CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

b-visie-op-huisvesting-en-kindcentra

Gemeenteraad 27 maart 2025, gemeente PurmerendBij agendapunt: Integraal huisvestingsplan onderwijs 202513.292 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

In bepaalde gevallen kan zo’n afspraak leiden tot een instroombeperking bij een locatie en heeft dan mogelijk effect op de keuzevrijheid van ouders. De volumeafspraken dienen meerdere doelen: A. Evenwichtige spreiding van leerlingen over de schoolgebouwen; B. Efficiënte inzet van beschikbare onderwijsruimte en organisatiecapaciteit scholen; C. Betere voorspelbaarheid knelpunten in onderwijshuisvesting voor gemeente en schoolbesturen; D. Er kan een beter beeld geschetst worden waar nieuwe schoollocaties moeten worden ontwikkeld. Bij de invulling van de volumeafspraken is het belangrijk om te zorgen voor een optimale spreiding en bereikbaarheid van onderwijs om zoveel mogelijk recht te doen aan de keuzevrijheid van ouders. De aantallen spelen hierbij een rol, maar er is ook aandacht voor een uitgebreid aanbod aan onderwijsconcepten.

27

Voor het primair onderwijs wordt de capaciteit van de scholen op wijkniveau in samenhang beoordeeld en vastgesteld. Per locatie wordt afgesproken wat het maximaal aantal leerlingen is dat op die locatie kan worden gehuisvest. Daarbij wordt ook rekening gehouden met de huisvesting van IKC-partners. Voor scholen die speciaal onderwijs bieden, zijn volumeafspraken minder belangrijk vanwege het specifieke karakter van deze scholen. Voor het voortgezet onderwijs geldt dat de capaciteit van de verschillende onderwijsniveaus in regionaal verband wordt bekeken. Uitgangspunt voor afspraken hierover binnen de gemeente Purmerend is dat de huidige beschikbare ruimte alleen kan worden uitgebreid als daar (1) met regionale partners overeenstemming over is bereikt (in zgn. RPO11 verband) en (2) de gewenste uitbreiding van de capaciteit grotendeels verband houdt met planologische en/of demografische ontwikkelingen binnen de gemeente Purmerend zelf of binnen een direct aangrenzend gebied die logischerwijs kan worden gezien als voedingsgebied voor de school waar het om gaat. Voorstel in IHP: 15. Om beter te kunnen sturen op de optimale inzet van schoolgebouwen en het voorkomen van leegstand maken gemeente en po-schoolbesturen volumeafspraken, waarbij de gebouwcapaciteit als uitgangspunt wordt aangehouden.

Om er zeker van te zijn dat deze volumeafspraken worden nageleefd, ontwikkelen gemeente en schoolbesturen samen een reguleringsbeleid. 16. Voor het vo geldt een meer regionale aanpak waarbij afspraken in regionaal verband en de huidige bestaande gebouwvolumes als uitgangspunt worden gezien voor het optimaal gebruik maken van de capaciteit van het gebouw. De volumeafspraken, gemaakt door gemeente, schoolbesturen en IKC-partners, helpen bij het efficiënter beheren van de capaciteit van gebouwen en organisaties in relatie tot het aantal leerlingen.

Piekgebouwen De gemeente Purmerend heeft in een eerdere groeifase van de gemeente gebruik gemaakt van zogenaamde piekgebouwen voor voorzieningen, waaronder onderwijshuisvesting. De piekgebouwen zijn gebouwen die (bij voorkeur centraal) in wijken zijn gebouwd om pieken in huisvestingsbehoefte van verschillende maatschappelijke functies te voorzien. De piekgebouwen hebben inmiddels dienst bewezen. Op sommige plekken zijn de gebouwen nog in gebruik voor maatschappelijke functies, in deze gevallen zijn de gebouwen herontwikkeld tot andere functies. De piekgebouwen doen dienst als tijdelijke aanvulling op bestaande onderwijscapaciteit, maar kunnen ook dienst doen als tijdelijke huisvesting ten tijde van een grootschalige verbouwing van een schoolgebouw. Ook bij de instroom van nieuwkomers bewijzen de piekgebouwen hun nut als flexibele, inzetbare ruimte voor de onderwijshuisvestingscapaciteit. Piekgebouwen worden als een mogelijke oplossingsrichting gezien om te zorgen voor flexibiliteit zodat de gemeente en schoolbesturen in staat zijn goed in te kunnen spelen op onverwachte ontwikkelingen.

11

Met een Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen (RPO) maken schoolbesturen voor voortgezet onderwijs binnen hun regio afspraken over de inrichting van het regionale onderwijsaanbod. 28

Modulair bouwen en planologische ruimte Modulair bouwen kenmerkt zich door een ontwerp dat is opgebouwd uit aparte modules of bouwstenen die onafhankelijk van elkaar kunnen functioneren. Dit maakt het mogelijk om de fysieke structuur van onderwijsfaciliteiten aan te passen op basis van actuele behoeften. Modulair bouwen biedt zowel binnen een bestaande gebouwstructuur mogelijkheden om relatief eenvoudige aanpassingen te doen in de inrichting, als de mogelijkheid om een gebouw (tijdelijk of permanent) uit te breiden. Ook modulair bouwen beschouwen we dan ook als oplossingsrichting die we kunnen inzetten om te zorgen voor flexibiliteit. Daarbij moeten ook de planologische voorwaarden goed worden voorbereid. En, om echt te kunnen profiteren van de flexibiliteit van modulair bouwen, is het belangrijk om genoeg ruimte (terreinoppervlak) te reserveren om uitbreidingen daadwerkelijk in de toekomst fysiek mogelijk te maken.

Tijdelijke huisvesting In het kader van groei van de gemeente Purmerend en de voortdurende ontwikkeling in onderwijsbehoeften, is het onvermijdelijk dat sommige scholen zullen worden gerenoveerd of vervangen door nieuwbouw. Tijdens zulke ingrijpende verbouwingen of vervangingen is het noodzakelijk om een strategische aanpak te hebben voor tijdelijke huisvesting. Met als doel om de continuïteit van het onderwijs te waarborgen. Er zijn verschillende mogelijkheden om tijdelijke huisvesting te organiseren om de uitvoering van bouwprojecten mogelijk te maken. Voorkomen van tijdelijke huisvesting: gefaseerd bouwen Niet voor elk verbouwproject is het noodzakelijk om naar tijdelijke huisvesting uit te wijken. Onderzocht kan worden of het uitvoeren van een project bijvoorbeeld gefaseerd in vakantieperiodes kan. Telkens moet de afweging worden gemaakt of dit mogelijk is en of de voordelen hiervan opwegen tegen eventuele nadelen. Tijdelijke units Gebruik maken van tijdelijke units is over het algemeen eenvoudig te realiseren, maar is (1) kostbaar en (2) afhankelijk van de beschikbaarheid van geschikte locaties en de juridische mogelijkheden om die locatie met tijdelijke units te bebouwen.

Naast kosten voor huur of aanschaf van de tijdelijke units moet rekening worden gehouden met kosten voor het aanleggen van de nodige infrastructuur (onder- en bovengronds), het maken van fundatie voor het plaatsen en kosten voor transport, plaatsing en na gebruik het verwijderen. Gebruik van piekgebouwen en vrijkomende (school)gebouw De meest eenvoudige manier om invulling te geven aan tijdelijke huisvesting is wanneer gebruik gemaakt kan worden van een bestaand gebouw, zoals een vrijkomend schoolgebouw of een piekgebouw. Vaak zijn minimale aanpassingen nodig om het gebouw geschikt te maken voor de school waar het in dat geval om gaat. Omdat het om een relatief korte gebruiksperiode gaat en het uitzicht biedt op een vernieuwde huisvesting wordt een mindere kwaliteit van zo’n gebouw geaccepteerd.

29

Een centrale tijdelijke voorziening voor meerdere projecten Het is wenselijk om voor meerdere projecten dezelfde voorziening voor tijdelijke huisvesting te gebruiken, omdat dat kostenefficiënt is. Het is daarbij wel belangrijk om er scherp op te zijn dat de planning van projecten goed op elkaar aansluiten. Vertraging van een voorgaand project, leidt al snel tot vertraging van een volgend project. Voorstel in IHP: 17. Voor tijdelijke huisvesting houden we alle opties open met een voorkeur voor bestaande gebouwen. Er wordt telkens een afweging gemaakt tussen de kwaliteit voor onderwijs, de planning van uit te voeren projecten en kostenefficiency; 18. Waar planologisch mogelijk houden we rekening met flexibiliteit en toekomstige uitbreidingsmogelijkheden voor onderwijsgebouwen; maar piekgebouwen en modulaire oplossingen behoren ook tot de mogelijkheden. Door ruimte te creëren voor flexibiliteit in de onderwijshuisvesting zijn gemeente en schoolbesturen beter in staat om snel in te spelen op actuele en onverwachte ontwikkelingen.

Mobiliteit en verkeersveiligheid Op dit moment wordt uitvoering gegeven aan de aangenomen motie van de gemeenteraad van 3 november 2022 waarin verzocht wordt om onderzoek te doen naar de verkeersveiligheid rond scholen in de gemeente Purmerend en de te nemen maatregelen waar dat nodig blijkt. De insteek van deze motie en het maatregelenpakket dat uit het onderzoek komt, wordt meegenomen in het IHP. Bij de uitvoering van geadviseerde maatregelen zullen we nadenken over het toekomstperspectief van de schoollocatie. Een van de uitgangspunten is dat maatschappelijke voorzieningen binnen 10 minuten per fiets of lopend bereikbaar moeten zijn. In dit IHP wordt voor elke schoollocatie een toekomstperspectief geschetst. Wanneer op korte termijn het perspectief van een locatie verandert - bijvoorbeeld door het beëindigen van de onderwijsbestemming, of dat door verplaatsing van scholen het type school en de mobiliteit die erbij hoort verandert - zal dat worden meegenomen in de uitwerking van de maatregelen om de verkeersveiligheid te optimaliseren. Naast de bestaande locaties hebben we ook nieuwe onderwijslocaties nodig om te kunnen voldoen aan de vraag naar ruimte voor onderwijs. Ook bij deze nieuwe locaties zullen mobiliteit en verkeersveiligheid thema’s zijn die een belangrijke plek krijgen in zowel de afweging voor een locatie als de planuitwerking.

Daarbij leren we van de resultaten van het onderzoek, zetten we deze leerpunten om naar de bestaande locaties en maken we gebruik van de kennis die we daaruit opdoen. Om langdurige procedures zoveel mogelijk te voorkomen en voor gemeenschapsvorming worden de scholen zoveel mogelijk aan het begin van de gebiedsontwikkeling gebouwd.

30

Voorstel in IHP: 19. Nieuw te bouwen schoolgebouwen worden gerealiseerd in aansluiting op Purmerend 2040, op basis van de leerlingenprognoses en te maken volumeafspraken; 20. Schoolgebouwen worden zoveel mogelijk gerealiseerd in de eerste fase van een nieuwbouwontwikkeling; 21. Bij de keuze van type school en locatie speelt mobiliteit en verkeersveiligheid een belangrijke rol en maken we onderscheid tussen bijvoorbeeld scholen met een wijk-/dorpsfunctie en scholen met een meer regionale functie.

31

6. Bewegingsonderwijs Sport en bewegen zijn belangrijke onderdelen in de ontwikkeling van het kind en überhaupt in het leven van elk mens. Bewegingsonderwijs maakt een belangrijk deel uit van het onderwijs, zowel in het primair, speciaal als in het voortgezet onderwijs. Door een wetswijziging geldt in het primair onderwijs de wettelijke verplichting vanaf schooljaar 2023-2024 om ten minste 2 lesuren per week bewegingsonderwijs te geven door bevoegde leraren. In feite komt dit overeen met de altijd al gehanteerde 1,5 klokuren per week, maar nu is het een verplichting en wordt dat gekoppeld aan de bevoegdheid van de leraren. In 2023 is onderzoek gedaan naar de capaciteit bewegingsonderwijs in de gemeente Purmerend (Hospitality Group, 7 april 2023). Bij dit onderzoek komt naar voren dat 7 van de 20 sportaccommodaties (sporthal, sportzaal en gymzaal) ouder zijn dan 40 jaar en binnen korte termijn om aanpassingen vragen. Die opgave staat nog los van de vraag of de beschikbare capaciteit genoeg aansluit op de behoefte, zowel qua grootte als qua spreiding en type aanbod. De gemeente Purmerend houdt hierbij als richtlijn, zoals ook staat in de verordening voorzieningen huisvesting onderwijs, een maximale afstand tot gymnastiekvoorzieningen van 1.000 meter (met als streefafstand 750 meter) aan voor primair onderwijs. Voor het voortgezet onderwijs is het 2.000 meter hemelsbreed.

Als de streefafstand van 750 meter wordt aangehouden heeft dit gevolgen. De keuze voor de 750 of 1000 meter richtlijn heeft gevolgen voor de toekomstige plaatsing van gymzalen t.o.v. de onderwijslocaties of andersom, plaatsing van onderwijslocaties bij gymzalen. Daarom zal hier een besluit over genomen moeten worden. Met de algemene trend in Purmerend van een stijgend aantal leerlingen in de komende jaren, stijgt ook de behoefte aan voorzieningen voor bewegingsonderwijs. Als dat leidt tot de noodzaak om het aantal voorzieningen uit te breiden, moet goed gekeken worden naar het soort voorziening en de plek of plekken waar die voorzieningen zouden moeten en kunnen komen. Uitgangspunt is en blijft dat we zo efficiënt mogelijk om willen gaan met voorzieningen voor bewegingsonderwijs. Daar komt bij dat we willen aansluiten bij belangrijke ontwikkelingen, ook als het gaat om de behoefte aan sportvoorzieningen vanuit de breedtesport. En vernieuwingen in het aanbod moeten meegenomen worden bij afwegingen voor nieuwe of te vernieuwen accommodaties.

Belangrijke ontwikkelingen voor bewegingsonderwijs: • Continuroosters (en gevolgen voor roostering gymnastiekvoorzieningen); IKC-vorming en sport waar het bij arrangement buitenschoolse opvang ook deels om sport gaat en onderwijs en opvang meer samen en bij elkaar wordt georganiseerd; • Vanuit het mbo-onderwijs is er behoefte aan voorzieningen voor bewegingsonderwijs; • Nieuwe vormen van bewegingsonderwijs; • Naschools aanbod waaronder sport en cultuur die gebruik maken van de sportaccommodaties; • Toenemende druk op zowel de beschikbare uren voor bewegingsonderwijs als het gebruik tijdens buitenschoolse uren van de sportzalen; 32

•

Sport is een examenvak en onderdeel van een uitstroomprofiel in het vo. Dit legt extra druk op het gebruik van gymzalen. Tegelijkertijd is het belang om genoeg gymnastiekdocenten op te leiden ook in deze regio groot, dus voldoet dit uitstroomprofiel in het vo zeker aan een maatschappelijke behoefte.

Het mbo in Purmerend heeft ook behoefte aan voorzieningen voor bewegingsonderwijs en maakt waar mogelijk gebruik van (gemeentelijke) accommodaties. Hoewel de gemeente geen formele verantwoordelijkheid heeft om voorzieningen voor bewegingsonderwijs voor mbo-instellingen te organiseren, legt deze behoefte extra druk op de beschikbare capaciteit van sportaccommodaties in de gemeente.

Continuroosters De afgelopen jaren zijn bijna alle primair onderwijslocaties in Purmerend al overgegaan op een continurooster. Normaal gesproken kan zo’n aanpassing impact hebben op de capaciteit. Dit onder andere omdat de gymlessen dichter op elkaar moeten worden ingepland. Het continurooster zorgt meestal voor druk in de ochtend en begin van de middag maar ook voor meer leegstand in de latere middag omdat scholen met een continurooster eerder klaar zijn met een schoolprogramma. Maar, aangezien deze situatie in Purmerend al is doorgevoerd, zorgt dit richting de toekomst niet voor veranderingen in de behoefte.

IKC-vorming en bewegen in en om de school (BIOS) Bij IKC-vorming werken organisaties als onderwijs, kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang, peuteropvang en welzijnsactiviteiten voor kinderen samen. Zo wordt meer gehaald uit de samenwerking tussen kinderopvang, voor- tussen- en naschoolse opvang, peuteropvang en school. Deze ontwikkeling zorgt voor meer naschoolse gymlessen/sportactiviteiten en lessen onder schooltijd voor peutergym (als er geen speellokaal aanwezig is) en daarmee naar verwachting meer gebruik/bezetting van de bestaande binnensportaccommodaties. Aan de andere kant maakt het nog meer samenbrengen van onderwijs- en opvangvoorzieningen het in de toekomst misschien mogelijk dat lestijden kunnen worden opgerekt, waardoor het aantal toerekenbare uren voor het beschikbaar zijn van een gymzaal voor onderwijs kan worden verlengd, bijvoorbeeld van 27,5 uur naar 37,5 of zelfs 40 uur voor het primair onderwijs.

Nieuwe ontwikkelingen in het bewegingsonderwijs Voor bewegingsonderwijs richten we nog steeds traditionele gymzalen in. Onder andere als gevolg van eisen die worden gesteld aan dit curriculum. Een traditionele gymzaal, op basis waarvan de VNG haar normen (of richtlijnen) vaststelt, heeft een sportvloer van 21 x 12 meter (252 m2) en een vrije hoogte van 5,5 meter. De KVLO (Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding) adviseert ondanks dat toch om de sportvloer te vergroten naar minimaal 24 x 14 meter (308 m2) om de gebruiksfunctie voor verschillende sporten te vergroten. Nog idealer is een afmeting van 26 x 16 meter (416 m2) en een obstakelvrije hoogte van 7 meter.

33

De normatieve klokuren bewegingsonderwijs die zijn vastgesteld, zijn uitgangspunt voor het berekenen en plannen van de benodigde capaciteit aan gymnastiekvoorzieningen. In de basis geldt dat de normatieve klokuren gym moeten kunnen worden aangeboden in gymzalen. Met de eerder geschetste ontwikkelingen en vernieuwingen in het aanbod van bewegingsfaciliteiten, kan hier ook anders naar worden gekeken. Zo kan het aanbod aangevuld worden met meer keuzes. Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld beweegboxen of beweegpleinen. Uitgangspunt bij een nieuwe opgave voor een sportaccommodatie is dat breed wordt gekeken naar de behoefte, zowel bij onderwijs als bij breedtesport binnen de gemeente. Op basis daarvan wordt afgewogen welk type accommodatie het best passend is bij die situatie. Daarbij worden de adviezen van KVLO meegenomen in de afweging.

Type sportvoorziening Als er nieuwe sportaccommodaties gerealiseerd moeten worden, moet er goed gekeken worden naar het type sportvoorziening. Hierbij zijn er verschillende mogelijkheden en alternatieven. Bij het realiseren van een nieuwe gymvoorziening, kan gekeken worden of het mogelijk is om een beweegvoorziening te realiseren op basis van de gebruikers die past bij de tijd van nu. Een beweegbox is heel erg geschikt voor modern bewegingsonderwijs, maar ook multifunctioneel inzetbaar voor andere gebruikers. Een beweegbox heeft een minimale afmeting van 16x16 met een vrije hoogte van 5,5 meter. Die is te verdelen in 4 delen, waardoor in kleinere groepen efficiënt kan worden gesport. Afwijken van de afmetingen is mogelijk, maar alleen als de minimale afmetingen (oppervlakte) behouden blijft. Door vooraf een programma van bewegen en sporten te maken kan er ingespeeld worden op vragen. Op steeds meer plekken in Nederland worden zogenaamde beweegpleinen ingericht. Geen statische pauzeplekken voor kinderen, maar speelpleinen waar beweging en spel worden gestimuleerd. De beweegpleinen worden gezien als aanvulling op het aanbod van beweegvoorzieningen en spelen ook een belangrijke rol bij naschoolse activiteiten. We willen kinderen weer meer buiten laten spelen, maar zijn nog erg voorzichtig om buitenvoorzieningen als volledig alternatief te zien voor indoorfaciliteiten.

Voorstel in IHP: 22. Bij de ontwikkeling van een nieuwe schoollocatie wordt onderzocht in hoeverre het nodig of wenselijk is om ook voorzieningen voor bewegingsonderwijs te realiseren; 23. Uitgangspunt bij een nieuwe opgave voor een sportaccommodatie is dat breed wordt gekeken naar de behoefte, zowel bij onderwijs als bij breedtesport binnen de gemeente. Op basis daarvan wordt afgewogen welk type accommodatie het best past bij die situatie. Daarbij worden de adviezen van KVLO, maar ook de wettelijke richtlijnen en ruimtelijke mogelijkheden meegewogen in de afweging. Sport- en gymnastiekaccommodaties worden zo breed mogelijk gebruikt, kansen voor benutting accommodaties door zowel po als vo worden benut; 24. In de uitwerking wordt zoveel mogelijk gezocht naar oplossingen om de afstanden van scholen naar gymnastiekzalen binnen de wenselijke afstanden maximaal hemelsbreed 1.000 m po (met als streefafstand 750 m) i.v.m. de doelmatige onderwijstijd en veiligheid en voor het vo 2.000 m te realiseren; 25. Bij nieuwe opgaven worden verschillende oplossingen verkend en met elkaar vergeleken, waarbij ook de relatie tussen binnen- en buitenfaciliteiten wordt meegenomen.

34

7. Uitgangspunten IHP en keuzes Deze visie is samen met stakeholders tot stand gekomen en is de basis om het nieuwe IHP 20252030 verder vorm te geven. Dit doen we door de uitgangspunten in het bestaande IHP aan te houden en er nieuwe aan toe te voegen.

Uitgangspunten in bestaand IHP: eerder vastgestelde beleidskeuzes In het bestaande IHP uit 2021 is een aantal eerder gemaakte beleidskeuzes vastgelegd, waarvan we voorstellen deze zo te houden: • Gemeente Purmerend baseert haar investeringsbijdrage in de onderwijshuisvesting niet op de VNG normvergoeding, maar op de (jaarlijks te indexeren) “Financiële kaders IHP Onderwijshuisvesting gemeente Purmerend” die zijn opgesteld door Hevo (15 september 2020); • Binnen de genoemde financiële kaders wordt rekening gehouden met eisen die nu gesteld worden aan het binnenklimaat, gebaseerd op een afgewogen keuze voor verschillende componenten uit de Frisse Scholen classificatie; • Gemeente Purmerend gaat bij de duurzaamheidscomponent energie uit van BENG (bijna energieneutraal), nu de minimale eis die ook wordt gesteld in de Bbl. Dit vormt 1 van de uitgangspunten in het voornoemde financieel kader; • Gemeente Purmerend en schoolbesturen streven samen naar een hogere duurzaamheidsambitie in de vorm van ENG (energieneutraal) of waar mogelijk NoM (nul op de meter). Gemeente faciliteert deze ambitie door een laagdrempelige voorfinancieringsfaciliteit voor de schoolbesturen beschikbaar te stellen, die schoolbesturen in staat moet stellen om deze hogere verduurzamingsambitie te bekostigen met een jaarlijkse bijdrage.

• Gemeente Purmerend ondersteunt IKC-vorming bij nieuwbouw door investeringen in ruimte voor kinderopvangfuncties (KDV, VVE, PO, BSO12) voor te financieren, maar alleen als er waterdichte afspraken over dekking hiervan via huur of gebruiksvergoeding op basis van langjarige overeenkomsten gemaakt worden; • Gemeente Purmerend stelt jaarlijks een bedrag beschikbaar om schoolpleinen te vergroenen. In overleg met de schoolbesturen wordt dit verdeeld over 3 scholen per jaar. Bij toekomstige nieuwbouw kijken we hoe vergroening meegenomen kan worden in de plannen.

12

Kinderdagverblijf, Voor- en Vroegschoolse educatie, Peuteropvang en Buitenschoolse Opvang. 35

Voorstel aanvullende uitgangspunten In aanvulling op de uitgangspunten vanuit de wetgeving en de eerder gemaakte beleidskeuzes (vastgelegd in bestaand IHP), stellen wij voor om de hierna genoemde uitgangspunten toe te voegen. Daarbij geven we aan welke keuzes gemaakt kunnen worden. Op basis van de in deze visie beschreven ambities, ervaringen en uitkomsten van gesprekken met betrokken stakeholders, wordt geadviseerd om de keuze voor nieuw beleid over te nemen en als basis aan te houden voor de verdere uitwerking in het IHP proces. Volume schoolgebouwen (toelichting hoofdstuk 2) In de visie van de primair onderwijs (po) schoolbesturen is het belangrijk om, daar waar het mogelijk is, te streven naar (met uitzondering van Westbeemster13 en de Waterlandschool14) grotere onderwijseenheden dan de stichtingsnorm van 300 leerlingen15. Maatwerk op basis van de lokale omstandigheden en het onderwijsconcept blijft daarbij wenselijk. Als gevolg van grotere onderwijseenheden kan dat op bepaalde plekken in de gemeente het aantal schoollocaties verminderen of verschuiven. De schoolbesturen geven organisatorisch invulling aan deze opschaling: fusie van scholen, samenvoegen van scholen op 1 locatie, met of zonder uitruil van schoollocaties tussen besturen.

In feite wordt de omvang van een schoollocatie niet gebaseerd op de leerlingenprognose voor die ene school, maar op een bredere interpretatie van de leerlingenprognose. Bovenop de onderwijscapaciteit dient rekening te worden gehouden met aanvullende ruimtebehoefte voor de IKC-partner(s). De keuzevrijheid van ouders zal misschien minder zijn want als een school het maximum aan leerlingen heeft bereikt zal (volgens de volumeafspraken) een school doorverwijzen naar een andere school in de buurt. Nieuw beleid: Gemeente Purmerend heeft de intentie te streven voor de onderwijscapaciteit bij (ver)nieuwbouw van schoolgebouwen naar het (1) verminderen van kleine schoollocaties en (2) inzetten op onderwijseenheden groter dan de stichtingsnorm van 300 leerlingen, waarbij uitgegaan wordt van een bredere interpretatie van de leerlingenprognose in een bepaalde wijk of omgeving. Als hier een vaste voet mee wordt bespaard, wordt deze niet afgeraamd, maar beschikbaar gehouden voor ambities voor inclusief onderwijs. Volumeafspraken (toelichting hoofdstuk 5) Schoolbesturen en de gemeentelijke organisatie vinden het wenselijk om afspraken te maken over het gebruik van de onderwijshuisvestingscapaciteit.

Daarmee wordt (bouwen voor) leegstand zoveel mogelijk voorkomen, maar wordt het ook beter mogelijk om scholen in hun kracht te zetten en te houden en onderlinge concurrentie tussen scholen om te buigen naar focus op kwaliteit en inzet op specifieke behoeften. Bovendien kan het vorige beleidsvoorstel om te streven naar bepaalde schoolgrootte van schoollocaties niet zonder daar ook volumeafspraken bij te maken.

13

De Lourdesschool in de Westbeemster is al jaren stabiel (rond 100 leerlingen) in de leerlingenprognose. Schoolbestuur Ithaka houdt zich voor de grootte van haar scholen aan het aantal ‘stromen’ als uitgangspunt, waarbij een zgn. ‘éénstroomsschool’ een grootte van 250 leerlingen heeft en een ‘tweestroomsschool’ 500 leerlingen. Daar is haar bedrijfsvoering op ingericht en daar stuurt zij op bij de instroom van leerlingen. Voor de locatie in Purmerend ziet Ithaka een duurzaam perspectief voor De Waterlandschool op basis van een éénstroomsschool, oftewel voor 250 leerlingen. 15 Een school heeft volgens de wet bestaansrecht als ze voldoet aan een minimum aantal leerlingen. 14

36

Nieuw beleid: Gemeente Purmerend maakt volumeafspraken met schoolbesturen, gericht op het optimaal inzetten van de onderwijshuisvestingscapaciteit. De volumeafspraken worden gebaseerd op de onderwijscapaciteit van de schoolgebouwen (bestaand en nieuw), waarbij rekening wordt gehouden met gebruik van gebouwdelen door IKC-partners. Om de volumeafspraken uit te kunnen voeren, werken schoolbesturen onder regie van de gemeente een gezamenlijk reguleringsbeleid uit en komen binnen een jaar met een voorstel. Inclusie (toelichting hoofdstuk 3) De basis voor inclusief onderwijs is gelegd in de wet op het passend onderwijs, vastgelegd achtereenvolgend in art 40 lid 4 WPO, art 40 lid 5 WEC, art 8.9 WVO. Vanuit de minister van OCW zijn de grote lijnen voor de werkagenda inclusief onderwijs 2035, concrete acties en vervolgstappen in een brief met de tweede kamer gedeeld in maart 2023. Hoewel het zwaartepunt van de opgave om invulling te geven aan inclusief onderwijs bij de schoolbesturen ligt en er geen wettelijke verplichting is voor de gemeente in relatie tot de onderwijshuisvesting, kan de gemeente hier in faciliteren door extra, boven de norm te berekenen onderwijsruimte, aan scholen beschikbaar te stellen. Nieuw beleid: Gemeente Purmerend kent, al dan niet onder voorwaarden, extra ruimte toe bij (ver)nieuwbouw van scholen in het primair onderwijs en het vo voor inclusief onderwijs.

Daarbij gaat de gemeente voor nu uit van gemiddeld 50 m2bvo per project, maar per project zal beoordeeld worden wat nodig is. Dit hangt af van de visie van schoolbesturen op inclusie. De inhoudelijke beoordeling hiervan vindt plaats door het domein Maatschappelijk, ‘onderwijs’ binnen de gemeente. De dekking hiervan komt uit het over een langere periode bouwen van grotere scholen waarmee bespaard wordt op de ‘vaste voet’. Brede blik op maatschappelijke voorzieningen (toelichting hoofdstuk 2) Naast het IHP is er ook een behoeften inventarisatie maatschappelijke voorzieningen binnen de gemeente Purmerend. De vernieuwing van onderwijsgebouwen biedt ook kansen om breder te kijken naar (de behoefte aan) voorzieningen in de omgeving van de scholen waar het om gaat. Deze kansen willen we graag aangrijpen. Een integrale aanpak zoals deze vraagt wel wat van de projectorganisatie en de inbreng vanuit de gemeentelijke organisatie bij de ontwikkeling van projecten. Maar dit vraagt ook om aandacht voor de manier waarop invulling wordt gegeven aan eigendom en beheer van brede maatschappelijke accommodaties en goede en duurzame afwegingen daarin. Nieuw beleid: Gemeente Purmerend gebruikt een integrale aanpak bij nieuwe of te vernieuwen onderwijslocaties, waarbij als onderdeel van de planvorming verkend wordt of verbreding met andere maatschappelijke voorzieningen nuttig en haalbaar is.

Circulair, klimaatadaptief en natuurinclusief (toelichting hoofdstuk 4) In het bestaande IHP en in de financiële kaderstelling worden geen budgettaire maatregelen vastgesteld om specifieke investeringen in deze duurzame onderdelen te realiseren, behalve de inzet op vergroening van de schoolpleinen. De gemeente heeft wel beleid geformuleerd voor nieuwbouw van gebouwen die gaat over deze duurzaamheidsonderdelen: nieuwbouw moet voldoen 37

aan de basisveiligheidsniveaus klimaatbestendige nieuwbouw en moet voldoen aan het puntensysteem natuurinclusief bouwen. In hoeverre dit kan worden waargemaakt binnen het eerder genoemde financieel kader, is de vraag. De verwachting is dat echt inzetten op deze duurzaamheidsthema’s om extra investeringsruimte zal vragen. Nieuw beleid: We volgen de wettelijke basis en samen met de schoolbesturen gebruiken we elke kans om de thema’s circulair, klimaatadaptief en natuurinclusief zo optimaal mogelijk in elk bouwproject te realiseren, waarbij de gemeente hulp biedt bij het vinden en inzetten van subsidiemogelijkheden. Anticiperen op demografische ontwikkelingen (toelichting hoofdstuk 5) De gemeente Purmerend staat voor een flinke ontwikkelopgave en heeft verschillende gebieden aangewezen waar grootschalige ontwikkelingen zullen plaatsvinden. Dat heeft ook demografische gevolgen die ook in de prognose van de leerlingaantallen zijn meegenomen. In die nieuwe ontwikkelgebieden moeten ook voorzieningen, waaronder scholen of integrale kindcentra, worden gerealiseerd. Het is daarbij belangrijk om die kindvoorzieningen zoveel mogelijk in de eerste fase van de ontwikkelingen te realiseren. Dat levert in de eerste tijd naar verwachting meer capaciteit op die we graag flexibel wensen in te zetten.

Per locatie zullen we zoeken naar effectieve manieren om invulling te geven aan de gewenste flexibiliteit. Daarbij kunnen ook zogenaamde piekgebouwen een rol spelen. Nieuw beleid: Bij stedelijke uitbreiding wordt de realisatie van kindvoorzieningen (integrale kindcentra) zoveel mogelijk in de eerste fase gepland. Bewegingsonderwijs (toelichting hoofdstuk 6) Onderdeel van het IHP is het in kaart brengen van de capaciteit voor het bewegingsonderwijs en inzichtelijk maken waar knelpunten ontstaan. Een belangrijk onderdeel daarbij is de afstand van een school tot een gymzaal. Wettelijk zijn die afstanden bepaald op maximaal 1 kilometer hemelsbreed in het primair onderwijs en maximaal 2 kilometer hemelsbreed in het voortgezet onderwijs. De wens is om die afstand zo beperkt mogelijk te houden. De gemeente Purmerend heeft voor het primair onderwijs de ambitie om binnen een streefafstand van 750 meter te blijven, maar beschouwt de wettelijke afstand daarbij als uiterlijke afstand. Nieuw beleid: A. Gemeente Purmerend zet in op een zo effectief mogelijke benutting van de beschikbare capaciteit voor bewegingsonderwijs en om zoveel mogelijk leegstand te voorkomen; B. Gemeente Purmerend streeft naar een afstand van maximaal 750 meter tussen een basisschool en een gymvoorziening, maar houdt de wettelijke afstand (1 km) als uiterlijke afstand aan; C.

Er wordt geen capaciteit voor bewegingsonderwijs toegevoegd als daar op basis van de wettelijke normen (afstand en aantal uren) geen reden voor is.

38

Bezoekadres

Purmersteenweg 42 1441 DM Purmerend Postadres

Postbus 15 1440 AA Purmerend Telefoon & e-mail

(0299) 452 452 info@purmerend.nl 39

purmerend.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15236820/1