B-nota-van-zienswijzen-Riekstraat-Gaffelstraat-2022
Tekst van het document
Nota van beantwoording zienswijzen inzake de procedure als bedoeld in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) ten behoeve van het bestemmingsplan 'Riekstraat - Gaffelstraat 2022’ t.b.v. het vervangen van het kind- en tienercentrum met toevoeging van maximaal twaalf appartementen in het middeldure segment ************************************************************************ Burgemeester en wethouders hebben bij besluit van 21 december 2021 het ontwerpbestemmingsplan ‘Riekstraat - Gaffelstraat 2022’ vrijgegeven voor terinzagelegging. De kennisgeving van de terinzagelegging is op donderdag 13 januari 2022 gepubliceerd in het Gemeenteblad, het Purmerends Nieuwsblad en op de website van de gemeente Purmerend. Het ontwerpbestemmingsplan heeft overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening met ingang van 17 januari 2022 tot en met 28 februari 2022 ter inzage gelegen. In verband met de landelijk geldende, beperkende maatregelen rondom het coronavirus was het niet mogelijk de (papieren) stukken te bekijken op het stadhuis van de gemeente Purmerend. In de publicatie is derhalve aangegeven dat de ontwerpstukken op verzoek konden worden toegestuurd. Het ontwerpbestemmingsplan is tevens digitaal beschikbaar gesteld via de landelijke voorziening op www.ruimtelijkeplannen.nl.
Gedurende de periode van terinzageligging is een ieder in de gelegenheid gesteld (schriftelijk of mondeling) zienswijzen omtrent het ontwerpbesluit naar voren te brengen. Hiermee is aan de wettelijke kennisgevings- en terinzageleggingsvereisten voldaan. Daarnaast heeft de gemeente ervoor gekozen om de bewoners ook door middel van een bewonersbrief te informeren over de terinzagelegging en de mogelijkheden om op de stukken te reageren of vragen te stellen. Zienswijzen Naar aanleiding van de terinzagelegging is één zienswijze kenbaar gemaakt. De persoonsgegevens zijn in bijlage A bij deze Nota opgenomen. De zienswijze is binnen de daarvoor openstaande termijn ontvangen, is ontvankelijk en wordt in behandeling genomen. De ontvangen zienswijze wordt hierna in verkorte vorm weergegeven en van een gemeentelijke reactie voorzien. De reactie is overigens integraal in de overwegingen betrokken. Voor een opsomming van de ambtshalve op te nemen wijzigingen in het bestemmingsplan wordt verwezen naar bijlage B bij deze Nota. Reclamant Procedure Reclamant stelt dat het ontwerpbestemmingsplan volgens de gemeentelijke website ter inzage zou liggen van 17 februari tot en met 28 februari 2022 en dat er op 24 en 26 februari inspraak mogelijk zou zijn, maar alleen - na afspraak - digitaal. Wegens corona zou het ontwerp alleen digitaal ter inzage hebben gelegen.
Vernietigen groen Reclamant verzet zich tegen de plannen die een groot deel van het aanwezige groen actief of passief vernietigen. Er verdwijnt groen door extra bebouwing en verharding. Er worden naar de mening van reclamant veel meer parkeerplaatsen in het groen aangelegd dan 1
noodzakelijk is. In het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen dat het bouwvolume nog maximaal 10% mag afwijken. Reclamant stelt dat bomen en struiken blijkbaar zonder vermelding gekapt mogen worden. Reclamant vraagt zich af of de watercompensatie wel voldoende is. Ten aanzien van de Boom Effect Analyse (BEA) merkt reclamant op dat er geen rekening gehouden is met de groei van de bestaande bomen. Daarnaast zou de nieuwe sloot volgens reclamant leiden tot het afsterven van bomen vanwege de korte afstand tot bestaande bomen. Er zou ook een verkeerde nummering zijn gebruikt in enkele afbeeldingen in de BEA. Daarnaast is in de BEA aangegeven dat het moeilijk zal zijn om zonder schade te bouwen door mogelijke bodemverdichting en de beperkte mate waarin de grondwaterstand door bemaling in verband met de bouwwerkzaamheden mag veranderen. Hittestress De gemeente Purmerend heeft zich aangesloten bij de doelstellingen van de Metropool Regio Amsterdam, maar hoe worden maatregelen met betrekking tot hittestress afgedwongen? Vleermuizen In de omgeving zijn vleermuizen. In het ontwerpbestemmingsplan wordt aangenomen dat daar in een later stadium wel ontheffing voor kan worden verkregen door het nemen van mitigerende maatregelen. Reclamant is het daar niet mee eens.
Gemeentelijke reactie Procedure De beoogde ontwikkeling past niet binnen het nu ter plaatse geldende bestemmingsplan en is derhalve slechts mogelijk nadat het bestaande bestemmingsplan is herzien. Een dergelijke bestemmingsplanprocedure wordt volgens wettelijke eisen gevoerd. In dit verband wordt verwezen naar de inleidende alinea van deze Nota. De (aanvullend verstuurde) brief naar bewoners, waaronder reclamant, is als bijlage C bij deze Nota gevoegd. Naar de mening van ons gemeentebestuur is zowel in de formele kennisgeving als in de bewonersbrief duidelijk aangeven dat gedurende de gehele periode van 17 januari tot en met 28 februari 2022 de stukken ter inzage lagen en dat gedurende die gehele periode kon worden gereageerd. De door reclamant aangehaalde tijdstippen op 24 en 26 februari 2022 waren (aanvullend) georganiseerd voor het stellen van vragen, hoewel die mogelijkheid ook werd geboden via de e-mail en de telefoon. Vernietigen groen Zoals bij elke ontwikkeling zijn er vele belangen in het spel, welke met elkaar afgewogen dienen te worden. Een belang dat ons gemeentebestuur ook in het oog wil houden, is het voorzien in de grote behoefte aan woningen. Bij de afweging van verschillende belangen kan een besluit aan de orde zijn dat niet in lijn ligt met de wens van een omwonende.
Uitgangspunt voor de herontwikkeling is om het groen in het plangebied zoveel mogelijk te behouden en daar waar mogelijk te verbeteren in samenspraak met bewoners. De grote eenheden groen met een structurerende functie en kleinere op zichzelf staande groeneenheden die belangrijk zijn voor de woonkwaliteit èn waar flexibiliteit bij de inrichting van de openbare ruimte minder noodzakelijk is, zijn bestemd voor Groen. Dit betreft een groot deel van het plangebied. Binnen de overige bestemmingen is de functie groen echter ook toegestaan.
2
Gedurende het participatietraject heeft een groot deel van de bewoners aangegeven behoefte te hebben aan extra parkeerplaatsen. Om hieraan tegemoet te komen worden bovenop de 22 benodigde extra parkeerplaatsen voor de herontwikkeling vier extra parkeerplaatsen aangelegd. In artikel 11 van de regels van het bestemmingsplan is inderdaad de mogelijkheid opgenomen om bij een omgevingsvergunning af te wijken van de planregels voor maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%. Dit is een standaard flexibiliteitsbepaling die in alle Purmerendse bestemmingsplannen wordt opgenomen. Hierdoor wordt enige flexibiliteit ten aanzien van het bouwen mogelijk gemaakt, maar het is geen plicht. Als het voor het bouwplan nodig en wenselijk is, kan medewerking worden verleend. Hiervoor moet een apart collegebesluit genomen worden en tegen dat collegebesluit kan bezwaar gemaakt worden. Overigens zal een eventuele toepassing van de door reclamant bedoelde algemene afwijkingsbevoegdheid in dit geval niet snel tot een vermindering van de hoeveelheid groen leiden, omdat in dit geval met deze regel alleen kan worden afgeweken van de hoogtematen van bouwwerken. Een bestemmingsplan biedt de planologische kaders waarbinnen een ruimtelijke ontwikkeling, zoals in dit geval de bouw van een kind- en tienercentrum met toevoeging van maximaal twaalf appartementen is toegestaan.
Op de verbeelding van het bestemmingsplan staat aangegeven welke bestemming op welke locatie van toepassing is en in de regels wordt aangegeven welke functies (gebruik) en welke bebouwing daar toegestaan zijn. Een bestemmingsplan vormt geen toetsingskader voor een eventuele kapvergunningaanvraag. Een kapvergunning is in Purmerend alleen nodig als de betreffende boom op de bomenlijst staat die door het college is vastgesteld. Deze bomen mogen alleen in zeer uitzonderlijke gevallen en onder voorwaarden worden gekapt. In paragraaf 5.14.2 van de toelichting op het bestemmingsplan is beschreven wat het verhard oppervlak in de bestaande situatie is voor wat betreft zowel bebouwing (gebouwen en andere bouwwerken), als overige verharding (zoals bestrating). Dit is nodig om te kunnen bepalen of er watercompensatie nodig is. Op dit moment bedraagt de verharding circa 954 m². Als in de nieuwe situatie meer dan 800 m2 extra verharding wordt gerealiseerd, moet 10% van het geheel gecompenseerd worden door het graven van extra water. In de planvorming is voor de nieuwe situatie uitgegaan van circa 1.911 m² verharding voor de bebouwing en overige verharding, oftewel een toename van circa 957 m². Voor dit bestemmingsplan is zodoende een watercompensatie van minimaal 95,7 m2 noodzakelijk als gevolg van de toename aan verharding.
Rekening houdend met het te dempen deel van het water wordt er netto 259 m2 extra water aangelegd. Daarmee wordt voldaan aan de watercompensatieplicht. In de toelichting werd abusievelijk geen rekening gehouden met het te dempen deel van het water. Dit zal worden aangepast. Bij een bomeneffectanalyse wordt wel degelijk rekening gehouden met een gezonde groei van bomen. De betreffende bomen zijn echter volwassen en hebben inmiddels de grootste groei meegemaakt. Naar aanleiding van de bomeneffectanalyse wordt het waterlichaam verlegd. Daarmee worden de wortels van bomen volledig ontzien. Het verschil in nummering van de bomen in de afbeeldingen heeft te maken met de bestaande en de toekomstige situatie en een tussentijdse aanpassing van het aantal te onderzoeken bomen. Dit wordt toegelicht in de bomeneffectanalyse: in eerste instantie wilde de gemeente acht bomen laten onderzoeken, maar op advies van het onderzoeksbureau zijn dit er tien geworden. Om de bomen te beschermen tijdens de bouwwerkzaamheden zal er in de regels van het bestemmingsplan worden opgenomen dat het bouwen uitsluitend is toegestaan onder de voorwaarde dat is aangetoond dat er geen onevenredige negatieve effecten op de aanwezige bomen optreden. 3
Hittestress Op 17 december 2020 heeft onze raad unaniem het Klimaatadaptatieplan ZaanstreekWaterland en Purmerend 2021-2024 vastgesteld. Hierin wordt beschreven hoe de regio en de gemeente Purmerend zich voorbereiden op een veranderend klimaat. Het bevat de uitgangspunten en maatregelen die nodig zijn om de schadelijke effecten van hevige neerslag, extreme hitte, langdurige droogte en zeespiegelstijging zoveel mogelijk te beperken. De herinrichting van het onderhavige plangebied moet ook klimaatbestendig zijn (bijvoorbeeld door zo min mogelijk verharding, waterretentie, daktuinen). Het verlengen van de watergang in het plangebied komt de waterrobuustheid ten goede en het extra oppervlaktewater zal ook een verkoelende werking hebben. Het college heeft in november 2021 de Intentieovereenkomst klimaatbestendige nieuwbouw MRA + Noord-Holland met bijbehorende basisveiligheidsniveaus ondertekend. De uitgangspunten en de daarbij behorende basisveiligheidsniveaus beschrijven waar nieuwbouw minimaal aan moet voldoen om klimaatbestendig te zijn, schade door het veranderende klimaat te verminderen en de leefbaarheid te vergroten.
Ter uitvoering hiervan wordt bij de vaststelling van het bestemmingsplan ambtshalve voorgesteld in de regels te verwijzen naar het actuele beleid aangaande het basisveiligheidsniveau klimaatbestendige nieuwbouw en op te nemen dat het niet voorzien in en het niet in stand houden van dat basisveiligheidsniveau wordt gerekend tot strijdig gebruik. Bij de aanvraag omgevingsvergunning vindt de toets aan het basisveiligheidsniveau plaats. De basisveiligheidsniveaus zijn zo vorm gegeven dat er flexibiliteit wordt geboden aan de initiatiefnemers om met maatwerk aan de slag te gaan; zij kunnen kiezen welke maatregelen zij willen treffen, zolang het basisveiligheidsniveau maar behaald wordt. Op deze wijze worden de klimaatadaptatiemaatregelen geborgd. Vleermuizen Zoals aangegeven in paragraaf 5.11.2 van de toelichting op het bestemmingsplan wordt in Purmerend geregeld gemeentebreed onderzoek verricht naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Bij het gebiedsbrede onderzoek in 2020 zijn in het voorliggende plangebied een aantal beschermde functies en beschermd leefgebied voor vleermuizen en vogels aangetroffen. De soorten en functies die aangetoond zijn, zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming. De aanwezigheid van deze beschermde soorten vraagt een aanvullend ecologisch onderzoek.
Er zal bij dit ecologisch onderzoek gewerkt worden conform de ‘Gedragscode soortbescherming gemeenten voor Ruimtelijke ontwikkeling of inrichting en Bestendig beheer of onderhoud’. Hierin wordt specifiek benoemd hoe zorgvuldig te handelen bij het voorbereiden en uitvoeren van werkzaamheden op plaatsen met beschermde soorten. De Gedragscode voorziet op de wettelijke en praktische borging van de soortbescherming op een werklocatie, zoals opgenomen in artikel 3.31 lid 1 van de Wet natuurbescherming. Het vaststellen of uitsluiten van soorten op een werklocatie dient volgens geldende protocollen en BIJ12 kennisdocumenten plaats te vinden (indien deze beschikbaar zijn voor de soort). Na het protocollair ecologisch onderzoek, is toetsing aan de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming mogelijk. Er is inzicht in de aan- of afwezigheid van rust- en voortplantingsplaatsen of essentieel leefgebied op de werklocatie en binnen de invloedzone van de werkzaamheden. Het gebruik en de functionaliteitszone per rust- en voortplantingsplaats is na dit ecologisch onderzoek bekend waardoor er een verstoringsvrije afstand tussen werkzaamheden en rusten voortplantingsplaats kan worden bepaald, evenals een werkwijze en werktechniek. Mogelijke overtreding kan worden voorkomen door het aanpassen van de werkwijze en/of 4
planning waardoor buiten de kwetsbare locaties en/of kwetsbare periode gewerkt kan worden. Door de inzet van ecologische werkprotocollen, conform de Gedragscode, voorafgaand, tijdens en na de werkzaamheden, is zorgvuldige realisatie mogelijk. Hierbij wordt de maatregelencatalogus uit de Gedragscode toegepast. In eerste plaats wordt ingezet op het voorkomen van schade aan wettelijk beschermde gebieden en alle in het wild levende soorten en hun leefomgeving. Wanneer de werkzaamheden alsnog negatieve effecten hebben op de soorten en functies, moeten aanvullende maatregelen getroffen worden. Dat zijn tijdelijke of blijvende maatregelen die erop gericht zijn negatieve effecten op soorten en functies zoveel mogelijk te beperken dan wel te compenseren. Indien met het nemen van maatregelen niet kan worden voorkomen dat een verbodsbepaling uit de Wet natuurbescherming wordt overtreden, zal een ontheffing aangevraagd worden. In het bestemmingsplan zullen we een voorwaardelijke verplichting opnemen ter bescherming van de in het plangebied aanwezige natuurwaarden. Gelet op het voorgaande staat de Wet natuurbescherming niet aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de weg. Wijzigingen naar aanleiding van de zienswijze: 1. Toelichting bestemmingsplan: - aanpassen paragraaf 5.14.2 (watercompensatie); - aanpassen paragraaf 5.11.2 en 5.11.3 (natuurwaarden). 2.
Regels bestemmingsplan: - regel toevoegen om bomen te beschermen tijdens de bouwwerkzaamheden; - regel toevoegen om natuurwaarden te beschermen.
5