CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

C gewijzigd Overzicht wijzigingen en toelichting Algemene plaatselijke verordening Purmerend

Gemeenteraad 30 juni 2021, gemeente PurmerendBij agendapunt: Wijziging APV Purmerend 202149.346 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

als het bedrijfsplan niet voldoet aan artikel 3:15, eerste en tweede lid; f. als onvoldoende aannemelijk is dat de exploitant de bij artikel 3:17 gestelde verplichtingen zal naleven; g. als het escortbedrijf wordt gevestigd in een woonruimte waarvoor geen vergunning als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder a, van de Huisvestingswet 2014 is verleend. Artikel 3:8 Eisen met betrekking tot vergunning 1. De vergunning vermeldt in ieder geval: a. de naam van de exploitant; b. voor zover van toepassing, die van de beheerder;

Artikel van model Apv overgenomen. Dit artikel is nieuw voor Purmerend.

53

n.v.t.

c. voor welke activiteit de vergunning is verleend; d. het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend; e. het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt; f. voor zover van toepassing, het adres van de onder dat seksbedrijf vallende seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend; g. de voorschriften en beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden; h. voor zover van toepassing, de geldigheidsduur van de vergunning; i. het nummer van de vergunning. 2. De exploitant draagt er zorg voor dat de vergunning of een afschrift daarvan zichtbaar aanwezig is in de seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend, en tevens dat aan de buitenzijde van de seksinrichting zichtbaar is dat hij over een vergunning voor die seksinrichting beschikt. Artikel 3:9 Intrekkingsgronden 1. De vergunning wordt ingetrokken als: a. de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest; b. de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is gegeven; c. is gehandeld in strijd met de artikelen 3:10, 3:13, aanhef en onder a, 3:14, tweede lid, 3:15 en 3:17, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onderdeel b, aanhef en onder 1°; d.

zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde of veiligheid; e. zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3:7, eerste lid, onder a tot en met h; f. de vergunninghouder dat verzoekt; g. de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met een geldend bestemmingsplan, een beheersverordening of een aanwijzing als bedoeld in artikel 3:4. 2. De vergunning kan worden geschorst of ingetrokken als: a. is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen;

Artikel van model Apv overgenomen. Dit artikel is nieuw voor Purmerend.

54

Artikel 62 Beëindiging exploitatie 1. De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 54 op de vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd. 2. Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie, geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegde bestuursorgaan.

b. in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop het vergunningsvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning; c. een niet in de vergunning vermelde persoon exploitant of beheerder is geworden; d. is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen, onverminderd het eerste lid, aanhef en onder c; e. is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan beschreven maatregelen; f. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de woon- en leefomgeving of de gezondheid van prostituees of klanten; g. de exploitant of de beheerder het toezicht op de naleving van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt; h. er bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn die onherroepelijk zijn veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel; i. gedurende ten minste zes maanden geen gebruik is gemaakt van de vergunning.

Artikel 3:10 Melding gewijzigde omstandigheden De vergunninghouder meldt elke verandering waardoor zijn seksbedrijf niet langer in overeenstemming is met de op grond van artikel 3:8, eerste lid, in de vergunning opgenomen gegevens, zo spoedig mogelijk aan het bevoegde bestuursorgaan. Deze verleent een gewijzigde vergunning, als het seksbedrijf aan de vereisten voldoet.

(facultatieve) artikel van model Apv overgenomen en is nieuw voor Purmerend. De oude artikelen 62 en 63 vallen onder het nieuwe artikel 3:10.

Artikel 63 Wijziging beheer 1. Indien een ingevolge artikel 54 op de vergunning vermelde beheerder, het beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week na de feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan. 2. Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder, indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant heeft besloten de

55

verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel 61, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige toepassing. 3. In afwachting van het besluit, bedoeld in het tweede lid, kan het beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft ingediend, totdat over de aanvraag is besloten. n.v.t.

n.v.t. n.v.t. Artikel 56 Sluitingstijden 1. Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 02.00 en 07.00 uur. 2. Het bevoegd bestuursorgaan kan door middel van een voorschrift als bedoeld in artikel 4 voor een afzonderlijke seksinrichting andere sluitingstijden vaststellen. 3. Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het eerste of tweede lid, dan wel krachtens artikel 57, eerste lid, gesloten dient te zijn. 4. Het in het eerste, tweede en derde lid bepaalde geldt niet voorzover de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften van toepassing zijn. Artikel 57 Tijdelijke afwijking sluitingsuur; (tijdelijke) sluiting 1. Met het oog op de in artikel 61, tweede lid, genoemde belangen of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk, kan het bevoegde bestuursorgaan: a. tijdelijk andere dan de krachtens artikel 56, eerste of tweede lid, geldende sluitingsuren vaststellen; b. van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk de

Artikel 3:11 (Gereserveerd)

Afdeling 3. Uitoefenen seksbedrijf Paragraaf 3.1 Regels voor alle seksbedrijven Artikel 3:12 Sluitingstijden seksinrichtingen; aanwezigheid; toegang 1. Het is de exploitant en de beheerder verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben of daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 01.00 uur en 07.00 uur, tenzij bij vergunning anders is bepaald. 2. Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die inrichting gesloten dient te zijn voor bezoekers. 3. Het is een prostituee verboden zich te bevinden in een seksrichting tussen 01.30 uur en 06.30 uur, tenzij bij vergunning anders is bepaald. 4. Het is de exploitant en de beheerder verboden personen die nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt toe te laten of te laten verblijven in een seksinrichting.

Dit artikel uit de model Apv aangaande ‘verlenging vergunning’ is facultatief en wordt vooralsnog niet overgenomen. Reden hiervoor is dat betrokken collega’s hebben aangegeven dat het voor nu niet opportuun is om dit artikel op te nemen. Wellicht is er later wel behoefte om dit artikel alsnog in de Apv op te nemen.

Artikel van model Apv overgenomen. De nieuwe sluitingstijden zijn geadviseerd door collega’s van veiligheid. Er is aansluiting gezocht bij de tijden die de gemeenten Alkmaar en Haarlem hanteren.

56

gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het eerste lid bedoelde besluit bekend overeenkomstig artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht. n.v.t.

n.v.t. n.v.t.

n.v.t.

Artikel 3:13 Adverteren Het is verboden in advertenties voor een seksbedrijf: a. geen vermelding op te nemen van het telefoonnummer, bedoeld in artikel 3:8, eerste lid, onder e, van het nummer, bedoeld in artikel 3:8, eerste lid, onder i, en van de bedrijfsnaam; b. vermelding op te nemen van een ander telefoonnummer dan bedoeld onder a; en c. als het een prostitutiebedrijf betreft, onveilige seks aan te bieden of te garanderen dat prostituees die voor of bij het betreffende bedrijf werken vrij zijn van seksueel overdraagbare aandoeningen. Paragraaf 3.2 Regels voor alle prostitutiebedrijven en prostituees Artikel 3:14 Leeftijd en verblijfstitel prostituees; verbod werken voor onvergund prostitutiebedrijf 1. Prostitutie vindt uitsluitend plaats door een prostituee die de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt. 2. Het is een exploitant verboden een prostituee voor of bij zich te laten werken die: a. nog niet de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt; b. in Nederland verblijft of werkt in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000. 3. Het is een prostituee verboden: a. te handelen in strijd met het eerste lid; b. werkzaam te zijn voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een prostitutiebedrijf is verleend. Artikel 3:15 Bedrijfsplan 1.

Een prostitutiebedrijf beschikt over een bedrijfsplan, waarin in ieder geval wordt beschreven welke maatregelen de exploitant treft: a. op het gebied van hygiëne; b. ter bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het zelfbeschikkingsrecht van de prostituees; c. ter bescherming van de gezondheid van de klanten;

Artikel van model Apv overgenomen. Dit artikel is nieuw voor Purmerend.

Artikel van model Apv overgenomen. Dit artikel is nieuw voor Purmerend. Het betreft hier variant 2 van de model Apv.

Artikel van model Apv overgenomen. Dit artikel is nieuw voor Purmerend.

57

d. ter voorkoming van strafbare feiten. 2. De door de exploitant te treffen maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, waarborgen dat: a. de hygiëne in een seksinrichting voldoet aan de algemene eisen die hiervoor in de branche gelden en dat dit controleerbaar is; b. inzichtelijk en controleerbaar is welke maatregelen een exploitant in zijn bedrijfsvoering en inrichting van de werkruimten treft voor gezonde en veilige werkomstandigheden voor prostituees; c. in de werkruimten te allen tijde voldoende condooms met een CEmarkering voor gebruik beschikbaar zijn; d. in de werkruimten voor de prostituees een goed functionerende alarmvoorziening aanwezig is; e. de prostituee zich regelmatig kan laten onderzoeken op seksueel overdraagbare aandoeningen en door de exploitant voldoende geïnformeerd is over de mogelijkheden van een dergelijk onderzoek; f. de prostituee niet gedwongen wordt zich geneeskundig te laten onderzoeken; g. de prostituee vrij is in de keuze van de arts(en) die zij wil bezoeken; h. de prostituee klanten en diensten kan weigeren zonder dat dat voor haar andere werkzaamheden gevolgen heeft; i. de prostituee kan weigeren alcohol of drugs te gebruiken zonder dat dat voor haar werkzaamheden gevolgen heeft; j.

aan de voor de exploitant werkzame beheerder voldoende professionele eisen op het gebied van agressiebeheersing en bedrijfshulpverlening worden gesteld en waar nodig wordt gezorgd voor scholing hierin; k. de exploitant zich een oordeel vormt over de mate van zelfredzaamheid van de prostituee voordat deze voor of bij hem gaat werken, teneinde vast te stellen of zij voldoet aan de eisen die hij hiervoor in zijn bedrijfsplan heeft opgenomen; l. de exploitant voor elke voor of bij hem werkzame prostituee kan aantonen onder welke verhuur- of arbeidsvoorwaarden zij haar diensten aanbiedt;

58

n.v.t.

Artikel 58 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder 1. Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben, zonder dat de ingevolge artikel 54 op de vergunning vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig is. 2. De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in de seksinrichting:

m. de exploitant of beheerder zich er regelmatig van vergewist dat de prostituee niet door derden gedwongen wordt tot prostitutie en dat hij in dit kader informatie van hulpverleningsinstanties ter beschikking stelt; n. de exploitant aan de voor of bij hem werkzame prostituees informatie ter beschikking stelt over de mogelijkheden om hulp te krijgen als een prostituee wil stoppen met haar werk in de prostitutie; o. de overlast aan de omgeving van de onder het seksbedrijf vallende seksinrichtingen beperkt wordt. 3. Het bedrijfsplan wordt overgelegd bij de aanvraag om een vergunning. 4. De exploitant meldt een voorgenomen wijziging van het bedrijfsplan onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan. De wijziging wordt na goedkeuring van het bevoegde bestuursorgaan als onderdeel van het bedrijfsplan aangemerkt, als deze voldoet aan de eisen die overeenkomstig het eerste en tweede lid aan een bedrijfsplan worden gesteld. 5. De rechten voor prostituees, die worden gewaarborgd op grond van het tweede lid, worden op schrift gesteld en in een voor haar begrijpelijke taal uitgereikt aan elke prostituee die werkzaam is voor of bij de exploitant. 6. In de seksinrichting wordt in ten minste twee talen en voor de klant goed zichtbaar bekend gemaakt dat een prostituee klanten en diensten mag weigeren en mag weigeren alcohol of drugs te gebruiken. Artikel 3:16 (Gereserveerd)

Artikel 3:17 Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder prostitutiebedrijf 1. De exploitant of de beheerder is aanwezig gedurende de uren dat het prostitutiebedrijf daadwerkelijk wordt uitgeoefend. 2. De exploitant van een prostitutiebedrijf draagt er zorg voor dat: a. de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees redelijkerwijs hun eigen werktijden kunnen bepalen;

Dit artikel uit de model Apv aangaande ‘minimale verhuurperiode werkruimte’ is facultatief en wordt vooralsnog niet overgenomen. Wellicht is er later wel behoefte om dit artikel alsnog in de Apv op te nemen. Artikel van model Apv overgenomen.

59

a. geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en munitie; en b. geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde. 3. De exploitant en de beheerder van een escortbedrijf zien er voortdurend op toe dat via het escortbedrijf geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen: a. in strijd met het bepaalde in titel XIV (misdrijven tegen de zeden) van het Tweede boek van het Wetboek van Strafrecht, en/of b. in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.

n.v.t. n.v.t.

Artikel 59 Straatprostitutie 1. Het is verboden op of aan de weg of op een andere voor het publiek toegankelijke plaats, door handelingen, houding, woord,

b. er een deugdelijke bedrijfsadministratie wordt gevoerd waarin de actuele gegevens zijn opgenomen van in ieder geval; 1°. de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees; 2°. de verhuuradministratie; 3°. met betrekking tot alle voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees, de documentatie die ten grondslag ligt aan de vorming van het oordeel over de mate van zelfredzaamheid, bedoeld in artikel 3:15, tweede lid, onder k; 4°. de werkroosters van de beheerders. c. de bedrijfsadministratie met inachtneming van de wettelijke termijnen wordt bewaard en te allen tijde beschikbaar is voor toezichthouders; d. medewerkers van de gemeentelijke gezondheidsdienst en van andere door de burgemeester of het college aangewezen instellingen worden toegelaten tot seksinrichtingen als ze voornemens zijn voorlichtingsen preventieactiviteiten uit te voeren of voorlichtingsmateriaal te verspreiden; e. onverwijld bij de politie wordt gemeld ieder signaal van mensenhandel of andere vormen van dwang en uitbuiting; f. onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan wordt gemeld als gedurende ten minste één maand geen gebruik gemaakt zal worden van de vergunning. Deze melding vermeldt de reden en de verwachte duur; g. gedaan wordt wat nodig is voor een goede gang van zaken binnen het prostitutiebedrijf.

Paragraaf 3.3 Raam- en straatprostitutie Artikel 3:18 Raamprostitutie Het is een prostituee verboden: a. zich vanuit een gebouw of vanuit de toegang naar een gebouw aan klanten die zich op of aan de weg bevinden beschikbaar te stellen; en b. passanten hinderlijk te bejegenen of zich aan passanten op te dringen dan wel zich ongekleed of vrijwel ongekleed achter het raam van een seksinrichting of in de toegang tot een seksinrichting op te houden. Artikel 3:19 Straatprostitutie Het is verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere vanaf de weg zichtbare plaats, niet zijnde een seksinrichting waarvoor

(facultatieve) artikel van model Apv overgenomen. Dit artikel is nieuw voor Purmerend.

Artikel van model Apv overgenomen.

60

gebaar of op andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te nodigen dan wel aan te lokken. 2. Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen. n.v.t.

een vergunning is verleend, zich op te houden met het kennelijke doel prostitutie of het verrichten van seksuele handelingen in het kader van prostitutie.

n.v.t. n.v.t.

Afdeling 4. Overige bepalingen Artikel 3:21 Verbodsbepalingen klanten 1. Het is een klant verboden seksuele handelingen te verrichten met een prostituee van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat zij werkzaam is voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een prostitutiebedrijf is verleend. 2. Het is verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere voor publiek toegankelijke plaats gebruik te maken van de diensten van een prostituee. 3. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, geldt niet in een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend. Artikel 3:22 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke 1. Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotischpornografische aard openlijk tentoon te stellen, aan te bieden of aan te brengen als de burgemeester aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en

Artikel 60 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen e.d. 1. Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotischpornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan te bieden of aan te brengen: a. indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt; b. anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving gestelde regels. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,

Artikel 3:20 (Gereserveerd)

Dit artikel uit de model Apv aangaande ‘handhaving straatprostitutie’ is facultatief en wordt vooralsnog niet overgenomen. Wellicht is er later wel behoefte om dit artikel alsnog in de Apv op te nemen. Artikel van model Apv overgenomen. Dit artikel is nieuw voor Purmerend.

(facultatieve) artikel van model Apv overgenomen. Hierdoor is het bepaalde onder lid 1, sub b, komen te vervallen.

61

opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet. Hoofdstuk 4 Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente

gevoelens, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.

AFDELING 1 Geluid- en lichthinder

Afdeling 1. Voorkomen of beperken (geluid)hinder en hinder door verlichting

Artikel 64 Begripsomschrijvingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a. het Activiteitenbesluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer; b. inrichting: een inrichting als bedoeld in de Wet milieubeheer; c. houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider of anderszins een inrichting drijft; d. collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; e. incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen

Artikel 4:1 Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: - collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; - gevoelige gebouwen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer; - gevoelige terreinen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer; - houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft; - incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; - inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer; - onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt. Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten 1. De geluidsnormen bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. 2.

De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.

Artikel 65 Aanwijzing collectieve festiviteiten 1. De artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Activiteitenbesluit gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. 2. Artikel 3.148 van het Activiteitenbesluit geldt niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. 3. In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of meer van de volgende delen: Overwhere, Overwhere-Noord en Molenkoog,

Hoofdstuk 4. Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente Geluid staat tussen haakjes, omdat deze afdeling ook betrekking heeft op andere hinder dan geluidhinder. Artikel van model Apv overgenomen. De definities ‘gevoelige gebouwen’, ‘gevoelige terreinen’ en ‘onversterkte muziek’ zijn nieuw voor Purmerend.

Artikel geactualiseerd conform model Apv. De leden 6 tot en met 9 zijn nieuw toegevoegd. De normen (db’s en tijden) van het huidige uitvoeringsbesluit zijn in deze leden verwerkt.

62

bedrijventerrein De Koog, bedrijventerrein De Baanstee, Wheermolen, Gors-Noord, GorsZuid, Purmer-Noord, Purmer-Zuid, Weidevenne en de binnenstad gelegen tussen de Where, Het Noord-Hollandsch Kanaal en ten westen van de spoorlijn. 4. Het college maakt de aanwijzing tenminste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend. 5. Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen.

Artikel 66 Kennisgeving incidentele festiviteiten 1. Het is een inrichting toegestaan maximaal 12 incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen

3. In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of meer van de volgende delen: Overwhere, Overwhere-Noord en Molenkoog, bedrijventerrein De Koog, bedrijventerrein De Baanstee, Wheermolen, GorsNoord, Gors-Zuid, Purmer-Noord, Purmer-Zuid, Weidevenne en de binnenstad gelegen tussen de Where, Het Noord-Hollandsch Kanaal en ten westen van de spoorlijn. 4. Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend. 5. Als een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, kan het college een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen. 6. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting, bedraagt niet meer dan 70 dB(A), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter en 55 dB(A) in in- en aanpandige gevoelige gebouwen. 7. De geluidsnorm, bedoeld in het zesde lid, is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. 8.

Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5, uiterlijk beëindigd: - om 23:00 uur indien muziek buiten het bebouwde gedeelte van de inrichtingen ten gehore wordt gebracht; en - om 01:00 uur indien muziek binnen het bebouwde gedeelte van de inrichtingen (inpandig) plaatsvindt. 9. Het college kan voor een bepaald gebied en of een inrichting een lager maximum vaststellen dan het bepaalde in het zesde lid. Artikel 4:3 Melding incidentele festiviteiten 1. Het is een inrichting toegestaan op maximaal 12 dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden

Artikel geactualiseerd conform model Apv. De leden 3 en 4 zijn nieuw. Ook de leden 6 tot en met 11 zijn nieuw toegevoegd. De normen (db’s en tijden) van het

63

als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Activiteitenbesluit niet van toepassing zijn mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld. 2. Het is een inrichting toegestaan maximaal 12 incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de lichtnormen als bedoeld in artikel 4.113 van het Activiteitenbesluit niet van toepassing zijn mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld. 3. De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. 4. Het college kan voorwaarden stellen aan de festiviteiten ter voorkoming of beperking van geluidhinder.

waarbij de geluidsnormen, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5, niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college. 2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12 dagen of dagdelen per kalenderjaar in verband met de viering van incidentele festiviteiten de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college. 3. Het college stelt een formulier vast voor het doen van de melding. 4. De melding is gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. 5. De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. 6. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting bedraagt niet meer dan 70 dB(A), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter en 55 dB(A) in in- en aanpandige gevoelige gebouwen. 7.

De geluidsnorm, bedoeld in het zesde lid, is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. 8. Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5, uiterlijk beëindigd: - om 23:00 uur indien muziek buiten het bebouwde gedeelte van de inrichting ten gehore wordt gebracht en;

huidige uitvoeringsbesluit zijn in deze leden verwerkt.

64

Artikel 67 Verboden incidentele festiviteiten Het is verboden een incidentele festiviteit te organiseren, toe te laten, feitelijk te leiden of daaraan deel te nemen indien de burgemeester het organiseren van een incidentele festiviteit verboden heeft wanneer naar zijn oordeel de woon- en leefsituatie in de omgeving van de inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze wordt beïnvloed. n.v.t.

- om 01:00 uur indien muziek binnen het bebouwde gedeelte van de inrichting (inpandig) plaatsvindt. 9. De geluidsnorm, bedoeld in het zesde lid, geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte. 10. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen. 11. Het college kan voor een bepaald gebied en/of een bepaalde inrichting een lager maximum vaststellen dan het bepaalde in het zesde lid. Artikel 4:4 (Vervallen)

Artikel 4:5 Onversterkte muziek 1. Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, onder f, en vijfde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer binnen inrichtingen is de in het tweede lid opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat: a. de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden als de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen; b. de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein; c. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder en verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, onder d, van het Besluit geluidhinder; d. bij het bepalen van de geluidsniveaus als vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast. 2. Tabel

Dit artikel is komen te vervallen.

Artikel van model Apv overgenomen. Het derde lid (de duur van 6 uur) is in lijn met beleid van omliggende gemeenten. De meeste omliggende gemeenten hanteren namelijk ook 6 uur als norm.

65

7.00- 19.00- 23.0019.00 23.00 7.00 uur uur uur LAr.LT op de gevel van 50 45 40 gevoelige dB(A) dB(A) dB(A) gebouwen LAr.LT in inen 35 30 25 aanpandige dB(A) dB(A) dB(A) gevoelige gebouwen LAmax op de gevel van 70 65 60 gevoelige dB(A) dB(A) dB(A) gebouwen LAmax in inen 55 50 45 aanpandige dB(A) dB(A) dB(A) gevoelige gebouwen

n.v.t.

3. Voor de duur van 6 uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid. 4. Als versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is het Activiteitenbesluit milieubeheer van toepassing. 5. Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve en incidentele festiviteiten als bedoeld in de artikelen 4:2 en 4:3. Artikel 4:5a (Gereserveerd) Artikel 4:5b Geluidhinder in de openlucht 1. Het is verboden buiten een inrichting in de openlucht een geluidsapparaat, toestel of machine in werking te hebben op een zodanige wijze dat voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Het college kan terreinen of wateren aanwijzen waar het verbod niet van toepassing is op het in werking hebben van bepaalde in de aanwijzing aangewezen categorieën van geluidsapparaten, toestellen of

Dit (facultatieve) artikel aangaande ‘traditioneel schieten’ is op gereserveerd gezet. (facultatieve) artikel van model Apv opgenomen omdat hier vanuit de organisatie en omgeving behoefte aan is. Overigens waren in de Apv 2003 ook al regels over geluidhinder opgenomen. Dit was echter geregeld op een andere plaats, namelijk in Hoofdstuk 2 (openbare orde) Afdeling 3 (maatregelen tegen overlast en baldadigheid). Conform de model Apv zijn de regels over geluidhinder nu in hoofdstuk 4 opgenomen.

66

Artikel 40 (Geluid)hinder door dieren Degene die de zorg heeft voor een dier, moet voorkomen dat dit voor een omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder veroorzaakt.

Artikel 41a (Geluid)hinder door motorboten Het is verboden in de wateren in beheer bij de gemeente te varen met een grotere snelheid dan 6 km per uur met een motorboot, waaronder ook begrepen worden vaartuigen met een buitenboordmotor en jetski's.

machines, voor zover wordt voldaan aan de door het college vast te stellen voorschriften ter voorkoming of beperking van geluidhinder. 4. De in het derde lid bedoelde voorschriften kunnen onder meer betrekking hebben op: a. het maximale geluidsniveau; b. de situering van geluidsbronnen; c. de frequentie en tijden van gebruik. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Bouwbesluit 2012 of de Provinciale Milieuverordening Noord-Holland. 6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 4:5c (Geluid)hinder door dieren Degene die buiten een inrichting de zorg heeft voor een dier, voorkomt dat dit voor een omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder veroorzaakt.

Artikel 4:5d (Geluid)hinder door motorboten 1. Het is verboden in de wateren in beheer bij de gemeente te varen met een grotere snelheid dan 6 km per uur. 2. Het is verboden om in door het college aangewezen wateren binnen de gemeente te varen met een motorboot, waaronder ook begrepen worden vaartuigen met een buitenboordmotor en jetski’s. 3. Het verbod in het tweede lid geldt niet voor fluisterboten en handmatig aangedreven boten. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste en tweede lid gestelde verbod. 5. Het in het tweede lid bepaalde geldt niet voor zover het

Kleine tekstuele wijziging. Verder staat geluid nog steeds tussen haakjes, omdat dit artikel ook betrekking heeft op andere hinder dan geluidhinder (bijvoorbeeld stank). Overigens wordt met de zinsnede ‘’degene die buiten een inrichting de zorg heeft voor een dier’’ bedoeld dat dit Apv artikel geen betrekking heeft op geluidhinder die wordt veroorzaakt door een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer. Een inrichting is kortgezegd een bedrijfsmatige activiteit en hier gelden specifieke (geluids)normen voor die in de Wet milieubeheer staan. In overleg met handhaving is dit artikel aangevuld, het gaat hier om een lang gekoesterde wens van handhaving om effectief op te kunnen treden bij overlast. Jaarlijks komen er in de periode april - oktober klachten binnen over (geluids)overlast veroorzaakt door personen die met hoge snelheid met motorbootjes door de sierwateren binnen de gemeente, alsmede de wateren door het Groengebied Weidevenne, varen. Handhaven op snelheid is voor de gemeentelijke handhavers niet mogelijk. De politie heeft onvoldoende capaciteit om hierop toe te zien. De oplossing voor dit probleem moet derhalve gezocht worden in het aanwijzen van

67

Binnenvaartpolitiereglement, het Algemeen reglement van politie voor rivieren en rijkskanalen, of de provinciale scheepvaartverordening van toepassing is. 6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 42 Overige geluidhinder 1. Het is verboden toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. 3. Het verbod geldt niet, voor zover artikel 36, de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften, de Wet geluidhinder, de Wegenverkeerswet 1994, de Zondagswet, het Wetboek van Strafrecht, de Luchtvaartwet, het Reglement verkeerstekens en verkeersregels 1994 of het Vuurwerkbesluit Wet gevaarlijke stoffen van toepassing zijn.

AFDELING 2 Bodem- weg en milieuverontreiniging Artikel 68 Verontreiniging bij werkzaamheden op de weg 1. Indien bij het laden of lossen of vervoeren van stoffen of voorwerpen dan wel bij andere werkzaamheden de weg wordt verontreinigd, is degene die genoemde werkzaamheden verricht, alsmede, indien deze in opdracht handelt, zijn opdrachtgever verplicht: a. indien de verontreiniging gevaar voor de veiligheid van het verkeer

Artikel 4:6 Overige geluidhinder 1. Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Bouwbesluit 2012 of de Provinciale Milieuverordening Noord-Holland. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Afdeling 2. Bodem-, weg- en milieuverontreiniging n.v.t.

bepaalde wateren waar het verboden is om te varen met gemotoriseerde vaartuigen. Daarom is het (oude) artikel 41a aangevuld. Het verbod om met een grotere snelheid dan 6 km per uur te varen geldt voor alle boten, ongeacht de aandrijving. Het tweede lid, de aangewezen wateren waar het verboden is om te varen, heeft betrekking op de gemotoriseerde vaartuigen. Het is wel toegestaan om in deze wateren te varen met fluisterboten en boten welke handmatig worden voortbewogen (bijvoorbeeld roeien of peddelen). Reden hiervoor is dat de fluisterboten en handmatig aangedreven boten geen overlast veroorzaken. Dit artikel komt overigens niet voor in de model Apv. Er is voor gekozen om dit artikel onder hoofdstuk 4, afdeling 1 te plaatsen omdat deze regel is te scharen onder geluidhinder. Artikel van model Apv overgenomen. Zie het verschil met artikel 4:5b, welke gaat over geluidhinder in de open lucht.

Dit artikel is niet opgenomen in de model Apv en is daarom komen te vervallen.

68

of voor beschadiging van het wegdek oplevert, de weg terstond na het ontstaan van de verontreiniging te reinigen of te doen reinigen; b. indien de verontreiniging geen gevaar voor de veiligheid van het verkeer of voor beschadiging van het wegdek oplevert, de weg terstond na de beëindiging van de werkzaamheden of, indien deze langer dan een dag duren, elke dag terstond na beëindiging van de werkzaamheden op die dag, te reinigen of te doen reinigen. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement van toepassing is. Artikel 69 Afvalbakken in/bij inrichtingen voor het verbruik van eet- en drinkwaren Vervallen. Artikel 70 Wegwerpen van reclame- of strooibiljetten Vervallen. n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Artikel 71 Natuurlijke behoefte doen Het is verboden op of aan de weg zijn natuurlijke behoefte te doen buiten een daarvoor bestemde inrichting of plaats. Artikel 72 Toestand van sloten en andere wateren en niet-

n.v.t.

Dit artikel valt onder de Afvalstoffenverordening.

n.v.t.

Dit artikel valt onder de Afvalstoffenverordening.

Artikel 4:7 Straatvegen Het is verboden op een door het college ten behoeve van de werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode. Artikel 4:7a Verbod oplaten ballonnen 1. Het is verboden ballonnen, van welk materiaal dan ook, door middel van hete lucht afkomstig van vuur, dan wel door middel van helium of andere gassen, op te laten stijgen. 2. Onder een ballon wordt in ieder geval verstaan: herdenkingsballon, biologisch afbreekbare ballon, vuurballon, gelukslampion, alle wensballonen, papierballon en geluksballon.

Artikel van model Apv overgenomen. Dit artikel is nieuw voor Purmerend.

Artikel 4:7b Verbod gebruik plastic confetti e.d. Het is verboden confetti en dergelijke, van een ander materiaal dan afbreekbaar papier, op de weg te gebruiken. Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen. Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet

Uw raad heeft eerder de wens uitgesproken om het oplaten van ballonnen en wensballonnen te ontmoedigen. Het college heeft besloten geen gebruik meer te maken van kanonnen die plastic confetti de lucht in schieten. Het college heeft echter een grondslag in de Apv nodig voor een dergelijk besluit. Vandaar dat de artikelen 4:7a en 4:7b zijn opgenomen in de nieuwe Apv. De artikelen zijn met name bedoeld om milieuvervuiling door zwerfafval tegen te gaan en dierenleed te voorkomen. Zie bovenstaand.

Kleine tekstuele wijziging.

Ongewijzigd.

69

openbare riolen en putten buiten gebouwen Sloten en andere wateren en nietopenbare riolen en putten buiten gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen. n.v.t.

AFDELING 3 Het bewaren van houtopstanden

openbare riolen en putten buiten gebouwen Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen. Artikel 4:9a Bestrijding overlastgevende en gevaarlijke planten De grondeigenaar of degene die een recht op gebruik van de grond heeft, is verplicht te voorkomen dat de plant Reuzenberenklauw (Heracleaum mantegazzianum) tot bloei komt en de grond te zuiveren van: a. de Japanse duizendknoop (Fallopia japonica); b. alle soorten distels; c. Jacobskruiskruid; d. invasieve exotische planten; e. overige door het college aangewezen overlastgevende en gevaarlijke planten; voordat deze tot knopvorming of tot bloei komen.

Afdeling 3. Het bewaren van houtopstanden

Dit artikel komt niet voor in de model Apv, maar is ontleend uit de Apv van Beemster. Dit artikel is opgenomen omdat het onwenselijk is dat dergelijke overlastgevende en gevaarlijke planten tot bloei komen. Een exoot is overigens een plant die niet van nature in Nederland voorkomt. Deze exoten komen door menselijk handelen in ons land terecht. Het gaat hierbij niet om soorten die elders in Europa inheems zijn en door klimaatsverandering oprukken naar Nederland. Een klein deel van de exoten voelt zich prima thuis in zijn nieuwe omgeving. Deze soorten kunnen zich vestigen in onze natuur en zich snel vermeerderen. Dit zijn de zogenaamde invasieve exoten. Per 3 augustus 2016 geldt een Europees verbod op bezit, handel, kweek, transport en import van een aantal schadelijke exotische planten en dieren. Deze soorten staan op de zogenaamde Unielijst. Deze invasieve exoten zijn op de Unielijst geplaatst omdat ze in delen van de EU schade toebrengen (of dat in de toekomst waarschijnlijk zullen gaan doen) aan de biodiversiteit en/of ecosysteemdiensten. Ze kunnen ook nadelige gevolgen hebben voor de menselijke gezondheid, veiligheid of de economie. Met invasieve exotische planten, zoals dit in de Apv is opgenomen, wordt dus bedoeld de extotische planten die voorkomen op de Unielijst.

Verder kan het college overige overlastgevende en gevaarlijke planten aanwijzen die onder het verbod van artikel 4:9a vallen. Voor de artikelen die vallen onder deze afdeling is ervoor gekozen om de huidige artikelen van Purmerend over te nemen en niet de model Apv te volgen. Reden hiervoor is dat het Purmerendse systeem goed doordacht is én gebleken is dat het goed werkt.

70

Artikel 73 Begripsomschrijvingen 1. In deze afdeling wordt verstaan onder: a. houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen; b. hakhout: een of meer bomen, die na te zijn geveld, opnieuw op stronk uitlopen c. bomenlijst: een lijst met bijzondere bomen, door het college vastgesteld; 2. In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.

Artikel 73a Bomenlijst Het college stelt een bomenlijst op en stelt de criteria vast op basis waarvan houtopstand wordt opgenomen op deze lijst. Artikel 74 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden 1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag houtopstanden die voorkomen op de bomenlijst te vellen of te doen vellen. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor: a. het in opdracht van de burgemeester, ter bescherming van openbare orde of veiligheid, direct vellen van houtopstand; b. houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving of last van het college; c. houtopstand die voorkomt op een locatie die is aangewezen als ontwikkellocatie op de meest actuele strategische plankaart Structuurvisie 2005-2020, met uitzondering van de clusters 1, 5, 9 en 13 en die uitsluitend in het kader van gebiedsontwikkeling geïnitieerd door de gemeente wordt geveld. 3. De vergunning kan uitsluiten worden verleend indien: a. een zwaarwegend maatschappelijk belang naar het oordeel van het bevoegd gezag zwaarder weegt dan het belang van instandhouding van de houtopstand; b. de instandhouding van de houtopstand niet langer

Artikel 4:10 Definities 1. In deze afdeling wordt verstaan onder: - houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen; - hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen; - bomenkaart: geometrisch informatieobject met daarop aangegeven de beschermde bomen: de bijzondere, monumentale en andere beschermenswaardige bomen, door het college vastgesteld. 2. In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben. Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden 1. Het college stelt een bomenkaart vast waarop de bijzondere, monumentale en andere beschermenswaardige bomen in de gemeente worden vermeld en stelt de criteria vast op basis waarvan de houtopstand wordt opgenomen op deze kaart. 2. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de houtopstanden te vellen of te doen vellen die staan vermeld op de in het eerste lid genoemde bomenkaart. 3. Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor: a. het in opdracht van de burgemeester, ter bescherming van openbare orde of veiligheid, direct vellen van houtopstand; b.

een boom die moet worden geveld vanwege acuut gevaar in verband met instabiliteit of besmettelijke ziekte wanneer dit vooraf is gemeld bij het college; c. houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving of last van het college; d. houtopstand die voorkomt op een locatie die is aangewezen als ontwikkellocatie op de meest actuele, strategische plankaart van de vigerende structuurvisie en die uitsluitend in het kader van gebiedsontwikkeling geïnitieerd door de gemeente wordt geveld; e. houtopstand in een boomgaard die vanwege het in standhouden van de boomgaard moet worden

Het begrip ‘bomenkaart’ is toegevoegd. zodat deze nu op de praktijk aansluit. Praktisch gezien wordt al vanaf de invoering van de bomenlijst niet met een lijst maar met een kaart gewerkt. De huidige kaart is al een digitaal geoinformatie systeem én er is een tabel aan gekoppeld met alle relevante informatie voor de beschermde status.

De oude artikelen 73a en 74 zijn opgegaan in het nieuwe artikel 4:11. Er zijn enkele tekstuele verbeteringen gedaan. De regels genoemd onder lid 3, sub b, e en f zijn nieuw. Sub b en f zijn op advies van de bomenbeheerders van de gemeente overgenomen. Deze regels zijn ontleend uit de Apv van Zaanstad. Sub e komt over van de Apv Beemster.

71

verantwoord is in verband met risico op letsel of schade; c. in het geval de houtopstand voorkomt op de waardevolle bomenlijst vanwege de structuur: door het vellen van de houtopstand de kwaliteit van de structuur wordt verbeterd. 4. Het college kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften. 5. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op een aanvraag van een vergunning als bedoeld in het eerste lid. 6. Het college kan nadere regels stellen.

n.v.t.

Artikel 75 Herplant- en instandhoudingsplicht

geveld, mits de gevelde houtopstand herplant wordt; f. het vellen van een dode boom of het dunnen van bomen wanneer dit tenminste vier weken voor het begin ervan is gemeld bij het college. 4. De vergunning kan uitsluitend worden verleend indien: a. een zwaarwegend maatschappelijk belang naar het oordeel van het bevoegd gezag zwaarder weegt dan het belang van instandhouding van de houtopstand; b. de instandhouding van de houtopstand niet langer verantwoord is in verband met risico op letsel of schade; c. in het geval de houtopstand voorkomt op de waardevolle bomenkaart vanwege de structuur: door het vellen van de houtopstand de kwaliteit van de structuur wordt verbeterd. 5. Het college kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften. 6. Het college kan nadere regels stellen. 7. Op de vergunning bedoeld in het tweede lid is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet beslissen) van toepassing. Artikel 4:11a Afstand tot de erfgrens De afstand tot de erfgrens als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek wordt vastgesteld op 0,5 meter voor bomen en op nihil voor heggen, struiken en gevelbegroeiing.

Artikel 4:11b Herplant- en instandhoudingsplicht

Dit artikel komt niet voor in de model Apv, maar is nieuw toegevoegd. Voorheen was omtrent de afstand tot de erfgrens niets geregeld in de Apv waardoor de regels van het Burgerlijk Wetboek gelden. Die stellen dat bomen op 2 meter van een kavelgrens moeten staan, gerekend vanuit het hart van de boom. Bij nieuwe bomen die worden geplant, houden we rekening met voldoende afstand tot erfgrenzen, maar bestaande bomen staan nogal eens dichter dan die 2 meter. Dat is vooral het geval in de stad en in de dorpen. Als bewoners erover klagen, kunnen wij niets anders dan de boom kappen. Gelet op het belang van grote bomen (recent vastgesteld Bomenplan) is in de Apv de afstand verkleind tot 0,5 meter bij bomen die er al staan op het moment van vaststelling van de nieuwe Apv. Het artikel is ontleend van de Apv van Amsterdam. Kleine wijziging, inhoudelijk ongewijzigd.

72

1. Indien in strijd met artikel 74, eerste lid houtopstand zonder vergunning geveld is, kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door het college te geven aanwijzingen en binnen een door het college te stellen termijn. 2. Indien houtopstand die voorkomt op de bomenlijst als bedoeld in artikel 74, eerste lid, ernstig in het voortbestaan wordt bedreigd, kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door het college te geven aanwijzingen en binnen een door het college te stellen termijn, voorzieningen te treffen waardoor die bedreiging wordt weggenomen. Artikel 77 Bestrijding bomenziekte 1.

Indien houtopstand naar het oordeel van het college gevaar oplevert voor verspreiding van een boomziekte of voor vermeerdering van de ziekteverspreiders, zoals insecten, is de zakelijk gerechtigde van de desbetreffende houtopstand of degene die uit andere hoofde bevoegd is tot het treffen van voorzieningen, indien hij daartoe door het college is aangeschreven, verplicht binnen de bij de aanschrijving aangegeven termijn en op een wijze zoals bepaald in de aanschrijving a. de houtopstand te vellen; b. de gevelde houtopstand zodanig te behandelen dat verspreiding van de boomziekte wordt voorkomen. 2. Het is verboden zonder ontheffing van het college bomen zoals bedoeld in het eerste lid of delen daarvan voorhanden te hebben of te vervoeren. Artikel 76 Schadevergoeding Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende door toepassing van artikel 74 of artikel 75, tweede lid en artikel 77 schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te komen en waarvan de vergoeding

1. Indien in strijd met artikel 4:11, tweede lid houtopstand zonder vergunning geveld is, kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door het college te geven aanwijzingen en binnen een door het college te stellen termijn. 2. Indien houtopstand die voorkomt op de bomenkaart ernstig in het voortbestaan wordt bedreigd, kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door het college te geven aanwijzingen en binnen een door het college te stellen termijn, voorzieningen te treffen waardoor die bedreiging wordt weggenomen. Artikel 4:11c Bestrijding bomenziekte 1.

Indien houtopstand naar het oordeel van het college gevaar oplevert voor verspreiding van een boomziekte of voor vermeerdering van de ziekteverspreiders, zoals insecten, is de zakelijk gerechtigde van de desbetreffende houtopstand of degene die uit andere hoofde bevoegd is tot het treffen van voorzieningen, indien hij daartoe door het college is aangeschreven, verplicht binnen de bij de aanschrijving aangegeven termijn en op een wijze zoals bepaald in de aanschrijving a. de houtopstand te vellen; b. de gevelde houtopstand zodanig te behandelen dat verspreiding van de boomziekte wordt voorkomen. 2. Het is verboden zonder ontheffing van het college bomen zoals bedoeld in het eerste lid of delen daarvan voorhanden te hebben of te vervoeren. Artikel 4:11d Schadevergoeding Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende door toepassing van artikel 4:11, artikel 4:11b of artikel 4:11c schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te komen en waarvan de vergoeding

Ongewijzigd.

Kleine wijziging, inhoudelijk ongewijzigd.

73

niet anderszins is verzekerd, kent het college hem op verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe. Artikel 78 Vervallen. Artikel 79 Vervallen Artikel 79a Vervallen. AFDELING 4 Maatregelen tegen ontsiering, hinder en gevaar n.v.t.

n.v.t. Artikel 80 Ontsierende, hinderlijke of gevaarlijke reclames e.d. 1. In afwijking van het bepaalde in artikel 13 is het de rechthebbende op een onroerende zaak alsmede de hoofdgebruiker van die zaak

niet anderszins is verzekerd, kent het college hem op verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe. Artikel 4:12 (Vervallen)

Afdeling 4. Maatregelen tegen ontsiering, stankoverlast, hinder en gevaar Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke 1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; c. kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, voor zover het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; of d. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen. 2. Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen. 3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door of krachtens de Wet ruimtelijke ordening of de Provinciale Ruimtelijke Verordening provincie NoordHolland.

Artikel 4:14 (Vervallen) Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame 1. Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in

Artikel van model Apv overgenomen.

Artikel van model Apv overgenomen. Er kan worden volstaan met de door de VNG voorgestelde algemene regel die het verbiedt om door middel van een reclame het verkeer in gevaar te brengen of hinder dan wel

74

verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag deze zaak of een daarop aanwezige zaak te gebruiken of het gebruik daarvan toe te laten voor het maken van handelsreclame met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf de weg of vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats zichtbaar is. 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 13 is het verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag op, in, boven of over de weg voorwerpen, bestemd of gebruikt tot handelsreclame, te plaatsen, te doen plaatsen, aan te brengen, te doen aanbrengen of te hebben. 3. In afwijking van het bepaalde in artikel 13 is het verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag voor het maken van handelsreclame, aan bomen, palen, hekwerken, verkeerstekens e.d., zichtbaar vanaf de weg of een nadere voor het publiek toegankelijke plaats, opschriften, aankondigingen of afbeeldingen in welke vorm dan ook aan te brengen of te doen aanbrengen. 4. Het in het eerste, tweede en derde lid gestelde verbod geldt niet voor voorwerpen, opschriften, aankondigingen of afbeeldingen: a. in het inwendig gedeelte van een onroerende zaak; b. op zuilen, borden, muren of andere constructies, aangewezen door het college; c.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10320548/1