CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

c.-gewijzigde-begroting-2024-begroting-2025-en-meerjarenraming-2026-2028-werkom

Gemeenteraad 27 juni 2024, gemeente PurmerendBij agendapunt: Gewijzigde begroting 2024, begroting 2025 en meerjarenraming 2026- 2028 Participatiebedrijf Zaanstad-Purmerend (Werkom)9.408 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Primaire begroting 2025 gewijzigde begroting 2024 en meerjarenraming 2026-2028

P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 5 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom

Dit document is geschikt gemaakt voor dubbelzijdig printen.

Referentie Organisatie Directie Datum Versie

: Participatiebedrijf Zaanstad Purmerend h.o.d.n Werkom : Bas van Drooge, secretaris-directeur : 19-04-2024 : 1.2

2

P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 5 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom

Inhoudsopgave 1

Inleiding ..................................................................................................... 4 1.1.

2

3

4

Algemeen .......................................................................................... 4

Kaders en ontwikkelingen ............................................................................. 5 2.1.

Ontwikkelingen .................................................................................. 5

2.2.

Strategische herijking ......................................................................... 5

2.3.

Kaders begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 .......................... 6

2.4.

Huisvesting ....................................................................................... 7

Beleidsbegroting 2025 ................................................................................. 8 3.1.

Inleiding............................................................................................ 8

3.2.

Wat willen we bereiken: ...................................................................... 8

3.3.

Wat gaan we daarvoor doen ................................................................ 8

Financiële begroting 2025 ............................................................................14 4.1.

Toelichting op de baten ......................................................................14

4.2.

Toelichting op de lasten .....................................................................16

4.3.

Toelichting gewijzigde begroting 2024 .................................................16

5

Producten begroting 2025 ...........................................................................17

6

Paragrafen .................................................................................................19 6.1.

Inleiding...........................................................................................19

6.2.

Bedrijfsvoering ..................................................................................19

6.3.

Algemene reserve en risicobeheersing .................................................20

6.4.

Financiering ......................................................................................23

6.5.

Verbonden partijen ............................................................................24

6.6.

Fiscale positie ...................................................................................24

Bijlage 1 Geprognosticeerde balans BVO ........................................................25 Bijlage 2 Kasstroomoverzicht BVO ................................................................25

3

P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 5 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom

1 1.1.

Inleiding

Algemeen

Hierbij bieden wij u de primaire begroting 2025 van de Gemeenschappelijke regeling ‘participatiebedrijf Zaanstad Purmerend’ handelend onder de naam Werkom aan, inclusief de gewijzigde begroting 2024 en de meerjarenraming 2026-2028. In de begroting 2024 is een aantal wijzigingen verwerkt ten opzichte van de primaire begroting 2024. Beide begrotingen hebben een neutraal resultaat. Bij de gewijzigde begroting 2024 kon als resultaat van onze inspanningen de extra bijdrage van Gemeenten verlaagd worden van €2,3 mln. naar € 1,4 mln. De extra bijdrage voor 2024 conform het koersdocument bedroeg € 2,7 mln. inclusief indexatie. Voor een toelichting verwijzen wij naar hoofdstuk 5.3. De kengetallen zijn geactualiseerd. De primaire begroting 2025 sluit aan op de strategische herijking en de koersdocumenten van de gemeenten Purmerend en Zaanstad en houdt rekening met de toezichthouder, de Provincie Noord-Holland en het Besluit Begroting en Verantwoording.

4

P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 5 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom

2 2.1.

Kaders en ontwikkelingen

Ontwikkelingen

Werkom voert ten behoeve van de gemeenten Zaanstad en Purmerend de taken in het kader van de Participatiewet en de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) uit. Het primaire doel van deze gemeenschappelijke regeling is mensen met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt zoveel mogelijk naar regulier werk te begeleiden. Daarnaast bieden we mensen met een indicatie WSW of Nieuw Beschut een passende werkplek. Als gevolg van een dalende Wsw-populatie en een stijgende populatie Nieuw Beschut wordt de druk op het financiële resultaat groter. Reden om in 2020 gezamenlijk met de betrokken gemeenten Purmerend en Zaanstad een zogenaamde strategische herijking te starten. De uitkomsten van dit proces zijn vastgelegd in een tweetal koersdocumenten met een bevestiging van de primaire opdracht van de beide raden van Purmerend en Zaanstad. De opdracht aan Werkom is om aan de hand van een strategisch plan Werkom financieel gezond te houden, zonder dat daarmee de primaire opdracht onder druk komt te staan. De meest belangrijke opgaven voor 2025 en verder zijn: 1. Het formuleren en realiseren van het strategische plan; 2. Continueren van de primaire opdracht voor mensen met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt; 3.

Samen met de arbeidsmarktpartners in het Regionaal Werkbedrijf de dienstverlening aan werkzoekenden te verbeteren en de verwachte toestroom van nieuwe en steeds lastiger te plaatsen groepen werkzoekenden op te vangen. 4. Uitvoering geven aan de aanbevelingen uit het rapport Berenschot ter verbetering van het financieel resultaat.

2.2.

Strategische herijking

De ontwikkeling van het aantal doelgroepmedewerkers in relatie tot de omzet van Werkom: Met het beëindigen van de Wet Sociale werkvoorziening 2015 is er geen instroom in deze voorziening meer mogelijk. Jaarlijks stroomt meer dan 5% van de Wswmedewerkers met een indicatie uit deze voorziening. Dit als gevolg van het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, na langdurig verzuim, bij overlijden of door verhuizing uit de regio. Dit zet druk op de Werkleerbedrijven omdat ze over steeds minder mensen beschikken om opdrachten uit te voeren. De instroom medewerkers Nieuw Beschut is aanzienlijk kleiner dan de uitstroom uit de WSW en daarnaast ligt de gemiddelde loonwaarde van deze instroom lager dan de uitstromende Wsw-ers. De omzet van Werkom zal dientengevolge op termijn een dalende trend laten zien. Dit betekent dat de overheadskosten op termijn eveneens zullen moeten krimpen. De taken van Werkom in relatie tot het P-Budget: De financiering van de medewerkers Nieuw Beschut vindt momenteel plaats vanuit een gelijk blijvend Participatiebudget of P-budget (exclusief indexatie) dat Werkom van de gemeenten ontvangt. Omdat de groep medewerkers Nieuw Beschut groeit, krimpt het deel van het P-budget waarmee werkzoekende kandidaten naar werk

5

P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 5 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom

kunnen worden begeleid. Bovendien neemt de inspanning om kandidaten die nu nog in de Participatiewet vallen naar werk te begeleiden toe. Tenslotte: werkzoekenden met een baanindicatie die een baan vinden worden blijvend door Werkom begeleid. Ook deze groep groeit en daarmee de lasten van deze begeleiding die uit het P-budget worden betaald. Deze ontwikkelingen bij gelijkblijvend P-budget zetten flinke druk op de prestaties en begroting van Werkom. Voor kandidaten uit de Participatiewet dienen voldoende en gedifferentieerde ontwikkeltrajecten/werksoorten aangeboden te kunnen worden middels interne en externe Werkleertrajecten. Om met de hierboven genoemde ontwikkelingen tot een zo gunstig mogelijke financiering van Werkom te komen, adviseerde het door de gemeenten ingeschakelde adviesbureau Berenschot een aantal maatregelen:       

Verbeter het operationele resultaat van de verschillende werksoorten; hiervoor bestaat ruimte Zorg voor een stevige taak en rol van Werkom in de arbeidsmarktregio Zet in op detacheren van doelgroepmedewerkers Maak gebruik van de SROI verplichting die bedrijven bij de gemeenten hebben Onderzoek op termijn de mogelijkheid van samenwerken/verbinden met arbeidsmatige dagbesteding en/of andere sociaal ontwikkelbedrijven maak een strategisch plan Voer productfinanciering in om beter aan te sluiten op de gemeentelijke begrotingssystematiek

Met betrekking tot bovenstaande realiseert Werkom in deze begroting een ombuiging van het resultaat met circa € 1.000.000 ten opzichte van de herijkingsnota. Verder wordt met ingang van de begroting 2025 naast de vereisten uit het BBV, gewerkt met een productentabel die aansluit bij de begrotingssystematiek van de gemeenten. Werkom blijft streven naar verbetering van het financiële resultaat dat werd voorzien in de herijkingsnota van 2022. Het tekort van Werkom zal echter blijven groeien zoals ook aangegeven in die herijkingsnota.

2.3.

Kaders begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

Er zijn de volgende begrotingstechnische uitgangspunten geformuleerd: 

De personele en materiele indexen die in de begroting worden gehanteerd zijn 5,7 % respectievelijk 1,6 %. De indexatie van de individueel gehanteerde tarieven voor externe opdrachten zijn afgestemd op de markt en wijken af van de in de begroting gehanteerde indexen. Vanaf 2026 is geen indexatie toegepast op de begroting.

De personeelsformatie is gebaseerd op het geldende formatieplaatsenplan. De ambtelijke functies begroten we tegen de functionele schaal met een anciënniteit van trede 10.

De ontwikkeling van de loonkosten van de SW-medewerkers volgt de CAO sociale werkvoorziening. De bijdrage van de gemeente Zaanstad en Purmerend, voor het uitvoeren of doen uitvoeren van taken voortkomend uit of samenhangend met de Wet sociale werkvoorziening, bestaat uit een volledige vergoeding van de door het participatiebedrijf gemaakte WSW loonkosten, inclusief de loonindexatie.

De afschrijving van de vaste activa vindt lineair plaats. Er wordt pas geactiveerd bij investeringen boven € 10.000. Voor het afschrijven van de vaste activa hanteren we de afschrijvingstermijnen uit de financiële verordening: -

gronden en terreinen: geen;

6

P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 5 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom

-

terreinvoorzieningen: 20 jaar;

-

gebouwen 40 jaar;

-

installaties 15 jaar;

-

machines en apparaten, inventaris en overige materiële vaste activa: 5 of 10 jaar.

Overige materiële vaste activa worden in minimaal 5 jaar afgeschreven.

2.4.

Huisvesting

Werkom heeft onder andere vestigingen aan de Einsteinstraat in Purmerend en de Slachthuisstraat in Zaanstad. In voorgaande jaren is het pand aan de Einsteinstraat dusdanig aangepast dat er een open karakter is ontstaan ten behoeve van de bezoeker (kandidaat, werknemer, klant of leverancier). De meeste andere panden heeft Werkom afgestoten in het kader van haar krimp. Onze vestiging in Zaanstad in de Slachthuisstraat moet op termijn verlaten worden en daarom wordt onderzoek gedaan naar alternatieve huisvesting. Een volwaardige aanwezigheid van Werkom in Zaanstad is noodzakelijk, voor een goede dienstverlening aan de bewoners van Zaanstad en voor een goede samenwerking met de ketenpartners aldaar. Werkom werkt ook mee aan ‘punt in de wijk’ vanuit de Spaansgroenstraat in Zaandam.

7

P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 5 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom

3 3.1.

Beleidsbegroting 2025

Inleiding

De beleidsbegroting bestaat uit één programma ‘Werk’, met drie taakvelden: arbeidsparticipatie, begeleide participatie en overhead.

3.2.

Wat willen we bereiken:

Mensen met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk helpen, bij voorkeur bij een reguliere werkgever. Dit geldt voor zowel de reguliere participant, als ook kandidaten met een doelgroep indicatie of Nieuw Beschut.

 

Een leerwerktraject bieden aan mensen die dit nog niet bij een reguliere werkgever kunnen vinden, om daarmee de ontwikkeling van de mensen te ondersteunen. In samenwerking met het onderwijs en het bedrijfsleven zorgen voor (om)scholingsmogelijkheden om de vaardigheden te leren die nu en straks op de arbeidsmarkt worden gevraagd.

Werkgevers adviseren en ondersteunen bij inclusief ondernemen.

3.3.

Wat gaan we daarvoor doen

Werkom voert in deze begrotingsperiode de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) uit en delen van de Participatiewet, te weten de toeleiding naar werk van mensen met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt en Nieuw Beschut. Iedereen die kan werken maar daarbij ondersteuning nodig heeft, valt onder de Participatiewet. De wet is er om zoveel mogelijk mensen met of zonder arbeidsbeperking werk te laten vinden. Het doel was om te komen tot één regeling voor de onderkant van de arbeidsmarkt. Doelgroepen die we onder de Participatiewet scharen zijn: 

De groep werkzoekenden die regulier kan werken.

De groep die a.g.v. een arbeidsbeperking niet het WML kan verdienen en om die reden in het doelgroep-register is opgenomen. Dit is de groep waarvoor de banenafspraak is gemaakt. Bij plaatsing van deze groep op regulier werk wordt hun reële loonwaarde bepaald en ontvangen werkgevers loonkostensubsidie. Ook kunnen werkgevers een verzoek doen voor inzet van jobcoaching, no risk polis, scholingsvoucher en stimuleringssubsidie voor deze groep.

De groep die o.g.v. een arbeidsbeperking als Nieuw Beschut is geïndiceerd. Deze groep heeft permanente of zeer intensieve begeleiding nodig (en soms vergaande werkplekaanpassingen). Voor hen worden gesubsidieerde arbeidsplaatsen gecreëerd.

Daarnaast zijn er regelingen, die sinds 1 januari 2015 afgesloten zijn en geen nieuwe instroom meer hebben maar waarvan de populatie nog wel werkzaam is bij Werkom, te weten: 

De Wet sociale werkvoorziening met beschut werk ‘oud’ en Begeleid Werken bij werkgevers. Dit aantal gaat omlaag, omdat er geen nieuwe instroom meer is en daalt uiteindelijk tot nul. Werkom voert deze regeling uit.

8

P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 5 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom

Wajong oud (met werkregeling, studieregeling en uitkeringsregeling).

3.3.1 Taakveld begeleide participatie Onder dit taakveld vallen twee activiteiten: de bestaande sociale werkvoorziening (Wsw) en de regeling voor Nieuw Beschut.

3.3.1.1 Nieuw Beschut Werkom geeft ook steeds meer invulling aan Nieuw Beschut en past de organisatie daarop aan. Sinds 1 januari 2017 is voor elke gemeente binnen de Participatiewet een verplichting met taakstelling ontstaan. Het betreft personen bij wie niet verwacht kan worden van reguliere werkgevers dat ze de noodzakelijke begeleiding kunnen bieden of de werkplek aanpassen. De minimale loonwaarde van deze mensen is 30%.

Sociale werkvoorziening Werkom biedt in 2025 in de werkleerbedrijven werk aan naar verwachting 325 fte SWmedewerkers van de gemeenten Zaanstad (inclusief Over-gemeenten) en Purmerend en (op inkoopbasis) van andere regiogemeenten.

3.3.1.2 Indicatoren taakveld Begeleide participatie De verwachting ten aanzien van het aantal plekken Nieuw Beschut is als volgt: Gem.fte Nieuw beschut op interne leerwerkplek

Totaal

Realisatie 2023

2024

2025

2026

2027

2028

54

65

71

77

82

90

De gemeentelijke taakstellingen vanuit de Ministeriele Regeling voor Nieuw Beschut liggen hoger. Het UWV heeft in het indiceren van deze doelgroep een centrale rol. Gebaseerd op de huidige ontwikkeling wordt een groei verwacht naar circa 90 in 2028. Als gevolg van de jaarlijkse uitstroom (pensioen, langdurig ziek, overlijden en vanwege verhuizing) daalt de populatie gestaag. Gemiddelde fte WSW bij Werkom per Gemeente Zaanstad Zaanstad (Oostzaan) Zaanstad (Wormerland) Purmerend Totaal deelnemende gemeenten Overige Gemeenten Totaal

Gemiddelde fte WSW begeleid werken

Zaanstad Purmerend Totaal

Realisatie 2023

205,00

143,60 348,60 12,60 361,20

2024

2025

2026

2027

2028

178,08 4,31 11,04 133,69 327,12 11,98 339,10

167,48 4,31 10,62 131,53 313,94 11,39 325,33

160,20 4,31 10,62 123,92 299,04 9,31 308,35

153,03 4,01 10,12 116,44 283,60 8,02 291,62

147,58 3,25 9,62 113,26 273,71 8,02 281,73

Realisatie 2023

2024

2025

2026

2027

2028

30,42 21,58 52

29,42 20,58 50

27,42 20,58 48

27,42 20,58 48

27,42 20,58 48

27,42 20,58 48

3.3.2 Taakveld arbeidsparticipatie (uitvoering van de Participatiewet-taken) Dit taakveld heeft betrekking op uitvoering van de Participatiewet. Daarmee behoren tot dit taakveld alle op arbeid en uitstroom gerichte participatie en re-integratievoorzieningen zoals proefplaatsingen, participatieplaatsen, detacheringsbanen, scholing et cetera maar ook als netwerkorganisatie de samenwerking op te zoeken met onder andere regiopartners, zorg, gemeenten, scholen. In de komende jaren zullen naar verwachting de doelgroepen in het doelgroep-register en de groep Nieuw Beschut toenemen. Werkom stelt voor beide groepen structurele ondersteuning middels job-coaching of beschutte werkplekken beschikbaar.

9

P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 5 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom

Werkom heeft hiervoor de infrastructuur, de netwerken en deskundigheid om werkzoekenden te begeleiden in hun ontwikkeling naar betaald werk naar vermogen, in huis. In het kader van de strategische agenda zijn de interne werkleertrajecten verbeterd en wordt de Werkom-aanpak verder geoptimaliseerd.

3.3.2.1 Werkgeversdienstverlening Voorvloeiend uit de Participatiewet ondersteunt Werkom werkgevers om inclusief te organiseren. Werkom werkt hierbij samen met het UWV en de regiogemeenten in het Werkgeversservicepunt Zaanstreek Waterland (WSP). De dienstverlening aan werkgevers vergroot het netwerk van Werkom en daarmee de mogelijkheden om (op termijn) ook mensen met een grotere afstand tot werk naar regulier werk te bemiddelen. De werkgeversdienstverlening bestaat uit: -

informatie & advies over de wettelijke regelingen, de mogelijkheden om mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen en de mogelijkheden om het werk inclusief te organiseren;

-

ondersteuning bieden aan werkgevers door de inzet van werkgeversinstrumenten zoals loonkostensubsidie, no risk polis en jobcoaching;

-

invulling van vacatures/match met mensen uit de Participatiewet, de WW, de Wajong en de WIA. Voor de uitvoering van de werkgeversdienstverlening hebben de samenwerkingspartners in het WSP een gezamenlijk uitvoeringsplan en een communicatieplan opgesteld. Voor de uitvoering van deze plannen willen de partners gezamenlijk investeren in zowel de aansturing als de uitvoering van de diensten. Werkom heeft in de afgelopen jaren al vooraf veel investeringen gepleegd en heeft voor de belangrijkste pijlers uit de plannen de mensen gedetacheerd aan het WSP om de uitvoering mogelijk te maken.

3.3.2.2 Inclusief organiseren Om te bevorderen dat reguliere werkgevers meer mensen met een arbeidsbeperking opnemen in hun bedrijven, wil Werkom inclusieve arbeid organiseren en meer onder de aandacht brengen van werkgevers. De jobcoaches en adviseurs van Werkom hebben kennis over jobcarving opgedaan. Werkom organiseert regelmatig werkgeversbijeenkomsten, waarin werkgevers elkaar inspireren om inclusieve arbeid te organiseren.

3.3.2.3 Indicatoren taakveld Arbeidsparticipatie De maatschappelijke waarde van de activiteiten is belangrijk voor Werkom. Maatschappelijke waarde voor mensen die werk zoeken, voor werkgevers en voor de gemeenten. Voor mensen die werk zoeken biedt werk de mogelijkheid te voorzien in het eigen inkomen. Maar werk is meer dan inkomen. Werk geeft mensen de mogelijkheid zich te ontwikkelen, biedt mensen sociale contacten, bevordert de gezondheid en verhoogt het welzijn van mensen. Veel werkgevers willen naast omzet, winst en marktaandeel ook een bijdrage leveren aan de maatschappij. En gemeenten zijn verantwoordelijk voor het sociale domein waarin werk een belangrijke sleutel is om de maatschappelijke doelen te realiseren.

10

P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 5 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom

De verwachting van de omvang van het aantal participanten gebaseerd op verwachte economische ontwikkelingen en in het verleden gerealiseerde instroom is als volgt: realisatie Begroot Begroot Begroot Begroot Begroot Instroom per jaar bij Werkom 2023 2024 2025 2026 2027 2028 Instroom Zaanstad Instroom Purmerend Totaal instroom begeleiding Werkom Instroom WAP Zaanstad Instroom WAP Purmerend Totaal Instroom Werkcafe aan de poort

273 297

400 200

400 200

400 200

400 200

400 200

570 74 98

600 208 104

600 208 104

600 208 104

600 208 104

600 208 104

172

312

312

312

312

312

Binnen de caseload onderscheiden we kandidaten die een indicatie baanafspraak of Nieuw Beschut hebben, reguliere kandidaten en kandidaten die via Werkcafé aan de Poort bemiddeld kunnen worden naar werk. verwacht gemiddeld aantal kandidaten in begeleiding per realisatie Begroot Begroot Begroot Begroot Begroot jaar 2023 2024 2025 2026 2027 2028

Zaanstad Purmerend

575 273

660 330

643 322

627 313

627 313

627 313

Zaanstad Purmerend

848 243 176

990 367 183

965 383 192

940 400 200

940 400 200

940 400 200

419 29 24 53 1.320

550 40 20 60 1.600

575 40 20 60 1.600

600 40 20 60 1.600

600 40 20 60 1.600

600 40 20 60 1.600

Totaal Reguliere kandidaten (incl statushouders, nuggers, jongeren)

Totaal Doelgroep en nieuw beschut

WAP Zaanstad WAP Purmerend Totaal Werk cafe aan de Poort Totale caseload

Jaarlijks stroomt een groot deel van de caseload uit. Een deel van de kandidaten wordt teruggemeld naar de gemeenten omdat bemiddeling naar werk voor hen (nog) niet haalbaar is. Uitstroom per jaar bij Werkom Uitstroom Zaanstad Uitstroom Purmerend Totaal Uitstroom begeleiding Werkom Uitstroom WAP Zaanstad Uitstroom WAP Purmerend Totaal Uitstroom Werkcafe aan de poort Terugmelding Zaanstad Terugmelding Purmerend Totaal Terugmelding Totaal Uitstroom

realisatie Begroot Begroot Begroot Begroot Begroot 2023 2024 2025 2026 2027 2028

212 135

312 156

349 174

379 189

379 189

379 189

347 23 30

468 69 35

523 69 35

568 69 35

568 69 35

568 69 35

53 250 178 428 828

104 260 80 340 912

104 225 60 285 912

104 200 40 240 912

104 200 40 240 912

104 200 40 240 912

11

P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 5 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom

Bij bemiddeling naar werk onderscheiden we plaatsingen van 32 uur of meer en plaatsingen van minder dan 32 uur per week. realisatie Begroot Begroot Begroot Begroot Begroot Aantal plaatsingen 2023 2024 2025 2026 2027 2028

79 74 117 74

plaatsing 32+ Zaanstad plaatsing 32+ Purmerend Plaatsing 32- Zaanstad Plaatsing 32- Purmerend

133 67 100 50

133 67 100 50

133 67 100 50

133 67 100 50

133 67 100 50

Binnen werkleertrajecten begroten we de komende jaren alleen nog kandidaten op een werkervaringsplaats (WEP) bij Werkom. Daarbij wordt wel gerekend met begeleidingskosten, maar niet met netto toegevoegde waarde. Participanten in werkleertraject

realisatie Begroot Begroot Begroot Begroot Begroot 2023 2024 2025 2026 2027 2028

Met behoud uitkering (WEP) Banenafspraak op interne werkplek ontwikkelbaan op interne werkplek

46 18,3 13,4

50

50

50

50

50

De huidige arbeidsmarkt kent grote verschillen tussen vraag en aanbod. Er is veel vraag naar werknemers in de horeca, de zorg, de bouw en andere sectoren, maar weinig aanbod van werkzoekenden. We zien echter ook dat het gevraagde niveau van potentiële werknemers hoger is dan het niveau van onze doelgroep. Om deze kloof te overbruggen probeert Werkom bedrijven te adviseren hun werkprocessen dusdanig aan te passen dat onze doelgroep wel inzetbaar is. Het aantal plaatsingen Nieuw Beschut binnen Werkom, is afhankelijk van de indicatie adviezen van het UWV. Afgelopen jaar is het aantal mensen dat een indicatie heeft gekregen gegroeid. Een groot gedeelte van deze mensen wordt al door Werkom begeleid en stroomt door naar een baan (grotendeels binnen Werkom). De verwachting is dat de instroom blijft aanhouden.

3.3.2.4 Meerjarige begroting taakvelden Onderstaande tabel betreft de financiële weergave van de verschillende taakvelden. Taakvelden 0.4 overhead lasten baten 6.4 begeleide participatie lasten baten 6.5 arbeidsparticipatie lasten baten Resultaat voor bestemming

gew. 2024 -6.047.537 -8.063.395 2.015.858 4.499.060 -18.578.748 23.077.807 1.548.477 -7.213.523 8.762.000 -0

primair 2025 primair 2026 primair 2027 primair 2028 -5.715.409 -5.443.682 -5.240.725 -5.096.017 -8.240.602 -7.926.904 -7.826.433 -7.801.663 2.525.193 2.483.222 2.585.707 2.705.646 4.333.635 4.264.740 4.268.856 4.323.095 -19.037.303 -18.420.344 -17.829.323 -17.397.987 23.370.937 22.685.083 22.098.179 21.721.082 1.381.776 1.178.944 971.872 772.922 -7.812.224 -8.015.056 -8.222.128 -8.421.078 9.194.000 9.194.000 9.194.000 9.194.000 1 1 2 0

3.3.2.5 Begeleide participatie: De lasten van het taakveld begeleide participatie bestaan uit de uitvoering van de Wet Sociale Werkvoorziening en Nieuw Beschut. Gemeente Zaanstad en Purmerend dekken 100% van de Wsw-loonkosten en verstrekken een loonkostensubsidie uit het BUIGbudget voor Nieuw Beschut. De verder benodigde kosten voor Nieuw Beschut komen uit het Participatiedeel dat de gemeenten aan Werkom beschikbaar stellen. Hieruit wordt ook de subsidie Nieuw Beschut voor externe organisaties betaald.

12

P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 5 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom

3.3.2.6 Arbeidsparticipatie: De lasten van het taakveld Arbeidsparticipatie (Participatiewet) zijn begroot op basis van het toegekende participatiebudget vanuit de gemeenten en de daaraan verbonden kosten minus de kosten van overhead (leidinggevenden, stafafdelingen, opleidingen en verzekeringen).

3.3.2.7 Overhead Alle indirecte kosten (personeel en materieel) die niet rechtstreeks aan een kandidaat of Wsw-er worden uitgegeven worden betiteld als “overhead”. Dit betreft de decentrale ondersteuning (leiding, werkvoorbereiding en begeleiding) en centrale ondersteuning (management en staf). De overhead wordt door middel van een sleutel doorbelast naar de overige bedrijfsonderdelen op basis van m2 en fte per bedrijfsonderdeel.

3.3.3 Beleidsindicatoren BVO Indicatoren Externe inhuur Externe inhuur als % totale loonsom Overhead % van totale lasten

Gew. Begr. 2024 247.005 2,1% 18,7%

Begroting 2025 261.084 2,0% 16,6%

Begroting 2026 261.084 2,0% 16,2%

Begroting 2027 261.084 2,0% 15,7%

Begroting 2028 261.084 2,0% 15,4%

De externe inhuur bestaat in de komende jaren uit inzet voor projecten en de flexibele schil van medewerkers.

13

P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 5 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom

4

Financiële begroting 2025

De financiële begroting houdt rekening met de wensen van de gemeenten zoals vastgelegd in het koersdocument van de gemeenten en de besluiten van beide raden. In de begroting wordt rekening gehouden met een gestage daling van de Wsw populatie met 5 % per jaar (pensioen, administratieve uitstroom, langdurige ziekte en overlijden). De realisatie kan hier van afwijken omdat niet alle uitstroom voorspelbaar is. Ook houden we rekening met groei van “beschut werk” naar de taakstelling voor de gemeenten, de autonome ontwikkeling van “langdurige begeleiding” en met effecten van de CAO-SW, de CAO ADS, de CAO SGO en stijgingen van de materiele kosten. De genoemde ontwikkelingen zullen ook leiden tot een krimp van het werkleerbedrijf. Dit vergt een maximale inspanning van Werkom om ook in de komende jaren het werk zo efficiënt en effectief mogelijk uit te blijven voeren. In de begroting is rekening gehouden met het opheffen van Werkom Diensten BV per 31 december 2023. Meerjarenbegroting 2024-2028: Meerjarenbegroting Ntw Loonkosten en loonsuppl WSW Loonkosten Banenafspraak Loonkosten Basisdienstverb Loonkosten Nieuw Beschut Personeelskosten ambtenaren Mut voorziening Overige bedrijfskosten Bijdrage gemeenten PW Bijdrage gemeenten SW Overige bijdrage gem. Overige baten Resultaat voor bestemming onttrekking reserve storting reserve Resultaat na bestemming

Gew. begroting 2024 begroting 2025 begroting 2026 begroting 2027 begroting 2028 8.395.197 8.686.918 8.586.718 8.586.718 8.586.718 -13.225.328 -13.156.797 -12.529.172 -11.890.466 -11.488.600 -1.115.023 -1.347.541 -1.467.070 -1.586.599 -1.726.049 -12.266.464 -13.040.919 -13.031.221 -13.010.290 -13.010.290

Realisatie 2023 9.468.723 -15.418.081 309.183 -560.977 875.044 -11.901.941 -237.310 -4.980.544 8.371.740 13.395.326 417.187 638.663 377.013 -

primair 2024 7.910.192 -13.304.051 -1.520.197 -12.147.708 -5.137.795 8.576.000 13.341.748 2.281.812 -0 -

-5.369.793 8.762.000 13.284.419 1.364.991 170.000 -0 -

-5.554.631 9.194.000 13.218.105 1.828.146 172.720 1 -

-5.344.600 9.194.000 12.590.480 1.828.146 172.720 1 -

-5.400.288 9.194.000 11.951.774 1.982.433 172.720 2 -

-5.405.549 9.194.000 11.549.908 2.127.141 172.720 0 -

377.013

-0

-0

1

1

2

0

Wat uit deze meerjarenbegroting niet zichtbaar is zijn de resultaten per bedrijfsonderdeel. Het werkleerbedrijf heeft een negatief resultaat van € 953.721 . De afdeling Mens en Werk heeft een negatief resultaat van € 874.422. Dit wordt gedekt uit de in de begroting opgenomen overige bijdrage.

4.1.

Toelichting op de baten

De netto toegevoegde waarde (NTW, omzet minus directe orderkosten) begroten we, ondanks de uitstroom van Wsw’ers, voor deze periode nog op een redelijk gelijkblijvend niveau, te realiseren door efficiencyverbeteringen. De vergoeding voor loonkosten Wsw en Begeleid Werken (BW) daalt structureel als gevolg van de uitstroom van deze doelgroep.

14

P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 5 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom

4.1.1 Overdracht budgetten gemeenten Budgetten van gemeenten x 1.000

2023

2024

2024 gew

20 2 5

20 26

2 0 27

20 2 8

Zaanstad

5.063

5.181

5.511

5.783

5.783

5.783

5.783

Purmerend

2.805

2.905

2.754

2.890

2.890

2.890

2.890

Zaanstad

317

326

332

348

348

348

348

Purmerend

159

163

166

174

174

174

174

Totaal P budget

8.344

8.576

8.763

9.194

9.194

9.194

9.194

Extra middelen (beleidsscenario)

Participatiebudget

Ontw ikkelbudget

1.497

2.282

1.365

1.828

1.828

1.982

2.127

Zaanstad

998

1.521

910

1.219

1.219

1.322

1.418

Purmerend

499

761

455

609

609

661

709

13.342

13.277

13.235

13.106

12.478

11.839

11.437

Zaanstad

7.867

7.820

7.744

7.596

7.266

6.928

6.662

Purmerend

5.475

5.457

5.491

5.510

5.212

4.912

4.775

23.183

24.135

23.363

24.128

23.500

23.016

22.759

2023 7.396.700 5.185.373 469.855 289.928 62.558 13.404.414

2024 7.356.182 5.158.347 463.748 298.626 64.435 13.341.338

2024 gew 7.262.896 5.188.587 481.291 302.432 49.215 13.284.421

2025 7.117.970 5.196.097 477.783 313.773 112.482 13.218.105

2026 6.788.445 4.897.997 477.783 313.773 112.482 12.590.480

2027 6.449.941 4.597.795 477.783 313.773 112.482 11.951.774

2028 6.184.388 4.461.482 477.783 313.773 112.482 11.549.908

Totaal WSW budget

Totaal

Specificatie Budgetten WSW Zaanstad Purmerend loonsuppl.begl.werk Zaan loonsuppl.begl.werk Purm Over gemeenten

4.1.1.1 Toelichting: De participatie budgetten zijn geïndexeerd zoals vastgelegd in de bijdrage verordening. Voor de indexering van de budgetten 2025 is uitgegaan van voorlopige indexcijfers van het CEP: 5,7% voor personele lasten en 1,6% voor overige lasten. De budgetten voor uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening zijn gebaseerd op de geraamde loonkosten van de SW-ers aangevuld met de kosten van loonkostensubsidie bij Begeleid Werken. De werkelijke loonkosten 2023 vormen de basis van de gewijzigde begroting 2024. Daarnaast is voor 2024 rekening gehouden met de CAO verhoging. Voor 2025 is rekening gehouden met een index van 3%. Vanaf 2026 wordt geen rekening gehouden met indexatie. De afname van de budgetten wordt veroorzaakt door de afname van de WSW populatie. Om de effecten van het strategisch plan te kunnen duiden beperken we ons tot het begrotingsjaar 2025 waarin de structurele ombuiging van € 0,8 mln. is toegezegd.

(Bedragen x € 1.000.000) Resultaat Werkom uit koersdocument Indexatie koersdocument Structurele ombuiging strategisch plan Minder formatie Nieuw Beschut Beoogd resultaat Werkom na ombuiging Aan te vullen resultaat begroting 2025 Extra ombuiging

+/0,3 0,8 0,4

+ +

2025 -2,9 -3,2 -2,4 -2,0 -2,0 -1,8 0,2

De bedragen in het koersdocument zijn niet geïndexeerd. Ter wille van de vergelijking hebben we het resultaat 2025 uit het koersdocument geïndexeerd (niet geïndexeerd € -2,9 miljoen, geïndexeerd € -3,2 miljoen). De structurele ombuiging zoals toegezegd bedraagt € 0,8 miljoen. Het gunstige financiële effect van de lagere formatie Nieuw Beschut ten opzichte van het koersdocument (loon, loonkostensubsidie en minder opbrengsten) wordt a.d.h.v. het

15

P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 5 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom

aantal fte geschat op € 0,4 miljoen. Het resultaat van Werkom in 2025 bij realisatie van de ombuiging zou dan op € -2 miljoen moeten uitkomen. De begroting presenteert een resultaat 2025 dat nog net even iets beter is: € -1,8 miljoen. Het maximaal door de gemeenten bij te dragen bedrag zou daarmee op € 1,8 miljoen komen in plaats van € 2,9 miljoen zoals geprognosticeerd in het koersdocument.

4.2.

Toelichting op de lasten

De geraamde ambtelijke personeelskosten inclusief inhuur stijgen in 2025 ten opzichte van 2024 met circa € 800.000. Grotendeels veroorzaakt door de effecten van de CAO SGO. De loonkosten van participanten met een indicatie Nieuw Beschut stijgen met € 230.000. Dit komt door de verwachte stijging van de aantallen.

4.3.

Toelichting gewijzigde begroting 2024

Het verwachte resultaat van de gewijzigde begroting 2024 is nihil met een extra gemeentelijke bijdrage van € 1.364.991. Primair 2024 was een bijdrage begroot van € 2.281.812. De gewijzigde begroting 2024 heeft € 916.821 minder kosten c.q. meer opbrengsten. De extra gemeentelijke bijdrage vanuit het koersdocument na indexering zou € 2.717.171 hebben bedragen. De belangrijkste verschillen ten opzichte van de primaire begroting 2024 zijn: Omzet en direct orderkosten (NTW) Personeelskosten Loonkosten doelgroepen Indexering participatiebudgetten Overige Totaal

€ 485.000 -€ 148.000 € 405.000 € 186.000 -€ 11.179 € 916.821

De omzet is voor alle bedrijfsonderdelen bijgesteld. Hiermee is een aanvang gemaakt met de ombuiging. De stijging van de loonkosten is voor het grootste gedeelte indexering. De loonkosten van de doelgroep Nieuw Beschut zijn per saldo verlaagd door het bijstellen van het verwachte aantal dienstverbanden Nieuw Beschut van 95 fte naar 65 fte.

16

P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 5 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom

5

Producten begroting 2025

Vanaf 2025 wordt op verzoek van Gemeenten een productenbegroting geleverd. Omdat de begroting moet voldoen aan de vereisten conform het Besluit begroting en verantwoording wordt dit als apart hoofdstuk aan de begroting toegevoegd. In overleg met de Gemeenten is er gekozen voor de volgende door Cedris gebruikte productindeling: WSW Werkleerbedrijven (WLB) Betreft kosten per fte van de WSW medewerkers die bij het Werkleerbedrijf werken. De kosten voor de WSW medewerkers die bij de staf werken zitten in de kosten bedrijfsvoering. De totale koten van het product WSW op de Werkleerbedrijven is € 2.573,- negatief per fte. In 2025 begroten we gemiddeld 275,7 fte in de werkleerbedrijven. Dat aantal neemt de komende jaren verder af (dit is een autonoom proces). LKS beschut werk (LKS beschut) Betreft kosten per fte van de doelgroep Participatiewet die met loonkostensubsidie en een subsidie beschut werken bij het sociaal ontwikkelbedrijf aan het werk zijn. De kosten per fte Nieuw Beschut op de werkleerbedrijven zijn € 24.787,- negatief. Voor 2025 begroten we 68 fte met een indicatie Nieuw Beschut. Dit aantal neemt de komende jaren verder toe (zolang de taakstelling van het rijk niet is ingevuld, heeft iedereen die de indicatie beschut werk krijgt, recht op een beschutte werkplek).

Begeleiding intern (LKS bij) Betreft de kosten per fte van de doelgroep Participatiewet die met loonkostensubsidie bij het sociaal ontwikkelbedrijf aan het werk zijn. Werkom heeft dit product de afgelopen jaren wel ingezet, maar nu niet meer in de begroting opgenomen. Begeleiding extern (LKS via) Naast de groep medewerkers die de sociaal ontwikkelbedrijven zelf in dienst hebben, is er de groep die via het sociaal ontwikkelbedrijf en/of gemeentelijke uitvoeringsorganisatie bij andere werkgevers is geplaatst (LKS-via). De plaatsing kan in de eigen gemeentelijke organisatie zijn, maar ook bij andere publieke werkgevers of bij private werkgevers en sociale ondernemingen. Deze werkgevers betalen zelf de loonkosten, zijn verantwoordelijk voor de eigen bedrijfsvoeringkosten en genereren met deze medewerkers opbrengsten door de bedrijfsactiviteiten. De werkgevers ontvangen loonkostensubsidie voor de lagere loonwaarde van deze medewerkers. Werkom is verantwoordelijk voor de begeleiding van deze medewerkers en hun werkgevers. We begroten in 2025 255 fte langdurige begeleiding en de verwachting is dat dit aantal verder toeneemt. Een groter wordende groep die met loonkostensubsidie bij reguliere werkgevers werkt is in lijn met de doelen van de Participatiewet, maar vraagt van Werkom steeds meer inzet op langdurige begeleiding.

17

P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 5 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom

Andere factoren zoals loonkosten, opbrengsten en de kosten van bedrijfsvoering zijn er bij de groep LKS-via wel maar deze zijn bij ons niet bekend. Voor WSW en LKS Beschut zijn de opbrengsten uit werk naar rato verdeeld. De opbrengsten uit werk worden niet per persoon geregistreerd. Overig Werkleerbedrijf (WLB) Betreft alle andere werkzaamheden van Werkom die niet passen in de andere categorieën zoals bijvoorbeeld WIW en WSW medewerkers overige Gemeenten. Kandidaten Re-integratie Dit betreft de kosten van het begeleiden van kandidaten naar werk. Hier worden ook de kosten voor deelname aan het werkgeversservicepunt (WSP) meegenomen. Begroting 2025

WSW WLB LKS beschut LKS bij indic atie verminderde loonwaarde in dienst werkom ook gedetac heerd

Financieel resultaat dienstverband per fte

Overig WLB

LKS via

Kandidaten (Reintegratie)

bij andere werkgever onbekend

1. Bruto loonkosten

-45.335

-35.684

2. Subsidies

45.558

-

onbekend

2a LKS

-

15.763

-

2b Kosten/opbrengsten werkplek/subs besc hut

-

8.500

9.299

-398

-

3a. opbrengsten uit werk

26.425

15.855

onbekend

26.425

3b. kosten bedrijfsvoering

-29.220

-29.220

onbekend

-29.220

-6.374

Kosten per dienstverband

-2.573

-24.787

6.504

-6.374

5. kosten begeleiding aantal fte (jaargemiddelde)

-

-

-

-4.428

-

275,7

68,0

-

255

13,29

1.070

Bovenstaande is een eerste uitwerking van de productenbegroting door Werkom en daarom is het verstandig voorzichtig te zijn met conclusies. We zullen deze productbegroting de komende jaren verder ontwikkelen.

18

P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 5 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom

6 1.1.

Paragrafen

Inleiding

In dit hoofdstuk is specifieke, programma-overstijgende informatie opgenomen met betrekking tot een zestal onderwerpen:      

Bedrijfsvoering Weerstandsvermogen en risicobeheersing Financiering Verbonden partijen Fiscale positie Verloop reserves en voorzieningen

1.1.

Bedrijfsvoering

De bedrijfsprocessen zijn alle beleidsmatige (primaire) processen, ondersteunende (secundaire) processen en de sturing en beheersing ervan.

6.2.1 Organisatie Werkom is op 1 januari 2018 opgericht. De Gemeenschappelijke Regeling participatiebedrijf Zaanstad-Purmerend, Werkom, is een bedrijfsvoeringorganisatie (BVO). De dagelijkse aansturing is in handen van een secretaris-directeur. Het bestuur van Werkom wordt gevormd door de wethouders financiën van de gemeenten Purmerend en Zaanstad. De opdrachtgevers voor uitvoering van de Participatiewettaken zijn de colleges van de gemeenten Zaanstad en Purmerend. De uitvoering van de Wsw is gedelegeerd aan de directie van Werkom.

6.2.2 Organisatieschema Afbeelding: organisatieschema Werkom

19

P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 5 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom

De uitvoeringsorganisatie bestaat uit drie onderdelen, Mens en Werk, het Werkleerbedrijf en de ondersteuning. Binnen het werkleerbedrijf zijn verschillende teams ondergebracht, te weten Industrie en diensten, Groen en Schoon, Business Post en Printing en Detachering. De secretaris-directeur wordt ondersteund door een kleine staf.

6.2.3 Personeelsbeleid en –uitvoering In 2023 is de visie op personeelsbeleid doorontwikkeld. Naast de reguliere opleidingen zal met name aandacht worden geschonken aan het werven en binden van medewerkers en Werkom een meer aantrekkelijke werkgever maken. Ook is er meer concrete aandacht voor vitaliteit en gezondheid.

6.2.4 IT-beleid en –uitvoering Werkom voldoet aan wet- en regelgeving op het gebied van AVG, BIO en Archiefwet. Jaarlijks vinden (externe) evaluaties plaats en worden aan de hand van deze evaluaties continu verbeteringen doorgevoerd.

6.2.5 Rechtmatigheid In 2023 zijn alle processen doorgelicht en opnieuw beschreven en verantwoordelijkheden vastgelegd. De verantwoordelijkheid voor de lijnprocessen ligt daarmee bij het lijnmanagement (1e lijn). De ondersteuning, de adviezen, de bewaking en de coördinatie ligt bij de financiële afdeling (2e lijn). Vooralsnog laten we de verbijzonderde interne controle (3e lijn) door een onafhankelijke derde partij uitvoeren.

1.2.

Algemene reserve en risicobeheersing

Aan de hand van een risicoanalyse worden de grootste risico’s in beeld gebracht en beoordeeld. Daar waar nodig en noodzakelijk worden beheersmaatregelen getroffen om een risico te reduceren tot aanvaardbare proporties. Eventuele restrisico’s dienen opgevangen te worden middels verzekeren of de algemene reserve. Ter dekking van de restrisico’s wordt een algemene reserve aangehouden. In de volgende paragrafen worden de volgende punten nader uitgewerkt. 1. 2. 3. 4.

Inschatting van risico’s; Beleid omtrent weerstandscapaciteit en de risico’s; De weerstandscapaciteit; Kengetallen voor de a. netto schuldquote; b. solvabiliteitsratio; c. structurele exploitatieruimte; 5. Een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie.

6.3.1 Risico’s en beheersing Jaarlijks maakt Werkom een risicoanalyse die risico’s identificeert, analyseert, classificeert in relatie tot de doelen van de organisatie. Daar waar deze analyse laat zien dat de risico’s onaanvaardbaar zijn worden maatregelen genomen om de risico’s tot een aanvaard niveau te reduceren. Voor het begrotingsjaar 2025 en het jaar van de gewijzigde begroting 2024 ziet Werkom de volgende risico’s.

20

P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 5 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom

6.3.1.1 Toenemende druk op het operationele resultaat en omzet De SW-populatie blijft structureel afnemen waarmee druk komt te staan op het realiseren van voldoende netto toegevoegde waarde (omzet minus directe orderkosten). De gemiddelde loonwaarde van de achterblijvende populatie neemt langzaam af. Complexere opdrachten worden daarmee lastiger om uit te voeren. Met de introductie van de Participatiewet heeft de overheid berekend dat drie SW-ers worden vervangen door één medewerker Nieuw Beschut. Zoals op basis van de productentabel valt op te maken is het operationele resultaat van drie SW-ers circa € 7.500 negatief. Eén fte Nieuw Beschut kent een operationeel resultaat van circa € 24.000 negatief. Met deze autonome beweging (lees niet of slechts beperkt te beïnvloeden door Werkom en/of gemeenten) verslechtert het operationele resultaat met circa € 16.500. De omzet die wordt gerealiseerd is klantgerelateerd en daarmee per definitie onzeker. Goede meerjarige afspraken en streven naar stabiele relaties moeten dit risico mitigeren. Het financiële risico bij verlies van klanten wordt maximaal geschat op € 1 miljoen.

6.3.1.2 Privacy en informatiebeveiliging Werkom vindt het beveiligen van persoonsgebonden en privacygevoelige gegevens zeer belangrijk. Ondanks alle inspanningen blijft het risico reëel op een hack of andere activiteiten van cybercriminelen. Hacks bij soortgelijke bedrijven als Werkom laten een financieel risico zien dat kan oplopen tot € 1 miljoen (afkoopkosten, herstelkosten) gebaseerd op ervaring van soortgelijke bedrijven als Werkom.

6.3.1.3 Overige niet financiële risico’s Naast de direct financiële risico’s bestaan er risico’s van niet-financiële aard. Risico’s waarmee Werkom bijvoorbeeld imagoschade kan oplopen. Denk aan fraude, milieuschade of risico’s op sociaal vlak. In 2024 zijn de eerste stappen gezet om te gaan werken aan een verantwoording in de lijn van de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD).

6.3.2 Beleid omtrent weerstandvermogen en risico’s Het weerstandsvermogen omvat de beschikbare middelen en mogelijkheden die Werkom heeft om onverwachte kosten te kunnen opvangen (algemene reserve). In de Bijdrageverordening participatiebedrijf Zaanstad-Purmerend is in artikel 5 het beleid omtrent weerstandscapaciteit van Werkom opgenomen: 1. Het participatiebedrijf is toegestaan een algemene reserve te vormen, door positieve exploitatieresultaten te reserveren, zodat in de jaren waarin zich exploitatietekorten voordoen, deze uit de reserve kunnen worden onttrokken. 2. De totale omvang van de algemene reserve is door het bestuur gelimiteerd tot minimaal 2% en maximaal 5% van het jaarlijkse begrotingstotaal van het participatiebedrijf. 3. Het participatiebedrijf mag geen andere reserves aanhouden, met als doel weerstandscapaciteit op te bouwen ter dekking van mogelijke risico’s. 4. De deelnemers zijn, naar evenredigheid, verantwoordelijk voor de afdekking van de in lid 3 genoemde risico’s. 5. De evenredige afdekking van risico’s, zoals genoemd in lid 4, wordt gebaseerd op de verdeelsleutel zoals opgenomen in artikel 6 lid 3 en 5. Het participatiebedrijf neemt voor dit doel jaarlijks in de begroting en de jaarrekening een gekwantificeerde risicoanalyse op, evenals de te nemen beheersmaatregelen om de risico’s zoveel mogelijk te beperken c.q. te voorkomen.

21

P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 5 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom

6.3.3 De weerstandcapaciteit Het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader GTK 2022 gemeenschappelijke regelingen stelt ten aanzien van het weerstandsvermogen dat deze afgestemd dienen te zijn op de risico’s. In de financiële verordening is het maximaal toelaatbaar weerstandsvermogen (met ingang van 1 januari 2023) afgesproken van 5%. Het weerstandsvermogen is gelijk aan de algemene reserve. Weerstandsvermogen algemene reserve bestemmingsreserve Totaal weerstandsvermogen

31-12-23 1.688.350 202.063 1.890.413

31-12-24 1.688.350 186.978 1.875.328

31-12-25 1.688.350 171.893 1.860.243

31-12-26 1.688.350 156.808 1.845.158

31-12-27 1.688.350 141.723 1.830.073

31-12-28 1.688.350 126.638 1.814.988

6.3.4 Kengetallen 6.3.4.1 Netto schuldquote en solvabiliteitsratio De netto schuldenquote (zie onderstaande tabel) weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzicht van de eigen middelen. Het berekende kengetal geeft informatie over de mogelijkheid van Werkom om schulden terug te betalen. Het terugbetalen van schulden is echter voor een gemeenschappelijke regeling gegarandeerd door de deelnemende gemeenten. De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen is niet van toepassing omdat Werkom geen gelden doorleent aan andere partijen. De solvabiliteitsratio (zie onderstaande tabel) geeft aan of Werkom voldoende eigen vermogen heeft om op termijn aan haar financiële verplichtingen te kunnen voldoen. Het kengetal wordt berekend door het eigen vermogen te delen door het totale vermogen. Werkom bouwt sinds 2019 een niet-bestemde reserve op. De gemeenten Zaanstad en Purmerend staan garant voor de schulden van Werkom en vullen een negatief eigen vermogen altijd aan.

6.3.4.2 Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft aan welke structurele ruimte een organisatie heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. Bedragen x 1000 Saldo baten en lasten Saldo toevoegingen en onttrekking aan reserves Begrotingssaldo Waarvan incidentele baten en lasten (saldo) Structureel begrotingssaldo

2024

2025

2026

2027

2028

0

0

0

0

0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

1.437,3

1.887,3

1.887,3

2.041,3

2.186,3

1.437,3

1.887,3

1.887,3

2.041,3

2.186,3

Het begrotingssaldo komt structureel uit op € 0 en is daarmee sluitend.

22

P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 5 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom

6.3.5 Onderlinge verhouding tussen de kengetallen i.r.t. financiële positie Door de deelnemende gemeenten zijn budgetten overgedragen en er zijn, op hoofdlijnen, opdrachten geformuleerd om uitvoering te geven aan de Wet sociale werkvoorziening en de Participatiewet.

6.4.

Financiering

Net als de paragraaf ‘weerstandsvermogen’ bevat ook de paragraaf ‘financiering’ informatie over de financiële risico’s die een verbonden partij loopt. De risico's in de financieringsparagraaf zijn goed kwantificeerbaar. Het betreft bijvoorbeeld renterisico's, kredietrisico's, liquiditeitsrisico's, en debiteurenrisico's. In principe kan van de financieringsrisico's van tevoren worden vastgesteld welke bedragen er maximaal mee gemoeid zijn. In de vastgestelde ‘Financiële verordening participatiebedrijf Zaanstad-Purmerend 2023’ zijn overeenkomstig artikel 212 van de Gemeentewet de uitgangspunten vastgelegd voor het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van Werkom. De kaders voor het treasurybeleid en de uitvoering van de treasuryfunctie zijn vastgelegd in het Treasurystatuut participatiebedrijf Zaanstad Purmerend 2023. In deze paragraaf komen de volgende onderwerpen aan de orde, waarbij inzicht wordt gegeven van de uitvoering van het treasurybeleid: -

Rentebeleid

-

Risicobeheer

-

Kasgeldlimiet

-

Renterisiconorm

6.4.1 Rentebeleid Het rentebeleid en het risicobeheer is gedefinieerd in het vastgestelde Treasurystatuut participatiebedrijf Zaanstad Purmerend 2023. Het rentebeleid is gericht op het stabiliseren van de rentelasten, zodat deze op een bestuurlijk wenselijk geacht niveau blijven of op het in de begroting geraamde niveau daarvan.

6.4.2 Risicobeheer (financieel) Het risicobeheer is gericht op het beperken van financiële risico’s. In het treasurystatuut is het treasurybeleid en de nadere uitwerking ervan vastgelegd. Hierin zijn regels opgenomen ter bescherming van de vermogens- en (rente)resultaten van Werkom tegen ongewenste financiële risico’s, te weten het rente- en het kredietrisico. In artikel 5 is het renterisicobeheer opgenomen. Renterisicobeheer is het beheersen van de risico’s, die voortvloeien uit de mogelijkheid dat in de toekomst de rentelasten van het vreemd vermogen hoger, respectievelijk dat de renteopbrengsten lager zullen zijn, dan een bestuurlijk wenselijk geacht niveau of het in de begroting geraamde niveau daarvan. In artikel 6 is het kredietrisicobeheer opgenomen. Kredietrisicobeheer is het beheersen van de risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid op een waardedaling van de vorderingspositie ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij.

6.4.3 Kasgeldlimiet In de Wet Financiering decentrale overheden (Wet Fido) is geregeld dat de kasgeldlimiet is gelimiteerd op 8,2% van het begrotingstotaal. Deze kasgeldlimiet is in de Wet Fido opgenomen om de directe gevolgen van een snelle rentestijging te beperken. De kasgeldlimiet bepaalt dat de financieringsbehoefte voor slechts een beperkt bedrag met kort geld (looptijd < 1 jaar) mag worden gefinancierd. Hierdoor worden de renterisico’s op korte termijn beperkt.

23

P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 5 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom

Kasgeldlimiet Totale lasten/Baten % kasgeldlimiet Kasgeldlimiet EMU saldo (x € 1.000)

Realisatie 2023 34.022.009 8,2% 2.789.805 1.884

Gew. begroting 2024 33.174.242 8,2% 2.720.288 2.352

Begroting 2025 35.090.130 8,2% 2.877.391 -536

Begroting 2026 34.362.305 8,2% 2.817.709 7

Begroting 2027 33.877.886 8,2% 2.777.987 -404

Begroting 2028 33.620.728 8,2% 2.756.900 -430

6.4.4 Renterisiconorm Werkom heeft geen langlopende leningen.

6.5.

Verbonden partijen

6.5.1 Coöperatie Zakelijke Post Nederland Aan Coöperatie Zakelijke Post Nederland (CZPN) is door BaanStede in 2006 een achtergesteld krediet van € 20.000 verstrekt, als een van de medeoprichters. Dit is geboekt als financieel vast actief. Voor het volle bedrag van de inleg is een voorziening getroffen. De negatieve resultaten van de coöperatie in de beginjaren zijn afgeboekt op de ontvangen achtergestelde leningen.

6.6.

Fiscale positie

6.6.1 Omzetbelasting en betalingen in het kader van de participatiewet. Voor haar prestaties in het kader van de Participatiewet is Werkom vrijgesteld van BTW. De aan Werkom in rekening gebrachte BTW is kostenverhogend. Voor overheadkosten geldt een zgn. 'mengpercentage' voor de kostenverhogende BTW. De gemeenten kunnen deze kostenverhogende BTW ten laste brengen van het BTW compensatiefonds. Deze situatie is van kracht tot de Overheid anders besluit. Werkom rekent na afloop van het jaar de werkelijke kosten af met de gemeenten die zij gemaakt heeft voor de participatiewet taken. Voor de vennootschapsbelasting wordt gebruik gemaakt van de vrijstelling cf. art. 5, lid 1, letter c, sub 2. Het gaat hier om een subjectvrijstelling voor lichamen die nagenoeg uitsluitend passende werkzaamheden bieden aan mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking. Dit was aanvankelijk gericht op medewerkers met een WSW-indicatie, maar gesteld is dat de personen uit de nieuwe doelgroepen hieraan gelijk zijn.

24

P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 5 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom

Bijlage 1 Geprognosticeerde balans BVO Activa Vaste activa Materiele vaste activa Financiële activa

Vlottende activa Voorraden Uitzettingen korter dan 1 jaar Liquide middelen Overlopende activa

Totaal activa

Passiva Vaste Passiva Eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserve Subtotaal Eigen vermogen Voorzieningen Vaste schulden

Vlottende passiva Netto vlottende schulden Overlopende passiva

Totaal passiva

31-12-23

31-12-24

31-12-25

31-12-26

31-12-27

31-12-28

1.800.484 1.800.484

4.152.755 4.152.755

3.616.546 3.616.546

3.623.411 3.623.411

3.219.311 3.219.311

2.789.199 2.789.199

5.435.416 150.000 941.261 6.526.677

5.435.416 150.000 941.261 6.526.677

5.435.416 150.000 941.261 6.526.677

5.435.416 150.000 941.261 6.526.677

5.435.416 150.000 941.261 6.526.677

5.435.416 150.000 941.261 6.526.677

8.327.161

10.679.432

10.143.223

10.150.088

9.745.988

9.315.876

31-12-23

31-12-24

31-12-25

31-12-26

31-12-27

31-12-28

1.688.350 202.063 1.890.413

1.688.350 186.978 1.875.328

1.688.350 171.893 1.860.243

1.688.350 156.808 1.845.158

1.688.350 141.723 1.830.073

1.688.350 126.638 1.814.988

677.793 2.568.206

677.793 2.553.121

677.793 2.538.036

677.793 2.522.951

677.793 2.507.866

677.793 2.492.781

390.231 5.368.723 5.758.955

800.000 7.326.311 8.126.311

800.000 6.805.187 7.605.187

800.000 6.827.137 7.627.137

800.000 6.438.122 7.238.122

800.000 6.023.095 6.823.095

8.327.161

10.679.432

10.143.223

10.150.088

9.745.988

9.315.876

Bijlage 2 Kasstroomoverzicht BVO Kasstroomoverzicht

2023

2024

2025

2026

2027

2028

377.013 -277.775 -83.811 376.971 392.399

-15.085 493.657 478.572

-15.085 679.069 663.984

-15.085 699.848 684.763

-15.085 750.237 735.152

-15.085 756.152 741.067

Mutaties voorraden Mutaties vlottende activa Mutaties vlottende passiva Mutatie werkkapitaal

-819.030 2.572.515 1.753.485

-2.367.356 -2.367.356

521.124 521.124

-21.950 -21.950

389.015 389.015

415.027 415.027

Operationele kasstroom

2.145.883

-1.888.785

1.185.107

662.813

1.124.168

1.156.094

Investeringen Materiele vaste activa Investeringen financiële activa Investeringskasstroom

1.800.484 1.800.484

2.845.928 2.845.928

142.860 142.860

706.713 706.713

346.137 346.137

326.040 326.040

Exploitatieresultaat Onttrekking bestemmingsreserve Mutaties voorzieningen Afschrijvingen Cash Flow

Mutaties langlopende schuld Financieringsskasstroom Netto kasstroom

3.946.367

957.143

1.327.967

1.369.526

1.470.305

1.482.134

25

P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 5 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom

26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14208254/1