CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

B Plan van Aanpak visie De Purmer

Gemeenteraad 27 mei 2021, gemeente PurmerendBij agendapunt: Gebiedsvisie De Purmer2.592 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Plan van Aanpak

Gezamenlijke Omgevingsvisie De Purmer

( Kaart van het Purmermeer na de droogmakerij, Joh. Leupenius, 1683, naar L.J. Sinck)

1

Inhoudsopgave

2

1. Doel In september 2020 hebben de gemeenten Waterland, Purmerend en Edam-Volendam zich voorgenomen om vanuit hun zorg voor De Purmer een gezamenlijke visie op De Purmer op te stellen. De visie moet voor de lange termijn planologische duidelijkheid scheppen voor bewoners, ondernemers, overheidsinstanties en initiatiefnemers en daarom wordt een intergemeentelijke omgevingsvisie, als bedoeld in de Omgevingswet, voorbereid. De omgevingsvisie is de opvolger van de structuurvisie in de zin van de Wet ruimtelijke ordening. 1 De visie is het vervolg van de ‘inventarisatie’ die in 2020 is uitgevoerd en heeft geleid tot ‘de praatplaat’ (zie bijlage 1). Op basis van ‘de praatplaat’ zijn zes hoofdthema’s bepaald: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Bedrijvigheid Woningbouw Purmerbos Bereikbaarheid Agrarisch hart Energie

De insteek van de drie gemeenten is dat De Purmer niet als eenzijdig wingebied dient, maar -met een verbrede blik- meerdere doelen dient. De inzet is dat de polder ‘meerwaarde’ oplevert in landschappelijke, economische, ruimtelijke, maatschappelijke en innovatieve zin. De omgevingsvisie vormt de integrale basis voor ontwikkelingen in dit gebied, (actualisering) van bestemmingsplannen (toekomstige omgevingsplannen) en de toepassing van de Wet voorkeursrecht. Dat betekent dat er in de visie een ruimtelijke afweging plaatsvindt, dat er eventueel een sturingsfilosofie wordt bepaald, en dat er een basis is voor grondexploitatie en kostenverhaal. Waar ontwikkelingen worden voorzien, moet de visie voldoende concreet zijn om bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden (SBB, HHNK, PNH, MRA) duidelijkheid te geven wat het gaat betekenen voor hun omgeving. De visie geeft het ruimtelijk beleid in hoofdlijnen weer, de uitwerking op perceelsniveau vindt plaats in bijvoorbeeld toekomstige bestemmingsplannen (omgevingsplannen) of omgevingsvergunningen. De gemeenten brengen overzicht over uiteenlopende belangen in De Purmer (o.m. landbouw, bos-, water- en natuurbeheer). Tegelijkertijd wordt gekeken naar de toekomstige ontwikkelingen binnen die sectoren. .

Op die manier kunnen per sector individueel en gezamenlijk perspectieven worden geschetst en kunnen de gemeenten klankbord zijn om verbindingen tussen deelbelangen tot stand te brengen waar zij elkaar versterken. Om recht te doen aan de wens naar duidelijkheid voor de lange termijn ligt de planhorizon op 20 jaar. In 20 jaar kan er veel gebeuren. Te denken valt aan technologische ontwikkelingen, economische conjunctuur, maatschappelijke trends, crises, klimaatveranderingen. Dat houdt in dat de visie heldere hoofdlijnen moet bieden die houdbaar, toekomstbestendig zijn gedurende een lange termijn. De visie moet een basis leggen voor verdere brede samenwerking in ontwikkeling van De Purmer richting 2040. Voor het onderwerp bedrijvigheid wordt apart onderzocht of en in welke mate de ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein bovenin de Purmer in de visie een plaats krijgt. Beide processen zullen

1

Artikel 2.1, de leden 2, 3 en 4.

3

met elkaar verweven zijn en nauwe samenwerking vragen. Bij iedere fase wordt vanuit het proces bedrijventerrein inbreng geleverd aan het proces structuurvisie.

4

2. Wettelijk kader Tijdens dit proces wordt zoals het er nu naar uitziet de Omgevingswet ingevoerd, die de Wet ruimtelijke ordening vervangt. Beide wettelijke kaders worden hier genoemd, om te ondervangen dat dit plan van aanpak kan worden uitgevoerd, ongeacht de geldende wet. Waar in dit document het woord ‘visie’ wordt gebruikt, wordt dus bedoeld een structuurvisie of omgevingsvisie. De Wet ruimtelijke ordening (verder Wro) legt de gemeenteraad de verplichting op om ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening voor het gehele grondgebied van de gemeente één of meer digitale structuurvisies vast te stellen waarin de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren ruimtelijk beleid zijn vastgelegd. Daarnaast kan voor bepaalde aspecten van het ruimtelijk beleid een structuurvisie vastgesteld worden en kunnen raden gezamenlijk een structuurvisie vaststellen. Voor zover een structuurvisie ontwikkelingen omvat, dient die structuurvisie in te gaan op de wijze waarop de gemeenteraad zich voorstelt die ontwikkelingen te doen verwezenlijken; een uitvoeringsparagraaf. 2 Verder kan de visie een grondslag zijn voor (het verlengen van) de vestiging van gemeentelijk voorkeursrecht en kan de visie van belang zijn bij grondexploitatie. 3 De structuurvisie kan gezien worden als een strategisch beleidsdocument.

Alleen het vaststellende overheidsorgaan zelf wordt door de structuurvisie gebonden. De Wro is beperkt in het stellen van inhoudelijke eisen en vormvereisten: - Bij de structuurvisie moet worden aangegeven op welke wijze burgers, bedrijven en (maatschappelijke) organisaties bij de voorbereiding van de visie zijn betrokken; - Een structuurvisie moet digitaal uitwisselbaar zijn en voldoen aan de Praktijkrichtlijn; - Een structuurvisie moet elektronisch beschikbaar gesteld worden en raadpleegbaar zijn op ruimtelijkeplannen.nl. De bevoegdheid tot het vaststellen van de visie ligt bij de gemeenteraad. Het college is bevoegd om de besluitvorming van de gemeenteraad voor te bereiden. De Wro stelt –naast de verplichte kennisgeving van het voornemen geen specifieke procedurevoorschriften. Op grond van Gemeentewet en de inspraakverordeningen van de gemeenten dient de gemeenteraad tijdens het proces te besluiten op welke wijze ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van de visie worden betrokken. Wanneer de Omgevingswet in werking treedt worden structuurvisies en andere strategische beleidsdocumenten in het overgangsrecht gezien als één omgevingsvisie per gemeente. Deze kunnen daarna worden verwerkt wanneer de gemeenten een nieuwe omgevingsvisie vaststellen.

De omgevingsvisie onder de Omgevingswet verschilt op een aantal punten van de structuurvisie onder de Wro: - Omgevingsvisies kennen een bredere integrale ruimtelijke afweging; - Omgevingsvisies zijn vormvrij. Er dient te worden voldaan aan de digitale standaarden en publicatievereisten in het Digitaal Stelsel Omgevingswet;

2 3

Artikel 2.1Wro Art. 6.13 Wro.

5

-

-

Omgevingsvisies worden voorbereid door toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (afd. 3.4. Awb) waarbij eenieder een zienswijze kan indienen op de ontwerpvisie. Gemeenten hebben één omgevingsvisie voor de hele gemeente.

De visie die met dit plan van aanpak wordt bedoeld moet dus voldoen aan de integrale ruimtelijke afweging, de digitale standaard en publicatievereisten en de voorbereidingsprocedure. Omdat de visie zicht niet richt op een gehele gemeente, maar op een afgebakend gebied, wordt de omgevingsvisie vastgesteld als wijziging van de omgevingsvisies van de respectievelijke gemeenten.

6

3. Proces Dit beschrijft welke stappen worden doorlopen om tot het gewenste resultaat te komen dat voldoet aan de procedurele eisen en tegemoet komt aan de geformuleerde doelen. We gaan uit van een proces in 6 fasen: Ophalen, Opstellen, Klankborden, (concept-)ontwerpvisie, Vaststellen. Iedere fase kan tussenproducten, maar in ieder geval een eindproduct opleveren. 1. Onderzoek & Ophalen Deze fase bestaat uit - Participatiesessies met belanghebbenden en ketenpartners - (Bureau)onderzoek4 - Sessies met ambtelijke organisaties: minimaal 1 sessie waarbij de medewerkers van de drie gemeenten met elkaar samenwerken om input te vormen of te bediscussiëren. - Bestuurlijke sessie met de colleges (denk aan workshopvorm) Ketenpartners worden in een zeer vroeg stadium betrokken om te verkennen op welke onderwerpen zij in partnerschap invulling kunnen en willen geven en met de gemeenten kunnen samenwerken. Bij alle groepen van belanghebbenden wordt op een bij hun rol passende manier informatie opgehaald. De informatie die wordt opgehaald heeft betrekking op de thema’s uit de verkenningsfase. Hierbij horen onder meer participatiesessies met verschillende doelgroepen, werksessies met ambtelijke organisaties, overleg met ketenpartners, eventuele kernraden. Deze opbrengst wordt direct uitgewerkt in een concept-opbrengstnotitie en voorgelegd aan de stuurgroep.

De stuurgroep stelt de colleges voor de opbrengstnotitie bekend te maken en ter kennisname aan de raden te sturen. 2. Opstellen De opbrengst uit fase 1 wordt door bureau herleidbaar verwerkt in de 1e-conceptvisie die aan de stuurgroep wordt voorgelegd. Bij het opstellen wordt ook een paragraaf over trends en ontwikkelingen geschreven. Hier kunnen onderwerpen uit fase 1 een plaats krijgen die van belang zijn voor de context. Dit is de basis voor fase 3. 3. Klankborden De Stuurgroep gaat na: - Is de inbreng uit fase 1 voldoende teruggekomen, of is goed uitgelegd waarom de inbreng niet in de visie is teruggekomen? - Is de conceptvisie compleet; voldoende gemotiveerd en onderbouwd, wordt aan de doelen voldaan? De feedback uit de stuurgroep wordt verwerkt in de 2e-conceptvisie. De conceptvisie wordt voor feedback besproken in: Sessie(s) met ketenpartners (enquête?) Sessie(s) met belanghebbenden (enquête) Sessie(s) met colleges (wederom workshopvorm) 4

Bijvoorbeeld i.v.m. mer-beoordeling.

7

De opbrengst uit de sessies/enquêtes wordt direct uitgewerkt in de klankbordnotitie die wordt voorgelegd aan de stuurgroep. De stuurgroep stelt de colleges voor de klankbordnotitie te presenteren aan de gemeenteraden en aan de hand van de klankbordnotitie de ontwerpvisie op te stellen. De klankbordnotitie wordt gepresenteerd aan de gemeenteraden. 4. Ontwerp Aan de hand van de klankbordnotitie wordt de concept-ontwerpvisie wordt opgesteld en voorgelegd aan de stuurgroep. Voor de structuurvisie is geen wettelijke voorbereidingsprocedure bepaald. Dat betekent dat de Inspraakverordeningen van toepassing zijn en dat het bevoegd gezag (m.b.t. het vaststellen van een structuurvisie) besluit op welke wijze inspraak verleent wordt. Gelijk met dit Plan van Aanpak zal daarom aan de raden worden voorgesteld om voor de inspraak op de ontwerpstructuurvisie afdeling 3.4 Awb van toepassing te verklaren. Wanneer de Omgevingswet in werking treedt is dit automatisch van toepassing op omgevingsvisies, dus wordt op dezelfde wijze gehandeld, ongeacht de geldende wet. Samengevat: - Gemeenteraden besluiten vooraf om de voorbereidingsprocedure als bedoeld in afdeling 3.4. Awb van toepassing te verklaren. - De stuurgroep beoordeelt de concept-ontwerpvisie, het concept wordt, indien nodig aangepast, in ontwerp-visie.

- Op advies van de stuurgroep stellen de colleges de raden voor de ontwerp-visie vast te stellen als voorgenomen besluit en ter inzage te leggen. - De vastgestelde ontwerp-visie wordt gedurende zes weken digitaal en analoog ter inzage gelegd voor zienswijzen. - Dit gebeurt parallel, in alle drie de gemeenten. 5. Vaststellen In deze 5e fase worden de zienswijzen onderzocht en wordt een concept-Zienswijzennota tevens concept-Nota van wijzigingen opgesteld. De producten worden voor feedback voorgelegd aan de project- en stuurgroep, waarna eventuele wijzigingen in de vast te stellen Zienswijzennota tevens Nota wijzigingen worden verwerkt. Op advies van de stuurgroep stellen de colleges de gemeenteraden voor de Zienswijzennota tevens Nota van wijzigingen vast te stellen, te verwerken in de visie en de visie analoog en digitaal bekend te maken. De visie treedt in drie gemeenten in werking op de dag na de dag van de bekendmaking. 6. Terugblik en vervolg Na de bekendmaking wordt het proces geëvalueerd met (ten minste): de voorzitter van de stuurgroep, het externe bureau, de gemeentelijke projectleiders. Deze bijeenkomst wordt door de gemeenten voorbereid in de stuurgroep. Het proces van opstellen en vaststellen van de visie wordt besproken, er wordt ook vooruit gekeken naar de uitvoering van de visie en de stappen die daarvoor ondernomen moeten worden.

Een verslag wordt aan de colleges ter kennisname aangeboden.

8

4. Participatie en communicatie Het participatieproces wordt afgestemd op de doelgroepen, de onderwerpen die hen bezighoudt en de hoofdthema’s van deze visie. Er zal verschil gemaakt worden tussen de gesprekken met bijvoorbeeld de bewoner in het landschap, de agrarisch ondernemer en de vertegenwoordiger van de lokale kernraad. In het eindproduct moet de input uit de participatie te herkennen zijn, ook wanneer er geen uitvoering wordt gegeven aan de ingebrachte punten. De door bewoners en ondernemers bekendgemaakte standpunten en visies moeten hierin een plaats krijgen en in het proces worden meegenomen. Als inbreng niet wordt meegenomen in de visie, blijkt uit de opbrengstnotitie, klankbordnotitie of zienswijzennota waarom dat het geval is. De inzet van middelen, werkvorm en aard van gesprek sluit aan bij de doelgroep, de belanghebbenden of ketenpartners, en de aard van het gesprek dat met de doelgroep gevoerd wordt. Het bureau zorgt voor de creativiteit, organisatie, communicatie en planning. In de ophaalfase, fase 1, wordt per doelgroep ten minste 1 participatiesessie georganiseerd.

Er worden (afhankelijk van de mogelijkheden die er zijn vanwege bijvoorbeeld COVID-19) verschillende manieren opengesteld om inbreng te leveren, bijvoorbeeld: tijdens de participatiesessie, keukentafel of -schuursessies, via een daarvoor ingerichte website, via vragenlijst of enquête, via een app. Met de ketenpartners volstaat een overlegvorm met passende voorbereidingstijd. We onderscheiden in ieder geval de volgende actoren/belanghebbenden: - Agrarische ondernemers en verenigingen/vertegenwoordigers waaronder LTO en Vereniging Behoud Boeren Waterland - Bewoners in de Purmer - Bewoners in aangrenzende gebieden - Dorpsraad Purmer Belang - Ondernemers(verenigingen) - Overige belanghebbenden - Milieu- en natuurorganisaties, waaronder Stichting Behoud Waterland, Vereniging Water Land & Dijken. Specifiek voor het onderdeel bedrijventerrein: -

Ondernemers Oosterweg/Edammerweg in de Purmer, in of eigenaar van het Wvg-gebied Ondernemers bedrijventerrein Julianaweg Volendam en Slobbeland Volendam Economisch platform Edam-Volendam Plabeka Ondernemersvereniging Edam-Volendam VOWA ondernemers regio Waterland IBEV (industrie- en bedrijvengroep Edam-Volendam) Zeevang Ondernemers Ondernemersvereniging Waterland Purmerendse Regio Ondernemers

Ketenpartners: - Hoogheemraadschap HHNK - MRA-deelregio Zaanstreek-Waterland - Netwerkbeheerders - Plabeka - Provincie NH - Staatsbosbeheer 9

-

Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland Vervoerregio Recreatieschap Twiske – Waterland

5. Communicatie Het bureau zorgt voor duidelijke, aantrekkelijke en overzichtelijke communicatie. Communicatie vindt plaats via verschillende media, waaronder -

-

Een speciale projectwebsite met e-mailadres die minimaal tot 3 maanden na vaststelling en publicatie online blijft, deze kan dan worden overgedragen aan de gemeentelijke communicatie/ict teams; De lokale media en omroep; Aanleveren teksten voor formele kennisgevingen in huis-aan-huisbladen, officiële bekendmakingen.nl, Staatscourant en (elektronisch) Gemeenteblad; Sociale media: twitter, facebook (accounts voor het proces en aanleveren uitingen aan accounts van de gemeenten).

Communicatie met het college wordt afgestemd via de stuurgroep, en communicatie met de gemeenteraad wordt afgestemd door de stuurgroep met colleges. Bij deze bestuurlijke communicatie wordt rekening gehouden met processen die met deze visie in verbinding staan. Hiermee wordt in ieder geval het parallel lopende onderzoek naar industrie in dit gebied bedoeld.

6. Planning De voorgenomen planning is opgenomen in bijlage 2.

7. Geld De drie gemeenten hebben voldoende budget. De kosten worden verdeeld naar rato van het inwoneraantal.

8. Organisatie Er is een stuurgroep waarin de vertegenwoordigende portefeuillehouders van de gemeenten het proces bewaken op kwaliteit en voortgang. De stuurgroep accordeert stukken en is adviseur van colleges, biedt adviserend stukken aan ter besluitvorming. De stuurgroep bestaat in de basis uit wethouders Kaars (Waterland), Kroese (Purmerend) en Schutt (Edam-Volendam), afhankelijk van de te bespreken onderwerpen worden de andere portefeuillehouders uitgenodigd. De stuurgroep overlegt ten minste als aangegeven in de beschrijvingen van de fasen;. of vaker als dat noodzakelijk is. Het projectteam bestaat uit één ambtelijk aanspreekpunt per gemeente. Het projectteam bereidt documenten voor, bereidt bestuurders voor, betrekt ambtelijke organisatie (vakdisciplines) en stuurt het bureau aan. Het projectteam overlegt wekelijks. Het bureau heeft opdracht om procesverantwoordelijke te zijn voor uitvoering van dit plan van aanpak, ontzorgt de gemeenten, begeleidt projectteam en stuurgroep, organiseert, regelt en zorgt 10

voor participatie en communicatie, onderzoekt en stelt de documenten op…; Gemeente Waterland zorgt namens de drie gemeenten voor de aanbesteding en opdrachtverlening.

9. Dossiervorming De gemeente Edam-Volendam vormt een archiefdossier/projectdossier dat voldoet aan de eisen van de Archiefwet. Het archiefdossier/projectdossier wordt na inwerkingtreding van de visie overgedragen aan de archivarissen van Purmerend en Waterland.

10.

Risico’s

Risico

Oorzaak

Gevolg

Planning

Participatie vraagt meer tijd

Besluitvorming vertraagt.

Voor besluitvorming aanpassingsrondes nodig of meerdere vergaderingen Beschikbaarheid bureaus met juiste kennis & expertise is beperkt vanwege marktomstandigheden Politieke of publieke standpunten beïnvloeden proces Externe factoren (i.e. maatregelen Covid-19, weersomstandigheden, etc.) Inhoud

De Purmer is op thema’s als mobiliteit, duurzaamheid, economie onderdeel van een groter geheel in de regio. Risico op het niet kunnen maken van keuzes op dit niveau omdat het regionale of bovenregionale niveau nog geen heldere koers kent. Het risico is het verweven van dit proces met andere, meer abstracte processen (ook wel bloemkolen genoemd); afwijken toevoegen- van overeengekomen hoofdonderwerpen; hoofdlijnen uit oog verliezen (detailniveau)

Doel niet halen, lagere kwaliteit en mindere integraliteit. Dit kan potentiële ontwikkelingen of ambities in het gebied belemmeren omdat ze onvoldoende onderbouwd kunnen worden. Gevolg voor planning omdat meer tijd moet worden genomen, om gevolgen voor doelstellingen/kwaliteit te ondervangen.

11

11. Bijlage 1: Inventarisatie Purmer 2020: Praatplaat 12.

Bijlage 2: Voorgenomen planning in hoofdlijnen

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10063501/2