgevoelige objecten moet zijn gelegen, om geuroverlast te voorkomen.
Omgevingsvergunning milieu I W., C. en N. van Dam, Vof Van Dam, Wormerweg 27 te Westbeemster Pagina 13 van 25
l,o odijmond OMGEVINGSDI ENST IJMOND In de regeling geurhinder en veehouderij zijn voor melkrundvee ouder dan 2 jaar en vrouwelijk jongvee voor jongvee tot 2 jaar geen geuremissiefactoren vastgesteld. Toets en conclusie bij een niet vastgestelde geuremissiefactor
In de onderhavige situatie wordt aan de Wet geurhinder en veehouderij voldaan omdat de inrichting buiten de bebouwde kom alsmede de nabij gelegen geurgevoelige objecten is gelegen en de afstand tot het meest nabijgelegen geurgevoelige object groter is dan 50 meter. Het betekent dat de gevraagde vergunning voor dit onderdeel kan worden verleend. c
Procedure Op grond van artikel 3.10, eerste lid, onderc, van de Wabo is de uniforme openbare
voorbereidingsprocedure gevolgd zoals beschreven in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. De volgende instantie is als (wettelijk) adviseur in kennis gesteld van deze verg u nni ng procedure:
.
Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier als bevoegd gezag voor onder meer
¡
het Activiteitenbeslu it Provincie Noord-Holland als bevoegde gezag voor onder meer de Natuu rbeschermi ngswet.
d. Milieuhygiënisch toetsingskader Op grond van artikel 2.I4van de Wabo hebben wij bij onze beslissing op de aanvraag in
ieder geval de bestaande toestand van het milieu, de gevolgen die de inrichting voor het milieu kan veroorzaken en de mogelijkheden om het milieu hiertegen te beschermen betrokken. Tevens hebben wij toekomstige ontwikkelingen in het gebied waar de inrichting is gelegen bij onze beslissing betrokken. Wij hebben de grenswaarden in acht genomen die in het kader van de Wabo, de Wet milieubeheer en de Wet geluidhinder, en hieruit voortvloeiende regelgeving, zijn gesteld, evenals de instructies die de rijksoverheid en de provincie hebben gegeven voor het opstellen van omgevingsvergunningen. e
Milieubelasting Beste beschikbare technieken voor een niet IPPC bedrijf Op grond van artikel 2.22van de Wabo worden, in het belang van het bereiken van een hoog niveau van bescherming van het milieu, voorschriften aan de vergunning
verbonden. Voor zover het voorkomen van nadelige gevolgen voor het milieu niet
mogelijk is, dienen ze zoveel mogelijk beperkt en ongedaan gemaakt te worden. Uitgangspunt is dat de in aanmerking komende best beschikbare technieken worden toegepast.
Omgevingsvergunning milieu I W., C. en N. van Dam, Vof Van Dam, Wormerweg 27 te Westbeemster Paginð 14 van 25
ot odij mond OMGEVI NGSDI ENST IJMON D Conform de Richtlijn Industriële Emissies (RIE) nr. 2O[O/75/EU van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van 24 november 2010, welke is geimplementeerd in de Wabo, de Wet milieubeheer en onderliggende regelingen, moeten de lidstaten vergunningen afgeven voor bepaalde installaties voor industriële
activiteiten, In de RIE is bepaald dat volgens de best beschikbare techniek emissies naar bodem, water en lucht moeten worden voorkomen of, wanneer dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk worden beperkt. De best beschikbare technieken zijn beschreven in zogenoemde BREF's (beste beschikbare techniek referentiedocumenten). Wij hebben op grond van de RIE bepaald dat op onderhavige inrichting de RIE niet van toepassing is. Op grond van artikel 9.2 van de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor) hebben wij
met de in de bijlage bij het Mor opgenomen BBT-conclusies en Nederlandse informatiedocumenten over beste beschikbare technieken rekening gehouden bij de bepaling van de beste beschikbare technieken voor zover deze documenten betrekking hebben op onderdelen van of activiteiten binnen de inrichting.
Wat betreft de milieubelasting van de onderhavige inrichting en de voorschriften die ter bescherming van het milieu aan de vergunning zijn verbonden merken wij het volgende op.
Bodem De aanvraag leidt niet tot andere bodembedreigende activiteiten dan waarvoor vergunning is verleend. Er is geen aanleiding om aan de veranderingsvergunning aanvullende voorschriften voor bodembescherming op te nemen. Opslag van drijfmest
In paragraaf 3.4.6 van het Activiteitenbesluit zijn eisen gesteld aan de opslag van drijfmest in een mestbassin met een gezamenlijk oppervlak van maximaal 750 m2 enlof maximale inhoud van 2.500 m3. In de aanvraag is opgenomen dat de drijfmest in een mestkelder, direct onder de stal, wordt opgeslagen. Overeenkomstig artikel 3.50, derde lid, van het Activiteitenbesluit, telt het oppervlak en de inhoud van een mestkelder niet mee, waardoor paragraaf 3.4.6 van toepassing is. Het betekent dat vanuit het Activiteitenbesluit eisen zijn gesteld aan bodembescherming en dat daarom geen voorschriften aan de vergunning zijn verbonden. De voorschriften uit de vigerende vergunning voor de opslag van drijfmest in een
mestkelder zijn van rechtswege vervallen. O
pslag va n ag ra ri sche bedrijfsstoffen
In paragraaf 3.4.5 van het Activiteitenbesluit, dat van rechtswege van toepassing is, zijn eisen gesteld aan het opslaan van kuilvoer, vaste mest en andere bijvoermiddelen zoals
mais, Hierdoor is eveneens artikel 3.65 uit de Activiteitenregeling van toepassing waarin bodembeschermende voorzieningen zijn voorgeschreven. Aan de onderhavige vergunning zijn om deze reden geen aanvullende voorschriften verbonden.
Omgevingsvergunning milieu I W., C. en N. van Dam, Vof Van Dam, Wormerweg 27 te Westbeemster Pagina 15 van 25
ot odij mond OMGEVI NGSDI ENST IJMON D Opslag en aflevering van diesel in bovengrondse tank
In paragraaf 3.4.9 van het Activiteitenbesluit, dat van rechtswege van toepassing is, zijn eisen gesteld aan het opslaan van diesel in een bovengrondse tank. Hierdoor is eveneens artikel 3.71b uit de Activiteitenregeling van toepassing waar voor het realiseren van een verwaarloosbaar bodemrisico bodembeschermende voorzieningen en maatregelen zijn voorgeschreven. Aan de onderhavige vergunning zijn om deze reden geen aanvullende voorschriften verbonden. Bodemonderzoek De onderhavige aanvraag geeft geen aanleiding om een rapport van een
bodemonderzoek te verlangen omdat de opstallen al aanwezig zijn (vergund) en voor de opslag van de agrarische bedrijfsstoffen (waaronder mest), in aansluiting bij het standpunt van Infomil, geen onderzoek naar de bodemkwaliteit nodig is.
Geluid De onderhavige aanvraag leidt ten opzichte van de vigerende vergunning tot een beperkte toename van de geluidsbelasting. In de aanmeldingsnotitie m.e.r.beoordelingsnotitie die als bijlage bij de aanvraag is opgenomen, is onderbouwd welke verkeersbewegingen toenemen. De verkeersbewegingen zijn allemaal het gevolg van de agrarische activiteiten die binnen de inrichting worden uitgevoerd en gaan op in het heersende verkeersbeeld. Het meest nabij gelegen geluidsgevoelig object ligt op ongeveer 170 meter van de grens van de inrichting. Gezien deze afstand is de verwachting dat aan de geluidsnormen die
zijn verbonden aan de vigerende vergunning kan worden voldaan.
Lucht, emissies naar de lucht In de aanvraag zijn de volgende activiteiten opgenomen die mogelijk geur-, stof- of ammoniakhinder kunnen veroorzaken :
1. het houden van dieren 2. opslag van drijfmest in mestkelders 3. opslag van agrarische bedrijfsstoffen. 1. Houden van dieren In paragraaf 3.5.8 van het Activiteitenbesluit, dat van rechtswege van toepassing is, zijn eisen gesteld aan het houden van landbouwhuisdieren. Hierdoor zijn eisen van toepassing om:
a. ammoniakdepositie op zeer kwetsbare gebieden te voorkomen b. geuroverlast bij geurgevoelige objecten te voorkomen
c. huisvesting.
Omgevingsvergunn¡ng milieu I W., C, en N. van Dam, Vof Van Dam, Wormerweg 27 te Westbeemster pagina 16 van 25
or odijmond OMGEVI NGSDI ENST IJMON D
a. Ammoniak In artikel 3.114 Activiteitenbesluit is opgenomen dat binnen een inrichting waar landbouwhuisdieren worden gehouden in een dierenverblijf, dat is gelegen binnen een zeer kwetsbaar gebied of in een zone van 250 meter rondom een zodanig gebied, het uitbreiden van het aantal landbouwhuisdieren van een of meer diercategorieën niet plaats vindt. Aangezien de afstand tot het meest nabijgelegen zeer kwetsbaar gebied groter is dan 250 meter, kan aan de eisen van het Activiteitenbesluit worden voldaan.
b. Geur In artikel 3.117 Activiteitenbesluit is opgenomen dat de afstand tussen een emissiepunt van de veehouderij en een geurgevoelig object ten minste 50 meter dient te bedragen. De inrichting is namelijk gelegen buiten de bebouwde kom. Tevens dient de stal op minimaal 25 meter van een geurgevoelig object te zijn gelegen. Aangezien de afstand tot het meest nabijgelegen geurgevoelige object groter is dan 50 meter, kan aan de eisen van het Activiteitenbesluit worden voldaan. Aan de onderhavige vergunning zijn om deze reden geen aanvullende voorschriften
verbonden.
c. Huisvesting In het Besluit emissiearme huisvestingsystemen landbouwdieren is voor de huisvesting een emissiewaarde in kg NH3 per dierplaats per jaar opgenomen. Uit de aanvraag blijkt dat de uitbreiding van 260 koeien in een huisvesting (1.10 van de Regeling Ammoniak en Veehouderij) voldoet aan de eis die het Besluit stelt. Verder blijkt dat voor het aantal vee dat reeds vergund is op basis van artikel B van het Besluit een overgangsrecht geldt tot 1 januari 2020. Het Besluit is zelfstandig van toepassing. In het Activiteitenbesluit is in artikel 3.123 opgenomen dat een huisvesting in goede staat van onderhoud moet verkeren.
2. Opslag van drijfmest in mestkelders In paragraaf 3.4.6 van het Activiteitenbesluit, dat van rechtswege van toepassing is, zijn eisen gesteld aan de opslag van drijfmest in een mestkelder. In de onderhavige vergunning zijn om deze reden geen aanvullende voorschriften verbonden.
3. Opslag van agrarische bedrijfsstoffen In paragraaf 3.4.5 van het Activiteitenbesluit, dat van rechtswege van toepassing is, zijn eisen gesteld aan het opslaan van kuilvoer, vaste mest en andere bijvoermiddelen zoals mais. In artikel 3.46 zijn voorschriften opgenomen om geuroverlast te voorkomen dan wel zoveel mogelijk te beperken. Aan de onderhavige vergunning zijn om deze reden geen aanvullende voorschriften verbonden.
Omgevingsvergunning milieu I W., C. en N. van Dam, Vof Van Dam, Wormerweg2T te Westbeemster Pagina 17 van 25
oo odij mond OMGEVI NGSDI ENST IJMON D Lucht, toets aan Wet luchtkwaliteit De onderhavige aanvraag moet worden getoetst aan de Wet luchtkwaliteit. In de aanmeldingsnotitie mer-beoordeling is onderbouwd dat de emissie van fijnstof is aan te merken als "Niet In Betekende Mate" (hierna: NIBM). zodat volgens artikel 5.26 van de Wet milieubeheer een toetsing aan de Wet luchtkwaliteit achterwege mag blijven.
Wij onderschrijven de notitie waardoor geen toets¡ng aan de Wet luchtkwaliteit noodzakelijk is.
Afvalstoffen De onderhavige aanvraag heeft tot gevolg dat meer dezelfde afvalstoffen vrij kunnen komen. Kadavers
In de Regeling dierlijke bijproducten 2008 worden, gelet op de EG-Verordening nr. 1774/2O02, regels gesteld op welke wijze kadavers worden aangemeld, ter beschikking gehouden en aangeboden, zodat deze naar een erkend verwerker afgevoerd kunnen worden. De Regeling dierlijke bijproducten 2008 is van rechtswege van kracht. De houder van de inrichting dient kadavers en of overige dierlijke bijproducten volgens deze regels aan te bieden aan een door de Minister aanwezen verwerkingsinrichting of
intermediair bedrijf. In de vigerende vergunning is daar niets over vermeld. Om deze reden is aan de onderhavige vergunning een voorschrift toegevoegd. Mest
In de inrichting ontstaat drijfmest en vaste mest. De meststoffen worden niet afgevoerd maar op de weilanden die bij de inrichting behoren toegepast. Om deze reden is de mest voor het aspect afval buiten beschouwing gelaten. Overige afvalstoffen
In de vigerende vergunning zijn reeds doelmatige voorschriften verbonden. Om deze reden worden geen voorschriften toegevoegd.
Afvalwater De onderhavige aanvraag leidt tot een grotere afvalwaterstroom van bestaande
lozingen. In het gedeelte van het Activiteitenbesluit dat van rechtswege van toepassing is op veehouderijen die voor de Wabo vergunningplichtig (milieu) zijn,zijn eisen gesteld aan agrarische lozingen. Aan de onderhavige vergunning zijn om deze reden geen
aanvullende voorschriften verbonden.
Veiligheid De onderhavige aanvraag leidt ten opzichte van de vigerende vergunning niet tot nieuwe of andere activiteiten die invloed kunnen hebben op de externe veiligheid.
Omgevingsvergunning milieu I W., C. en N. van Dam, Vof Van Dam, Wormerweg 27 te Westbeemster pagina 18 van 25
o,l odij mond OMGEVI NGSDI ENST IJMOND Kunstmeststoffen
In de inrichting worden vaste kunstmeststoffen opgeslagen. In de vigerende vergunning ontbreken voorschriften voor de opslag van vaste kunstmeststoffen. Voor de opslag tot 250 ton vaste kunstmeststoffen hebben wij inhoudelijk aangesloten bij paragraaf 4.7.7 van het Activiteitenbesluit en de bijbehorende regeling en hebben daartoe de voorschriften 2.7.I t/m 2.1.3 aan de vergunning verbonden. Opslag en afleveren van diesel
In paragraaf 3.3.1 van het Activiteitenbesluit en bijbehorende regeling, die van rechtswege van toepassing zijn, zijn eisen gesteld aan het afleveren van vloeibare brandstof. Voor de opslag van diesel in een bovengrondse tank is paragraaf 3.4.9 van het Activiteitenbesluit en bijbehorende regeling rechtstreeks van toepassing.
Energie De onderhavige aanvraag leidt ten opzichte van de vigerende vergunning tot meer
verbruik van energie door: . meer verlichting . uitbreiding melkinstallatie Aan de veranderingsvergunning van 23 juli 2013 zijn voorschriften verbonden om energie te besparen. Deze voorschriften zijn ook van toepassing op de nu aangevraagde verandering, waardoor er geen noodzaak is aanvullende voorschriften de onderhavige vergunning te verbinden.
f.
Voorbereiding Deze vergunning is namens het college van gemeente Beemster voorbereid door de
directeur van Omgevingsdienst IJmond, die daartoe bij besluit van l januari 2014 is gemandateerd.
g. Adviezen en zienswijzen Naar aanleiding van de ontwerpbeschikking zijn geen zienswijzen/adviezen ingebracht.
h. Wijziging ten opzichte van de ontwerpbeschikking De beschikking is ten opzichte van de ontwerpbeschikking niet gewijzigd
¡.
Beschikking Op grond van bovenstaande overwegingen en gezien de verklaring van geen bedenkingen van 6 december 2016 (met kenmerk L94046) van Gedeputeerde Staten
van Noord-Holland, is het bevoegd gezag van mening dat de nadelige gevolgen voor het milieu ten gevolge van de aangevraagde activiteiten voor een melkrundveehouderij in voldoende mate kunnen worden voorkomen dan wel beperkt door het verbinden van voorschriften aan deze vergunning.
Omgevingsvergunning milieu I W., C. en N. van Dam, Vof Van Dam, Wormerweg2T te Westbeemster pagina 19 van 25
oe odij mond OMGEVI NGSDI ENST IJMON D Gelet op de milieubelasting van de inrichting is besloten: aan Vof Van Dam een omgevingsvergunning te verlenen voor het wijzigen van de veestapel van de veehouderij gelegen aan Wormerweg 27 te Westbeemster, kadastrale ligging gemeente Beemster, sectie F, nummer L297, onder bijgaande
.
voorschriften op basis van de ingediende aanvraag en de milieueffectbeoordeling.
.
.
dat de volgende onderdelen van de aanvraag deel uitmaken van de vergunning. o situatietekening en plattegrond met werknummer 72OO42, bladnummer 1, van 14-08-2015, gewijzigd op 2-10-2015. o aanmeldingsnotitie mer-beoordeling Wormerweg 27 Westbeemster, code 20151 168, datum 30-06-2016. dat de voorschriften verbonden aan de oprichtingsvergunning van 22 december 2004 en de veranderingsvergunning van 23 juli 2013 van overeenkomstige toepassing zijn voor zover deze voorschriften niet van rechtswege vervallen zijn en/of in de onderhavige vergunning anders is bepaald.
Beverwijk, 3 juli 2017
Hoogachtend,
mens het college van burgemeester en wethouders van Beemster,
n der
ugt
o gevingsd
mond
ì. hikking is gezonden aan:
Een
de aa ienst IJmond / gemeente Beemster
a
Omgevi
a
Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Provincie Noord-Holland via regionale uitvoeringsdienst Noord-Holland Noord
Noot De vergunninghouder wordt met nadruk erop gewezen, dat het verlenen van deze
vergunning niet inhoudt, dat hiermee is voldaan aan de bepalingen die in andere wetten, verordeningen en dergelijke (zoals bouwverordening, woningwet, bestemmingsplan) zijn gesteld.
Omgevfngsvergunning milieu I W., C. en N. van Dam, Vof Van Dam, Wormerweg2T te Westbeemster Pagina 20 van 25
o odij mond OMGEVINGSDI ENST IJMOND Bedrijfsstoring! Bij een bedrijfsstoring of ongewoon voorval, in de zin van de Wet bodembescherming (Stb. L994, 374), of van artikel t7.2 van de Wet milieubeheer, dient het bedrijf dit direct te melden bij:
.
Omgevingsdienst lJmond, op werkdagen tussen 09.00 en 17.00 uur bereikbaar op
A 0251 263863 of,
¡
het algemene politienummer, dag en nacht bereikbaar op I 0900 88 44.
Omgevingsvergunning milieu I W., C. en N. van Dam, Vof Van Dam, Wormerweg 27 te Westbeemster Pagina 21 van 25
eÐ odij mond OMGEVINGSDI ENST IJMON D
II. Begripsbepalingen In deze vergunning wordt verstaan onder:
Activiteitenbesluit
Activiteitenbesluit milieubeheer
Afvalstoffen
Alle stoffen, preparaten of voorwerpen waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is te ontdoen of zich moet ontdoen.
Afvalwater
Alle water waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich
te ontdoen, of zich moet ontdoen, BBT
Best beschikbare technieken: het meest doeltreffende en geavanceerde ontwikkelingsstadium van de activiteiten en
exploitatiemethoden waarbij de praktische bruikbaarheid van speciale technieken om het uitgangspunt voor de
emissiegrenswaarden en andere vergunningsvoorwaarden te vormen is aangetoond, met het doel emissies en effecten op het milieu in zijn geheel te voorkomen of, wanneer dat niet mogelijk is, te beperken.
Bodem
Bovenste laag van de aardkorst, die begrensd is door het vaste gesteente en het aardoppervlak, bestaande uit minerale deeltjes,
organisch materiaal, water, lucht en levende organismen.
Bodembedreigende
activiteit
Bedrijfsmatige activiteit die gepaard gaat met het gebruik, de productie of de emissie van een bodembedreigende stof.
Energiebesparing
De zorg voor een zuinig gebruik van energie dat kan worden
bereikt door zo efficiënt mogelijk om te gaan met energie.
Geurgevoelige objecten Geurgevoelig object als bedoeld in artikel 1 van de Wet geurhinder en veehouderij.
Inrichting
Elke door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht.
Mestbassin
Voorziening voor het opslaan van drijfmest, niet zijnde een opslagtank of verpakki ng ;
Omgevingsvergunn¡ng milieu I W., C.en N. van Dam, Vof Van Dam, Wormerweg 27 te westbeemster Pag¡na 22 van 25
eÐ odijmond OMGEVI NGSDI ENST IJMON D Mestkelder
Ondergronds mestbassin, voorzien van een afdekking die als vloer kan fungeren en onderdeel is van een dierenverblijf of van een voormal ig dierenverblijf.
Besteladressen Publicaties zijn in ieder geval verkrijgbaar bij onderstaande instanties, zoals NEN, NEN-EN, NEN-ISO, NVN-normen en NPR-richtlijnen bij: De Stichting Nederlands Normalisatie-instituut (NNI), afdeling Verkoop, Postbus 5059, 2600 GB
Delft, 8 015-2690391, fax: Ot5-2690271, www.nen.nl. Kenniscentrum Infomil, Postbus 93L44,2509 AC Den Haag, A 070 - 3610575, www.infomil.nl.
Omgevingsvergunning milieu I W., C. en N. van Dam, Vof Van Dam, Wormerweg2T te Westbeemster pagina 23 van 25
oil odijmond OMGEVINGSDI ENST IJMOND
III.
Voorschriften
I
Algemeen
1.1.
Vergunning
1. 1.1
Deze veranderingsvergunning is afgegeven voor het wijzigen van de veestapel van
veehouderij Van Dam aan de Wormerweg 27 in Westbeemster zoals in de aanvraag
met OLO-nummer 1989555 en de daarbij behorende bijlagen ís omschreven.
LL.2. Deze vergunning is afgegeven voor het houden van de volgende dieren: Diercategorie
4.t.77 4.3
Aantal
Melkrundvee, ouder dan twee jaar Melkrundvee, jonger dan twee jaar
580 64
t.2.
Gedrag
7.2.L
De inrichting, met inbegrip van het open terrein, moet schoon worden gehouden en in goede staat van onderhoud verkeren. Zwerfuuil, inclusief afgewaaid hooi en stro, in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, moet worden verwijderd en afgevoerd.
1.3.
Natuurbeschermingswet
1.3.1
De activiteit waarvoor ontwikkelingsruimte is toegedeeld dient binnen twee jaar, na
het onherroepelijk worden van deze vergunning, te zijn gerealiseerd.
t.3.2. Op het bedrijf mogen de volgende maximale dieraantallen worden gehouden Coördinaten
Diersoort
emissiepunt 1 19096,
Rundvee; melk- en kalfkoeien ouder
506342
dan 2 jaar,ligboxenstal met
Stalsysteem (RAV-code)
aantallen
41.10
320
41.100
260
A 3.100
64
Dier
roostervloer voorzien van een bolle rubber toplaag, met mestschuif (BWL 1 19096,
506342
tL92I5, 506281
20r 0.31.v3) Rundvee; melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar, overige huisvestingssystemen Rundvee; vrouwelijk jongvee tot 2 jaar, overige hu isvesti ngssystemen
Omgevingsvergunning milieu I W., C. en N. van Dam, Vof Van Dam, Wormerweg2T te Westbeemster Pagina 24 van 25
oÐ odij mond OMGEVI NGSDI ENST IJMON D
1.3.3.
Het feitelijk houden van de onder voorschrift 1.3.2 genoemde maximale dieraantallen dient u binnen twee jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning te melden door middel van het meldingsformulier dat via deze link is te
downloaden: htto : //fd 9. fo rm d esk. co m/p n h/verq u n n i nq a rt 1 9 N Bwet 1.3.4
De vee-aantallen dienen jaarlijks inzichtelijk te worden gemaakt middels de
Gecombineerde opgave van het ministerie van EZ. Er dient tevens een actueel
overzichtvan het aantal dieren aanwezig te zijn binnen de inrichting. Al deze gegevens dienen op verzoek aan de toezichthouder te worden getoond.
2.
Opslag van bedrijfsstoffen
2.1.
Kunstmeststoffen
2.7.r
De opslag van nitraathoudende kunstmeststoffen in de buitenlucht is niet on gecontrol eerd toega n kel ij k voor on bevoegden.
2.7.2
Bij diefstal van nitraathoudende kunstmeststoffen doet de drijver van de inrichting zo spoedig mogelijk aangifte bij de politie.
2.t.3.
In de inrichting mag maximaal 10 ton kunstmeststoffen met klasse 1.1worden opgeslagen.
2.2.
Kadavers
2.2.t
Kadavers en of overige dierlijke bijproducten worden niet op het terrein van de
inrichting begraven of onttrokken aan verwerking. Deze worden zo spoedig mogelijk, volgens de bij of krachtens de Regeling dierlijke bijproducten 2008 gestelde regels, uit de inrichting verwijderd. Het bewaren van kadavers, in afwachting van afvoer naar een erkend verwerkingsbedrijf, gebeurt zodanig dat geen geurhinder optreedt. Het aantrekken van ongedierte wordt voorkomen en er mag geen vermenging met ander afual of materiaal optreden. Verder veroorzaken de kadavers geen visuele hinder.
Omgevingsvergunning mil¡eu I W., C. en N. van Dam, Vof Van Dam, Wormerweg2T te Westbeemster pagina 25 van 25
Bijlage 4
Stikstofdepositieonderzoek
46
bi
BIJLAGEN STIKSTOFDEPOSITIEBEREKENING VOF C, W en N van Dam Wormerweg 27 1464NB Westbeemster
T. Jansen Medewerker ROM 06 26 54 43 84
Datum 19-04-2023
DLV Bouw, Milieu en Techniek BV -KvK 09090426
Inhoudsopgave 1. Inleiding ...............................................................................................................................................3 2. Wettelijk kader ....................................................................................................................................4 3. Bepaling stikstofdepositie .................................................................................................................5 3.1. Aanlegfase .................................................................................................................................... 5 3.2. Gebruiksfase ................................................................................................................................ 9 4. Toetsing en conclusie ......................................................................................................................10 Bijlagen ..................................................................................................................................................11
2
1. Inleiding Aan de Wormerweg 27 te Westbeemster loopt het initiatief om een werktuigenberging van 1.316,72 m² te gaan bouwen en om drie sleufsilo’s aan te leggen met een gezamenlijk oppervlak van 2.750,4 m². De bovengenoemde ontwikkeling zal bestaan uit nieuwbouw werkzaamheden.. Om goed in beeld te brengen wat de gevolgen van deze activiteiten zijn op het gebied van stikstof is voorliggend onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek brengt in beeld wat de emissies in stikstof is tijdens zowel de aanleg- en gebruiksfase. Vervolgens wordt aan de hand van deze emissies berekend wat de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden is. Tot slot worden de uitkomsten van deze berekeningen getoetst aan de geldende kaders in de natuurwetgeving. De locatie is gelegen aan de Wormerweg 27 te Westbeemster. De locatie ligt buiten de bebouwde kom. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is ‘’ Wormer- en Jisperveld & Kalverpolder’’ op ca. 1,76 km afstand.
Figuur 1: Afstand tot Natura 2000-gebied.
In dit document wordt in hoofdstuk 2 verder ingegaan op het wettelijke kader omtrent de natuurwetgeving. Daarna worden de stikstofemissies en -deposities in hoofdstuk 3 in beeld gebracht. Er wordt een beeld geschetst van de aanleg- en gebruiksfase van het project. Tot slot worden in hoofdstuk 4 de in hoofdstuk 3 beschreven effecten getoetst aan de wettelijke kaders.
3
2. Wettelijk kader Natuurwetgeving is in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Het beperken van de stikstofdepostitie is geregeld in het onderdeel gebiedsbescherming en kent zijn oorsprong vanuit de Europese Habitatrichtlijn. Een teveel aan stikstofdepositie heeft een negatieve werking voor stikstofgevoelige habitats in Natura 2000-gebieden. Is er sprake van een overbelasting op deze habitats, dan is uitbreiding van de stikstofdepositie op deze habitats niet mogelijk. In Nederland is momenteel op veel Natura 2000-gebieden een overbelast habitat aanwezig. Op basis van artikel 2.7, 2e lid van de Wet moet bij elk project beoordeeld worden of de mogelijkheid bestaat dat het project een significant verstorend effect heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn als er stikstofdepositie plaatsvindt. Is er sprake van stikstofdepositie, dan is een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming nodig. Een uitgangspunt in deze vergunning is dat de stikstofdepositie op overbelaste habitattypen (per saldo) niet mag toenemen. Hiervoor mag gebruik gemaakt worden van intern- of extern salderen. Er is sprake van extern salderen als stikstof van de ene naar de andere locatie wordt overgeheveld. Bij alle overige projecten is sprake van intern salderen.