CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

C begroting-2024-ODIJ

Gemeenteraad 29 juni 2023, gemeente PurmerendBij agendapunt: Eerste begrotingswijziging 2023 en ontwerpbegroting 2024 Omgevingsdienst IJmond20.030 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Begroting 2024

Begroting 2024

Inhoud 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Inleiding Omgevingswet Koers van de organisatie Het proces van de begroting Verantwoording Leeswijzer

5 5 5 5 6 6

4.8 Samenwerking met andere collega Omgevingsdiensten 4.9 Programma ‘meer grip op indirecte lozingen’ 4.10 Onvoorziene ontwikkelingen 4.11 Wijziging in de wet op de Gemeenschappelijke Regeling 4.12 Financieringsmodel 4.13 Vernieuwingen BBV

21 21 22 22 23 23

2 2.1 2.2 2.3

Samenvatting uitgangspunten Financiële uitgangspunten Begroting 2024 Indexering

8 8 8 11

5 5.1 5.2 5.3 5.4

26 26 28 28 28

3 3.1 3.2 3.3 3.4

Hoofddoelstelling Achtergrond Maatschappelijke meerwaarde Ondersteunen bij beleidsontwikkeling Breed takenpakket

14 14 14 14 14

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7

Inhoudelijke ontwikkelingen Omgevingswet Wet kwaliteitsborging (Wkb) Geurbeleid binnen de Omgevingswet Overdracht bodemtaken van provincie naar gemeenten Invloed huizenmarkt op bouw­vergunningen Partner in de energietransitie Het VTH-stelsel

16 16 16 17 17 18 19 19

Financieel kader Wijze van financiering Gedifferentieerde tarieven Wijze van kostennormering Financieel beleid

6 Verplichte paragrafen 6.1 Weerstandsvermogen en risico­beheersing 6.2 Uitgangspunten en aanpak benodigde weerstandscapaciteit 6.3 Uitgangspunten beschikbare weerstandscapaciteit 6.4 Benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit 6.5 Beoordeling weerstandsvermogen 2024 6.6 Financiële kengetallen 6.7 Onderhoud kapitaalgoederen 6.8 Treasury/financiering 6.9 Bedrijfsvoering en personeel 6.10 Verbonden partijen 6.11 Wet openbare overheid

30 30 30 30 31 34 35 36 36 37 39 40

2

Begroting 2024

7 7.1

Financiële begroting (inclusief overhead) Overzicht baten en lasten

43 43

8 8.1 8.2 8.3 8.4 8.5 8.6 8.7

Toelichting op de lasten Specificatie naar taakvelden Personele lasten Overhead Overige (materiële)kosten Kapitaallasten en afschrijvings­lasten Externe projectlasten Bestemmingsreserves

49 49 50 51 52 52 53 53

9 Financiële positie 9.1 Geprognotiseerde balans 9.2 EMU-saldo

55 55 57

10 Toelichting op de baten 10.1 Gemeentelijke baten 10.2 Dienstverleningsovereenkomsten 10.3 Regio IJmond 10.4 Regio Kennemerland 10.5 Regio Zaanstreek-Waterland 10.6 Subsidies en bijdragen 10.7 Overige kosten

59 59 59 59 60 61 62 62

11 Risico’s en onzekerheden 11.1 Omgevingswet 11.2 Wet kwaliteitsborging voor het bouwen 11.3 Leges 11.4 Decentralisatie bodemtaken 11.5 Inhoud van het basistakenpakket 11.6 De energiebesparingsplicht onder de Omgevingswet 11.7 IJmond bereikbaar 11.8 Niet structurele dienstverleningsovereenkomsten en tijdelijke formatieafspraken met onze deelnemers 11.9 Financiering energiebesparings­toezicht en programma Gezondheid & Luchtkwaliteit 11.10 Uitbreiding van ons wagenpark 11.11 Boventallig verlof en verruiming verlofsparen in de cao-afspraken 11.12 Uitkomsten Commissie Van Aartsen 11.13 Cao-onderhandelingen

64 64 64 64 64 64 64 65

12

68

Begroting 2024 en verder

13 Bijlagen Bijdrage voor bodemformatie Bijdrage gemeenschappelijke bodemregeling deelnemers 2024 Dienstverleningsovereenkomsten, (subsidie)projecten en overige bijdragen

65 65 65 65 65 66

70 70 71 72

3

Inleiding

4

Begroting 2024

1

Inleiding

Dit is de begroting van Omgevingsdienst IJmond voor het jaar 2024. In deze begroting leest u welke ontwikkelingen wij verwachten en hoe wij de ambitie hebben om hierop te anticiperen. In de begroting van 2024 indexeren wij onze tarieven en bijdragen van onze deelnemers.

1.1 Omgevingswet De voorziene datum van de inwerkingtreding van de Omgevingswet is 1 juli 2023. Met recht kunnen we dit één van de grootste veranderingen noemen in het bestaan van onze dienst. In hoofdstuk 5 nemen we u mee in onze visie op deze verande­ ringen.

1.2 Koers van de organisatie Omgevingsdienst IJmond (hierna: ODIJmond) werkt voor en met veertien gemeenten en provincie Noord-Holland aan een gezonde, veilige leefomgeving. Het huidige takenpakket van ODIJmond is divers en verschilt per gemeente. In de afgelopen jaren vonden er binnen de diverse taakvelden veel veranderingen plaats. Ook de komende jaren staan in het teken van ontwikke-

1. INLEIDING

lingen zoals het Klimaatakkoord, de inwerking­ treding van de Omgevings-wet, de transitie van een lineaire naar circulaire economie en de private borging van bouwtoezichttaken. Deze ontwikkelingen veranderen de context waarin ODIJmond haar taken uitvoert. Het grote kader stellende effect van deze ontwikkelingen op het toekomstperspectief heeft effecten op ons werk voor de komende jaren. In dit veranderende krachtenveld is het van belang om voor de komende jaren de koers van de organisatie te bepalen. Deze dient breed gedragen en toekomstbestendig te zijn. Wij hebben ervoor gekozen dit uit te werken in een Bedrijfsplan 2021–2024. Ten aanzien van de kerntaken, te weten: vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) zijn in 2019 meerjarige beleidskaders en uitvoerings-

strategieën door de deelnemende gemeentebesturen en het provinciebestuur voor de middel­ lange termijn vastgesteld. In 2023 actualiseren wij deze kaders. Deze kaders gaan over de wijze waarop wij uitvoering geven aan onze taken en hebben verder geen consequenties voor deze kadernota.

1.3 Het proces van de begroting • De Ontwerpbegroting 2024 wordt in april 2023 aangeboden aan de raden van onze gemeenten en de Provinciale Staten. Hiermee stellen wij hen in de gelegenheid zienswijzen in te dienen. • Half juli 2023 stelt het algemeen bestuur (AB) de Begroting 2024 vast, zodat wij deze voor 1 augustus 2023 aan het ministerie van Binnen­ landse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) kunnen toezenden.

5

Begroting 2024

1.4 Verantwoording

1.5 Leeswijzer

Het bestuur en het managementteam worden periodiek geïnformeerd over de voortgang van de realisatie in overeenstemming met de Planning & Controle (P&C) kalender.

Samenvatting In hoofdstuk 3 leest u een samenvatting van alle financiële uitgangspunten.

1.4.1 Rapportages

Hoofddoelstelling In hoofdstuk 4 is de achtergrond en de maatschappelijke meerwaarde van onze dienst verwoord.

Gedurende het jaar stellen we per vier maanden (twee keer per jaar) een rapportage op, inclusief prognose. Hiermee geven we het bestuur gelegenheid tot monitoren van onze uitvoering inclusief financiën. Hierin rapporteren wij over de voortgang van ons werk en de afwijkingen ten opzichte van onze begroting en uitvoeringsprogramma van dat jaar. Daarnaast ontvangt het bestuur een keer per jaar de jaarrekening inclusief verklaring van de accountant van het vorige jaar.

1.4.2 Jaarrekening De jaarrekening wordt opgesteld in het eerste kwartaal volgend op het begrotingsjaar, in overeenstemming met de bepalingen van het BBV (Besluit begroting en verantwoording). Deze jaarrekening wordt door de accountant gecontroleerd. Deze jaarrekening wordt, samen met de begroting voor het daaropvolgende jaar én de begrotingswijziging van het huidige jaar aan de deelnemende gemeenten en provincie Noord-Holland toegezonden. Daarna kan zij definitief worden vastgesteld door het algemeen bestuur.

1. INLEIDING

Inhoudelijke ontwikkelingen Hoofdstuk 5 maken we inzichtelijk welke ontwikkelingen, op zowel korte als langere termijn, invloed hebben op het beleid en onze dienst. Financieel kader Hoofdstuk 6 geeft een overzicht van de financiële uitgangspunten en ons financiële beleid. Financiële ontwikkelingen In hoofdstuk 7 en 8 gaan we in op de financiële kaders, met name de indexering van baten en lasten, die ons AB vaststelt. Ons DB stelt binnen deze kaders de ontwerpbegroting 2024, inclusief de meerjarenbegroting, op. Risico’s en onzekerheden Hoofdstuk 9 geeft inzicht in de risico’s en onzekerheden die wij nu voorzien. Begroting 2024 en verder Hoofdstuk 10 geeft beknopt een beschrijving van het financieel toekomst­ perspectief 2024 en verder.

6

Samenvatting uitgangspunten

7

Begroting 2024

2 Samenvatting uitgangspunten Met de komst van de Omgevingswet staat de grootste verandering in de geschiedenis van omgevingsdiensten voor de deur. Daarnaast vragen onderwerpen als stikstof, groen staal en de transitie naar een waterstofeconomie, steeds meer aandacht en expertise.

2.1 Financiële uitgangspunten

2.2 Begroting 2024

Op dit moment is niet te voorzien wat deze dos­ siers in 2024 specifiek aan inzet van onze dienst zullen vragen. Wij zijn echter flexibel en vakinhou­ delijk goed voorbereid en beschikken over kennis en kunde om onze deelnemers van dienst te zijn. Ook het rapport van de commissie Van Aartsen en de aanbevelingen en reactie daarop van staat– secretaris Van Weyenberg (IenW) hebben grote impact op onze dienst.

In de begroting van 2024 houden we onder andere rekening met: • De indexatie van onze salarislasten in overeenstemming met de geldende cao voor 2024. • De continuering van de dienstverleningsovereenkomst met gemeente Uitgeest. • De verdeling van onze bodemtaken per deelnemer op basis van verwachte taakinzet, hierbij houden we rekening met dat Provincie Noord-Holland de taakinzet voor de overgangs­ locaties betaalt. • De afspraken over extra vergunningverlening en toezicht zijn nog in onderhandeling en daarom is hier in de begroting geen rekening mee gehouden. De organisatie van de Formule 1 en de continuering van de uitbreiding van formatie voor de bouwtaken van gemeente Zandvoort is

De omgevingswet gaat in op 1 januari 2024, dit heeft impact op onze dienstverlening alleen is deze nog niet volledig te kwantificeren. Daarnaast is de krapte op de arbeidsmark blijvend uitdagend. Voor 2024 zijn nog geen gemaakte cao-afspraken. Wij stellen de begroting op met de grootst mogelijke zorg en volgens de laatste ontwikkelingen.

2. SAMENVATTING UITGANGSPUNTEN

wel in deze begroting verwerkt.

• In 2023 gaan wij samen met de gemeenten, die deze taak bij ons hebben belegd, de subsidieaanvraag voorbereiden die onderdeel is van het akkoord, de SEB-regeling (Stimulerend Energietoezicht Bedrijven) en starten met de uitvoering van het akkoord. Dit loopt door in 2025. • Voor de gemeente Haarlem houden wij rekening met een verhoging van de GR-bijdrage voor minimaal 1340 uur (een volledige formatie­ plaats), voor uitvoering van de basistaken bodem. • Onze organisatie groeit en om ervoor te zorgen dat onze ondersteunende diensten en vooral onze ICT kan blijven voldoen aan de toenemende vraag vanuit de organisatie en onze deelnemers, verhogen wij de overheadsformatie verder. De eerste twee jaar financieren wij deze uit incidenteel geld.

8

Begroting 2024

• De Wet open overheid (Woo) regelt het recht op informatie over alles wat de overheid doet. Het is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De nieuwe wet gaat veel verder dan de Wob en gaat meer vragen van onze organisatie. Vanaf 2024 houden wij rekening met een volledige formatieplaats voor de coördinatie hiervan. • Op verzoek van onze deelnemers adviseren wij bij planvorming en bouwinitiatieven onder andere op het stikstofdossier. Op basis van de voornoemde uitspraken zien wij dat onze inzet op dit dossier steeds omvangrijker wordt en specifieke deskundigheid vereist. Gelet op deze complexiteit en het gebrek aan (landelijke) oplossingen, zien wij dat de inzet op dit dossier extreem toeneemt en dat voor het realiseren van plannen steeds vaker maatwerkoplossingen nodig zijn. Om onze deelnemers de komende jaren op dit dossier adequaat te kunnen blijven adviseren, is extra inzet benodigd. • In de Cluster Energie Strategie Noordzeekanaal­ gebied staat beschreven welke stappen er de komende jaren worden gezet om de industrie te verduurzamen en hoe de samenwerkende partijen inzetten op de ontwikkeling van een waterstofketen op industriële schaal. Gelet op de spanningen die in de afgelopen jaren bij omwonenden rondom Tata Steel zijn ontstaan, waarbij de zorg over gezondheid van

2. SAMENVATTING UITGANGSPUNTEN

om­wonenden een belangrijk item is, is het van belang om de IJmond gemeenten vanuit het wettelijk adviseurschap adequaat te adviseren en inzicht te geven over de milieugevolgen van alle hierboven (forse) geschetste ontwikkelingen. Om hier invulling aan te geven vragen wij om een uitbreiding van ons team vergunningen met 1 fte voor de regio IJmond.

9

Begroting 2024

Extra formatie te dekken door het verhogen van de kostprijs

FTE

Overhead formatie voor de Woo-coördinator

1

Uitbreiding stikstof advies team

1

Extra bijdragen voor formatie te dekken door regio IJmond

FTE / €

Velsen formatie voor wettelijk adviseurschap Tata Steel / CES NZKG

0,50

Beverwijk dekking wettelijk adviseurschap Tata Steel / CES NZKG

0,25

Beverwijk verhoging bijdrage voor centrum voor Natuur Milieu Educatie (NME)

5.000

Heemskerk dekking wettelijk adviseurschap Tata Steel / CES NZKG Heemskerk extra bijdrage voor het continueren van de projectfinanciering GreenBiz Heemskerk verhoging bijdrage voor centrum voor Natuur Milieu Educatie (NME) Uitgeest continuering van de dienstverleningsovereenkomst

2. SAMENVATTING UITGANGSPUNTEN

Extra bijdragen voor formatie te dekken door regio Kennemerland Haarlem inbrengen taken vergunning-verlening bodem Zandvoort continuering uitbreiding formatie bouwvergunning verlening

€ / FTE 1 FTE PM

Zandvoort extra uitbreiding formatie bouwtoezicht

1 FTE

Zandvoort continuering uitbreiding formatie contractverlenging Formule 1

0,50 FTE

Extra bijdragen voor formatie te dekken door regio Zaanstreek-Waterland

€ / uren

Purmerend mogelijke effecten verandering basistaken Omgevingswet

PM

0.25

Purmerend uitvoering milieu-adviestaken

PM

PM

Edam - Volendam mogelijke effecten verandering basistaken Omgevingswet

PM

Waterland mogelijke effecten verandering basistaken Omgevingswet

PM

5.000 1,75

Waterland uitbreiding dienstverleningsovereenkomsten

1,5 FTE

Waterland mogelijke taakoverheveling bouwtoezicht en niet- complexe vergunning verlening

PM

Landsmeer continuering van bouwtoezicht en juridische ondersteuning op het gebied van bouw

PM

10

Begroting 2024

2.3 Indexering 2.3.1 Personele kosten Omdat voor 2024 er nog geen cao-afspraken zijn is de indexatie van personele lasten een raming. Wanneer de werkelijke indexatie uit de cao te veel afwijkt van deze raming verwerken wij deze in een begrotingswijziging. In de ‘Kerngegevenstabel MLT 1 2022-2025’ (maart 2022) geeft het CPB aan dat de loonvoet voor de Overheidssector naar verwachting 4,1% bedraagt in de periode 2022-2025. Tijdens het opstellen van de kadernota was dit de meest recente tabel. In de in maart 2023 geactualiseerde kerngegevens tabel MLT is de verwachte loonvoet voor 2024 bijgesteld naar 5,1 %.

arbeidsmarkt steeds meer om medewerkers sneller te laten doorgroeien in salaris. Hierdoor houden wij in deze begroting rekening de volledige bijstelling van de loonvoet. Wij verwachten dat wij blijvend in staat zijn om ons personeelsbestand op pijl te houden, waardoor (dure) externe inhuur van personeel beperkt blijft. Dit in tegenstelling tot collega-organisaties. Wanneer de werkelijke indexatie uit de cao te veel afwijkt van deze raming verwerken wij deze in een begrotingswijziging.

Uit de tabel Aanvullende kerngegevens voor Nederland, 2005-2031 tabel van het Centraal Economisch Plan 2023 maart 2023 is de Loonvoet sector overheid (a) 5.2%. Vanwege de krapte van de arbeidsmarkt hebben wij de afgelopen jaren geïnvesteerd in het zelf opleiden van ons personeel. Hierdoor heeft een deel van ons personeelsbestand nog doorgroei­ mogelijkheden. Daarnaast dwingt de huidige 1

Middellange termijn

2. SAMENVATTING UITGANGSPUNTEN

11

Begroting 2024

2.3.2 Materiële kosten

2.3.4 Begrotingswijziging 2023

Voor materiële kosten hanteren we de overheidsconsumptie uit dezelfde kerngegevens-tabel. Deze bedraagt voor de periode 2022-2025 3,6%. Gezien de actuele ontwikkelingen in de economie, de aanhoudende oorlog in Oekraïne en de buitengewone inflatie is het lastig om te beoordelen of dit percentage over anderhalf jaar valide is. In de kadernota hebben wij de tabel van maart 2022 aangehouden omdat de actualisatie van de tabellen toen nog niet beschikbaar was.

In de begroting voor 2023 is geen rekening gehou­ den met het uitstel van de Omgevingswet en de huidige inflatie die doorwerkt in de cao-afspraken. Deze ontwikkelingen verwer­ken wij in een begrotingswijziging, de gewijzigde begroting 2023 is de basis voor de indexatie voor de begroting van 2024. De begrotingswijziging bieden wij gelijk­ tijdig aan met de begroting van 2024.

2.3.3 Berekening indexatie van ons tarief Bron

Indexatie

% lasten

Indexatie2

Loonvoet voor de overheidssector CPB maart 2023

5,2

85%

4,42

Prijs materiële overheidsconsumptie (imoc) maart 2023

3,6

15%

0,54 4,96

Uitbreiding formatie met 2 FTE voor wet open overheid en stikstof

1,23

Indexatie tarief 2024

6,19

2. SAMENVATTING UITGANGSPUNTEN

12

Hoofddoelstelling

13

Begroting 2024

3 Hoofddoelstelling 3.1 Achtergrond

3.2 Maatschappelijke meerwaarde

Op 1 januari 1999 zijn wij gestart met de uitvoering van alle wettelijke milieutaken voor de IJmondgemeenten, te weten: Beverwijk, Heemskerk en Velsen. De gemeente Uitgeest is in dat jaar ook toegetreden tot de Gemeenschappelijke Regeling (GR). Op 1 januari 2014 en 1 januari 2015 gevolgd door de gemeente Haarlem en provincie Noord-Holland, respectievelijk de gemeenten Purmerend en Beemster. In 2017 zijn de gemeenten Bloemendaal, Heemstede, Zandvoort, Landsmeer, Oostzaan, Waterland, Wormerland en Edam-Volendam toegetreden tot de GR met het basistakenpakket. Per 1 januari 2016 voeren wij eveneens de plustaken vergunningverlening bodem voor provincie Noord-Holland uit. Naast de taken die in de GR zijn ingebracht, voeren wij takenpakketten uit op basis van langlopende dienstverleningsovereenkomsten voor de gemeenten Bloemendaal, Heemstede, Zandvoort, Landsmeer, Oostzaan, Waterland, Wormerland, Uitgeest en Heemskerk.

Wij zijn een uitvoeringsorganisatie van overheids­ taken op het gebied van de fysieke leefomgeving. In de afgelopen jaren is gebleken dat door het bundelen van kennis een maximale synergie kan worden gerealiseerd. De samenwerking wordt gezocht waar het een meerwaarde heeft. De meerwaarde ligt verder in de verbetering en de vereenvoudiging van de dienstverlening naar burgers en bedrijven en verdergaande kwaliteitsverbetering van de uitvoering. Daarnaast wordt, gelet op de grote bandbreedte op verschillende vakgebieden, de kwetsbaarheid voor gemeenten verminderd. Wij willen een landelijk vooruitstrevende en toekomstbestendige voorbeeldorganisatie zijn, waar partners met vertrouwen mee samenwerken.

3. HOOFDDOELSTELLING

3.3 Ondersteunen bij beleidsontwikkeling Het ondersteunen van gemeenten en provincie bij beleidsontwikkeling is onlosmakelijk verbonden met de praktijk van de uitvoering. Vanuit de eigen deskundigheid dragen wij zorg voor een adequate afstemming met onze gemeenten en

provincie. Een goede en kostenbewuste uitvoering is niet mogelijk zonder heldere beleidskaders van onze opdrachtgevers. Tegelijkertijd doen wij ook voorstellen voor het uitvoeringsbeleid vanuit onze eigen expertise, zoals de handhavingsstrategie.

3.4 Breed takenpakket Onze activiteiten beperken zich al jaren niet meer tot alleen ‘klassieke’ milieutaken. In een aantal gemeenten wordt het toezicht ook integraal uitgevoerd op brandveiligheid, bouw- en woningtoezicht, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), Algemene Plaatselijke Verordeningen (APV), Digitaal opkoping register (DOR) en drank- en horecawetgeving. Wij investeren in het opleiden van onze medewerkers om hen breed en sector overstijgend in te kunnen zetten. Wij zien op termijn voordelen in het verbreden van ons takenpakket waar deze inhoudelijk en/of procesmatig vergelijkbare voordelen biedt aan de verschillende opdrachtgevers, zoals dit het geval is bij de bundeling van milieutaken. De vernieuwing van het toezicht door de integrale aanpak sluit goed aan bij deze landelijke trend. Wij willen deze taken efficiënt en effectief uitvoeren.

14

Inhoudelijke ontwikkelingen

15

Begroting 2024

4 Inhoudelijke ontwikkelingen 4.1 Omgevingswet De beoogde datum van de inwerkingtreding van de Omgevingswet is op het moment van schrijven van deze begroting 1 januari 2024. Verandering vraagt continue onze aandacht. De wereld staat niet stil en zo ook ODIJmond niet. In de kader­ nota’s van de afgelopen jaren hebben wij u al geïnformeerd over het nieuwe omgevingsstelsel. Het uitstel van de inwerkingtreding van dit nieuwe stelsel, heeft ook betekend dat we ons langer hebben kunnen voorbereiden op een goede implementatie. De Omgevingswet brengt verandering met zich mee in het takenpakket van onze deelnemers. De landelijke regelgeving staat nog niet vast. Daardoor is ook nog niet helder wat de impact zal zijn. Wel is zeker dát er verschuivingen in het takenpakket optreden en dat betekent ook dat de deelnemersbijdrage wijzigt. Het wachten is op duidelijkheid vanuit ‘Den Haag’. Deze verschuiving heeft voornamelijk impact op de VTH-taakuitvoering van agrarische bedrijven.

1

Grote impact De Omgevingswet resulteert in een algehele stelselherziening voor de wet- en regelgeving die gaat over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Deze herziening heeft een grote impact op de manier van werken, de cultuur, het juridisch en technisch instrumentarium. Ook heeft het gevolgen voor de bevoegde gezagen en de organisaties die bij de wet betrokken zijn, zoals onze dienst. De wet beoogt het vergroten van de inzichtelijkheid en het gebruiksgemak, het versnellen van de besluitvorming, meer lokale afwegingsruimte en een samenhangende benadering. Werkwijzen en regels wijzigen De invoering van de Omgevingswet betekent dan ook dat onze werkwijze voor de uitvoering van de VTH 1-taken vanaf dat moment is afgestemd op de Omgevingswet. Onze kaders waaraan vergunningaanvragen worden getoetst en de regels waarop wordt toegezien, wijzigen. Hierbij hoort ook de grotere afwegingsruimte die onze deelnemers bij inwerkingtreding krijgen. De financiële consequenties en onze visie hierop hebben wij uitgewerkt in hoofdstuk 6: Financiële uitgangspunten.

4.2 Wet kwaliteitsborging (Wkb) Naar verwachting treedt in 2024, als onderdeel van het nieuwe Omgevingsstelsel, de Wet kwali­ teitsborging (Wkb) voor het bouwen in werking Deze ontwikkeling is van toepassing voor deel­ nemers die deze taak hebben ondergebracht bij onze dienst. In de kern gaat het om een privatise­ ring van het bouwtoezicht bij nieuw- en verbouw. Taken en verantwoordelijkheden op gebied van bouwen (bouwtechniek) verschuiven van de over­ heid naar bouwers en private kwaliteitsborger. In de begroting 2024 is aangegeven dat verwacht wordt dat ODIJmond in 2024 en 2025 deze taken vooralsnog blijft uitvoeren met dezelfde middelen om de impact van de nieuwe wet te bezien. Dit heeft o.a. te maken met een uitgebreide over­ gangsperiode. De gemeente blijft verantwoordelijk voor administratieve en planologische toetsen. Daarnaast blijft er een rol voor bouwtoezicht na­mens de gemeente bij complexere projecten en bij projecten waarin er niet in overeenstemming met de kwaliteitsbor­ging wordt gebouwd.

Vergunningen, toezicht en handhaving

4. INHOUDELIJKE ONTWIKKELINGEN

16

Begroting 2024

4.3 Geurbeleid binnen de Omgevingswet Er komt een overdracht van het provinciaal geurbeleid naar de gemeenten in het kader van de Omgevingswet. Dit betekent dat de gemeenten omgevingswaarden voor geur in de omgevings­ plannen moeten opnemen. Onze dienst kan eventueel onze deelnemers hierin adviseren, dit is nog niet opgenomen in ons huidige takenpakket. De provincie blijft alleen bij gemeentegrensoverschrijdende activiteiten een rol houden. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat het geurbeleid rondom Tata Steel bij de provincie kan blijven.

4.4 Overdracht bodemtaken van provincie naar gemeenten Als de Omgevingswet ingaat, verandert er op het gebied van bodem een aantal zaken. Zowel in de verdeling van de taken tussen de bevoegde gezagen als op de inhoud. Gemeenten worden dan het bevoegd gezag voor de gehele milieuhygiënische bodemkwaliteit. In dat kader verschuift het bevoegd gezag voor de Wet bodembescherming (Wbb) van Provincie Noord-Holland naar gemeenten. Het gaat hier om taken met betrekking tot het saneren van of het werken in ernstig verontreinigde grond. Onze rol hierin richt zich op het afgeven van vergunningen, het behandelen van

4. INHOUDELIJKE ONTWIKKELINGEN

meldingen, het uitvoeren van controles en het onderhouden van ons bodeminformatiesysteem op basis van alle activiteiten in de bodem. Provincie blijft bevoegd gezag voor de al lopende saneringen De gemeente wordt niet het bevoegd gezag voor alle bodemlocaties in de gemeente. Een aantal locaties blijft vanwege het overgangsrecht onder het bevoegd gezag vallen van Provincie Noord-Holland. Het gaat hier om locaties waar de sanering nog niet is afgerond, of om nazorg­ locaties. Locaties waar nazorg noodzakelijk is, bij­voorbeeld omdat er sprake is van een leeflaag. De taken die hieruit voortvloeien, voert ODIJmond uit in opdracht van de provincie. Provincie NoordHolland blijft ook het bevoegd gezag waar het gaat om grondwater. Bevoegd gezag betekent niet altijd eigenaar van verontreinigde grond De Omgevingswet bevat een algemene zorgplicht. Dit houdt in dat overheden, bedrijven én burgers verantwoordelijk zijn voor een veilige en gezonde leefomgeving. En dus niet alleen de overheid. Die zorgplicht geldt ook bij (dreigende) bodemverontreinigingen. De zorgplicht verplicht iedereen om bij (dreigende) bodemverontreiniging maatregelen te nemen die ook redelijkerwijs kunnen worden gevraagd. De zorgplicht geldt alleen voor nieuwe

bodemverontreinigingen of aantastingen die op of na inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn ontstaan.

Eigenaar of erfpachter is verantwoordelijk voor de sanering bij toeval vondsten Ondanks de inspanningen die het Rijk, provincies en omgevingsdiensten de afgelopen jaren leverden (saneringen, onderzoeken, registratie van alle bodemactiviteiten), is het niet uitgesloten dat in de toekomst nog nieuwe verontreinigingen in de bodem worden ontdekt. Dit noemen we toevalvondsten. Als daarbij sprake is van onaanvaard­bare risico’s voor de gezondheid van mens en dier, is de eigenaar of erfpachter van het terrein de eerst aangewezene voor het nemen van sanerings­maatregelen. De gemeente ziet hierop toe. Initiatiefnemer is verantwoordelijk voor onderzoek en sanering bij ruimtelijke projecten Nadat de Omgevingswet van kracht is, zullen saneringen meer en meer uitgevoerd gaan worden als onderdeel van civiele projecten. Daarmee is de initiatiefnemer de eerst aangewezene voor het nemen van maatregelen en de bekostiging van deze maatregelen.

17

Begroting 2024

Bodem wordt onderdeel van de integrale afweging bij ruimtelijke projecten Gemeenten kunnen straks onder de Omgevingswet zelf regels stellen op het gebied van bodem. Dat biedt bijvoorbeeld wellicht de kans om ontwikkelingen in de bodem toe te staan die nu nog niet mogelijk of wenselijk zijn. Of juist ontwikkelingen tegen te gaan, wanneer het wenselijk is om de bodem extra te beschermen. Keuzes maakt de gemeente daarover bij het opstellen van een omgevingsvisie en het omgevingsplan. Deze instrumenten helpen een balans te vinden tussen het beschermen van de fysieke leefomgeving (milieu en gezondheid) enerzijds en het gebruik van de fysieke leefomgeving (maatschappelijk gewenste activiteiten zoals wonen, werken en recreëren) anderzijds. Meer inzicht noodzakelijk om grip te krijgen op noodzakelijke bekostiging Om meer grip te krijgen op de noodzakelijke bekostiging van de bodemtaken, hebben gemeenten in het hele land meer behoefte aan inzicht in de VTH-basistaken bodem en het effect van de inwerkingtreding van de Omgevingswet op de omvang en uitvoering van deze bodemtaken. Bijvoorbeeld doordat saneringsbeschikkingen worden vervangen door meldingen, wat zorgt voor korte procedures. Tegelijkertijd is er ruimte voor maatwerk. Maatwerk vraagt doorgaans meer inzet

4. INHOUDELIJKE ONTWIKKELINGEN

van onze organisatie. Om daarover meer inzicht te krijgen, gaan de koepels de huidige tijdsbesteding monitoren. De uitvoering daarvan ligt bij ODNL (de koepel van Omgevingsdiensten). In 2023 zullen alle omgevingsdiensten monitoren wat de effecten van de afspraken zijn op de bescherming en kwaliteit van de bodem. De monitoring gaat daarnaast in op de omvang van de taken en een eenduidig beeld over de herverdeling van de taken tussen provincie en gemeenten. De monitoring moet ook inzicht geven in de middelen die voor gemeenten nodig zijn om via toezicht, handhaving en vergunningverlening en beleidsvoorbereiding door ODIJmond de kwaliteit van de bodem blijvend te beschermen. Wij maken een inschatting van de hoeveelheid bodemtaken die wij voor elke gemeente gaan uitvoeren na ingang van de Omgevingswet. Hierin houden wij ook rekening met het overgangsrecht van locaties die nog onder het bevoegd gezag van de provincie vallen. In 2023 werken wij, in samenwerking met Provincie Noord-Holland, het overgangsrecht verder uit. Aangezien de inschatting van de afname van de bodemtaken nog niet definitief is voor onze deelnemende gemeenten, moet er rekening mee gehouden worden dat de variabele en vaste bijdrage nog kan veranderen.

4.5 Invloed huizenmarkt op bouw­ vergunningen Voor een aantal deelnemers voert onze dienst ook bouwtaken uit. De verwachtingen voor de prijzen op de huizenmarkt zijn de laatste tijd door de meeste banken naar beneden bijgesteld. De verwachting is dat de prijzen in 2023 na jaren van stijging een bescheiden daling laten zien. Bestemmingsplannen, omgevingsvergunningen en milieuvergunningen zijn direct gelinkt aan investeringen, gebiedsontwikkeling en bedrijvigheid. De huizenmarkt stabiliseert maar in de randstad is de krapte op de huizenmarkt nog ongekend groot. Daarom verwachten we nog veel bouwactiviteiten en investeringen in bestaand vastgoed. Dit heeft direct verband met het aantal vergunningaan­ vragen. Het is de verwachting dat het niveau van toezicht en handhaving en klachtafhandeling stabiel blijft. Het is belangrijk om samen met gemeenten de ontwikkeling van de conjunctuur en het effect hiervan op de vraagkant te blijven volgen in de aanloop naar de contractbesprekingen voor 2024. IJmond Bereikbaar Naar aanleiding van de ambities in het programma Gezondheid & Luchtkwaliteit gaan wij het programma IJmond Bereikbaar intensiveren. Op dit moment wordt een regionale (IJmond) visie

18

Begroting 2024

met routekaart en uitvoeringsplan opgesteld. De verwachting is dat deze Q3 2023 ter vaststelling wordt aangeboden. De ambitie is om het aantal bedrijven waarbij een mobiliteitsscan wordt afgenomen en waar maatregelen worden geïntroduceerd, te verdubbelen. Met de huidige formatie is het niet mogelijk deze intensivering te bereiken. Vanuit het programma Gezondheid & Luchtkwaliteit IJmond dekken we een extra formatieplaats om te intensivering te bereiken. Een deel van de huidige formatie voor IJmond Bereikbaar dekken wij uit een externe subsidie, die is beschikt tot en met 2022. In de begroting van 2024 gaan wij ervan uit dat deze gecontinueerd wordt voor 2024. De onzekerheid hieromtrent vermelden wij in onze begroting. Hiermee verwachten wij dat dit niet een kostenverhogend effect heeft.

4.6 Partner in de energietransitie Wij controleren bedrijven en instellingen op het treffen van energiebesparende maatregelen. Bedrijven zijn wettelijk verplicht om maatregelen met een terugverdientijd van minder dan vijf jaar te nemen. Daarnaast grijpen wij onze bedrijfs­ controles aan om met ondernemers het gesprek aan te gaan over de mogelijkheden van verdere verduurzaming van de bedrijfsvoering (stimulering). Daarop sluit het initiatief van Provincie Noord-Holland aan. De provincie heeft een breed

4. INHOUDELIJKE ONTWIKKELINGEN

gedragen Energiebesparingsakkoord Noord­ hollandse bedrijven gesloten met alle 46 gemeenten. Het ondertekenmoment vond plaats op 27 januari 2022. In het akkoord staan afspraken over een gezamenlijk ambitieniveau, kaders voor een toezichtwerkwijze en gezamenlijke monitoring en inzet van middelen. Het akkoord loopt in principe tot 2025 en heeft als doel om voor de provincie breed een level playing field te creëren op het gebied van toezicht op energiebesparende maatregelen. Dit akkoord biedt voor ons kansen om meer in te zetten op energiebesparing bij bedrijven. Dit doen wij door middel van gerichte communicatie, stimulering en een toezichttraject. Elk energie­ relevant bedrijf wordt gedurende de looptijd van het akkoord ten minste een keer bezocht.

4.7 Het VTH-stelsel Een goed functionerend VTH-stelsel was de basis­ gedachte bij het oprichten van de omgevingsdiensten. Naar aanleiding van de vuurwerkramp in Enschede en de cafébrand in Volendam, heeft de commissie Mans gerapporteerd over misstanden op het gebied van handhaving binnen de fysieke leefomgeving. Hierin constateerde de commissie dat het aantal overtredingen fors is en de samenwerking tussen de overheden voor een gedegen bestuurlijke en strafrechtelijke aanpak, beperkt is. Om deze praktijk te verbeteren adviseerde de

commissie om omgevingsdiensten op te richten, waarbij de deelnemers wettelijk verplicht werden de VTH-taken voor in ieder geval de ‘complexere’ milieu-inrichtingen over te dragen. Inmiddels voeren de omgevingsdiensten alweer een aantal jaren de VTH-taken uit op het gebied van milieu. In die tijd zijn er verschillende evaluaties en onderzoeken gedaan. Hieruit blijkt dat omgevingsdiensten zich ontwikkelen, maar dat er problemen zijn die niet opgelost kunnen worden met verdere doorontwikkeling binnen het huidige VTH-stelsel. In opdracht van de minister van Infrastructuur en Waterstaat heeft de adviescommissie VTH, onder leiding van Jozias van Aartsen, in 2021 de mogelijkheden in kaart gebracht om het VTHstelsel effectiever en slagvaardiger maken. De Commissie Van Aartsen concludeerde dat het stelsel weliswaar verbeterd is door de invoering van omgevingsdiensten, maar dat verdere verandering noodzakelijk is. De commissie gaf hierbij aanbevelingen voor aanpassingen van het stelsel. De aanbevelingen van de Commissie Van Aartsen zijn uitgewerkt in het Interbestuurlijk programma ‘versterking VTH-stelsel’ (IBP). Binnen dit programma werken Rijk, provincies, gemeenten en omgevingsdiensten samen om concrete stappen te zetten ter verbetering van het stelsel. Het is voor het eerst dat omgevingsdiensten een plek aan deze bestuurlijke tafel hebben. Doel van het

19

Begroting 2024

IBP is om te komen tot een schonere, veiligere en gezondere leefomgeving en het voorkomen van milieuschade in plaats van het achteraf te moeten herstellen. De deelnemende partijen onderschrijven dat omgevingsdiensten hierin een essentiële rol moeten spelen. Dit geldt niet alleen voor de uitvoering van de VTH-taken, maar ook voor de aanpak van grote maatschappelijke transitie­ opgaven als energietransitie, stikstofopgave, woningbouwopgave, klimaatadaptatie en circulariteit.

Het Interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel (IBP) Doel Een sterke rol van omgevingsdiensten is de basis voor het IBP. In dit programma staat de ambitie centraal om te komen tot robuuste, deskundige en vernieuwende omgevings-diensten die hun taken met gezag, onafhankelijkheid en professionaliteit kunnen uitvoeren en waarbij de informatiehuishouding tussen alle partijen in de keten op orde is. Daarbij is het de ambitie van het Rijk, provincies en gemeenten dat de omgevingsdiensten in staat zijn om naast de huidige taken een essentiële rol te vervullen in de grote transitieopgaven waar Nederland voor staat. Dit is in lijn met onze ambities.

4. INHOUDELIJKE ONTWIKKELINGEN

Uitwerking Het programma bestaat uit zes pijlers (tussen haakjes staat de ‘trekker’ van de pijler. Deze trekker draagt in organisatorische zin de verantwoordelijkheid voor de gehele pijler): Robuuste omgevingsdiensten en financiering (VNG); 2 Bestuursrechtelijke en strafrechtelijke hand­ having en vervolging (JenV); 3 Informatie-uitwisseling en datakwaliteit (IenW); 4 Kennisinfrastructuur (inclusief arbeidsmarkt voor gekwalificeerd personeel) (OD-NL); 5 Onafhankelijke uitvoering van toezicht en handhaving (IPO); 6 Monitoring kwaliteit milieutoezicht (IenW/ILT en/of BZK). Looptijd en financiering Het programma heeft een looptijd van twee jaar (2022–2024) waarbij in 2023 de projecten worden vormgegeven, inclusief de bijbehorende financiële middelen. De uitvoering staat gepland voor 20232024. De beschikbare middelen en financiering van het IBP zijn vastgelegd in het coalitieakkoord ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’ (2021). Dit akkoord reserveert structureel 18 miljoen euro per jaar voor de versterking van het VTH-stelsel. Ook is over een periode van drie jaar naar zes miljoen euro oplopend bedrag voorzien voor de versterking van VTH bij ILT (dit be-

drag wordt aangewend voor de versterking van de aanpak van de milieucriminaliteit). Deze middelen komen op de begroting van IenW en worden langs de lijn van de aanbevelingen van de commissie Van Aartsen besteed aan landelijk overkoepelende onderwerpen. Voor 2023 hebben wij een Specifieke Uitkering (SPUK IBP) aangevraagd. Er is nog geen duidelijkheid over de financiering in 2024. IPB en onze ambities Omdat het IBP op veel vlakken aansluit bij onze ambities, doen er zich kansen voor om het programma als vliegwiel te gebruiken om de eigen ambities (versneld) te realiseren, waarbij ook nauwe samenwerking met de deelnemers is gewenst. Wij zorgen ervoor dat het in 2023 op meerdere fronten, ambtelijk en op bestuurlijk/directieniveau is aangesloten bij onderdelen van het programma. Om een bijdrage te leveren, stellen wij medewerkers ter beschikking die op een specifiek terrein deskundig zijn. Participatie van ons in specifieke pilots en projecten van het IBP waarmee relevante interne ontwikkelingen versneld kunnen worden verwezenlijkt en (gedeeltelijk) gefinancierd, is daarbij een mooie bijkomstigheid.

20

Begroting 2024

4.8 Samenwerking met andere collega Omgevingsdiensten De Rijksoverheid heeft met de Commissie Van Aartsen en daarna het Interbestuurlijk programma (IBP), een startschot gegeven voor verbetering van VTH en de keten. Eén van de onderdelen hiervan is robuustheid van de dienst. Om deze robuustheid te creëren en ook te (blijven) voldoen aan de kwaliteitscriteria, is het van belang om op specialistische deskundigheidsgebieden een samenwerking aan te gaan met collega omgevingsdiensten in de regio. Er is al een intentieovereenkomst tussen de vier omgevingsdiensten in provincie Noord-Holland. In 2024 wordt verder ingezet op een nauwe samenwerking waarin de diensten elkaar versterken.

4.9 Programma ‘meer grip op indirecte lozingen’ Het onderwerp ‘meer grip op Indirecte Lozingen’ staat als speerpunt benoemd in de samenwerkingsovereenkomst Noorderkwartier 20-21-2030 die in december 2020 is ondertekend door de gemeenten in Noorderkwartier, het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) en PWN. In juli 2021 is in het bestuurlijk overleg samenwerking waterketen Noorderkwartier besloten om dit onderwerp op te pakken en daarvoor de samen-

4. INHOUDELIJKE ONTWIKKELINGEN

werking te zoeken met Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (ODNZKG), Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (OD-NHN), Omgevingsdienst IJmond (ODIJ), provincie Noord-Holland en Rijkswaterstaat (RWS). Er is gekozen voor een aanpak met de volgende processtappen: 1 Opstellen van een relevante bedrijvenlijst per Omgevingsdienst 2 Uitgangspunten bespreken om te bepalen hoe de VTH-taken opgebouwd kunnen worden 3 Op basis van de bedrijvenlijst en de uitgangspunten is een programmaopzet gemaakt. Met de vertaling van de bedrijvenlijst, komen we uiteindelijk tot de benodigde extra inzet om de gewenste grip op indirecte lozingen te krijgen en te behouden voor de toekomst. Het uitgangspunt van dit programma is, dat het een opstartfase heeft in 2023 en daarna van 2024 tot en met 2026 loopt. Na besluitvorming over het programma in februari 2023 starten we op 1 april met de opstartfase van het programma. HHNK heeft voor het programma subsidie aangevraagd. Het Interbestuurlijk programma (IBP) stelt naar verwachting €250k beschikbaar vanuit de try-outbijdrage. Deze bijdrage wordt ingezet voor de financiering van een externe programmama-

nager, de trainings- en de analysekosten voor de monsters. De overige bijdragen worden door de betrokken organisaties geleverd. De initiële bedrijvenlijst uit stap 1 vormt de basis voor het programma voor de periode 2024-2026. Met de hierboven genoemde verfijningsslag komt het uiteindelijke bedrijvenbestand in beeld. Een cruciaal onderdeel van het programma is het uitvoeren van een bemonstering bij de uitvoering van het toezicht op een bedrijfslozing. Daarmee wordt inzichtelijk of de lozing van het bedrijf voldoet aan de vergunningsvoorwaarden of de normen uit het activiteitenbesluit. In het programma is het uitgangspunt dat we elk bedrijf uit de verfijningsselectie van het bedrijvenbestand gaan bemonsteren. Deze monsters analyseren we op de reguliere parameters, maar er wordt ook bemonsterd op Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS). Voor de uitvoering vanaf 2024 wordt de bijdrage geschat op basis van de programma-aanpak. Hiervoor is via de waterketen al bestuurlijk draagvlak gekregen. Naar aanleiding van de uitvoering van de aanpak in 2023 wordt een uitvoeringsprogramma voor 2024 opgesteld. De benodigde bijdrage voor de inzet van de formatie vanaf 2024, wordt berekend op basis van dit uitvoeringsprogramma. Tijdens het schrijven van deze kadernota is dit nog niet te kwantificeren.

21

Begroting 2024

4.10 Onvoorziene ontwikkelingen Een aantal van onze werkzaamheden zijn vraag gestuurd, waarbij we afhankelijk zijn van ontwikkelingen binnen onze deelnemende gemeenten zoals nieuwe bedrijfsvestigingen, planvorming en bouwinitiatieven. Daarnaast zijn wij in de afgelopen tijd geconfronteerd met ontwikkelingen, zoals uitspraken van de Raad van State op het gebied van Stikstof-regelgeving, de uitspraak van de rechter om de doelen op het gebied van CO2-reductie te realiseren (URGENDA-uitspraak), nieuwe normeringen voor stoffen als PFAS en lood en daarnaast het keer op keer uitstellen van de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Voor 2024 is niet te voorzien welke ontwikkelingen er in dat jaar zullen plaatsvinden. Wij zijn echter flexibel en zijn in staat om deze onzekerheden te managen.

4.11 Wijziging in de wet op de Gemeenschappelijke Regeling

De Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst IJmond (GR) vormt ons juridische kader. De GR ODIJmond is een openbaar lichaam met 15 deelnemers dat opereert onder de naam Omgevingsdienst IJmond. Binnen het kader van de GR voert de dienst naast de taken beschreven in de GR, ook taken uit op basis van apart met haar deelnemers afgesloten dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s). De aanpassing van de Wgr en het inwerkingtreden van de Omgevingswet en de daarmee gepaard gaande overdracht van bevoegdheden van provincie naar gemeenten, leidt tot een wijziging van de GR. Overdracht van taken Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet verandert het basistakenpakket. Het is de verwachting dat in 2024 het basistakenpakket onder de Omgevingswet van toepassing is. In 2023 gaan wij met alle gemeenten die dit betreft in gesprek over de inbreng van deze taken in onze GR.

Verdere organisatorische vernieuwingen, die door mogelijk extra effecten hebben op de overhead (uurtarief/kosten) zijn: • Wet open overheid (Woo) als vervanger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob): alles is openbaar tenzij; • Wet elektronische publicaties (Wep); • Wet gemeenschappelijke regeling (Wgr).

4. INHOUDELIJKE ONTWIKKELINGEN

22

Begroting 2024

4.12 Financieringsmodel Op verschillende gebieden zien we een verschuiving in de costdrivers van onze dienstverlening. Waar in het verleden de voornaamste costdriver personeel (loonkosten) was, zien we dat er steeds meer specialistische ‘gereedschappen’ in worden gezet voor het uitvoeren van onze taken (met steeds groter wordende investeringen en jaarlijkse kosten), waarbij gedacht moet worden aan de uitbreiding van ons wagenpark, Flir camera, geluidsapparatuur, investeringen in maatwerk software en drones. De huidige financieringsmethodiek is gebaseerd op uren en bijbehorende loonkosten. In 2024 verwachten wij specifiek aandacht te gaan besteden aan de methodiek en dan met name wat de impact is van de andere costdrivers en op welke wijze wij deze aan de methodiek kunnen toevoegen.

4.13 Vernieuwingen BBV De begroting 2024 wordt ingedeeld naar de laatste inzichten in het BBV 2, de ervaringen met de jaarcijfers 2021 en de begroting 2022. De afgelopen periode zijn er geen grote wijzigingen geweest in het BBV, waardoor de opzet van de begroting 2024 op dezelfde wijze kan plaats­ vinden als die van 2023. De beoogde wijziging om 2

per 2023 een recht-matigheidsverantwoording in de jaarrekening op te nemen, blijft ook voor 2024 relevant. Vanaf het begrotingsjaar 2023 vindt er een verandering plaats in de verantwoordelijkheden met betrekking tot de rechtmatigheid van de jaarrekening van gemeenten, provincies en gemeenschappelijke regelingen. Niet langer is het de accountant die vaststelt dat in lijn met wet- en regelgeving wordt gehandeld, maar is het DB aan zet. Het DB dient namelijk te kunnen steunen op een adequaat functionerend systeem van interne beheersing en controle, om (primair) te waarborgen dat ODIJmond bij alle (financiële) beheershandelingen en transacties, de wet- en regelgeving naleeft. Als gevolg hiervan heeft ODIJmond per 2022 het interne controleplan aangescherpt, om als basis te dienen voor de rechtmatigheidsparagraaf. Als er na vaststelling van deze (ontwerp) Kadernota wijzigingen in het BBV worden doorgevoerd, dan worden deze meegenomen bij het opstellen van de begroting 2024. In overeenstemming met de vereisten van het BBV wordt de begroting 2024 ingedeeld naar de voorgeschreven taakvelden.

Voor ODIJmond zijn dat: • Volksgezondheid & Milieu (V&M); hieronder vallen alle taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving die betrekking hebben op milieu- en de adviestaken; • Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Stedelijke Vernieuwing (VHROSV); hieronder vallen alle bouwtaken en advisering op het gebied van RO; • Onderwijs; hieronder vallen de taken op het gebied van Natuur- en Milieueducatie (NME); • Overhead; hieronder vallen de werkzaamheden en lasten m.b.t. de overhead. • Bestemmingsreserves; hieronder vallen de dotatie en onttrekkingen aan onze reserves. BTW en omzetbelasting De taakvelden worden als zodanig in de begroting 2024 onderscheiden zodat gemeenten de bijbehorende taken met baten en lasten kunnen aggregeren in hun eigen begroting. Alle bedragen in de begroting zijn exclusief btw. ODIJmond is door de Belastingdienst aangemerkt als onder­ nemer in de zin van de Wet op de Omzetbelasting. Hierdoor worden alle facturen die ODIJmond voor haar dienstverlening verzendt, verzwaard met het vigerende tarief voor de omzetbelasting. ODIJmond kan zelf geen beroep doen op het btw-compensatiefonds.

Besluit begroting en verantwoording

4. INHOUDELIJKE ONTWIKKELINGEN

23

Begroting 2024

Vennootschapsbelastingplichtig In 2021 heeft de Belastingdienst het standpunt ingenomen dat ODIJmond beperkt vennoot­ schaps­belastingplichtig is. Dit is bepaald op basis van de activiteiten zoals toen en nu verricht. Dit betreft alleen de activiteit bodemrapportages. De verwachting is dat dit van tijdelijke aard is. Het beleid is om de vrijstelling weer te realiseren nadat er geen resultaten meer behaald worden op deze activiteit. De omvang van deze belasting is zeer beperkt.

4. INHOUDELIJKE ONTWIKKELINGEN

24

Financieel kader

25

Begroting 2024

5 Financieel kader 5.1 Wijze van financiering De financiële exploitatie van ODIJmond is gebaseerd op de bijdragen van de deelnemende gemeenten. Die kent op dit moment de vorm van inputsturing: per gemeente worden de uren afgestemd op de verwachte uit te voeren taken, er wordt vooraf één vast uurtarief afgesproken en daarmee is de bijdrage van elke gemeente bekend, evenals bijna alle inkomsten voor onze begroting. Jaarlijks wordt een begroting opgesteld op basis van de gegarandeerde, gecontracteerde uren die voor onbepaalde tijd per gemeente zijn vastgelegd in de GR. Een aantal gemeenten participeert in de verdeelsleutel. Daarnaast hebben deelnemers aanvullende dienstverleningsovereenkomsten met ons afgesloten. De formatie en vaste kosten zijn hierop afgestemd, de begroting is zo tenminste budgettair neutraal. Onze begroting is structureel niet in evenwicht maar wordt wel in de meerjaren-raming hersteld.

5. FINANCIEEL KADER

Uitbreiding van het basistakenpakket door in werking treden van de Omgevingswet In de begroting van 2024 gaan wij ervan uit dat alle basistaken door onze deelnemers zijn ingebracht. Aangezien voor sommige deelnemers de inschatting van de afname van de uitbreiding taken nog niet goed is te kwantificeren, moet er rekening mee gehouden worden dat de bijdrage nog kan veranderen. Looptijd van huidige verdeelsleutel koppelen aan Omgevingswet De looptijd van de huidige, vastgestelde verdeels­ leutel is 2019-2022. De herberekening van de verdeelsleutel kunnen we pas maken na afsluiting van het jaar 2022. In verband met het uitstel van de Omgevingswet naar 1 januari 2024, stellen we aan het algemeen bestuur voor om de verdeel­­sleu­tel tot de daadwerkelijke ingangsdatum van de Omgevingswet te verlengen. De begroting 2024 stellen we op in het voorjaar van 2023. Dit bete­kent dat we de begroting opstellen met de laatst vastgestelde verdeelsleutel.

De Omgevingswet heeft een grote impact op de verdeelsleutel Dit komt mede door het gedeeltelijk uittreden van een van de deelnemers, te weten provincie Noord-Holland. Voor 2024 is nog geen verdeelsleutel. In deze begroting is rekening gehouden met de bijdrage voor bodem op basis van een uren-inzet. Deze is gebaseerd op ervaringscijfers. In deze begroting is gerekend met een voorlopige verdeelsleutel zonder de bodemtaken. In het jaar 2023 moeten wij in samenwerking met de participanten in de verdeelsleutel nieuwe afspraken maken. Dit betekent dat er een begrotingswijziging kan komen als gevolg van de wijzigingen in de verdeelsleutel. Velsen

36,28%

Heemskerk

11,58%

Beverwijk

19,87%

Haarlem

27,54%

Uitgeest

4,73%

26

Begroting 2024

Verdeelsleutel voor de jaren

2019 t/m 2023

Gemeente Beverwijk

16,8%

Gemeente Haarlem

23,3%

Gemeente Heemskerk

9,8%

Gemeente Uitgeest

4,0%

Gemeente Velsen

30,7%

Provincie Noord-Holland (bodemtoezichttaken)

3,1%

Provincie Noord-Holland (plustaken)

12,3%

De bijdragen van de gemeenten Bloemendaal, Edam-Volendam, Heemstede, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Wormerland, Waterland en Zandvoort, zijn gebaseerd op de basistakenpakketten, inclusief de Wabo-bijdragen, waarvoor de gemeenten zijn toegetreden. Deze takenpakketten zijn eveneens berekend tegen de kostprijs voor 2024. Voor alle deelnemers zijn de Wabo-bijdragen berekend conform de aantallen uit het rapport nulmeting Wabo-decentralisatie en tegen de kostprijs voor 2024.

5. FINANCIEEL KADER

Bodemdecentralisatie In 2024 is in bijdrage van onze deelnemers een aanpassing berekend.

berekent x het kengetal voor de uitvoering van de meldingen. Uren inzet

Voor de uitvoering van de bodemtaken hebben wij 8 formatieplaatsen (10.720 uur). De verdeling van deze formatieplaatsen is berekend op ervarings­ cijfers van 2019-2022. 1 De taakuitvoering voor de overgangslocaties blijft nog door de Provincie Noord Holland gefinancierd. 2 Voor al onze deelnemende gemeenten is een vaste taakuitvoering nodig voor coördinatie en beleidsondersteuning, informatieverstrekking archivering, dossier beheer en administratieve ondersteuning (geen overhead). Deze taakuit­ voering is gesteld op 2,5 formatie plaatsen. En verdelen wel over onze 14 deelnemende ge­ meentes evenredig. 3 De wbb meldingen zijn de indicator voor het uitvoeren van administratief of fysiek toezicht. Per gemeente hebben wij een gemiddelde berekent van de meldingen over de jaren 2019-2022 uit ons Bodem Informatie Systeem. Het aantal meldingen per gemeente ten opzichte van het totaal aantal meldingen is de verdeelsleutel. Hierin is rekening gehouden met korte procedures – snelle procedures en lange procedures. Omdat de taakinzet voor deze procedures verschillend is hebben we het aantal meldingen

Verdeling naar taakuitvoering

3195

overgangsrecht

3350

basistaakuitvoering

4175

taakuitvoering verdeeld naar wbb meldingen

10720

totaal

Andere mogelijke financiële effecten van de Omgevingswet zijn moeilijk te kwantificeren Uit één van de eerdere landelijke analyses naar de financiële impact van de invoering van de Omgevingswet op begrotingen van omgevingsdiensten kwam naar voren dat dit mogelijk een 10-12% kosten opdrijvend effect heeft. In gesprekken met andere omgevingsdiensten komt nog steeds naar voren dat het heel lastig is de financiële effecten in te schatten. De werkelijke impact moeten natuurlijk nog blijken, maar verwacht wordt dat de invoering van de Ow voor omgevingsdiensten een (tijdelijk) kostenopdrijvend effect zal hebben. Wij zijn van mening dat als de Ow wordt ingevoerd, minimale frictie zal ontstaan, maar in welke mate is onzeker. Het kwantitatief vooraf of achteraf bepalen

27

Begroting 2024

van de specifieke financiële effecten van de Ow is hoogstwaarschijnlijk moeilijk en tijdrovend voor zowel ons, gemeenten als provincie. Op landelijk niveau wordt samengewerkt met de andere omgevingsdiensten, IPO en VNG om een goed beeld van de financiële impact te krijgen en af te stemmen hoe een kostenstijging moet worden verwerkt. Wegens gebrek aan inzicht en duidelijkheid vanuit de wetgever, gaan we er vooralsnog vanuit dit op te kunnen vangen binnen de huidige kaders.

5.2 Gedifferentieerde tarieven Naast de gr-bijdragen, is het gebruikelijk dat in het lopende jaar de gemeente of andere opdrachtgevers aanvullende tijdelijke taken afnemen; deze diensten zijn incidenteel. Om te kunnen blijven voldoen aan deze vraag is soms inhuur of tijdelijke uitbreiding van formatie nodig. Voor deze tijdelijke werkzaamheden op contractbasis wordt een opslag op ons basistarief van 10-25% gehanteerd. Het basistarief van onze diensten bedraagt voor 2023 €97,25 (2023: €87.90 oorspronkelijke begroting en €91,58 gewijzigde begroting.)

5. FINANCIEEL KADER

5.3 Wijze van kostennormering Het financieel kader is gebaseerd op het volgende uitgangspunt: • Als productiviteitsnorm wordt uitgegaan van 1340 uur, een percentage van 72,9% van de totale beschikbare uren per fte (1836). Dit betreft de ‘declarabele’ uren, de uren die direct gerelateerd zijn aan productie voor deelnemers.

5.4 Financieel beleid

Op het uurtarief hebben de volgende vier factoren een mogelijk effect: 1 Loon- en prijsontwikkelingen (index opgave CPB): hierop heeft ODIJmond geen invloed. 2 DVO-uren omvang: wanneer het aantal door gemeenten gegarandeerde/vaste uren daalt, stijgt het uurtarief (en vice versa). 3 Besparingen: het driesporentraject voor de kostenbesparingen. Deze worden in principe ‘ingeboekt’ bij realisatie. 4 Wet- en regelgeving.

De begroting 2024 is niet structureel in even­ wicht, de totale begroting is wel in evenwicht door de dekking van incidentele baten. Dit be­te­ kent dat wij structurele lasten dekken uit inciden­ tele baten. De oorzaak hiervan is de toenemende trend van financiering voor projecten korter dan 5-jaar en de binnen 5-jaar aflopende dienst­verle­nings-overeenkomsten. In 2023 gaan wij met al onze deelnemers hierover in gesprek. Wij hebben het streven om dit in 2024 beter in balans met el­kaar te brengen. Wanneer onder andere de struc­turele begroting is evenwicht is het laagste niveau van financieel toezicht van het ministerie van Binnenlandse Zaken van toepassing. Wanneer dit evenwicht niet hersteld kan worden in de meerja­ren-raming is een aanscherping van dit financiële toezicht door het mini­sterie van Binnenlandse Zaken mogelijk.

28

Verplichte paragrafen

29

Begroting 2024

6 Verplichte paragrafen 6.1 Weerstandsvermogen en risico­ beheersing De weerstandsparagraaf (WP) biedt een overzicht van die risico’s waarvoor geen dekking is gegeven via een verzekering of een voorziening. Reguliere, veel voorkomende, geringe risico’s worden niet opgenomen. Van de niet gedekte risico’s wordt via kans en geschatte schade de benodigde weerstandscapaciteit gepresenteerd. Dit rapport biedt ons inzichten om deze paragraaf te actualiseren in onze jaarrekening en begroting zoals ook de wetgeving in het Besluit begroting en verantwoording (BBV) voorschrijft om eens in de vier jaar te doen. Dit betekent dat we dit in 2024 of 2025 willen herijken. In 2020 hebben wij de laatste risico-inventarisatie laten uitvoeren. Door middel van een zo­ genaamde Monte Carlo-simulatie is vervolgens het weerstandvermogen berekend. Wanneer ODIJmond een weerstandsvermogen aanhoudt van € 467.000 ontstaat een zekerheid van 90% dat zij in staat is haar risico’s in voldoende mate af

6. VERPLICHTE PARAGRAFEN

te dekken. Het kiezen voor de 90% norm is binnen de publieke sector algemeen geaccepteerd en wordt breed toegepast binnen het lokaal en midden bestuur. Het huidige weerstandsvermogen is momenteel voldoende.

6.2 Uitgangspunten en aanpak benodigde weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit is de financiële waardering van alle voor het weerstandvermogen relevante risico’s. Om de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen wordt een risico-inventarisatie uitgevoerd. Risico’s zijn mogelijke gebeurtenissen die kunnen leiden tot financiële tegenvallers, die niet goed te voorzien zijn of waarvoor geen andere maatregelen zijn getroffen. Of risico’s waarvan na het treffen van beheersmaatregelen nog restrisico’s overblijven van materiële betekenis in relatie tot de financiële positie. Van reguliere risico’s (risico’s die zich regelmatig voordoen, die veelal vrij goed meetbaar zijn en die beperkte financiële gevolgen hebben)

worden verondersteld dat deze met continuering van bestaand beleid ondervangen kunnen worden in de vastgestelde begroting. Deze maken daarom geen onderdeel uit van de inventarisatie. In de eerste plaats wordt van alle niet-reguliere risico’s afzonderlijk een inschatting gemaakt wat de kans van optreden is en welke financiële gevolgen het risico met zich meebrengt, bij optreden. Vervolgens zijn door middel van een statische analyse (Monte Carlo-simulatie) alle risico’s doorgerekend en is op basis van de P90-waarde de benodigde weerstandscapaciteit bepaald. Wij hebben de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit in 2020 laten uitvoeren. Deze is opgenomen in het rapport weerstandsvermogen en is op 16 december 2020 door het Algemeen Bestuur (AB) vastgesteld.

6.3 Uitgangspunten beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit wordt door het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) gedefinieerd als de middelen waarover een organi-

30

Begroting 2024

satie beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. Algemene reserve Het vrij besteedbare deel van de algemene reserve kan voor de berekening van de incidentele weerstandscapaciteit worden ingezet. De huidige omvang van de algemene reserve voor resultaat bestemming 2022 bedraagt € 467.000. Bestemmingsreserves Dit zijn reserves met een bestedingsfunctie waarbij geld is weggezet voor toekomstige uitgaven of investeringen. Ondanks deze bestedingsfuncties zou besloten kunnen worden, indien noodzakelijk, de bestemmingsreserve bestedingsvrij te maken om risico’s financieel op te vangen. Omdat dit ten koste zou gaan van bestaand beleid, hebben wij ervoor gekozen om de besloten bestemmings­ reserves niet tot de beschikbare weerstands­ capaciteit te rekenen.

Voorzieningen In 2021 bestaan de voorzieningen uit een voorziening voor de onderhoudskosten van het kantoorpand, een voorziening voor financiële verplichtingen van specifieke medewerkers en een debiteurenvoorziening. Laatstgenoemde is zeer gering. De voorziening voor het onderhoud van ons pand is ontstaan voor 2021. De personele voorziening is gevormd in 2021. Omdat naast deze specifieke medewerkers, dit risico aanwezig blijft ten aanzien van andere medewerkers, wordt het risico en de weging in de benodigde weerstandscapaciteit gehandhaafd. De voorzieningen worden niet meegerekend in de beschikbare weerstandscapaciteit. Het uitgangspunt is dat alleen de Algemene Reserve en eventueel gerealiseerd resultaat in een boekjaar van ODIJmond tot de beschikbare weerstandscapaciteit wordt gerekend.

6.4 Benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit

Indicatie beschikbare weerstandscapaciteit

Bedrag

Algemene reserve

€ 467.000

Totaal

€ 467.000

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12772442/1