CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

B Sportvisie Sport in Beweging

Gemeenteraad 30 juni 2021, gemeente PurmerendBij agendapunt: Sportvisie “Sport in beweging”8.443 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

SPORT IN BEWEGING SPORTVISIE

SPORT IN BEWEGING | SPORTVISIE

INHOUDSOPGAVE

1.

Inleiding

3

2.

Visie op sport en bewegen

6

3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

De aanpak langs zes pijlers Pijler 1: Inclusief sporten en bewegen Pijler 2: Duurzame sportinfrastructuur Pijler 3: Vitale sport – en beweegaanbieders Pijler 4: Positieve sportcultuur Pijler 5: Vaardig in bewegen Pijler 6: Topsport die inspireert

7 7 9 12 14 16 19

4.

Aan de slag

20

5.

Bijlagen

22

2

SPORT IN BEWEGING | SPORTVISIE

1.

INLEIDING

Voor u ligt de visie op sport & bewegen. We bouwen daarmee voort op het Sportakkoord voor Purmerend en Beemster dat in 2020 is op­ gesteld. Daarin is al een aantal ambities vastgelegd met betrekking tot sport en bewegen. Met dit Sportakkoord is een impuls gegeven aan de samenwerking tussen verschillende partners. Het opgestelde Sport­ akkoord is een uitwerking van het Nationale Sportakkoord (2018) dat als doel heeft ervoor te zorgen dat iedereen in een veilige, gezonde omge­ ving met plezier kan sporten en bewegen. In Purmerend en Beemster sluiten we ons volledig bij dit doel aan. De afgelopen jaren is de wereld enorm veranderd. Ook op het gebied van sport en bewegen. Dit vraagt om een herijking van de sportvisie; een verdieping en verbreding van het eerder vastgestelde Sportakkoord. Binnen de voorliggende visie gaan we daarom uitgebreider in op wat we zien aan veranderingen en welke gevolgen dit heeft op de wereld van het sporten1. Zo bekijken we sport en bewegen in het licht van deze tijd. Dat is de basis voor de ambities van de komende jaren. Dat doen we aan de hand van zes pijlers, waaronder de pijlers die al zijn opgesteld in het lokale Sportakkoord. Met het oog op de fusie tussen Purmerend en Beemster, hebben we meteen gekeken naar wat het voor de nieuwe gemeente betekent.

1

Sport en de veranderende wereld We leven in een snel veranderende samenleving die meer dan ooit door snelle – vooral digitale – technologische ontwikkelingen wordt bepaald. Deze veranderingen zijn van grote invloed op de manier waarop mensen sporten en bewegen. We zien een toename in het aantal e-bikes, juist ook onder de jongeren. En sporters willen, en kunnen met behulp van allerlei technische hulpmiddelen, steeds meer zelf bepalen wat voor een sport ze op hun eigen gekozen tijdstip willen doen. Veel mensen willen flexibel zijn, niet meer vastzitten aan een vereniging of vooraf bepaalde lestijd. Sport moet ingepast worden in het drukke leven. Waar en wan­ neer je maar wilt. Daarom worden steeds vaker de hardloopschoenen aangetrokken, de racefiets gepakt, bootcamp lessen of yoga gegeven in het park etc. Sporten moet vooral laagdrempelig zijn en gemakkelijk in te passen in het drukke bestaan. De coronacrisis heeft een vergrootglas op de samenleving gelegd en stelt mensen en sportaanbieders voor uitdagingen. Hoewel er een groep mensen is dat minder is gaan sporten vanwege de sluiting van sportscholen is er een andere groep mensen dat juist creatiever wordt door toch te kijken hoe sport en bewegen nog haalbaar is. Sporten kan bijvoorbeeld vanuit huis met allerlei onlinefilmpjes die beschikbaar zijn. Of een dagelijks ommetje, gestimuleerd door de “ommetje-app”.

Ook zien we verschillen in hoe aanbieders van sport in deze tijd omgaan met de beperkingen van deze tijd. De ene organisatie staat stil, de ander wordt heel creatief. De buitenruimte wordt juist in de coronacrisis graag aangesproken als plek om te be­ wegen. Het aspect van het ‘samen sporten’ wordt door de technologie ook weer mogelijk gemaakt. Via Strava kun je bijvoorbeeld anderen volgen en dat kan stimulerend werken. De grote vraag is in welke mate de corona-crisis leidt tot structurele veranderingen in sport- en beweeg­ gedrag. Daar hebben we nog geen zicht op.

De inhoud van deze visie is gebaseerd op kwantitatieve en kwalitatieve inzichten en lokaal en landelijk verzamelde data, waaronder het onderzoek Toekomstvisie sport, Purmerend en Beemster, in opdracht van Spurd, uitgevoerd door de Hospitality Group. In de bijlagen staat een lijst met bronnen.

3

SPORT IN BEWEGING | SPORTVISIE

Al met al zien we dat de variatie op gebied van sport steeds groter wordt. Jongeren groeien in een digitale wereld anders op. En zij bepalen voor een groot deel de sportinfrastructuur van de toekomst. Kijk bijvoor­ beeld naar de opkomst van e-sports. Maar ook de nieuwe trends zoals jumpen en crossfit. Dit alles maakt dat het verenigingsleven onder druk staat. Het aantal leden neemt gewoonweg af. Het vraagt een andere mindset van vereni­ gingen en organisaties om hierop in te spelen. De organisatie zal met onze inwoners moeten meebewegen. Dit vraagt steeds meer creativi­ teit, ondernemerschap en innovatie van organisaties en verenigingen. Sport en de digitale wereld Afgelopen jaren is de digitale wereld steeds verder gegroeid, ook in re­ latie tot sport. Het is bijna een sport op zich geworden om de nieuwste gadget om je pols te hebben, waarin alle dagelijkse bewegingen worden bijgehouden. Ook zien we steeds meer beweging tussen de digitale wereld en de echte wereld. De Pokémon go, die via een digitale app mensen fysiek in beweging én in contact met elkaar brengt. Deze trend breidt zich langzaam uit. Denk hierbij aan een slimme gymvloer, waarmee de gymzaal verandert in een scherm waar­ op bewogen kan worden. Of een smartbril die je opzet tijdens je fietsrit op de hometrainer, waarmee je je heel even in het prachtige landschap van Noorwegen waant.

E-sport is (nog) niet erkend als sport. Maar het heeft wel degelijk een link met sport. En het biedt kansen voor topspor­ ters. Waar eerst het hele land doorgereisd moest worden om een gelijkwaardige te­ genstander te vinden, is het met e-sports veel makkelijker om in je eigen omgeving op

je eigen niveau te trainen. De moderne jeugd is steeds lastiger aan te spreken. WhatsApp en Facebook zijn bijna niet meer van deze tijd. Communicatie vindt steeds meer plaats in games. Bewegen en leren stimuleren door elektronica is een middel om ook deze doelgroep te bereiken. Bewegend leren is inzetbaar voor onderwijs, maar ook voor maatschappelijke vraagstukken. Ongetwijfeld biedt het ook kansen voor de traditionele sportverenigingen en voor de fysieke topsport. Met de komst van H20 Esports Campus in sporthal de Koogmolen is in Purmerend het grootste e-sports & gaming centrum van Europa in Purmerend aanwezig. Het biedt een plek aan e-sports en verbindt oplei­ ding en onderwijs aan jeugd en jong volwassenen. De komende jaren brengt dit volop kansen voor onze gemeente. Sport en de verbindende wereld Als we over sport spreken bedoelen we bewegen in de breedste zin van het woord. Sport is voor de meeste mensen geen doel op zich, maar een manier om iets te bereiken. Sport brengt plezier met zich mee, het ontspant en het verbindt mensen met elkaar. Sportende kinderen leren van jongs af aan samen te werken, door te zetten, vallen en opstaan. Het geeft je zelfvertrouwen. En ten slotte is het heel gezond; zowel mentaal als fysiek. Het versterkt je immuun stelsel en vermindert kans op ziektes. Sport en bewegen dragen bij aan vitale inwoners.

Iedereen -ongeacht waar je vandaan komt en of je financiële situatie het toelaatzou toegang moeten hebben tot sport. We zien ook dat sport als een rode draad door veel grote thema’s heen loopt die we binnen de gemeente kennen. Het heeft raakvlakken met economie, citymarketing, duurzaamheid en veiligheid. Maar ook met alle thema’s die we in het maatschappelijk domein kennen waarvan ge­ zondheid waarschijnlijk wel de grootste. Sport, bewegen en voeding draagt in grote mate bij aan de gezondheid van mensen en het kan gezondheidsproblemen voorkomen. Maar ook binnen de jeugdzorg en

4

SPORT IN BEWEGING | SPORTVISIE

binnen het onderwijs heeft sport een grote toegevoegde waarde. Het kan kinderen verder helpen in hun ontwikkeling en het kan problematiek voorkomen. Sport kan ook helpen om mensen te helpen bij hun partici­ patie. Mensen die op de bank zitten letterlijk in beweging krijgen. Mensen die eenzaam zijn of bijvoorbeeld een handicap hebben verbinden met anderen. In het kader van armoede zien we dat de kansen op sporten niet altijd gelijk zijn aan mensen die bijvoorbeeld wel voldoende financiële middelen hebben. Kansengelijkheid is echter breder dan de financiële component; het gaat ook om mensen met een verschillende achter­ grond, in bijvoorbeeld opleidingsniveau, leefstijl of cultuur. We willen juist ook meerwaarde bieden aan mensen met een bijzondere achtergrond. Een inclusieve samenleving betekent dat iedereen mee kan en wil doen op zijn of haar manier. Sport en bewegen bezorgt veel inwoners plezier, ontwikkeling, waardering, samen beleven en je goed voelen. Naast deze intrinsieke waarde levert het de samenleving: minder zorgkosten, minder criminaliteit, minder eenzaamheid, meer saamhorigheid en hoge arbeidsproductiviteit. Sporten en bewegen kan in die zin als middel worden getypeerd. Sport en bewegen kan dus gezien worden als een middel om iets te bereiken en kan daarom de huidige maatschappelijke thema’s onder­ steunen. Maar sport is ook gewoon sport, een werkwoord.

Onze gemeente kent een historie met vele sporttalenten en topsporters. We willen meer ruimte bieden om deze talenten en (potentiële) topsporters kansen te geven. Aansprekende sportprestaties maken inwoners trots en inspireren tot actief sporten.

Doel van deze visie Deze visie is gericht op sport & bewegen, beschrijft het kader en de ambities voor het beleid voor de komende jaren. Het is nadrukkelijk een kader dat ruimte laat voor verschillen op wijk- en buurtniveau, de groei van de stad, en voor maatwerk bij de rol en positie van sport in het sociale domein. Met als belangrijk doel om bij te dragen aan een gezonde leef­ stijl van onze inwoners. De ambitie voor de komende jaren is om steeds vaker te kijken waar sport en bewegen als middel kunnen worden ingezet om iets te bereiken, ondersteunend aan de maatschappelijke thema’s. Maar tegelijkertijd is de ambitie om sport als doel ook ruimte te geven. D.w.z. dat we top­ sporters een podium willen geven en onderzoeken wat daarvoor nodig is. Dit alles maakt het ook nodig om te kijken naar de accommodaties met de vraag of deze nog wel aansluiten. De komende jaren maken we hier werk van langs de zes pijlers: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Inclusief sporten Duurzame sportinfrastructuur Vitale sport- en beweegaanbieders Positieve sportcultuur Vaardig in bewegen Topsport die inspireert

5

SPORT IN BEWEGING | SPORTVISIE

2.

VISIE OP SPORT EN BEWEGEN

Hoe de wereld er over 5 of 10 jaar uitziet, dat weten we niet. Wat we wél weten, zijn de ambities die we hebben voor onze gemeente en haar inwoners. Wat betrokken organisaties vervolgens nodig hebben, dat weten ze zelf vaak heel goed. De rol van de gemeente is om ze daarbij te ondersteunen en te prikkelen om zich te ontwikkelen. Als regisseur, aanjager en facilitator kan de gemeente inwoners en verenigingen sti­ muleren. Purmerend is een vitale gemeente waarin iedereen, jong en oud en ongeacht belemmeringen, de kans heeft om gezond te leven en plezier te beleven aan sport en bewegen. De omgeving nodigt uit tot (sportief) bewegen door een beweegvriendelijke en -stimulerende inrichting van de openbare ruimte, een duurzame en toegankelijke sportinfrastructuur en een rijk en divers aanbod van sporten beweegactiviteiten voor alle inwoners.

Deze visie is als een wedstrijd: we kennen het spel, maar de uitslag niet. We volgen de ontwikkelingen op basis van ambities die we met elkaar – de inwoners, de organisaties, het onderwijs, het netwerk van zorg, welzijn en maatschappelijke dienstverlening, de ondernemers, de regio en landelijk - hebben besproken en sturen waar nodig bij.

6

SPORT IN BEWEGING | SPORTVISIE

3.

DE AANPAK LANGS ZES PIJLERS

Sport is niet nieuw, er staat al een heleboel. We kennen een hoge score ten aanzien van sport- en speelplekken, sport- en beweegruimte en na­ bijheid van openbare voorzieningen. We kennen een unieke verenigings­ infrastructuur, prachtige sportaccommodaties en honderden vrijwilligers die sport en bewegen mogelijk maken. Hiervoor spannen verenigingen, het onderwijs, werkgevers, maatschappelijke instellingen en organisaties en talloze inwoners zich dagelijks in. Maar er zijn ook zorgen: over overgewicht bij en de motorische vaardig­ heid van kinderen, het achterblijven van het aantal inwoners dat voldoet aan beweegrichtlijnen en dat wekelijks sport, de omgangsvormen op en langs het veld, de spreiding van de binnensportaccommodaties, beheer van de buitensportaccommodaties en over de verenigingsinfrastructuur die onder druk staat. Op landelijk niveau wordt voorspeld dat de klas­ sieke sportvereniging verder onder druk komt te staan doordat leden en vrijwilligers afhaken. Een voorspelling welke ook binnen onze gemeente zichtbaar is. Dit zijn signalen die we zeer serieus moeten nemen. Binnen de zes pijlers die hieronder zullen worden uitgewerkt beschrijven we wat we zien, waar we nu staan, waar we naartoe willen en wat hier­ voor nodig is.

3.1

Pijler 1: Inclusief sporten en bewegen

Sport blijft altijd wat het was: een bron van energie en gezondheid. Maar in een maatschappij waarin het de bedoeling is dat iedereen meedoet, heeft sport er een nieuwe dimensie bijgekregen: sport maakt meedoen mogelijk. Sport leert hoe mensen met elkaar omgaan, het verbindt, leert doorzetten en verlies incasseren. Maar ook voor niet-sporters is sport belangrijk: kom kijken, ontmoet mensen, word vrijwilliger, geniet van

evenementen. Sport geeft beoefenaars en de toeschouwers de gele­ genheid om in beweging te komen en mee te doen. We zien steeds meer kwieke ouderen die nog tot op latere leeftijd flink in beweging blijven. Niet alleen om fit & vitaal te blijven, maar ook om hun sociale contacten te onderhouden. En voor jongeren is het naast vermaak, ook een laagdrempe­ lige manier om te werken aan sociale vaardigheden, het vergroten van weerbaarheid en zelfvertrouwen en waar nodig te leren om te gaan met agressie. Op basis hiervan kan je zeggen dat (denk)sport en be­ wegen veel meer is dan een doel op zich. Het is ook een middel om belangrijke maatschappelijke resultaten te behalen. Sportieve initiatieven kunnen op deze manier een belangrijke bijdrage leveren aan het stimuleren van een vitale samenleving. Onbewust kunnen mensen zich echter buitengesloten voelen. Door be­ lemmeringen vanwege leeftijd, fysieke of mentale gezondheid, etnische achtergrond, seksuele geaardheid of sociale positie. Iedereen die wil sporten, zou hiervoor de mogelijkheid moeten krijgen. Als gemeente willen we dit dan ook zoveel mogelijk stimuleren. Niet alle sport is voor iedereen mogelijk, maar door bewustwording en waar nodig het toe­ passen van maatwerk, kan voorkomen worden dat er iemand buiten spel komt te staan.

7

SPORT IN BEWEGING | SPORTVISIE

Waar staan we nu? In onze gemeente worden er veel activiteiten georganiseerd door een breed palet aan betrokken organisaties, met als doel jong en oud kennis te laten maken met sport, bewegen, de rol van voeding en een gezonde leefstijl. We zien mooie onderlinge samenwerkingen ontstaan. Steeds vaker wordt sport breder ingezet en gaat het over welke bij­ drage het kan leveren aan de samenleving op thema’s als onderwijs, gezondheid, welzijn, participatie, eenzaamheid en armoede. Inzet van sport en bewegen biedt extra kansen voor de aanpak van bijvoorbeeld eenzaamheid, overgewicht, alcoholverbruik of ggz-problematiek. Bin­ nen onze gemeente wordt sport hiervoor dan ook al veelvuldig ingezet; te denken valt aan LifeGoals, GoldenSport door Spurd, leren fietsen bij Clup welzijn, sporten en wandelen met mensen in een uitkeringssituatie. De helft van onze verenigingen heeft aanbod voor specifieke doelgroepen. In onderstaande tabel wordt zichtbaar gemaakt welke doelgroepen dit betreft.

In onze gemeente worden sportcoaches en wijksport­ coaches ingezet. De wijksportcoach is het gezicht en het aanspreekpunt voor sport, bewegen en gezonde leefstijl in de wijk. Deze wijksport­ coaches zijn de verbinders tussen sporten en bewegen enerzijds en andere sectoren an­ derzijds. Met als doel het ondersteunen van verenigingen, het aanbieden van een passend sport- en beweegaanbod voor alle doelgroepen en leeftijden, waar mogelijk in hun eigen buurt. Voor de uitvoering van sport en beweegactiviteiten worden sportcoaches ingezet. De inzet van deze coaches is voor onze gemeente van groot belang en vraagt continue aandacht en waar nodig aanpassing aan de invulling van deze rol. Voor de kinderen die leven in gezinnen met te weinig financiële middelen is het jeugd- sport en cultuurfonds bedoeld. Voor volwassen minima is het de ambitie om hen ook aan het bewegen te krijgen. De MeerDoen regeling kan hiervoor ingezet worden. Voor kinderen zijn er ook mogelijk­

8

SPORT IN BEWEGING | SPORTVISIE

heden om mee te doen aan activiteiten in de stad die kosteloos zijn zoals SpurdFun en PurVak (Purmerendse Vakantieactiviteiten). Dit laatste is een samenwerkingsverband tussen Spurd, Clup Welzijn en Cultuurhuis Wherelant. Het Kinderparadijs (gratis toegankelijk) voor kinderen is ook een manier om kinderen uit te nodigen tot bewegen. Waar willen we naartoe? Sportdeelname voegt maatschappelijke waarde toe aan onze wijken en haar inwoners, waarbij niet de verschillen maar de verbindende kracht tussen bevolkingsgroepen centraal staat. Dit is belangrijk, het draagt bij aan een fijne en leefbare stad. We willen mensen bereiken die sport en bewegen niet als vanzelfspre­ kend ervaren; door bijvoorbeeld te achterhalen wat de beweegmotieven zouden kunnen zijn, en daar het aanbod op aan te passen. Maar ook door het leggen van verbindingen tussen de sportaanbieders en de ver­ schillende maatschappelijke partners in de stad en door het toegankelijk maken van de sportaccommodaties. We zien al steeds meer kleine, particuliere initiatieven ontstaan. De ge­ meente speelt hierin een faciliterende rol. Niet zelf bedenken, maar gaan waar de energie al zit. De (wijk)sportcoach is hierin één van de belang­ rijke spelers. Wat is hiervoor nodig? • Evalueren van de inzet (wijk)sportcoaches en waar nodig aanpas­ sen. • Stimuleren van afstemming van het aanbod op de vraag/behoefte van inwoners.

• Onderzoek doen naar en uitvoering geven aan wat er nodig is om mensen met een fysieke beperking of kleine portemonnee te sti­ muleren om te bewegen. • Versterken van de doorverwijzing naar sportaanbieders door actief

in te zetten op een goede samenwerking tussen maatschappelijke instellingen als onderwijs, de GGD, sportverenigingen en -aanbie­ ders, Spurd en de jeugdzorg. Daarbij zorgen voor verbinding met (kwetsbare) doelgroepen en activering tot sport en bewegen. • Vaardige trainers. • Het faciliteren van kleinschalige activiteiten, ontstaan vanuit eigen initiatieven door de inwoners. • Bij bestaande, bouw of verbouw accommodaties wordt rekening gehouden met toegankelijkheid voor mensen met een beperking.

3.2

Pijler 2: Duurzame sportinfrastructuur

Het leven wordt drukker, de agenda’s voller. Steeds meer willen mensen zelf kunnen bepalen wanneer, waar en met wie ze sporten. Er ontstaan nieuwe initiatieven die zich anders organiseren. Er wordt meer buiten gesport. Bootcamp of Yoga, het is niet meer weg te denken uit de par­ ken. De nieuwe Helmroute, en calisthenics in een aantal parken, skeeler en skatebaan en cabbage ball zijn enkele voorbeelden hiervan. Er is een toenemende druk op de openbare ruimte. Want deze ont­ wikkeling heeft ook een keerzijde: rustig op een bankje zitten of de hond uitlaten is er niet altijd meer bij. Om dit goed te faciliteren, juist in een groeiende stad waar de ruimte schaars is, is het belangrijk de openbare ruimte efficiënt, aantrekkelijk, veilig en zo beweegvriendelijk mogelijk in te richten. Pri­ mair is dit een lokale verantwoordelijkheid. Er zijn geen wetten of normen voor de ‘beweegvriende­ lijkheid’ van de openbare ruimte. Juist in een periode waarin we van veel wetten voor de leefomgeving naar één omgevingswet gaan biedt dit volop kansen. Kansen om gezondheid te verbinden met ruimtelijk beleid in een lokale omgevings­ visie.

9

SPORT IN BEWEGING | SPORTVISIE

Waar staan we nu? Buitenruimte Onze buitenruime heeft invloed op ons beweeggedrag. Deze buiten­ ruimte gaat niet alleen om sportvelden, zwembaden en clubhuizen, maar ook om bijvoorbeeld het Leeghwaterpark en het trapveldje in de wijk. Onafhankelijk vanuit welke wijk, vindt 29% 2 van de inwoners dat de buitenruimte uitnodigt tot bewegen. 25% deels en 16% is het hier niet mee eens. Dit laatste antwoord komt vooral vanuit de jongeren. Redenen die worden genoemd zijn o.a. slecht onderhoud van voet- en fietspaden, hondenpoep in parken en loslopende honden. Verbinden­ de voetpaadjes voor wandelaars en hardlopers en het realiseren van sporttoestellen in openbare ruimte zijn voorbeelden die genoemd zijn op de vraag wat mist op het gebied van sport en bewegen. Verspreid over de gemeente zijn er verschillende speelvoorzieningen, speelveld­ jes, trapveldjes, fiets- en wandelpaden en schoolpleinen. De aantrek­ kelijkheid van de omgeving kan mensen verleiden om naar buiten te gaan. De opgestelde Visie Leefbare Stad en het onderdeel Parkenplan (in wording), besteedt veel aandacht aan de kwaliteit van het groen en de buitenruimte, die bijdraagt aan de leefbaarheid. Ook is er recent een app gelanceerd, die het mogelijk maakt om signalen en klachten over de openbare ruimte digitaal te kunnen melden.

Accommodaties Als gemeente zijn we trots op het palet aan accommodaties dat het onze inwoners te bieden heeft. In totaal tellen we 30 binnensportac­ commodaties (4 sporthallen, 7 sportzalen en 17 gymlokalen/-zalen, turnhal, en één zwembad. Inmiddels krijgt een nieuw te ontwikkelen binnensportaccommodatie, met de totstandkoming van de visie op het Karekietpark, vorm. De (denk) sport wordt hierin nadrukkelijk meegeno­ men. Daarnaast hebben we 18 buitensport-accommodaties, die door

meer dan 25 sportverenigingen worden gebruikt. Ook is er veel aanbod van accommodaties van verschillende (commerciële) sportaanbieders en maatschap­ pelijke organisaties. Het zwembad heeft een – meer dan – ste­ delijke functie. Het Leeghwaterbad is een populair zwembad (jaarlijks 450.000 be­ zoekers) en kent voor de zwemlessen een wachtlijst. De huidige capaciteit staat onder druk, zeker gezien de groei van de stad. Op duurzaamheid en beperken van het energie­ verbruik wordt al een tijd ingezet. Na zonnepanelen op sporthal De Vaart (Purmer-Zuid), sportzaal Sportlaan (Overwhere), sportzaal De Kraal (Weidevenne) en het Leeghwaterbad hebben Ener­ giecoöperatie Zon op Purmerend, Spurd, gemeente Purmerend en de provincie Noord-Holland de handen ineengeslagen voor het realiseren van zoveel mogelijk zonnepanelen op het dak van De Beuk. Op één binnensportaccommodatie na zijn de accommodaties voorzien van een A label. In Overwhere is eind 2017 met Sporthal De Beuk een nieuwe en mul­ tifunctionele sportaccommodatie geopend. Sporthal De Beuk heeft de uitstraling en allure van een groot sportcomplex vol mogelijkheden voor breedte- en topsport. Rondom de sporthal bevinden zich meer­ dere sportparken, wat het palet aan sporten groot en kansrijk maakt. Een moderne accommodatie die voldoet aan de eisen van deze tijd.

Voor de rugbyclub wordt er 2021 een ASM (Athletic Skills Model) baan aangelegd. Deze multi inzetbare baan biedt kansen voor optimale be­ weegprogramma’s waar software en hardware elkaar versterken en is

2

Cijfers uit Omnibusenquête 2018

10

SPORT IN BEWEGING | SPORTVISIE

er voor rugby leden, talent en topsporters, onderwijs en andere geïnte­ resseerden. In de Beemster is er, gelegen naast de SV Beemster, de in privaat bezit zijnde multifunctionele sportaccommodatie De Kloek. Bij andere accommodaties voor binnensport zien we een ander beeld. Het betreft veelal traditionele accommodaties die enigszins een geda­ teerde uitstraling naar de wijk/buurt hebben. De meeste accommodaties zijn vooral functioneel ingericht voor met name het onderwijsgebruik. Geen van de accommodaties heeft een andere functie dan het facili­ teren van sport en onderwijs. Uit gesprekken met scholen (primair en middelbaar) komt naar voren dat in sommige gevallen er capaciteits­ problemen worden ervaren. Ook is het verlies van onderwijstijd door het vervoer van en naar de sportaccommodaties een zorg. Onderstaande tabel geeft inzicht in het gebruik van de huidige sport­ accommodaties. 3

Er is een stijgende vraag naar (flexibele) ruimten om nieuwe sportieve initiatieven te faciliteren. De capaciteit (m²) sportoppervlak zit echter vooral in ‘beperkte functionele’ sportzalen en gymlokalen en zijn veelal alleen toegankelijk voor de georganiseerde sport of specifieke vereni­ gingen. Daarnaast zien we dat de huidige accommodaties relatief tra­ ditioneel en weinig multifunctioneel zijn. Gezien de groei van de stad, is de verwachting dat de vraag zal stijgen. Doordeweeks zijn er nog veel momenten dat bepaalde sportparken of buitenaccommodaties, in tegenstelling tot de binnensportaccommodaties, er deels leeg en verlaten bijliggen. Ruim 85%4 van de accommodaties wordt door meer organi­ saties gebruikt dan één specifieke vereniging. Iets meer dan 35% van de verenigingen zou een groter gebruik van de accommodaties door andere organisaties toejuichen. Iets minder dan de helft van de vereni­ gingen staat daar op dit moment nog niet zo positief tegenover. Waar willen we naar toe? Als gemeente willen we de leefomgeving zo inrichten dat het uitdaagt om te bewegen: laagdrempelig en toegankelijk, zodat ook onze (seniore) mindervalide inwoners uitgenodigd worden om naar buiten te gaan. Waar mogelijk aangekleed met prikkels als gekleurde stoeptegels; hinkelblokken in trottoirs, meer paadjes en boomstammen voor de jeugd.

Waarbij de vraag ‘hoe’ altijd afhankelijk is van de lokale context en de mo­ gelijkheden in een bepaalde wijk. Er zijn geen blauwdrukken voor een beweegvriendelijke om­ geving. Dat moeten we ook niet willen, de wensen en de behoeften in de wijk Wheermolen kunnen anders zijn, dan die van de mensen in de binnenstad.

11 3 4

Data afkomstig uit onderzoek onder de verenigingen ten behoeve van het sportakkoord. (2020) Data afkomstig uit onderzoek onder de verenigingen ten behoeve van het sportakkoord. (2020)

SPORT IN BEWEGING | SPORTVISIE

Daarnaast willen we toegankelijk, aantrekkelijk en duurzaam aanbod van sportieve ruimten en (top)sportaccommodaties, die bijdragen aan de kwaliteit van de buurt, wijk en stad. Bij voorkeur zo verspreid mo­ gelijk. We zien kansen voor multifunctionele inzet van de accommoda­ ties, bijvoorbeeld als ontmoetingsplek in een wijk. Het is interessant om te onderzoeken op welke manier de accommodaties flexibeler ingezet kunnen worden en er waar mogelijk een hogere bezetting te behalen valt. Op basis hiervan kan ook bekeken worden in hoeverre het aanbod van accommodaties nog voldoet aan de vraag. Wat is hiervoor nodig? • Duurzame benutting van (buiten) sportaccommodaties: onderzoeken van de bezetting van de accommodaties; met als doel binnensport­ accommodaties multifunctioneler en flexibeler in te zetten. • Gezien de druk op de capaciteit van het zwembad onderzoeken we welke mogelijke oplossingen hiervoor te vinden zijn; rekening houdend met de plannen rondom het Leeghwaterpark en de om­ geving om zo de parkfunctie te versterken. • Verenigingen ondersteunen bij verduurzamen verenigingsaccom­ modaties. • Parken voorzien van duurzame multi-gebruikers oplossingen om te kunnen sporten, bewegen en voor maatschappelijke activiteiten. • Inzetten op breder, open en intensiever gebruik van buitensport- en verenigingsaccommodaties ondersteund door parkmanagement voor o.a.

gebruik, afstemming en onderhoud. • Een laagdrempelig en toegankelijk aanbod van innovatieve be­ weegoplossingen in de buitenruimte zodat dichtbij huis bewogen kan worden. • Verbinden en optimaliseren van toegankelijke beweegroutes voor wandelen, hardlopen en fietsen gecombineerd met onze parken en bezienswaardigheden. • Bij de (her)ontwikkeling van de openbare ruimte wordt rekening

gehouden met de mogelijkheid dat deze ruimte ook benut wordt voor, en stimuleert tot, beweging.

3.3

Pijler 3: Vitale sport – en beweegaanbieders

Sportverenigingen en commerciële sportaanbieders zijn van groot maatschappelijk belang. Niet alleen vanwege de sportieve activiteiten, maar zeker ook vanwege het sociale karakter. De sportieve omgeving draagt bij aan de ontwikkeling van de jeugd en biedt zowel de sporters als de vrijwilligers een sociale ontmoetingsplek. Het besturen van een sportvereniging wordt steeds complexer. Sport­ verenigingen geven aan behoefte te hebben aan ondersteuning en advies op allerlei gebied. Ondersteuning is bijvoorbeeld gewenst bij de organisatie van de vereniging, nieuwe wet- en regelgeving en het scholen van vrijwilligers. Gelijk aan de landelijke trend, worden verenigingen steeds kwetsbaar­ der: minder leden, minder vrijwilligers, minder geld. Voor een aantal is eerder een kwestie van ‘hoofd boven water houden’ dan langetermijn­ visie ontwikkelen en reserves opbouwen. In het Na­ tionaal Sportakkoord staat hierover: ‘Niet iedere sportaanbieder weet in te spelen op de maat­ schappelijke en technologische trends zoals vergrijzing, individualisering en digitalisering’. Waar staan we nu? De Sportraad is adviseur, intermediair en be­ hartigt de belangen van ruim 60 aangesloten verenigingen, een groot deel van de sporters en sportverenigingen in Purmerend en Beemster.

We zien dat sportverenigingen veel waarde hechten aan hun eigen identiteit; het beschikbaar stellen van middelen voor de accommodatie versterkt dit

12

SPORT IN BEWEGING | SPORTVISIE

mogelijk. 24% van onze inwoners is lid van een sportvereniging. Daaren­ tegen zien we ook een groei van het aantal individuele sporters, particuliere initiatieven en ‘ongeorganiseerde sportactiviteiten’ en verandering in het beoefenen van het soort sport. Steeds meer verenigingen kampen dan ook met een terugloop; zowel in het ledenaantal als in het aantal vrijwilligers. Mensen willen nog wel lid zijn van een vereniging, maar zijn minder bereid langdurige verplich­ tingen binnen de vereniging aan te gaan. De belangrijkste bron van inkomsten komt mede hierdoor steeds minder uit contributie en steeds meer uit kantineopbrengsten, sponsoring en subsidies. Een gezonde vereniging speelt in op deze ontwikkelingen. Dit vraagt een andere ma­ nier van organiseren. Denk hierbij aan flexibiliteit in lidmaatschap en accommodatiegebruik, vernieuwen van sportaanbod, versterken van samenwerking met onderwijs en maatschappelijke instellingen. Sommige verenigingen zetten hier al actief op in. Uit gesprekken is gebleken dat veel verenigingen wel willen, maar door gebrek aan kennis, capaciteit of middelen, niet altijd over de mogelijkheden beschikken om de ver­ anderingen door te voeren. Er liggen kansen om onze verenigingen te versterken door ze te ondersteunen en de benodigde verbindingen te leggen met andere partners.

Het is geen wettelijke taak, maar Purmerend stelt ook financiële middelen beschikbaar voor het vestigen van een sportaccommodatie (Deel­ verordening sport en recreatie Purmerend 2000). Deze middelen zijn alleen beschikbaar voor nieuwbouw, niet voor onderhoud. Daarnaast kunnen sportverenigingen - als ze voldoen aan de gestelde voorwaarden – aanspraak maken op een jaarlijkse subsidie op basis van de Subsidie­ verordening sport- en recreatieactiviteiten Purmerend 2017 voor jeugd­ leden, rechtspersoon, jeugdtrainer, onroerendzaakbelasting (ozb) en deskundigheidsbevordering. Door de voorwaarden en de onderdelen van de subsidieverordening, valt een aantal verenigingen buiten de boot.

Waar willen we naartoe? Een stad met een gevarieerd sportaanbod passend en toegankelijk voor ieders leeftijd, beperking, gender, culturele achtergrond, financiële situatie en seksuele geaardheid. Alle sportverenigingen zijn in beeld en Spurd is het aanspreekpunt voor elke vereniging. Verenigingsondersteuning heeft zicht op de finan­ ciële en organisatorische gezondheid van de ver­ enigingen en in hoeverre ze in staat zijn tegensla­ gen op te vangen en hun eigen accommodaties te onderhouden. Sportverenigingen spelen in op trends en ontwikkelingen, bieden flexibiliteit in lidmaatschap, zijn bereid een open of multifunctioneel sportpark te creëren, maken zich los van oude tradities en denkwijzen, staan in contact met het onderwijs en maatschappelijke instellingen, verbreden hun bereik met sportvariaties of sportaanbod en zien zichzelf als onderdeel van de maatschappelijke opgaaf. Vrijwilligerstaken worden ook bij niet-leden belegd, bijvoorbeeld via de vrijwilligerscentrale. Trainers, coaches en inspirators zijn zich bewust van het belang van de positieve sporterva­ ring voor kinderen in het bijzonder. Sport is meer dan bewegen alleen en een vereniging is meer dan sporten alleen. Waar mogelijk en logisch zoeken sportverenigingen (gedeeltelijke) samenwerking. Verenigingen zijn zich bewust van een veilig en gezond sportklimaat.

De gemeente ondersteunt en stimuleert deze ontwikkelingen door bijvoorbeeld een passende subsidievorm. Regionale samenwerking kan bijdragen aan het tot stand brengen dan wel versterken van verenigingen, dan wel de inzet van sportaccommo­ daties of accommodaties die gezien de omvang van de sport regionaal beoefend kunnen worden.

13

SPORT IN BEWEGING | SPORTVISIE

Wat is hiervoor nodig? • Evalueren van huidige subsidiebeleid en waar nodig aanpassen. • Vereniging 2.0: ondersteunen van verenigingen om financieel en organisatorisch gezond te zijn, nieuwe invalshoeken te delen en de maatschappelijke rol te vergroten. • Ondersteuning inzetten om verenigingen te helpen bij het aanbie­ den van sport- en beweegactiviteiten voor mensen met fysieke of mentale problematiek. • Stimuleren en kwalitatief verstevigen van het vrijwilligerskader om zo inzet en ondersteuning te kunnen waarborgen. • We gaan complexe regels vereenvoudigen, de toegankelijkheid naar informatie alsmede de communicatie verbeteren. Ook willen we een beeld krijgen of de huidige verordeningen nog aansluiten bij wat nodig is en indien nodig aanpassen. • Commerciële sportaanbieders binnen de gemeente betrekken om samen te kijken naar verbindingen, kennis- en datadeling, geza­ menlijk gebruik van sportinfrastructuur en de mogelijkheden tot het (her)ontwikkelen van initiatieven. • Onderzoeken en mogelijk opzetten van gezamenlijk gebruik en in­ koop om (niet commercieel – commercieel) financiële voordelen te realiseren. • Regionale afstemming over voorzieningen die gezien de omvang van de sport regionaal beoefend kunnen worden.

3.4

Pijler 4: Positieve sportcultuur

Sport levert prachtige momenten en sporten is leuk om te doen! Maar die mooie emoties die bij de sport horen, kunnen ook omslaan in onsportief of ongewenst gedrag. Meestal wordt grensoverschrijdend gedrag ge­ associeerd met ongewenst gedrag zoals handtastelijkheden, machts­ misbruik, discriminatie, pesten of geweldpleging. Maar ook match­fixing, het gebruik van doping, drugs of overmatig alcohol vallen hieronder. Grensoverschrijdend gedrag komt helaas ontzettend vaak voor in de sport. Eén op de acht kinderen/jongeren zou te maken hebben (gehad) met grensoverschrijdend gedrag. Uitsluiting in de sport is een niet te onderschatten probleem. Terwijl de sportclub juist een van de spaar­ zame plekken is waar mensen met verschillende achtergronden elkaar ontmoeten, vrienden maken en naar elkaar omkijken. Sport is van en voor iedereen. Voor uitsluiting, discriminatie, geweld of racisme is geen plaats! Waar staan we nu? Partners in onder andere het sport-, en onder­ wijs zetten sterk in op dit thema. Zo worden verenigingen al enkele jaren ondersteund in de vorm van lezingen en presentaties en ge­ ven besturen duidelijk invullingen aan dit on­ derwerp binnen beleid en uitvoering. Ondanks dat onderzoeken positieve resultaten laten zien, blijft het signaleren en bespreekbaar maken con­ tinue van belang.

De belangrijkste reden5 om te sporten voor onze inwoners is voor de gezondheid en het zich fit voelen (89%). Dit geldt voor alle leeftijdsgroe­ pen. Ook ontspanning of sport leuk vinden is belangrijk (50%). Voor 18-29 jarigen is dit belangrijker dan voor ouderen. Als derde reden om te sporten is genoemd afvallen of op gewicht blijven (35%); 30 t/m 49 jarigen noemen dit verhoudingsgewijs het meest. 5

Omnibusenquête 2020

14

SPORT IN BEWEGING | SPORTVISIE

ven door kinderen met een 8,4 iets hoger. Jongeren gaven hun sport­ trainers een vergelijkbaar cijfer (8,5). Om de verenigingen op dit thema te ondersteunen wordt ingezet op6: 1 Het ontwikkelen en invoeren van bestuurscoaching. 2 De manieren waarop ouders kunnen bijdragen aan de positieve sportcultuur op en rondom het sportterrein. 3 Het aanbieden van een praktijkgerichte, sportbrede cursussen voor bestuurders met daarin expliciete aandacht voor een positieve sportcultuur. 4 Het opzetten van bestuursnetwerken waarin sportbestuurders kennis en ervaring over een positieve sportcultuur onderling uitwisselen en benutten.

Landelijk blijkt dat 78% van de Nederlandse sporters en/of wedstrijd­ bezoekers (12 jaar en ouder) zich meestal veilig voelt tijdens en rondom sportwedstrijden. Verder wordt aangegeven dat 28% van de Neder­ landse sporters en/of wedstrijdbezoekers (12 jaar en ouder) wangedrag in de sport heeft meegemaakt of is hier getuige van geweest. Van de ge­ dragingen tijdens geobserveerde teamsportwedstrijden is 90% positief, acht procent van de gedragingen zijn onsportief (met name discussie aangaan of wegwerpgebaren maken) en twee procent zijn excessieve gedragingen, zoals fysiek geweld. In 2019 gaven ouders aan zwemdocenten en sporttrainers een ruime voldoende (8,4 en 8,3) op de vraag hoe tevreden zij zijn met de persoonlijke aandacht van de docent of trainer voor het welbevinden van hun kind. Voor gymdocenten lag het rapportcijfers gegeven door ouders met een 7,9 iets lager. In 2019 gaven kinderen hun gym- en zwem­docenten een ruime voldoende (7,9 en 8,0) op de vraag hoe te­ vreden zij zijn met de persoonlijke aandacht van de docent voor hun persoonlijk welbevinden. Voor sporttrainers lag het rapportcijfers gege­

Onze (wijk)sportcoaches, maken onderdeel uit van de Brede Regeling Combinatiefuncties, stimuleren sporten en bewegen en dragen bij aan de verbinding binnen verschillende sectoren. In 2019 leverde 67%7 van de landelijk ondervraagde (wijk)sportcoaches een bijdrage aan de ambi­ ties van het thema positieve sportcultuur. Waar willen we naar toe? Overal met plezier, veilig, eerlijk en zorgeloos kunnen sporten en be­ wegen is de centrale ambitie binnen het thema positieve sportcultuur. Het creëren van een positieve sportcultuur vraagt om aandacht voor en ondersteuning van bestuurders, trainers, coaches, docenten, (groot) ouders en verzorgers. Zodat iedereen kan en blijft meedoen want be­ wegen en sporten is leuk! Sport is een sociaal bindmiddel voor mensen van alle leeftijden. Ver­ enigingen en andere aanbieders dragen een positieve sportcultuur uit waarbij ook ouders aan de kant zich positief gedragen.

6

Themahoofdstuk Positieve sportcultuur: Mullier instituut 7 Monitoring Nationaal sportakkoord

15

SPORT IN BEWEGING | SPORTVISIE

Wat is hiervoor nodig? • Sportverenigingen en andere sportaanbieders worden in staat gesteld en gestimuleerd om verder te werken aan thema’s als sportief coachen en sportief besturen. • Met sportverenigingen worden plannen gemaakt hoe de sportclub zich (nog) meer tot een community kan ontwikkelen. • Inzetten om sporten voor mensen met een beperkte portemonnee, fysieke en/of mentale beperking mogelijk te maken en ze niet de uitzondering te laten zijn. • Inzetten van (wijk) sportcoaches om te signaleren en positief ge­ drag stimuleren en, expertise te delen. • Stimuleren van de verbinding zodat organisaties voor zorg, welzijn en maatschappelijke dienstverlening, sportaanbieders, verenigingen en onderwijs elkaar makkelijk vinden en helpen bij de (preventieve) aanpak van dit thema. • Sportverenigingen bieden kwalitatief goede trainingen aan, die bo­ vendien aansluiten bij wat in een leeftijdsfase nodig is.

3.5

Pijler 5: Vaardig in bewegen

Ondanks dat in Purmerend en Beemster veel aandacht wordt besteed aan sporten, bewegen, voeding en gezonde leefstijl voor kinderen, denk aan Purvak, peutergym en Spurdfun, bewegen tijdens buitenschoolse opvang, water en gezonde lunch op school, is spelen, bewegen en ge­ zonde leefstijl voor kinderen minder vanzelfsprekend geworden. En dat terwijl spelen zo belangrijk is voor de ontwikkeling van een kind: voor de beweging, het stimuleren van de fantasie en sociale eigenschappen en voor de motoriek. Spelenderwijs word je behendig, leer je de grenzen van je kunnen ontdekken en leer je doorzetten door vallen en opstaan. Allemaal goed voor het zelfvertrouwen. Door gebrek aan beweging en gezonde voeding is de kans op overge­ wicht groter, met alle chronische gevolgen van dien. Kinderen die min­ der vaardig zijn beleven ook minder plezier aan sport en is de kans op stoppen groter. Daarnaast bepalen ouders vaak of een kind begint met sporten of niet. Zeker als er financiële keuzes gemaakt moeten worden, verdwijnt sport al snel van de begroting. Naast kinderen en jongeren verdient ook de groeiende groep ouderen de aandacht op dit thema. Soms bewegen ouderen weinig omdat ze gezondheids- of mobiliteitsproblemen hebben. Als bewegen pijn doet of te moeilijk is, dan is de drempel daarvoor hoog.

Anderzijds kan bewegen in zulke gevallen juist ook een positief effect hebben: het kan de problemen verminderen. Sommige ouderen bewe­ gen niet omdat ze bang zijn om te vallen, om letsel op te lopen of om ergere gezondheidsklachten te krijgen.

16

SPORT IN BEWEGING | SPORTVISIE

Waar staan we nu? Zeven op de tien inwoners vinden ‘bewegen’ (zeer) belangrijk8. Twee derde deel voldoet aan het landelijke advies om minimaal 2,5 uur per week matig intensief te bewegen. Ruim een derde (36%) is bekend met het relatief nieuwe advies om minstens 2x per week aan spier- en bot­ versterkende activiteiten te doen; 16% heeft er van gehoord, maar weet niet precies wat het inhoudt. Er worden veel activiteiten georganiseerd door een breed palet aan betrokken organisaties om zo jong en oud kennis te laten maken met sport, bewegen en een gezonde leefstijl. Ouders vinden het zeer be­ langrijk dat hun kinderen bewegen. Op een schaal van een tot tien geven zij een 8,9 aan het belang.

Op scholen in het primair onderwijs wordt intensief ingezet op het bewe­ gen. Te beginnen met de kwaliteit van bewegingsonderwijs. Op (bijna) alle scholen is een vakleerkracht aanwezig om een deel van de lessen te verzorgen. Sinds 2015 krijgen peuters op de peuterspeelzaal gym. Op 12 scholen wordt vanaf groep 1 door een vakleerkracht gym gege­ ven. Vanaf groep 3 wordt dit op alle scholen door een vakleerkracht

verzorgd. In de beleidsregel ‘Bekostiging lokalen bewegingsonderwijs gemeente Purmerend 2015’ staat bepaald dat groep 3 tot en met 8 ieder 2 keer per week 45 minuten een gymzaal ter beschikking heeft. Nagenoeg alle scholen maken hier gebruik van. Aanvullend op het be­ wegingsonderwijs worden er veel programma’s en activiteiten tijdens of direct na schooltijd ontwikkeld. De overgang van primair onderwijs naar middelbaar onderwijs is een moment dat jeugdleden bij verenigingen afhaken. Een goede motoriek draagt bij aan de totale ontwikkeling van het kind. Onderwijs kan hierin een cruciale rol spelen en is daarom de plek om kinderen naar het gewenste motorisch niveau te ontwikkelen. Met de MQ (motorische quotiënt) scan monitoren nu 10 basisscholen de mo­ torische ontwikkeling van kinderen om zo waar nodig en gewenst te helpen de motoriek te verbeteren. Komende jaren wordt dit naar andere scholen uitgebreid. De afgelopen jaren zijn er voor de jeugd meer mogelijkheden om in aanraking te komen met een sport. Nagenoeg alle verenigingen bieden de mogelijkheid om de eerste 3 á 5x gratis kennis te maken met de sport. Ook steeds meer scholen bieden de mogelijkheid om na school­ tijd (naschoolse activiteiten) kennis te maken met een sport (naast cul­ tuur). Deze ontwikkeling heeft zichtbaar impact op de afname van de Jeugdsportpas.

Het is daarom de vraag of de jeugdsportpas in de toe­ komst op deze manier bij blijft dragen, mede gezien de mogelijkheden die er inmiddels zijn om kinderen kennis te laten maken met sport. Bij de groeiende groep ouderen (65 jaar en ouder zal met 5% groeien)9 wordt actief en breed ingezet op een gevarieerd aanbod van activiteiten. Zo blijven ouderen vitaler, behouden of ontdekken ze nieuwe contac­ ten, kunnen ze langer zelfstandig thuis wonen, behouden regie op eigen leven en waar mogelijk boeken ze gezondheidswinst. De lokale aanpak 9

8 Omnibus enquête 2020 Toekomstvisie sport, Purmerend en Beemster, Spurd

17

SPORT IN BEWEGING | SPORTVISIE

gericht op preventieve ouderengezondheid draagt bij aan het doel om ouderen vitaal te houden. Purmerenders10 van 18 jaar en ouder heeft (56%) matig of ernstig over­ gewichtovergewicht. Voor de Beemster is dit 49%. Het aantal inwoners dat voldoet aan de beweegrichtlijnen is in Purmerend 50% en in Beem­ ster 52%. Deze richtlijnen geven aan hoeveel je moet bewegen om gezond te blijven. Het uitgangspunt is dat je minstens 150 minuten per week aan matig intensieve inspanning doet, verspreid over diverse dagen. Aangevuld met tweemaal per week spier- en botversterkende activiteiten. Van de kinderen in groep 7 heeft 21 % overgewicht, klas 1 of 2 op voort­ gezet onderwijs heeft 22% overgewicht. 66% van de kinderen (8-12) loopt of fietst dagelijks naar school en 60% beweegt voldoende. De huidige inzet van een JOGG regisseur blijft sterk gewenst. De JOGG (jongeren op gezond gewicht) regisseur zet zich in om de omgeving van kinderen, door in te zetten op bewegen en voeding, gezonder te maken. Zo wordt het makkelijker voor ouders en kinderen om gezonde keuzes te maken. De integrale samenwerking en connectie wordt tussen de verschillende partijen sterk gezocht. Veel evenementen en projecten zijn succesvol te noemen, omdat veel inwoners deelnemen en veel herhaalbezoek wordt geconstateerd.

Waar willen we naar toe? Sport, bewegen en een gezonde leefstijl wordt met de paplepel inge­ goten: we stimuleren en faciliteren kinderen en hun ouders hierin zo veel mogelijk. Dit vraagt om een goede samenwerking tussen organisa­ ties voor zorg, welzijn en maatschappelijke dienstverlening, onderwijs, sportverenigingen en -aanbieders en Spurd. Ook de buitenomgeving speelt een belangrijke rol, zoals goede fiets- en wandelpaden, aantrek­ kelijke schoolpleinen en speeltuinen, parken met (sport) recreatie en

poepvrije trapveldjes. We streven naar een doorgaande leerlijn voor bewegingsonderwijs van­ af 2 jaar onder begeleiding van vakleerkrachten, waarbij volop aandacht is voor de motorische ontwikkeling en beweegmotivatie. Samen met het onderwijs en Spurd krijgt iedere basisscholier vanaf groep 1 minstens 2 x 45 minuten per week bewegingsonderwijs van een vakleerkracht. Scholen worden gestimuleerd in ontwikkelingen als bewegend leren, waarbij leerkrachten lesstof ook in bewegingsvorm aanbieden. We hechten waarde aan het actief betrekken van kinderen in de versterking van hun leefomgeving zoals de (her)inrichting van een (beweegvriende­ lijk) schoolplein. Sportverenigingen organiseren samen met scholen verschillende school­ sporttoernooien, ook om de jongeren in contact te laten komen met verschillende sporten. Daarnaast ontwikkelen de verenigingen een laag­ drempelig aanbod voor peuters, eventueel in samenwerking met de (wijk)sportcoaches en verenigingsondersteuning. We stimuleren en faciliteren ouderen zodat ze langer zelfstandig, samen en met meer zelfvertrouwen kunnen blijven sporten en bewegen. Wat is hiervoor nodig? • Sportorganisaties organiseren samen met scholen activiteiten om de kinderen in contact te laten komen met verschillende sporten. • Inzet JeugdSportPas heroverwegen. • De JOGG aanpak verder ontwikkelen.

• Stimuleren van bewegen in het onderwijs door clinics, sport tijdens lessen en uitdagende spelvormen te blijven aanbieden voor, tijdens en na school. • Schoolpleinspelen: ondersteuning en inrichting van het buitenspe­ len in het primair onderwijs. • Inzetten op de combinatie van innovatieve concepten, (digitale) 10

Overgewichtcijfers GGD

18

SPORT IN BEWEGING | SPORTVISIE

technologie, gamification en bewegen om in te spelen op trends en zo het spel-, sport- en beweeggedrag te stimuleren. • Ondersteunen en faciliteren van verenigingen bij het ontwikkelen van activiteiten voor jongeren waar mogelijk met het onderwijs.

3.6

Pijler 6: Topsport die inspireert

We geloven in de meerwaarde en de kracht van sporttalent en topsport. De relatie tussen top- en breedtesport is een wederkerige. Aanspreken­ de sportprestaties maken inwoners trots en inspireren tot actief spor­ ten. De gemeenten hebben een rijke historie aan topsporters, denk aan Chris Vos, August Kop, Martin Koeman, Frits Bührman, Sabrina van der Mast, Lieja Tunks, Veron Lust, Marlou van Rhijn, Fleur Jong en Stefan Rusch. Maar veelal leiden talenten en topsporters een anoniem leven en krijgen ze weinig ondersteuning. Voor goede trainingsfaciliteiten moeten ze vaak (ver) reizen. Waar staan we nu? Individuele sporters vinden binnen de gemeente zeer beperkte onder­ steuning en wijken uit naar omliggende grotere gemeenten. Mochten talenten of topsporters een mooie prestatie neerzetten, dan kennen we geen eenduidig huldigingsbeleid. Ook het jaarlijkse sportgala ‘Sport Awards Purmerend’ worstelt met het bestaan. Er is op dit moment op dit gebied nog veel te winnen en weinig te verliezen.

Waar willen we naar toe? We zijn trots op onze sporttalenten en topsporters. We geven ze een gezicht en een podium. We luisteren naar hun behoeften en wensen en proberen ze hierin te faciliteren. Waar mogelijk zetten we ze in als inspirator voor het onderwijs of (kwetsbare) inwoners. We halen jaarlijks een topsportevenement naar de gemeente en benutten dit als impuls voor de breedtesport. Verenigingen kunnen hier clinics en side events voor organiseren en scholen een schooltoernooi: zo zorgen we ook voor maatschappelijke betrokkenheid. We zien talent en topsport als onderdeel van onze duurzame sportinfrastructuur, omdat het inwoners en instellingen samenbrengt en bijdraagt aan het sportbewustzijn. Wat is hiervoor nodig? • Faciliteren van sporttalenten en topsporters, we geven ze een gezicht en een podium. • We zetten ons in op het organiseren van (een) topsportevene­ ment(en). We benutten dit als impuls voor de breedtesport. • We zoeken de samenwerking landelijk, regionaal en lokaal tussen topsport, bedrijfsleven, sportaanbieders, vereniging en onderwijs.

19

SPORT IN BEWEGING | SPORTVISIE

4.

AAN DE SLAG

Sport en bewegen is voor iedereen en door iedereen. Deze sportvisie geeft in hoofdlijnen het pad aan richting 2030. Een belangrijk onderdeel van deze visie is het verbinden van lokale partijen als sportverenigingen, welzijnsorganisaties en onderwijs. Samenwerken is dan ook van groot belang. Rijksregelingen in het kader van sporten en bewegen in de buurt (bijvoorbeeld de (wijk)sportcoach) en multifunctionele accommodaties (samenwerking onder één dak) bieden extra mogelijkheden. Sport, be­ wegen en gezonde leefstijl, ingezet als en bezien als doel en als middel, levert een bijdrage aan het welzijn en de gezondheid van onze inwoners. Sporten en bewegen verbindt verschillende beleidsterreinen, waardoor we met dezelfde middelen meer kunnen bereiken. Wie zitten er in ons team? Spurd: in haar rol als ondernemende partner is zij verantwoordelijk voor de uitvoering van het gemeentelijk sportbeleid w.o. het onderhoud, be­ heer en exploitatie van de buiten- en binnensportaccommodaties en het zwembad. Zet zij zich sterk in voor een gezonde leefstijl van inwo­ ners, heeft ze de rol van stimuleerder, verenigingsondersteuner en is ze de verbindende schakel tussen de sportaanbieders, organisaties voor zorg, welzijn en maatschappelijke dienstverlening en het onderwijs.

Sportverenigingen: Naast dat een sportvereniging een vereniging is voor personen die eenzelfde sport beoefenen of die nauw betrokken zijn bij diezelfde sport kent het ook een sterk verbindende maatschappelijke rol. Onderwijs: Kinderen en jongeren brengen veel tijd door op school. Het onderwijs kan dan ook een belangrijke rol spelen in het stimuleren van voldoende beweging, het delen van kennis over een gezonde leefstijl,

sportinnovaties, het opzetten en stimuleren van sportbranche gerela­ teerde opleidingen. Sportaanbieders (commercieel/niet commercieel): in de afgelopen 10 jaar is het aantal sportorganisaties binnen de gemeente toegenomen. Deze organisaties hebben nu een beperkte rol in het sport- en beweeg­ beleid, en is markt gestuurd. Samenwerkingspartners waarbij het winst­ oogmerk geen doorslaggevende rol mag spelen. Organisaties voor zorg, welzijn en maatschappelijke dienstverlening: Zijn er voor de inwoners en helpen hen gezond te blijven en om mee te doen in de samenleving. Sport en bewegen kan hierin duidelijk een verbindende rol hebben alsook een directe bijdrage leveren aan de gezondheid en/of herstel van mensen. Sportraad: de gemeente kent vele verenigingen welke zijn aan gesloten bij de Sportraad. De Sportraad is adviseur, intermediair en richt zich op de belangenbehartiging van de aangesloten verenigingen, de bevorde­ ring van de sport en stimulering van de sportdeelname. Sportbonden: een rol als vertegenwoordiger van de leden van diverse sporttaken, maar sportbonden spelen ook een bepalende rol als het gaat om infrastructurele eisen en wedstrijdprogramma’s en zodoende hebben zij direct invloed op het lokale beleid en daarbij behorende in­ vesteringen.

De gemeente: in een stimulerende en verbindende rol als het gaat om de sport- en beweegdeelname, een gezonde leefstijl en de maatschap­ pelijke impact hiervan. Daarnaast signaleert de gemeente kansen en knelpunten in het samenbrengen van ruimteclaims voor maatschap­ pelijke voorzieningen, het benutten van kansen om sportinfrastructuur

20

SPORT IN BEWEGING | SPORTVISIE

multifunctioneel en daarmee effectief te benutten en zorg te dragen voor een goed voorzieningenniveau. Tot slot: Een visie op sport en bewegen is een eerste stap. Om met elkaar tot concrete resultaten te komen is een goede samenwerking en uitvoe­ ringsprogramma van groot belang. De verbindingen mede tot stand ge­ komen door het ondertekenen van het Sportakkoord, worden met de tot stand koming van deze visie verder bekrachtigd. Met andere woor­ den, om maar in sporttermen te blijven: “Samen maakt ons sterk!”

21

SPORT IN BEWEGING | SPORTVISIE

5.

BIJLAGEN

De inhoud van deze visie is gebaseerd op kwantitatieve en kwalitatie­ ve inzichten en lokaal en landelijk verzamelde data, waaronder het on­ derzoek Toekomstvisie sport, Purmerend en Beemster, in opdracht van Spurd. Onderstaande documenten liggen ten grondslag aan de sportvi­ sie - op alfabetische volgorde: • Data afkomstig uit onderzoek onder de verenigingen ten behoeve van het sportakkoord. (2020) • Monitoring Nationaal sportakkoord • Omnibusenquête 2018 • Omnibusenquête 2020 • Overgewichtcijfers GGD • Rekenkamer Commissie Onderzoek • Sportaccommodaties in Nederland Kaarten en kengetallen, brancherapport sport • Sportakkoord Purmerend/Beemster • Sport Toekomst Verkenning • Themahoofdstuk duurzame sportinfrastructuur: Mullier instituut • Themahoofdstuk inclusief sporten: Mullier instituut • Themahoofdstuk positieve sportcultuur: Mullier instituut • Themahoofdstuk vitale sportaanbieders: Mullier instituut • Themahoofdstuk van jongs af aan vaardig in bewegen: Mullier instituut • Toekomstvisie sport, Purmerend en Beemster, Spurd

22

COLOFON Dit is een uitgave van de Gemeente

Beemster en Gemeente Purmerend. Mei 2021 Foto’s:

Pim de Vries, Spurd, H20 Esports campus, gemeente Purmerend. Vormgeving

Vink Grafische Vormgeving Aan de inhoud kunt u geen rechten ontlenen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10238680/1