B1 Ondertekend reglement van orde raad en raadscommissies Purmerend 2022
Tekst van het document
Artikel 82 Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als: Reglement van orde voor de raad en raadscommissies Purmerend 2022.
Purmerend, ..A!guebe
de griffier,
de voorzitter,
2oz
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 2 De voorzitter
De burgemeester is voorzitter van de raad. Artikel 1 25 lid 3 Grondwet en artikel 9 Gemeentewet schrijven dit dwingend voor. In artikel 77 lid l Gemeentewet is bepaald dat het oudste raadslid in anciënniteit het raadsvoorzitterschap waarneemt bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester. Als 2 raadsleden even lang zitting hebben, is de oudste in jaren degene die het raadsvoorzitterschap waarneemt. Daarnaast heeft de raad altijd de mogelijkheid zelf te kiezen voor een andere waarnemer. Overigens geldt ditzelfde regime in het geval dat alle wethouders afwezig zijn voor de waarneming van het ambt van de burgemeester. De burgemeester heeft op grond van artikel 21 Gemeentewet het recht in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen.
Artikel 3 De commissievoorzitter
Artikel 82 lid 4 Gemeentewet schrijft voor dat de voorzitter van een raadscommissie raadslid moet zijn. Om die reden bepaalt artikel 5 lid l dat de raad de voorzitters van de commissies "uit zijn midden" benoemt. De voorzitter is geen lid van de commissie. Dit is een bewuste keuze, op deze wijze kan de voorzitter zich concentreren op zijn taak als (technisch) voorzitter en zijn tijd en energie aanwenden voor het bewaken van de positie van de commissie. Hij hoeft zich niet te bekommeren om de inbreng van zijn fractie in de commissie. Er worden geen plaatsvervangers benoemd; de commissievoorzitters vervangen elkaar onderling
Artikel 4 De griffier
In verband met artikel 22 Gemeentewet (verschoningsrecht) is in lid 3 een bepaling opgenomen met betrekking tot het deelnemen van de griffier aan de beraadslaging.
Artikelen 5-7 Presidium, fractievoorzittersoverleg en agendacommissie
Het presidium fungeert als een soort dagelijks bestuur voor de raad. In aansluiting op de bestaande praktijk van dagelijkse besturen in het openbaar bestuur zijn bijeenkomsten niet publiekelijk toegankelijk. Door verspreiding van de besluitenlijst worden raadsleden op de hoogte gehouden van wat in het presidium wordt besproken. De raad benoemd zowel het vaste lid namens de coalitiefracties als diens plaatsvervanger (lid l sub a) en zowel het vaste lid namens de oppositiefracties als diens plaatsvervanger (lid l sub b). De vaste leden en plaatsvervangers kunnen uit verschillende fracties afkomstig zijn. Zij moeten raadslid zijn. Het fractievoorzittersoverleg bespreekt bestuurlijke aangelegenheden die behandeling in beslotenheid vergen. Van geheime bespreking is geen sprake. In dat geval zou het opleggen van geheimhouding onder de werking van de Gemeentewet (artikel 25 en artikel 55) vallen. Het fractievoorzittersoverleg geeft ook zijn mening over het toekennen van een eremedaille. De raad stelt de agenda voor de raadsvergadering vast. De raad bepaalt dus welke punten op de agenda komen te staan. De agendacommissie vervult een procedurele en coördinerende rol bij de voorbereiding van de raads- en commissievergaderingen (de voorlopige agendering van onderwerpen, bepaling van plaats en tijdstip vergaderingen).
De griffier is bij alle vergaderingen van het presidium, het fractievoorzittersoverleg en de agendacommissie aanwezig, omdat de griffier voor de ondersteuning van de raad zorgt. De griffier moet weten hoe de agenda eruit komt te zien en welke punten besproken gaan worden.
Artikel 8 Instelling en beleidsvelden commissies
Op grond van artikel 82 lid l Gemeentewet kan de raad zoveel raadscommissies instellen als hij wenselijk acht. Dat gebeurt met deze verordening. De raad regelt de taken, bevoegdheden, samenstelling en werkwijze van de raadscommissies en de wijze waarop de leden van een raadscommissie inzage hebben in stukken ten aanzien waarvan geheimhouding geldt. In Purmerend is ook een rekenkamercommissie. Deze is ingesteld op grond van artikel 81o Gemeentewet en nadere regels zijn vastgelegd in verordening op de rekenkamercommissie Purmerend. Gekozen is voor een stelsel van meerdere onderwerpgerichte raadscommissies. Een alternatief stelsel is bijvoorbeeld met algemene commissies. In het artikel zijn coördinatiebepalingen opgenomen. Als een onderwerp meerdere commissies aangaat, zal moeten worden vastgesteld in welke raadscommissie(s) het onderwerp besproken zal worden. Er is voor gekozen de agendacommissie hierover te laten besluiten. In geval van een gezamenlijke vergadering vervult de voorzitter van de commissie die het onderwerp het meest aangaat de rol van voorzitter. Ook kan de agendacommissie besluiten om onderwerpen te verplaatsen naar een andere commissie(avond), als dat beter is voor de verdeling van die betreffende maand. In niet voorziene gevallen wordt op grond van artikel 80 van deze verordening op voorstel van de commissievoorzitter een besluit genomen.
Aldus kan ad hoc afstemming tussen raadscommissies plaatsvinden en kunnen praktische werkafspraken gemaakt worden. Doelstellingen commissievergaderingen: De taken van de raadscommissies zijn vastgelegd in artikel 82 lid l Gemeentewet. De commissies bereiden de besluitvorming van de raad voor en overleggen met het college of de burgemeester. De taak om de besluitvorming van de raad voor te bereiden komt tot uitdrukking in de taak advies uit te brengen over een voorstel of onderwerp. De commissie kan ook op eigen initiatief advies aan de raad uitbrengen, ook dit advies kan aanleiding zijn voor besluitvorming in de raad. De taken van de commissie zijn in essentie dezelfde als die van de raad: kaderstelling, controleren en het volk vertegenwoordigen. De commissie gaat, net als de raad, over de eigen agenda.
Artikel 9 Termijnagenda en toezeggingen/ijst
De raad beschikt over een termijnagenda, zodat de agendacommissie weet welke onderwerpen moeten worden geagendeerd en daarmee een goede planning kan maken. Toezeggingen kunnen worden gedaan door portefeuillehouders. De griffie houdt de toezeggingenlijst bij, ook als toezeggingen zijn afgedaan. Artikel 10 Onderscheid soorten bijeenkomsten
De agendacommissie bepaalt op voorstel van de griffie onder welke categorie bijeenkomsten vallen. Artikel 11 Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging
Met de geloofsbrief geeft de voorzitter van het centraal stembureau aan de benoemde kennis van zijn benoeming. Bij deze brief moeten enkele in de Kieswet vereiste stukken worden gevoegd, waaruit blijkt, dat de benoemde voldoet aan de eisen om als raadslid toegelaten te kunnen worden. Het onderzoek van de geloofsbrieven moet in een openbare vergadering worden behandeld. Ingevolge artikel V4 van de Kieswet beslist de raad over de toelating van zijn leden. Daarbij is er een verschil tussen de procedure bij de samenstelling van een nieuwe raad en bij de vervulling van een tussentijdse vacature. De tekst van de eed of verklaring en belofte die een raadslid bij het aanvaarden van het raadslidmaatschap moet afleggen, is in artikel 14 Gemeentewet vastgelegd.
Artikel 13 Fracties
De Gemeentewet kent het begrip 'fracties' niet, maar gaat o.a. in artikel 33 lid 2 wel uit van het bestaan van in de raad vertegenwoordigde groeperingen (recht op fractieondersteuning). Na het vaststellen van de uitslag van de verkiezingen vindt de 1e zitting van de raad plaats. Bij de aanvang van deze zitting worden de leden die op dezelfde lijst hebben gestaan, als 1 fractie beschouwd. De fractie gebruikt in de vergadering van de raad de aanduiding die boven de kandidatenlijst stond. Op deze wijze is de relatie tussen de fractie in de raad en de fractie op de kandidatenlijst voor de burger duidelijk. Het kan echter voorkomen dat een fractie geen aanduiding boven de kandidatenlijst had staan. In een dergelijk geval deelt de fractie in de le vergadering de aanduiding mee. In de loop van een zittingsperiode kan het voorkomen dat leden de raad verlaten. Het beëindigen van de zitting in de raad kan verschillende oorzaken hebben. In een dergelijk geval vindt er een verandering in de samenstelling van de fractie plaats. Als dit het geval is, deelt de fractie dit aan de voorzitter mede.
Artikel 14 Samenstelling
De raad bepaalt de samenstelling van de commissies. Wel schrijft artikel 82 lid 3 Gemeentewet voor dat de raad moet zorgen voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde politieke groeperingen. Commissieleden (leden die geen raadslid zijn maar bij de laatste raadsverkiezingen wel op de kandidatenlijst hebben gestaan van de fractie waarvoor zij commissielid zijn) worden door de raad benoemd, op voordracht van de fractie. Commissieleden moeten op de kandidatenlijst hebben gestaan i.v.m. met de 'kenbaarheid' (kiezerslegitimiteit) van de kandidaten bij de burgers. Het staat fracties vrij om te bepalen welke leden de betreffende fractie vertegenwoordigen in de verschillende commissies, er zijn geen vaste leden benoemd. Er is wel een maximum van 3 deelnemende leden per fractie. In de regel wordt toegestaan dat leden elkaar afwisselen, zolang op enig moment niet meer dan 3 leden per fractie aan tafel zitten. Commissieleden moeten net als raadsleden voldoen aan hetgeen is bepaald in de artikelen 10, 11, 12, 13 en 1 5 van de Gemeentewet. Dit betekent o.a. dat zij 1 8 jaar moeten zijn, over een geldige verblijfstitel moeten beschikken, hun nevenfuncties openbaar moeten maken, geen functie als bedoeld in artikel 13 mogen vervullen en niet in strijd mogen handelen met artikel 1 5.
Om te beoordelen of potentiële commissieleden voldoen aan de eisen van de Gemeentewet, ligt het voor de hand om gebruik te maken van een geloofsbrievenonderzoek. De griffie controleert of het potentiële commissielid in Purmerend woont, op de kieslijst heeft gestaan en geen onverenigbare nevenfuncties heeft. De raad benoemt in een separaat besluit de leden van de auditcommissie
Artikel 7 S Zittingsduur en vacatures
De zittingsperiode van de leden en de voorzitters is even lang als de zittingsperiode van de raadsleden, in principe dus 4 jaar. De benoeming eindigt derhalve van rechtswege, de raad hoeft hen niet te ontslaan. Het commissielidmaatschap eindigt ook van rechtswege indien een lid niet meer voldoet aan de in artikel 4 gestelde eisen en indien een lid is benoemd op voordracht van een fractie die blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet meer vertegenwoordigd is in de raad. De raad kan een commissielid op voorstel van de fractie die het lid heeft voorgedragen ontslaan. Deze situatie kan zich voordoen in geval van een splitsing van een fractie. De raad kan ook zonder voorstel van een fractie de voorzitter van een raadscommissie ontslaan, bijvoorbeeld indien deze voorzitter niet meer het vertrouwen van de meerderheid van de raad bezit.
Artikel 16 Griffier en commissiegriffier
iedere raadscommissie wordt ondersteund door een commissiegriffier. De vervanging van de commissiegriffier wordt overgelaten aan de griffier. De commissiegriffier is altijd bij de vergaderingen van de raadscommissie aanwezig. In principe neemt hij geen deel aan de beraadslagingen, behalve als de commissievoorzitter hem of daartoe uitnodigt.
Artikel 1 7 Aanwezigheid portefeuillehouders
Het kan gewenst zijn dat een lid van het college of de burgemeester deelneemt aan een vergadering van de commissie. Artikel 82 lid 5 jo. artikel 21 lid 2 Gemeentewet van overeenkomstige toepassing verklaart, is hiervoor de grondslag. Dit geldt zowel voor besloten als voor openbare vergaderingen. In openbare vergaderingen kunnen portefeuillehouders uiteraard altijd aanwezig zijn. Deelnemen aan de beraadslagingen kunnen zij echter alleen als de commissie hiertoe besluit. In de regel zal de portefeuillehouder veelal wel aanwezig zijn voor het houden van overleg en het uitoefenen van controle door de commissie.
Artikel 20 Versturen en ter inzage leggen vergaderstukken
De raads- en commissieleden de oproep en agenda voor een vergadering en de bijbehorende stukken uiterlijk 8 dagen voor de vergadering. Indien in spoedeisende gevallen een aangepaste agenda wordt vastgesteld wordt net als bij de raad in beginsel een uiterste termijn aangehouden van 48 uur voor een vergadering. Geheime stukken worden op het besloten gedeelte van de daarvoor bestemde website van de gemeente geplaatst. Overige stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, staan op het openbare gedeelte van de website. In de openbare kennisgeving wordt dit zo mogelijk gemeld. Originele stukken moeten uiteraard bij de gemeente blijven berusten. Processen verlopen in beginsel en zoveel mogelijk digitaal.
Artikel 22 Verslaglegging
Gekoppeld aan de ingevoerde digitale verslaglegging wordt gewerkt met beknopte afsprakenlijsten. Deze afsprakenlijsten vormen een vergaderstuk, in beginsel voor de eerstvolgende vergadering. De commissievoorzitter, de leden en de portefeuillehouders hebben het recht een voorstel tot wijziging te doen. Een voorstel tot wijziging wordt voorafgaand aan de vergadering schriftelijk bij de commissiegriffier ingediend. Het recht om aanpassing voor te stellen komt ook toe aan een lid dat en een portefeuillehouder die bij de desbetreffende vergadering niet aanwezig was. Het is aan de commissie om te besluiten of een voorgestelde wijziging of aanvulling geaccepteerd wordt. Een afwijzing van een dergelijk voorstel is niet vatbaar voor beroep (aldus de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State).
Artikel 24 Opening vergadering; quorum
Artikel 20 Gemeentewet regelt het vergaderquorum van de raad. Voor raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet. Onderhavig artikel voorziet hierin. Ook wordt voorzien in een regeling voor een nieuwe vergadering indien het quorum niet aanwezig is, anders zou de afwezigheid van leden de voortgang van werkzaamheden kunnen belemmeren. Uiteraard staat op het moment dat de
voorzitter dag en tijdstip bepaalt nog niet vast op welk moment de schriftelijke oproep uitgaat. Indien er enkele dagen tussen de 2 vergaderingen zitten, mag er vanuit worden gegaan dat het mogelijk is om 24 uur van tevoren een schriftelijke oproep te versturen. Overigens ligt het in de rede dat de commissievoorzitter overlegt met de commissie over de datum van de nieuwe vergadering.
Artikel 25 De agenda
De commissievoorzitter, eventueel in overleg met de agendacommissie stelt de voorlopige agenda vast. Uiteindelijk bepaalt een commissie zijn eigen agenda.
Artikel 26 Spreekrecht burgers
Het spreekrecht van burgers kan bijdragen aan het vergroten van de betrokkenheid van de burgers bij het lokaal bestuur. In lid 2 zijn onderwerpen opgenomen waar het spreekrecht niet voor geldt. Benoemingen, keuzen, voordrachten en aanbevelingen van personen en onderwerpen waarover al een inspraakavond is georganiseerd zijn uitgesloten van het spreekrecht van burgers. Omdat inspraak over de benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen - de belangen van - kandidaten al dan niet in de uitoefening van hun ambt of functie kan schaden, kunnen burgers hierover geen uitlatingen doen. Vervolgens kunnen burgers zich ook niet uitlaten over onderwerpen, waar zij op grond van de Algemene Wet Bestuursrecht een klacht over kunnen indienen. Deze procedure gaat vóór het spreekrecht van burgers. Ook kan de voorzitter onder opgave van redenen deelname aan het spreekrecht uitsluiten, bijvoorbeeld als sprake is van herhaald inspreken over hetzelfde onderwerp en geen sprake is van nieuwe elementen. Het spreekrecht is beperkt tot onderwerpen die 'ter advisering' of 'ter meningsvorming' op de agenda van de commissie staan. Voor andere onderwerpen staan andere mogelijkheden open.
Artikel 28 Beraadslaging
Om de duur van vergaderingen niet onnodig te verlengen wordt over een voorstel dat in onderdelen of artikelen is verdeeld, in principe in zijn geheel beraadslaagd. In lid l is een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen. Zowel de commissievoorzitter als de leden hebben het recht om voor te stellen een voorstel gesplitst te behandelen. Lid l brengt daarmee tot uitdrukking dat een commissie haar eigen werkwijze bepaalt. Het recht wordt aan ieder individueel lid toegekend. Indien de schorsing als bedoeld in lid 2 aan het einde van de 2e termijn plaatsvindt, zijn er vervolgens 2 mogelijkheden: er wordt direct een advies geformuleerd of er wordt een 3e termijn toegevoegd.
Artikel 29 Voorstellen van orde
leder lid heeft te allen tijde het recht een voorstel van orde te doen. Of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde is aan de betreffende commissie. Over een voorstel van orde wordt door de commissie direct een besluit genomen, zonder beraadslaging. Bij het staken van stemmen is het voorstel niet aangenomen (artikel 32 lid 4 Gemeentewet is hierop niet van toepassing). Een voorstel van orde betreft bijvoorbeeld het schorsen van de vergadering voor een (overleg)pauze.
Artikel 32 Deelname aan beraadslaging door anderen
Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 Gemeentewet geregelde verschoningsrecht, dat in artikel 82 lid 5 Gemeentewet van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op leden van raadscommissies en andere personen die aan de beraadslagingen deelnemen. Het is uiteraard ook mogelijk dat een commissie bepaalt dat een bepaalde functionaris in bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging mag deelnemen Het gaat in deze bepaling om anderen dan de leden, de commissievoorzitter, de burgemeester, de wethouders en de (commissie)griffier. Uiteraard hebben deze andere sprekers niet dezelfde rechten als de leden. Een andere spreker heeft onder meer geen recht om een voorstel te doen tot wijziging van het verslag, een voorstel over de spreektijd of over de orde van de vergadering.
Artikel 34 Handhaving orde; schorsing
Dit artikel borgt dat leden van een commissie vrijelijk kunnen spreken. Wel zijn interrupties uiteraard toegestaan voor zover de voorzitter bij een overvloed aan interrupties of in het belang van de voortgang van de beraadslagingen niet bepaalt dat een spreker zijn betoog zonder verdere interrupties afrondt. Om te bevorderen dat leden zich niet belemmerd voelen om hun mening te uiten, bepaalt artikel 82 lid 5 Gemeentewet bovendien dat artikel 22 Gemeentewet van overeenkomstige toepassing is op raadscommissies. Hierdoor zijn leden van niet in rechte te vervolgen, aan te spreken of verplicht getuigenis af te leggen over hetgeen zij in de vergadering zeggen of schriftelijk overleggen. Dit geldt dus voor zowel raadsleden als commissieleden. Op basis van het tweede lid kunnen alle sprekers in bepaalde gevallen door de commissievoorzitter tot de orde worden geroepen en kan hen zo nodig over het aanhangige onderwerp het woord ontzegd worden. Ook kan de commissievoorzitter de vergadering schorsen en bij herhaling van de verstoring van de orde, de vergadering sluiten. In het uiterste geval kan hij een lid het verdere verblijf ontzeggen en hem uit de vergadering doen verwijderen. Indien een lid blijft volharden in zijn gedrag kan hem de toegang tot de vergadering voor ten hoogste drie maanden worden ontzegd.
Het vierde lid sluit aan bij artikel 26, derde lid, van de Gemeentewet, die een dergelijke regeling geeft ten aanzien van raadsleden. Onder interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen van goed- of afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als verstoringen van de orde. Voor wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen naar artikel 80 van deze verordening.
Artikel 35 Sluiting beraadslaging en advies
Een raadscommissie neemt geen raadsbesluiten, maar bereidt de besluitvorming in de raad voor en overlegt met het college en de burgemeester. Wel kan een raadscommissie gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de raad. De commissievoorzitter concludeert wat het advies van de commissie is. Ten behoeve van het debat in de raad en om recht te doen aan de mening van alle fracties, inclusief minderheidsstandpunten, worden de standpunten van alle fracties in beknopte vorm opgenomen.
Artikel 36 Vergaderfrequentie Ingevolge artikel 1 7 van de Gemeentewet vergadert de raad zo vaak hij daartoe heeft besloten en voorts indien de burgemeester het nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal raadsleden schriftelijk met opgave van redenen daarom vraagt.
Artikel 37 Agenda De agendacommissie bepaalt in zijn overleg hoe de agenda eruit komt te zien. Dit is echter een voorlopige vaststelling van de agenda. In de dagelijkse praktijk van de gemeente kan het nodig zijn om i.v.m. actualiteiten een aangepaste agenda vast te stellen. Dit kan echter niet tot op het laatste moment, maar tot uiterlijk 2 dagen voor de aanvang van de vergadering. Lid 4 heeft tot doel om de raad een actievere rol te geven in de opstelling van de raadsagenda. Individuele raadsleden of de voorzitter kunnen bij aanvang van de raadsvergadering een voorstel doen om onderwerpen aan de agenda toe te voegen of van de agenda af te voeren of de volgorde van behandeling van de agendapunten te wijzigen. Lid 5 vloeit voort uit de verplichting van het college om de raad van voldoende informatie te voorzien. Als de raad niet voldoende op de hoogte is van de inhoud en strekking van een onderwerp dan is het niet verantwoord dat de raad zich op hoofdlijnen over dit onderwerp uitspreekt. In een dergelijk geval heeft de raad de mogelijkheid het onderwerp naar een commissie te verwijzen of aan het college nadere inlichtingen of advies te vragen.
Artikel 38 De wethouders Dit artikel is een nadere uitwerking van artikel 21 lid 2 Gemeentewet waarin staat dat de wethouders toegang hebben tot de raadsvergaderingen. Vanuit duaal oogpunt bezien is het aan de raad voorbehouden of wethouders ook kunnen deelnemen aan de beraadslagingen.
Artikel 40 Openbare kennisgeving Met dit artikel wordt invulling gegeven aan artikel 19 lid 2 Gemeentewet.
Artikel 41 Presentie/ijst De handtekeningen op de presentielijst zijn bedoeld om formeel vast te stellen dat het vergaderquorum aanwezig is. De lijst kan niet dienen om het stemquorum vast te stellen, daarvoor geldt artikel 29 Gemeentewet.
Artikel 44 Besluitenlijsten Het recht om aanpassingen voor te stellen (lid 4) geldt ook bij afwezigheid van genoemde personen bij de betreffende vergadering. Het is aan de raad om te beslissen of een voorgestelde wijziging of aanvulling geaccepteerd wordt. Een afwijzing van een dergelijk voorstel is niet vatbaar voor beroep (aldus de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State).
Artikel 4S Ingekomen stukken Omtrent de (aan de raad gerichte) ingekomen stukken worden alleen voorstellen gedaan en besluiten genomen van procedurele aard. Inhoudelijke discussie over de stukken kan de voorzitter buiten de orde
verklaren. Wanneer een ingekomen stuk leidt tot inhoudelijke discussie en besluitvorming, dient dit op de gebruikelijke wijze te worden voorbereid.
Artikelen 46, 47 en 49 Spreekregels, spreektermijnen en spreektijd
Het stellen van vragen wordt ook als een spreektermijn beschouwd. Een verzoek van een raadslid om na afloop van de 2e termijn nog een korte reactie te mogen geven wordt normaliter niet gehonoreerd. De raad kan tot een 3e termijn besluiten.
Artikel SO Handhaving orde; schorsing
De bevoegdheid van artikel 26 lid 3 Gemeentewet om een lid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert de toegang tot de vergadering te ontzeggen blijft onverlet. Onder interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen van goed- of afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als verstoringen van de orde. Voor wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen naar de artikel 76 van dit reglement.
Artikel S 1 Beraadslaging
Teneinde de vergaderd uur niet te zeer te verlengen wordt over een voorstel dat in onderdelen of artikelen is verdeeld, in principe in zijn geheel beraadslaagd. In het eerste lid is een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen. Indien de schorsing als bedoeld in het tweede lid aan het einde van de tweede termijn plaatsvindt, zijn er vervolgens twee mogelijkheden: er wordt direct tot stemming overgegaan of aan de beraadslagingen wordt een derde termijn toegevoegd.
Artikel S2 Stemverklaring
Stemverklaringen zijn beknopt, niet bedoeld voor bijzaken en mogen niet het karakter krijgen van een 3e termijn, bijv. als laatste reactie op de vorige spreker. De stemverklaringen worden alle gegeven vóór de oproep van de leden tot de stemming.
Artikel S4 Algemene bepalingen over stemming
Indien een lid te kennen geeft een hoofdelijke stemming te wensen, moet de stemming plaatsvinden. De raad heeft niet de bevoegdheid om van deze bepaling van artikel 32 Gemeentewet af te wijken. Vraagt niemand stemming, dan wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen. De regeling in lid 2 sub a kan toepassing krijgen indien de uitkomst van de stemming tevoren duidelijk is en slechts enkele leden zouden tegenstemmen. Bij staking van stemmen is artikel 32 Gemeentewet van toepassing. Indien de vergadering voltallig is, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Is de vergadering niet voltallig, dan wordt het nemen van het besluit tot een volgende vergadering uitgesteld. Als ook dan de stemmen staken, wordt het voorstel geacht niet te zijn aangenomen.
Artikel SS Stemming over amendementen en moties
Voor meer informatie over een amendement of een motie wordt verwezen naar de artikelen 1, 59 en 60 van dit reglement. Voor alle duidelijkheid wordt hier een verschil in procedure aangegeven tussen een motie en een amendement. Een amendement komt in stemming voorafgaande aan de stemming over het voorstel zelf. Een motie strekt niet tot wijziging van een voorgesteld besluit; over een motie wordt een apart besluit genomen, nadat de besluitvorming over het aanhangige voorstel is afgerond. Bij een motie over een afzonderlijk onderwerp geldt dit uiteraard niet en is lid 4 niet van toepassing. Omdat de uitkomst van de stemming over een motie van invloed kan zijn op het standpunt over het voorstel, kan de raad besluiten om eerst over te motie te stemmen en daarna over het voorstel.
Artikel 56 Stemming over personen
Artikel 31 Gemeentewet bepaalt dat over benoemingen (niet het ontslag) van personen of het opstellen van een voordracht of aanbeveling schriftelijk moet worden gestemd. Een voordracht is voor de raad bindend; de raad heeft slechts keuze tussen degenen die op de voordracht zijn vermeld. Een aanbeveling is een voorstel waarvan de raad mag afwijken. Wanneer er veel benoemingen te doen zijn (bijvoorbeeld aan het begin van een nieuwe zittingsperiode) zou een gecombineerd stembiljet kunnen worden ontworpen. In lid 5 wordt aangesloten bij het bepaalde in artikel 30 Gemeentewet. Wat onder een (niet) behoorlijk ingevuld stembriefje moet worden verstaan, is in de wet niet geregeld en daarom wel in dit reglement.
Artikel 60 Moties
Een motie is geen concreet besluit dat op rechtsgevolg is gericht; een motie heeft geen juridische, maar een politieke betekenis. Daarom is bijvoorbeeld het college formeel niet aan een motie gebonden of tot uitvoering ervan verplicht. Wel kan het naast zich neerleggen van een motie door het college leiden tot een vertrouwensbreuk tussen raad en college met alle gevolgen van dien.
Artikel 62 Initiatiefvoorstel/en
Het is een taak van het college om besluiten van de raad voor te bereiden. Maar raadsleden kunnen ook zelf met voorstellen komen. Dit is het recht van initiatief. Een initiatiefvoorstel voor een ontwerpverordening moet de raad in behandeling nemen, dat is zo geregeld in de Gemeentewet. Voor andere initiatiefvoorstellen is geen verplichte behandeling voorgeschreven. Dit betekent dat de raad (aanvullende) voorwaarden kan stellen aan het in behandeling nemen van deze laatste soort initiatiefvoorstellen.
Artikel 63 Raadsvoorstel van het college
Dit artikel heeft betrekking op het agenderingsrecht van de raad. Als het college een voorstel heeft voorbereid en dit is aan de raad gestuurd, betekent dit niet dat het college zijn voorstel zomaar kan intrekken indien het van oordeel is dat verdere behandeling van het voorstel niet wenselijk is. De raad moet hier toestemming voor geven. Indien de raad van oordeel is dat een voorstel voor een verordening of een ander voorstel niet voldoende is voorbereid, kan de raad het voorstel voor een verordening of een
ander voorstel nogmaals voor advies aan het college zenden. De raad kan het college bijvoorbeeld verzoeken het voorstel nader te onderbouwen. De raad bepaalt echter wanneer het voorstel opnieuw behandeld wordt. De raad kan dit in dezelfde raadsvergadering regelen, maar de raad kan dit ook aan de agendacommissie overlaten.
Artikel 66 Interpellatie Dit artikel stelt nadere regels bij artikel l 5 5 Gemeentewet. Op grond van artikel l 5 5 lid l Gemeentewet komt aan individuele leden het recht toe mondelinge vragen te stellen aan het college of de burgemeester. Het interpellatierecht ligt in het verlengde van het mondelinge vragenrecht. Het gaat om een recht van een volksvertegenwoordiger om tijdens een vergadering over een niet-geagendeerd onderwerp inlichtingen aan het college of de burgemeester te vragen. Daarvoor is verlof van de raad nodig. Bij een interpellatiedebat antwoordt als eerste de betrokken portefeuillehouder.
Artikel 67 Schriftelijke vragen Het vragenrecht geeft aan de raadsleden het recht informatie te vragen over aangelegenheden die tot de bevoegdheid van het college of de burgemeester behoren. Het karakter van deze vragen is politiek. Indien de vragensteller van mening is dat de beantwoording van de vragen tot een besluit van de raad moet leiden, kan hij het recht van initiatief of het interpellatierecht benutten om het onderwerp of het voorstel op de agenda van de raad te krijgen. Onder "schriftelijk" valt ook digitaal.
Artikel 72 Besloten vergadering, algemeen Een besloten vergadering van de raad is een officiële vergadering waarbij de vergaderregels van het reglement van orde in acht genomen moeten worden, voor zover de bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering. In artikel 23 Gemeentewet staan procedurevoorschriften voor 'het sluiten van de deuren', de wijze waarop een vergadering een besloten vergadering wordt. Bij bepalingen die van overeenkomstige toepassing zijn kan onder meer gedacht worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken, het vergaderquorum en voorstellen van orde. De bepalingen van deze verordening zijn echter niet van toepassing, voor zover de toepassing van die bepalingen strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen beelden geluidsopnames voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Ten aanzien van de stukken die betrekking hebben op een besloten commissievergadering en het behandelde zal een commissie moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld in artikel 86 Gemeentewet wordt opgelegd dan wel opgeheven.
Artikel 73 Besluitenlijst/Afsprakenlijst besloten vergadering In dit artikel wordt uitwerking gegeven aan artikel 23 lid 4 Gemeentewet. Op grond van artikel 82 lid 5 Gemeentewet is artikel 23 Gemeentewet van overeenkomstige toepassing voor een commissie. Artikel 23 lid 4 Gemeentewet schrijft voor dat van een besloten vergadering een afzonderlijk verslag wordt opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij de raad(scommissie) anders besluit. In aanvulling hierop bepaalt lid l dat het verslag van een besloten vergadering kan door leden worden ingezien bij de griffier. De commissie besluit over het openbaar maken van dit verslag.
Artikelen 74-75 (Opheffing) geheimhouding
Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van rechtswege onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de procedure volgens artikel 25 / 86 Gemeentewet nodig. M.b.t. de commissie: Niet alleen een raadscommissie kan geheimhouding opleggen, ook de commissievoorzitter van een raadscommissie, het college en de burgemeester kunnen geheimhouding aan een raadscommissie opleggen. Overigens kan een raadscommissie ook geheimhouding opleggen aan de raad of het college ten aanzien van stukken die zij aan de raad of het college overlegt (artikel 25 lid 2 en artikel 55 lid 2 Gemeentewet). De geheimhouding geldt voor iedereen die aanwezig is bij een besloten vergadering of die kennis draagt van stukken ten aanzien waarvan geheimhouding geldt. De geheimhouding geldt totdat het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd, of de raad, haar opheft. M.b.t. de raad: In de aangehaalde artikelen wordt aan de raad de mogelijkheid geboden de geheimhouding van stukken op te heffen; stukken die niet per se aan de raad behoeven te zijn overgelegd. Het kan dus (zie bijvoorbeeld artikel 86 lid 2 Gemeentewet) gaan om de situatie dat de burgemeester geheimhouding heeft opgelegd ten aanzien van stukken die hij aan de raadscommissie heeft overgelegd. De raadscommissie kan dan aan de raad verzoeken de geheimhouding op te heffen (indien de burgemeester daar niet toe bereid is).
In het onderhavige artikel is nu ter zake een overlegverplichting opgenomen waardoor recht wordt gedaan aan het principe van hoor en wederhoor.
Artikel 77 Toehoorders en pers
Artikel 26 lid l en lid 2 Gemeentewet regelen dat de voorzitter van de raad toehoorders die de orde verstoren, kan doen vertrekken en bij volharding in hun gedrag de toegang kan ontzeggen. Voor raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet, lid 3 voorziet hierin.
Artikel 78 Geluids- en beeldregistratie
Aangezien de vergaderingen van een raadscommissie in principe openbaar zijn, kunnen radio- en tvstations geluids- en beeldopnames maken. Dit is uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft.