B-was-wordt-tabel-wijziging-algemene-plaatselijke-verordening-purmerend-2021
Tekst van het document
Was – wordt tabel wijziging Algemene plaatselijke verordening Purmerend 2021 Leeswijzer: In de linkerkolom (‘WAS’) staat de bestaande tekst, waarbij de woorden en leestekens die wijzigen cursief zijn gezet en – als het een facultatieve bepaling betreft – eveneens zijn onderstreept (aangezien dan de hele bepaling cursief is i.v.m. het facultatieve karakter). In de rechterkolom (‘WORDT’) staat de nieuwe tekst, waarbij de nieuwe woorden en leestekens vet zijn gedrukt en – als ze al vet waren gedrukt– eveneens zijn onderstreept. Onder elke wijziging staat een korte toelichting, soms voor een aantal artikelen tezamen. Was Artikel 2:24 (definities), eerste lid, onder d:
Wordt Artikel 2:24 (definities), eerste lid, onder d:
d. het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen; Artikel 2:26 (Ordeverstoring)
d. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; Artikel 2:26 (Ordeverstoring)
1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. 2. Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde. 3. Het verbod in het tweede lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht. n.v.t.
1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. 2. Het is verboden enig gereedschap, voorwerp of middel te vervoeren of bij zich te hebben met de kennelijke bedoeling daarmee bij een evenement de orde te verstoren.
Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 7. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het woon- en leefklimaat, de veiligheid, de zedelijkheid of de gezondheid nadere regels stellen voor de exploitatie van openbare inrichtingen.
Toelichting De Drank- en Horecawet is gewijzigd. De gewijzigde wet is per 1 juli 2021 in werking getreden. De wet wordt voortaan aangeduid als Alcoholwet. Bij arrest van 24 december 2021 heeft de Hoge Raad het in de APV opgenomen ‘colorverbod’ onverbindend verklaard, omdat dit in strijd is met het in artikel 7, derde lid, van de Grondwet neergelegde recht op vrijheid van meningsuiting (ECLI:NL:HR:2021:1946). Het colorverbod moet dan ook komen te vervallen in de Apv. Het tweede lid is toegevoegd. Op deze manier kan worden opgetreden bij een daadwerkelijke verstoring en een mogelijke poging daartoe. Met het tweede lid kan gemakkelijker proactief worden opgetreden. Aan artikel 2:28 over de exploitatie van een openbare inrichting wordt een zevende lid toegevoegd. Dit artikellid creëert de mogelijkheid voor de burgemeester om nadere regels te kunnen stellen. Een dergelijke regel is ook in de Apv van bijvoorbeeld de gemeente Amsterdam opgenomen en op basis daarvan is zogenaamd VIPtafel beleid vastgesteld. Bij besluit van 20 maart 2019 in de Driehoeken binnen de eenheid Noord-Holland zijn de
Titel hoofdstuk 2, afdeling 5:
Titel hoofdstuk 2, afdeling 5:
Afdeling 5. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Dranken Horecawet Artikel 2:34a (Definities):
Afdeling 5. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet Artikel 2:34a (Definities):
Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder de daarin gebezigde begrippen verstaan dat wat daaronder wordt verstaan in de Drank- en Horecawet. Artikel 2:34b, derde lid:
Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder de daarin gebezigde begrippen verstaan dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet.
3. Op de aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 4, vierde lid van de Drank- en Horecawet is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. n.v.t.
3. Op de aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 4, vierde lid van de Alcoholwet is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:34g Proeverijen in slijtlokaliteiten 1. Slijtersbedrijven zijn vrijgesteld van het in artikel 3, eerste lid, en het in artikel 14, eerste lid, van de Alcoholwet vervatte verbod, ten behoeve van het tegen betaling organiseren van een proeverij in hun slijtlokaliteit. 2. De vrijstelling geldt buiten de dagen en tijden dat de slijtlokaliteit bij of krachtens de Winkeltijdenwet regulier is opengesteld.
Artikel 2:34b, derde lid:
gemeenten opgeroepen om dergelijk beleid vast te stellen. Hiervoor is eerst een wijziging van de Apv noodzakelijk. De Drank- en Horecawet is gewijzigd. De gewijzigde wet is per 1 juli 2021 in werking getreden. De wet wordt voortaan aangeduid als Alcoholwet. Zie hierboven.
Zie hierboven.
Het is voor slijters verboden in hun slijterij een proeverij te organiseren. Het is alleen toegestaan de klant te laten proeven indien hij daarom verzoekt en dat proeven moet bovendien gratis zijn (artikel 13, tweede lid, van de Alcoholwet). Artikel 25e van de Alcoholwet maakt het mogelijk om bij verordening vrijstelling te verlenen van dit verbod, zodat betaalde proeverijen in slijtlokaliteiten zijn toegestaan. Deze vrijstelling geldt voor alle slijters in de gemeente. Het nieuwe artikel 2:34g voorziet in die vrijstelling. De voorwaarden waaraan een proeverij moet voldoen staan in artikel 6.1 van het Alcoholbesluit. Zo mogen maximaal één proeverij per dag
Artikel 2:40 Kansspelautomaten
Artikel 2:40 Kansspelautomaten
1. In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal twee kansspelautomaten toegestaan. 2. In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan. Artikel 2:48 (Verboden drankgebruik), tweede lid:
Alleen in inrichtingen die in het bezit zijn van een geldige vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet, zijn kansspelautomaten toegestaan en wel tot een maximum van twee. Artikel 2:48 (Verboden drankgebruik), tweede lid:
2. Het verbod is niet van toepassing op:
2. Het verbod is niet van toepassing op:
a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet;
a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet;
b. een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank- en Horecawet. Artikel 2:50a (Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties)
b. een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet. n.v.t.
1. Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek opstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde. 2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht. Artikel 2:60 (Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren), eerste lid:
Artikel 2:60 (Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren), eerste lid:
en maximaal drie proeverijen per week worden gegeven. Zoals aangekondigd in een memo van het college aan de gemeenteraad van 17 november 2021 (registratienummer 1558286) wordt dit artikel aangepast op de huidige praktijk. De Drank- en Horecawet is gewijzigd. De gewijzigde wet is per 1 juli 2021 in werking getreden. De wet wordt voortaan aangeduid als Alcoholwet.
Bij arrest van 24 december 2021 heeft de Hoge Raad het in de APV opgenomen ‘colorverbod’ onverbindend verklaard, omdat dit in strijd is met het in artikel 7, derde lid, van de Grondwet neergelegde recht op vrijheid van meningsuiting (ECLI:NL:HR:2021:1946). Het colorverbod moet dan ook komen te vervallen in de Apv.
In het eerste lid is de zinsnede ‘’opheffing van overlast’’ vervangen door ‘’beëindiging van overlast.
1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: a. aanwezig te hebben; b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels; c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is aangegeven; of d. te voeren. Artikel 2:65 (Bedelarij)
1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: a. aanwezig te hebben; b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels; c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is aangegeven; of d. te voeren. Artikel 2:65 Bedelarij
Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op een openbare plaats te bedelen om geld of andere zaken.
Het is verboden op een openbare plaats te bedelen om geld of andere zaken in door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast aangewezen gebieden.
Artikel 2:75 (Bestuurlijke ophouding)
Artikel 2:75 (Bestuurlijke ophouding)
Het motief ‘’voorkoming of beëindiging van overlast’’ is toegevoegd. Aanleiding is een uitspraak van het Europese Hof van de Rechten van de Mens, waarin hij oordeelt dat de menselijke waardigheid wordt aangetast als iemand niet beschikt over voldoende bestaansmiddelen en dat deze beschermd wordt door artikel 8 EVRM (het recht op de eerbiediging van het privéleven). Dit recht kan op grond van artikel 8, tweede lid, EVRM beperkt worden, mits deze beperking een legitiem doel dient, een wettelijke basis heeft en noodzakelijk is voor de democratische samenleving. De laatste voorwaarde vereist een afweging van de belangen van het individu en die van de maatschappij. Veiligheidshalve is daarom het motief ‘voorkomen of beëindiging van overlast’ opgenomen in artikel 2:65. De verwijzing naar artikel 2:50a is geschrapt.
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats als deze personen het bepaalde in de artikelen 2:1, 2:50a, 2:74, 2:74a en 2:74b groepsgewijs niet naleven. Artikel 3:7 (Weigeringsgronden), eerste lid, onder h, onderdeel 1:
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats als deze personen het bepaalde in de artikelen 2:1, 2:74, 2:74a en 2:74b groepsgewijs niet naleven.
1°. bepalingen, gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van deze verordening;
1°. bepalingen, gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van deze verordening;
Artikel 3:7 (Weigeringsgronden), aanhef eerste lid
Artikel 3:7 (Weigeringsgronden), aanhef eerste lid
1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 wordt een vergunning geweigerd als:
1. Een vergunning wordt geweigerd als:
(…) 2. Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder g, wordt gelijkgesteld: a. een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf; b. vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid, onder a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan € 375 bedraagt.
Artikel 3:7 (Weigeringsgronden), eerste lid, onder h, onderdeel 1:
(…) 2. Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder g en h, wordt gelijkgesteld: a. een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf; b. betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan € 375 bedraagt.
De Drank- en Horecawet is gewijzigd. De gewijzigde wet is per 1 juli 2021 in werking getreden. De wet wordt voortaan aangeduid als Alcoholwet.
Er worden drie wijzigingen aangebracht in artikel 3:7, dat over de weigeringsgronden van de prostitutievergunning gaat. Deze houden verband met gedragseisen die aan de exploitant en beheerder van een seksinrichting worden gesteld. In de aanhef vervalt de zinsnede ‘Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8’, omdat dit in tegenspraak is met artikel 3:1 van de APV. Daarin staat dat artikel 1:8 (algemene weigeringsgronden) niet van toepassing is op het prostitutiehoofdstuk. Bij de aanpassing van de model-APV in 2020 is door de VNG deze zinsnede abusievelijk toegevoegd. In het tweede lid, aanhef en onder b, wordt een schikking met een veroordeling gelijkgesteld. Hiervoor is in het verleden aansluiting gezocht bij het Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en Horecawet. De verwijzing naar de Algemene
wet inzake rijksbelastingen (AWR) is geactualiseerd. De schikking is in die wet vervangen door een bestuurlijke strafbeschikking, waarin een geldboete kan worden opgelegd (artikel 76, tweede lid, AWR). Ook in het Alcoholbesluit dat het Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en Horecawet per 1 juli 2021 heeft vervangen, is deze wijziging op deze wijze doorgevoerd. In verband hiermee is ook het woord ‘vrijwillige’ voor ‘betaling’ geschrapt. Voor de schikking op grond van artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht volgt de vrijwilligheid uit het accepteren van de schikkingsvoorwaarden. Artikel 4:13 (Opslag voertuigen, Artikel 4:13 (Opslag voertuigen, In het eerste lid is de zinsnede vaartuigen, mest, afvalstoffen en vaartuigen, mest, afvalstoffen en ‘’opheffing van overlast’’ dergelijke) dergelijke) vervangen door ‘’beëindiging’’ van overlast. 1. Het is verboden op door het 1.
Het is verboden op door het college in het belang van het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel beëindiging van overlast dan voorkoming van schade aan de wel voorkoming van schade aan openbare gezondheid de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: aanwezig te hebben: (…) Artikel 5:10 Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de rijbaan (Gereserveerd)
(…) Artikel 5:10 (Vervallen)
Dit artikel is komen te vervallen in de model-Apv. Zowel het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) als het ministerie van Verkeer en Waterstaat vinden dat de bepaling in strijd is met hogere regelgeving, namelijk artikel 10 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990).
Artikel 5:12 Overlast van fietsen of bromfietsen 1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan. 2. Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken te laten staan. Artikel 5:23 (Organiseren van een snuffelmarkt), eerste lid:
Artikel 5:12 Overlast van fietsen of bromfietsen 1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan. 2. Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken te laten staan. Artikel 5:23 (Organiseren van een snuffelmarkt), eerste lid:
1. Het is verboden een snuffelmarkt te organiseren: a. wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; b. als de burgemeester het organiseren van de snuffelmarkt verboden heeft in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu; of c. als degene die voornemens is een snuffelmarkt te organiseren daarvan niet tevoren melding heeft gedaan.
1. Het is verboden een snuffelmarkt te organiseren: a. wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; b. als de burgemeester het organiseren van de snuffelmarkt verboden heeft in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu; of c. zonder voorafgaande melding.
In verband hiermee is feitelijke handhaving/strafbaarstelling onmogelijk en is de bepaling een dode letter en kan deze dus vervallen. In het eerste lid is de zinsnede ‘’opheffing van overlast’’ vervangen door ‘’beëindiging van overlast.
Dit bevat een redactionele wijziging van artikel 5:23, eerste lid, onder c.