CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

C-toelichting-wijzigingen-gr-recreatieschap-twiske-waterland-incl-was-wordt-tabel

Gemeenteraad 21 december 2023, gemeente PurmerendBij agendapunt: Toestemming wijziging gemeenschappelijke regeling en zienswijze verordening financieel beheer recreatieschap Twiske-Waterland4.357 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Toelichting bij de wijzigingen van de gemeenschappelijke regeling Recreatieschap Twiske-Waterland

Context – wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen Op 14 december 2021 heeft Eerste Kamer ingestemd met het wetsvoorstel “Versterken van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen” om de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: Wgr) te wijzigen. Sinds 1 juli 2022 is deze wetswijziging van kracht. De wijziging heeft tot doel de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen te versterken. Met deze wijziging hebben en krijgen volksvertegenwoordigers, waaronder gemeenteraadsleden en Statenleden, meer invloed op de besluitvorming van dit soort samenwerkingen en kunnen ze die beter controleren Het gaat daarbij specifiek om de kaderstellende en controlerende rol bij de uitvoering van taken in gemeenschappelijke regelingen. Om die versterking te bereiken is een aantal bestaande instrumenten van de volksvertegenwoordiging aangepast en uitgebreid. Ook is de democratische legitimatie van de besluitvorming binnen zo’n samenwerkingsverband vergroot door participatiemogelijkheden van burgers en belanghebbenden bij de besluitvorming in gemeenschappelijke regelingen. Het instrumentarium van gemeenteraad en Provinciale Staten is uitgebreid. Het betreft niet alleen verplichte, uit de Wgr voortvloeiende wijzigingen.

Een aantal wijzigingen houden ook een keuze in om het instrument wel of niet in de gemeenschappelijke regeling (hierna; GR) op te nemen en toe te passen. De keuzes richten zich op: • Zienswijzen indienen, reacties op zienswijzen – begroting en andere besluiten • Evaluatie, o.a. van beleid en uitvoering van de GR • Participatie/inspraak, o.a. gemeenschappelijke (raads)adviescommissie, burgerparticipatie • Uittredingsregeling, gevolgen van, en voorwaarden waaronder uittreding mogelijk is. Alle hier bedoelde (5) recreatieschappen in Noord-Holland zijn zogeheten ‘gemengde regelingen’ van colleges, gemeenteraden en Provinciale Staten. Voor recreatieschap Geestmerambacht geldt dit zonder de provincie, dus zonder college van GS en Provinciale Staten van Noord-Holland. De colleges, raden en Staten zijn dus collectief eigenaren van deze recreatieschappen. De eigenaren (deelnemers) hebben tot uiterlijk 1 juli 2024 tijd om de regeling te wijzigen. Er zijn echter een aantal wettelijke wijzigingen die vanaf 1 juli 2022 direct in werking zijn getreden, zoals de gewijzigde begrotingstermijnen, de actieve informatieplicht van het bestuur en de bevoegdheid van lokale of gezamenlijke rekenkamers om onderzoek te doen naar het gevoerde bestuur van een gemeenschappelijke regeling (artikel 184 Gemeentewet).

Werkgroep WGR Via het voorzittersoverleg is ervoor gekozen om de besluitvorming voor aanpassing van de (5) gemeenschappelijke regelingen gecoördineerd uit te voeren. Uitgangspunt is dat voor alle schappen de wijzigingen in één keer worden gedaan zodat de colleges, gemeenteraden en Provinciale Staten de ontwerp regelingen slechts één keer in procedure hoeven te nemen voor alle recreatieschappen waar ze deel van uitmaken. In opdracht van, en onder aansturing van het Bestuursbureau is door RNH een ambtelijke werkgroep WGR geformeerd, bestaande uit vertegenwoordigers van adviescommissieleden van de recreatieschappen. Het betreft vrijwel dezelfde ambtelijke vertegenwoordigers die eerder betrokken zijn geweest bij de oprichting van het Bestuursbureau. Begin 2022 is reeds door een jurist een quick scan uitgevoerd waaruit blijkt met welke keuzes en wijzigingen de recreatieschappen te maken hebben. De werkgroep heeft een aantal primaire resultaten vertaald naar concrete voorstellen voor besluitvorming. Deze staan vervat in de notitie ‘Bouwstenen WGR’.

1

Bouwstenen WGR – informatiebijeenkomsten voor leden van raden en Staten (nov. 2022) Omdat de gemeenschappelijke regelingen van de colleges, raden en Staten zijn, zijn alle gemeenteraadsleden, Statenleden en colleges van B&W en GS uitgenodigd om begin november 2022 actief (fysiek of digitaal) deel te nemen aan één van de twee informatiebijeenkomsten annex werksessies WGR. Tijdens die bijeenkomsten hebben de aanwezigen kennis genomen en kunnen reageren op de bevindingen en voorstellen (vervat in ‘Bouwstenen WGR’) die vanuit de ambtelijke werkgroep door het Bestuursbureau ter besluitvorming aan de schapsbesturen zijn voorgelegd. Aansluitend zijn in november en december 2022 de in de ‘Bouwstenen WGR’ gemotiveerde keuzes en voorstellen -als basis voor wijziging van de gemeenschappelijke regelingen- unaniem door alle recreatieschappen aanvaard of omarmd. Zo is ermee ingestemd om geen gemeenschappelijke adviescommissie (van raadsleden) in te stellen en het aantal momenten of onderwerpen voor het indienen van zienswijzen niet te vergroten. Wel is besloten om de in de wet verankerde mogelijkheid voor burgerparticipatie voor het bestuur nader uit te werken waarbij nadrukkelijk afstemming met de gemeenten moet plaatsvinden. De primaire verantwoordelijkheid voor ruimtelijke planvorming ligt bij de gemeenten. Hiervoor geldt o.a.

de Omgevingswet Een aantal zaken is verplicht uitgewerkt in de voorliggende ontwerp GR zoals het privaatrechtelijk toezicht (democratische controle), de evaluatie van de GR, uittredingsregeling, actieve informatieplicht en de wijze van reactie op zienswijzen. Bestuurlijk portefeuillehouder en opdrachtgeverschap Vanuit het Voorzittersoverleg is Annette Groot (wethouder gemeente Dijk en Waard) aangesteld om de rol van bestuurlijke portefeuillehouder op zich te nemen. Het Bestuursbureau vervult namens de recreatieschappen de rol van ambtelijk opdrachtgever voor de procesmanager van RNH en de ambtelijke werkgroep WGR. Gewogen stemrecht bij besluitvorming algemeen bestuur Sinds 2017 is in de GR van Twiske-Waterland sprake van een gewogen stemrecht voor besluitvorming in het algemeen bestuur. Daarbij is onderscheid gemaakt in kwesties inzake financiële jaarstukken met betrekking tot de participantenbijdragen, en kwesties inzake het overige beleid en uitvoering van het programma. Tot op heden is het gebruikelijk dat alle besluitvorming op basis van consensus plaatsvindt. Sinds de introductie van de stemgewichten is er nog geen gebruik van gemaakt. In de voorliggende (ontwerp) gewijzigde regeling zijn de stemverhoudingen (gewogen stemrecht) gewijzigd als gevolg van gemeentelijke herindeling en verandering van (aantal) deelnemers, en is de tweedeling verdwenen.

Er is nog slechts sprake van één stemverdeling voor alle besluiten. Belangrijkste uitgangspunten voor wijziging van de stemverhoudingen zijn: • Hoogte participantenbijdrage is richtinggevend • Gewogen stemrecht financiële aspecten (jaarstukken) is leidend voor samenvoeging • Noord-Holland en gemeente Amsterdam vormen samen geen meerderheid van stemmen • De drie grote steden A’dam, Zaanstad en Purmerend vormen samen geen meerderheid • Het stemgewicht van de provincie telt zwaar voor het verkrijgen van een meerderheid N.B.: Het voorgaande laat onverlet dat in de Verordening financieel beheer expliciet is vastgelegd – overgenomen uit de vigerende GR- dat een besluit tot wijziging van de verdeling van de participantenbijdragen (‘verdeelsleutel’) alleen op basis van unanimiteit kan worden genomen. Gewijzigd ontwerp GR in relatie tot de ontwerp Verordening financieel beheer (VFB) In verband met de gewenste wendbaarheid en snelheid vanwege toekomstige aanpassingen in de grondslagen en/of omvang en verdeling van de participantenbijdragen, is ervoor gekozen om vrijwel alle financiële bepalingen uit de GR over te hevelen naar de ‘Verordening financieel beheer’ (VFB). Het overzicht met de verdeling van de participantenbijdragen treft u derhalve niet meer aan in (de bijlage bij) de GR maar in deze verordening.

Door het budgetrecht van gemeenteraden en Provinciale Staten wordt deze, en elke toekomstige wijziging van de verordening, voor zienswijzen aangeboden aan de deelnemers. Een andere relevante toevoeging aan deze verordening is een bepaling (artikel 12,VFB) waarmee wordt verwezen naar het gebruik van de fiscale koepelvrijstelling voor het Btw Compensatie Fonds (BCF).

2

Naar: ‘Bouwstenen WGR’, waarover op 7-12-2022 is besloten door het algemeen bestuur van Recreatieschap Twiske-Waterland: Onderwerp

Toelichting

Advies (ja / nee) Nee

Gemeenschappelijke adviescommissie

Een commissie bestaande uit raadsleden die het bestuur van de gemeenschappelijke regeling van advies kan voorzien, de besluitvorming van de raden van de deelnemende gemeenten met betrekking tot de gemeenschappelijke regeling kan voorbereiden of de raden van advies kan voorzien.

Indienen zienswijzen op verschillende onderwerpen

Gemeenteraden en Provinciale Staten krijgen de bevoegdheid om een zienswijze in te dienen voorafgaand aan het nemen van besluiten door de GR. In de regeling moet worden vastgelegd over welke ontwerp besluiten zienswijzen kunnen worden ingediend. Het dagelijks bestuur (DB) van de GR laat vervolgens voorafgaand aan het daadwerkelijke besluit aan het algemeen bestuur (AB) weten óf en wat er is gedaan met deze zienswijzen. De Wgr sluit overigens niet uit dat in de GR wordt vastgelegd dat er geen mogelijkheid tot zienswijzen bestaat voor bepaalde besluiten van de GR. De zienswijzen kunnen dus niet alleen in de begrotingscyclus worden ingediend, maar ook bij voorgenomen besluiten. Bijvoorbeeld bij besluiten met een aanzienlijk financieel belang, politiek gevoelige besluiten of beleidsmatige keuzes.

Nee

Raden en Staten mogen nu al bij de behandeling van de ontwerp (meerjaren) begroting zienswijzen indienen. Deze kunnen ook betrekking hebben op voorgenomen beleid of financiële uitgangspunten. Alle zienswijzen worden door het DB beoordeeld en becommentarieerd. Vervolgens wordt dit in het AB besproken waarna de (meerjaren) begroting -eventueel gewijzigd- wordt vastgesteld. Bij de behandeling van de zienswijzen wordt aangegeven wat ermee is gedaan. Ook visies, verordeningen en uitvoeringsprogramma’s worden nu aan de raden en Staten voor zienswijzen voorgelegd. De besluiten van het bestuur waarover de raden van de deelnemende gemeenten en Provinciale Staten een zienswijze naar voren kunnen brengen voorafgaand aan het nemen van het besluit, staan vervat in ARTIKEL 3 Lid 6a. Lid 6c biedt nog de (extra) mogelijkheid om andere, specifieke ontwerp besluiten voor zienswijzen open te stellen, ter beoordeling van het bestuur van het recreatieschap. Nog meer mogelijkheden voor zienswijzen zou de bestuurlijke drukte kunnen vergroten. De drukte die bestuurders ervaren als gevolg van deelname aan één of meerdere recreatieschappen is al jarenlang een issue. Bovendien zijn er in de afgelopen jaren weinig zienswijzen ontvangen. Ook de rol van een recreatieschap als beheerder van gebieden en terreinen zonder bevoegdheden van ruimtelijke ordening zorgt ervoor dat zienswijzen niet veel voorkomen.

Burgerparticipatie

Burgerparticipatie binnen het ‘verlengd lokaal bestuur’ is wettelijk verankerd. Zo krijgt de participatie een vaste plek binnen de gemeenschappelijke regelingen. Inwoners en

Ja

Er moet ruimte zijn voor het bestuur om burgerparticipatie in te stellen bij bepaalde projecten, bijvoorbeeld met grote maatschappelijke impact. Hierbij moet worden aangesloten op relevante wetgeving zoals de Omgevingswet. Sowieso moet voor ruimtelijke plannen worden samengewerkt met gemeenten (en het door hen

3

Motivatie, en waar staat dit in de ontwerp GR De raden en Staten worden op dit moment al voorzien van transparante (meerjaren) programmabegrotingen en jaarrekeningen waarbij zij zienswijzen kunnen inbrengen. Ook worden Kadernota en gebiedsvisies voor een zienswijze bij de raden en Staten ingebracht. Het bestuur wordt ondersteund door een ambtelijke adviescommissie waarin ambtenaren van alle deelnemende gemeenten en de provincie zitten. Recreatieschap Twiske-Waterland is een uitvoeringsgerichte orgaan (‘openbaar lichaam’) dat een recreatiegebied beheert op basis van vastgesteld provinciaal en gemeentelijk beleid. Dat maakt de behoefte aan extra adviesmogelijkheden minder groot dan bij gemeenschappelijke regelingen die ook beleidszaken regelen.

Onderwerp

Toelichting belanghebbenden kunnen bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid in regionale samenwerkingsverbanden betrokken worden. De Wgr laat overigens de vrijheid om te regelen dat een dergelijke inspraakmogelijkheid niet wordt geboden. Dit kan bijvoorbeeld afhangen van de belangen die de GR behartigt en van de mate waarin het door de regeling gevoerde beleid de belangen van ingezetenen en andere belanghebbenden raakt.

Privaatrechtelijk toezicht (inhoud regeling)

Samenwerkingsverbanden van decentrale overheden zijn privaatrechtelijk van aard. Hierop waren de controle- en participatie-instrumenten van gemeenschappelijke regelingen niet van toepassing. Op basis van de nieuwe Wgr gaat de regering in overleg met de decentrale overheden een kader opstellen voor democratische controle op privaatrechtelijke samenwerkingen.

Advies (ja / nee)

Motivatie, en waar staat dit in de ontwerp GR

Ja (verplicht)

Recreatieschap Twiske-Waterland is een publiekrechtelijk samenwerkingsverband, een openbaar lichaam. In die zin is er geen sprake van privaatrechtelijk toezicht. Het aspect van toezicht zit besloten in de controlerende taken en bevoegdheden van de raden en Staten, alsmede van de (nieuwe) bepalingen inzake evaluatie van de GR. Zo kunnen gemeenteraden en Provinciale Staten een gezamenlijke enquête starten naar het in de GR gevoerde bestuur. De bevoegdheid om gezamenlijk als gemeenteraden en Provinciale Staten onderzoek te doen naar het gevoerde bestuur van een GR is ingevoerd bij de wijzigingen van de Wgr (en enige andere wetten in verband met het versterken van de democratische legitimatie van GR’en). Deze wijziging heeft tot doel de controlemogelijkheden van gemeenteraden op gemeenschappelijke regelingen te versterken. De onderzoeksbevoegdheid die is geregeld in de artikelen 155g en 155h Gemeentewet is in grote mate hetzelfde als het lokale enquêterecht van individuele gemeenteraden en Provinciale Staten. De belangrijkste verschillen betreffen de besluitvorming, het samenstellen van de onderzoekscommissie en de omvang van degenen die verplicht zijn mee te werken.

Toezicht op bestuur

gevoerde participatiebeleid) omdat de ruimtelijke planvorming voornamelijk bij gemeenten is ondergebracht en niet bij de recreatieschappen. ARTIKEL 3 lid 5 is toegevoegd om inspraak door ingezetenen en belanghebbenden van de deelnemende bestuursorganen van de provincie en de gemeenten bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid mogelijk te maken. Aangezien het recreatieschap taken uitvoert die door de deelnemende bestuursorganen zijn overgedragen, is het algemeen bestuur verantwoordelijk voor het regelen van deze participatie. Daartoe zal het algemeen bestuur een verordening dienen vast te stellen, waarin de wijze waarop hieraan invulling wordt gegeven, wordt geregeld.

Alle betrokken raden en Staten moeten unaniem met deze enquête instemmen. Evaluatie van de GR (inhoud regeling)

Volksvertegenwoordigers krijgen vanwege hun controlerende functie meer invloed op het functioneren van een regeling door een evaluatiemoment in de GR op te nemen van de regeling.

Ja (verplicht)

4

In ARTIKEL 31 wordt hierin voorzien. Hier is de evaluatie van de regeling opgenomen als uitvloeisel van het beleids- en controle-instrument van raden en Staten, zoals dat opgenomen is in artikel 11a van de Wgr. Eenmaal in de vier jaar wordt de regeling geëvalueerd met het doel te beoordelen of met de samenwerking het beoogde doel is gerealiseerd en de taken met het oog op die samenwerking eventueel aanpassing behoeven.

Onderwerp

Toelichting

Uittredingsregeling (inhoud regeling)

De Wgr is gewijzigd op een aantal meer procedurele aspecten. Zo moeten GR’en bepalingen bevatten over de wijziging, opheffing, toetreding en (voorwaarden van) uittreding. Dit was al het geval voor regelingen die voor onbepaalde tijd zijn getroffen, maar deze verplichting geldt nu ook voor regelingen van bepaalde tijd. Het opnemen van een goede uittredingsregeling in de GR.

Advies (ja / nee)

Motivatie, en waar staat dit in de ontwerp GR

Ja (verplicht)

In HOOFDSTUK X (ARTIKELEN 22 t/m 26) zijn de ‘spelregels’ verwoord voor toe- en uittreding van participanten, inclusief de wijze waarop de GR kan worden opgeheven en geliquideerd.

In de regeling dienen afspraken gemaakt te worden over (financiële) gevolgen van uittreding voor de uittredende deelnemers en voor de GR. Op deze manier bestaat vooraf al duidelijkheid bij alle deelnemers over de (financiële) gevolgen die een eventuele uittreding met zich mee brengt.

In HOOFDSTUK X van de ontwerp regeling staan alle relevante bepalingen die betrekking hebben op toetreding, uittreding, wijziging en opheffing van de GR. Overigens, staan deze goeddeels ook in de huidige GR

Artikelen 23 tot en met 25 Uittreding De Wgr bepaalt in artikel 9 dat er ter zake uittreding in ieder geval drie zaken geregeld dienen te worden: a. De voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden; b. de gevolgen voor het vermogen van de rechtspersoon (het openbaar lichaam) en c. de gevolgen voor alle deelnemers. Uittreding gebeurt bij besluit van een deelnemend bestuursorgaan. Voordat een deelnemer wenst uit te treden is het mogelijk het algemeen bestuur te verzoeken om een indicatie te geven van de gevolgen van uittreding. Deze gevolgen zien op de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties. Uittreding kan in beginsel eerst geschieden met ingang van het derde kalenderjaar volgend op het besluit van de uittredende deelnemer. Door deze termijn kunnen zowel het openbaar lichaam als de deelnemers zich in redelijkheid aanpassen aan de nieuwe situatie. Indien de gevolgen voldoende gemitigeerd zijn of kunnen worden, kunnen de deelnemers ook besluiten deze termijn te verkorten. Voor de uittreding wordt een uittredingsplan vastgesteld, waarin de financiële gevolgen van de uittreding worden opgenomen. Daaronder vallen in ieder geval de verplichtingen van de uittredende deelnemer inzake rente en aflossing van geldleningen en andere langlopende verplichtingen.

De uittreedsom die in rekening wordt gebracht bij de uittredende deelnemer en die in het uittredingsplan wordt opgenomen, behelst de frictiekosten en de desintegratiekosten. Daarbij is het openbaar lichaam gehouden om de uittredingssom zo laag als redelijkerwijs mogelijk is te houden.

5

Onderwerp

Toelichting

Informatieplicht (inhoud regeling)

Het opnemen van bepalingen omtrent de wijze waarop de actieve informatieplicht wordt vormgegeven. Een nieuw (sturings)instrument is het formaliseren van de actieve informatieplicht van bestuurders van de GR, vergelijkbaar met de informatieplicht van het college aan de raad.

Advies (ja / nee) Ja (verplicht)

Motivatie, en waar staat dit in de ontwerp GR In de Wgr wordt expliciet de actieve inlichtingenplicht aan Staten en raden geregeld in lijn met de bepalingen daarover in de Provincie- en Gemeentewet. In de GR wordt de invulling hiervan geregeld in de ARTIKELEN 16 en 17 van HOOFDSTUK VII Inlichtingen en verantwoording Naast deze wijzigingen is tevens vooruitgelopen op de inwerkingtreding van de artikelen 3.1 en 3.2 van de Wet open overheid met het oog op de actieve openbaarmaking. Verder is er een aantal tekstuele veranderingen doorgevoerd. ARTKELEN 6 en 11 – werkwijze AB en DB In beide artikelen wordt een lid toegevoegd (lid 7 resp. lid 5) ten behoeve van de actieve openbaarmaking, zoals dat geregeld is in artikel 3.1 en 3.2 van de Wet open overheid. Een transparante overheid als het recreatieschap zal daarop anticiperen en de agenda, verslagen en besluiten van het algemeen bestuur alsmede de agenda en de besluitenlijsten van het dagelijks bestuur reeds openbaar maken. Uiteraard dienen de belangen van anderen op grond van artikelen 5.1 en 5.2 van de Wet open overheid bij deze openbaarmaking in acht te worden genomen voordat overgegaan wordt tot het openbaar maken ervan.

Wijze van reactie op zienswijzen (inhoud regeling)

De mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen (en het al dan niet uitsluiten van zienswijzen tegen voorgenomen besluiten van de GR) verplicht het dagelijks bestuur van de GR tot inhoudelijke becommentariëring voorafgaand aan het feitelijke besluit door het algemeen bestuur

Ja (verplicht)

6

De Wgr geeft de keuze aan de deelnemende raden en Staten om zienswijzen mogelijk te maken bij besluiten van het bestuur van de gemeenschappelijke regeling. In deze GR (ARTIKEL 3 lid 6a) is de afweging gemaakt om dit toe te passen op een aantal besluiten die de kaderstellende, controlerende en financiële bevoegdheden van de Staten en raden aangaan. Het dagelijks bestuur moet op deze zienswijzen reageren, zodat de raden en Staten weten wat met hun zienswijzen gebeurd is. Tegen de ontwerp begroting kon reeds een zienswijze worden ingediend. Nieuw daarbij is dat het DB dient te reageren op de ingediende zienswijzen tegen de ontwerp begroting. Let wel bij de zienswijze op de bestuurscommissie en privaatrechtelijke rechtspersonen geldt dat de zienswijze gevraagd moet worden overeenkomstig artikel 25 lid 2 resp. art. 55a Wgr.

Overige relevante wijzigingen Artikel 3 In lid 6 is de term ‘wensen en bedenkingen’ vervangen door wettelijke term ‘zienswijze’. Hierin wordt het wettelijk verankerde instrument van zienswijze over een besluit van het algemeen bestuur ingevuld. Uitgegaan wordt van mogelijkheden die reeds in de regeling aanwezig waren en waar tegen besluiten wensen en bedenkingen konden worden ingediend. In andere gevallen kan het bestuur bij een bepaald besluit eveneens aangeven of de zienswijzeprocedure mogelijk wordt gemaakt. Het betreft voornamelijk zienswijzen die betrekking op besluiten terzake de verordenende (verordeningen al dan niet afdwingbaar met strafbepalingen) budgettaire (legesverordening) en kaderstellende (plannen) bevoegdheden. Artikel 4 Samenstelling algemeen bestuur In het negende lid wordt geregeld dat het lidmaatschap van het algemeen bestuur onverenigbaar is met het in dienst zijn van of ondergeschikt zijn aan het recreatieschap. Artikel 5 Stemmen en besluitvorming Het algemeen bestuur beslist bij gewone meerderheid, tenzij anders in de GR geregeld. Elk lid heeft één of meerdere stemmen, er is derhalve sprake van een gewogen stemrecht zoals vermeld in lid 2. Let op: het onderscheid tussen financiële besluiten en overige besluiten komt te vervallen! Artikel 7 Openbaarheid van vergaderingen De openbaarheid van vergaderingen van het algemeen bestuur is geregeld in de Wgr.

Deze vergaderingen zijn openbaar, tenzij anders wordt besloten door het algemeen bestuur (artikel 52 in samenhang met artikel 22 Wgr). Artikel 13 Bestuurscommissies Hierin wordt geregeld dat er bestuurscommissies worden ingesteld. Dit dient specifiek in de GR te worden genoemd. Voor adviescommissies hoeft dat niet. De bevoegdheid tot het instellen daarvan is in de Wgr zelf geregeld en derhalve niet meer vermeld in de GR. Artikel 21 Geld- en financieringsmiddelen Hoofdstuk IX: Financiële bepalingen is beperkt tot één artikel, waarin de grondslagen van de geld- en financieringsmiddelen voor het recreatieschap zijn opgenomen. De bijdragen van de deelnemers vormen daarin een belangrijk middel. De grondslag wordt bepaald in de GR, de systematiek en uitwerking ervan in een door het algemeen bestuur vast te stellen Verordening financieel beheer. Daarmee wordt de mogelijkheid om de bijdragen te wijzigen en sneller in de tijd te laten doorwerken in de planning & controlcyclus van de deelnemers vergroot. De vaststelling van deze verordening gaat niet buiten de Provinciale Staten en gemeenteraden om, nu in artikel 3 lid 6a is bepaald dat verordeningen voor zienswijzen naar de deelnemers gaan, voordat de verordening wordt vastgesteld. De voorbereiding en de vaststelling van de begroting en jaarrekening worden bepaald in de artikelen 58, 58b en 59 van de Wgr.

De overige artikelen, inclusief de bijlage met verdeling van de participantenbijdragen zijn, vanwege de eenheid en leesbaarheid van de financiële bepalingen overgeheveld naar de Verordening financieel beheer van het recreatieschap. Artikel 28 Archief – Hoofdstuk XI Archief Dit artikel is aangepast aan de huidige Archiefwet, waarbij het dagelijks bestuur zorg draagt voor de archiefbescheiden van de organen van het recreatieschap. De archivaris van het Noord-Hollands Archief is belast met het toezicht. Er zijn voorts redactionele verbeteringen doorgevoerd waaronder: •

Onnodige verwijzingen naar en letterlijke citaten uit de Wgr zijn goeddeels verwijderd.

7

RESUMÉ OVERZICHT WIJZIGINGEN Was-wordt tabel behorend bij de wijziging Gemeenschappelijke regeling Recrea�eschap Twiske- Waterland Cijfers verwijzen naar de betreffende ar�kelen Wgr: Wet gemeenschappelijke regelingen ONDERWERP

WAS (artikel)

WORDT (artikel)

Aanhef

TOELICHTING Overwegingen voor wijziging regeling geactualiseerd

Begrippen, Begripsbepalingen

1

1 1 lid e

Overbodige begrippen verwijderd; Wgr toegevoegd

Doel en werkgebied

2

2

‘openluchtrecreatie’ is nu ‘recreatie’

Taken en bevoegdheden

3 4 lid 3 en lid 4

Bevoegdheden volgen mede uit de Wgr.

4 lid 1 4 lid 2

3 3 lid 3 en lid 4 3 lid 5 (nieuw) 3 lid 6 (nieuw) Vervallen Vervallen

5 5 lid 1 5 lid 6 5 lid 7 5 lid 9

4 4 lid 1 4 lid 7 4 lid 8 4 lid 6

Her en der tekstueel iets aangepast Aantal leden gewijzigd van ‘11’ naar ‘9’

5a

5

5a lid 1 5a lid 2 5a lid 3 5a lid 4

5 lid 1 5 lid 2 Vervallen Vervallen

Geen onderscheid meer tussen financiële jaarstukken en overige aspecten (beleid en uitvoering) Meerderheid vanaf 5 stemmen Aantal stemmen iets aangepast; totaal nu 25 i.p.v. 28

6 en 7 6 lid 1 6 lid 2 6 lid 3 6 lid 4 6 lid 5 7 lid 1 7 lid 2 7 lid 3

6 6 lid 1 12 lid 1 6 lid 2 Vervallen Vervallen 6 lid 4 6 lid 5 Vervallen 6 lid 6 (nieuw) 6 lid 7 (nieuw)

Participatie Zienswijzen

Algemeen bestuur, samenstelling

Algemeen bestuur, Stemmen en besluitvorming

Algemeen bestuur, werkwijze

Openbaarheid vergaderingen

7 (nieuw)

Toegevoegd op grond van Wgr – participatie Toegevoegd op grond van Wgr – zienswijzen Geregeld in de Wgr Geborgd in artikel 3 lid 3 (WORDT)

Aangepast aan de Wgr

Is/wordt geregeld in Reglement van orde Verduidelijkt Verouderd artikel Overbodig, kan evt. in Reglement van orde staan Geregeld in 6 lid 5 (WORDT) Geregeld in de Wgr Actieve informatieplicht Wgr; cf. Wet open overheid Aangepast aan de Wgr en Wet open overheid

Vergoeding/tegemoetkoming

15

8

Dagelijks bestuur, samenstelling

8 lid 1 8 lid 2 8 lid 3

9 lid 1 en 2 9 lid 3 en 4 Vervallen

Overbodig in GR, evt. opnemen in Regl. van orde

Dagelijks bestuur, Taken en bevoegdheden

9 lid 1 9 lid 2

10 lid 1 en lid 2 Vervallen

Geactualiseerd Wettelijk geregeld

Dagelijks bestuur, werkwijze

9 en 10 9 lid 3 9 lid 4 9 lid 5

11 11 lid 1 en 2 11 lid 3 en 4 Vervallen 11 lid 5 (nieuw)

11 en 13 11 lid 1 en 2 13

12 Vervallen 12 lid 4

Voorzitter, vicevoorzitter

8

Evt. nadere duiding in Reglement van orde Geregeld in de Wgr artikel 14 Actieve informatieplicht Wgr Deels geregeld in Wgr; aangepast aan de Wgr Geregeld in Wgr

ONDERWERP

WAS (artikel)

WORDT (artikel)

TOELICHTING

Verantwoording en inlichtingen voorzitter

12

15

Vergoeding en tegemoetkoming

15

8

Aangepast aan de Wgr

Commissies

14 14 lid 3 en 4

13 Vervallen

Geregeld in de Wgr en cf. andere aanpassingen Geregeld in de Wgr

10 lid 1, 2 en 3 10 lid 4

14 lid 1, 2 en 3 14 lid 4

Aangepast met verwijzing naar Wgr

Interne verantwoording inlichtingenplicht

en

Externe verantwoording inlichtingenplicht

en

16 (nieuw)

Aangepast aan de Wgr; Informatieplicht cf. Wgr

Informatieplicht bestuur

16 16 lid 1 16 lid 1 16 lid 2 16 lid 3

17 17 lid 1 17 lid 2 17 lid 3 17 lid 4

Aangepast aan de Wgr; Informatieplicht cf. Wgr Aangepast aan de Wgr

Geschillenregeling

17

30

Tekstueel herzien op grond van ‘escalatieladder’

Beleid

18

Vervallen

Ligt besloten in de bevoegdheden van het AB, zowel wettelijk als elders beschreven in de GR

19 (nieuw)

In lijn met Algemene wet bestuursrecht

Mandaat Organisatie

19

20

Verantwoording/verslaglegging

20

18

Toegevoegd: “ten behoeve van de deelnemers”

Geld- en financieringsmiddelen

21

21

Met verwijzing naar Verordening financieel beheer

Financiële bepalingen

22 tot en met 28

Vervallen

Opgenomen in Verordening financieel beheer, en aldaar geactualiseerd en aangepast aan de Wgr

Toetreding

29 29 lid 3

22 22 lid 3

Uittreding, uittredingsplan en te vergoeden kosten

30

23, 24 en 25 (nieuwe tekst)

Wijziging regeling

31 31 lid 2

26 Vervallen

Is geregeld in de Wgr, artikel 26 lid 4

Opheffing en liquidatie

32 32 lid 4

27 Vervallen

DB is belast met de uitvoering van liquidatieplan GR heeft geen personeel

Archief

33

28 (nieuwe tekst)

Aangepast aan de Archiefwet en mede cf. Awb

Duur en inwerkingtreding

34

29

De regeling blijft bestaan; voorgestelde wijzigingen worden na publicatie van besluit(en) van kracht

31 (nieuw)

Evaluatiebepaling opgenomen cf. Wgr

Evaluatie

Aangepast cf. Wgr, artikel 26 Aangepast aan de eisen van de Wgr

Citeertitel

35

32

Verdeelsleutel bijdragen deelnemers

Bijlage

Vervallen

Opgenomen in Verordening financieel beheer

Kaart werkingsgebied

Bijlage

Bijlage 1

De begrenzing is aangepast aan het grondgebied van de (gewijzigde) deelnemers aan de GR en aan de uitvoering van taken m.b.t. recreatieve routes. Zie separaat document met mutaties op kaart en motivatie

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13555771/1