Beantwoording technische vragen H.J.M. Poppelier -Oprichting stichting riscobeheer
Tekst van het document
Technische vragen d.d. 15-02-2022 van PB21 Opsteller: H.J.M. Poppelier Onderwerp: Oprichting Stichting Risicobeheer Commissie/raad: Algemeen Geagendeerd: ja Agendapunt: 12 Inleiding: De gemeenteraad wordt in de gelegenheid gesteld om wensen en bedenkingen te uiten over de voorgenomen oprichting van de (landelijke) Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio's. Tijdens de behandeling in de commissie is er een vraag van PB21 niet beantwoord. Vraag 1: Een aantal risico's kunnen kennelijk niet bij een maatschappij worden ondergebracht en daarom worden deze in de op te richten stichting ondergebracht. Is het dan niet voordeliger en meer verantwoord om alle risico's. ook de wel onder te brengen risico's, in de op te richten stichting onder te brengen? Antwoord 1: In de nog op te stellen businesscase waarborgfonds worden voorstellen ontwikkeld voor het afdekken van het ongevallenrisico. De optie om het ongevallenrisico grotendeels of geheel zelf te dragen wordt daarbij meegenomen. Het kan aantrekkelijk zijn om een deel van het risico toch extern in te kopen, bijvoorbeeld indien sprake is van een gunstige premie voor een specifiek onderdeel van het ongevallenrisico. Bijvoorbeeld voor situaties waarin een mogelijke schadelast erg hoog kan zijn, maar de kans erop erg klein.
Vraag 2: Aan welke omvang moeten wij denken, (10 miljoen, meer of minder)? Hoe wordt dit bedrag berekend? Antwoord 2: Als hier bedoeld wordt het bedrag aan premies en het uitgekeerde bedrag aan aanspraken als gevolg van ongevallen dan is dat als volgt: bijna 4 miljoen per jaar wordt er door de 25 regio’s samen betaald aan premies (incl assurantiebelasting en kosten adviseurs/bemiddelaars), en gemiddeld over de afgelopen jaren is ca. 2 miljoen euro aan aanspraken uitgekeerd aan medewerkers wegens bedrijfsongevallen. Vraag 3: Hebben alle verzekeringsmaatschappijen, ook de grote en buitenlandse, geweigerd om bepaalde risico's niet in dekking te nemen? Antwoord 3: Om op de Nederlandse markt actief te kunnen zijn, is een Nederlandse vergunning vereist. Dus alleen Nederlandse partijen kunnen meedoen. Natuurlijk zijn er buitenlandse partijen met een Nederlandse vestiging en ook Nederlandse vergunning. De vraag is echter niet of ze hebben geweigerd om bepaalde risico in dekking te nemen, maar of ze dusdanige voorwaarden stellen of premies vragen dat het niet meer aantrekkelijk is om er mee in zee te gaan. Als ze het risico te groot vinden, is dat de beweging die we zien. Alleen al het samen optrekken en vanuit één landelijke organisatie onderhandelen met de verzekeraars, maakt dat we sterker staan in de markt en ook door omvang soms nog wel goede afspraken kunnen maken.
Overigens komt het ook letterlijk voor dat partijen zich hebben teruggetrokken uit dit deel van de markt (dat is hun beleidskeuze), maar er hebben zich ook weer
nieuwe partijen aangediend. Vraag 4:
Antwoord 4:
Vraag 5:
Antwoord 5:
Vraag 6:
Antwoord 6:
Vraag 7:
Antwoord 7:
Vraag 8:
Antwoord 8:
Vraag 9:
Antwoord 9:
Vraag 10:
Antwoord 10: