CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

C Bijlage Aanvullend natuuronderzoek Kolkpad 8

Gemeenteraad 24 maart 2022, gemeente PurmerendBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen Kolkpad 8, Zuidoostbeemster3.361 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rapport 01/343 AFO Advisering & Onderzoek Titel en subtitel Natuurtoets “Kolkpad 8, Zuidoostbeermster” Gemeente Purmerend (NH) •

Aanvullend onderzoek

Auteur(s) Opdrachtgever: Kolkpad 8, Zuidoostbeermster Opdrachtnemer AFO Advisering & Flora- en faunaOnderzoek Limmerweg 46 1935 AM Egmond-Binnen www.afo-onderzoek.nl e-mail: info@afo-onderzoek.nl Datum publicatie: 26-10-2021

© AFO Advisering & Flora- en fauna Onderzoek, 2021 Niets uit deze rapportage mag zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van AFO en de opdrachtgever openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, websites etc..

Inhoudsopgave: SAMENVATTING

3

INLEIDING

5

LEESWIJZER

5

1

TOETSINGSKADER

6

2

GLOBALE BESCHRIJVING LOCATIE & VOORGENOMEN ONTWIKKELING

6

3

2.1

INLEIDING

6

2.2

BESCHRIJVING LOCATIE

7

2.3

VOORGENOMEN ONTWIKKELING

7

AANVULLEND ONDERZOEK 3.1

INLEIDING

7

3.2

BROEDVOGELS: HUISMUS

8

3.2.1

Inleiding

8

3.2.2

Resultaten

8

VLEERMUIZEN

8

3.3.1

Inleiding

8

3.3.2

Materiaal & methoden

8

3.3

3.4 3.4.1 4

5

7

RESULTATEN

9

Conclusie aanvullend vleermuisonderzoek

10

EFFECTBEOORDELING

12

4.1

INLEIDING

12

4.2

VLEERMUIZEN

12

CONCLUSIE NATUURWET- EN REGELGEVING

13

5.1.1

13

Wet natuurbescherming

6

AANVULLENDE PREVENTIEVE MAATREGELEN & ADVIES

13

7

LITERATUUR/BRONNEN

14

Natuurtoets Kolkpad 8

2

Aanvullend Onderzoek

Samenvatting ➢ -

-

Inleiding Voor een planlocatie in het buitengebied van de gemeente Purmerend (Noord-Holland), werd in het kader van een Natuurtoets een aanvullend onderzoek uitgevoerd voor het onderdeel soortbescherming Wet natuurbescherming Op de planlocatie is de sloop van een woonhuis gepland gevolgd door de nieuwbouw van een woonhuis op hetzelfde perceel. Voor deze ontwikkeling werd eerder een QuickScan Natuurtoets verricht (Van der Goes en Groot, 2020), waarbij één van de conclusies was, dat nader onderzoek naar het gebruik van de locatie door vleermuizen en Huismus noodzakelijk was. Zonder aanvullende informatie over deze soort/soortgroep kon onvoldoende beoordeeld worden of de Wet natuurbescherming mogelijk in het geding zou kunnen komen bij de voorgenomen ontwikkeling.

➢

Aanvullend onderzoek

• -

Uitvoering & methode Het aanvullende veldonderzoek vond plaats tussen april 2021 en eind september 2021. Bij het onderzoek naar de aanwezigheid van vleermuizen vormde het zogeheten vleermuisprotocol 2021 de leidraad bij de toegepaste onderzoeksmethode. Huismus werd volgens een standaardmethode geïnventariseerd o.a. vermeld in het Kennisdocument over deze soorten (BIJ12).

•

Resultaten Huismus De soort werd niet aangetroffen op de planlocatie.

-

Vleermuizen - Algemeen Op en nabij de planlocatie werden in totaal vijf soorten vleermuizen waargenomen. Laatvlieger, Ruige dwergvleermuis, en met name Gewone dwergvleermuis waren hierbij het talrijkst aanwezig. - Verblijflocaties Er werden geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van vaste verplaatsen in het woonhuis, hetgeen een belangrijk doel was van het onderzoek.. - Paarlocaties Het onderzoek maakte wel duidelijk dat op het perceel een paarterritorium van een Gewone dwergvleermuis aanwezig is. - Foerageergebied De planlocatie behoorde tot het foerageerlocatie van de Gewone dwergvleermuis. Ruige dwergvleermuis maakte in het najaar soms gebruik van de locatie als foerageergebied, maar dit was tijdens de waarnemingsperiode slechts incidenteel het geval. - Vlieg- of migratieroute Hoewel dit gelet op de voorgenomen ontwikkeling geen specifiek doel was van het onderzoek, werden geen waarnemingen gedaan die wezen op de aanwezigheid van een vlieg- of migratieroute in de nabijheid van het nieuw te bouwen woonhuis. ➢ -

-

Effectbeoordeling Een nadere beschouwing van mogelijke effecten van de voorgenomen ontwikkeling ten aanzien van het gebruik van de planlocatie werd noodzakelijk geacht voor het geconstateerde paarterritorium van de Gewone dwergvleermuis. Deze paarterritoria kennen namelijk een strikte bescherming binnen de Wet natuurbescherming. Geconcludeerd wordt dat, hoewel de bouwlocatie van het nieuwe woonhuis deels binnen het huidige paarterritorium komt te liggen, de overgebleven open ruimte en de vrijgekomen ruimte (sloop oude woonhuis) op het perceel voldoende groot zijn om de functionaliteit die het perceel heeft als locatie voor een paarterritorium te behouden..

Natuurtoets Kolkpad 8

3

Aanvullend Onderzoek

-

➢

Het is wel noodzakelijk te voorkomen dat na realisatie en tijdens de bouw naar boven of zijwaarts felle verlichting aanwezig is. Uitstralende verlichting kan de functionaliteit van het aanwezige paarterritorium wel aantasten. Natuurwet- en regelgeving Overtreding van de Wet natuurbescherming door de voorgenomen ontwikkeling in het kader van soortbescherming zal afgaande op de verkregen resultaten niet optreden. Een ontheffingsaanvraag is hier niet aan de orde. Maar, er dienen tijdens de sloop- bouwfase wel enkele preventieve maatregelen te worden gehanteerd ten aanzien van verlichting. Indien dit niet kan worden nagekomen, dient een ontheffing Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Waarbij ook dan alsnog beperkingen kunnen worden gesteld aan werkwijze en/of werkperiode.

➢

Preventieve maatregelen. Dit betreft het voorkomen van verstoring van vleermuizen door uitstralend (bouw)licht in de periode julihalf oktober (paarperiode Gewone dwergvleermuis)

➢

Aanvullend advies Hoewel er vanuit de natuurwetgeving in dit geval geen verplichtingen zijn, wordt geadviseerd enkele vleermuiskasten op te nemen in de nieuwbouw. Deze kunnen met weinig kosten ingebouwd worden, zonder daarbij de uitstraling van het gebouw aan te tasten (inbouw verborgen in gevel).

Natuurtoets Kolkpad 8

4

Aanvullend Onderzoek

Inleiding In opdracht van de werd door AFO een aanvullend onderzoek verricht in het kader van een Natuurtoets. Eerder dit jaar werd voor deze locatie een QuickScan Natuurtoets verricht (Goes & Groot, 2020). Eén van de conclusies van de QuickScan was dat een nadere aanvullende toetsing aan de Wet natuurbescherming noodzakelijk was om de effecten van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden afdoende te kunnen beoordelen. Hiervoor diende eerst aanvullend veldonderzoek uitgevoerd te worden naar het gebruik van de planlocatie door Huismus en vleermuizen. Op basis van alleen een QuickScan-onderzoek kon de aan- of afwezigheid van deze soorten, en daarmee de mogelijke effecten op deze soorten, niet voldoende worden bepaald. AFO heeft dit aanvullende onderzoek uitgevoerd in de periode april 2021 t/m september 2021. De resultaten hiervan worden in deze rapportage beschreven, gevolgd door een nadere toetsing van de verzamelde nieuwe gegevens aan de Wet natuurbescherming. Natuurtoets natuurwet- en regelgeving. Het primaire doel van een Natuurtoets is; de invloed van een project of ontwikkeling op aanwezige beschermde natuurwaarden te beoordelen. De natuurwet- en regelgeving kent hierbij zowel bescherming van soorten als van gebieden.

Als eerste stap wordt veelal een QuickScan-onderzoek verricht om een duidelijk beeld te verkrijgen van de aanwezige of mogelijk aanwezige beschermde flora en fauna en de aanwezigheid van beschermde leefgebied van soorten. Hierbij wordt de projectlocatie kort onderzocht en mogelijke effecten van het project op aanwezige of mogelijk aanwezige natuurwaarden worden beoordeeld. Op basis hiervan kan reeds worden vastgesteld in hoeverre een project of ruimtelijke inrichting in strijd is, of mogelijk kan zijn, met de natuurwet- of regelgeving. Bij een QuickScan-onderzoek dient daarnaast duidelijk te worden of meer informatie noodzakelijk is om dit correct te kunnen beoordelen. Dit kan zijn aanvullend onderzoek in het kader van de Natuurtoets, daarbij uitgaande van het voorgenomen project of de ruimtelijke ingreep. Maar, de resultaten van de QuickScan kunnen ook aanleiding zijn het project of de ruimtelijke ontwikkeling bij te stellen. Waarbij gedacht kan worden aan de wijze uitvoering, het ontwerp, en/of andere activiteiten die hiermee samenhangen, zoals de planning van de uitvoering. Indien voldoende informatie verkregen is voor de beoordeling dient een Natuurtoets uiteindelijk ook te bepalen of vergunningverlening/ontheffing in het kader van de natuurwet- en regelgeving aan de orde is.

Leeswijzer In deze rapportage worden achtereenvolgend behandeld: A. B. C. D. E. F.

Beschrijving van de planlocatie en van de voorgenomen ontwikkeling. Relevante wet- en regelgeving: vaststellen toetsingskader Methode en verkregen resultaten Effectbeoordeling Conclusie met betrekking tot de Natuurwet- en regelgeving Aanvullende maatregelen & advies

Natuurtoets Kolkpad 8

5

Aanvullend Onderzoek

3.2 Broedvogels: Huismus 3.2.1 Inleiding Er werden twee bezoeken gebracht aan de locatie om mogelijke (nest-indicatieve) waarnemingen van Huismus te kunnen verrichten (ochtend 26 april & 12 mei 2021). De bezoeken vonden plaats bij voor inventarisatie geschikte weersomstandigheden. Daarbij werd de planlocatie en de zeer nabije omgeving geïnventariseerd op de aanwezigheid van Huismus. Waarbij circa een uur op het perceel werd doorgebracht en waarbij vanzelfsprekend het woonhuis verreweg de meeste aandacht kreeg.

3.2.2 Resultaten Er werd op beide dagen geen Huismus waargenomen op de planlocatie noch in de directe omgeving. Winterkoning, Grote bonte specht, Zwartkop, Merel en Wilde eend (nest) en Koolmees werden waargenomen op de planlocatie.

3.3 Vleermuizen 3.3.1 Inleiding Het onderzoek naar de aanwezigheid van vleermuizen spitste zich op de mogelijk aanwezigheid van (vaste) verblijfplaatsen van vleermuizen. In de QuickScan werd het woonhuis op de planlocatie als potentieel geschikt beoordeeld voor verblijfplaatsen van vleermuizen.

3.3.2 Materiaal & methoden Materiaal. Waarnemingen werden verricht met behulp van batdetectoren waarmee digitale (time expansion) opnamen konden worden gemaakt, die vervolgens konden worden opgeslagen op een digitale recorder. Met deze digitaal geregistreerde geluidswaarnemingen kon later met behulp van computersoftware - zo nodig - de waargenomen soort met meer zekerheid worden bepaald (spectrogram). Soms werden zaklampen gebruikt om visuele waarnemingen te ondersteunen. Bij geschikte lichtomstandigheden leverden visuele waarnemingen zonder enig hulpmiddel bij dit onderzoek eveneens belangrijke informatie op. Met name bij het onderzoek in de voorjaars/zomerperiode, waarbij in de eerste waarnemingsperiode bij redelijk lichte omstandigheden, ook visueel uitvliegende vleermuizen nog goed konden worden waargenomen. Weersomstandigheden. Er werd uitsluitend geïnventariseerd indien de weersomstandigheden activiteiten van vleermuizen niet beperkten, dus niet bij harde wind (> 4 Bft) of (substantiële) regenval binnen een belangrijk deel van de onderzoeksperiode.

Methode/werkwijze. De verrichte onderzoeksinspanning en de gehanteerde onderzoeksperioden vonden plaats volgens de richtlijnen van “Het vleermuisprotocol 2021”. In enkele gevallen is daarbij afgeweken van de standaard werkwijze die hierin wordt aangegeven. De onderbouwing hiervoor wordt hieronder aangegeven. Om te bepalen of de gebouwen op de planlocatie door vleermuizen werden gebruik als verblijfplaats, werd tijdens het voorjaars- en (voor)zomeronderzoek door twee waarnemers aan weerszijde van het gebouw gepost rond de tijd dat vleermuizen “uitvliegen”. Door de relatief geringe grootte het woonhuis, en daarmee goed zicht (en oor!) op alle zijden, kon zo met grote zekerheid bepaald worden of vleermuizen het woonhuis gebruikten als verblijfplaats. Tussen de waarnemers was contact met behulp van portofoons, zodat over verrichte waarnemingen direct kon worden gecommuniceerd. Daarmee kon vliegrichting en herkomst van waargenomen vleermuizen nog beter

Natuurtoets Kolkpad 8

8

Aanvullend Onderzoek

worden vastgesteld. Deze waarnemingsmethode maakte een controlebezoek in de ochtend/einde donkerperiode overbodig om vast te stellen of het gebouw gebruikt werd als (zomer)verblijfplaats. Indien vleermuizen uitvliegend worden waargenomen kan het aantal dieren dat wordt waargenomen direct ook een beeld geven over de functie van de verblijfplaats. Wel kan het alsnog noodzakelijk worden het standaard veldonderzoek uit te breiden met extra bezoeken, om aanvullende informatie te verkrijgen over de omvang en aard een dergelijke verblijfplaats. Het aanwezige woongebouw wordt niet beschouwd als een potentiële massa winterverblijfplaats voor de Gewone dwergvleermuis. Waarbij tientallen tot enige honderden dieren samen overwinteren.

3.4 Resultaten In deze paragraaf worden de resultaten van het vleermuisonderzoek per waarnemingsavond/nacht Weergegeven. De paragraaf wordt afgesloten met een conclusie.

- 1 juni Tijd: 22:05 – 00:25. Waarnemers: 2 pers. De waarnemingen waren gericht op het waarnemen van mogelijk uitvliegende van vleermuizen uit het woonhuis. Er werden deze avond twee vleermuissoorten waargenomen: Gewone dwergvleermuis en Laatvlieger. Er werden daarbij geen aanwijzingen verkregen dat de waargenomen dieren afkomstig waren uit het woonhuis. Vanaf 22:18 werden waarnemingen gedaan van de Gewone dwergvleermuis. Achter het woonhuis in de tuin vloog vanaf deze tijd één exemplaar “rondjes”boven de achtertuin, ten zuiden van de in de achtertuin opgesteld waarnemen. In een later stadium (na 22:50) vloog - zeer waarschijnlijk hetzelfde exemplaar – vanaf de achtertuin langs het woonhuis waarbij deze ook werd waargenomen door de waarnemer die nabij de weg voor het huis was opgesteld. Na circa 23:00 kon Gewone dwergvleermuis niet meer frequent en veelal langdurig op de planlocatie worden waargenomen maar beperkten de waarnemingen zich tot korte waarnemingen van overvliegende exemplaren. Laatvlieger werd voor het eerst waargenomen op 22:45 het betrof een op grotere hoogte kort overvliegend exemplaar. Later op de avond werden nog circa 4 korte waarnemingen gedaan van een overvliegende Laatvlieger.

-

14-juli. Tijd: 22:15- 23:55. Waarnemers: 2 pers.

Wederom waarnemingen gericht op mogelijk uit het woonhuis vliegende vleermuizen, met een waarnemer aan weerszijde van het huis. Aan de wegzijde werden om 22:26 twee korte waarnemingen gedaan van een langsvliegende Ruige dwergvleermuis. De determinatie, ook op basis van het spectrogram is niet geheel 100 % zeker (het alternatief is dat het Gewone dwergvleermuis betrof). Om 22:32 wordt aan deze zijde een Laatvlieger waargenomen die hoog over het dak van noord naar zuid over het huis vliegt en dus ook aan de tuinzijde wordt waargenomen. Het betreft een korte waarneming van een exemplaar dat op enige afstand vliegt. Een tweede waarneming van een Laatvlieger wordt aan de wegzijde gedaan om 22:50. Het betreft een korte waarneming van een exemplaar dat op grotere hoogte vliegt. Na deze waarneming beperkte het aantal waarnemingen aan deze zijde zich tot nog slechts een tweetal korte vleermuiswaarnemingen; één van een Laatvlieger en één van een Gewone dwergvleermuis. Aan de achterzijde werden 3 soorten waargenomen. De meest langdurige waarnemingen betroffen die van een Gewone dwergvleermuis die foeragerend rondvloog in de achtertuin. Korte

Natuurtoets Kolkpad 8

9

Aanvullend Onderzoek

waarnemingen werden gedaan van Laatvlieger (3 waarnemingen) en twee waarnemingen van een Ruige dwergvleermuis (22:54 & 23:01), die beide keren kort laag door de tuin vloog en waarschijnlijk en waarschijnlijk betrekking hadden op hetzelfde exemplaar.

-

7 september Tijd: twee perioden: 21:48- 00:05. Waarnemers: 2 pers.

Er werden deze waarnemingsavond 4 soorten vleermuizen waargenomen op en in de directe nabijheid van de planlocatie: Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Laatvlieger en een Myotis-soort zeer waarschijnlijk een Baardvleermuis (Myotis mystacinus). Van deze laatste soort werd slecht één korte waarneming gedaan in de achtertuin. Van de Laatvlieger en de Ruige dwergvleermuis werden meerdere waarnemingen gedaan. De waarnemingen van de Laatvlieger waren kort, het betrof overvliegende exemplaren. Van de Ruige dwergvleermuis werden eveneens korte waarnemingen gedaan zowel aan de voorzijde als aan de achterzijde. Eenmaal vloog een exemplaar zeer waarschijnlijk foeragerend gedurende circa een minuut in de achtertuin rond. Van deze soorten werd geen zogeheten werfroep waargenomen. Dat was wel het geval bij de Gewone dwergvleermuis. In de achtertuin verbleef gedurende de waarnemingsperiode - met enkele onderbrekingen - een exemplaar dat al rondvliegend door de tuine een werfroep ten gehore bracht.

-

29 september Tijd: Twee perioden: 21:10- 23:00. Waarnemers 1 pers.

Er werden deze avond drie soorten waargenomen: Ruige dwergvleermuis, Laatvlieger en Gewone dwergvleermuis. Wederom werd alleen van de Gewone dwergvleermuis een werfroep waargenomen van een exemplaar dat daarbij door de achtertuin vloog. De waarnemingen van Laatvlieger betrof twee korte waarnemingen van overvliegende exemplaren. Het aantal waarnemingen van Ruige dwergvleermuis bedroeg 5. Meestal korte waarnemingen, een enkele iets langere waarneming van een, waarschijnlijk foeragerend, exemplaar in de achtertuin

3.4.1 Conclusie aanvullend vleermuisonderzoek Verblijfplaats. Er zijn geen waarneming die er op duiden dat het woonhuis op de planlocatie gebruikt wordt als vaste verblijfplaats. Dat wil zeggen: dat vleermuizen er gedurende de dag een rustplaats en/of voorplantingsplaats hebben. Paarterritoria. Een paarterritorium van de Gewone dwergvleermuis ligt ten zuiden van het woonhuis in de daar aanwezige open ruimte van de tuin. Foerageergebied. De tuin die aanwezig is op de planlocatie wordt naar waarneming en verwachting gebruikt als foerageergebied door de Gewone dwergvleermuis en, minder frequent, door Ruige Dwergvleermuis. Laatvliegers werden regelmatig waargenomen op de planlocatie maar nooit voor langere tijd. Het lijkt echter zeer aannemelijk dat ook deze soort incidenteel de planlocatie (tuin) kan gebruiken als foerageergebied. Vlieg- of migratieroute. De waarnemingen wijzen niet op de aanwezigheid van een vlieg- of migratieroute op het planperceel.

Natuurtoets Kolkpad 8

10

Aanvullend Onderzoek

4 Effectbeoordeling 4.1 Inleiding Huismus werd op de planlocatie niet aangetroffen, dit betekent dat uitsluitend voor de wel waargenomen vleermuizen een beoordeling gemaakt te worden van de effecten die de voorgenomen ontwikkeling op de planlocatie teweeg kunnen brengen.

4.2 Vleermuizen Duidelijk is geworden dat de ruimtelijke ontwikkeling op de planlocatie alleen wat betreft de aanwezigheid van paarlocatie voor de Gewone dwergvleermuis en het gebruik als foerageergebied voor deze soort een negatieve rol van betekenis zou kunnen spelen. Een nadere beschouwing van de situatie is hier in het kader van een effectbeoordeling vereist. Foerageergebied Het bebouwde oppervlakte van de tuin zal door voorgenomen ontwikkeling slechts in geringe mate toenemen. Er blijft een relatief zeer grote tuin aanwezig, met name aan de zuidzijde van het nieuwe woongebouw. Een negatief effect op het foerageergebied wordt derhalve niet verwacht. Bovendien fungeerde de tuin sowieso als onderdeel van het foerageergebied van de soort. Paarterritorium De nieuwe bouwlocatie van het woonhuis ligt in noordelijke van het gebied waar momenteel een paarterritorium van een Gewone dwergvleermuis aanwezig is. Dit betekent dat een deel van het gebied niet meer geschikt is. Het betreft een klein deel van het gehele gebied dat het dier bestrijkt. Het lijkt niet waarschijnlijk dat dit enig effect van betekenis heeft op de functionaliteit van de planlocatie als paarterritorium. Het bestaande territorium kan zondermeer iets naar zuidelijke richting verplaatsen waar eveneens open gebied aanwezig is dat hiervoor geschikt is.

Vaste verblijfplaats De vraag die wel resteert is waar heeft dit dier zijn dag en feitelijke paarverblijfplaats. Vrijwel altijd is deze verblijfplaats in of grenzend aan het paarterritorium. Omdat er geen aanwijzingen werden verkregen dat dit exemplaar in het woonhuis verbleef in de voorjaar/zomerperiode lijken er twee mogelijkheden over te blijven. Of het achterste tuinhuis fungeert als vaste verblijfplaats, of het woonhuis op het aangrenzende perceel heeft deze functie. Het gegeven dat ook bij de waarnemingsdagen in het voorjaar al relatief vroeg op de avond in de achtertuin een foeragerende Gewone dwergvleermuis werd waargenomen, doet sterker vermoeden dat het tuinhuis gebruikt wordt als verblijfslocatie. Dit tuinhuis blijft vooralsnog gehandhaafd.

Conclusie De voorgenomen ontwikkeling doet geen afbreuk aan de functionaliteit die de planlocatie heeft als paarterritorium voor de Gewone dwergvleermuis. Een effect van enige betekenis op het foerageergebied van deze soort is afwezig. Zolang het achterste tuinhuis aanwezig blijft is er geen sprake van negatief effect op een mogelijke verblijfplaats.

Natuurtoets Kolkpad 8

12

Aanvullend Onderzoek

5 Conclusie natuurwet- en regelgeving 5.1.1

Wet natuurbescherming

Soortbescherming Een negatief effect op vleermuizen of vogels waarvan de nestlocaties jaarrond beschermd zijn is niet te verwachten na realisatie van de plannen. Dat geldt eveneens op hoofdlijnen voor de sloopen de bouwfase, maar hier zijn wel enkele punten die aandacht vereisen om overtreding negatieve effecten relevant in het kader van de Wet natuurbescherming te voorkomen. Er zijn bij het verrichte aanvullende onderzoek geen aanwijzingen verkregen dat het woongebouw dat gesloopt zal worden dienst doet als een vaste verblijfplaats voor de onderzochte soorten Huismus en vleermuizen. Fysieke aantasting of vernietiging van een vaste verblijfplaats is niet aan de orde. Wel is geconstateerd dat op de planlocatie een paarterritorium van de Gewone dwergvleermuis aanwezig is. Door uitstralende bouw(verlichting) kan een groot gebied de functionaliteit als geschikt locatie voor een territorium verliezen. Als die optreedt is er - alsnogsprake van een overtreding van de Wet natuurbescherming.

6 Aanvullende preventieve maatregelen & advies In het kader van de natuurwetgeving -

-

Ten aanzien van vleermuizen dient er voor gewaakt te worden dat er geen uitstralend bouwlicht is vanaf de planlocatie. Dan wel sterk naar boven of zijwaarts uitstralende buitenverlichting rond het nieuwe huis Dit zou een sterk negatief kunnen hebben op de geconstateerde aanwezigheid van het paarterritorium. Een paarterrritorium wordt van juli tot en met half oktober gebruikt door de Gewone dwergvleermuis. Het niet naleven van bovengenoemde preventieve maatregelen kan een overtreding van de Wet natuurbescherming veroorzaken. Als preventieve maatregelen niet gewenst of uitgevoerd kunnen worden, dan is op dit punt alsnog een aanvraag ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk.

Overig advies -

In het nieuwe woonhuis kunnen vaste verblijfplaatsen voor vleermuizen worden aangebracht. In overleg met AFO kunnen twee geschikte locaties gezocht worden die door vleermuizen in verschillende seizoenen kunnen worden gebruikt. Deze verblijfplaatsen worden op deze locatie zeer kansrijk geacht. Er zijn verschillende vleermuissoorten aanwezig die hier gebruik van zouden kunnen maken, waaronder de Gewone dwergvleermuis. Indien het tuinhuis waar mogelijk een verblijfplaats van de Gewone dwergvleermuis aanwezig is zou moeten worden gesloopt, is reeds een alternatief aanwezig. Dit vergemakkelijkt dat er bij een eventuele aanvraag ontheffing voldaan wordt aan de eisen die hieraan gesteld worden.

Natuurtoets Kolkpad 8

13

Aanvullend Onderzoek

7

Literatuur/Bronnen -

Kennisdocumenten Gewone dwergvleermuis & Huismus. Publicatie BIJ12. QuickScan Kolkpad 8 te Zuidoostbeemster, 2020. Ecologisch adviesbureau Van der Goes en Groot. Rapport QS2020-178. Vleermuisprotocol 2021. Netwerk Groene Bureaus & Zoogdiervereniging.

Natuurtoets Kolkpad 8

14

Aanvullend Onderzoek

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11156730/1