b-water-en-rioleringsprogramma-2025-2030
Tekst van het document
5.7 Facilitair/Overig Het goed beheren van het stedelijke watersysteem vereist niet alleen technische inspanningen, maar ook een breed scala aan ondersteunende activiteiten. Deze facilitaire en overige werkzaamheden zijn essentieel om het systeem in goede conditie te houden. Dit omvat onder andere het beheren van administratieve processen, zoals vergunningen en rapportages, het coördineren van werkzaamheden met andere infrastructuur en het gebruik van software.
30
6. Benodigde middelen 6.1 Algemeen Het rioleringsbeheer in Purmerend vereist jaarlijkse investeringen. Deze kosten worden volledig gedekt door de rioolheffing, die alleen mag worden gebruikt voor gemeentelijke watertaken, zoals beheer, onderhoud en vernieuwing van de riolering. Het kostendekkingsplan van de gemeente Purmerend is geactualiseerd in het kader van het Wateren rioleringsprogramma 2025-2030. Dit plan biedt inzicht in de financiële strategie voor het beheer van het rioolstelsel over een periode van 60 jaar. De belangrijkste doelstelling is het waarborgen van een kostendekkende rioolheffing, waarbij een eerlijke lastenverdeling over de generaties centraal staat. Er zijn drie financieringsvarianten doorgerekend, elk met een eigen benadering van het financieren van toekomstige investeringen: Activeren, Sparen en een aanvullende variant met structureel 50% activeren en 50% sparen. De rapportage Kostendekkingsplan gemeente Purmerend 2024-2028 (versie van 27 februari 2025) is als bijlage opgenomen en licht de kostendekking in detail toe.
6.2 Personele middelen De personele inzet voor de gemeentelijke watertaken omvat een breed scala aan functies en deskundigheden, die samen zorgen voor een effectief beheer van het stedelijk watersysteem. Deze taken, zoals beschreven in artikel 2.16 van de Omgevingswet en door Stichting RIONED, omvatten onder andere de zorg voor afvalwaterinzameling, hemelwaterafvoer, grondwaterbeheer en het waarborgen van waterkwaliteit en -kwantiteit. Het personeel is verantwoordelijk voor beleidsvorming, planontwikkeling, uitvoering, toezicht en onderhoud. Bij de beleidsmatige taken gaat het bijvoorbeeld om het ontwikkelen van gemeentelijk waterbeleid, het opstellen van beheerplannen en het afstemmen met het waterschappen en andere stakeholders. De operationele taken richten zich op het beheer en onderhoud van rioolstelsels, gemalen en overige systemen, ook het oplossen van klachten en storingen. Daarnaast spelen medewerkers een cruciale rol in het bevorderen van duurzaamheid en klimaatadaptatie, zoals het implementeren van maatregelen tegen wateroverlast en het stimuleren van het afkoppelen van regenwater. Om deze taken goed te kunnen uitvoeren, is een mix van kennis en vaardigheden essentieel. Dit varieert van technische expertise tot vaardigheden op het gebied van communicatie en samenwerking met bewoners en bedrijven.
De gemeente heeft een belangrijke verantwoordelijkheid, zowel juridisch als maatschappelijk, om de volksgezondheid, het milieu en de veiligheid te waarborgen. Het team heeft voldoende capaciteit en kennis om adequaat in te spelen op uitdagingen, zoals extreme weersomstandigheden of veranderende wetgeving. Het personeelsbestand is op dit moment, goed opgeleid en afgestemd op de aard en omvang van de taken. Maar de toekomst van personeel voor gemeentelijke watertaken kent uitdagingen, zoals vergrijzing, een krappe arbeidsmarkt en toenemende complexiteit van taken door klimaatverandering en strengere regelgeving.
31
6.3 Financiële middelen In het kostenoverzicht maken we onderscheid in exploitatiekosten en investeringsuitgaven. Bij de exploitatiekosten gaat het om jaarlijkse uitgaven voor beheer- en onderhoudsactiviteiten die nodig zijn voor een goed en doelmatig rioleringsbeheer. De kosten van deze uitgaven worden toegeschreven aan het boekjaar waarin deze worden uitgegeven. De kosten voor beheer en onderhoud worden jaarlijks hoger door algemene prijsstijgingen, stijgingen van de lonen, vergroting van het areaal en uitbreiding van werkzaamheden als gevolg van de Wet gemeentelijke watertaken. Door efficiënter te werken kan de noodzakelijke prijsstijging zoveel als mogelijk worden beperkt. Investeringsuitgaven bestaan uit vervangingsinvesteringen (bijvoorbeeld rioolvervanging) en verbeteringsinvesteringen (bijvoorbeeld buisvergroting of afkoppelmaatregelen). Investeringen zijn uitgaven voor zaken die meerdere jaren meegaan en vaak worden gekapitaliseerd. De jaarlijkse kosten die daaruit voortkomen, -de kapitaallasten- bestaan uit rente en afschrijvingen.
6.4 Varianten: activeren, sparen met mate en volledig sparen Activeren of sparen? Na gemiddeld 55 jaar zijn de meeste riolen in de gemeente Purmerend aan vervanging toe. De aankomende jaren gaan we veel riolen vervangen of renoveren. Een kostenverhogende factor is de toename van rentelasten. Grote investeringen in de riolering worden doorgaans gekapitaliseerd. Dit betekent dat de investering wordt afgeschreven over de verwachte gebruiksduur. De jaarlijkse afschrijving en rente vormen een last in de rioolbegroting. Naar analogie van een woninghypotheek zijn de kapitaalslasten (vanwege de optredende rentelasten) hierdoor hoger dan het investeringsbedrag. Een alternatief is om te sparen voor toekomstige investeringen. Dit voorkomt (hoogoplopende) rentelasten. De koepelorganisatie van riolerend Nederland ‘Stichting RIONED’ beveelt gemeenten aan om de financieringswijze van investeringen om te vormen naar ‘sparen vooraf’. Er zijn drie financieringsvarianten doorgerekend, elk met een eigen benadering van het financieren van toekomstige investeringen: Activeren, Sparen en een aanvullende variant met structureel 50% activeren en 50% sparen. Variant 1: Activeren Deze variant bouwt voort op het huidige beleid, waarbij alle investeringen worden geactiveerd. Dit betekent dat kosten worden gespreid over meerdere jaren via rente- en afschrijvingslasten.
Hoewel deze aanpak zorgt voor een lagere startheffing, brengt het ook een hogere afhankelijkheid van toekomstige rentestijgingen met zich mee. Hierdoor ontstaat een financiële druk op volgende generaties. De eindboekwaarde in 2083 wordt geschat op € 187 miljoen. ▪ ▪
Voordelen: Lage startheffing, beperkt benodigde reserves. Nadelen: Grote afhankelijkheid van rentestijgingen, lastenverschuiving naar toekomstige generaties.
32
Variant 2: Sparen met resultaat Deze ambitieuzere variant streeft naar een bijna volledig schuldenvrije situatie in 2083, met een eindboekwaarde van € 0. Er wordt intensiever gespaard, wat leidt tot lagere toekomstige kapitaallasten. ▪ Voordelen: Zeer lage restschuld, minimale rentelasten, stabiele lagere heffing op lange termijn. ▪ Nadelen: Hogere initiële heffing, grotere impact op huishoudens in de beginfase. Aanvullende variant met structureel 50% activeren en 50% sparen Hier wordt een spaarvoorziening opgebouwd om toekomstige investeringen deels te financieren, met als doel vanaf 2067 volledig zonder nieuwe leningen te kunnen opereren. Dit resulteert in lagere rentelasten en een gelijkmatigere lastenverdeling over de jaren. De eindboekwaarde in 2083 wordt geraamd op € 94 miljoen. ▪ Voordelen: Beperkte schuldenlast, lagere rentelasten dan bij activeren, stabielere financiële situatie op lange termijn. ▪ Nadelen: Hogere startheffing dan bij activeren, minder flexibiliteit in de eerste jaren.
6.5 Vergelijking van de varianten Duidelijk is dat voor sparen het tarief in het begin hoger is dan het tarief bij activeren. Er moet immers gespaard worden om de boekwaarde te verlagen. Pas op termijn ontstaan daar de voordelen van. De voordelen zijn: ▪ Lagere boekwaarde en daarmee minder rentelasten in het tarief ▪ Lagere boekwaarde en dus minder schuld en rentegevoeligheid Aan Arcadis hebben we gevraagd om in beeld te brengen wat de effecten op tarief en boekwaarde zijn als we het toekomstig investeringsprogramma van Purmerend gaan activeren of sparen. Arcadis laat in zijn staatjes zien dat in de variant ‘volledig sparen’ het tarief de eerste jaren heel hard moet stijgen: het is immers het doel om binnen een bepaalde periode het tarief zodanig vast te stellen dat er geen nieuwe boekwaarde wordt opgebouwd. Met andere woorden: het spaarbedrag in het tarief is gelijk aan het jaarlijks investeringsbedrag. Arcardis heeft ook nog een tussenvariant berekend. In de onderstaande tabel hebben we de belangrijkste kenmerken samengevat. Tabel 1: Heffing tot en met 2028 volgens drie varianten, op basis van vast prijspeil 2024 Variant Activeren Deels sparen Sparen
Heffing 2025
Heffing 2028
Heffing 2034
Heffing 2083
Rentelasten 2024 t/m 2083
Restboekwaarde 2083
233 233 233
260 277 300
308 403 479
447 418 385
264 mln 156 mln 48 mln
187 mln 94 mln 0 mln
Duidelijk zichtbaar is dat sparen op de lange termijn gunstig is voor het tarief en het risicoprofiel van de gemeente. Daarvoor zijn wel forse tariefsverhogingen de komende jaren nodig, ook omdat Purmerend op dit moment in een investeringspiek zit. In de bijgevoegde memo van Arcadis wordt e.e.a. nader uitgelegd.
33
6.6 Risico’s en onzekerheden Er zijn verschillende risico’s geïdentificeerd: ▪ ▪ ▪ ▪
Vervangingsschema: Afhankelijk van technische levensduur en onverwachte slijtage. Marktontwikkelingen: Stijgende bouw- en loonkosten kunnen financiële druk veroorzaken. Klimaatadaptatie: Extra kosten voor waterbeheer bij extreme weersomstandigheden. Rentestijgingen: Vooral variant 1 is hier gevoelig voor.
6.7 Conclusie Het kostendekkingsplan biedt drie duidelijke financieringsopties met elk hun eigen voor- en nadelen. Om vanuit de huidige systematiek binnen 10 jaar naar volledig sparen over te gaan, zou dit t/m 2034 vragen om een extra tariefstijging van gemiddeld 18 euro per jaar per aansluiting. Deze komt bovenop de sowieso in deze periode benodigde verhoging van gemiddeld 9 euro per jaar per aansluiting als gevolg van de benodigde vervangingen. Dit lijkt een te sterke (extra) verhoging voor onze inwoners en ondernemers, ondanks de voordelen die dit op langere termijn kan opleveren. Om die reden stellen we de tussenvariant voor, waarin de gemeente binnen 10 jaar naar 50% sparen, 50% activeren voor onze water- en rioleringsinvesteringen toewerkt. Dit vraagt t/m 2034 om een extra tariefstijging van gemiddeld 10 euro per jaar per aansluiting. Met in totaal 6,5% stijging per jaar (exclusief indexatie op basis van inflatie) zetten we zo een goede lijn in richting een meer robuuste financiering, waarbij we het toenemende renterisico al wel aanzienlijk beperken.
34
Colofon Het gezamenlijke deel van het GRWP is opgesteld vanuit het Plusteam Riolering ZaanstreekWaterland. Francine van den Bergh en Hans van der Eem waren de penvoerders. Voor de inhoudelijke inbreng zijn sessies georganiseerd met de werkgroep Samenwerken Waterketen Zaanstreek-Waterland, bestaande uit: ▪ (Edam-Volendam) ▪ (Landsmeer) ▪ (Oostzaan en Wormerland) ▪ ▪ (Waterland) ▪ (Zaanstad) ▪ (HHNK) In aanvulling is er een overleg geweest met de regio-coördinatoren van HHNK.
(Purmerend)
35
Bijlagen Wettelijk kader Gemeenten en waterbeheerders zorgen samen voor het omgaan met water in stedelijk gebied. De gemeenten zamelen stedelijk afvalwater in en de waterschappen zuiveren dat water. Gezamenlijk maken zij keuzes hoe om te gaan met afvloeiend regenwater, grondwater en oppervlaktewater. Ook stemmen zij het functioneren van rioolstelsels, rioolwaterzuiveringsinstallaties en watersysteem op elkaar af. In de Omgevingswet zijn de watertaken voor de gemeenten vastgelegd. In de vier bijbehorende Algemene Maatregelen van Bestuur (Omgevingsbesluit, Besluit kwaliteit leefomgeving, Besluit activiteiten leefomgeving en Besluit bouwwerken leefomgeving) zijn eisen geformuleerd, bijvoorbeeld voor het lozen van gezuiverd afvalwater in de bodem. Watertaken gemeenten De watertaken voor de gemeenten zijn vastgelegd in artikel 2.16 van de Omgevingswet: ▪
▪
▪
▪
de doelmatige inzameling van afvloeiend regenwater, voor zover de houder het afvloeiend regenwater redelijkerwijs niet op of in de bodem of een oppervlaktewaterlichaam kan brengen, en het transport en de verwerking daarvan. het treffen van maatregelen in het openbaar gemeentelijke gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de fysieke leefomgeving toegedeelde functies zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de taak van een waterschap, een provincie of het Rijk behoort, de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater als dat vrijkomt op percelen, gelegen binnen een bebouwde kom van waaruit stedelijk afvalwater met een vervuilingswaarde van ten minste tweeduizend inwonerequivalenten wordt geloosd, door middel van een openbaar vuilwaterriool. Of op andere percelen, voor zover dit doelmatig kan worden uitgevoerd door middel van een openbaar vuilwaterriool. het beheer van watersystemen, voor zover toegedeeld bij provinciale omgevingsverordening of bij ministeriële regeling.
Kaders De Europese regelgeving, in het bijzonder de Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater en de Europese Kaderrichtlijn Water, bepalen voor een belangrijk deel ons riolerings- en waterzorgbeleid. Deze Europese Regels zijn vertaald in de landelijke wet- en regelgeving. In nevenstaande figuur zijn de spelers en hun relatie weergeven. Daaronder worden de belangrijkste kaders weergegeven die door de betreffende spelers worden gesteld. ▪
Europese Unie De Europese Unie formuleert kaders zoals de Kaderrichtlijn Water, de Richtlijn stedelijk afvalwater en de Richtlijn industriële emissies. De aangescherpte Richtlijn stedelijk afvalwater zal naar verwachting
Figuur: de spelers (bron: storymap Visie op de Afvalwaterketen)
36
▪
▪
▪
▪
▪
uiterlijk 2026 in Nederland worden geïmplementeerd. Er ontstaat dan een verplichting om medicijnresten uit afvalwater te verwijderen. Ook is voorgesteld om producenten van medicijnen en cosmeticaproducten verantwoordelijk te stellen voor de impact van hun producten op duurzaamheid en daarom ook mee te laten betalen. Rijk Het Rijk formuleert kaders waaraan moet worden voldaan, zoals het Activiteitenbesluit, het Besluit lozing afvalwater huishoudens en het Besluit lozen buiten inrichtingen. Ook draagt zijn zorg voor wetgeving ten aanzien van veilig hergebruik van stoffen. Rijkswaterstaat Rijkswaterstaat is bevoegd gezag voor directe lozingen op rijkswateren, zoals bijvoorbeeld het lozen van gezuiverd afvalwater ('effluent') op het Noordzeekanaal, het Markermeer en het IJsselmeer. Provincie Provincie Noord-Holland is bevoegd gezag voor grote, risicovolle lozers (IPPC, BRZO, RIE-4 bedrijven) en formuleert kaders voor ruimtelijke ordening, bijvoorbeeld in Omgevingsvisie, -programma en -plan Waterschap Het waterschap is bevoegd gezag voor lozingen van gezuiverd afvalwater op oppervlaktewater in beheer bij het waterschap. Een uitzondering vormen de bedrijven met mogelijk grote milieuimpact. Daarvoor is de provincie bevoegd. Het waterschap legt in de Keur kaders vast voor het lozen van gezuiverd afvalwater.
Ook is het waterschap bevoegd gezag voor lozingen van bedrijven op transportleidingen of zuiveringsinstallaties van het waterschap en heeft een bindende adviesrol bij vergunningplichtige indirecte lozingen en een adviesrol bij meldingsplichtige indirecte lozingen. Indirecte lozingen zijn bedrijfslozingen op de riolering. Gemeenten De gemeenten zijn bevoegd gezag voor de lozingen van afvalwater vanuit bedrijven op de riolering. Afhankelijk van het type bedrijf gelden algemene voorwaarden, is er een meldingsplicht of is men vergunningplichtig. Ook zijn zij bevoegd gezag bij bodemlozingen, bijvoorbeeld van gezuiverd afvalwater in het buitengebied.
Omgevingswet Met de komst van de Omgevingswet vinden wijzigingen plaats in kaderstelling. Waterschappen kunnen hun eisen vastleggen in Omgevingsverordeningen en gemeenten in Omgevingsplannen. Waterschappen en gemeenten kunnen meer gebiedsspecifieke regels formuleren.
37
Begrippen en definities Afvalwaterakkoord
Een akkoord tussen waterschap en gemeente. Het bevat afspraken over overnamepunten en afnamehoeveelheden. Daarnaast staat in het afvalwaterakkoord hoe partners omgaan met uitwisseling van (meet)gegevens, elkaar informeren in de situatie van groot onderhoud of calamiteiten, enzovoort.
Afkoppelen/Niet aankoppelen
Het op de gemengde of vuilwaterriolering aangesloten afvoerend verhard oppervlak loskoppelen en aansluiten op een regenwatervoorziening. Bij nieuwbouw: het niet aansluiten van afvoerend verhard oppervlak op een vuilwatersysteem.
Afnamehoeveelheid
De toegestane hoeveelheid water dat op het overnamepunt wordt aangeboden.
Afvalwater
Al het water waarvan de houder zich - met het oog op de verwijdering daarvan - ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen.
Afvalwatersysteem
Het geheel van rioleringstechnische en zuiveringstechnische werken (waaronder riolering, gemalen, persleidingen, RWZI).
Assetmanagement
Maximaliseren van de waarde van bezittingen door het optimaal uitbalanceren van onderhoud en vervanging in relatie tot kosten, prestaties en risico’s.
Bedrijfsafvalwater
Afvalwater dat vrijkomt bij door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid, dat geen huishoudelijk afvalwater, afvloeiend regenwater of grondwater is.
Blauw-groene verbindingen
Aaneenschakeling van water- en groenvoorzieningen, goed te combineren met natuurontwikkeling en opvang/infiltratie van regenwater.
Branchestandaard
Voor goed stedelijk waterbeheer zijn vakmensen nodig. De branchestandaard gemeentelijke watertaken beschrijft welke activiteiten, kennis en competenties nodig zijn voor het uitvoeren van de gemeentelijke watertaken.
Circulaire economie
Economie gericht op en maximaal hergebruik van (afval)stoffen.
Doelmatig
Als de kosten niet meer in verhouding staan tot de maatschappelijke en hygiënische waarde van de voorziening.
Drukriolering
Een mechanisch rioleringssysteem waarbij het afvalwater via kleine pompjes en persleidingen wordt verpompt naar een ontvangstput. Drukriolering wordt vaak toegepast in het buitengebied. Het systeem is niet geschikt voor het transporteren van regenwater.
Drainage/infiltratie transportstelsel
Een stelsel bestaande uit DT-riolen, drains en regenwaterriolen, bestemd voor drainage en transport van hemel- en grondwater.
38
Duiker
Een buisconstructie onder een weg of dijk, die tot doel heeft om wateren met elkaar te verbinden.
Energie- en grondstoffenfabriek
Aangepaste RWZI voor de terugwinning van energie en grondstoffen uit afvalwater en biomassa.
Gemengd rioolstelsel
Rioolstelsel waarbij afvalwater en regenwater door één buizenstelsel worden ingezameld en afgevoerd.
Gescheiden rioolstelsel Rioolstelsel waarbij afvalwater en regenwater door afzonderlijke buizenstelsels worden Ingezameld en afgevoerd. Het afvalwater wordt afgevoerd naar een AWZI, (een groot deel van) het regenwater wordt rechtstreeks afgevoerd naar het oppervlaktewater. Groene berging
Verdiepte groenvoorziening voor de tijdelijke opvang van overtollig regenwater.
GRWP
Het Gemeentelijk Riool- en Waterzorgprogramma. Het programma geeft invulling aan elementen uit de Omgevingsvisie: hoe gaan we de visie realiseren? In aanvulling op het programma wordt een Omgevingsplan opgesteld waarin regels kunnen worden vastgelegd.
Regenwaterafvoer
Afvoer van regenwater voordat het tot afstroming komt over het wegdek of via de riolering.
HHNK
Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier
Hoofdrioolgemaal
Eindgemaal, meestal in beheer en eigendom van een waterbeheerder, via welke het afvalwater wordt getransporteerd naar een RWZI.
Huishoudelijk afvalwater
Afvalwater dat overwegend afkomstig is van menselijke stofwisseling en huishoudelijke werkzaamheden.
Hydraulische afvoercapaciteit
De capaciteit van een rioolstreng of rioleringssysteem om overtollig water af te voeren.
IBA
Systeem voor Individuele Behandeling van Afvalwater. Vergelijkbaar met een verbeterde septic-tank.
Industrieel afvalwater
Afvalwater afkomstig van industrieën of bedrijven.
Infiltratievoorziening
Een waterdoorlatende ondergrondse voorziening die het regenwater opvangt en het langzaam laat wegzakken in de bodem. Inspecteren Het waarnemen, herkennen en beschrijven van de toestand van rioleringsobjecten.
Inwonerequivalent
Dit is in Nederland een eenheid van vervuiling. Het is de gemiddelde hoeveelheid vervuiling in het afvalwater, die een persoon in huis veroorzaakt en is gebaseerd op de gemiddelde vervuiling door zuurstofbindende stoffen die een persoon per etmaal produceert.
Kapitaallasten
De langjarige kosten verband houdend met een nieuwe investering die niet direct is afbetaald.
39
Maaiveld
Veelgebruikte term om een hoogte aan te kunnen relateren. Meestal is bedoeld het straatniveau of de hoogte van een groenstrook.
Nieuwe sanitatie
Geheel van duurzame sanitaire voorzieningen zoals composttoiletten, natuurlijke filters e.d. voor de lokale verwerking van afvalwater.
Overnamepunt
Punt waar de overdracht plaatsvindt van het afvalwater uit de riolering aan het transportsysteem van het waterschap.
Overstort
Voorziening die bij hevige of langdurige neerslag in werking treedt en het overtollige regenwater loost op een voorziening of direct op oppervlaktewater.
Persleiding
Een leiding waardoor rioolwater met gebruikmaking van één of meerdere pompen onder overdruk wordt afgevoerd.
Randvoorziening
Vloeistofdichte voorziening als onderdeel van het rioolstelsel met als het doel het afvangen van vuil en/of bergen van overtollig afvalwater. Dergelijke voorzieningen worden toegepast ter verbetering van de waterkwaliteit.
Regenwaterriool
Riool alleen bestemd voor de inzameling en het transport van afstromend regenwater. Regenwatersysteem Zie “RWA-systeem”.
Regenwateruitlaat
Voorziening bedoeld voor de directe lozing van regenwater op oppervlaktewater of groene berging.
Relinen
Het inbrengen van een verstevigende constructie ter versterking van de buis. Meestal in de vorm van een in te brengen flexibele kous die door hete lucht, of water en/of licht uithardt en de buis duurzaam herstelt.
Riolering
Het geheel van riolen, rioolputten en bijbehorende voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater.
Rioleringsbeheer
Zorg voor het goed functioneren van het rioleringssysteem.
Rioolheffing
De belasting die bewoners en bedrijfsleven moeten betalen om gebruik te mogen maken van de riolering.
Rioolgemaal
Bouwwerk met een inrichting voor het verpompen van afvalwater.
Rioolwaterzuivering (RWZI)
Een inrichting (werk) waar het afvalwater wordt ontdaan (van een grootdeel) van de verontreinigingen.
Riothermie
Techniek om thermische energie (warmte) te onttrekken aan het afvalwater en deze her te gebruiken, bijvoorbeeld voor de verwarming van en zwembad.
Sanitatie
Geheel van sanitaire voorzieningen zoals waterleiding, riolering, sanitair e.d. en voorlichting over nut en noodzaak van hygiënische leefomstandigheden als preventieve maatregel tegen gezondheidsklachten/ziekten.
40
Stedelijk afvalwater
Huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend regenwater, grondwater of ander afvalwater.
Transitie
Een geleidelijke ombuiging van een bestaande situatie naar een toekomstig gewenste situatie. Bijvoorbeeld de transitie van een lineaire economie naar een circulaire economie.
Verbeterd gemengd rioolstelsel
Gemengd rioolstelsel met ter plaatse van één of meerdere lozingspunten een randvoorziening met als doel vuilemissiereductie.
Verbeterd gescheiden rioolstelsel (VGS)
Gescheiden rioolstelsel waarbij een deel van het (meest vervuilde) regenwater wordt verpompt naar de AWZI of alternatieve locatie voor de behandeling van verontreinigd regenwater.
Vrijverval riolering
Rioleringssysteem waarbij het transport van afvalwater plaatsvindt door middel van de zwaartekracht.
Vuilemissie
Het totaal aan vervuilende stoffen afkomstig uit het rioleringssysteem dat (in)direct via overstorten wordt geloosd op oppervlaktewater.
Vuilwaterriool
Riool alleen bestemd voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater.
Wadi
Een lokale, groene laagte in openbaar gebied waar regenwater tijdelijk kan worden opgevangen en infiltreren in de bodem.
Waterpasserende/ waterdoorlatende verharding
Verharding (meestal wegbestrating) die het regenwater laat passeren via grof materiaal in de voegen (waterpasserend) of via het poreuze materiaal (waterdoorlatend).
Water-op-straat
Het verschijnsel tijdens hevige of langdurige neerslag dat water uit de riolering op straat komt te staan of dat regenwater niet in de riolering kan stromen als gevolg van overbelasting en/of een belemmerde afvoer.
Wateroverlast
Het verschijnsel dat “water op straat” overgaat in wateroverlast in de vorm van ernstige hinder (langdurige onbereikbaarheid) of leidt tot waterschade (bijvoorbeeld water in de woning).
Zeer zorgwekkende stoffen
ZZS (Zeer Zorgwekkende Stoffen) zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu omdat ze bijvoorbeeld de voortplanting belemmeren,kankerverwekkend zijn of zich in de voedselketen ophopen.
41
Referenties ▪ ▪ ▪ ▪
HHNK, GIS-kaart afvalwaterketen (actueel) MRA, Basisveiligheidsniveau klimaatbestendige nieuwbouw 3.0 (2021) MRA, Intentieovereenkomst Klimaatbestendige nieuwbouw in de MRA en Noord-Holland (2022) Samenwerking Zaanstreek-Waterland, Op weg naar de afvalwaterketen van de toekomst (actueel)
42
Kostendekkingsplan (Arcadis)
43
Grondwaterbeleidsplan gemeente Purmerend
44
Bezoekadres
Purmersteenweg 42 1441 DM Purmerend Postadres
Postbus 15 1440 AA Purmerend Telefoon & e-mail
(0299) 452 452 info@purmerend.nl purmerend.nl
45