C Memo inzake alternatieve invulling bij niet ontvangen rijkscompensatie
Tekst van het document
MEMO
Aan Cc: Van Datum Onderwerp Registratienummer
: Gemeenteraad van Purmerend : Gemeenteraad van Beemster : College van B&W : 13 april 2021 : Aanvullende informatie cf toezegging commissie 31 maart 2021 : 1545076
Op 31 maart jl. hebben wij met u gesproken over de financiële positie van de gemeente Purmerend naar aanleiding van onze brief van 11 februari en met het oog op de kadernota die voor de nieuwe gemeente is opgesteld. Daarbij is uitgebreid met elkaar besproken hoe wij het financiële rijksbeleid zien en dat de lasten van de huidige opgave voor de gemeenten, met name door de onzekerheid over compensatie van de gevolgen van de toenemende jeugdkosten, het WMOabonnementstarief, de invoering van de Omgevingswet en opschalingskortingen, lokaal niet meer verantwoord zijn te dragen. In de kadernota die u inmiddels heeft ontvangen, leest u de met u afgesproken koers waarin we rekening houden met een aanvullende structurele bijdrage van € 2,5 miljoen vanuit het Rijk. Met inbegrip van onze voorstellen doet zich, indien compensatie vanuit het Rijk uitblijft, een financieel probleem ingaande 2025. De jaren daarvoor zien wij financieel nog geen knelpunten dan wel zijn deze incidenteel oplosbaar. In het kader van een verantwoorde financiële huishouding van de gemeente, heeft u gevraagd om een inzicht in de mogelijkheden om te komen tot een sluitende begroting, indien compensatie vanuit het Rijk uitblijft. Op het moment van deze afspraak met de commissie was onze concept-kadernota nagenoeg klaar. Om invulling te kunnen geven aan uw verzoek hebben wij deze memo opgesteld.
Door middel van deze memo schetsen wij u mogelijkheden waaraan u kunt denken in het geval het Rijk niet zijn financiële verantwoordelijkheid neemt richting de gemeenten. Onze beelden zijn dat we ons dan moeten richten op de volgende oplossingsrichtingen: -
-
-
-
Het niet doorvoeren van de verhoging van een hoger indexatiepercentage bij gesubsidieerde instellingen. Dit leidt tot prioritering binnen de gesubsidieerde instellingen omdat de kosten wel harder stijgen. Dit gaat om € 234.000. Het ramen van toekomstige winsten uit grondexploitaties. Het gevolg is dat deze ruimte niet meer kan worden ingezet ter verbetering van de solvabiliteit van de gemeente en gewenste ruimtelijke ontwikkelingen. Hier is een bedrag van € 500.000 voor 2025 en verder realistisch voor de duur van de grondexploitatie Baanstee Noord. Het prioriteren van essentiële keuzes, zoals die nu in de kadernota zijn voorgesteld. Dat heeft inhoudelijke consequenties die dan worden uitgewerkt. Het totaal aan essentiële keuzes telt inclusief IHP op tot 3,2 miljoen in 2025. Een besparing van bijvoorbeeld 20% is derhalve € 640.000. Het doen van een generieke budgetkorting. De jaarrekening 2020 heeft een overschot waarvan een deel komt door uitgestelde werkzaamheden, maar ook een deel door her en der wat kleinere onderuitputting. Er kan voor worden gekozen de begroting nog scherper af te stellen. Risico is dat deze ruimte er na de coronaperiode niet blijkt te zijn. 1% korting op materiële budgetten staat voor ca. € 340.000. Van deze berekening
-
-
-
zijn uitgesloten: investeringen, Jeugd/Wmo, grondexploitaties en anterieure overeenkomsten en de gesloten systemen (rioolheffing/afvalstoffenheffing). Het maken van keuzes in bestaand beleid. Ook dit heeft inhoudelijke gevolgen. Dit is een ombuigingsoperatie en die kost al naar gelang de omvang de nodige tijd. De omvang van de nieuwe begroting is € 275 miljoen. Als we er vanuit gaan dat circa 20% bestaat uit beïnvloedbare uitgaven. Dan is 1% circa € 550.000. Het temporiseren van de investeringsopgave. Dit heeft als gevolg dat verwachtingen bij investeerders en schoolbesturen niet kunnen worden waargemaakt. Het betekent het uitvoeren van het investeringsprogramma over een langere periode dan nu in de voorstellen zit. Voor uw beeld: het doorschuiven van € 10 miljoen vanaf 2024 betekent bij gemiddeld 25 jaar afschrijven en de huidige rente een bedrag van € 525.000. Het verhogen van belastingen gekoppeld aan het niet ontvangen van de Rijkscompensatie of aan grote investeringen van belang voor stad en dorpen. Dit heeft als gevolg dat de afgesproken lijn in het proces van de belastingharmonisatie niet kan worden vastgehouden. Een verhoging van de OZB van 5% staat voor € 550.000.
Deze onderwerpen leiden tot het toenemen van inkomsten en het verlagen van de uitgaven. Dit zijn ons inziens de ‘knoppen’ waar aan kan worden gedraaid. De mogelijkheden hebben maatschappelijke gevolgen en moeten worden geconcretiseerd richting de begroting mochten wij worden genoodzaakt hier een beroep op te doen. Dat is voor nu niet aan de orde. Het is een kadernota. Ons beeld is dit pas concreet uit te werken als er zekerheid is over de mate van Rijkscompensatie. Met deze informatie vertrouwen wij erop u voldoende perspectief te geven op mogelijkheden die tot een sluitende begroting kunnen leiden, indien compensatie vanuit het Rijk uitblijft.