CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

B -notitie-herijking-armoedebeleid-purmerend-2023-gewijzigd-nav-raadsmemo-26-september-2023

Gemeenteraad 28 september 2023, gemeente PurmerendBij agendapunt: Herijking armoedebeleid8.769 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Van oerwoud aan regelingen naar versterken van bestaanszekerheid

Herijking armoedebeleid

Inhoud 1.

2.

Inleiding

5

1.1 Bestaanszekerheid onder druk

5

1.2 Leven in armoede en de gevolgen

5

1.3 Een ingewikkeld stelsel

6

1.4 Actualisatie van armoedebeleid

6

1.5 Voortborduren op het huidige armoedebeleid

6

Armoede anno 2023

7

2.1 Oorzaken

7

2.1.1 Stijgende uitgaven

7

2.1.2 Complex toeslagensysteem

7

2.1.3 Levensgebeurtenissen

7

2.1.4 Complexe samenleving

8

2.1.5 Armoedeval

8

2.2 Gevolgen

10

2.2.1 Gevolgen voor kinderen

3.

10

Actuele landelijke ontwikkelingen

12

Nederland heeft een uitgebreid maar ook een zeer complex sociaal stelsel, zowel op landelijk- als op gemeentelijk niveau. Door alle ontwikkelingen klinkt de roep om weten regelgeving aan te passen en extra maatregelen te treffen steeds harder. 12

4.

3.1 Herziening bestaansminimum

12

3.2 Wijzigingen Participatiewet

12

3.3 Toeslagenstelsel

12

Onze huidige aanpak en uitgangspunten

14

4.1 Huidige uitgangspunten

14

1.

We gaan uit van de leefwereld van onze inwoners

14

2.

Vroegtijdig en actief

15

3.

Structureel en zo zelfredzaam mogelijk

15

4.

Eenvoudig en toegankelijk

15

2

5.

Integraal en samenwerking

15

6.

Voor bijzondere doelgroepen

15

4.2 Wat werkt in de praktijk?

5.

6.

7.

15

4.2.1 Menselijk contact

15

4.2.2 Preventieve ‘erop- af- aanpak’

16

4.2.3 Samenspel

16

4.2.4 Geen versnippering in de aanpak

17

Minimaregelingen in de praktijk

18

5.1 Collectieve ziektekostenverzekering

18

5.2 Tegemoetkoming hoge zorgkosten

18

5.3 Individuele inkomenstoeslag

18

5.4 Sportieve en culturele activiteiten en internet voor volwassenen

19

5.5 Kindregeling van schoolkosten (incl. computer)

19

5.6 Jeugdfonds Sport & Cultuur tot en met 21 jaar

20

5.7 Behalen zwemdiploma A voor kinderen

21

5.8 Procedures, communicatie en bereik regelingen

21

Conclusies, doorontwikkeling en voorstellen

22

6.1 Conclusies

22

6.2 Doorontwikkeling

23

6.3 Uitgangspunten

23

6.4 Sporen voor de doorontwikkeling

24

1.

Doorontwikkeling van de preventieve aanpak

24

2.

Versimpeling van regelingen

24

3.

Verruiming van regelingen

24

4.

Langere termijn: onderzoek naar een meedoen-pas of alternatief

24

6.5 Voorstellen

25

Financiële consequenties

26

3

4

1. Inleiding De voorliggende actualisatie van het armoedebeleid gaat in op ‘armoede anno 2023’ en wat dat betekent voor mensen. We zetten dat af tegen onze huidige aanpak en regelingen en gaan in op kansen voor verbetering. Zo hopen we de bestaanszekerheid van inwoners van Purmerend te vergroten. De eindjes zijn niet meer aan elkaar te knopen. Boodschappen die fors duurder zijn geworden, energieprijzen die de pan uit rijzen, stijgende kosten van zorgpremies. Voor een groeiende groep mensen zijn de eindjes niet meer aan elkaar te knopen1. De inkomsten en uitgaven zijn niet meer in balans. Het zijn de gestegen kosten die mensen financieel in de problemen brengen. Spaargeld wordt aangesproken. Buffers zijn op. Een onverwachte situatie of gebeurtenis in het leven kan dan snel leiden tot problematische schulden. Het gaat niet alleen meer om mensen met een laag inkomen. Mensen uit alle lagen van de bevolking kunnen te maken krijgen met armoedeproblematiek; ouderen, jongeren, ondernemers, mensen met modale inkomens, alleenstaanden, mensen met een psychische kwetsbaarheid, anderstaligen en laaggeletterden. Dit heeft invloed op onze bestaanszekerheid.

1.1 Bestaanszekerheid onder druk Bestaanszekerheid is het fundament voor een inclusieve samenleving. Dit betreft niet alleen de zekerheid van voldoende en voorspelbaar inkomen. Ook zekerheid van betaalbaar wonen, toegang tot betaalbare zorg en de mogelijkheid om een financiële buffer op te bouwen voor onverwachte uitgaven. Het zijn de basisbehoeften die ieder mens nodig heeft om de rust en ruimte te vinden zich als mens te ontwikkelen, mee te doen in de samenleving en daaraan aan bij te dragen. En deze bestaanszekerheid staat de laatste tijd voor steeds meer mensen onder druk. Onzekerheid over een dak boven je hoofd, eten op tafel, betaalbare en toegankelijk zorg en een sluitend ‘huishoudboekje’ verminderen het welzijn van mensen en beperken de mentale ruimte om een weg uit deze situatie te vinden

1.2 Leven in armoede en de gevolgen Leven in armoede kan verstrekkende gevolgen hebben voor inwoners. Sommige mensen lukt het om rond te komen met een klein budget. Zij hebben misschien een netwerk, weten goed gebruik te maken van de regelingen die er zijn en hebben voldoende doen-vermogen2. Of zij weten dat het om 1

Dit blijkt uit diverse onderzoeken waaronder het Sociaal en Cultureel Planbureau Doen vermogen is een overkoepelend begrip voor het vermogen om een plan te kunnen maken, in actie te komen, acties vol te houden en met tegenslag om te gaan 2

5

een tijdelijke situatie gaat. Maar voor veel mensen is het niet eenvoudig. Zij kunnen niet meedoen. Schrappen en schrapen: geen uitjes, niet sporten, geen cadeaus voor een verjaardag of met sinterklaas, niet altijd een warme maaltijd. In plaats daarvan kleding bij de kledingbank, voedsel bij de voedselbank en speelgoed bij de weggeefwinkel. In een welvarend land als Nederland is dit de realiteit. Het laat zijn sporen na in generaties.

1.3 Een ingewikkeld stelsel Arm en rijk. Het is altijd zo geweest. In Nederland en in de wereld om ons heen. Het maakt uit waar je bent opgegroeid en hoe je netwerk eruit ziet. In Nederland hebben we te maken met een complex stelsel aan wet- en regelgeving en een individualistische maatschappij. Dat uit zich in schaamte voor de situatie, moeite met het vragen van hulp en het gevoel alleen verantwoordelijk te zijn voor de oplossing. Je moet goed op de hoogte zijn van de voorzieningen en regelingen waar je gebruik van kunt maken. Niet zelden stranden mensen in ingewikkelde aanvraagprocedures. Regels zijn ingewikkeld en de administratie is tijdrovend. Je moet beschikken over een flinke portie vaardigheden; (Nederlandse) taal, rekenvaardigheden en digitale vaardigheden. Daar wordt (onbewust) te vaak overheen gestapt, waardoor goed bedoelde hulp niet altijd effect heeft.

1.4 Actualisatie van armoedebeleid Vandaag de dag zien we dat het stelsel te ingewikkeld is geworden voor een groep mensen. Het Rijk heeft dit onderwerp hoog op de agenda staan en maakt plannen voor verbetering. Als gemeente werken we waar mogelijk preventief, maar plakken we vooral pleisters om de gevolgen van armoede te verzachten. Die pleisters – zoals de minimaregelingen- helpen tijdelijk, maar lossen het echte probleem niet op. De roep om een structurele oplossing wordt steeds groter. De gemeenteraad en het college van Purmerend maken zich zorgen over de economische ontwikkelingen en daarmee toenemende (negatieve) gevolgen voor inwoners van de gemeente Purmerend. Het thema is actueel en vraagt om een nieuwe blik. Met als achterliggende vraag: wat kunnen we als gemeente doen om inwoners in armoede zo goed mogelijk te helpen binnen de omstandigheden waarin zij zich daardoor bevinden? We hebben daarom het huidige armoedebeleid onder de loep genomen.

1.5 Voortborduren op het huidige armoedebeleid Onze gemeente zet zich al jaren in om mensen in moeilijke situaties te helpen. In 2016 is het huidige armoedebeleid vastgesteld. Dit beleid richt zich op een actieve aanpak, vanuit begrip voor de inwoner en werken vanuit zijn/haar leefwereld. Maatwerk dus. We hebben de afgelopen jaren ervaring opgedaan met een actieve (eropaf) aanpak samen met ketenpartners en actieve bewoners in de wijken. Ons beleid is niet statisch en ontwikkelt voortdurend doordat we steeds weer opnieuw zoeken naar passende oplossingen. Voor de actualisatie van het armoedebeleid borduren we voort op jarenlange ervaring waarin we in contact staan met inwoners en werkers in de wijken. Daarnaast hebben we via werkbijeenkomsten met de raad de belangrijkste thema’s uitgediept door in gesprek te gaan met inwoners en met elkaar.

6

2. Armoede anno 2023 Wat is de definitie van armoede precies? En wat zijn de oorzaken van armoede, inclusief armoedeval, en wat zijn daarvan de gevolgen? Armoede is “het niet kunnen voorzien in de eerste levensbehoeften”. We spreken in Nederland over absolute armoede als mensen leven onder de lage-inkomensgrens en bijvoorbeeld niet beschikken over (gezond) voedsel, huisvesting, toegang tot gezondheidszorg (bv. een zorgverzekering) of geen mogelijkheden hebben om verder te leren na de verplichte schoolperiode. Relatieve armoede verwijst naar de levensomstandigheden van een individu of groep in verhouding met zijn/haar omgeving. Sociale armoede betekent dat mensen niet mee kunnen doen aan het normale maatschappelijk leven omdat er geen geld is voor een sportclub of vereniging, voor schoolactiviteiten of een uitstapje van de bejaardenvereniging of bijvoorbeeld voor toegang tot internet.

2.1 Oorzaken 2.1.1 Stijgende uitgaven De uitgaven aan wonen, vervoer en boodschappen zijn momenteel zo hoog dat het menig huishouden niet meer lukt om alle rekeningen te betalen. Als meer dan 70 procent van het inkomen iedere maand vast opgaat, blijft er nauwelijks budget over om geld opzij te zetten voor minder frequente uitgaven aan kleding, zorg of het opbouwen van een buffer. 2.1.2 Complex toeslagensysteem Het Rijk vult te lage inkomens aan via de huur-, zorg- en kinderopvangtoeslag, maar het systeem kent grote nadelen. Veel mensen verdwalen in de complexe regels en bureaucratie en maken hierdoor onbedoeld fouten. Mensen die behoefte hebben aan ondersteuning, zijn vanwege hun lage inkomen aangewezen op inkomensondersteuning via toeslagen. Bovendien zijn de toeslagen voorschotten op basis van inkomensschattingen. Daardoor krijgen veel mensen achteraf te maken met herberekeningen en terugvordering van toeslagen. Zeker de mensen met flexibele en tijdelijke arbeidscontracten worden hierdoor getroffen. Omdat de Belastingdienst toeslagschulden verrekent met lopende toeslagen, kunnen mensen hun lopende verplichtingen niet meer voldoen en raken zij nog verder in de schulden. 2.1.3 Levensgebeurtenissen Een combinatie van persoonlijke factoren en levensgebeurtenissen zorgt ervoor dat mensen in meer of mindere mate financieel kwetsbaar zijn.

Dit kan ook het gevolg zijn van levensgebeurtenissen zoals het overlijden of ziek worden van een partner, plotselinge werkloosheid, terugval van inkomen door gebrek aan opdrachten of een faillissement (zoals bij velen het geval is geweest door de coronacrisis), een chronische ziekte of beperking of het simpelweg hebben van beperkte (financiële) vaardigheden en competenties. De financiële gevolgen van dergelijke ‘life events’ leiden tot stress

7

waardoor er weinig ruimte overblijft voor ontwikkeling op andere levensgebieden zoals zorg, participatie, gezondheid en opvoeding. 2.1.4 Complexe samenleving Ons stelsel gaat uit van mensen die altijd rationeel kunnen denken, weten waar ze recht op hebben en hoe ze maximaal gebruik kunnen maken van toeslagen en regelingen. In de praktijk is het maken van de juiste keuzes een moeilijke opgave door de complexiteit en hoeveelheid van regelingen. Daarbij komt de verschillen in generatie. Van ouderen weten we dat zij niet graag hun hand ophouden. Zij zijn gewend om het zelf te regelen. Zij betalen netjes de huur, maar wat er achter de voordeur afspeelt is vaak onbekend. Jongeren hebben te maken met de sociale druk van de maatschappij, presteren, meedoen met de nieuwe trends, etc. Verder wordt steeds meer digitaal ingericht. Dat betekent dat je over een flinke portie vaardigheden (en apparatuur) moet beschikken. Ook dit is nog niet vanzelfsprekend. Onze maatschappij heeft een individualistische grondslag. Het gevoel dat je het zelf moet regelen zit diepgeworteld. Dat maakt schaamte des te groter als het niet lukt. Omkijken naar elkaar is daarom een steeds belangrijker thema. 2.1.5 Armoedeval Armoedeval is de situatie die ontstaat wanneer een huishouden er financieel op achteruit gaat wanneer het inkomen uit werk toeneemt (zie ‘Verkenning Armoedeval gemeente Purmerend’).

Armoedeval kan voorkomen op het moment dat iemand vanuit de bijstand betaald werk gaat verrichten. Maar ook als het inkomen uit werk stijgt doordat iemand meer uren gaat werken of meer betaald krijgt. In het eerste geval is het voor een huishouden vanuit financieel oogpunt dus minder aantrekkelijk om betaald werk te verrichten. In het tweede geval is het niet aantrekkelijk om het inkomen uit werk verder te vergroten, bijvoorbeeld door een uitbreiding van het aantal werkuren of het accepteren van een beter betaalde functie. Een stijging van loon leidt niet altijd tot een hoger besteedbaar inkomen doordat vanwege een hoger inkomen bepaalde toeslagen en regelingen (gedeeltelijk) wegvallen. Vanuit financieel perspectief loont werken dus niet altijd. Daarnaast is het zo dat een wijziging in het inkomen kan leiden tot onzekere situatie. Door de complexiteit van veranderende regels, financiële en persoonlijke gevolgen kunnen mensen (met en zonder beperking) vaak niet goed overzien wat het betekent om aan de slag te gaan en wat dit oplevert, naast extra inkomen, zoals persoonlijke voldoening van werk, waardering en toekomstperspectief. Het niet goed overzien van al deze gevolgen geeft onzekerheid. Alles bij elkaar kan dat een belemmering vormen om aan het werk te gaan.

8

´Vijf jaar geleden, toen ik 22 jaar was, ben ik naar Nederland gevlucht. Ik woon nu in Purmerend. Mijn familie woont nog in mijn geboorteland. In het begin kreeg ik een uitkering, maar nu werk ik 5 of soms 6 dagen in de week. Ik heb een halfjaarcontract en heb werk als pakketbezorger. Ondanks dat ik veel werk, hou ik toch niet veel meer in de maand over dan toen ik een uitkering kreeg. Alle toeslagen zijn vervallen, en ik moet ook nog € 2.300 aan toeslagen terugbetalen. Ik wist niet precies hoe het werkte, en heb te laat doorgegeven dat ik werk had. Op de MeerDoen-regelingen heb ik ook geen recht meer. Ik krijg gelukkig hulp van een sociaal raadsvrouw van Clup. Ik wil graag werken en niet thuis zitten, maar ik begrijp niet dat ik er maar zo weinig van overhoud. Ik vind het niet eerlijk dat iemand die thuis zit en niets doet, hetzelfde te besteden heeft in de maand. Dat stimuleert mij niet. Maar van thuis zitten krijg ik stress, dus ik blijf werken. Ik wil aan mijn toekomst bouwen, maar het maakt het er niet makkelijker op´. Het probleem van armoedeval is al jaren bekend. Armoedeval vormt een complex geheel van landelijke- en gemeentelijke inkomensvoorzieningen, kwijtscheldingen en heffingskortingen. Het kabinet is aan zet om structurele oplossingen te zoeken voor armoedeval.

De herziening van het toeslagenstelsel en andere voorstellen of wetswijzigingen kunnen van grote invloed zijn op- en bijdragen aan het verminderen van armoedeval. De uitwerking en daadwerkelijke invoering van landelijke voorstellen en (wets)wijzigingen hebben over het algemeen langdurig verloop. Als gemeente kunnen we de armoedeval in beperkte mate beïnvloeden. Samengevat kan gezegd worden dat hoe meer een huishouden gemeentelijke inkomensondersteunende maatregelen benut, hoe groter de armoedeval kan zijn. Ruimhartig gemeentelijk armoedebeleid leidt niet direct tot het verminderen van armoedeval. Wij zetten vooral in op begeleiding en nazorg wanneer iemand aan het werk gaat. De effecten zijn niet altijd direct inzichtelijk, maar soms pas na verloop van tijd. De consulent van de gemeente probeert waar mogelijk inzichtelijk te maken wat een beëindiging van de uitkering betekent. Als dat niet direct lukt zijn wij er ook na verloop van tijd nog voor de inwoner om te voorkomen dat er financiële problemen ontstaan. Waar nodig zoeken we mogelijkheden binnen de verordening voor het verstrekken van bijvoorbeeld een vergoeding. Dit is een ontwikkeling binnen de loketten waar steeds meer aandacht voor is in samenwerking met Werkom. Daarnaast biedt de re-integratieverordening de optie om een bewoner tegemoet te komen bij opstartkosten (artikel 17).

Een aanpassing van dit artikel kan leiden tot een betere financiële stimulans om aan het werk te gaan. De re-integratieverordening moet vanwege wetswijzigingen op een aantal punten worden aangepast. De aanpassing van artikel 17 zal daarin worden meegenomen. In Q4 van dit jaar zal dit voorstel worden voorgelegd aan de raad.

9

2.2 Gevolgen De gevolgen van armoede en schulden kunnen groot zijn. Het heeft effect op meerdere levensgebieden en op ontwikkelingskansen.

Armoede kan leiden tot gezondheidsklachten zoals stress, (lichamelijke) spanningen en chronische aandoeningen. Een ander gevolg is sociale uitsluiting. Mensen in armoede of met schulden (en hun kinderen) hebben vaak geen geld om mee te doen met sociale activiteiten. Langdurige stress kan leiden tot verminderd denkvermogen, terwijl de bestaande regelingen juist uitgaan van de aanwezigheid van een hoog denkvermogen. Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen het “denk- en doenvermogen van burgers“ (WRR, 2017). Er is een groot verschil tussen iets weten en er daadwerkelijk naar handelen. Veel regels gaan uit van een grotere redzaamheid dan waarover burgers beschikken. Zeker als mensen te maken hebben met ingrijpende levensgebeurtenissen (echtscheiding, faillissement, ontslag) of langdurige stress. Dit leidt ertoe dat mensen niet altijd doen wat logisch lijkt of wat een regeling van hen verwacht, waardoor zij makkelijker in een neerwaartse spiraal en financiële problemen terechtkomen. 2.2.1 Gevolgen voor kinderen Armoede kan een groot effect hebben op kinderen. Het overkomt hen en zo kan armoede doorgegeven worden van generatie op generatie. Voor een jongere kan het erg moeilijk zijn in relatie tot leeftijdsgenoten. Het voelt niet fijn als de rest van de klas wel de nieuwste sneakers koopt, in de pauze iets lekkers haalt in de kantine of mee kan met een uitstapje.

Het kan leiden tot het gevoel “er niet bij te horen”. Schulden, echtscheiding, het verlies van een baan, slechte woonomstandigheden of dreigende huisuitzetting kunnen leiden tot spanningen, instabiele levensomstandigheden en

10

multiproblematiek bij kinderen en jongeren thuis. De zorgen en stress die dit met zich meebrengt, zet kinderen onder druk. Dit vergroot het risico op een minder goede taal- en cognitieve ontwikkeling, lagere schoolprestaties en voortijdig schoolverlaten. Opgroeien in armoede kan kinderen en jongeren belemmeren in hun sociaal emotionele ontwikkeling. Ook hebben zij een groter risico op psychosociale problemen, probleemgedrag, slechte gezondheid en op de langere termijn op jeugdcriminaliteit, -werkloosheid en het blijven leven in armoede op volwassen leeftijd. De effecten van het langdurig opgroeien in armoede voor kinderen en jongeren kunnen ernstige gevolgen hebben, voor de rest van hun leven. ´Armoede heb ik mijn hele leven gekend. Ook mijn grootouders en ouders leefden in armoede. Lange tijd schaamde ik me hiervoor. Als kind was er nooit geld. Altijd de eindjes aan elkaar knopen. Na mijn scheiding heb ik mijn kinderen alleen opgevoed. Dat was niet makkelijk. Vakanties bestonden uit een dagje weg met de fiets, bijvoorbeeld naar ‘t Twiske. Dat kostte geen geld en we waren er toch even uit. Kleren maakte ik zelf, voor mezelf en de kinderen, van materialen die ik kreeg van anderen. Mijn kinderen heb ik in armoede opgevoed en meegegeven dat leren belangrijk is. Zodat zij later een goed betaalde baan zouden hebben en niet meer in armoede hoefde te leven.

En dat is gelukt, daar ben ik trots op en heel blij mee. Eindelijk is de cirkel van armoede doorbroken! Mijn (klein)kinderen hebben het nu goed, geen armoede meer. Ik schaam me er nu niet meer voor en probeer andere mensen te helpen als ervaringsdeskundige´.

11

3. Actuele landelijke ontwikkelingen Er zijn op dit moment veel actuele landelijke ontwikkelingen rond thema’s als armoede & schulden, arbeid, uitkeringen en toeslagen. Nederland heeft een uitgebreid maar ook een zeer complex sociaal stelsel, zowel op landelijk- als op gemeentelijk niveau. Door alle ontwikkelingen klinkt de roep om wet- en regelgeving aan te passen en extra maatregelen te treffen steeds harder.

3.1 Herziening bestaansminimum Het Nibud, het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting, geeft al langere tijd aan dat een bijstandsuitkering te laag is voor huishoudens om van te leven. En dat het tijd wordt voor een algehele herziening van het bestaansminimum en de daarmee samenhangend de hoogte van uitkeringen. Inmiddels groeit het besef dat in Nederland het bestaansminimum fors onder druk is komen te staan, mede door de corona-, woon- en energiecrisis, de hoge inflatie en de daarmee stijgende prijzen. Daarom zijn ingrepen en systeemwijzigingen noodzakelijk om tot structurele verbeteringen te komen van het armoedeprobleem. In de Tweede Kamer is een motie aangenomen om samen met het Nibud een onafhankelijke commissie in te stellen die onderzoek gaat doen naar de hoogte en de systematiek van het sociaal minimum. Deze commissie heeft de opdracht om voor 30 juni 2023 een eindrapport uit te brengen aan de minister.

3.2 Wijzigingen Participatiewet Daarnaast heeft minister Schouten op 21 juni 2022 het rapport ‘Participatiewet in balans’ gepresenteerd. In dit rapport wordt de samenhang en knelpunten in de Participatiewet aangegeven. Het rapport biedt een (omvangrijk) overzicht met beleidsopties voor wijzigingen van de Participatiewet. Op 12 juli 2022 heeft de minister de Kamer geïnformeerd over de: Aanpak geldzorgen, armoede en schulden. In deze brief wordt aangegeven op welke wijze het kabinet geldzorgen, armoede en schulden wil voorkomen en aanpakken. De ‘Aanpak geldzorgen, armoede en schulden’ zal meerdere jaren in beslag nemen en heeft als doel een halvering van het aantal kinderen dat opgroeit in armoede in 2025, en een halvering van armoede en problematische schulden in het algemeen in 2030.

3.3 Toeslagenstelsel Verder is duidelijk geworden dat het toeslagenstelsel niet meer past bij de samenleving van nu. Daarom gaat het toeslagenstelsel op de schop. Hiervoor zijn eind 2020 voorstellen gepresenteerd, die nu verder door het Rijk worden uitgewerkt. Er zijn ook al een aantal aanpassingen doorgevoerd

12

per 1 januari 2023, juist om te voorkomen dat armoede in Nederland toeneemt. Zoals een stijging met 10% van het wettelijk minimumloon, de bijstand, de AOW en de WW. En een verhoging van de huur- en zorgtoeslag, een verlaging van de inkomstenbelasting en de handhaving van de energietoeslag van € 1.300 in 2023. Al met al lopen er veel onderzoeken, zijn of worden er voorstellen gedaan voor wet- en systeem aanpassingen. De verdere uitwerking van alle plannen en wet- en regelgeving zal nog jaren in beslag nemen. En de uitkomst van al deze ontwikkelingen bepaalt sterk in welke mate aanvullend gemeentelijk armoedebeleid noodzakelijk is. Voor dit moment moeten wij daarom uitgaan van de huidige situatie en wet- en regelgeving.

13

4. Onze huidige aanpak en uitgangspunten In 2016 is het huidige Armoedebeleid vastgesteld. De minimaregelingen werden vereenvoudigd en aangepast en de focus werd verlegd naar een preventieve aanpak waarbij de leefwereld van mensen centraal staat. De aanpak is sindsdien actief: we zetten ons in om signalen vroegtijdig te signaleren en aan te pakken. De basishouding is veranderd. We gaan uit van maatwerk naar behoefte. Niet alleen gericht op het nu, maar ook en met name op de lange termijn. Onze aanpak is gericht op de volgende sporen: 1. Preventieve aanpak in de wijken, in samenwerking met allerlei partners; 2. Gemeentelijke minimaregelingen: • Collectieve ziektekostenverzekering • Tegemoetkoming hoge zorgkosten • Sportieve en culturele activiteiten en internet voor volwassenen • Schoolkosten voor kinderen (incl. computer) • Jeugdfonds Sport & Cultuur tot en met 21 jaar • Behalen zwemdiploma A voor kinderen • Individuele inkomenstoeslag 3. Bijzondere bijstand voor bijzondere kosten (op basis van draagkracht); 4. Subsidies voor samenwerkingspartners; 5. Schulddienstverlening bij problematische schulden. Daarnaast is het Ondernemersloket opgericht om ondernemers verder te helpen. Ondernemers kunnen bij de gemeente terecht met vragen over ondernemen, maar ook met financiële vragen.

4.1 Huidige uitgangspunten In het huidige beleid hanteren we de volgende uitgangspunten: 1. We gaan uit van de leefwereld van onze inwoners Onze aanpak gaat uit van de leefwereld van mensen. Geen situatie is hetzelfde. We kijken breed naar de situatie en zoeken naar oplossingen die aansluiten bij de mensen. De vraag is hoe iemand het beste geholpen is, niet waar iemand recht op heeft.

14

2. Vroegtijdig en actief We zetten in op een vroegtijdige actieve aanpak. We pakken als gemeente de regierol door meer integrale samenwerking te stimuleren met onze ketenpartners, scholen en maatschappelijke organisaties. 3. Structureel en zo zelfredzaam mogelijk Regelingen zijn meestal een pleister op de wond. Ze zijn nodig. Maar ze lossen het echte probleem niet op. Daarom moet altijd naar de hele situatie gekeken worden. Naast de inzet van tijdelijke regelingen wordt ook gekeken naar structurele oplossingen. 4. Eenvoudig en toegankelijk Het stelsel is al complex genoeg. Wij vereenvoudigen waar we kunnen, zodat bewoners met een hulpvraag op meerdere plekken hun verhaal kwijt kunnen en van daaruit geholpen kunnen worden. Niet doorverwijzen, maar echt helpen. 5. Integraal en samenwerking Armoede hangt samen met allerlei thema’s die we binnen de maatschappij tegen komen. Het is geen geïsoleerd probleem. Het komt voor in alle lagen van de bevolking. Samenwerking met maatschappelijke partners, (actieve) bewoners en bijvoorbeeld met scholen is essentieel. We kijken met een brede, integrale blik naar wat nodig is. 6. Voor bijzondere doelgroepen Er is veel verborgen armoede. Er zijn bijzondere groepen die vragen om breed te kijken naar de situaties en flexibel om te gaan met regels. De jeugd in het bijzonder is een groep die specifieke aandacht vraagt.

Deze huidige uitgangspunten passen nog goed. Alleen het zesde uitgangspunt verdient aanpassing. We willen minder beredeneren vanuit doelgroepen en verkokering, maar open staan voor iedereen die dat nodig heeft.

4.2 Wat werkt in de praktijk? 4.2.1 Menselijk contact Menselijk contact, iets wat zo vanzelfsprekend lijkt, is in de praktijk niet altijd zo eenvoudig. Echt luisteren naar waar een inwoner tegenaan loopt. Niet oordelen, maar proberen te begrijpen waar beslissingen vandaan komen; niet altijd vanuit rationeel handelen maar vanuit emotie. Het is de kunst om van daaruit passende oplossingen zoeken. Dat is een andere benadering dan focus leggen op ons eigen aanbod en toetsen wie daarvoor in aanmerking komt. Dat menselijk contact kan op verschillende plekken plaats vinden. Bij iemand thuis, in een wijk- of winkelcentrum, op het stadhuis, in een parkje…. Het gaat om de plek van waaruit vertrouwen kan groeien. Dit vraagt ruimte voor de uitvoering om te doen wat nodig is en te handelen vanuit vertrouwen.

15

Bij het Infopunt Wheermolen stapte een bewoner naar binnen om even uit te rusten op een stoel, hij was wat slecht ter been en maakte gebruik van de gelegenheid. Hier kwam hij in gesprek met een medewerker van de gemeente. Deze meneer bleek een ex ondernemer en zat al een tijd financieel in de knel. “Het is een flinke drempel om hierover te praten en hulp te vragen en ik weet ook niet waar ik hulp moet vragen”, gaf hij zelf aan. Tijdens dit gesprek ontstond er voor hem een gelegenheid en kwam het toch spontaan ter sprake. De medewerker was er op het juiste moment, heeft goed naar zijn verhaal geluisterd en vervolgens haar telefoonnummer gegeven en hulp aangeboden. Meneer moest het even op zich in laten werken en heeft op een later moment toch een afspraak gemaakt om samen met een consulent van de gemeente te kijken naar zijn situatie en de mogelijkheden. Inmiddels is de hulp opgestart en heeft meneer een begeleider. 4.2.2 Preventieve ‘erop- af- aanpak’ Afgelopen jaren is flink ingezet op preventie. Het team preventie vanuit de gemeentelijke schulddienstverlening is uitgebreid en we werken steeds vaker samen in wijken. Daardoor bereiken we meer mensen die anders niet in beeld komen. Deze proactieve aanpak werkt en we zien kansen om hier nog meer op in te zetten.

Door nog meer vanuit wijken te werken kunnen we gemeenschapsvorming stimuleren en actieve bewoners helpen om meer mensen te bereiken. Vanuit deze netwerkgedachte kan naar verwachting meer bereikt worden. In het kader van preventie wordt een gastles “Incasso” gegeven op één van de middelbare scholen aan derdejaars leerlingen. Tijdens deze les vertelt een ervaringsdeskundige zijn verhaal. Aan de hand van het onderwerp “wat als je je rekening niet betaalt” komt er een gesprek op gang over de gevolgen. Een leerling vertelt in dat gesprek over de ongeopende post van een deurwaarder die zij thuis heeft zien liggen. De docent bespreekt dit na de gastles met het meisje. Er ontstaat een gesprek over hoe het thuis gaat. Naar aanleiding daarvan volgt een afspraak met haar moeder, op een laagdrempelige manier vertelt de docent over de mogelijkheden van het wijkteam. 4.2.3 Samenspel Het vraagt inzet van de inwoner zelf, maar ook capaciteit van de gemeente en samenwerkingspartners. Het vraagt een samenspel. In Purmerend zijn we op de goede weg. Wel zien we kansen om verder te bouwen aan de weg die we zijn ingeslagen. Het besef groeit dat we niet te veel regelingen vooraf moeten bedenken, maar juist de oplossingen open moeten houden.

Dat kan een regeling zijn, een beroep op de bijzondere bijstand, hulp van een bewoner, het vergroten van iemands netwerk, begeleiden naar de juiste instanties, een cursus “omgaan met geld” etc.

16

Het team preventie werkt samen met de Stadsverwarming (SVP) om signalen vroegtijdig op te pakken. Er komt een melding van de SVP bij het team preventie binnen over het hoge verbruik van een inwoner. Deze inwoner heeft nog een oude schuld bij SVP open staan welke ze aflost. Mevrouw heeft voor een alleenstaande een heel hoog maand bedrag en de SVP maakt zich hier zorgen over. SVP heeft telefonisch contact gehad met mevrouw hierover. Dit contact bleek moeizaam te verlopen. De preventie consulent pakt dit zorgelijke signaal van SVP op en gaat op huisbezoek om het gesprek te starten. Het blijkt lastig te zijn om mevrouw direct te bereiken. Ze is toch wat wantrouwend. Daarom wordt de situatie in het wijkoverleg besproken. Uit dat overleg komt naar voren dat meerdere buurtbewoners meldingen hebben gedaan van overlast. De consulent van de gemeente probeert opnieuw contact te leggen met mevrouw en na meerdere pogingen mag ze binnen komen. Mevrouw is op leeftijd, praat veel over het verleden, maar lijkt ook wat verward. De consulent kijkt met haar financiën mee en zorgt ervoor dat er iemand naar de meter komt kijken. De consulent merkt op dat de oude schuld van de SVP veel onrust geeft. Als gevolg hiervan heeft de consulent een voorstel voor kwijtschelding gedaan bij de SVP onder voorwaarde dat haar verbruik lager gaat worden.

Er wordt een ‘energieheld’ ingezet die met haar naar het gebruik kijkt. Naast de financiën blijkt meer te spelen. Zo is de woning te groot voor mevrouw en voelt ze zich eenzaam. Daarnaast is er het vermoeden van dementie. Bij de volgende gesprekken, wordt een collega van Route 100 mee genomen. Deze persoon kijkt vanuit haar expertise of er wellicht sprake is van dementie. Mevrouw wordt daarna uitgenodigd in het wijkteam voor de koffie momentjes. Zo komt ze weer onder de mensen. Van de SVP hebben we inmiddels te horen gekregen dat het verbruik is gedaald en zij de schuld waarschijnlijk zullen gaan kwijt schelden. Ook wordt er gekeken naar de mogelijkheid om te verhuizen naar een senioren woning. 4.2.4 Geen versnippering in de aanpak In de basis draait alles om niet rondkomen. Inkomsten en uitgaven zijn in niet in evenwicht. Dit kan voor de mensen op verschillende vlakken tot problemen leiden en er voor iedereen anders uitzien. Maar in principe is er geen geld voor extra’s zoals sporten en het kopen van verzorgingsproducten. Wat helpt is niet te denken in vooraf bedachte oplossingen, maar open te staan voor wat nodig is voor die persoon. Dus geen versnippering in de aanpak, maar kijken vanuit de brede situatie.

17

5. Minimaregelingen in de praktijk Minimaregelingen zijn (helaas) nog steeds nodig. Onze aanpak is gericht op preventie waarbij we vroeg op signalen afgaan en bewoners zo goed mogelijk proberen te ondersteunen. Het is niet de duurzame oplossing, maar kan wel helpend zijn om ruimte te creëren in de portemonnee en om mee te doen. We weten steeds beter wat wel en niet werkt. Hieronder per regeling de conclusies die we op basis van ervaring kunnen trekken.

5.1 Collectieve ziektekostenverzekering Voor de collectieve verzekering hebben we als gemeente afspraken gemaakt met Zilveren Kruis Achmea en Univé. Bewoners krijgen korting op de premie. Door te werken met twee zorgverzekeraars hebben inwoners een keuze. Kanttekening daarbij is dat een zorgverzekeraar zelf de premies kan wijzigen. Als gemeente moeten we daarom steeds blijven bekijken wat gunstig is voor de inwoner.

5.2 Tegemoetkoming hoge zorgkosten Inwoners met een laag inkomen kunnen een tegemoetkoming krijgen bij hoge zorgkosten. In de praktijk krijgen wij regelmatig vragen over bijvoorbeeld de hoogte van het bedrag en de drempel voor de vergoeding. Dat bedrag is namelijk niet gelijk aan de wettelijke eigen bijdrage van €385, maar €200. Daarnaast krijgen mensen de vergoeding pas wanneer de drempel van €200 is bereikt. Aan de andere kant is de hoogte van de zorgtoeslag verhoogd. Daarom zien we op dit moment geen aanleiding voor aanpassingen.

5.3 Individuele inkomenstoeslag Inwoners die 60 maanden een bijstandsuitkering ontvangen of een ander laag inkomen hebben en geen zicht op inkomensverbetering hebben, kunnen in aanmerking komen voor een jaarlijkse toeslag in aanvulling op het inkomen. De toeslag is bedoeld voor uitgaven zoals een nieuwe koelkast, wasmachine of (onverwachte) rekeningen. Het betreft hier geen minimaregeling, maar een toeslag die kan worden verstrekt op grond van de Participatiewet. De referteperiode van 60 maanden voordat een inwoner in aanmerking komt voor de individuele inkomenstoeslag is erg lang. Over het algemeen is binnen ongeveer drie jaar vaak duidelijk of er nog zicht is op inkomensverbetering. Ook wordt op landelijk niveau gepleit voor een ruimere toepassing van deze regeling, vergelijkbaar met de onlangs verruimde mogelijkheden voor giften aan mensen met een bijstandsuitkering en de verruiming van de ‘kostendelersnorm’.

1. Voorstel is om de referteperiode te wijzigen van 60 naar 36 maanden. 18

5.4 Sportieve en culturele activiteiten en internet voor volwassenen Via deze regeling kunnen mensen in aanmerking komen voor een bedrag van €100 ten behoeve van internet en sportieve- of culturele activiteiten. Om praktische redenen zijn deze in het verleden samengevoegd. Voor samenwonenden is dit bedrag €150. In de praktijk wordt het bedrag aangevraagd voor internet. Het is niet logisch dat de vergoeding voor alleenstaanden lager is dan die van samenwonenden. Het bedrag is in de praktijk gelijk. Voor sport- en cultuur blijkt dit bedrag te laag. Het is niet mogelijk om een contributie hiervan te betalen. We vinden als gemeentecultuur, gezondheid, sporten en bewegen al jaren een belangrijk thema. Geldgebrek belemmert dit. Binnen de Sportvisie hebben we het volgende gezegd: “Purmerend is een vitale gemeente waarin iedereen, jong en oud en ongeacht belemmeringen, de kans heeft om gezond te leven en plezier te beleven aan sport en bewegen...”. Toch is dit in praktijk niet zo. Met het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en het Integraal Zorgakkoord (IZA) geeft ook het Rijk aan hoe belangrijk gezondheid en preventie is voor een sterke sociale basis. De doelen die hier gesteld worden sluiten aan bij wat we binnen het armoedebeleid ook willen bereiken; namelijk dat iedereen kan werken aan zijn/haar gezondheid.

Een verbreding van de sport- en cultuurregeling zou beter passen bij deze tijd en wat mensen nodig hebben. Want het gaat om de sociale basis en dat kan voor inwoners heel verschillend zijn. In die verbreding van de regeling zou het mogelijk moeten zijn voor mensen om het budget zo te besteden dat het hen helpt meer mee te doen en gezonder te leven. 2. Voorstel is om de internetvergoeding te behouden waarbij één bedrag wordt gehanteerd van € 100 per huishouden; 3. Voorstel is om een meedoen-regeling te creëren waar binnen mensen zelf de keuze kunnen maken aan welke activiteiten zij dit willen uitgeven, met als doel dat zij meer mee kunnen doen en gezonder kunnen leven waarbij een bedrag wordt gehanteerd van €425 per jaar. Dit bedrag is in elk geval dekkend om een sportabonnement te kunnen betalen en staat gelijk aan het bedrag dat uitgegeven wordt voor sport- en cultuur voor kinderen.

5.5 Kindregeling van schoolkosten (incl. computer) Via deze regeling kan een vergoeding worden aangevraagd voor kinderen tot 18 jaar om mee te doen aan school gerelateerde activiteiten. Het gaat bijvoorbeeld om de volgende kosten: • Kosten voor kinderen van 4 tot 18 jaar in verband met school, die niet via andere regelingen worden vergoed. Voorbeelden hiervan zijn de kosten voor een ouderbijdrage of schoolreisje. Maar soms ook de kosten voor een computer, laptop, tablet, smartphone of fiets. De maximale vergoeding van de kindregeling is € 200 per kind/jaar. Voor een computer, laptop, tablet of smartphone gelden afwijkende bedragen. • Kosten van een huiswerkcomputer of laptop voor kinderen op het voortgezet onderwijs tot 18 jaar. De maximale vergoeding is per huishouden € 625 (1x in de 5 jaar, incl. printer). Voor een tablet is de maximale vergoeding € 300 en voor een smartphone € 150. Een abonnement of prepaid wordt niet vergoed. Deze regeling sluit in de praktijk op een aantal vlakken niet meer goed aan bij wat nodig is. In de basis wisselt het per kind van wat er nodig is. Zo zijn de kosten van de ouderbijdragen op de

19

basisschool lager dan op de middelbare school. En op de middelbare school hebben we te maken met verschillen tussen opleidingen/scholen. Daarnaast is het zo dat de regeling nu soms te strikt toegepast. Een fiets is niet alleen nodig voor school, maar ook om lekker te bewegen en mee te doen. Een verruiming van regels is daarom nodig. Voor een computer geldt dat dit afhankelijk is van wat de school vraagt. Nu is de regeling gericht op het huishouden en niet op de behoefte per kind. Tegenwoordig is digitaal werken en leren op veel scholen de norm geworden en hebben meerdere kinderen in een huishouden soms op hetzelfde moment een computer nodig. Verder is een printer in huis bijna niet meer nodig. Het is nu ook mogelijk om een smartphone en tablet aan te vragen. In de praktijk merken we dat dit bij de beoordeling complex is. Bijna alle jongeren hebben al een telefoon en een tablet wordt op scholen doorgaans niet gebruikt. Daarom is het voorstel de regeling aan te passen. De computer is een noodzakelijk leermiddel voor schoolgaande kinderen. Als we over een computer spreken dan gaat dat in de regel om een laptop die kinderen op school en thuis kunnen gebruiken. De printer en smartphone komen te vervallen, een tablet in plaats van een laptop is mogelijk als uitzondering (als dat vanuit de school nodig blijkt). De termijn van aanvraag -1 x per 5 jaar- blijft ongewijzigd.

Het bedrag per computer gaat omlaag. Daarentegen kunnen met de voorgestelde wijziging méér kinderen in aanmerking komen voor een computer.

4. Voorstel is de toepassing van de kindregeling te verruimen zodat niet alléén gekeken wordt naar wat strikt noodzakelijk is voor school, maar waarbij breder gekeken wordt naar het doel waarvoor iets wordt aangevraagd. Het bedrag van €200 wordt gehanteerd als een gemiddeld bedrag; 5. Voorstel is om de mogelijkheid voor aanvraag van computer te verruimen, zodat elk kind dat een huiswerkcomputer nodig heeft, hiervoor in aanmerking komt tot een bedrag van max. €450 per kind (1x per 5 jaar, Nibud-norm).

5.6 Jeugdfonds Sport & Cultuur tot en met 21 jaar Sinds een aantal jaren is de gemeente Purmerend aangesloten bij het Jeugdfonds Sport en Cultuur. Als het financieel niet mogelijk is dat een kind kan sporten, meedoen aan bijvoorbeeld muziekles of een schildercursus, dan kan een beroep gedaan worden op het Jeugdfonds Sport en Cultuur voor kinderen tot 21 jaar. Het Jeugdfonds betaalt de contributie of het lidmaatschap rechtstreeks aan de vereniging tot een maximumvergoeding van € 425 per kind/jaar. Bij het Jeugdfonds Sport en Cultuur geldt een geheel andere werkwijze dan bij de andere regelingen. Intermediairs geven een kind op voor een sport- of cultuurorganisatie. Zij kennen de thuissituatie en staan in nauw contact met het kind. Denk aan Clup Welzijn, een school, een jeugdzorginstelling. Deze regeling wordt over het algemeen als positief ervaren. De werkwijze die erachter zit past bij wat nodig is. Men hoeft niet met “de billen bloot” bij de gemeente en de drempel is daardoor lager. Het is een manier om meer kinderen te laten sporten en in contact te laten komen met cultuur en muziek.

20

5.7 Behalen zwemdiploma A voor kinderen In deze regeling is opgenomen dat kinderen van 5 tot 18 jaar3 gratis het zwemdiploma A kunnen halen in het Leeghwaterbad. Het Jeugdfonds Sport & Cultuur vergoedt de kosten van het behalen van het zwemdiploma B en C. Het behalen van het zwemdiploma is voor kinderen belangrijk. Niet alleen vanuit veiligheid gezien, maar ook om mee te kunnen doen met wateractiviteiten. In de praktijk zien we dat ook volwassenen soms geen zwemdiploma hebben. Ouders begeleiden kinderen die nog niet kunnen zwemmen, in het zwembad of andere openbare natuur zwemgelegenheden. Maar als de ouders zelf niet kunnen zwemmen, dan kunnen zij ook niet ingrijpen bij calamiteiten. Deze situaties kunnen extra verdrinkingsrisico’s met zich meebrengen. 6. Voorstel is om het behalen van zwemdiploma A te verruimen, zodat ook volwassenen zonder diploma de mogelijkheid krijgen hun zwemdiploma te halen.

5.8 Procedures, communicatie en bereik regelingen Ten aanzien van de bovengenoemde minimaregelingen zien we dat niet iedereen, die in aanmerking komt, hiervan gebruik maakt. Hiervoor zijn verschillende oorzaken: • Het aanvragen vinden sommige mensen ingewikkeld; • De oudere generatie wil niet de ‘hand op houden’ bij de gemeente (overheid), maar zelf zien rond te komen; • Er is weinig vertrouwen in de gemeente/overheid; • Er is angst dat vergoedingen die betaald worden, weer terug betaald moeten worden (toeslagaffaire); • Mensen weten niet dat er regelingen zijn bijv. door een teruggetrokken leven; • Mensen zijn de Nederlandse taal niet machtig of hebben moeite met lezen en begrijpen de regelingen daardoor niet; • Oudere mensen zijn niet altijd in het bezit van een paspoort of identiteitskaart. Voor het aanvragen van een regeling moet men zich identificeren, dat gaat dan niet. Het aanvragen van een identificatiedocument kost geld, wat er niet is en waardoor geen gebruik wordt gemaakt van de regelingen. Daarnaast zien we dat de minimaregelingen soms te strikt ingezet worden. Daardoor is het niet altijd passend bij behoeftes van inwoners. Het is tijd voor een versimpeling, vereenvoudiging en verruiming van regels.

3

De leeftijd wordt momenteel aangepast naar 4 jaar

21

6. Conclusies, doorontwikkeling en voorstellen Op basis van onze ervaringen met de aanpak die we jaren geleden hebben ingezet en de ervaringen met de minimaregelingen, trekken we conclusies, kijken we naar de uitgangspunten en sporen van doorontwikkeling en doen concrete voorstellen. Het oerwoud aan regelingen op landelijk en gemeentelijk niveau tezamen is voor veel mensen ingewikkeld. Het vertrouwen in de overheid is afgenomen waardoor niet iedereen meer gebruik wil of durft te maken van regelingen of toeslagen. Bovendien bereiken deze regelingen niet iedereen die financieel in de knel zit. Deze groep mensen is breder geworden door de stijging van kosten voor levensonderhoud. Er is een behoorlijke mate van denk- en doenvermogen nodig om je hoofd boven water te kunnen houden. Het vraagt een betere vaardigheden en een helpend netwerk. De bestaanszekerheid staat steeds meer onder druk. Landelijk is dit besef er ook en wordt gewerkt aan een vereenvoudiging van het stelsel. Het is noodzakelijk dat dit gebeurt. Als gemeente Purmerend hebben we een belangrijk rol. We staan dichtbij onze inwoners en creëren een vangnet voor als het (even) niet goed gaat. Onze aanpak is pro-actief, preventief en berust op een samenspel met de samenleving. Het is goed om regels te hebben, maar deze moeten wel helpend zijn. Daarom blijven we altijd kritisch en prevaleert gezond verstand boven regels.

6.1 Conclusies Op basis van onze ervaringen met de aanpak die we jaren geleden hebben ingezet en de ervaringen met de minimaregelingen trekken we de volgende conclusies: • De gehanteerde uitgangspunten en aanpak zijn grotendeels nog steeds passend; • We zijn op de goede weg. Onze actieve aanpak werkt. Menselijk contact is het uitgangspunt; • Minimaregelingen zijn nodig voor de korte termijn (pleisters), maar zijn meestal niet de échte oplossing; • Het blijft lastig om iedereen te bereiken en dat zal waarschijnlijk ook nooit helemaal lukken; • Het aanbod aan regelingen is soms niet ruim genoeg of de drempel is te hoog; • Niet iedereen wil gebruik maken van regelingen om diverse redenen; • Zoveel verschillende mensen, achtergronden en problematieken vraagt om diversiteit in de aanpak en dus geen verkokering; • Er zijn organisaties, sportclubs of actieve bewoners die nog meer een rol kunnen spelen.

22

6.2 Doorontwikkeling In Purmerend staan we voor een inclusieve samenleving, waarin iedereen tot zijn recht komt en op een gelijkwaardige manier actief meedoet. Zo’n samenleving biedt perspectief aan iedereen. Perspectief om een zinvolle bijdrage te leveren aan de samenleving en om te werken aan ontwikkeling. Bestaanszekerheid is daarvoor essentieel. Bestaanszekerheid is niet alleen de zekerheid van voldoende en voorspelbaar inkomen. Ook zekerheid om betaalbaar te wonen, toegang tot betaalbare zorg en de mogelijkheid om een financiële buffer op te bouwen voor onverwachte uitgaven zien wij als noodzakelijke voorwaarden om de rust en ruimte te vinden die nodig is om je als mens te ontwikkelen en mee te doen in de samenleving. Dit is de basis voor de doorontwikkeling van het huidige armoedebeleid: nodig is om je als mens te ontwikkelen en mee te doen in de samenleving. Dit is de basis voor de doorontwikkeling van hetaan huidige Armoedebeleid: “Van oerwoud regelingen naar versterken van bestaanszekerheid”

6.3 Uitgangspunten De huidige uitgangspunten passen nog goed. Met de vaststelling van deze notitie bestendigen we de huidige uitgangspunten, op de laatste na. We willen minder uitgaan van doelgroepen en verkokering, maar open staan voor iedereen die dat nodig heeft. Daarom stellen we voor het zesde uitgangspunt aan te passen. We hanteren de volgende uitgangspunten in de doorontwikkeling van het armoedebeleid:

1. We gaan uit van de leefwereld van onze inwoners 2. We hebben een actieve aanpak en gaan er vroegtijdig op af 3. We zetten in op structurele oplossingen met als doel mensen te helpen bij zelfredzaamheid 4. We houden het eenvoudig en toegankelijk 5. Onze aanpak is integraal en berust op samenwerking 6. We zijn er voor iedereen die het financieel moeilijk heeft

Het zesde uitgangspunt buigen we om. In plaats van te beredeneren vanuit doelgroepen, staan we open voor alle inwoners die een steuntje in de rug kunnen gebruiken. Er is namelijk veel verborgen armoede. We hebben extra aandacht voor mensen met een ondersteuningsbehoefte of die kwetsbaar zijn, zoals kinderen en ouderen.

23

6.4 Sporen voor de doorontwikkeling Binnen de doorontwikkeling van het Armoedebeleid gaan we werken aan vier sporen. 1. Doorontwikkeling van de preventieve aanpak De ‘erop-af-aanpak’ werkt om vroeger signalen op te vangen en eerder ondersteuning te bieden. Maar we bereiken op deze manier ook meer mensen, die anders niet zouden aankloppen. Deze aanpak gaan we intensiveren. Dat doen we onder andere door meer in contact te komen met de omgeving van inwoners (zog. vindplaatsen) zoals sportverenigingen, scholen en woningcorporaties. Zij zijn onze oren en ogen en, hebben hun voelsprieten in de samenleving en zien wat nodig is. We gaan elkaar nog meer opzoeken om kennis met elkaar te delen. Omkijken naar elkaar wordt een groter thema. We willen meer samendoen met actieve inwoners om zo ’informele netwerken te versterken. We faciliteren inwoners als zij ideeën hebben om het ‘nabuurschap’ te bevorderen. 2. Versimpeling van regelingen We gaan waar mogelijk het proces en werkwijze van de aanvraag minimaregelingen versimpelen en het bereik van regelingen te vergroten. Daarbij houden we meer rekening met de achtergrond van mensen. Zo zijn er mensen die niet kunnen lezen en schrijven. Binnen de vormen van communicatie houden we daar rekening mee.

Daarom gaan we passende manieren bedenken om de drempel te verlagen, de informatie te laten landen bij meer mensen en uiteindelijk het bereik te vergroten. Denk daarbij aan video, iconen en illustraties in meerdere talen. 3. Verruiming van regelingen Verruiming van regels is nodig om beter aan te sluiten bij de praktijk van nu. De regelingen zijn er om mensen mee te laten doen. Daarom moet er ook breder gekeken worden bij de toepassing ervan. Minder vooraf ingevuld, met ruimte voor bewoners om zelf aan te geven wat zij nodig hebben. Overlappende thema’s zijn gezondheid, sport en cultuur. In de basis proberen we de sociale basis te versterken en bestaanszekerheid te vergroten. Dat is het brede plaatje waaraan getoetst moet worden. 4. Langere termijn: onderzoek naar een meedoen-pas of alternatief Bovenstaande zijn oplossingen voor de kort termijn die snel inzetbaar zijn. We beseffen ons ook dat regelingen ingewikkeld kunnen zijn voor mensen. Voor de langere termijn zou een verdere vereenvoudiging via een meedoen-pas of een alternatief daarop onderzocht kunnen worden. Binnen deze meedoen-pas zou het mogelijk moeten zijn om samenwerking aan te gaan met bijvoorbeeld (sport)verenigingen, culturele organisaties, aanbieders van speelgelegenheden voor kinderen, winkels en restaurants.

Daarnaast willen we onderzoeken of samenwerking met het openbaar vervoer in de regio een optie is zodat mensen met korting kunnen reizen via een meedoen-pas. Op die manier hebben mensen meer mogelijkheden om mee te doen aan het sociaal leven. We willen onderzoeken of een meedoen-pas daarbij helpend zou kunnen zijn.

24

6.5 Voorstellen Ten aanzien van de sporen hebben we de volgende concrete voorstellen geformuleerd zoals al eerder benoemd in hoofdstuk 5 : 1. De referteperiode voor de individuele inkomenstoeslag wijzigen van 60 naar 36 maanden; 2. Bedrag voor internetvergoeding behouden en loskoppelen van de sport- en cultuurregeling waarbij één bedrag per huishouden wordt gehanteerd van €100; 3. Een meedoen-regeling creëren waar binnen mensen zelf de keuze kunnen maken aan welke activiteiten (zoals sport en cultuur of een uitje) zij dit willen uitgeven, met als doel dat zij meer mee kunnen doen en gezonder kunnen leven waarbij een bedrag wordt gehanteerd van €425 per jaar; 4. De toepassing van de kindregeling verruimen zodat niet alléén gekeken wordt naar wat strikt noodzakelijk is voor school, maar waarbij -in het kader van meedoen- breder gekeken wordt naar het doel waarvoor iets wordt aangevraagd. Het bedrag blijft €200 per jaar; 5. De mogelijkheid voor aanvraag van computer verruimen zodat elk kind dat een huswerkcomputer nodig heeft hiervoor in aanmerking komt tot een bedrag van max. €450 per kind (1x per 5 jaar, Nibud-norm); 6. Het behalen van zwemdiploma A verruimen zodat ook volwassenen zonder diploma de mogelijkheid hebben hun diploma te halen.

25

7. Financiële consequenties Wat zijn de financiële gevolgen van de voorstellen? Ten aanzien van de huidige begroting zijn de volgende bedragen vastgelegd in de begroting.

Begroting

2023

2024 e.v.

1. Inkomenstoeslag

€ 307.000

€ 307.000

2. Tegemoetkoming hoge zorgkosten

€ 390.000

€ 390.000

3. Collectieve ziektekostenverzekering

bijz. bijstand

bijz. bijstand

€ 390.000

€ 390.000

6. Jeugdfonds sport en cultuur

€ 200.000

€ 200.000

7. Zwemdiploma voor kinderen

€ 80.000

€ 80.000

4. Sport, cultuur en internet volwassenen 5. Kindregeling schoolkosten (computer= bijzondere bijstand)

Bijzondere bijstand (incl. computerregeling)

€ 2.491.022 € 1.891.022

Schulddienstverlening incl. preventie: • Project maatwerk

€ 53.202

€ 53.982

In de huidige begroting zijn de regelingen voor internet, sport en cultuur en de kindregeling niet opgesplitst. Het totaal begrote bedrag is €390.000. Kindregeling is begroot voor een bedrag van ca. €175.000 en internet, sport en cultuur ca. €215.000. In 2022 is ca. €290.000 uitgegeven. Dat is dus minder dan in de begroting zit. Er zit daarom nog ruimte voor uitbreiding van beleid (ca. €100.000). Binnen de doorontwikkeling van het Armoedebeleid stellen wij een aantal maatregelen voor die financiële gevolgen hebben. In onderstaande tabel zijn de internet- en de meedoen-regeling opgesplitst. De financiële gevolgen zijn van een aantal regelingen (voor een deel) gebaseerd op schattingen. Het is niet precies in te schatten wie gebruik zal maken van de verruimde meedoenregeling, de computerregeling en de zwemdiploma-regeling.

26

Kosten voorstellen verruiming minimaregelingen

2023

2024 e.v.

De referteperiode voor de individuele inkomenstoeslag wijzigen van 60 naar 36 maanden, met ingang van juli 2023. Meerkosten:

€ 26.000

€ 52.000

Bedrag voor internetvergoeding behouden en loskoppelen van de sporten cultuurregeling waarbij één bedrag per huishouden wordt gehanteerd van €100. Met ingang van 1 januari 2024. Ca. 1900 huishoudens. Totale kosten: 0

€ 190.0004

Een Meedoen-regeling creëren waar met als doel dat zij meer mee kunnen doen en gezonder kunnen leven waarbij een bedrag wordt gehanteerd van €425 per jaar. Met ingang van 1 januari 2024. Ca. 650 personen. Totale kosten:

€ 260.0005

0

De mogelijkheid voor aanvraag van computer verruimen zodat elk kind dat een huiswerkcomputer nodig heeft hiervoor in aanmerking komt tot een bedrag van max €450 per kind (1x per 5 jaar, Nibud-norm). Met ingang van 1 juli 2023. Meerkosten: € 34.000

€ 34.000

Het behalen van zwemdiploma A verruimen zodat ook volwassenen zonder diploma de mogelijkheid hebben hun diploma te halen. Met ingang van 1 januari 2024. Schatting 30 personen per jaar extra. Meerkosten:

€ 25.000

0

De voorgestelde wijzigingen van de minimaregelingen hebben financiële gevolgen, maar kunnen worden gedekt binnen de bestaande begroting: Financiële gevolgen aanpassing beleid

2023

2024 e.v.

Individuele inkomenstoeslag

€ 26.000

€ 52.000

Internet en meedoen-regeling

0

€ 135.000

Computerregeling

€ 34.000

€ 34.000

Zwemdiploma voor volwassenen

0

€ 25.000

Totaal meerkosten

€ 60.000

€ 246.000

In de afgelopen jaren is er onderuitputting geweest op de budgetten armoedebeleid. De verwachting is dat de meerkosten van het herijkte armoedebeleid kunnen worden gedekt binnen de bestaande middelen van programma 2 (beleidsveld werk en inkomen).

4 5

Dit zit al in de begroting Een deel zit in de begroting

27

Bezoekadres

Purmersteenweg 42 1441 DM Purmerend Postadres

Postbus 15 1440 AA Purmerend Telefoon & e-mail

(0299) 452 452 info@purmerend.nl purmerend.nl

28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13224664/1