C -gewijzigde-begroting-2023-begroting-2024-meerjarenraming-2025-2027-werkom
Tekst van het document
Primaire begroting 2024 gewijzigde begroting 2023 en meerjarenraming 2025-2027
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 4 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
Dit document is geschikt gemaakt voor dubbelzijdig printen.
Referentie Organisatie: Participatiebedrijf Zaanstad Purmerend h.o.d.n Werkom Directie: , secretaris-directeur Datum: 21-04-2023 Versie 0.4
2
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 4 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
Inhoudsopgave 1
Inleiding ..................................................................................................... 4
2
Kaders en ontwikkelingen ............................................................................. 5
3
4
5
6
2.1
Ontwikkelingen ......................................................................... 5
2.2
Strategische herijking ................................................................ 5
2.3
Kaders begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027 .................. 6
2.4
Organisatieontwikkeling ............................................................. 7
2.5
Huisvesting .............................................................................. 7
2.6
Wet open overheid .................................................................... 8
Organisatie ................................................................................................. 9
3.1
Bestuur en directie .................................................................... 9
3.2
Participatiebedrijf ...................................................................... 9
3.3
Doelgroepen Participatiewet ........................................................ 9
Beleidsbegroting 2024 ................................................................................11
4.1
Inleiding ................................................................................ 11
4.2
Wat willen we bereiken: ........................................................... 11
4.3
Wat gaan we daarvoor doen...................................................... 11
Financiële begroting 2024 ............................................................................18
5.1
Toelichting op de baten ............................................................ 19
5.2
Toelichting op de lasten............................................................ 20
5.3
Toelichting gewijzigde begroting 2023 ........................................ 20
Paragrafen .................................................................................................21
6.1
Inleiding ................................................................................ 21
6.2
Bedrijfsvoering ....................................................................... 21
6.3
Algemene reserve en risicobeheersing ........................................ 22
6.4
Financiering............................................................................ 25
6.5
Verbonden partijen .................................................................. 27
6.6
Fiscale positie ......................................................................... 27
Bijlage 1 Geprognosticeerde balans BVO ............................................. 28 Bijlage 2 Kasstroomoverzicht BVO ...................................................... 29
3
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 4 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
1
Inleiding
Algemeen Hierbij bieden wij de primaire begroting 2024, de gewijzigde begroting 2023 en de meerjarenraming 2025-2027 aan van de Gemeenschappelijke regeling ‘participatiebedrijf Zaanstad Purmerend’, handelend onder de naam ‘Werkom’. In de begroting 2023 is een aantal wijzigingen verwerkt ten opzichte van de primaire begroting 2023. De primaire begroting 2023 had een negatief resultaat van € 374.027. De gewijzigde begroting 2023 kent een negatief resultaat van € 354.813. Voor een toelichting verwijzen wij naar hoofdstuk 5.3. De kengetallen zijn geactualiseerd. De primaire begroting 2024 sluit aan op de strategische herijking en de koersdocumenten van de gemeenten Purmerend en Zaanstad.
4
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 4 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
2
Kaders en ontwikkelingen
2.1 Ontwikkelingen Werkom voert ten behoeve van de gemeenten Zaanstad en Purmerend de taken in het kader van de Participatiewet en de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) uit. Het doel van deze gemeenschappelijke regeling en daarmee de primaire opdracht, is mensen met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt zoveel mogelijk naar regulier werk te begeleiden. Daarnaast ook de mensen met een indicatie WSW of beschut werken een passende werkplek te bieden. In 2020 zijn we samen met de gemeenten Purmerend en Zaanstad een strategische herijking gestart. De aanleiding was dat door de daling van de Wsw populatie en een toenemende populatie nieuw beschut, een substantieel deel van de inkomsten die Werkom gebruikt ter financiering van de infrastructuur, onder druk kwam te staan. De uitkomsten van dit proces zijn vastgelegd in een tweetal koersdocumenten met een bevestiging van de primaire opdracht van de beide raden van Purmerend en Zaanstad. De toenemende druk op het financieel resultaat noopt Werkom wel tot het opstellen van een strategisch plan met als doel de organisatie, gegeven de inhoudelijke opdracht die er ligt, financieel gezond te houden.
De invasie van Rusland in de Oekraïne, begin 2022, had direct gevolgen door een stijging van directe orderkosten, omzetderving vanwege problemen op de afzetmarkt bij onze afnemers, een toestroom van vluchtelingen en een forse toename van energiekosten. Met het leveren van steeds zwaardere wapens in deze strijd neemt ook het risico ten aanzien van onze cybersecurity toe, getuige hacks bij en DDoSaanvallen op willekeurige bedrijven in Nederland. De meest belangrijke opgaven voor 2024 (die al ingezet worden in 2023) en verder zijn: 1. Invulling te geven aan de strategische herijking, anticiperend op nieuw landelijk beleid, doormiddel van het realiseren en van een strategisch plan; 2. Continueren van de primaire opdracht voor mensen met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt; 3. Samen met de arbeidsmarktpartners in het Regionaal Werkbedrijf de dienstverlening aan werkgevers te verbeteren en de verwachte toestroom van nieuwe groepen werkzoekenden op te vangen. 4. Het vinden van voldoende interessante werksoorten die aansluiten bij de ontwikkeling van de doelgroep in relatie tot een financieel gezonde bedrijfsvoering.
2.2 Strategische herijking Om nu en in de toekomst de primaire opdracht van Werkom te kunnen continueren is het noodzakelijk om antwoord te vinden op een flink aantal uitdagingen. Het werkleerbedrijf zal onder druk van de dalende Wsw populatie langzaam krimpen. Toch wil Werkom voldoende en gedifferentieerde werksoorten aan kunnen blijven
5
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 4 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
bieden die zo goed mogelijk aansluiten op de behoefte van de arbeidsmarkt. Intern dan wel extern. De uitdaging zal zijn bedrijven en opdrachtgevers te vinden die onze doelgroep op willen nemen en inclusiviteit als belangrijke maatschappelijke opgave zien. Analyse van de relevante ontwikkelingen (groei en krimp doelgroepen, financieel effect) hebben geleid tot een raadsbesluit van beide gemeenten. De door de gemeenten ingeschakelde adviseur (Bureau Berenschot) adviseert met betrekking tot een meer solide financiering van Werkom het volgende: verbeteren van het operationele resultaat van de verschillende werksoorten; diverse korte termijnacties, waaronder plek en positie Werkom in de arbeidsmarktregio, inzetten op detacheren, SROI etc.; de mogelijkheid van samenwerken/verbinden met arbeidsmatige dagbesteding en/of andere sociaal ontwikkelbedrijven onderzoeken; een strategisch plan maken; invoeren van productfinanciering om beter aan te sluiten op de gemeentelijke begrotingssystematiek.
2.3 Kaders begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027 Onderstaand treft u de kaders aan die gebruikt zijn voor de begroting 2024. Naast de kaders meegegeven in de kadernota zijn er ook begrotingstechnische uitgangspunten geformuleerd.
De personele en materiele indexen die in de begroting worden gehanteerd zijn 3,0 % respectievelijk 1,83 %. De indexatie van de individueel gehanteerde tarieven voor externe opdrachten zijn afgestemd op de markt en wijken af van de in de begroting gehanteerde indexen. Vanaf 2025 is geen indexatie toegepast.
De personeelsformatie is gebaseerd op het geldende organogram. De ambtelijke functies begroten we tegen de functionele schaal met een anciënniteit van trede 10.
De ontwikkeling van de loonkosten van de SW-medewerkers volgt de CAO sociale werkvoorziening. De bijdrage van de gemeente Zaanstad en Purmerend, voor het uitvoeren of doen uitvoeren van taken voortkomend uit of samenhangend met de Wet sociale werkvoorziening, bestaat uit een volledige vergoeding van de door het participatiebedrijf gemaakte WSW loonkosten, inclusief de loonindexatie.
De afschrijving van de vaste activa vindt lineair plaats. Voor het afschrijven van de vaste activa hanteren we de afschrijvingstermijnen uit de financiële verordening. Er wordt pas geactiveerd bij investeringen boven € 10.000: -
gronden en terreinen: geen;
-
terreinvoorzieningen: 20 jaar;
-
gebouwen 40 jaar;
-
installaties 15 jaar;
-
machines en apparaten, inventaris en overige materiële vaste activa: 5 of 10 jaar.
Overige materiële vaste activa worden in minimaal 5 jaar afgeschreven.
Omdat we zo realistisch mogelijk begroten en dus “scherper aan de wind zeilen” zullen ook de prognoses en forecasts met een grotere mate van waarschijnlijkheid geschat moeten gaan worden.
Ten aanzien van de opbrengsten zijn de uitgangspunten:
de gecontracteerde omzet die voortkomt uit de verwachte contracten met derden;
6
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 4 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
de gecontracteerde omzet die voortkomt uit de diensten die aan de omliggende gemeenten worden geleverd; de bijdragen van de gemeenten Zaanstad en Purmerend die bestaan uit budgetten voor de uitvoering van de Participatiewet gericht op projecten en trajecten en budgetten voor dekking van de loonkosten en overhead van het overgekomen personeel van de gemeenten; de budgetten van Zaanstad en Purmerend om de werkelijke salarislasten van de SW-ers te dekken; de budgetten van de Over-gemeenten ter dekking van de salarislasten van de extra overgenomen SW medewerkers; er wordt gewerkt met een ontwikkelbudget bestemd voor innovaties en het verder ontwikkelen van de dienstverlening; Indien de begroting 2024 niet sluitend zou zijn dan moet de meerjarenraming laten zien dat de begroting sluitend wordt (eis van de provincie). Werkom maakt indien mogelijk gebruik van haar reserves of vult bij een positief resultaat haar reserves aan.
Ten aanzien van de bedrijfsvoering zijn de uitgangspunten:
Minimaal 50 % van de kandidaten die instromen worden geplaatst bij externe partijen en/of worden teruggemeld bij de gemeente(n); De interne werkleertrajecten verlopen effectief en naar tevredenheid van werkzoekenden; CO2 uitstoot wordt verder gereduceerd; Het verzuim van ambtenaren blijft onder de 5,7 %; Het verzuim van SW en beschutte medewerkers blijft onder de 18,43 %; Er wordt € 350.000 begroot ten behoeve van de educatie van medewerkers; Minimaal 90 % van alle sleutelmedewerkers draait mee in de gesprekkencyclus; SW en beschutte medewerkers zijn tevreden met hun werk en zijn productief; Mogelijk worden ook na 2023 ontwikkelbanen ingezet (afhankelijk van de uitkomst van de evaluatie in de gemeenten; De inzet voor het regionale netwerk van de arbeidsmarktinfrastructuur (WSP) wordt begroot op 4,39 fte adviseurs.
2.4 Organisatieontwikkeling De daling van de SW populatie, de stijging van de doelgroep nieuw beschut, toename van langdurige begeleiding alsmede de geleidelijke transitie van SW bedrijf naar Participatiebedrijf zal tot gevolg hebben dat het werkleerbedrijf zal krimpen. In 2023 wordt een aanzet gemaakt naar een strategisch plan waarin ook de krimp van het werkleerbedrijf in relatie tot zowel de decentrale als de centrale overhead uitgewerkt zal worden.
2.5 Huisvesting Werkom heeft onder andere vestigingen aan de Einsteinstraat in Purmerend en de Slachthuisstraat in Zaanstad. In voorgaande jaren is het pand aan de Einsteinstraat dusdanig aangepast dat er een open karakter is ontstaan waarmee iedere bezoeker (kandidaat, werknemer, klant of leverancier) het gevoel krijgt welkom te zijn. Onderzoek in 2023 zal informatie moeten geven in hoeverre ons pand aan de Slachthuisstraat geüpgraded kan worden. Zekerheid over de huurtermijn is dan wel noodzakelijk.
7
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 4 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
2.6 Wet open overheid Met de Wet open overheid wordt het recht geregeld op openbaarheid van publieke informatie ten behoeve van een democratische samenleving. De Woo is ingegaan op 1 april 2023. In 2023 en 2024 gaat Werkom interne regels opstellen en implementeren waarmee informatie en documenten die vallen onder de reikwijdte van de Wet op de juiste manier vervaardigd, opgeslagen en toegankelijk worden gemaakt. Bestaande documenten of informatie die vergankelijk is wordt actueel gehouden.
8
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 4 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
3
Organisatie
3.1 Bestuur en directie De Gemeenschappelijke Regeling participatiebedrijf Zaanstad-Purmerend, Werkom, is een bedrijfsvoering organisatie (BVO). De dagelijkse aansturing is in handen van een secretaris-directeur. Werkom BVO is 100 % eigenaar van Werkom Diensten BV. Vanuit deze BV worden particuliere klanten en andere gemeenten dan Zaanstad en Purmerend bediend. Het bestuur van Werkom wordt gevormd door de wethouders financiën van de gemeenten Purmerend en Zaanstad. De opdrachtgevers voor uitvoering van de Participatiewettaken zijn de colleges van de gemeenten Zaanstad en Purmerend. De uitvoering van de Wsw is gedelegeerd aan de directie van Werkom.
3.2 Participatiebedrijf De uitvoeringsorganisatie bestaat uit een bedrijfsonderdeel Mens en Werk, Werkleerbedrijf waarin verschillende teams zijn ondergebracht (Industrie en diensten Groen en Schoon en Business Post en Printing), en bedrijfsvoering. De directeur wordt ondersteund door een bestuursstaf. Afbeelding 1: organogram Werkom
Mens en Werk
Werkleerbedrijf
Bestuursstaf
Bedrijfsvoering
Control
Directie
3.3 Doelgroepen Participatiewet Iedereen die kan werken maar daarbij ondersteuning nodig heeft, valt onder de Participatiewet. De wet is er om zoveel mogelijk mensen met of zonder arbeidsbeperking werk te laten vinden. Het doel was om te komen tot één regeling voor de onderkant van de arbeidsmarkt. Doelgroepen die we onder de Participatiewet scharen zijn:
9
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 4 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
De groep werkzoekenden die regulier kan werken (met bijstandsuitkering, niet uitkeringsgerechtigden). De bijbehorende arbeidsmarktinstrumenten zijn in de regio Zaanstreek Waterland door de gemeenten op elkaar afgestemd.
De groep die o.g.v. een arbeidsbeperking niet het WML kan verdienen en door het UWV of praktijkroute om die reden in het doelgroep-register is opgenomen. Dit is de groep waarvoor de banenafspraak is gemaakt. Dit zijn de werkzoekenden die voorheen in de Wsw en in de ‘oude’ Wajong instroomden. Bij plaatsing van deze groep op regulier werk wordt hun reële loonwaarde bepaald en ontvangen werkgevers loonkostensubsidie om deze aan te vullen tot WML. Ook kunnen werkgevers een verzoek doen voor inzet van jobcoaching, no risk polis, scholingsvoucher en stimuleringssubsidie voor deze groep.
De groep die o.g.v. een arbeidsbeperking door het UWV als ‘nieuw beschut’ is geïndiceerd. Deze groep heeft permanente of zeer intensieve begeleiding nodig (en soms vergaande werkplekaanpassingen). Voor hen worden gesubsidieerde arbeidsplaatsen gecreëerd. Gemeenten hebben hiervoor o.g.v. een ministeriële regeling een taakstelling. Als er minder indicaties door het UWV zijn dan de taakstelling, dan hoeft de gemeente minder beschutte werkplekken te creëren.
Daarnaast zijn er regelingen, die sinds 1 januari 2015 afgesloten zijn en geen nieuwe instroom meer hebben.
De Wet sociale werkvoorziening met beschut werk ‘oud’ en begeleid werken bij werkgevers. Dit aantal gaat omlaag, omdat er geen nieuwe instroom meer is en daalt uiteindelijk tot nul. Werkom voert deze regeling uit.
Wajong oud (met werkregeling, studieregeling en uitkeringsregeling).
10
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 4 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
4
Beleidsbegroting 2024
4.1 Inleiding De beleidsbegroting bestaat uit één programma ‘Werk’, met drie taakvelden: arbeidsparticipatie, begeleide participatie en overhead.
4.2 Wat willen we bereiken:
Mensen met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk helpen, bij voorkeur bij een reguliere werkgever. Dit geldt voor zowel de reguliere participant, als ook kandidaten met een doelgroep indicatie of nieuw beschut.
Werk bieden aan mensen die dit nog niet bij een reguliere werkgever kunnen vinden, om daarmee de ontwikkeling van de mensen te ondersteunen.
In samenwerking met het onderwijs en het bedrijfsleven zorgen voor omscholingsmogelijkheden om de vaardigheden te leren die nu en straks op de arbeidsmarkt worden gevraagd.
Werkgevers adviseren en ondersteunen bij inclusief ondernemen.
4.3 Wat gaan we daarvoor doen Werkom voert in deze begrotingsperiode de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) uit en delen van de Participatiewet, te weten de toeleiding naar werk van mensen met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt en nieuw beschut werk.
4.3.1 Taakveld begeleide participatie Onder dit taakveld vallen twee activiteiten: de bestaande sociale werkvoorziening (Wsw) en de regeling voor nieuw beschut werk.
4.3.1.1 Nieuw beschut Werkom geeft ook steeds meer invulling aan ‘nieuw beschut werken' en past de organisatie daarop aan. Sinds 1 januari 2017 is voor elke gemeente binnen de Participatiewet een verplichting met taakstelling ontstaan. Het betreft personen bij wie niet verwacht kan worden van reguliere werkgevers dat ze de noodzakelijke begeleiding kunnen bieden of de werkplek aanpassen. De minimale loonwaarde van deze mensen is 30%.
4.3.1.2 Sociale werkvoorziening Werkom biedt in 2024 in de werkleerbedrijven werk aan circa 315 SW-medewerkers van de gemeenten Zaanstad(inclusief Over-gemeenten) en Purmerend en (op inkoopbasis) van andere regiogemeenten. Jaarlijks verlaat tussen de 5 en 8 % van de doelgroep de huidige Wsw-regeling door pensionering, ondergrens of anderzijds. In 2022 waren dat er zelfs 30 fte ten opzichte van de 396 fte begin januari.
11
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 4 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
4.3.1.3 Indicatoren taakveld Begeleide participatie De verwachting ten aanzien van het aantal plekken Nieuw beschut werk is als volgt: Gem.aantallen Nieuw beschut op interne leerwerkplek
Realisatie 2022
2023
2024
2025
2026
2027
57
69
95
115
131
131
Totaal
De gemeentelijke taakstellingen vanuit de Ministeriele Regeling voor Nieuw beschut werk liggen hoger. In overleg met de beide gemeenten zal afgesproken worden hoe deze streefaantallen gerealiseerd moeten worden. Daarbij speelt overigens de indicatiestelling door het UWV een centrale rol. Na 2026 kan het aantal nog steeds groeien, maar omdat de toenmalige taakstelling niet verder doorliep is daar nog geen inschatting van gemaakt. De verwachtingen ten aanzien van de omvang van het aantal SW-medewerkers is als volgt (2022 betreft gerealiseerd): Gemiddelde fte wsw bij Werkom per gemeente Zaanstad Purmerend Totaal deelnemende gemeenten Overige gemeenten Totaal
Realisatie 2022 225,1 153,8
Begroot 2023 206,3 143,7
Begroot 2024 199,4 138,7
Begroot 2025 187,0 136,6
Begroot 2026 179,6 128,3
Begroot 2027 170,7 120,5
378,9 13,5 392,4
350,0 11,9 361,9
338,1 11,1 349,2
323,6 10,5 334,1
307,9 8,4 316,3
291,2 7,1 298,3
gemiddelde fte WSW Realisatie Begroot begeleid werken 2022 2023 Zaanstad 31,9 30,0 24,8 21,6 Purmerend incl Beemste Totaal 56,6 51,6
Begroot 2024 28,8 21,6 50,3
Begroot 2025 28,4 21,6 50,0
Begroot 2026 27,7 21,5 49,1
Begroot 2027 26,2 20,6 46,8
4.3.2 Taakveld arbeidsparticipatie (uitvoering van de Participatiewet-taken) Dit taakveld heeft betrekking op uitvoering van de Participatiewet. Daarmee behoren tot dit taakveld alle op arbeid en uitstroom gerichte participatie en re-integratievoorzieningen zoals proefplaatsingen, participatieplaatsen, detacheringsbanen, scholing et cetera. Een ander onderdeel van het taakveld is, om als netwerkorganisatie met de andere partners, zorg, gemeenten, scholen et cetera op basis van een stevige innovatieagenda nieuwe projecten op te zetten en/of de handen ineen te slaan. In de komende jaren zullen naar verwachting de doelgroepen in het doelgroep-register en de groep ‘nieuw beschut’ toenemen. Voor deze beide groepen is structurele ondersteuning middels job-coaching of het beschikbaar stellen van beschutte werkplekken noodzakelijk. Beschut werken noemen we hier wederom, omdat Werkom tracht mensen als eerste te laten aansluiten bij het reguliere arbeidsproces, conform de regionale verordeningen en mogelijkheden. Als dit niet lukt, dan stelt Werkom een plek beschikbaar en wordt het begeleide participatie. Werkom heeft de infrastructuur, de netwerken en deskundigheid om werkzoekenden te begeleiden in hun ontwikkeling naar betaald werk naar vermogen. Alhoewel de arbeidsmarkt momenteel gunstig is, blijkt het vinden en behouden van betaald werk voor onze doelgroep een uitdaging.
Met name de aansluiting tussen vraag en aanbod op het vlak van competenties en opleiding vormt hier de uitdaging. Dat maakt de opgave niet onmogelijk, wel ingewikkelder. Effect (maatschappelijke waarde) en resultaat gaat over meer mensen aan het werk, zowel parttime als fulltime, en over een verhoging van de zelfredzaamheid van mensen voor wie werk nog geen haalbare
12
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 4 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
stap is. We zien, mede op basis van analyse van cijfers en gesprekken met medewerkers, dat we op vijf punten beter of anders kunnen werken voor verbetering van het resultaat en daarmee het verhogen van de maatschappelijke waarde: 1. werkgeversdienstverlening en de aansluiting met de (veranderende) arbeidsmarkt, denk hierbij aan focussectoren; 2. het instroomproces voor de kandidaten; 3. de in te zetten instrumenten; 4. de Werkom professionals; 5. de organisatie van werk. Om bovenstaande verbeterpunten te kunnen realiseren wordt over vier lijnen, die elkaar aanvullen, acties uitgezet. Deze acties worden verondersteld invulling te geven aan de verbeteringen zoals boven verwoord. Te ontwikkelen: 1. Casemanagers en Jobcoaches werken vanaf medio 2022 vanuit focussectoren om kandidaten al meer richting te geven en te ondersteunen en werkgevers meer te betrekken in het ontwikkelproces. 2. Onderzocht wordt welke nieuwe werksoorten kansrijk zijn voor deze nieuwe doelgroepen, getoetst aan sociale-, financiële- en strategische criteria. 3. Werkgevers worden betrokken bij de beschikbare kandidaten en maken meer deel uit van het ontwikkelingsproces van de kandidaten. Immers, zij zijn de sleutel om meer mensen een kans te bieden op de arbeidsmarkt. 4. Werkom gaat investeren in innovatieve werkwijzen om door middel van technologie meer mensen een kans te geven om te kunnen werken.
4.3.2.1 Werkgeversdienstverlening Voorvloeiend uit de Participatiewet ondersteunt Werkom werkgevers om inclusief te organiseren. Werkom werkt hierbij samen met het UWV en de regiogemeenten in het Werkgeversservicepunt Zaanstreek Waterland (WSP). De dienstverlening aan werkgevers vergroot het netwerk van Werkom en daarmee de mogelijkheden om (op termijn) ook mensen met een grotere afstand tot werk naar regulier werk te bemiddelen. Werkom wil daarom vanuit breder maatschappelijk perspectief zowel investeren in de groep werkzoekenden met een afstand tot werk evenals in het opvangen van de effecten van de coronacrisis voor werkgevers. De werkgeversdienstverlening bestaat uit: -
informatie & advies over de wettelijke regelingen, de mogelijkheden om mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen en de mogelijkheden om het werk inclusief te organiseren;
-
informatie & advies te geven over ontwikkelmogelijkheden voor mensen die zelfstandig deze stap niet kunnen zetten bij werkgevers;
-
ondersteuning bieden aan werkgevers voor de inzet van werkgeversinstrumenten zoals loonkostensubsidie, no risk polis en jobcoaching;
-
invulling van vacatures/match met mensen uit de Participatiewet, de WW, de Wajong en de WIA. Voor de uitvoering van de werkgeversdienstverlening hebben de samenwerkingspartners in het WSP een gezamenlijk uitvoeringsplan en een communicatieplan opgesteld. Voor de uitvoering van deze plannen willen de partners gezamenlijk investeren in zowel de aansturing als de uitvoering van de diensten. Werkom heeft in de afgelopen jaren al vooraf veel investeringen uitgevoerd en heeft voor de belangrijkste pijlers uit de plannen de mensen gedetacheerd aan het WSP om de uitvoering mogelijk te maken.
13
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 4 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
Doelen: 1. In 2023 en verder investeert Werkom samen met het UWV en de regiogemeenten in de verdere doorontwikkeling van het WSP. Hiervoor worden regionale middelen ter beschikking gesteld en andere onderdelen worden of door de partners betaald of via separate ministeriele middelen. 2. Werkom investeert binnen de arbeidsmarktregio samen met de partners in het opzetten van een Regionaal Werkcentrum om werkgevers en werkzoekenden te ondersteunen. Uitgangspunt is 1 loket aan de buitenkant en goede samenwerking tussen samenwerkingspartners als ondersteuning voor het loket. 3. Werkom participeert in het Impuls Banenafspraak om meer banen te genereren voor mensen met een indicatie banenafspraak. 4. Werkom Participeert in de nieuw op te stellen aanpak Jeugdwerkeloosheid. 5. Werkom is samen met het UWV de initiator van een App die werkgevers en werknemers aan elkaar moet verbinden, dit wordt ook wel de Skills Aanpak genoemd. 6. Werkom zal samen met werkgevers in de regio vorm en inhoud geven aan minimaal 1 Sectortafel, een plek waar werkgevers input kunnen leveren op de aanpak binnen de regio van het bij elkaar brengen van overheid en werkgelegenheid.
4.3.2.2 Inclusief organiseren Om te bevorderen dat reguliere werkgevers meer mensen met een arbeidsbeperking opnemen in hun bedrijven, wil Werkom inclusieve arbeid organiseren en meer onder de aandacht brengen van werkgevers. Werkom heeft hiervoor in eigen huis diverse kennis opgedaan en gebracht binnen de groep jobcoaches en adviseurs. Ook organiseert Werkom regelmatig werkgeversbijeenkomsten, waarin werkgevers elkaar inspireren om inclusieve arbeid te organiseren.
4.3.2.3 Indicatoren taakveld Arbeidsparticipatie Werkom wil sturen op maatschappelijke waarde. Maatschappelijke waarde voor mensen die werk zoeken, voor werkgevers en voor de gemeenten. Voor mensen die werk zoeken biedt werk de mogelijkheid te voorzien in het eigen inkomen. Maar werk is meer dan inkomen. Werk geeft mensen de mogelijkheid zich te ontwikkelen, biedt mensen sociale contacten, bevordert de gezondheid en verhoogt het welzijn van mensen. Veel werkgevers willen naast omzet, winst en marktaandeel ook een bijdrage leveren aan de maatschappij. En gemeenten zijn verantwoordelijk voor het sociale domein waarin werk een belangrijke sleutel is om de maatschappelijke doelen te realiseren. De verwachting van de omvang van het aantal participanten gebaseerd op verwachte economische ontwikkelingen en in het verleden gerealiseerde instroom is als volgt:
Instroom per jaar bij Werkom Instroom Zaanstad Instroom Purmerend Totaal instroom begeleiding Werkom Instroom WAP Zaanstad Instroom WAP Purmerend Totaal Instroom Werkcafe aan de poort
realisatie Begroot Begroot Begroot Begroot 2022 2023 2024 2025 2026
Begroot 2027
322 208
350 200
400 200
400 200
400 200
400 200
530 104 67
550 120 70
600 208 104
600 208 104
600 208 104
600 208 104
171
190
312
312
312
312
14
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 4 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
verwacht gemiddeld aantal kandidaten in begeleiding per jaar
realisatie Begroot Begroot Begroot Begroot 2022 2023 2024 2025 2026
Begroot 2027
Zaanstad Purmerend
818 319
740 310
660 330
643 322
627 313
627 313
Zaanstad Purmerend
1.137 217 136
1.050 250 140
990 367 183
965 383 192
940 400 200
940 400 200
WAP Zaanstad WAP Purmerend Totaal Werk cafe aan de Poort Totale caseload
353 31 17 48 1.538
390 40 20 60 1.500
550 40 20 60 1.600
575 40 20 60 1.600
600 40 20 60 1.600
600 40 20 60 1.600
realisatie Begroot Begroot Begroot Begroot 2022 2023 2024 2025 2026
Begroot 2027
Totaal Reguliere kandidaten (inc l statushouders, nuggers, jongeren)
Totaal Doelgroep en nieuw besc hut
Uitstroom per jaar bij Werkom Uitstroom Zaanstad Uitstroom Purmerend Totaal Uitstroom begeleiding Werkom Uitstroom WAP Zaanstad Uitstroom WAP Purmerend Totaal Uitstroom Werkcafe aan de poort Terugmelding Zaanstad Terugmelding Purmerend Totaal Terugmelding Totaal Uitstroom
304 144
267 133
312 156
349 174
379 189
379 189
448 41 31
400 69 35
468 69 35
523 69 35
568 69 35
568 69 35
72 250 120 370 890
104 135 68 203 707
104 260 80 340 912
104 225 60 285 912
104 200 40 240 912
104 200 40 240 912
realisatie Begroot Begroot Begroot Begroot Aantal plaatsingen 2022 2023 2024 2025 2026 plaatsing 32+ Zaanstad plaatsing 32+ Purmerend Plaatsing 32- Zaanstad Plaatsing 32- Purmerend Participanten in werkleertraject Met behoud uitkering (WEP)
Banenafspraak op interne werkplek ontwikkelbaan op interne werkplek
124 70 177 106
133 67 100 50
133 67 100 50
133 67 100 50
133 67 100 50
realisatie Begroot Begroot Begroot Begroot 2022 2023 2024 2025 2026
51 27,5 19
60
60
60
60
Begroot 2027
133 67 100 50 Begroot 2027
60
Door de corona en de oorlog in Oekraïne is de situatie op de arbeidsmarkt veranderd. Van een stabiele schommeling zijn er nu hoge fluctuaties in de conjunctuur, waardoor de stabiliteit voor mensen die moeilijk de aansluiting kunnen vinden lastiger is geworden. De huidige arbeidsmarkt biedt kansen als werkgevers bereid zijn veranderingen in het werkproces aan te brengen. Hier zet Werkom extra op in. Het aantal plaatsingen nieuw beschut binnen Werkom, is afhankelijk van de indicatie adviezen van het UWV. Afgelopen jaar is het aantal mensen dat een indicatie heeft gekregen gegroeid. Een groot gedeelte van deze mensen wordt al door Werkom
15
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 4 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
begeleid en stroomt door naar een baan, het grootste gedeelte daarvan bij Werkom. De verwachting is dat de instroom blijft aanhouden. In 2021 en verder is er voor doelgroepen die langdurige ontwikkeltrajecten nodig hebben ruimte binnen de infrastructuur van Werkom om deze mensen een baan aan te bieden. Zoals vastgesteld in de strategische herijking zal de pilot hiermee in 2023 geëvalueerd worden. Middels narratief onderzoek onderzoeken we welk effect deze baan heeft op de kansen op werk en het sociale belang van de kandidaat.
4.3.2.4 Meerjarige begroting taakvelden Onderstaande tabel betreft de financiële weergave van de verschillende taakvelden. Taakvelden BV
Primair 2023
Gew. 2023
Overhead
-2.158.358
-1.909.458
Primair 2024 -
Primair 2025 -
-
Baten
55.694
42.874
-
-
-
-
Lasten
-2.214.052
-1.952.333
-
-
-
-
-
Begeleide participatie
2.256.317
1.143.771
10.775.974
7.723.157
0
0
0
Lasten
-8.519.657
-6.579.386
0
0
0
-
-
-
-
-
Primair 2027 -
Baten Arbeidsparticipatie
-
Primair 2026
-
-
0 0 -
Baten
-
-
-
-
-
-
Lasten
-
-
-
-
-
-
97.959
-765.687
0
0
0
0
Eindtotaal Taakvelden BVO
Primair 2023
Gew. 2023
Primair 2024
Primair 2025
Primair 2026
Primair 2027
Overhead
-2.383.703
-2.910.487
-4.625.503
-4.258.684
-3.973.791
-3.909.854
Baten
2.159.429
2.261.561
3.094.517
3.445.541
3.676.092
3.745.082
Lasten
-4.543.132
-5.172.048
-7.720.021
-7.704.225
-7.649.883
-7.654.936
Begeleide participatie
1.802.301
2.088.205
3.996.493
4.154.208
4.293.375
4.262.656
Baten
17.680.351
17.023.916
25.047.913
24.975.070
24.752.785
24.442.203
Lasten
-15.878.050
-14.935.712
-21.051.419
-20.820.861
-20.459.410
-20.179.547
Arbeidsparticipatie
109.416
1.233.158
629.010
104.476
-319.585
-352.803
Baten
8.354.496
8.344.000
8.576.000
8.576.000
8.576.000
8.576.000
Lasten
-8.245.080
-7.110.842
-7.946.990
-8.471.524
-8.895.585
-8.928.803
Eindtotaal
-471.986
410.875
0
0
0
0
Taakvelden BV en BVO
Primair 2023
Gew. 2023
Primair 2024
Primair 2025
Primair 2026
Primair 2027
Overhead
-4.542.061
-4.819.946
-4.625.503
-4.258.684
-3.973.791
-3.909.854
Baten
2.215.124
2.304.435
3.094.517
3.445.541
3.676.092
3.745.082
Lasten
-6.757.185
-7.124.381
-7.720.021
-7.704.225
-7.649.883
-7.654.936
Begeleide participatie
4.058.617
3.231.976
3.996.493
4.154.209
4.293.375
4.262.657
Baten
28.456.324
24.747.073
25.047.913
24.975.070
24.752.785
24.442.203
Lasten
-24.397.707
-21.515.097
-21.051.419
-20.820.861
-20.459.409
-20.179.547
Arbeidsparticipatie
109.416
1.233.158
629.010
104.476
-319.585
-352.803
Baten
8.354.496
8.344.000
8.576.000
8.576.000
8.576.000
8.576.000
Lasten
-8.245.080
-7.110.842
-7.946.990
-8.471.524
-8.895.585
-8.928.803
Resultaat voor bestemming
-374.027
-354.812
0
0
0
374.027
354.812
0
0
onttrekking
0 0
storting alg reserve Resultaat na bestemming
0
0
0
0
4.3.2.5 Begeleide participatie: De lasten van het taakveld begeleide participatie bestaan uit de uitvoering van de Wet Sociale Werkvoorziening en het nieuw beschut werken. Gemeente Zaanstad en Purmerend dekken 100% van de Wsw-loonkosten en verstrekken een loonkostensubsidie uit het BUIG-budget voor nieuw beschut werken. De verder benodigde kosten beschut werken komen uit het Participatiedeel wat de gemeenten aan Werkom beschikbaar stellen. Hieruit wordt ook de subsidie beschut werken voor externe organisaties betaald.
16
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 4 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
4.3.2.6 Arbeidsparticipatie: De lasten van het taakveld Arbeidsparticipatie (Participatiewet) zijn begroot op basis van het toegekende participatiebudget vanuit de gemeenten en de daaraan verbonden kosten minus de kosten van overhead (leidinggevenden, stafafdelingen, opleidingen en verzekeringen).
4.3.2.7 Overhead Alle indirecte kosten (personeel en materieel) die niet rechtstreeks aan een kandidaat of Wsw-er worden uitgegeven wordt betiteld als “overhead”. Dit betreft de decentrale ondersteuning (leiding, werkvoorbereiding en begeleiding) en centrale ondersteuning (management en staf). De overhead wordt door middel van een sleutel doorbelast naar de overige bedrijfsonderdelen op basis van m2 en fte per bedrijfsonderdeel.
4.3.3 Beleidsindicatoren BVO begroting begroting begroting begroting Gew. Begr. Indicatoren BVO 2023 2024 2025 2026 2027 Externe inhuur 36.708 248.586 248.586 248.586 248.586 Externe inhuur als % totale loonsom 0,5% 2,1% 2,1% 2,1% 2,1% Overhead % van totale lasten 19,0% 21,0% 20,8% 20,7% 20,8%
De externe inhuur bestaat in de komende jaren uit inzet voor projecten en de flexibele schil van medewerkers.
17
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 4 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
5
Financiële begroting 2024
De financiële begroting houdt rekening met de wensen van de gemeenten zoals vastgelegd in het koersdocument van de gemeenten en de besluiten van beide raden. In de begroting wordt rekening gehouden met een gestage daling van de Wsw populatie met 5 % per jaar (pensioen, administratieve uitstroom, langdurige ziekte en overlijden). De realisatie kan hier van afwijken omdat niet alle uitstroom voorspelbaar is. Ook houden we rekening met groei van “beschut werk” naar de taakstelling voor de gemeenten, de autonome ontwikkeling van “langdurige begeleiding” en met effecten van de CAO-SW, de CAO ADS, de CAO SGO en stijgingen van de materiele kosten. De genoemde ontwikkelingen zullen ook leiden tot een krimp van het werkleerbedrijf. Dit vergt een maximale inspanning van Werkom om ook in de komende jaren het werk zo efficiënt en effectief mogelijk uit te blijven voeren. Werkom zoekt innovatieve oplossingen, inhoudelijk en financieel interessante projecten en opdrachten en voldoende (financieel) passend werk voor onze doelgroep. De opdracht van beide colleges om met de korte termijn aanbevelingen uit het rapport Berenschot aan de slag te gaan komen in deze begroting nog niet tot uiting. De effecten van maatregelen worden bij het opstellen van de begroting 2025 meegenomen. Om de begroting overzichtelijk te houden worden ook de cijfers van de BV weergegeven.
In de begroting is rekening gehouden met het opheffen van de BV per 31 december 2023. Hierna volgt een samenvatting van de belangrijkste verschillen.
Gew. begroting Meerjarenbegroting BV en BVO Realisatie 2022 primair 2023 2023 begroting 2024 begroting 2025 begroting 2026 begroting 2027 Ntw 8.825.946 10.006.772 8.002.171 7.910.192 7.910.192 7.910.192 7.910.192 Loonkosten en loonsuppl WSW -13.284.682 -13.689.941 -13.371 824 -13.304.051 -12.732 546 -12.090.629 -11.771 368 Loonkosten Banenafspraak -463.179 -403 246 Loonkosten Basisdienstverb -1.171.370 -1.603.857 -518 524 Loonkosten Nieuw Beschut -1.351.694 -1.071 984 -1.520.197 -1.840 239 -2.096.272 -2.096 272 Personeelskosten ambtenaren -10.988.817 -11.933.438 -11.455.669 -12.147.708 -12.172 825 -12.206.043 -12.239 261 Loonkosten ADS -1.025.124 Overige bedrijfskosten -4.932.075 -4.988.861 -4.951.415 -5.137.795 -5.159 053 -5.138.609 -5.189.656 Bijdrage gemeenten PW 8.496.724 8.344.000 8.344 000 8.576.000 8.576 000 8.576.000 8.576 000 Bijdrage gemeenten SW 13.434.599 13.808.887 13.404 396 13.341.748 12.773 388 12.130.000 11.806.451 Overige bijdrage gem. 68.000 1.497.283 1.497 283 2.281.812 2.645 083 2.915.362 3.003 914 Overige baten € 148.535 € € 170 000 € € € € Resultaat voor bestemming -428.264 -374.027 -354.812 -0 0 0 -0 onttrekking reserve 428.264 374.027 354 812 storting reserve Resultaat na bestemming -0 0 0 -0 Meerjarenbegroting BVO Realisatie 2022 primair 2023 Gew.
begroting 20begroting 2024 begroting 2025 begroting 2026 begroting 2027 Ntw € 3.699.558 € 3 219.622 € 3.404.200 € 7 910.192 € 7.910.192 € 7 910.192 € 7.910.192 Loonkosten en loonsuppl WSW € -13.284.682 € -13.689.941 € -13.331.100 € -13 304.051 € -12.732.546 € -12 090.629 € -11.771.368 Loonkosten Banenafspraak € € -142.659 € -174.841 € € € € Loonkosten Basisdienstverb € -47.914 € -127.478 € -57.031 € € € € Loonkosten Nieuw Beschut € € -330.714 € -313.050 € -1 520.197 € -1.840.239 € -2 096.272 € -2.096.272 Personeelskosten ambtenaren € -9.335.835 € -7.717.882 € -7.692.355 € -12.147.708 € -12.172.825 € -12 206.043 € -12.239.262 Loonkosten ADS € -847.467 Overige bedrijfskosten € -2.667.707 € -5 333.103 € -4.629.902 € -5.137.795 € -5.159.053 € -5.138.609 € -5.189.655 Bijdrage gemeenten PW € 8.496.724 € 8 344.000 € 8.344.000 € 8 576.000 € 8.576.000 € 8 576.000 € 8.576.000 Bijdrage gemeenten SW 13.434.599 13 808.887 13.363.672 13 341.748 12.773.388 12.130.000 11.806.451 Overige bijdrage gem. € € 1.497.283 € 1.497.283 € 2 281.812 € 2.645.083 € 2 915.362 € 3.003.914 Overige baten € 25.555 € € € € € € Totaal BVO -527.168 -471.986 410.875 -0 0 -0 -0
18
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 4 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
Gew. begroting Meerjarenbegroting BV Realisatie 2022 primair 2023 2023 begroting 2024 Ntw € 5.126.388 € 6.787.150 € 4.597 971 Loonkosten en loonsuppl WSW € € € -40.724 Loonkosten Banenafspraak € € -320.520 € -228.405 Loonkosten Basisdienstverb € -1.123.456 € -1.476.378 € -461.493 Loonkosten Nieuw Beschut € € -1.020.980 € -758 933 Personeelskosten ambtenaren € -1.652.982 € -4.215.556 € -3.763 314 Loonkosten ADS € -177.657 € Overige bedrijfskosten € -2.264.368 € -676.737 € -321 513 Bijdrage gemeenten PW Bijdrage gemeenten SW 40.724 Overige bijdrage gem. € 68.000 € € Overige baten € 122.980 € € 170 000 Totaal BV 98.905 -923.021 -765.687 -
begroting 2025 -
begroting 2026 -
begroting 2027 -
-
-
-
5.1 Toelichting op de baten De omzet in de gewijzigde begroting 2023 daalt ten opzichte van de realisatie 2022 omdat het project Post NL is gestopt. De omzet in de begroting 2024 daalt ten opzichte van 2023 door de uitstroom van SW medewerkers en het stoppen met de ontwikkelbanen. Dit is met name merkbaar bij BPP; er is er minder formatie beschikbaar voor de post bezorging. De loonkosten Wsw en daarmee de vergoeding voor loonkosten Wsw en Begeleid Werken (BW) zullen structureel dalen met de uitstroom van deze doelgroep.
5.1.1 Overdracht budgetten gemeenten Budgetten van gemeenten x 1.000
Realisatie 2022
2023
202 4
2 025
2026
2 02 7
5.279 2.582
5.063 2.805
5.181 2.905
5.181 2.905
5.181 2.905
5.181 2.905
183 94 8.138
326 163 8.576 2.282 1.521 761 13.277 7.820 5.457
326 163 8.576 2.645 1.763 882 12.710 7.332 5.377
326 163 8.576 2.915 1.943 972 12.066 7.007 5.059
326 163 8.576 3.004 2.003 1.001 11.746 6.802 4.944
24.135
23.931
23.557
23.326
2025 6.873.825 5.078.396 458.664 298.626 63.467 12.772.979
2026 6.555.064 4.762.126 451.884 297.050 63.467 12.129.591
2027 6.370.674 4.663.957 431.416 279.708 60.712 11.806.467
Participatiebudget Zaanstad Purmerend Ontw ikkelbudget Zaanstad Purmerend Totaal P budget Extra middelen (beleidsscenario) Zaanstad Purmerend Totaal WSW budget Zaanstad Purmerend
13.375 7.913 5.462
317 159 8.344 1.497 998 499 13.342 7.867 5.475
Totaal
21.513
23.183
Specificatie Budgetten WSW Zaanstad Purmerend loonsuppl.begl.werk Zaan loonsuppl.begl.werk Purm Over gemeenten
Realisatie 2022 7.453.772 5.170.806 458.753 291.193 60.076 13.434.600
2023 7.396.700 5.185.373 469.855 289.928 62.558 13.404.415
2024 7.356.182 5.158.347 463.748 298.626 64.435 13.341.338
5.1.1.1 Toelichting: De participatie budgetten zijn geïndexeerd zoals vastgelegd in de bijdrage verordening. Voor de indexering van de budgetten 2024 is uitgegaan van voorlopige indexcijfers van het CEP: 3,0% voor personele lasten en 1,83% voor overige lasten. Daarnaast is een extra bijdrage van gemeente begroot die licht afwijkt van scenario 3+ van de strategische herijking om meerjarig een begroot resultaat van nihil te presenteren.
19
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 4 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
De budgetten voor uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening zijn gebaseerd op de geraamde loonkosten van de SW-ers aangevuld met de kosten van loonkostensubsidie bij Begeleid Werken.
5.2 Toelichting op de lasten De geraamde ambtelijke personeelskosten inclusief inhuur stijgen in 2024 ten opzichte van 2023 met € 690.000. Grotendeels veroorzaakt door de effecten van de CAO SGO. Vanaf 2024 is inhuur van 2fte applicatiebeheer AFAS begroot. Na afronding van het project zal nader worden onderzocht wat de beste oplossing is om het applicatiebeheer in te vullen. De loonkosten van participanten met een indicatie nieuw beschut stijgen met € 450.000. Dit komt door de verwachte stijging van de aantallen. Nieuw beschut van gemiddeld 69 (2023) naar 95 (2024). In de jaren daarna volgt een stijging naar 131. Vanaf 2024 zullen er geen dienstverbanden met de indicatie banenafspraak worden afgesloten.
5.3 Toelichting gewijzigde begroting 2023 Het verwachte resultaat van de gewijzigde begroting 2023 is € 354.812 negatief voor onttrekking reserve. Primair 2023 was een resultaat van € 374.027 negatief begroot, een verschil van € 19.000. De belangrijkste verschillen zijn:
Omzet en direct orderkosten (NTW) Personeelskosten Loonkosten doelgroepen Overige
-€ 2.004.600 € 477.000 € 1.425.000 € 121.600
NTW De omzet is voor alle bedrijfsonderdelen behalve voor BPP naar beneden bijgesteld. De grootste omzetderving € 1,3 miljoen is veroorzaakt door het stoppen van het project Post NL. Hier staan ook lagere personeelskosten tegenover. Personeelskosten De ambtelijke formatie stijgt met 6,15 fte. Hiervan heeft 1,5 fte betrekking op de fixbrigade. De uitbreiding betreft: P&O casemanager verzuim en uitbreiding administratieve ondersteuning G&S het opnemen in de begroting van de overgenomen formatie Eurest. I&D werkbegeleider magazijn Facilitair uitbreiding van de receptie. De loonkosten blijven nagenoeg gelijk. In plaats van de kosten te begroten op de eindschaal wordt vanaf 2023 begroot op de kosten van trede 10. De loonkosten van de doelgroepen zijn per saldo verlaagd door het stoppen met het project Post NL. Daarnaast is de verwachting van het aantal dienstverbanden nieuw beschut bijgesteld van 105 naar 69 fte.
20
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 4 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
6
Paragrafen
6.1 Inleiding In dit hoofdstuk is specifieke, programma-overstijgende informatie opgenomen met betrekking tot een vijftal onderwerpen:
Bedrijfsvoering Weerstandsvermogen en risicobeheersing Financiering Verbonden partijen Fiscale positie
6.2 Bedrijfsvoering De bedrijfsprocessen zijn alle beleidsmatige (primaire) processen, ondersteunende (secundaire) processen en de sturing en beheersing ervan.
6.2.1 Organisatie Werkom is op 1 januari 2018 opgericht.
6.2.2 Organisatieschema De uitvoeringsorganisatie bestaat uit een bedrijfsonderdeel Mens en Werk, een Werkleerbedrijf waarin verschillende teams zijn ondergebracht (Industrie en diensten Groen en Schoon en Business Post en Printing), en bedrijfsvoering. De directeur wordt ondersteund door een bestuursstaf.
21
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 4 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
Afbeelding 3: organisatieschema Werkom
Mens en Werk
Werkleerbedrijf
Bestuursstaf
Bedrijfsvoering
Control
Directie
6.2.3 Personeelsbeleid en –uitvoering In 2023 wordt de visie op personeelsbeleid geüpdatet. Naast de reguliere opleidingen zal met name aandacht worden geschonken aan het werven en binden van medewerkers en Werkom een meer aantrekkelijke werkgever maken.
6.2.4 IT-beleid en –uitvoering Werkom voldoet aan wet- en regelgeving op het gebied van AVG, BIO en Archiefwet. Jaarlijks vinden evaluaties plaats en worden verbeteringen doorgevoerd. Omdat Werkom IT niet als primair proces voert is de IT omgeving geoutsourcet. In 2023 wordt de overstap gemaakt naar de werkplek van de toekomst en gaan we in de Cloud werken. Informatiebeveiliging stond al hoog op de agenda maar het outsourcen maakt het mogelijk hier weer extra stappen in te zetten.
6.2.5 Rechtmatigheid De afgelopen jaren zijn er flinke stappen gezet op het vlak van inkoop, aanbestedingen en aantonen van de rechtmatigheid van inkoop en verkoop. In 2023 en verder zullen de administratieve processen die dit ondersteunen strakker neergezet gaan worden.
6.3 Algemene reserve en risicobeheersing Ambities kunnen niet gerealiseerd worden zonder risico’s te nemen. Risico’s horen ook bij het proces van veranderen. Aan de hand van een risicoanalyse worden de grootste risico’s in beeld gebracht en beoordeeld. Daar waar nodig en noodzakelijk worden beheersmaatregelen getroffen om een risico te reduceren tot aanvaardbare proporties. Eventuele restrisico’s dienen opgevangen te worden middels verzekeren of het eigen vermogen. In overleg met de gemeenten zal bekeken worden wat een gezonde algemene reserve is voor Werkom. De komende jaren ziet Werkom de risico’s toenemen. In de volgende paragrafen worden de volgende punten nader uitgewerkt. 1. Inschatting van risico’s; 2. Beleid omtrent weerstandscapaciteit en de risico’s;
22
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 4 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
3. De weerstandcapaciteit; 4. Kengetallen voor de a. netto schuldquote; b. solvabiliteitsratio; c. structurele exploitatieruimte; 5. Een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie.
6.3.1 Risico’s en beheersing Een risico is een onzekere gebeurtenis met oorzaken en een kans van optreden, die op een of andere manier effecten heeft op het realiseren van de doelen van de organisatie. Risicomanagement is het proces van systematisch risico's identificeren, analyseren en classificeren in relatie tot de doelen van de organisatie. Op basis hiervan worden benodigde beheersingsmaatregelen getroffen en de effecten hiervan periodiek geëvalueerd en gerapporteerd. Dit risicomanagement is onderdeel van de besturing en beheersing van de organisatie.
6.3.1.1 Omzetverlies De structurele afname van de Wsw–populatie zet met name de omzet van de werkleerbedrijven onder druk. Het vereist van Werkom een andere manier van kijken op het primaire proces waarbij het proces van instroom, doorstroom en plaatsing leidend is/wordt en de werkleerbedrijven dit proces ondersteunen. Nieuwe initiatieven waarbij mensen gedetacheerd worden kunnen daarbij helpen.
6.3.1.2 Acquisitie nieuwe opdrachten De mogelijkheden tot de acquisitie van nieuwe opdrachten zijn beperkt. Er moet een balans gevonden worden tussen het aanbod in de markt, en de mogelijkheden voor onze doelgroepen. Dit kan gevolgen hebben voor de te behalen omzet. Er wordt extra ingezet op werven van nieuwe opdrachten en opdrachten die beter bij de doelgroep passen.
6.3.1.3 Beschut werk Op dit moment is de instroom in beschut werk groeiend. In overleg met gemeenten zal dit verder groeien richting een instroom tot op of net onder het niveau van de Rijks taakstellingen.
6.3.1.4 Privacy en informatiebeveiliging Werkom beheert veel persoonsgebonden en privacygevoelige gegevens. Werkom heeft een ‘Chief Information Security Officer’ (CISO) voor de informatiebeveiliging en een externe Functionaris gegevensbescherming (FG). Jaarlijks rapporteren ze over de risico’s en de ondernomen of te ondernemen verbeteringen.
6.3.1.5 Overige niet financiële risico’s Naast de direct financiële risico’s bestaan er risico’s van niet-financiële aard. Dit is bijvoorbeeld het risico dat er niet conform geldende wetgeving op het gebied van arbeidsomstandigheden, archivering of milieu wordt gewerkt. Risico’s die van materiële betekenis zijn in relatie tot de financiële positie. Deze risico’s worden jaarlijks geïnventariseerd.
6.3.2 Beleid omtrent weerstandcapaciteit en risico’s Weerstandcapaciteit omvat de beschikbare middelen en mogelijkheden die Werkom heeft om onverwachte, niet begrote en niet kwantificeerbare kosten te kunnen opvangen (algemene reserve).
23
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 4 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
In de Bijdrageverordening participatiebedrijf Zaanstad-Purmerend is in artikel 5 het beleid omtrent weerstandscapaciteit van Werkom opgenomen: 1. Het participatiebedrijf is toegestaan een algemene reserve te vormen, door positieve exploitatieresultaten te reserveren, zodat in de jaren waarin zich exploitatietekorten voordoen, deze uit de reserve kunnen worden onttrokken. 2. De totale omvang van de algemene reserve is door het bestuur gelimiteerd tot minimaal 2% en maximaal 5% van het jaarlijkse begrotingstotaal van het participatiebedrijf. 3. Het participatiebedrijf mag geen andere reserves aanhouden, met als doel weerstandscapaciteit op te bouwen ter dekking van mogelijke risico’s. 4. De deelnemers zijn, naar evenredigheid, verantwoordelijk voor de afdekking van de in lid 3 genoemde risico’s. 5. De evenredige afdekking van risico’s, zoals genoemd in lid 4, wordt gebaseerd op de verdeelsleutel zoals opgenomen in artikel 6 lid 3 en 5. Het participatiebedrijf neemt voor dit doel jaarlijks in de begroting en de jaarrekening een gekwantificeerde risicoanalyse op, evenals de te nemen beheersmaatregelen om de risico’s zoveel mogelijk te beperken c.q. te voorkomen.
6.3.3 De weerstandcapaciteit Het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader GTK 2022 gemeenschappelijke regelingen stelt ten aanzien van het weerstandsvermogen dat deze afgestemd dienen te zijn op de risico’s. Voor 2021 hanteerden de eigenaren een maximum van 2 % van het begrotingstotaal. Dit maximum is tijdelijk losgelaten en per 1-1-2023 is een minimum van 2% en maximum van 5% vastgesteld. Onmiskenbaar nemen de risico’s toe. Denk aan de coronacrisis, de Russische inval in Oekraïne, het mondiale tekort aan specifieke grondstoffen en klimaatontwikkelingen. Ook (tijdelijke) contracten met partijen die potentieel interessante werkleer mogelijkheden aanbieden herbergen een risico bij prijsonderhandelingen of continuering van deze contracten. De weerstandscapaciteit is gelijk aan de Algemene reserve. Weerstandsv ermogen algemene reserve bestemmingsreserve Totaal weerstandsvermogen
31-12 -22 1.513.399 463.826 1.977.225
31 -12-23 1.158.587 447.947 1.606.534
31-12-2 4 31- 12-25 3 1-12-2 6 31-1 2-27 1.158.587 1.158.587 1.158.587 1.158.587 432.862 417.777 402.692 387.607 1.591.449 1.576.364 1.561.279 1.546.194
6.3.4 Kengetallen 6.3.4.1 Netto schuldquote De netto schuldenquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzicht van de eigen middelen. Het berekende kengetal geeft informatie over de mogelijkheid van Werkom om schulden terug te betalen. Het terugbetalen van schulden is echter voor een gemeenschappelijke regeling gegarandeerd door de deelnemende gemeenten. De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen is niet van toepassing omdat Werkom geen gelden doorleent aan andere partijen.
6.3.4.2 Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft aan of de BVO Werkom voldoende eigen vermogen heeft om op termijn aan haar financiële verplichtingen te kunnen voldoen. Het kengetal wordt berekend door het eigen vermogen te delen door het totale vermogen. Werkom bouwt sinds 2019 een niet-bestemde reserve op. De gemeenten Zaanstad en Purmerend staan garant voor de schulden van Werkom en vullen een negatief eigen vermogen altijd aan.
6.3.4.3 Structurele exploitatieruimte Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte een organisatie heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling
24
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 4 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
6.4.1 Rentebeleid Het rentebeleid en het risicobeheer is gedefinieerd in het vastgestelde Treasurystatuut participatiebedrijf Zaanstad Purmerend 2023. Het rentebeleid is gericht op het stabiliseren van de rentelasten, zodat deze op een bestuurlijk wenselijk geacht niveau blijven of op het in de begroting geraamde niveau daarvan. De renterisico’s bij het aantrekken en uitzetten van gelden, worden beperkt door de overeengekomen rentepercentages bij de transacties, gebaseerd op de actuele rentestand en rentevisie. De korte (rente typische looptijd < 1 jaar) en lange (rente typische looptijd ≥ 1 jaar) rente gaven de afgelopen jaren een vrij stabiel beeld. De korte rente is in de regel lager dan de lange rente. Op grond van deze veronderstelling is het uitgangspunt om de financieringsbehoefte eerst te dekken met de maximaal toegestane kasgeldlimiet en de resterende behoefte te dekken met langlopende leningen. Van de looptijd kan worden afgeweken indien deze kan worden gekoppeld aan andere financiële posities. Met deze aanpak gaat Werkom ervan uit dat - rekening houdend met het risicoprofiel de financieringskosten zo laag mogelijk zijn.
6.4.2 Risicobeheer Het risicobeheer is gericht op het beperken van financiële risico’s. In het treasurystatuut is het treasurybeleid en de nadere uitwerking ervan vastgelegd. Hierin zijn regels opgenomen ter bescherming van de vermogens- en (rente)resultaten van Werkom tegen ongewenste financiële risico’s, te weten het rente- en het kredietrisico. In artikel 5 is het renterisicobeheer opgenomen. Renterisicobeheer is het beheersen van de risico’s, die voortvloeien uit de mogelijkheid dat in de toekomst de rentelasten van het vreemd vermogen hoger, respectievelijk dat de renteopbrengsten lager zullen zijn, dan een bestuurlijk wenselijk geacht niveau of het in de begroting geraamde niveau daarvan. In artikel 6 is het kredietrisicobeheer opgenomen. Kredietrisicobeheer is het beheersen van de risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid op een waardedaling van de vorderingspositie ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij.
6.4.3 Kasgeldlimiet Het niveau van de kasgeldlimiet is gelimiteerd op 8,2% van de begrote lasten. De kasgeldlimiet is in de wet Fido opgenomen om de directe gevolgen van een snelle rentestijging te beperken. De kasgeldlimiet bepaalt dat de financieringsbehoefte voor slechts een beperkt bedrag met kort geld (looptijd < 1 jaar) mag worden gefinancierd. Hierdoor worden de renterisico’s op korte termijn beperkt. In de Wet Fido is opgenomen dat kasgeldlimiet wordt berekend als percentage (8,2%) van het totaal van de jaarbegroting bij aanvang van het jaar.
Kasgeldlimiet Totale lasten/Baten % kasgeldlimiet Kasgeldlimiet EMU saldo
Jaarrek ening 2022 28.234 538 8,2% 2.315 232 -350,4
Primaire begroting 2 023 28.666.263 8,2% 2 350.634 -389.877
Gewijzigde begroting 2 023 27.629.477 8,2% 2.265.617 1.108,5
Begroting 2 024 36.718.430 8,2% 3.010.911 -245,0
Begroting 20 25 36.996.611 8,2% 3.033.722 -421,4
Begroting 20 26 37.004.876 € 8,2% 3.034.400 -13,9
Begroting 202 7 36.763.286 8,2% 3.014.589 -327,3
6.4.4 Renterisiconorm Werkom heeft geen langlopende leningen.
26
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 4 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
6.5 Verbonden partijen 6.5.1 Coöperatie Zakelijke Post Nederland Aan Coöperatie Zakelijke Post Nederland (CZPN) is door BaanStede in 2006 een achtergesteld krediet van € 20.000 verstrekt, als een van de medeoprichters. Dit is geboekt als financieel vast actief. Voor het volle bedrag van de inleg is een voorziening getroffen. De negatieve resultaten van de coöperatie in de beginjaren zijn afgeboekt op de ontvangen achtergestelde leningen.
6.5.2 Werkom Diensten BV Om ‘inbesteding’ bij de BVO Werkom door de gemeenten Zaanstad en Purmerend mogelijk te maken is Werkom Diensten BV opgericht. De omzetverhouding bij de BVO voor Zaanstad en Purmerend moet minstens 80% van de totale omzet zijn. Het advocatenkantoor AKD stelt dat dit per definitie het geval is om dat Werkom altijd in opdracht van beide gemeenten werkt. Dit beperkt het risico tot claims in het kader van een eventuele aanbesteding dermate dat besloten is de BV op te heffen. Om dit mogelijk te maken moet de interne organisatie en de (financiële) systemen daar op ingericht worden. De definitieve overgang naar een nieuw financieel pakket om dit mogelijk te maken zal met ingang van 31 december 2023 gerealiseerd zijn.
6.6 Fiscale positie 6.6.1 Omzetbelasting en betalingen in het kader van de participatiewet. De BVO en de BV van Werkom vormen een 'fiscale eenheid'. De belastingdienst is van mening dat de zgn. 'sociaal culturele vrijstelling' (art. 11, lid 1, sub f) voor de omzetbelasting van toepassing is. Werkom en de 2 gemeenten pleiten echter voor de BTW koepelvrijstelling. Voor Werkom is dit onderscheid minder relevant: de overdracht van budget voor haar prestaties in het kader van de Participatiewet is vrijgesteld van BTW en de aan Werkom in dit licht in rekening gebrachte BTW is kostenverhogend. Voor overheadkosten geldt een zgn. 'mengpercentage' voor de kostenverhogende BTW. Het gevolg voor de gemeenten is echter wel van belang; de zgn. 'transparantiemethodiek' kan nl. niet worden toegepast. Dit betekent dat genoemde kostenverhogende BTW niet aan de 2 gemeenten kan worden 'doorgeschoven' en dat deze zo ook niet voor de gemeenten compensabel is t.l.v. het BTW-compensatiefonds. Het standpunt van de belastingdienst is ongebruikelijk en het financiële nadeel is groot. Werkom is echter in deze geen belanghebbende meer. Voor de vennootschapsbelasting wordt gebruik gemaakt van de vrijstelling cf. art. 5, lid 1, letter c, sub 2.
Het gaat hier om een subjectvrijstelling voor lichamen die nagenoeg uitsluitend passende werkzaamheden bieden aan mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking. Dit was aanvankelijk gericht op medewerkers met een WSW-indicatie, maar gesteld is dat de personen uit de nieuwe doelgroepen hieraan gelijk zijn. Werkom diensten BV is voor de omzetbelasting een regulier ondernemer omdat de BV uitsluitend prestaties verricht aan de private markt en aan openbare lichamen niet zijnde de gemeenten Purmerend of Zaanstad. Voor de vennootschapsbelasting is ook gekozen voor de subjectvrijstelling omdat aannemelijk is dat ook de BV nagenoeg uitsluitend passende werkzaamheden biedt aan mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking.
27
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 4 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
Bijlage 1 Geprognosticeerde balans BVO Activa BVO vaste activa materiele vaste activa financiële activa
31-12 -22
31 -12-23
31-12-2 4 31- 12-25 3 1-12-2 6 31-1 2-27
50.000 50.000
3.424.939
3.179.906
2.758.458
2.744.564
2.417.306
3.424.939
3.179.906
2.758.458
2.744.564
2.417.306