CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

B -was-wordt-lijst-actualisatie-rechtspositieverordening

Gemeenteraad 21 december 2023, gemeente PurmerendBij agendapunt: Actualisatie verordening rechtspositie raads- en commissieleden1.253 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was – wordt lijst actualisatie verordening rechtspositie raads- en commissieleden

Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. Commissielid : lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 of 84 van de Gemeentewet en de rekenkamercommissie; b. Griffier: de functionaris, zoals bedoeld in artikel 107 Gemeentewet; c. Presidium: het orgaan zoals bedoeld in het reglement van orde voor de raad en raadscommissies. d. Raadslid: lid van de gemeenteraad Toelichting bij de wijziging: De toevoeging “en de rekenkamercommissie” gold in de tijd dat raadsleden nog lid van de rekenkamercommissie konden zijn.

Artikel 2. Toelage raads- en commissieleden en bijzondere commissie 1. Leden van de rekenkamercommissie ontvangen voor de duur van het lidmaatschap een bijdrage van maximaal € 120 per maand. 2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 kunnen leden van een andere bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers gezien hun deskundigheid of de zwaarte van hun taak een afwijkende vergoeding ontvangen, vast te stellen door het presidium. Het presidium kan aan andere benoemde leden in een bijzondere commissie zoals bedoeld in en met inachtneming van artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, een afwijkende vergoeding vaststellen gezien hun deskundigheid en/of de zwaarte van hun taak. Toelichting bij de wijziging: Idem als bij artikel 1. De strekking van de nieuwe bepaling is hetzelfde als die van lid 2 maar anders geformuleerd

Artikel 3. Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden voor reizen buiten de gemeente 1. Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur als bedoeld in artikel 97 Gemeentewet worden aan een raads- of commissielid vergoed: a. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer; b. bij gebruik van een eigen auto het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt. 2. Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente, ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur, worden aan een raadslid of commissielid bij gebruik van eigen auto tevens de parkeer-, veer- en tolkosten vergoed; 3. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed. 4. Als een raadslid of commissielid een tijdelijke functionele beperking heeft, kan voor reizen als bedoeld in het eerste lid, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld. 5. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen buiten het grondgebied ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur worden ten laste van de gemeente vergoed. 6. De reiskosten worden voor ten hoogste één vergadering per dag vergoed.

Toelichting bij de wijziging: Het huidig artikel is gebaseerd op de oude situatie van het rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers waarbij raads- en commissieleden alleen de reiskosten van dienstreizen binnen de gemeente konden declareren. Artikel 3 geeft het recht om ook de reiskosten voor dienstreizen buiten de gemeente te kunnen declareren. Op 3 januari 2023 is het rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers gewijzigd waardoor dit recht nu volledig, voor reizen binnen en buiten de gemeente in het belang van de functie, uitputtend is geregeld. Dit betekent dat er lokaal (bij verordening) geen andere afspraken mogen worden gemaakt. Het rechtspositiebesluit bepaalt verder dat de raads- en commissieleden ook de parkeerkosten, stallingkosten, tolkosten of veerkosten kunnen declareren die bij deze reizen worden gemaakt, ongeacht het vervoermiddel dat ze gebruiken.

Artikel 4. 3 Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden 1. Een raads- of commissielid dat wil deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van zijn functie als bedoeld in artikel 3.3.3 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier. 2. Deze aanvraag gaat vergezeld van stukken met inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. 3. De kosten komen voor rekening van de gemeente als deelname van algemeen belang is in verband met de vervulling van het raadslidmaatschap. De griffier beslist op de aanvraag op basis van de bewijsstukken overeenkomstig het tweede lid. 4. Aanvragen die niet overeenkomstig de bepalingen in deze verordening worden ingediend komen niet voor vergoeding in aanmerking. 5. In voorkomende gevallen beslist het presidium

Artikel 5. 4 Vergoeding voor werkzaamheden van raadsleden 1. Van de vergoeding, bedoeld in artikel 3.1.1. van het Rechtspositiebesluit politieke ambtsdragers, wordt 20% uitgekeerd op basis van het aantal bijgewoonde raadsvergaderingen afgezet tegen het aantal gehouden vergaderingen gedurende een periode van telkens 12, maanden, gerekend vanaf de datum van installatie van de raad. 2. Het voorgaande lid is alleen van toepassing wanneer het betrokken raadslid meer dan 30% van het aantal raadsvergaderingen (met afronding naar het naastliggende gehele getal) gedurende een periode van 12 maanden niet heeft bijgewoond. Alsdan vindt verrekening plaats via de eerstvolgende aan het raadslid toekomende vergoeding.

Artikel 6. 5 Informatie- en communicatievoorzieningen raads- en commissieleden 1. Een raads- of commissielid tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld, bedoeld in artikel 3.3.2 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. 2. Een raads- of commissielid levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente.

Artikel 7. 6 Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel 1. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

2. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.

Artikel 8. 7 Betaling vaste vergoedingen Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van de vergoeding van commissieleden, bedoeld in artikel 3.4.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers per kwartaal per maand plaats met inachtneming van een vergoeding per bijgewoonde vergadering. Toelichting bij de wijziging: de praktijk is dat de betaling per maand is in plaats van per kwartaal.

Artikel 9. 8 Betaling en declaratie van onkosten 1. Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door: a. betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur, b. betaling vooruit uit eigen middelen of c. betaling ten laste van de gemeentelijke creditcard. 2. Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken. 3. Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen 9 weken na factuurdatum of betaling door raads- of commissieleden ingediend bij de griffier. 4. Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan raads- of commissieleden binnen 30 dagen na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt.

Artikel 10. 9 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop het is bekendgemaakt. 2. Op dat tijdstip vervalt de verordening rechtspositie raads- en commissieleden Purmerend 2022.

Artikel 11. 10 Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Purmerend 2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13630915/1