CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

B-nota-van-beantwoording-zienswijzen

Gemeenteraad 23 februari 2023, gemeente PurmerendBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Burgemeester D. Kooimanweg 4 t/m 14 – 2022’14.218 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

meter - evenmin een volledige vrij uitzicht gegarandeerd is. Nog afgezien van het feit dat aan een geldend planologisch regime geen blijvende rechten kunnen worden ontleend. Ad 2. In de Hoogbouwvisie Purmerend 2017 (vastgesteld d.d. 28 september 2017), zie ook onder Hoogbouwvisie Purmerend 2017, maakt het plangebied onderdeel uit van het intensiveringsgebied stedelijke rug (as) en is daarmee een voorkeurslocatie voor hoogbouw. Hiermee past onderhavige ontwikkeling binnen deze visie. In de huidige situatie zal het hoogteverschil met de omliggende bebouwing duidelijk zichtbaar zijn. Naarmate de herontwikkeling van het Wagenweggebied en de herontwikkeling van bestaande gebieden langs de stedelijke rug (o.a. Waterlandkwartier) vordert, zal het hoogteverschil met de omgeving kleiner zijn en de beoogde ontwikkeling in het plangebied niet detoneren met de omgeving. Dat het nieuwe gebouw zichtbaar zal zijn vanuit heel Purmerend en zelfs daarbuiten sluit aan bij doelen uit de Hoogbouwvisie (p. 39): “Een dergelijke hoogte markeert een belangrijke plek langs de as. Het krijgt dan een betekenis op een hoger schaalniveau en fungeert tevens als oriëntatiemiddel. Wordt een gebouw zelfs hoger dan 13 lagen dan is het van veraf zichtbaar en bepalend voor het silhouet van de stad.

Dergelijke accenten benadrukken de positie van Purmerend als belangrijkste stedelijk centrum in een groene, agrarische en toeristische omgeving. Het maakt de stad van veraf zichtbaar, zij wordt daarmee een duidelijk ijkpunt in een route.” Reclamanten vergelijken de bouwhoogte van voorgenomen ontwikkeling met de bestaande situatie in het Wagenweggebied en de grondgebonden eengezinswoningen aan de oostzijde van het spoor. Zoals hiervoor al verwoord ligt het plangebied in het intensiveringsgebied stedelijke rug en is het daarmee een voorkeurslocatie voor hoogbouw evenals de rest van het Wagenweggebied, het Waterlandkwartier, maar ook het gedeelte van de wijk Wheermolen waar reclamanten wonen. Het is dan ook de ambitie van de gemeente Purmerend hoogbouw toe te voegen in deze gebieden. In het Ambitiedocument voor het Wagenweggebied zijn locaties van 12 bouwlagen opgenomen. Hiervan uitgaande past onderhavige ontwikkeling, Kop van Wagenweg, goed binnen de ambities voor dit gebied en zal het in de toekomst aansluiten bij de andere reeds bestaande en nog te realiseren hoogbouw in dit gedeelte van de stad. De ontwikkeling van Kop van Wagenweg is een van de eerste hoogbouwontwikkelingen (na o.a. Triton, Wagenweg 9 en de Brantjesoever) langs deze stedelijke rug en zal straks onderdeel uitmaken van een groter gebied met hoogbouw. Ad 3.

In de hoogbouweffectrapportage (HER) is inderdaad veel aandacht uitgegaan naar de drie woontorens en in mindere mate naar het lagere deel van het gebouw. Aangezien dit lagere deel hoger zal worden dan 25 meter, dient dit ook beoordeeld en onderbouwd te worden in de HER. De hoogbouweffectrapportage behorende bij onderhavig bestemmingsplan zal hierop worden aangepast. Wijziging(en) naar aanleiding van de zienswijzen • De hoogbouweffectrapportage bij het bestemmingsplan zal worden aangevuld met een uitgebreidere onderbouwing van het lagere deel van het gebouw.

Buisleidingen 1.

2.

Een aantal reclamanten vraagt zich af waarom zo dicht op een gevaarlijke hogedrukaardgastransportleiding (hierna: buisleiding) gebouwd moet worden. Reclamanten stellen dat al op 4 meter van een buisleiding gebouwd zal gaan worden. Reclamanten vragen zich af of dicht bouwen op de buisleidingen wel veilig is als bijvoorbeeld door uitdroging de bodem inklinkt en de kans op scheuren in de buisleidingen vergroot.

20

3. 4. 5.

Reclamanten willen graag weten hoe de veiligheid van de toekomstige bewoners van het nieuwe gebouw wordt gewaarborgd. Reclamanten willen graag weten hoe de toekomstige bewoners geïnformeerd worden over wat te doen bij een calamiteit. Reclamanten vragen zich af wie verantwoordelijk is bij een calamiteit.

Gemeentelijke reactie Ad 1. De regels omtrent het realiseren van kwetsbare objecten, zoals woningen in de nabijheid van buisleidingen is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Op basis van het Bevb is het binnen randvoorwaarden mogelijk in de nabijheid van een buisleiding kwetsbare objecten te realiseren. Het Bevb stelt normen ten aanzien van het plaatsgebonden risico en de verantwoording van het groepsrisico ten aanzien van de buisleidingen met de wijze waarop deze risico’s berekend moeten worden. In het bij onderhavig bestemmingsplan behorende onderzoek naar de externe veiligheid van de buisleidingen is hierop nader ingegaan en is het externe veiligheidsrisico onderzocht. Op grond van het Bevb dient de gemeenteraad bij de vaststelling van het bestemmingsplan het groepsrisico expliciet te verantwoorden. De verantwoording van het groepsrisico is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. Verder is opgenomen dat een belemmeringenstrook rond de buisleidingen wordt gehanteerd waarbinnen niet mag worden gebouwd ten behoeve van het onderhoud van de buisleiding. Voor de buisleidingen in het plangebied is een belemmeringenstrook van 4 meter opgenomen. In dat kader is op de verbeelding van het bestemmingsplan de dubbelbestemming Leiding – Gas - 1 opgenomen met daarin een belemmeringenstrook van 4 meter aan weerszijden van het hart van de buisleidingen.

In de regels van het bestemmingsplan is opgenomen dat ter plaatse van deze dubbelbestemming geen gebouwen mogen worden gebouwd. De kortste afstand vanaf het hart van de buisleiding tot het gebouw is ca. 5 meter in de zuidoosthoek. Voor het overgrote deel van het gebouw varieert de afstand tot aan de buisleiding tussen ca. 10 en 14 meter. Voor onderhavige ontwikkeling wordt voldaan aan de wettelijke vereisten voor hogedrukaardgastransportleidingen. Het ontwerpbestemmingsplan is afgestemd met de Gasunie en de Veiligheidsregio Zaanstreek Waterland. Zij hebben aangegeven akkoord te zijn met de wijze van bestemmen. Ad 2. In het onderzoek externe veiligheid is het risico op een calamiteit, zoals het ontstaan van een scheur in de buis door welke reden dan ook, beoordeeld. De normen voor externe veiligheid zoals aangegeven in het Bevb vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. In het kader van het wettelijk vooroverleg ex. artikel 3.1.1 Bro is het concept-ontwerpbestemmingsplan voorgelegd aan de Gasunie en de Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland. Deze partijen hebben in hun reactie op het plan geen opmerkingen gemaakt over een eventuele verdroging van de bodem met als gevolg een verhoogd risico op leidingbreuken. Daarnaast heeft de initiatiefnemer overleg gevoerd met Gasunie over deze ontwikkeling en toestemming gekregen verder te gaan. Ad 3.

Het gebouw wordt zo ontworpen dat alle woningen op een veilige wijze kunnen worden ontvlucht via een vluchtweg van de buisleidingen af. Ad 4. Doordat de gemeente 'dichterbij' inwoners staat dan de Veiligheidsregio, communiceert de gemeente Purmerend in het algemeen ook over risico's en gevaren in de (directe) woon- en leefomgeving: 21

-

op de gemeentesite wordt verwezen naar de websites www.risicokaart.nl en https://www.veiligheidsregiozaanstreekwaterland.nl/wat-te-doen-bij. Hier kunnen inwoners informatie vinden over gevaarlijke stoffen en inrichtingen, en wat men kan doen ingeval van een calamiteit; regelmatig wordt er een bericht gepost over veiligheid/risico's op de social media kanalen (Facebook/Twitter), met een verwijzing naar de twee bovengenoemde sites; ook wordt aandacht besteed aan het onderwerp in Purmerend Totaal, met een verwijzing naar de twee bovengenoemde sites. Zo werken de gemeente en de Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland samen aan risicocommunicatie en weten inwoners sneller wat zij kunnen doen om zichzelf in veiligheid te brengen in geval van een ramp of crisis. Met de initiatiefnemer is in dit kader bijvoorbeeld afgesproken dat in het gebouw zelf melding zal worden gemaakt over ‘wat te doen bij een fakkelbrand’ op de informatieborden over wat te doen bij brand. Ad 5. Daarnaast zal de gemeenteraad bij de vaststelling van het bestemmingsplan het groepsrisico externe veiligheid als gevolg van de buisleidingen verantwoorden. De ontwerpverantwoording is opgenomen bij het bestemmingsplan (bijlage 9). Ingeval van een fakkelbrand zal de veroorzaker hiervoor verantwoording moeten afleggen. Wijziging(en) naar aanleiding van de zienswijze Geen

Wind 1.

Eén van de reclamanten ziet graag nagegaan wat het effect van de hoge torens is op de wind (valwinden, luwtes) in de Planetenbuurt. Een tweetal reclamanten stelt dat het effect van de wind als gevolg van de hoogbouw op hun woning aan de oostzijde van het spoor niet is onderzocht. Hiervan zeggen zij dat dit in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel.

Gemeentelijke reactie Ad 1. In het windklimaatonderzoek dat is bijgesloten bij het ontwerpbestemmingsplan is de mogelijke windhinder als gevolg van de realisatie van voorgenomen ontwikkeling onderzocht. In de bij het ontwerpbestemmingsplan gevoegde versie van het windklimaatonderzoek zijn de woningen aan de oostzijde van het spoor inderdaad niet in beeld gebracht. Tijdens het ontwerpproces van het gebouw is in meerdere stadia onderzoek verricht naar het te verwachten windklimaat. Tijdens een eerdere sessie zijn twee meetpunten meegenomen aan de rand van de Planetenbuurt. Bij metingen aan de bestaande en geplande bebouwingssituatie zijn, zoals verwacht, geen grote verschillen waargenomen. Op de volgende afbeeldingen is dit terug te zien. Het vervolgonderzoek is daarom alleen gericht op het invloedsgebied van de geplande bebouwing, waardoor de betreffende meetpunten aan de oostzijde van het spoor in het bij het ontwerpbestemmingsplan gevoegde onderzoek zijn komen te vervallen.

22

F3.3 Hinderkans en beoordeling windklimaat bestaande bebouwingssituatie. Uitsnede uit het windklimaatonderzoek met behulp van de windtunnel, Peutz, d.d. 26 april 2021

f3.7 Hinderkans en beoordeling windklimaat geplande bebouwingssituatie, met windafschermende maatregelen (variant D). Uitsnede uit het windklimaatonderzoek met behulp van de windtunnel, Peutz, d.d. 26 april 2021

23

Wijziging(en) naar aanleiding van de zienswijze(n) Geen

Waardedaling woning 1.

Meerdere reclamanten verwachten een waardedaling van hun woning als gevolg van de realisatie van het nieuwe gebouw. Ze vragen zich af op welke manier dit gecompenseerd wordt.

Gemeentelijke reactie Ad 1. Het gemeentebestuur acht het niet waarschijnlijk dat als gevolg van de vaststelling van het bestemmingsplan ‘Burgemeester D. Kooimanweg 4 t/m 14 - 2022’ sprake zal zijn van een zodanige waardevermindering van de woningen van reclamanten dat hieraan bij de afweging van de belangen een groot gewicht had moeten worden toegekend. Voor het al dan niet toekennen van een eventueel verzoek om tegemoetkoming in planschade geldt een aparte procedure, buiten het bereik van de onderhavige bestemmingsplanprocedure. Wijziging(en) naar aanleiding van de zienswijzen Geen

Bouwplan 1. 2.

3.

4. 5.

Een aantal reclamanten vindt onderhavige ontwikkeling een te grote concentratie woningen op een kleine oppervlakte. Eén van de reclamant is van mening dat een dergelijk hoog gebouw niet thuis hoort in een provinciestad zoals Purmerend waar veel bewoners naartoe zijn verhuisd om prettig te kunnen wonen in een kleinere stad met bijbehorende kleinschalige bebouwing. Reclamant is van mening dat niemand het prettig vindt om tegen een hoge flat aan te kijken vanuit de woning of tuin. Een reclamant stelt dat de hoogbouw zal bijdragen aan een algemene ontevredenheid en mogelijk aan een verminderd psychisch welbevinden van bewoners van Purmerend. Een aantal reclamanten verzoekt de hoge torens ergens anders te bouwen dan in de achtertuin van de bewoners van de Saturnusstraat. Reclamanten verzoeken de hoogste toren niet in het midden te zetten, maar aan de zijde van Albert Heijn, zoals dat in een eerdere versie van het plan ook het geval was.

Gemeentelijke reactie Ad 1. In de Agenda Purmerend 2040 is de ambitie uitgesproken in Purmerend 10.000 extra woningen te realiseren. Aansluitend bij het rijksbeleid zal dit zoveel mogelijk door inbreiding en herontwikkeling in het bestaand bebouwd gebied moeten plaatsvinden. Eén van de manieren om te intensiveren in de bestaande stad is hoogbouw, waardoor een relatief groot aantal woningen op een inbreidings- of herontwikkelingslocatie kan worden toegevoegd aan het woningbestand. Het toevoegen van maximaal 489 woningen in het plangebied betekent een substantiële bijdrage aan dit streven. Naar de mening van ons gemeentebestuur is het voorliggende plan stedenbouwkundig aanvaardbaar en ruimtelijk inpasbaar. In dit verband wordt verwezen naar het gestelde in de toelichting op het bestemmingsplan en de hoogbouweffectrapportage waarin op dit aspect specifiek wordt ingegaan.

24

Ad 2. Purmerend is zoals reclamant aangeeft een provinciestad. Een provinciestad die met inmiddels ruim 90.000 inwoners en een ambitie om nog verder te groeien zeker niet alleen meer hoeft en kan bestaan uit laagbouw en letterlijk zichtbaar mag zijn vanuit de omgeving. In de Hoogbouwvisie heeft het gemeentebestuur aangegeven dat Purmerend zich prima leent voor het realiseren van hoogbouw op daarvoor aangewezen locaties. Dat de hoogbouw vanuit alle delen van de stad zichtbaar is, draagt juist in positieve zin bij aan het zichtbaar maken van knooppunten in de stad en bijzondere locaties en fungeert tevens als oriëntatiemiddel. Door het toevoegen van meer hoogbouw wordt Purmerend ook zichtbaar van buiten de stad. Zoals verwoord in de hoogbouwvisie, p. 39: “Wordt een gebouw zelfs hoger dan 13 lagen dan is het van veraf zichtbaar en bepalend voor het silhouet van de stad. Dit kan op plekken die op stedelijk niveau van grote betekenis zijn en waar het zich voegt in de omgeving. Met een hoogte van 60 meter is “Heel Europa” nu het hoogste gebouw van Purmerend. Dergelijke accenten benadrukken de positie van Purmerend als belangrijkste stedelijk centrum in een groene, agrarische en toeristische omgeving. Het maakt de stad van veraf zichtbaar, zij wordt daarmee een duidelijk ijkpunt in een route.” Ad 3.

Zoals bij elke ruimtelijke ontwikkeling zijn er vele belangen in het spel, welke met elkaar afgewogen dienen te worden. Bij de afweging van verschillende belangen kan een besluit aan de orde zijn dat niet in lijn ligt met de wens van omwonenden. Zeker in een verstedelijkt gebied is ‘ruimte’ een schaars goed dat intensief gebruikt wordt. Op welke manier bewoners aankijken tegen voorgenomen hoogbouw kan per persoon verschillen. De opmerkingen van reclamanten ‘dat niemand het prettig vindt om tegen een hoge flat aan te kijken vanuit de woning of tuin’ en dat ‘hoogbouw zal bijdragen aan een algemene ontevredenheid en mogelijk aan een verminderd psychisch welbevinden van bewoners van Purmerend’ worden door reclamanten niet onderbouwd middels een onderzoek en lijken daarmee vooral te zijn gebaseerd op een persoonlijke opvatting. Ons gemeentebestuur deelt deze meningen dan ook niet. Ad 4. De torens van het toekomstige gebouw zullen op een afstand van minstens 75 meter van de achtertuinen van reclamanten worden gerealiseerd en tevens van deze tuinen worden afgeschermd door de aanwezigheid van het spoortalud. Voor een binnenstedelijke locatie is dit een behoorlijk grote afstand tot de tuinen van bestaande woningen. Van het ‘bouwen in de achtertuin’ van reclamanten is dan ook geen sprake.

Ons gemeentebestuur is van mening dat onderhavige ontwikkeling stedenbouwkundig inpasbaar en ruimtelijk aanvaardbaar is. Er is dan ook geen aanleiding de torens te verplaatsen naar een door reclamanten niet nader benoemde locatie. Ad 5. In 2019 is voor een eerste informatiebijeenkomst voor omwonenden en geïnteresseerden een eerste schetsversie van het ontwerp van het gebouw gebruikt. In deze schets was de hoogste toren de toren aan de zijde van Albert Heijn en was de middelste toren lager dan in het huidige ontwerp. Deze schets was vooral bedoeld als praatplaat. Bij de verdere uitwerking van het plan is het gebouw verder geoptimaliseerd o.a. door het verhogen van de basis van het gebouw en de middelste en zuidelijke toren. In verband met het windklimaat dat ontstond als gevolg van de noordelijke toren is een aantal bouwlagen van die toren afgehaald. Hiermee is de noordelijke toren lager geworden dan de middelste toren. Dit ontwerp van het gebouw is getoond in de video die is gemaakt t.b.v. de online informatiebijeenkomst op 17 mei 2021. Tevens is dit ook het ontwerp dat is opgenomen in de documenten die zijn gehanteerd bij de openbare bespreking van de anterieure overeenkomst in de raadsvergadering van 27 mei 2021. Na het raadsbesluit om de anterieure overeenkomst vast te stellen is de hoogte van de torens niet meer veranderd. Vanwege het aspect windhinder is het niet 25

mogelijk om een aantal bouwlagen van de middelste toren te verplaatsen naar de toren aan de zijde van Albert Heijn. Wijziging(en) naar aanleiding van de zienswijzen Geen

Cultuurhistorische waarde stolpboerderij Wheredijk 1.

Een tweetal reclamanten kan zich er niet in vinden dat in de toelichting op het bestemmingsplan is geschreven dat onderhavige ontwikkeling geen negatieve gevolgen zal hebben voor de cultuurhistorisch waardevolle stolpboerderij aan de oostzijde van het spoor. Gelet op de omvang van de beoogde bebouwing is 75 meter tot de boerderij dichtbij te noemen, vinden zij. Ook stellen zij dat bij deze nieuwe ruimtelijke ontwikkeling geen zichtbare relatie is gelegd met het erfgoed [hun stolpboerderij], zoals is opgenomen in ambitie 2 van het Erfgoedbeleid Purmerend 2017. Reclamanten zijn van mening dat het ontwerpbestemmingsplan op dit punt in strijd is met het Erfgoedbeleid Purmerend 2017 alsmede met het motiveringsbeginsel van artikel 3:46 Awb.

Gemeentelijke reactie Ad 1. Reclamanten halen ambitie 2 uit het erfgoedbeleid aan en stellen dat deze ambitie aangeeft dat ‘bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen een zichtbare relatie met het erfgoed moet worden gelegd’. Zij stellen dat dit inhoudt dat een relatie met hun stolpboerderij wordt gelegd. Met deze ambitie wordt echter iets anders bedoeld. In het document ‘Erfgoedbeleid Purmerend 2017’ is bij ambitie 2 letterlijk geschreven: “Bouwplannen op bijzondere historische locaties die geen enkele connectie vertonen met deze historie vinden we ongewenst” (pagina 14). Verderop wordt geschreven dat de gemeente verwijzingen naar het verleden een goede ontwikkeling acht, “die we graag verder stimuleren”. Deze ambitie is opgenomen om het verleden van bijzondere historische locaties meer zichtbaar te laten zijn en dit verleden bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen als inspiratiebron voor het ontwerp te laten zijn. Dit zijn locaties waar in het verleden sprake was van een bijzonder gebouw of een functie die een bijzondere rol heeft gespeeld in het verleden van de stad. Bij de herontwikkeling van deze bijzondere historische locaties is, conform ambitie 2 van het erfgoedbeleid, gestimuleerd dat op deze locaties enkele verwijzingen naar deze bijzondere functie en gebouw opgenomen worden.

Met nadruk wijzen wij erop dat het erfgoedbeleid spreekt over ‘stimuleren’, dergelijke verwijzingen zijn niet verplicht gesteld. Bij sommige projecten is het vanwege bijvoorbeeld de omvang niet zinvol om te verlangen dat zulke verwijzingen opgenomen worden. Op locaties waar geen sprake is van een bijzondere geschiedenis geldt dit ook. De locatie aan de Burgemeester D. Kooimanweg, waar het in het onderhavige bestemmingsplan om gaat, is zelf geen bijzondere historische locatie. Pas na de Tweede Wereldoorlog is hier bebouwing gekomen, daarvóór was het weiland. Een relatie met het verleden van deze locatie hoeft hier daarom niet gelegd te worden. Het gemeentebestuur begrijpt uit de zienswijze dat dit ook niet is wat reclamanten bedoelen en dat zij graag zien dat een relatie met hun stolpboerderij wordt gelegd. Een stolpboerderij wordt inderdaad gezien als een cultuurhistorisch waardevol object. Dit kan echter geen relatie zijn zoals bedoeld in ambitie 2 van het erfgoedbeleid. Het gemeentebestuur begrijpt het zó dat reclamanten verlangen dat in de plannen rekening gehouden wordt met de cultuurhistorische waarden van hun stolpboerderij. Dit is ook een verplichting die artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening aan de gemeente stelt.

In de toelichting moet ‘een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden’ worden opgenomen. In het 26

ontwerpbestemmingsplan is aan deze eis voldaan. Van een strijdigheid met het motiveringsbeginsel van artikel 3:46 Awb is dan ook geen sprake. Weliswaar maakt dit bestemmingsplan een grote stedelijke ontwikkeling mogelijk, maar het gemeentebestuur stelt zich op het standpunt dat zij niet inziet op welke manier de realisatie van het bouwplan afbreuk doet aan de cultuurhistorische waarden van de stolp. Reclamanten maken dit zelf ook niet duidelijk in hun zienswijze. De stolp zelf wordt door het bouwplan niet aangetast, en ook aan de ‘beleving’ van de stolp als voormalige agrarische bebouwing wordt geen onevenredige afbreuk gedaan. Van een agrarische omgeving van de stolp is al tientallen jaren geen sprake meer doordat er in de jaren ’60 van de 20e eeuw een hele woonwijk omheen is gebouwd. Het oorspronkelijke agrarische karakter is allang weg, de stolp staat nu midden in een stad. Het realiseren van een nieuw appartementengebouw op 75 meter afstand van de stolpboerderij doet geen verdere afbreuk aan die waarden. Wijziging(en) naar aanleiding van de zienswijze Geen

Belangenafweging woningbouwopgave versus belangen omwonenden 1.

Een aantal reclamanten wil benadrukken dat de bovengenoemde belangen van omwonenden niet afgewogen mogen worden tegen het belang van de complete woningbouwopgave voor Purmerend. Zo kan alles immers wel worden doorgezet. Het juiste gewicht toekennen aan de belangen van reclamanten en de overige omwonenden betekent echter niet meteen dat de woningbouwopgave niet langer kan worden gerealiseerd. Bij een reductie van het aantal bouwlagen in onderhavige ontwikkeling wordt evengoed een stevige bijdrage geleverd aan de woningbouwopgave, terwijl aan de belangen van omwonenden meer recht wordt gedaan.

Gemeentelijke reactie Ad 1. Een transformatie van een (binnenstedelijke) locatie gaat vaak gepaard met emoties. Ons gemeentebestuur heeft daar alle begrip voor en wil met deze inbreng zorgvuldig omgaan. Tegelijkertijd is ons gemeentebestuur ook verantwoordelijk voor een evenwichtige afweging van alle belangen. Een belangenafweging is per definitie de taak van het gemeenteraad, behorende bij de vaststelling van een (postzegel)bestemmingsplan. Aan het verzoek van reclamanten kan derhalve niet worden voldaan. Het gemeentebestuur wenst hierbij nogmaals de urgentie van het realiseren van een groot aantal extra woningen in de gemeente te benadrukken. Dat aspect heeft het gemeentebestuur zwaar meegewogen in de afweging van alle belangen. Voorgenomen ontwikkeling levert hier een substantiële bijdrage aan. Aangezien het gemeentebestuur heeft geoordeeld dat de ontwikkeling stedenbouwkundig inpasbaar en ruimtelijk aanvaardbaar is, ziet ons gemeentebestuur geen noodzaak voorliggende ontwikkeling drastisch te wijzigen om daarmee minder woningen te kunnen realiseren. Wijziging(en) naar aanleiding van de zienswijze Geen.

Suggesties aanpassing bouwplan 1.

Meerdere reclamanten doen in hun zienswijzen suggesties voor aanpassingen van het bouwplan. Zo wordt de suggestie gedaan voor het realiseren van een geluidsscherm langs de oostzijde van het spoor. Ook wordt voorgesteld om, ter bescherming van de privacy en 27

wegneming van het verlies van uitzicht en het inbouwgevoel, aan de oostzijde van het spoor een rij nieuwe bomen te plaatsen die bij aanplant al een hoogte hebben van 10 meter en kunnen doorgroeien tot 20 à 25 meter hoogte. Indien geen groenblijvende bomen (kunnen) worden geplant, denken reclamanten aan het realiseren van een groene uitvoering van de gevels/balkons van het nieuwe gebouw zodat het aangezicht van het gebouw groener en aangenamer wordt in plaats van een lange stenen muur van 30 tot 60 meter hoog. Reclamanten zien deze groene uitvoering van de gevels/balkons graag middels een voorwaardelijke verplichting in de planregels van het bestemmingsplan vastgelegd. Gemeentelijke reactie Ad 1. Ons gemeentebestuur waardeert het dat omwonenden meedenken met voorliggende ontwikkeling. Voor de gemeentelijke reactie m.b.t. het verzoek tot het plaatsen van een geluidsscherm aan de oostzijde van het spoor wordt verwezen naar de reactie onder Geluid (spoor en bouwactiviteiten). De ruimte tussen de (achter)tuin van reclamanten en het spoor is beperkt en bestaat uit het spoortalud en een spoorsloot. Het plaatsen van bomen in het spoortalud is om meerdere redenen niet mogelijk. Zo kunnen de wortels van de bomen de stabiliteit van het spoortalud aantasten, wat omwille van de veiligheid van het spoor en de treinen niet wenselijk is.

Daarnaast is het niet wenselijk bomen op een dergelijke korte afstand van het spoor te plaatsen vanwege (de kans op) bijvoorbeeld afgevallen takken op het spoor. Dit zou de veiligheid van het treinverkeer niet ten goede komen. In de spoorsloot kunnen geen bomen geplaatst worden. De enige mogelijkheid om aan de oostzijde van het spoor een nieuwe rij bomen te plaatsen is op het perceel Wheredijk 3. Dit is echter privaat eigendom, waardoor het plaatsen van bomen zal moeten worden afgestemd met en goedgekeurd door de eigenaren van dit perceel. Wanneer deze eigenaren hiervoor open staan, kan worden gekeken wat de mogelijkheden voor de aanplant van extra bomen op deze plek zijn. De initiatiefnemer heeft ervoor gekozen groene gevels in het gebouw op te nemen aan de zijde van het pleintje. Hierbij vormt de groene gevel een overgang van de groene daktuinen richting het pleintje op maaiveld. De initiatiefnemer heeft aangegeven de toekomstige kopers de woningen te willen stimuleren in het groen inrichten van het balkon. De initiatiefnemer biedt een meerwerkoptie voor vergroening van de balkons, waarmee het bewoners makkelijker wordt gemaakt (direct) een groen balkon te realiseren. Voor de initiatiefnemer zijn de beheerskosten van groene gevels niet passend binnen de exploitatie van het grote aantal sociale en middeldure huurappartementen in dit gebouw.

Het gemeentebestuur vindt het niet noodzakelijk, en te ver voeren om over te gaan tot het in de planregels van het bestemmingsplan opnemen van een voorwaardelijke verplichting inhoudende dat een omgevingsvergunning voor het bouwen van het gebouw alleen kan worden verleend indien middels een beplantings-/inrichtingsplan kan worden aangetoond dat groene gevels/balkons zullen worden gerealiseerd. Wijziging(en) naar aanleiding van de zienswijzen Geen.

Water 1.

Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft aangegeven graag een aantal teksten in de toelichting en regels aangepast en aangevuld te zien worden. Door de aanpassing van deze teksten en regels wordt het hoogheemraadschap tijdig betrokken bij ruimtelijke ontwikkelingen, kunnen ontwikkelingen aan het beleid en de voorwaarden voor duurzame en klimaatbestendige nieuwbouw worden getoetst en kan goed worden geadviseerd. Het betreft het verzoek om de volgende aanpassingen: 28

2.

3.

• Toevoegen in de regels in artikel 8 Waterstaat - Waterkering, de volgende zin: "Voor verlening van een omgevingsvergunning dient advies te worden ingewonnen bij de waterkeringbeheerder." • Toevoegen in de regels in artikel 10.6.b dat indien wordt afgeweken van het eerste lid, in overleg met de gemeente en in afstemming met het hoogheemraadschap aanvullende compenserende maatregelen op andere wijze dienen te worden getroffen. In de versie van het ontwerpbestemmingsplan dat tijdens het artikel 3.1.1 Bro vooroverleg met het hoogheemraadschap is gedeeld, stond in de waterparagraaf van de toelichting van het bestemmingsplan de volgende zin: "Om doorspoeling in de aanwezige waterloop te krijgen wordt op de kop van de dijksloot een regenwateruitlaat gerealiseerd". Deze zinsnede is uit het ontwerpbestemmingsplan verwijderd. Het hoogheemraadschap adviseert om op de kopse kant van deze sloot wél een regenwateruitlaat te realiseren. Dit verkleint namelijk het risico op een stinkende en te warme sloot, en komt ook ten gunste van vissen in de sloot. Het hoogheemraadschap geeft aan dat in de toelichting van het bestemmingsplan de paragraaf over het beheer en onderhoud van de spoorsloot incorrect is en moet worden aangepast.

Gemeentelijk reactie Ad 1. Het gemeentebestuur kan zich vinden in de voorgestelde aanpassingen. De door het HHNK voorgestelde tekstuele aanpassingen in de toelichting en regels van het bestemmingsplan zullen worden doorgevoerd.

Ad 2. De betreffende zin over de regenwateruitlaat is abusievelijk uit de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan gehaald. Deze zal weer in de waterparagraaf in hoofdstuk 4 van de toelichting worden opgenomen. Bij de realisatie van de openbare ruimte rondom het nieuwe gebouw zal op de kop van de dijksloot een regenwateruitlaat worden gerealiseerd, zoals voorgesteld door het hoogheemraadschap. Ad 3. De tekst in de toelichting op het bestemmingsplan over het beheer en onderhoud van de spoorsloot zal worden aangepast. Wijzigingen naar aanleiding van de zienswijze • Toevoegen in de regels in artikel 8.2 van de bestemming Waterstaat - Waterkering, de zin: "Voor verlening van een omgevingsvergunning dient advies te worden ingewonnen bij de waterkeringbeheerder." • Toevoegen in de regels in artikel 10.6.b dat indien wordt afgeweken van het eerste lid, in overleg met de gemeente en in afstemming met het hoogheemraadschap aanvullende compenserende maatregelen op andere wijze dienen te worden getroffen. • In de waterparagraaf van de toelichting wordt de volgende zin opgenomen: “Om doorspoeling in de aanwezige waterloop te krijgen wordt op de kop van de dijksloot een regenwateruitlaat gerealiseerd". • De tekst in de waterparagraaf in hoofdstuk 4 van toelichting op het bestemmingsplan over het beheer en onderhoud van de spoorsloot zal worden aangepast.

29

In strijd met raadsbesluit meer dan 12 bouwlagen 1.

2.

Een tweetal reclamanten meent dat de ontwikkeling niet voldoet aan alle voorwaarden uit het raadsbesluit d.d. 16 oktober 2018 om op deze locatie hoger te bouwen dan 12 bouwlagen. Zij stellen dat geen sprake is van een goede parkeeroplossing, het belang van privacy niet is onderzocht, de bouwhoogte van het nieuwe gebouw niet inpasbaar is in de omgeving, onterecht alleen de drie hoge torens zijn aangemerkt als hoogbouw en niet ook de rest van het gebouw. Verder verwachten reclamanten een inbouwgevoel, verlies van uitzicht en extra schaduw. Ook menen zij dat het windhinderonderzoek en het akoestisch onderzoek onvolledig zijn omdat het perceel van reclamanten niet expliciet is onderzocht. Ook wordt naar hun mening te weinig aandacht besteed aan de cultuurhistorische waarde van de stolpboerderij aan de oostzijde van het spoor. Reclamanten stellen dat de belangen van omwonenden onvoldoende onderzocht zijn dan wel dat hier een onjuist gewicht aan is toegekend. Reclamanten hebben verzocht het volledige raadsbesluit met bijbehorend voorstel toegestuurd te krijgen, daar zij alleen de punten uit het besluit hebben kunnen vinden.

Gemeentelijke reactie Ad 1. Reclamanten refereren aan het raadsbesluit om in het plangebied hoger dan 12 bouwlagen te mogen bouwen. Zij noemen hierbij de datum van 16 oktober 2018 van dit besluit. Hier moet de opmerking gemaakt worden dat de datum van dit raadsbesluit 29 november 2018 is en niet 16 oktober 2018, wat de datum is van het voorstel van B&W. Dit maakt echter voor de inhoudelijke afhandeling van dit aspect uit de zienswijze niet uit, aangezien duidelijk is op welk raadsbesluit wordt gedoeld. Onder Algemeen zijn de voorwaarden voor hoger bouwen dan 12 bouwlagen uit het raadsbesluit weergegeven. Voor de inhoudelijke beantwoording van dit aspect uit de zienswijze wordt verwezen naar de hiervoor vermelde gemeentelijke reacties onder de verschillende aspecten. Hier is per thema aangegeven waarop de zienswijzen zich richten. De inhoudelijke punten uit de zienswijze over het niet voldoen aan de voorwaarden uit voorgenoemd raadsbesluit zijn hierin opgenomen. Ad 2. Het betreffende raadsvoorstel en raadsbesluit over het hoger mogen bouwen dan 12 bouwlagen is te vinden op de website van de gemeenteraad. Per e-mail d.d. 17 oktober 2022 is het raadsvoorstel en -besluit aan reclamanten toegestuurd. Tevens zijn de links naar de betreffende raadswebsite toegestuurd zodat reclamanten alle bijbehorende documenten kunnen bekijken.

Ook de video van de raadsvergadering is daar terug te zien. Wijziging(en) naar aanleiding van de zienswijze Zie afzonderlijke aspecten die hiervoor zijn behandeld.

30

Conclusie Wijzigingen naar aanleiding van de zienswijzen Naar aanleiding van de ingekomen zienswijzen wordt voorgesteld de onderstaande wijzigingen door te voeren in het bestemmingsplan. Toelichting 1. Overeenkomstig de uitgangspunten van het raadsbesluit d.d. 29 november 2018 zal in de toelichting op het bestemmingsplan een tekst over privacy worden toegevoegd. 2. De hoogbouweffectrapportage bij het bestemmingsplan zal worden aangevuld met een uitgebreidere onderbouwing van het lagere deel van het gebouw. 3. De tekst van de waterparagraaf zal worden aangepast conform de suggesties van het HHNK. 4. De paragraaf over het aspect verkeer zal worden aangepast aan het geactualiseerde verkeersonderzoek. Regels 1. De bestemming ‘Verkeer – 2’ wordt toegevoegd ter plaatse van het perceel Wherekant 27-30 en de gemeentelijke gronden ten zuiden ervan. Het perceel Wherekant 27-30 krijgt de functieaanduiding ‘parkeerterrein’ en een bouwvlak met een maximale toegestane bouwhoogte van 8 meter. 2. In de bestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ wordt onder ‘Afwijken van de bouwregels’ de volgende zin toegevoegd: Voor verlening van een omgevingsvergunning dient advies te worden ingewonnen bij de waterkeringbeheerder. 3.

In Artikel 11 Algemene bouwregels (was artikel 10) wordt onder ’11.6 Klimaatadaptatie’ toegevoegd dat in overleg met de gemeente en in afstemming met het hoogheemraadschap aanvullende compenserende maatregelen op andere wijze dienen te worden getroffen. Verbeelding 1. Het perceel Wherekant 27-30 en de gemeentelijke gronden die ervoor liggen worden toegevoegd aan het plangebied en krijgen de bestemming Verkeer-2. Het perceel Wherekant 27-30 krijgt de functieaanduiding ‘parkeerterrein’ met een maximale toegestane bouwhoogte van 8 meter.

31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12341923/1