CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

B -rapport-rekenkamer-Purmerend-onderzoek-zon-op-dak-en-energiebesparing-november-2023-met-nawoord

Gemeenteraad 21 december 2023, gemeente PurmerendBij agendapunt: Rekenkameronderzoek Zon op dak en energiebesparing15.528 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

2023 Rekenkamer Purmerend

Onderzoek Zon op dak en Energiebesparing

2

Colofon Rekenkamer Purmerend Leden Barbara IJsselmuiden Rob Duijker Jack Koster Daniël Tor Arash Nahyi

Bezoekadres Rekenkamer Purmerend Purmersteenweg 42 1441 DM Purmerend

Postadres Gemeente Purmerend t.a.v. griffie o.v.v. rekenkamer Purmerend Postbus 15 1440 AA Purmerend

Datum November 2023

Secretaris / onderzoeker Niek Wijmenga (tot 28 september 2023) rekenkamer@purmerend.nl

3

Conclusies Doelen zon op dak en energiebesparing zijn behaald De rekenkamer heeft uit de ambities uit verschillende door de raad vastgestelde plannen, negen doelen geïdentificeerd. Voor vrijwel alle doelen kan geconcludeerd worden dat deze zijn behaald. Bij een deel van de doelen zijn geen Purmerend-specifieke cijfers beschikbaar, maar kan op basis van landelijke of regionale cijfers geconcludeerd worden dat het aannemelijk is dat Purmerend de doelen behaald heeft. Voor één doel (ambitie 14% duurzame energie) lijkt dit doel al bij de start gehaald te zijn. Qua beloofde concrete projecten en maatregelen is vrijwel alles dat is toegezegd ook uitgevoerd.

Energielening meest doelmatige instrument Qua doelmatigheid scoort de energielening die aangeboden wordt aan Purmerenders die willen verduurzamen, erg hoog. De kosten voor de gemeente voor dit instrument zijn laag omdat het een lening is die terugbetaald wordt en tevens een laag risico kent. Dit instrument is daarom vooral geschikt voor investeringen die zichzelf ook daadwerkelijk terugverdienen. Na de energieleningen volgen qua doelmatigheid de duurzaamheidssubsidies aan particulieren. Hierbij wordt in de regel 25% van de kosten vergoed. Het minst doelmatig zijn de wijkgerichte projecten, waarbij de investering vanuit de gemeente hoger gelegen heeft dan de investering in verduurzaming. Er is dus sprake van een groot verschil in doelmatigheid tussen de verschillende instrumenten.

Energiebesparingsprojecten zijn vaak complex Projecten om particuliere woningen energiezuiniger te maken, worden als complex ervaren. Het is voor gewone inwoners vaak ingewikkeld om te bepalen welke technische maatregel het beste is, maar ook op welke manier er subsidies aangevraagd kunnen worden. Het grote aanbod van duurzaamheidssubsidies en -leningen (vanuit Rijk, gemeente en semi-overheidsorganisaties) werkt complicerend. Daarnaast kan niet altijd goed ingeschat worden of een subsidie daadwerkelijk verkregen kan worden en wat de terugverdientijd van de investering is. Voor specifieke doelgroepen, zoals particuliere (ver)huurders en VVE’s geldt dat de besluitvorming hierover in overleg moet gaan, wat verder complicerend werkt.

Investeren in energiebesparing gebeurt vaak op natuurlijke momenten Vaak wordt gekozen om grotere maatregelen voor energiebesparing te combineren en in één keer te doen op een ‘natuurlijk moment’, zoals bijvoorbeeld wanneer de CV ketel kapot gaat en vervangen moet worden, of wanneer er een verhuizing is en gelijktijdig grotere aanpassingen van de woning plaatsvinden. Bij wijkgerichte projecten waarbij in één keer de hele wijk wordt benaderd met mogelijkheden voor energiebesparende maatregelen ligt de situatie anders. Mogelijk is dit één van de oorzaken van de minder goede uitkomsten van wijkgerichte projecten voor energiebesparing.

4

Elektriciteitsnet steeds vaker het knelpunt Voor de netbeheerders is het uitdagend om de toenemende fluctuaties in vraag en aanbod op het elektriciteitsnet goed te managen: elektriciteit laat zich slecht grootschalig opslaan en de pieken in opwek van elektriciteit uit wind en zon gaan niet altijd samen met een hoge vraag op dat moment. Daarnaast neemt ook de vraag naar elektriciteit toe, waardoor de capaciteit voor basislast uitgebreid moet worden. Op dit moment zijn er in Purmerend vooral problemen met de aansluiting van nieuwe grote elektriciteitsverbruikers, problemen met het wegtransporteren van opgewekte duurzame elektriciteit zijn vooralsnog beperkt tot het landelijk gebied. Beide uitdagingen zullen in de toekomst groter worden, ook al werkt de netbeheerder aan uitbreiding van de netcapaciteit. Door tekorten aan materialen en personeel, en in sommige gevallen door lange procedures, kan niet zo snel gewerkt worden als wenselijk. Ruimtelijke inpassing kan ingewikkeld zijn, omdat er al veel claims op de openbare ruimte liggen. In Purmerend zullen bijvoorbeeld tientallen extra kleine transformatorstations moeten komen, die allemaal ongeveer één parkeerplek aan ruimte in beslag nemen. In de Beemster is de grond waar nieuwe elektriciteitskabels in gelegd moeten worden vaak in eigendom van meerdere particulieren, waar allemaal een overeenkomst mee gesloten moet worden.

Deze knelpunten zijn in beeld en er wordt aan gewerkt, maar de grootte en complexiteit van het probleem zijn een risico voor de leveringszekerheid van elektriciteit.

5

Aanbevelingen Stel nieuwe doelen voor opwek duurzame energie en energiebesparing Uit dit rekenkameronderzoek is gebleken dat de doelen van Purmerend voor de opwek van duurzame energie en voor energiebesparing zijn behaald. De rekenkamer adviseert daarom om nieuwe doelen op te stellen, die ambitieus maar haalbaar zijn. Eén van de eerdere doelen (14% duurzame energieopwek) lijkt bij de start al behaald te zijn. Ook is het verstandig doelen op te stellen die beter meetbaar zijn, omdat gemeentelijke cijfers voor een aantal doelen ontbreken, waardoor alleen indirect vastgesteld kan worden of deze zijn behaald.

Onderzoek uitbreiding energielening De energielening die door de gemeente wordt aangeboden, is in termen van doeltreffendheid en doelmatigheid een succesvol beleidsinstrument. Het advies is – indien mogelijk en passend– deze vorm van financiering voor grotere groepen en voor meer soorten maatregelen toegankelijk te maken.

Onderzoek meer doelmatige inzet wijkgerichte energiebesparing Het is niet eenvoudig om de middelen voor wijkgerichte projecten voor energiebesparing doelmatig in te zetten. In sommige gevallen zijn de kosten voor de organisatie van deze projecten hoger dan de investeringen in verduurzaming zelf. De financiële middelen die hiervoor vanuit het Rijk beschikbaar worden gesteld, kunnen niet voor andere duurzaamheidsprojecten gebruikt worden. De rekenkamer beveelt aan om bij de ontwikkeling van concrete plannen voor het Nationaal Isolatie Programma (ook) in te zetten op natuurlijke momenten waarop woningeigenaren gaan isoleren (bijvoorbeeld bij verhuizing).

Continueer constructieve samenwerking met netbeheerder De uitdagingen om in de toekomst de leveringszekerheid van elektriciteit te kunnen waarborgen staat of valt met uitbreidingen van de capaciteit van het net. Voor toekomstige leveringszekerheid is het belangrijk dat de netbeheerder goed geïnformeerd wordt over de lange termijn ruimtelijke ontwikkelingen die invloed hebben op de toekomstige stroomvraag en -aanbod. Ook is het belangrijk dat de gemeente investeringen in het netwerk qua ruimtelijk ordening mogelijk maakt. Tot slot bevelen we aan samen met de netbeheerder te inventariseren wat de mogelijkheden zijn voor energieopslag, bijvoorbeeld via accu’s of waterstofopslag.

Verken kansen verdere verduurzaming In dit onderzoek zijn een aantal kansen geïdentificeerd om de duurzaamheidsambities en -doelen die de gemeente Purmerend zichzelf heeft gesteld in grotere mate te gaan bereiken. De rekenkamer adviseert deze kansen mee te wegen bij het opstellen van nieuw beleid: - Directer benaderen van eigenaren grote daken (bedrijven, VVE’s) met name voor opwek zonne-energie. - Uitbreiding van / vervolg op succesvolle energiescans bij bedrijven. - Overweeg nieuwe kaderstelling voor kleine windturbines bij agrarische bedrijven.

6

-

-

Overweeg om ook subsidies te verstrekken als de uitvoering van de werkzaamheden al is gestart. Hiermee kunnen duurzaamheidsdoelen versneld worden gerealiseerd. Lobby bij het Rijk voor betere coördinatie aanbod duurzaamheidsubsidies en -leningen. Er zijn nu verschillende overheidsorganisaties die dezelfde subsidies en leningen aanbieden en langs elkaar heen werken. In de transitievisie warmte is het plan opgenomen om een uitvoeringsagenda op te stellen voor al het klimaat- en energiebeleid. Deze actie is nog niet uitgevoerd, de rekenkamer adviseert dit te gaan doen.

7

Reactie college Ingekomen op 22 november 2023 en aan het rapport gehecht als bijlage (na bladzijde 46).

Nawoord rekenkamer De rekenkamer heeft met belangstelling de positieve en ook informatieve reactie op de aanbevelingen van het college van burgemeester en wethouders gelezen. De reactie op de vijfde aanbeveling (verken kansen verdere verduurzaming) geeft de rekenkamer aanleiding om het navolgende mee te geven aan het college: We adviseren om te overwegen ook subsidies te verstrekken als de uitvoering van de werkzaamheden al is gestart. Het college schrijft in de reactie dat er niet voor is gekozen om subsidies te verstrekken voor maatregelen die al in uitvoering zijn of zijn uitgevoerd. Het budget heeft een plafond en door de subsidieaanvraag vooraf te beoordelen en toe te wijzen worden teleurstellingen bij de aanvrager voorkomen. We adviseren om dit opnieuw in overweging te nemen, de gemeente zou er in de voorlichting op kunnen wijzen dat er sprake is van een plafond en dat geen garantie kan worden gegeven voor toekenning van de subsidie. Verder adviseren we om eigenaren van grote daken te benaderen (bedrijven en VVE’s) voor opwek van zonne-energie. In de reactie schrijft het college dat dit gezien de heersende netcongestie niet wenselijk is. We begrijpen deze reactie maar willen toch meegeven om in de structurele samenwerking met de netwerkbeheerder deze gemiste kans op de agenda te zetten.

We wensen het college veel succes met de uitvoering van de voorgenomen acties en oplossingsrichtingen.

8

9

Inhoud H1 Onderzoeksopzet

11

1.1

Inleiding

11

1.2

Onderzoeksvraag

11

1.3

Aanpak

12

1.4

Samenstelling rapport

13

H2 Plannen & doelen

14

2.1

Gemeentelijk beleid

14

2.2

Beleid vanuit EU, Rijk en provincie

16

H3 Uitvoering, kosten en effecten

18

3.1

Resultaten per doel

18

3.2

Kosten

25

3.3

Effecten van verschillende vormen energie-opwek

27

H4 Risico’s & kansen

32

4.1 Doelmatigheidsrisico wijkgerichte aanpak isolatie

32

4.2 Netcongestie op elektriciteitsnet

33

4.3 Kans: nog ruimte voor extra zonnepanelen

34

4.4 Energieleningen een zeer doelmatig instrument

35

4.5 Mogelijkheden voor (micro)windturbines in landelijk gebied

36

4.6 Particuliere huurwoningen en VVE’s

36

4.7 Energie-armoede

36

H5 Beantwoording onderzoeksvragen

38

Bijlage A: financiële overzichten

42

Bijlage B: Analyse TELOS

44

Bijlage C: Verklarende woordenlijst

45

10

H1 Onderzoeksopzet 1.1 Inleiding De taak van de rekenkamer van Purmerend is: “Het uitvoeren van beleidsevaluaties en doelmatigheidsonderzoeken die een bijdrage leveren aan de doeltreffendheid van het beoogde gemeentelijk beleid, alsmede de doelmatige en rechtmatige voorbereiding en uitvoering daarvan.” (Artikel 2 lid 2 verordening rekenkamer Purmerend). Het duurzaamheidsbeleid in Purmerend en Beemster kenmerkt zich door een groot aantal plannen over verschillende beleidsterreinen, waar regelmatig over gecommuniceerd wordt met de raad en waar regelmatig beleidsaanpassingen in plaatsvinden. Het meest recente beleid is het Uitvoeringsplan Duurzaamheid 2020-2022 in Beemster en de Duurzaamheidsagenda 2020-2023 in Purmerend. Duurzaamheid of duurzame ontwikkeling kan gedefinieerd worden (VN definitie) als een ontwikkeling die tegemoetkomt aan de levensbehoeften van de huidige generatie, zonder die van de toekomstige generaties tekort te doen. Het gaat hierbij om economische, sociale en leefomgevingsbehoeften. Gezien deze definitie is het logisch dat ook het lokale duurzaamheidsbeleid breed van opzet is en raakt aan een groot scala aan thema’s binnen de gemeente. Voor rekenkameronderzoek is een heldere afbakening belangrijk om het onderzoek beheersbaar te houden en goed uit te kunnen voeren.

De rekenkamer kiest er daarom voor om twee duurzaamheidsthema’s hier uit te lichten, te weten zon op dak en energiebesparing. Het beleid voor Purmerend en (de voormalige gemeente) Beemster voor zon op dak en energiebesparing is de afgelopen jaren relatief stabiel geweest, alhoewel de oorlog in Oekraïne en de hoge energieprijzen het belang en de politieke actualiteit van beide hebben vergroot. In de Regionale Energie Strategie voor de regio Zaanstreek-Waterland is de ambitie voor zon op dak benoemd en ook de wens om het landschap zoveel mogelijk te ontzien. Voor Purmerend en Beemster is in deze strategie de wens opgenomen om het landschap zoveel mogelijk te ontzien van windturbines en zonneweides. Voor Beemster is dit uiteraard ook met het oog op de bescherming van de kernkwaliteiten van het UNESCO werelderfgoed. Binnen de coalitieakkoorden in de afgelopen periodes krijgt duurzaamheid veel politieke aandacht, o.a. in Samen op Koers (2022-2026) en Samen bouwen aan de stad (2018-2022). Zowel zon op dak als energiebesparing zijn onderwerpen die voldoen aan de criteria die gesteld worden in de verordening van de rekenkamer Purmerend voor onderzoeken. Deze criteria staan in artikel 12 van de Verordening Rekenkamer Purmerend 2022.

1.2

Onderzoeksvraag

De hoofdvraag van het onderzoek luidt: In welke mate is het beleid voor het stimuleren van de opwek van zonne-energie op daken en energiebesparing effectief geweest?

11

Deelvragen zijn: 1. Wat waren de beleidsdoelen voor de opwek van zonne-energie op daken? 2. Wat waren de beleidsdoelen voor energiebesparing? 3. Op welke manier is uitvoering gegeven aan deze doelen? 4. In hoeverre zijn de ontwikkelingen op beide gebieden succesvol geweest? 5. Welke (omgevings)factoren zijn belangrijk (geweest) bij het realiseren van deze doelstellingen? 6. Welke risico’s voor de effectiviteit en doelmatigheid zijn er bij de verschillende maatregelen? 7. Welke lessen zijn er afgelopen jaren geleerd?

1.3 Aanpak In dit onderzoek zijn er raakvlakken met andere duurzaamheidsthema’s, zoals andere technieken dan zonne-energie (wind, zon, kernenergie, biomassa), mogelijke innovaties (energieopslag, kleine lokale energie opwek etc.). Indien noodzakelijk voor beantwoording van de onderzoeksvragen, kan ingegaan worden op een aantal raakvlakken, maar de focus van dit onderzoek is primair zon op dak en energiebesparing. Ook de warmtetransitie en de planvorming in de transitievisie warmte vormen een belangrijk raakvlak voor dit onderzoek, omdat beide een ruimtelijke impact hebben en het afhangt van de vraag hoe energienetten ontwikkeld gaan worden. Wanneer een wijk bijvoorbeeld all-electric verwarmd gaat worden, zal dit een impact hebben op het elektriciteitsnet als geheel. Het aardgasvrij krijgen van woningen valt buiten de scope van dit onderzoek omdat het onderzoek dan te omvangrijk zou worden. Dit onderwerp zou op termijn een eigenstandig onderzoek verdienen. Gemeentelijk vastgoed is wel onderdeel van het onderzoek.

De belangrijkste beleidsdocumenten die betrekking hebben op dit onderzoek zijn: - Duurzaamheidsagenda 2019-2022 Purmerend - Duurzaamheidsagenda 2020-2023 Purmerend - Uitvoeringsplan Duurzaamheid 2020-2022 Beemster Secundair worden ook de volgende plannen meegenomen in dit onderzoek: - Transitievisie Warmte Purmerend - Regionale Energie Strategie Zaanstreek-Waterland Naast deze documenten is in het documentenonderzoek ook gekeken naar relevante memo’s, informatie uit de jaarstukken en begrotingen van de afgelopen jaren en relevante punten uit andere beleidsdocumenten, zoals omgevingsvisies, bestemmingsplannen etc. Ook aangenomen amendementen en moties maken onderdeel uit van de kaderstelling door de gemeenteraad Qua methodiek is voor dit onderzoek in eerste instantie gestart met desk research en interviews met relevante deskundigen binnen en buiten de gemeente. Daarnaast is er ook voor het eerst een bewonersbijeenkomst georganiseerd om direct met bewoners het gesprek aan te gaan over ervaringen met het verduurzamen van woningen en de ondersteuning hierbij vanuit de gemeente. Zowel bij zon op dak als bij energiebesparing is het meewerken van eigenaren van groot belang en is inzicht in de mogelijke drempels hiervoor zinvol.

12

1.4

Samenstelling rapport

In hoofdstuk 2 worden de belangrijkste documenten en ontwikkelingen vanuit zowel gemeentelijk, provinciaal en nationaal perspectief beschreven. Hierbij wordt ook in kaart gebracht welke concrete doelen de gemeente zich stelt voor wat betreft energiebesparing en zonne-energie op daken. In hoofdstuk 3 wordt eerst ingegaan op de relevante ontwikkelingen per doel. Vervolgens worden de financiële ontwikkelingen gepresenteerd en wordt ingegaan op de doelmatigheid van de verschillende beleidsinstrumenten. In hoofdstuk 4 worden de risico’s en kansen beschreven. Ook wordt ingegaan op de manieren waarop risico’s worden beperkt en de geleerde lessen in de afgelopen jaren. Hierbij zal ook gekeken worden naar de kansen die er zijn om de duurzaamheidsambities van de raad te kunnen halen. In hoofdstuk 5 worden tot slot de onderzoeksvragen beantwoord.

13

H2 Plannen & doelen In dit hoofdstuk worden de beleidsplannen beschreven zoals die zijn vastgesteld door de gemeenteraad en worden de externe kaders vanuit EU, Rijk en Provincie benoemd. Dit hoofdstuk gaat in op de eerste twee deelvragen: 1. Wat waren de beleidsdoelen voor de opwek van zonne-energie op daken? 2. Wat waren de beleidsdoelen voor energiebesparing?

2.1 Gemeentelijk beleid Februari 2019 - Duurzaamheidsagenda 2019-2022 Op 28 februari 2019 heeft de gemeenteraad van Purmerend de duurzaamheidsagenda 2019-2022 vastgesteld. De duurzaamheidsagenda bevat verschillende maatregelen en doelen voor o.a. duurzaamheidssubsidies en -leningen, samenwerking met woningcorporaties en stimulering verduurzaming maatschappelijk vastgoed. April 2020 - Duurzaamheidsagenda 2020-2023 Op 14 april 2020 heeft de gemeenteraad van Purmerend de duurzaamheidsagenda 2020-2023 vastgesteld waarin aanpassingen verwerkt zijn op basis van de evaluatie van de duurzaamheidsagenda van het jaar ervoor. Door de snelle ontwikkelingen was het wenselijk al eerder een nieuw plan door de raad te laten vaststellen. Juli 2020 - Uitvoeringsplan Duurzaamheid 2020-2022 Beemster De Uitvoeringsagenda Duurzaamheid 2020-2022 bevat de ambities van het toenmalige college van Beemster op het terrein van Duurzaamheid, vertaald naar activiteiten in de periode 2020-2022. Tevens bevat het de voorgenomen ambtelijke en financiële inzet die voor de uitvoering van de agenda noodzakelijk is. Op 1 januari 2022 zijn Purmerend en Beemster bestuurlijk gefuseerd. In de aanloop naar die bestuurlijke fusie was er sprake van nauwe ambtelijke samenwerking. Het uitvoeringsplan duurzaamheid is in lijn met de duurzaamheidsagenda 2020-2023 van Purmerend.

Bovenstaande drie beleidsplannen hangen nauw met elkaar samen: in hoofdstuk 3 wordt specifiek per doel in kaart gebracht wat de ontwikkelingen zijn. Naast bovenstaande beleidsplannen zijn ook de volgende documenten relevant: 2019 en 2020 - memo’s ‘Zon op agrarische daken’ In 2019 en 2020 is de raad via meerdere memo’s geïnformeerd over de voortgang van het project ‘Zon op agrarische daken’, waarbij agrarische ondernemers uitgenodigd werden om – ondersteund door LTO, Liander, de Rabobank en de gemeente – aan de slag te gaan met het plaatsen van zonnepanelen op staldaken. November 2020 – memo aanvullende isolatiemaatregelen en bronnenstrategie SVP Naar aanleiding van de raadsvergadering van 24 september 2020 en de vraag wat het college nog extra kan doen boven op het bestaande beleid om de woningvoorraad beter te isoleren heeft het college een memo aan de raad verstuurd met aanvullende maatregelen. De bronnenstrategie

14

Stadsverwarming Purmerend (SVP) zelf ligt buiten de scope voor dit onderzoek. Voor wat betreft de isolatieaanpak stelt het college een voorlopige aanpak voor om extra inkoopacties te gaan organiseren voor verschillende soorten isolatie (spouw, vloer, bodem, vervangen glas, waterzijdig inregelen (het slim instellen van de verwarming) en isolatie daken. Ook wordt gekeken naar een inkoopactie voor zonnepanelen. Juli 2021 – Transitievisie Warmte De transitievisie warmte gaat over de overstap naar duurzame verwarmingsbronnen. In de praktijk betekent dit vaak een overstap van aardgas naar stadsverwarming, elektrische verwarming met een warmtepomp of in sommige gevallen groen gas. Wanneer gebouwen elektrisch verwarmd (zoals warmtepomp) gaan worden, zal dit een toename aan vraag op het (al drukke) elektriciteitsnet geven. Februari 2022 – memo Duurzaamheid op bedrijventerreinen In dit memo wordt ingegaan op het project om energiescans aan te bieden aan bedrijven op de Koog. Aan 77 bedrijven is een energiescan aangeboden: iets minder dan de helft van deze bedrijven heeft op basis van deze scans energiebesparingsmaatregelen uitgevoerd. Ook worden andere initiatieven toegelicht om bedrijven te helpen verder te verduurzamen.

Juni 2023 - Evaluatie wijkaanpak isolatiemaatregelen 2022 en vervolg aanpak 2023 / 2024 In dit memo wordt de raad geïnformeerd over de resultaten van de pilots in Hazepolder en Wheermolen waarin met een intensieve projectaanpak bewoners zijn gestimuleerd om energiebesparende maatregelen te nemen. De bevindingen van deze evaluatie sluiten nauw aan bij dit onderzoek en komen terug in dit rapport. Ook wordt in dit memo een voorschot genomen op geleerde lessen voor toekomstige projecten in Purmerend. Gemeentelijke doelen De gemeentelijke doelen voor dit rekenkameronderzoek die uit bovenstaande documenten voortvloeien kunnen als volgt worden samengevat: 1. Aanbieden van financiële prikkels voor verduurzaming, zoals de duurzaamheidsleningen en duurzaamheidssubsidies 2. Wijkgerichte aanpak: Wheermolen-Oost en Hazepolder 3. Algemene ondersteuning via Duurzaam Bouwloket, website gemeente en aanbieden energiecoaches. 4. Losse projecten, zoals zon op agrarische daken en energiescans bij bedrijven, pilot zonnepanelen in dakpannen 5. Verduurzaming gemeentelijk en maatschappelijk vastgoed 6. Samenwerking in Regionale Energie Strategie 7. Jaarlijks 2% energiereductie, CO2 reductie van 30% t.o.v.

1990 en 14% duurzame energie Naast deze doelen worden in de beleidsstukken ook concretere acties en maatregelen benoemd, zoals bijvoorbeeld het isolatiebeleid aanpassen aan nieuwe inzichten en technieken en bewustwordingscampagnes opzetten (beide uit transitievisie warmte). Voor dit onderzoek richten we ons op bovenstaande zeven doelen, waarbij goed de resultaten in kaart gebracht kunnen worden. Hierbij ligt de nadruk op de doelen die direct resultaat opleveren in termen van verduurzaming, acties die betrekking hebben op het ontwikkelen van nieuwe plannen zijn niet meegenomen.

15

2.2 Beleid vanuit EU, Rijk en provincie Europa In 2018 heeft het Europees parlement de Europese klimaatwet aangenomen waarin de klimaatdoelen van de klimaatconferentie van Parijs zijn overgenomen in Europese doelstellingen. Een belangrijk tussendoel is om in 2030 de CO2 uitstoot met 55% te hebben teruggebracht ten opzichte van 1990. De ambitie is dat Europa in 2050 volledig klimaatneutraal is. Er zijn veel verschillende beleidsinstrumenten waarmee deze doelen behaald moeten worden. Hoewel de Europese beleidsdoelen vrij abstract zijn, vormen deze mede de basis van het gemeentelijk beleid. Nationaal niveau In 2019 is het Klimaatakkoord vastgesteld, waarin afspraken zijn gemaakt tussen tientallen publieke en private partijen voor het terugbrengen van de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen. Deze ambitie is vastgelegd in de Klimaatwet, die ook in 2019 is vastgesteld door de Tweede Kamer. Een onderdeel van dit plan is dat via de Regionale Energie Strategie (RES) per regio onderzocht gaat worden welke plekken geschikt zijn voor de opwek van elektriciteit uit zon en wind. Hierbij wordt vooral gekeken naar de grootschalige opwek (voor zon > 40 panelen). De RES is voor Purmerend uitgewerkt in een plan voor Zaanstreek-Waterland. Dit valt terug te lezen op de website: https://energieregionh.nl/.

In Purmerend zijn er geen zoekgebieden voor windturbines (gebieden die door de raad zijn aangewezen en die mogelijk geschikt zijn voor windturbines), ook niet in het landelijk gebied buiten het UNESCO werelderfgoed De Beemster. Voor zonne-energie is alleen de strook langs de A7 een zoekgebied. Dit is eigendom van Rijkswaterstaat en valt onder het OER programma (Opwek Energie op Rijksgronden). Dit is dus potentieel een gebied waar zonnepanelen kunnen komen. De RES heeft geen formele juridische status. Het is puur een manier om via samenwerking tussen gemeenten en andere overheden versnelling te realiseren in de opwek van duurzame energie uit wind en zon. De RES kan wel onderdeel van gemeentelijk beleid worden zodra een gemeenteraad instemt met de uitgangspunten. Purmerend (en de voormalige raad van Beemster) heeft ingestemd met de RES Zaanstreek-Waterland en daarmee is het gemeentelijk beleid geworden. Vóór de RES was er vanuit het Rijk meer een top-down aanpak voor de realisatie van duurzame energie. In Noord-Holland was er voor 2020 een harde doelstelling voor realisatie van opgestelde capaciteit voor windenergie van 685,5 MW. Via Provinciale Inpassings Plannen (PIP) kan de provincie een gemeente dwingen om dit ruimtelijk mogelijk te maken. Bij de RES is gekozen voor een bottom-up aanpak, waarbij gemeenten gevraagd wordt zelf met gebieden te komen.

Er is een landelijke doelstelling voor de RES-sen voor heel Nederland, namelijk de opwek van 35 TeraWattUur (TWu) per jaar aan duurzame energie in 2030. Dit is ongeveer een kwart van wat Nederland in 2022 per jaar aan elektriciteit gebruikt. Bovendien neemt het elektriciteitsverbruik tussen 2023 en 2030 volgens Tennet naar schatting met 20% toe (en 50% tussen 2023 en 2050). Het is niet bekend wat er gebeurt met de RES doelstelling wanneer deze niet behaald gaat worden, maar de inschatting is dat er voldoende projecten in de pijplijn te zitten om het doel van 35TwU wel te halen. Provinciaal niveau In de afgelopen jaren is het provinciaal beleid voor opwek van energie uit zon en wind verruimd. Waar in het verleden er boven op de landelijke regels ook veel provinciale regels waren, zijn die in de meest recente provinciale omgevingsverordening teruggebracht. Voor grootschalige zonne-

16

installaties zijn er vanuit de provincie alleen beperkingen in Werelderfgoed Stelling van Amsterdam. Voor Werelderfgoed de Beemster geldt nu een verbod op alle windturbines. Eerder (2016) had de provincie beperkingen op zonneparken in de Beemster al opgeheven. Er is nu wel expliciet toestemming opgenomen voor kleine (lager dan 15 meter) windturbines in het overige landelijke gebied (niet zijnde het Beemster werelderfgoed) in de gemeente Purmerend.

17

H3 Uitvoering, kosten en effecten In dit hoofdstuk wordt eerst per doel ingegaan op het beleid voor zon op dak en energiebesparing zoals dat door de raad is vastgesteld, hoe hier uitvoering aan is gegeven en wat de resultaten waren. Hiermee wordt vooral ingegaan op deelvraag 3 en 4: 3. Op welke manier is uitvoering gegeven aan de doelen? 4. In hoeverre zijn de ontwikkelingen op beide gebieden succesvol geweest? In 3.1 worden per doel de belangrijkste ontwikkelingen beschreven. In 3.2 wordt op basis van de jaarstukken en de overige financiële informatie die aan de raad is toegestuurd een kostenanalyse gemaakt. In 3.3 wordt ingegaan op een aantal relevante indicatoren en trends die relevant zijn voor de gestelde doelen.

3.1 Resultaten per doel Bij de vaststelling van de duurzaamheidsagenda 2020 is de duurzaamheidsagenda van het jaar daarvoor geëvalueerd. Door een aantal snelle ontwikkelingen en nieuwe inzichten was het wenselijk om na één jaar een nieuwe duurzaamheidsagenda aan de raad aan te bieden. Hieronder worden per doel de relevante ontwikkelingen benoemd. Hierbij wordt gekeken vanaf de periode 2020 tot nu, waarbij ook de evaluatie vanuit het memo van juni 2023 meegenomen is die inging op de wijkaanpak isolatie. 1. Aanbieden van financiële prikkels voor verduurzaming, zoals de duurzaamheidsleningen en duurzaamheidssubsidies De financiële prikkels zijn met de vaststelling van de duurzaamheidsagenda 2020 flink veranderd doordat voor zonnepanelen geen subsidies meer verstrekt werden. Dit besloeg daarvoor een groot deel van de subsidieaanvragen en hier werd ook actief op ingespeeld door commerciële ondernemers die bewoners informeerden over de mogelijkheid om via de gemeente een deel van de kosten vergoed te krijgen. Inmiddels kunnen zonnepanelen wel worden voorgefinancierd met een duurzaamheidslening via de SvN (Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten) waarvoor de financiële middelen vanuit Purmerend komen. Hierdoor kunnen mensen die onvoldoende middelen hebben om de investering zelf te doen hier toch gebruik van maken.

Doordat de lening pas wordt verstrekt zodra er bewijs is in de zin van offertes, facturen en afgerond werk is de mogelijkheid om te frauderen erg klein. De gemeente loopt hierin een heel laag risico en het proces om deze leningen te verstrekken kan daardoor efficiënt georganiseerd worden. Het resultaat is een forse toename van de opwek van duurzame energie op particuliere woningen. Tussen juli 2021 en juli 2022 was de toename in Purmerend 35% ten opzichte van het jaar daarvoor, ongeveer 10% hoger dan het landelijk gemiddelde (bron: CBS en Independer). Voor duurzaamheidssubsidies geldt dat een maximum van 25% vergoed wordt. De lijst met maatregelen is online benaderbaar via de website. Ook wordt deze lijst regelmatig geüpdatet wanneer er nieuwe technieken zijn of wanneer bestaande technieken op een nieuwe manier

18

gebruikt worden. Zo kunnen lucht-lucht warmtepompen zowel gebruikt worden als airco (niet zo duurzaam) maar ook als relatief efficiënte elektrische verwarming (kan duurzaam zijn) en hangt het van de situatie af of het subsidiabel is of niet. In het memo van juni 2023 wordt in de voorgestelde toekomstige wijkaanpak een aanpak voorgesteld waarin verschillende subsidies gecombineerd worden, om isolatiemaatregelen in een wijk zo aantrekkelijk mogelijk te maken. Niet alle subsidies mogen met elkaar gecombineerd worden en niet iedereen is in staat om de 75% resterende kosten zelf te financieren. 2. Wijkgerichte aanpak: Wheermolen-Oost en Hazepolder In het najaar van 2022 zijn via een intensieve projectaanpak in de wijken Wheermolen-Oost en Hazepolder bewoners van particuliere koopwoningen benaderd voor energiebesparende maatregelen op hun woningen. In juni 2023 is de raad via een evaluatierapport geïnformeerd over de resultaten. In dit rapport wordt benoemd welke resultaten er bereikt zijn in de eerdere wijkaanpakken en wat hiervan geleerd kan worden. Voor dit onderzoek is gesproken met verschillende betrokkenen bij deze wijkaanpak. Hoewel de aanpak leek op projecten in andere gemeenten in Nederland die ook door het Duurzaam Bouwloket begeleid worden, was achteraf de vraag of de winst in termen van verduurzaming in verhouding stond tot de inspanning en (ambtelijke) kosten.

Een uitgangspunt hierbij (niet in beleid vastgelegd) is dat de ambtelijke kosten niet meer mogen zijn dan 20% van de kosten van genomen maatregelen. In beide pilots is dat niet gelukt. Dat is in andere projecten in Nederland niet heel veel beter (vaak ook slechter), maar geeft wel aan dat het niet eenvoudig is om mensen te overtuigen om mee te doen aan dit soort acties. Voor beide wijken gold dat 20% van de aangeschreven bewoners op de informatieavond kwam en daarvan weer 20% meedeed met een inkoopactie. 3. Algemene ondersteuning via Duurzaam Bouwloket, website gemeente en aanbieden energiecoaches In het beleid worden verschillende concrete maatregelen voorgesteld om inwoners en ondernemers meer te betrekken bij verduurzaming, zoals de organisatie van duurzaamheidsevenementen, informatiecampagnes en speciale websites. Ook wordt algemene ondersteuning gegeven aan inwoners die zelf vragen hebben of initiatief willen nemen voor verduurzaming. De rekenkamer heeft op verschillende manieren een beeld gekregen van deze ondersteuning. Purmerenders zijn uitgenodigd op een bewonersavond om hun verhalen te delen, één van de leden van de rekenkamer heeft zelf advies gevraagd aan het Duurzaam Bouwloket voor zijn eigen woning. Ook is andere input meegenomen, zoals signalen uit de werkbijeenkomst met raads- en commissieleden die eind mei 2023 is georganiseerd.

Hier komen een aantal verschillende signalen uit naar voren: Het grote en diverse aanbod aan energieleningen en subsidies vanuit de gemeente, het Rijk en verschillende landelijke organisaties maken het lastig om een helder beeld te krijgen van wat een logische aanpak is. In veel gevallen zijn verschillende soorten subsidies en leningen ook echt op andere doelgroepen gericht en is het dus logisch dat er meerdere opties zijn. Bijvoorbeeld leningen voor mensen met schulden of mensen die graag hun hypotheek willen ophogen en daarmee hun verduurzaming willen financieren. En er zit verschil in de producten: voor zonnepanelen gelden weer andere risico’s en een andere afschrijvingsduur dan voor warmtepompen of isolatiemaatregelen. Maar ondanks deze verschillen zijn er ook leningen en subsidies die vrijwel vergelijkbaar zijn, maar de één wordt door de gemeente verzorgd en de ander door een andere overheidsorganisatie. Dit kan verwarrend zijn voor mensen. Een bewoner gaf aan dat zij dacht dat een subsidie aanvraag door

19

de gemeente was afgewezen, maar dit bleek uiteindelijk door een landelijke organisatie afgewezen te zijn. Een andere complicerende factor is de complexiteit van de aanvragen zelf. Er zijn veel verschillende technieken die soms subsidiabel zijn en soms niet. Ook moet goed gecontroleerd worden (bijvoorbeeld via facturen) of bedragen wel daadwerkelijk zijn uitgegeven aan verduurzaming. Hier heeft iedere organisatie een eigen aanpak voor, waar je - in de woorden van een inwoner “afgestudeerd ingenieur voor moet zijn” om te begrijpen wat je nu eigenlijk moet invullen. Verder wordt het als vervelend ervaren dat je alleen subsidie krijgt als de uitvoering van de maatregelen nog niet is gestart. Ook wordt niet altijd goed wordt begrepen (mede door de soms complexe regels) waarom aanvragen worden afgewezen. De bedoeling is dat de gemeente via het Duurzaam Bouwloket en via de website van de gemeente Purmerend de aanvrager hier goed wegwijs in kan maken. Hier lopen de ervaringen uiteen; de ene persoon geeft aan erg goed te zijn geholpen, de ander ervaart de ondersteuning als onvoldoende. In de afgelopen jaren lijkt vooral de ondersteuning van de aankoop en installatie van zonnepanelen een groot succes, andere vormen van verduurzaming gaan minder snel. Ook heeft de rekenkamer gesproken met een duurzaamheidscoördinator van een organisatie met veel vastgoed in Purmerend.

Deze persoon was nog niet eerder actief door de gemeente benaderd om in gesprek te gaan over verduurzaming. In andere gemeenten, waar dezelfde organisatie ook actief is, was de indruk van deze duurzaamheidscoördinator dat deze andere gemeente veel actiever organisaties benadert. Deze organisatie heeft overigens geen panden in de Baanstee-Noord, waar eerder wel een project met energiescans en energiecoaches bij bedrijven heeft plaatsgevonden. 4. Losse projecten, zoals zon op agrarische daken en energiescans bij bedrijven, pilot zonnepanelen in dakpannen In de Agenda Duurzaamheid 2020 wordt al benoemd dat inkoopacties voor zonnepanelen niet meer onderdeel uitmaken van het beleid. In 2018 was dit voor het laatst gebeurd en die ervaring was niet zo positief: er waren veel klachten over de kwaliteit en de service van de geselecteerde aanbieder. De gemeente had dit project aanbesteed en was daardoor ook niet zo flexibel om te veranderen van aanbieder. Er zijn inmiddels voldoende bedrijven die dit goed kunnen en de markt is volwassener geworden. De meerwaarde van een collectieve inkoopactie is dan lager. Via het Duurzaam Bouwloket kan ook advies ingewonnen worden over welke leveranciers en installateurs hier voor kunnen worden ingezet. In Beemster heeft in 2019 en 2020 een project plaatsgevonden om agrarische ondernemers te overtuigen om op staldaken zonnepanelen te plaatsen.

Dit project werd gezamenlijk met LTO, de Rabobank, de netbeheerder en de gemeente georganiseerd. Er zijn twee avonden hiervoor georganiseerd. Een eerder, vergelijkbaar project hiervoor in Kaag en Brasem (Zuid-Holland) was erg succesvol. Daarbij werd met een vergelijkbare aanpak vrijwel iedere boer die nog geen zonnepanelen had overtuigd om panelen te plaatsen. Tegelijkertijd met het project in Beemster waren er ook vergelijkbare projecten in andere delen van Nederland (Hollands Kroon en Drechterland). De resultaten van deze projecten en het project in Beemster waren niet zo positief als waar op was gehoopt. In Beemster had wel 1/3e deel van de 140 deelnemende boeren een energiescan uit laten voeren, wat op zich een goed resultaat is. Maar van deze groep zijn er uiteindelijk maar een paar geweest die concrete investeringen hebben gedaan.

20

Er zijn een aantal verklaringen: in de eerste plaats was de melkprijs in 2019 en 2020 lager dan in de jaren daarvoor, wat de financiële ruimte voor investeringen beperkte. Ook speelde de stikstofcrisis nadrukkelijker dan in de jaren ervoor, wat extra onzekerheid en stress met zich meebrengt. Investeringsbeslissingen worden dan minder snel gemaakt. In het algemeen geldt dat melkveehouders minder makkelijk grote investeringen doen dan grotere landbouwbedrijven (zoals akkerbouw), omdat de financiële omvang van de bedrijven vaak kleiner is. In Beemster geldt ook dat veel grond in eigendom is van particulieren, wat het voor de netbeheerder lastiger maakt om de nodige nieuwe elektriciteitsverbindingen aan te leggen. Een ander Beemster-specifieke uitdaging hiervoor is de UNESCO werelderfgoed status, die o.a. als consequentie heeft dat er geen windturbines geplaatst mogen worden op boerenerven. Inmiddels biedt de omgevingsverordening Noord-Holland wel ruimte voor turbines tot 15 meter in landelijk gebied buiten werelderfgoed Beemster. Binnen werelderfgoed Beemster (en stelling van Amsterdam) zijn windturbines in het geheel niet toegestaan. Wanneer op een boerderij zowel energie uit wind als uit zon opgewekt kan worden, wordt het voor de netbeheerder rendabeler om een kabel aan te leggen, omdat deze beter benut worden.

Het waait niet alleen vaker dan dat de zon schijnt, maar de combinatie van beide geven ook een meer stabiele energie opwek dan alleen energie uit zon. In andere delen van Nederland (vooral in Noord-Nederland) is de combinatie van opwek van groene stroom op boerderijen met zowel wind als zon gebruikelijker. Deze combinatie versterkt elkaar en maakt het ook eenvoudiger om de energievraag op het bedrijf beter te organiseren. Zo kun je apparatuur opladen op momenten dat er veel stroom is of de ijskoeler voor de melktemperatuur hier op inregelen. Accu’s voor tijdelijke opslag van elektrische energie zijn op Nederlandse boerderijen nog zeldzaam, vanwege de hoge kosten en het brandrisico. Het beeld bij geïnterviewde deskundigen is dat een deel van de boeren die erg pro-duurzaamheid is, ook zonder goede ondersteuning of business case hier in zal investeren. Maar het grootste deel van de boeren kijkt er als ondernemer vooral zakelijk naar. De combinatie van verschillende andere uitdagingen maakt het voor boeren lastig om te investeren in verduurzaming, waar vooral lange termijn zekerheid voor nodig is. Ook in het eerdere relatief succesvolle project in Kaag en Braassem duurde het vaak jaren voordat alle maatregelen waren uitgevoerd. De doorlooptijd van netverzwaringen die nodig zijn, maakt het niet makkelijk om energie opwek in landelijk gebied snel door te voeren.

En voor sommige boeren gold ook dat de aangevraagde SDE subsidie verliep (projecten moeten binnen 5 jaar gerealiseerd zijn). Een geleerde les die in andere gebieden in Nederland in de praktijk wordt gebracht is om van tevoren samen met de netbeheerder een goede inschatting te maken van welk nieuw tracé haalbaar en logisch is en op basis hiervan gerichter boeren uit te nodigen (in plaats van alle boeren in een heel gebied). Daarnaast is een advies dat het belangrijk is om als gemeente actief boeren te ondersteunen en hen het gevoel te geven dat de gemeente er voor hen is, ook op andere terreinen. De gemeente Purmerend heeft sinds een aantal jaar een vast aanspreekpunt voor agrarische ondernemers, die aangesteld is met als doel om de communicatie tussen gemeente en agrariërs te verbeteren. Vanuit de deskundigen die de rekenkamer heeft gesproken wordt geadviseerd om te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn voor de combinatie van windenergie, zonne-energie, variabele energievragen energieopslag op boerderijen.

21

Het project voor geïntegreerde zonnepanelen in dakpannen stond in de duurzaamheidsagenda 2019. In dat jaar is bij een gemeentelijk monument onderzocht of dit een optie zou zijn. Daar is toen niet voor gekozen, omdat de levensduur van dakpannen veel langer is dan die van zonnepanelen. Na 25 tot 30 jaar zou je dan het hele dak vroegtijdig moeten vervangen. Deze optie werd daarom niet duurzaam genoeg gevonden. 5. Verduurzaming gemeentelijk en maatschappelijk vastgoed Voor het gemeentelijk vastgoed is gekozen voor het integreren van duurzaamheidsplannen in de meerjaren onderhoudsplannen van gebouwen en op natuurlijke momenten aanvullende isolerende maatregelen te nemen. In 2020 heeft de raad ingestemd met (de uitgangspunten voor) de meerjaren onderhoudsplannen van gemeentelijke gebouwen en in maart 2022 is de nota duurzaam vastgoedbeheer vastgesteld. De ambitie is om voor 2030 alle gebouwen naar A-label te transformeren. Hiervoor zal per gebouw een analyse gemaakt moeten worden welke maatregelen nodig zijn. Een mogelijk vertragende factor hierbij is dat een aantal landelijke en provinciale subsidieregelingen overtekend (er is meer vraag dan er subsidie beschikbaar is) zijn en er nog geen aanvraag voor gedaan kan worden. Als dit wel kan, zou dit tot 30% kunnen schelen in de kosten.

Uit de inspecties blijkt dat 16 panden (zowel kernvastgoed als herontwikkeling) nog geen A-label hebben (pag. 4 van de Nota Duurzaam Vastgoedbeheer). Het huidige label is tevens vaak erg laag, met 5 panden met een G label. Het grootste deel van het vastgoed (ruim 50 panden) heeft nu al wel een A-label. Gebouwen worden – waar mogelijk – beschikbaar gemaakt voor de plaatsing van zonnepanelen. De gemeente heeft afgelopen jaren in samenwerking met vrijwilligers van de coöperatie Zon op Purmerend vijf grote daken beschikbaar gemaakt voor zonnepanelen. Het eerste gebouw dat in deze samenwerking is gerealiseerd, was het stadhuis. Deze coöperatie heeft met een beperkt aantal vrijwilligers een grote bijdrage geleverd aan de plaatsing van deze panelen, de administratieve afhandeling via de (opvolger van de) postcoderoosregeling en de financiële bijdrages door particulieren. Inmiddels zijn er vijf projecten gerealiseerd (stadhuis, sporthal De Beuk, De Kraal, Antoni Gaudi en Leeghwaterbad). Op dit moment zou de coöperatie graag meer daken beschikbaar hebben, maar deze zijn nog niet beschikbaar. 5. Samenwerking in Regionale Energie Strategie In paragraaf 2.2. is de achtergrond van de RES beschreven en de doelen en zoekgebieden in de gemeente Purmerend. De strook langs de A7 is het enige zoekgebied (voor zon).

Dit is grond van Rijkswaterstaat en valt binnen het OER programma van het Rijk (Opwek Energie Rijksgronden). In dit programma worden door heel Nederland grote stukken grond langs infrastructuur onderzocht op haalbaarheid. Langs de A7 is een proefproject gestart bij de afslagen van de A7 bij Wognum, Abbekerk, Medemblik en Middenmeer. Hier is in totaal 5,5 hectare aan grond waar panelen geplaatst kunnen worden. In Purmerend zijn er nog geen concrete projectplannen langs de snelweg. Er wordt hierbij gekeken naar panelen die op de grond staan, niet naar panelen die verwerkt zijn in bijvoorbeeld geluidsweringen. De RES is een samenwerking, waarbij een team van duurzaamheidsdeskundigen gemeenten (en provincies en waterschappen) aanjagen en stimuleren om concretere projecten op te starten. De gemeente Purmerend heeft bij vaststelling van de RES aangegeven geen zoekgebieden voor

22

windturbines op het eigen grondgebied te willen, vanwege de bescherming van het landschap. Wel is door de gemeenteraad bij motie uitgesproken dat de mogelijkheden voor kleine windturbines opengehouden moeten worden. 7. Jaarlijks 2% energiereductie, CO2 reductie van 30% tov 1990 en 14% duurzame energie Deze doelen komen onder meer terug in de duurzaamheidsagenda en in de transitievisie warmte, waarbij ook terecht is opgemerkt dat het meten van deze doelen lastig is, doordat niet alle gegevens door gemeente of andere organisaties (zoals het CBS) kunnen worden bijgehouden. Op basis van informatie die wel beschikbaar is, kan een indruk gekregen worden van de voortgang. Jaarlijks 2% energiereductie Voor het doel om jaarlijks 2% energiereductie te bereiken zijn geen Purmerend specifieke cijfers bekend. Er zijn wel landelijke cijfers bekend: het CBS houdt precies bij wat het totale energieverbruik van Nederland is. Tussen 2018 en 2022 is het TPES (Total Primary Energy Supply) met 12,4% gedaald. In dit cijfer zit vrijwel alles: niet alleen het aardgas en de elektriciteit die huishoudens gebruiken, maar ook het aardgas voor elektriciteitscentrales, de aardolie die voor benzine gebruikt wordt etc. Gemiddeld per jaar komt deze reductie neer op iets meer dan 3%.

Alleen wanneer de gemeente Purmerend het dus veel minder goed zou scoren dan een gemiddelde gemeente in Nederland, zou het doel om jaarlijks 2% energiereductie te realiseren niet gehaald zijn. Naast landelijke cijfers zijn vanuit de regionale klimaatmonitor en de website www.waarstaatjegemeente.nl wel op deelaspecten interessante cijfers en trends bekend, zoals voor de gebouwde omgeving, maar geen cijfers die direct relateren aan de voor Purmerend gestelde doelen. Voor meer achtergrondinformatie, zie: https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/dashboard/co2-uitstoot https://www.waarstaatjegemeente.nl/dashboard/dashboard/energietransitie CO2 reductie van 30% in 2020 t.o.v. 1990 Purmerend had zichzelf het doel gesteld om al in 2020 30% CO2 reductie te realiseren tov 1990. Landelijk gezien is dit doel in 2022 wel behaald, volgens het CBS. Voor individuele gemeenten zijn die cijfers niet volledig bekend. . Het is onzeker of dit doel voor Purmerend behaald is.

14% Duurzame opwek energie Ook hiervoor zijn vooral nationale cijfers vanuit het CBS beschikbaar, die voor Nederland als geheel een positief beeld laten zien (zie figuur 1). Hoewel het grootste deel van de Nederlandse energiemix nog bestaat uit fossiele energiebronnen (vooral aardgas en aardolie), ligt voor Nederland (als geheel) het percentage opwek van duurzame energie al boven het Purmerendse doel van 14%. Omdat Purmerend één van de grootste stadsverwarmingsnetten heeft van Nederland, die voor een groot deel gevoed wordt met biomassa, is het aannemelijk te veronderstellen dat het doel van 14% in Purmerend al eerder is behaald. De Stadsverwarming Purmerend voorziet 72% van Purmerend van

23

duurzame warmte. Daarvan wordt weer, afhankelijk van hoe koud de winter is, 63%1 van de energie duurzaam opgewekt. Het warmtegebruik voor de gebouwde omgeving is ongeveer 15% van het totale energieverbruik. Dus alleen met de SVP wordt al de helft van het doel (7% van de 14%) behaald. Wanneer Purmerend het voor het overige energiegebruik even goed zou doen als het Nederlandse gemiddelde, zou in 2020 al ongeveer 17% van de energie duurzaam opgewekt zijn2. Het lijkt dus aannemelijk dat dit beleidsdoel bij de start al ruim behaald was.

Figuur 1: aandeel hernieuwbare energie Groei zonne-energie Figuur 1: aandeel De grote groei van zonnepanelen is een landelijke ontwikkeling, maar hier zijn voor Purmerend wel specifieke cijfers. In 2022 is in Purmerend ongeveer 170 TJ (TeraJoule) aan energie met zonnepanelen

1

Bijlage 2 van jaarbericht SVP 2022

2

Wanneer de statistische overdracht in 2021 buiten beschouwing wordt gelaten, zou het percentage duurzaam opgewekte energie in Nederland ruim 11% bedragen.

24

opgewekt (Analyse NetAnders op basis van cijfers CBS). Ter vergelijking: dit is ongeveer 10% van de hoeveelheid (warmte) energie die door de SVP geleverd wordt. Figuur 2 laat specifiek de groei in zonne-energie in Purmerend zien. Dit in vergelijking met figuur 1 waarin de landelijke groei van de verschillende soorten duurzame energie te zien is.

Figuur 2: toename zonnestroom in Purmerend

3.2 Kosten De rekenkamer heeft voor de financiële effecten gekeken naar de informatie zoals die is gepresenteerd in de jaarstukken, in combinatie met de cijfers uit de beleidsstukken, memo’s en evaluaties die naar de raad zijn gestuurd. Duurzaamheid valt binnen programma 4 (Ruimte). Het jaarlijkse saldo (verschil tussen baten en lasten) varieert door de grote invloed van landelijke en provinciale subsidies die worden verstrekt aan de gemeente Purmerend. Wanneer de uitgaven in een ander jaar plaatsvinden dan de subsidie is ontvangen, kunnen er fluctuaties ontstaan. In Beemster is in 2021 sprake van negatieve lasten, doordat de maatregelen voor een ontvangen subsidie in een later jaar kunnen worden uitgevoerd. 2018 2019 2020 Lasten onbekend 5,5 mln. 1,2 mln. Baten onbekend 1,2 mln. 78.000 Saldo 1.6 mln. 4.2 mln. 1,1 mln. Figuur 3: Duurzaamheid in jaarstukken Purmerend

2021 2,5 mln. 713.000 1,8 mln.

2022 2,7 mln. 29.000 2,7 mln.

In de jaarstukken van Beemster werden de financiële cijfers voor duurzaamheid niet apart benoemd, maar waren ze geïntegreerd in het beleidsveld milieu. Grotere uitgaven werden wel apart benoemd, deze bedragen lagen onder de € 100.000 per jaar. In 2021 was een grotere subsidie voor duurzaamheid doorgeschoven naar 2022, omdat deze vanwege de coronamaatregelen in dat jaar niet uitgegeven kon worden. Een regionaal energiebesparingsprogramma van € 73.000 is dat jaar wel gerealiseerd. Vanaf 2022 zijn de begroting van Purmerend en Beemster geharmoniseerd.

25

Er is in 2018 een bestemmingsreserve duurzaamheid ingesteld. Hierin worden onder meer de gelden voor het project aardgasvrij en landelijke klimaatgelden in ondergebracht. De middelen in de bestemmingsreserve zijn vrij besteedbaar, maar wel geoormerkt voor het thema duurzaamheid. Voor thema’s waarbij een lange-termijn aanpak nodig is en een groot deel van de financiële middelen vanuit het Rijk of de Provincie komen, kan het opzetten van een bestemmingsreserve administratief een logische keuze zijn. 1/1/2019 1/1/2020 Bestemmingsreserve 7,0 mln. 7,0 mln. duurzaamheid Figuur 4: bestemmingsreserve duurzaamheid

1/1/2021 8,0 mln.

1/1/2022 6,5 mln.

Binnen het beleidsveld duurzaamheid hebben veel grote uitgaven een projectmatig karakter, waarbij er in één keer relatief veel geld binnenkomt en later ook weer besteed wordt. Voor de beoordeling van doelmatigheid van bestede gelden lijkt het zinvoller te kijken naar de individuele projecten dan naar de meerjarige trends in uitgaven. In de duurzaamheidsagenda’s van 2019 en 2020 wordt op detailniveau uitgesplitst wat de kosten per project zijn. Deze overzichten staan in bijlage A weergegeven. De grootste posten zijn: 1. 2. 3. 4.

Duurzaamheidssubsidies (€ 230.000 per jaar) Isoleren bestaande woningen (€ 200.000 per jaar) Kosten duurzaam bouwloket (€ 50.000 per jaar) Kosten duurzaamheidsinitiatieven (€ 50.000 per jaar).

De kosten van de energieleningen zijn relatief laag ten opzichte van de top 4 die hierboven staat beschreven (€ 3.450 tot € 6.900 per jaar). Deze kosten kunnen de komende jaren wel toe gaan nemen wanneer de rente stijgt. De impact van deze leningen is hoog: het totale bestede bedrag aan verduurzaming lag in 2023 op € 80.000 per week, oftewel ruim € 4 mln. per jaar. Bij duurzaamheidssubsidies is 25% van het bedrag subsidiabel, dus is de totale investering in verduurzaming ongeveer € 1 mln. per jaar. In de toelichtingen bij de begroting en jaarstukken en in de cijfers vanuit de duurzaamheidsagenda zijn een aantal ontwikkelingen te zien: -

-

-

De uitgaven (lasten) voor duurzaamheid nemen toe, maar de inkomsten (baten) vanuit landelijke en provinciale subsidies ook. In de begroting 2023 wordt geanticipeerd op hogere subsidies vanuit het Rijk. Deze waren ten tijde van het opstellen van de begroting nog niet bekend. Het plan is om in 2023 een nieuwe duurzaamheidsagenda op te stellen, waarin rekening gehouden wordt met deze nieuwe subsidies. Voor de begroting 2023 was nog rekening gehouden met een vergelijkbaar bedrag als in 2022. De zogenaamde ‘Jettengelden’ zouden neer kunnen komen op een bedrag van € 1,5 mln. voor Purmerend om de uitvoering van duurzaamheidsbeleid te versterken. Voor 2023 is de ambitie om voor de gemeente Purmerend? de CO2 prestatieladder in te voeren. Dit is een meetsysteem waarmee de organisatie bewust wordt van de eigen impact op de CO2 voetafdruk, energiestromen en communicatie hierover. Dit kan meer inzicht geven in de vraag op welke plekken eenvoudig winst te behalen valt. De kosten voor het duurzaam bouwloket zijn in de duurzaamheidsagenda 2020 verhoogd van € 30.000 naar € 50.000 per jaar.

26

3.3 Effecten van verschillende vormen energie-opwek Er is veel verschil in doelmatigheid tussen verschillende technieken voor de opwek van energie. Hier kan op meerdere manieren naar gekeken worden: voor de financiële kant wordt gekeken naar de kosten per kilowattuur, maar er kan naar veel meer gekeken worden dan alleen dit aspect. De impact op belastbaarheid van het energienet speelt een rol, het effect op maatschappelijk verantwoord inkopen, geopolitieke afhankelijkheid, impact op gezondheid omwonenden, flora en fauna, ruimtelijke inpassing etc. Hoewel dit onderzoek primair over zonne-energie en energiebesparing gaat, is in dit onderzoek naar voren gekomen dat door verschillende energiebronnen te combineren het energienet doelmatiger en doeltreffender gebruikt kan worden. In dit overzicht een analyse van een aantal energiebronnen waarbij gebruik is gemaakt van de meest recente wetenschappelijke bronnen.

Kosten / KWu3 (gemiddelde kosten levensduur) € 0,09 € 0,05

“Terugverdientijd” Impact op CO2 equivalent 4 5 net

Wind op zee 10 maanden Wind op land 3 tot 9 maanden (120 m) Wind op land € 0,15 8 mnd6 tot 3 jaar (15 – 35m) Grootschalig € 0,05 2 tot 3 jaar zon op grond Zon op dak € 0,10 2 tot 3 jaar Figuur 5: effecten wind en zon op vijf aspecten

Impact landschap, gezondheid mens en dier

-

+/-

Impact maatschappelijk verantwoord ondernemen, geopolitiek ++ ++

+

0

+

--

-

+

-

+/-

+

Kosten In de afgelopen jaren zijn de kosten van energie uit zon en wind sterk gedaald. Bij windenergie is de kostendaling vooral te danken aan de innovatie om steeds grotere windturbines op zee te kunnen realiseren. Een windturbine met twee keer zo grote wieken, wekt ongeveer vier keer zoveel stroom op, waardoor het slim is turbines zo hoog mogelijk te maken. De ruimte voor windturbines op de Noordzee is wel beperkt, doordat het nog niet goed mogelijk is om de fundering dieper te plaatsen dan 40 tot 50 meter. Bij zonnepanelen zijn de kosten in de afgelopen jaren heel hard gedaald, waardoor de kosten per KWh erg laag zijn. Die daling zet nog door. Dit is de belangrijkste reden waarom subsidies op zonnepanelen nu vaak niet meer nodig zijn. Terugverdientijd CO2 3 IRENA (International Renewable Energy Agency en World in Data) 4 Solar Photovoltaic Energy in Comprehensive Renewable Energy 5 Faunhofer ISE, History Trend in Energy Payback Time 6 Levenscyclusanalyse incl. onderhoud

27

Vroeger duurde het jaren voordat een windturbine alle broeikasgassen die in het hele productieproces waren uitgestoten, waren “terugverdiend” door de schone energie die de windturbine zelf maakt. Inmiddels zijn turbines veel beter geworden, waardoor die verhouding nu beter is. Windturbines op zee wekken nu verreweg de meeste stroom op, maar de productie, betonnen fundering, het plaatsen en het onderhoud kost meer energie dan bij windturbines op land. Grote windturbines verdienen hun CO2 sneller terug dan kleinere, doordat grotere turbines veel meer duurzame stroom produceren. Voor heel kleine turbines (denk aan 1 of 2 meter) kan nog steeds gelden dat de CO2 uitstoot als gevolg van productie en transport nooit meer terugverdiend wordt door de geproduceerde elektriciteit. Bij de 15 of 20 meter hoge windturbines hangt het sterk af van de gebruikte materialen. Wanneer er veel staal en beton in de turbines is verwerkt, ligt de verhouding anders dan bij lokaal geproduceerde turbines op basis van duurzamere materialen (zoals hout). Impact op energienet De impact op het energienet van windturbines is over het algemeen wat beter dan van grote zonnepaneelparken, doordat zonnepanelen veel grotere pieken en dalen hebben in de opwek. Windenergie heeft door het jaar heen een wat meer gelijkmatige opwek dan zonne-energie.

Onderstaand figuur laat zien hoe groot (en toenemend) de fluctuatie (verschillen) zijn tussen zon (oranje) en wind (groen):

Figuur 6: toenemende fluctuatie energieopwek (Energieopwek.nl / NOS) Hoe meer de energieopbrengst fluctueert, hoe moeilijker het voor het energienet is om de energie goed op te kunnen vangen. Voor zonnepanelen op daken is het effect iets gunstiger, omdat de energie wordt opgewekt op een plek waar het ook deels weer gebruikt kan worden. Kleine windturbines kunnen op sommige plekken een gunstige invloed op het net hebben, doordat ze voor stabilisatie kunnen zorgen wanneer het gecombineerd wordt met zonnepanelen en er mogelijkheden zijn voor aanpassingen in de energievraag. Impact op landschap, gezondheid mens en dier

28

Deze variabele is wat subjectiever, omdat er verschil van mening is over de impact van sommige technieken. Ook is er op wetenschappelijk niveau nog veel onduidelijk. Er gaat veel aandacht uit naar de negatieve effecten van windturbines op de populatie vogels. Naar schatting worden door Nederlandse windturbines 50.000 vogels per jaar gedood. Dit lijkt veel, maar in het verkeer komen in Nederland volgens Rijkswaterstaat 1 tot 2 miljoen vogels om het leven. Katten doden jaarlijks naar schatting 10 miljoen vogels.7 Bij windturbines op zee valt nog niet goed te onderzoeken hoeveel vogels er gedood worden, doordat die vogels in het water vallen en niet meer goed zijn te tellen. Op land kan dat wat eenvoudiger. Naast dode vogels en vleermuizen zijn er ook andere negatieve effecten. Sommige mensen ervaren hinder van het geluid of het zicht op windturbines in hun omgeving. In welke mate dit een effect heeft op de gezondheid is persoonsafhankelijk. Bij de politieke behandeling van besluiten over zoekgebieden voor windturbines speelt dit vaak een grote rol. Bij windturbines op zee kan ook nog een positief aspect spelen voor de groei van zeeleven op de funderingen van windturbines en het visverbod in de omgeving van windmolenparken. Op land hebben grote parken met zonnepanelen op sommige plekken een negatief effect op het bodemleven.

Doordat panelen het zonlicht blokkeren, is er minder groei van grassen en kruiden mogelijk. Dit heeft weer effect op het bodemleven zelf. Op plekken waar het juist noodzakelijk is dat er vaak gemaaid wordt (bijvoorbeeld langs wegen, i.v.m. verkeersveiligheid) is dit punt minder een probleem. Impact maatschappelijk verantwoord ondernemen en geopolitiek Alle soorten duurzame energie hebben een grote positieve impact op het terugdringen van afhankelijkheid van fossiele brandstoffen, die vaak afkomstig zijn uit niet-democratische landen. In de afgelopen jaren is gebleken dat de afhankelijkheid van Rusland voor aardgas, steenkool en aardolie het moeilijker maken voor Europese landen om geopolitiek krachtig te kunnen opereren. Naast fossiele brandstoffen, is er ook een risico dat Europa en Nederland te afhankelijk wordt van bijzondere metalen. China heeft sinds eind jaren ’90 een bijna-monopolie op 17 soorten bijzondere metalen die nodig zijn voor de energietransitie. Voor de meeste sterke permanente magneten die toegepast worden in grote windturbines wordt bijvoorbeeld Neodymium gebruikt, waar China 85% van de wereldproductie van in handen heeft. Hoewel het metaal zeldzaam is, is het vooral moeilijk om de raffinage op een milieuvriendelijke en veilige manier te doen. De EU en de VS hebben inmiddels plannen om de achterstand in te gaan halen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13537606/1