b-nota-ecologie-2025-2030
Tekst van het document
Uitvoeren van werkprotocol van het SMP (start oktober 2024) Om deze maatregelen uit te voeren is budget voor ecologie nodig. Dit budget is in het voorjaar van 2024 structureel toegekend. Tabel 1: Uitvoeringsagenda Nota ecologie No. Hoort bij Maatregelen maatregel
Uitwerking
1
1b, 4
Monitoren areaal groen In kaart brengen van het groenareaal in Purmerend en in gemeente Purmerend inventariseren hoeveel groen er verloren gaat of bijkomt.
2
1a
Monitoren van het In kaart brengen van het areaal ecologisch groenbeheer en ecologisch groenbeheer de uitwerkingen daarvan door de Nectarindex en aanvullend onderzoek naar bestuivers (bijen, hommels en zweefvliegen). Het areaal natuurvriendelijke oevers en kruidenrijke bermen worden gekwantificeerd.
3
2&5
Monitoren van natuurinclusief bouwen
In kaart brengen van het aantal vierkante meter groene daken, groene gevels en het aantal ingebouwde nestkasten of verblijfsplaatsen.
33
4
1f, 2 & 5
Natuurinclusief bouwen bevorderen
5
1j
Beheren en controleren We zetten ons samen met andere verenigingen in om de invasieve exoten planten inheemse natuur te beschermen. en Aziatische hoornaar
6
1g & 1h
Verbeteren In samenwerking met HHNK en de Hengelsportvereniging waterkwaliteit Gorsmeer wordt de kwaliteit van het water en de ecologie rondom het Gorsmeer verbeterd. De oevers worden (waar mogelijk natuurvriendelijk) beschoeid om afkalving en slibvorming te voorkomen. HHNK gaat hierna baggerwerkzaamheden uitvoeren om het bestaande slib te verminderen. De Hengelsportvereniging legt vissenbossen aan ter bevordering van de visstand. Op de eilanden van het Gorsmeer wordt in opdracht van de gemeente tevens een ijsvogelwand aangelegd.
7
1g & 1h
Paddentrek faciliteren
In 2024 zijn de eerste waterkolken langs wegen amfibievriendelijk gemaakt. Deze actie willen we verder doorzetten.
8
1h
Realiseren eilandjes
Er zijn in 2024 een aantal eilandjes gerealiseerd door loopbruggen niet terug te plaatsen. Hierdoor krijgt de natuur de kans om deze gebieden te gebruiken als rust- en broedplaats. Op 1 eiland in de Weidevenne (groengebied Purmerland) wordt een oeverzwaluwwand gerealiseerd. Met deze ontwikkelingen blijven we doorgaan in 2025.
9
1c, 1g & 1h Vergroenen Aurigapark
Aurigapark is in 2021 vormgegeven met weinig beplanting en variatie. In de aankomende jaren willen we deze beplanting en variatie in het gebied aanvullen. De eerste beplantingsfase heeft plaatsgevonden tijdens de Boomfeestdag.
10
1h, 2
Enkele huisjes van de stadsverwarming worden uit cultuurhistorisch oogpunt behouden en krijgen mogelijk een nieuwe maatschappelijke functie. Het inrichten van deze huisjes voor de ecologie met ingebouwde vleermuisverblijven, huismuskasten en egelhuisjes wordt als een van de mogelijkheden overwogen.
11
1c, 1d & 1h Overweerse polderdijk ecologisch inrichten.
Langs de Overweerse polderdijk ligt een groengebied dat momenteel wordt beheerd als kort gras. Vanuit omwonenden is de vraag om dit gebied ecologisch in te richten. Dit groengebied maakt deel uit van het ecologisch netwerk, waardoor deze wordt versterkt.
12
3
Er wordt gestart met het maken van een serie videofragmenten over de natuurwaarden in de gemeente die het waard zijn om te beschermen. Met tips voor beheer voor bedrijven, particulieren en de gemeente proberen we gezamenlijk de ecologie onder de aandacht te krijgen en te ondersteunen.
Mogelijkheden inventariseren om de oude stadsverwarming stations om te bouwen tot verblijfplaats voor vleermuizen, egels en huismussen
Inwoners, bedrijven en organisaties betrekken bij de Purmerendse natuurwaarden
Gemeentelijk vastgoed en bedrijventerreinen vergroenen. Ook wordt gewerkt aan een goed afwegingskader waarmee natuurinclusief bouwen in de hele gemeente verplicht wordt. In 2025 wordt via het Basisveiligheidsniveau klimaatbestendige nieuwbouw meer natuurinclusief gebouwd in de gemeente.
34
13
2
Vastgoed vergroenen
We zoeken naar maatregelen om het gemeentelijk vastgoed te verduurzamen en de leefbaarheid te vergroten.
14
1h
Aanleggen broeihopen ringslang
In 2024 hebben we voor het eerst broeihopen aangelegd om de verspreiding en overleving van de ringslang mogelijk te maken, en in de komende jaren zetten we hier verder op in.
15
1g, 1k
Vergroten natuurwaarden in landelijk gebied
We zoeken naar mogelijkheden om biodiversiteit in het landelijk gebied te versterken.
6.2
Financieel kader
Voor het beheer van het ecologisch netwerk, inclusief het onderhoud van objecten zoals de oeverzwaluwwand of kerkuiltillen, is structureel budget nodig. Er is € 100.000,- per jaar beschikbaar gesteld voor ecologie, waarmee we kleinschalige vergroeningsmaatregelen kunnen treffen, in plaats van alleen een onderzoeks- en adviesrol te vervullen. De ontwikkelingen en bestedingen worden jaarlijks via een memo ter kennisgeving aan de gemeenteraad voorgelegd. Via deze memo hopen we, door middel van resultaten en enthousiasme, de gemeenteraad te stimuleren tot natuurinclusieve maatregelen, net zoals we dit ook bij onze inwoners proberen te realiseren. De uitvoeringsagenda in deze nota vraagt mogelijk om extra investeringen om de ecologie in Purmerend te beschermen en te verbeteren.
Afbeelding: blauwborst in Weideveld, Purmerend
35
7. Bijlagen Begrippenlijst Adaptatie: aanpassen aan veranderende omstandigheden Biodiversiteit: het aantal plant- en diersoorten en de genetische variatie binnen de soorten. De wereld kan niet zonder biodiversiteit. Soorten en ecosystemen zorgen bijvoorbeeld voor de productie van zuurstof, afbraak van dode dieren en planten, bestuiving van planten (waaronder landbouwgewassen), waterzuivering en het beheersen van plagen. Biotoop: een gebied of landschapstype waarin organismen kunnen groeien en floreren. Binnen een biotoop kunnen planten en dieren zich voortplanten. Ook zijn ze van elkaar afhankelijk om te kunnen overleven. Voorbeelden zijn een poel, een bos, een grasland en een ruigte. Groenblauwe verbindingszones: de aaneenschakeling van blauwe (waterlopen) en groene (flora) structuren. Draagvlak: de mate waarin mensen een bepaald beleid aanvaarden, accepteren of steunen. Ecologie: ecologie gaat over de verhouding tussen mensen, dieren en natuur. Als we spreken over ecologie hebben we het over al het leven dat in relatie staat met elkaar. Ecosysteem: een systeem dat uit het geheel van dieren en planten bestaat die in een bepaald gebied voorkomen. Ecosysteemdiensten: ecosysteemdiensten zijn de bijdragen van ecosystemen aan voordelen voor de mens die bijdragen aan de economie en andere activiteiten. Deze diensten worden onderverdeeld in 3 categorieën: 1.
Productiediensten, deze dragen bij aan de productie van voedsel, vezels, biobrandstoffen en drinkwater. 2. Regulerende diensten, deze zijn gerelateerd aan de natuurlijke zuivering, regulering dan wel het behoud van lucht, water, bodems, habitat en klimaat. Voorbeelden zijn de afvang van fijnstof en de opslag van koolstof in bodem en vegetatie. 3. Culturele diensten, dragen bij aan alle activiteiten van personen in, of gerelateerd aan, natuur. Voorbeelden daarvan zijn recreatie, toerisme, natuureducatie en andere vormen van natuurbeleving. Fauna: verzamelbegrip voor alle dieren in een gebied. Flora: verzamelbegrip voor alle planten (bomen, gras, struiken) in een gebied.
36
Genetische diversiteit: dit betreft de verschillen in erfelijke eigenschappen tussen individuen van een soort, zowel binnen populaties als tussen populaties. Deze diversiteit is van groot belang voor de overleving van populaties op lange termijn. Gezondheid en welzijn: Een toestand van subjectief welbevinden op geestelijk, lichamelijk en maatschappelijk gebied. Gidssoorten: soorten die symbool staan voor een aantal typische stadssoorten. Deze gidssoorten zijn: ▪ ▪ ▪ ▪
De kleinere zoogdieren (egel, Noordse woelmuis) Amfibieën (kleine watersalamander, rugstreeppad, bruine kikker) Insecten (wilde bijen en zweefvliegen) Vleermuizen (gewone dwergvleermuis, meervleermuis)
Groen: natuurlijke elementen of plekken die op verschillende schaalniveaus voorkomen, variërend van straatniveau (zoals bomen en groenstroken) tot stedelijk en regionaal niveau (bijvoorbeeld parken en natuurgebieden). Groenstructuren: groene verbindingen door en tussen stad en platteland. De gevarieerde beplanting in de wijk, langs bermen en in parken waar dieren kunnen foerageren (voedsel zoeken), schuilen, rusten, migreren en zich voorplanten. Hittestress: negatieve gezondheidseffecten door warmte bij mens en dier. HHNK: Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, het waterschap waarbinnen gemeente Purmerend valt. Infiltreren: regenwater niet afvoeren via de riolering maar opvangen in de bodem. Inheemse vegetatie: planten die van nature in Nederland groeien. Inheemse vaste planten, struiken en bomen zijn enorm belangrijk voor het in stand houden van de lokale biodiversiteit. Inheemse insecten, bijen, vogels en vlinders zijn evolutionair gezien aangepast op deze planten en eten ervan. IVN: Instituut voor Natuureducatie Klimaatadaptatie: aanpassen aan het veranderende klimaat. Verminderen van de kwetsbaarheid voor klimaatverandering. Leefbaarheid: de mate waarin een buurt, wijk, dorp of ander gebied aantrekkelijk en/of geschikt is om te wonen of werken.
Mitigatie: een activiteit met als doel om de oorzaak of het gevolg van een ongewenste gebeurtenis weg te nemen, of te verkleinen. Natuur: Het begrip natuur omvat alle levende organismen, hun habitat, het ecosysteem waarvan zij deel uitmaken en de daarmee verbonden ecologische processen, ongeacht of deze wel/niet voorkomen onder invloed van menselijk handelen. Cultuurgewassen, landbouwdieren de huisdieren horen hier niet bij. 37
Natura 2000: dit is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In deze Natura 2000gebieden worden bepaalde dieren, planten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit (soortenrijkdom) te behouden. Natuurinclusief: als natuur een vanzelfsprekend onderdeel is van de gebouwde omgeving, verbetert de leefbaarheid én de biodiversiteit. Natuurnetwerk Nederland (NNN): het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter met elkaar verbinden en met het omringende agrarisch gebied. NME: gemeentelijke organisatie voor Natuur- en milieueducatie Populatie: een groep organismen van dezelfde soort in een min of meer afgescheiden gebied. SMP: zie Soortemanagementplan. Soortenmanagementplan (SMP): dit plan brengt in beeld waar beschermde (gebouwbewonende) soorten zich ophouden en hoe groot de populatie is. In het plan staat wat je moet doen om aanwezige soorten te beschermen en populaties te versterken (“de staat van instandhouding verbeteren”). Struweel: struikgewas, vaak op de overgang van bos en grasland. Vergroening: een maatregel om groene doelen te behalen. Onder groene maatregelen vallen alle toevoegingen van groenelementen in de gebouwde omgeving en de maatregelen gericht op het vergroten van de natuurwaarde van groen en bebouwing.
38
Ecologische historie van Purmerend Ecologie is geen nieuw onderwerp binnen de gemeente. Sterker nog, er zijn al diverse beleidsstukken waarbij de ecologie een belangrijke factor speelt en speelde. Het ecologisch netwerk in gemeente Purmerend heeft een lange historie. Al in de tweede helft van de vorige eeuw veranderde Purmerend snel door de bouw van verschillende nieuwe woonwijken. Het landschapsplan was toen vooral gericht op creëren van functies voor mensen. Vanaf 1970, (1e Earthday,22 april 1970), groeit het bewustzijn over onze natuurlijke omgeving. In de jaren ’80 begon de gemeente met het creëren van meer natuurlijk groen, en deze uitbreiding verliep voorspoedig. Van 1984 tot 1991 steeg het percentage bosplantsoen en ruig gras in oppervlak van 27% naar 40% (ongeveer 48% in 2023). Ook werd in de jaren ’90 vastgesteld waar de stedelijke water- en groenstructuren door Purmerend lopen. Het ecologisch structuurplan uit de jaren ’90 roept op om de natuur in te zetten voor de leefbaarheid van de stad.
Sindsdien wordt gestreefd naar het optimaliseren van het ecologisch netwerk. Hiervoor zijn diverse maatregelen genomen, zoals het Oeverplan uit 2008, waarmee veel oevers langs het netwerk natuurlijker zijn ingericht. De natuurlijk ingerichte oevers zijn in 2012 getoetst door Bureau Waardenburg, die concludeerden dat veel van de oevers redelijk zijn en enkele zelfs goed, op basis van de soortenrijkdom van planten en insecten. Eind 2017 presenteerde Nelen & Schuurmans B.V. de evaluatie ‘Natuurvriendelijke oevers Purmerend’. Zij concludeerden dat het Oeverplan uit 2008 goed is uitgevoerd en zich bewijst door de hoeveelheid planten en insecten die er gebruik van maken. Wel liggen er nog kansen om moeraszones te verbreden, hierdoor ontstaat meer ruimte voor waterberging en de ontwikkeling van biodiversiteit. Daarnaast moeten de oevers gericht worden onderhouden om variatie in planten en dieren te waarborgen. Dit voorkomt dat oevers niet alleen maar uit dominante soorten zoals riet of zegge bestaan. Het advies is om een goede visie te maken om de natuurvriendelijke oevers op elkaar aan te sluiten waardoor de biodiversiteit kan verbeteren.
39
De Groenkoers uit 2014 vraagt om aangepast beheer en het verbreden en verlengen van de groenblauwe linten. Het verbreden van deze linten met zowel droge als natte berm, biedt meer kans voor een hogere biodiversiteit. Deze linten zien we in deze Nota Ecologie als bredere overgangszones die aanhechten op de wijkstructuur met het stedelijk groen. Waar mogelijk loopt het ecologisch netwerk door de wijken. In de visie Leefbare stad 2040 wordt het belang van een balans tussen steen en groen beschreven. Het Bomenplan, de Klimaatadaptatiestrategie, en het Parkenplan zijn hier uitwerkingen van. Het Bomenplan pleit voor het goed inrichten van boomlocaties om gezondere en oudere bomen in de gemeente te laten groeien, wat bijdraagt aan een hogere biodiversiteit. De Klimaatadaptatiestrategie Purmerend 2025-2030 vraagt om meer groen, wat kansen biedt om klimaatadaptatie en ecologie (en sport & spel) te combineren en zo ecologische routes te versterken. In het Parkenplan wordt naast de parken ook de belangrijkste verbindingen tussen de parken (Parelweb) beschreven. Dit Parelweb is in 2021 opgenomen in het Gebiedsplan, waarin de kracht van gecombineerde functies zoals recreatie, sport en natuur wordt benadrukt.
Een web van waterlopen, natuurvriendelijke oevers, ruwe bermen met ruig gras, fiets- en wandelpaden, moet de parken (de groene parels) met elkaar verbinden en deze aan het buitengebied koppelen. Dit doen we door de groene invulling van de openbare ruimte voor alle 3 de disciplines (klimaatadaptatie, sport en spel en ecologie) waar mogelijk te combineren en tot een gezamenlijk ontwerp en besluit te komen.
Afbeelding: Het Parelweb uit het Gebiedsplan-2021.
40
Waar draagt groen aan bij? (bron: Handreiking Groen in en om de stad, Rijksoverheid) Groen(blauwe) netwerken Verschillende voordelen van groen laten zich meestal goed combineren. Door bij inrichting rekening te houden met groenblauwe structuren en deze te verbinden in een groen netwerk, kunnen deze zones multifunctioneel worden ingezet (MOOI NL, 2024). Door in te zetten op een verbonden netwerk van parken, groenblauwe verbindingen en groene buitengebieden heeft dit voordelen voor bijvoorbeeld recreatie (groene wandel- en fietspaden), klimaatadaptatie (koelteplekken aanbrengen en wateroverlast beperken) en de leefgebieden van planten en dieren versterken. Meer over de meerwaarde van groen bekeken vanuit verschillende soorten netwerken in de volgende paragraaf. Groen draagt bij aan een zacht mobiliteitsnetwerk Gezonde stedelijke groen(blauwe) structuren bevorderen de keuze voor lopen en fietsen en vormen daarmee de basis voor een verandering in vervoerswijze (modal shift) (MOOI NL, 2024). Gezonde mobiliteit zoals lopen, fietsen en het gebruik van openbaar vervoer, heeft een positief effect op de gezondheid van de mens en op de milieukwaliteit. Dit blijkt uit een verkenning van het RIVM naar de effecten van minder auto’s, meer ruimte om te bewegen en meer groen (RIVM, 2023). Zo zorgen maatregelen voor minder autoverkeer in de wijk, minder geluid en een betere luchtkwaliteit.
Ook bewegen mensen meer doordat ze in een groene omgeving vaker fietsen en lopen. Gezonde mobiliteit wordt bevordert door een gezonde leefomgeving te ontwerpen en in te richten. Een voorbeeld hiervan is een groene woon- en werkomgeving, die uitnodigt tot wandelen of fietsen. Ook zorgt meer fietsen en lopen voor minder gebruik van de auto, waardoor de druk van de auto op het stedelijk gebied verminderd en er meer ruimte ontstaat voor groen en ruimtelijke kwaliteit (versmallen en verdwijnen van rijbanen voor de auto). Groen draagt bij aan een gezond netwerk Gezonde stedelijke groen(blauwe) structuren nodigen uit tot bewegen en dragen bij aan het creëren van gezonde leefomstandigheden (MOOI NL, 2024). Mensen, die in een groene omgeving wonen, hebben minder vaak last van hart- en vaatziekten, overgewicht of diabetes. Ook hebben ze vaak een betere mentale gezondheid. Zo bevordert de aanwezigheid van groen herstel bij onder andere stress, depressie en angsten. Groen nodigt uit om te bewegen en sporten, waardoor gezond gedrag wordt gestimuleerd. Ook draagt groen bij aan het verminderen van schadelijke milieufactoren, zoals geluidsoverlast. (RIVM, 2022). Wijken waar de kwaliteit van het groen door onafhankelijke beoordelaars als beter wordt beoordeeld, behalen betere resultaten. Bewoners voelen zich gezonder en bezoeken de dokter minder vaak.
Groen heeft ook een positief effect op kinderen. Zo hebben kinderen in groene wijken 15% minder vaak last van overgewicht. Deze verbanden zijn herhaaldelijk het sterkst aangetoond binnen kansarme groepen. Kinderen in arme, groene wijken krijgen bijvoorbeeld 10% minder vaak Ritalin voorgeschreven dan kinderen in even arme, maar minder groene wijken (WUR, 2018). Mensen die beter in hun vel zitten en minder last van stress hebben, zijn gezonder en productiever. Dit draagt aanzienlijk bij aan de maatschappelijke voordelen van het investeren in groen. Groen draagt bij aan een sociaal netwerk Gezonde stedelijke groen(blauwe) structuren zijn sociaal en interactief, inclusief en toegankelijk, en veilig en zonder zorgen (MOOI NL, 2024). Groene ontmoetingsplekken waar inwoners elkaar
41
kunnen treffen dragen bij aan de sociale cohesie. Door elkaar in een fijne openbare groene ruimte te ontmoeten, wordt de sociale cohesie in een wijk vergroot. Buurten waar de bewoners meer contact hebben, ervaren meestal minder verloedering, overlast en criminaliteit (Vreke et al, 2010). Groen draagt bij aan een herkenbaar netwerk Gezonde stedelijke groen(blauwe) structuren zijn aantrekkelijk, herkenbaar en hebben een sterke identiteit, met een educatieve waarde (MOOI NL, 2024). Het gaat enerzijds over het versterken van de identiteit, zodat de structuur herkenbaar wordt, en anderzijds om het verhaal van de plek te vertellen. Groen kan hieraan bijdragen door aan te sluiten bij de historie van een gebied of locatie. Denk bijvoorbeeld aan het herstellen van een singel, het opnieuw creëren van ruimte voor een vroeger park, het laten staan van oudere houtsingels of heggen, of het laten liggen van watergangen in nieuw te ontwikkelen woonwijken. Door voort te bouwen op de positieve aspecten van de identiteit van de plek, ontstaat meer herkenning en eigenaarschap. Groen draagt bij aan een klimaatadaptief netwerk Gezonde stedelijke groen(blauwe) structuren zijn verkoelend, robuust en schoon (MOOI NL, 2024). Door klimaatverandering verandert het Nederlandse weerpatroon: langere periodes van droogte, afgewisseld met grote hoeveelheden regen in korte tijd.
In steden is soms tot 70% van het oppervlak bebouwd en bestraat, oplopend tot 90% in de binnenstad en op bedrijventerreinen. Hierdoor krijgt het water nauwelijks kans om de bodem in te zakken (WUR, 2018). Groen zorgt voor verbeterde infiltratie- en bergingscapaciteit van de bodem, verminderde wateroverlast en draagt bij aan de aanpak van droogte. In groene gebieden kan water in de bodem infiltreren, opgenomen worden door vegetatie, verdampen en het grondwater aanvullen. Meer groen in tuinen, op bedrijventerreinen en in de openbare ruimte zorgt ervoor dat het regenwater wordt vastgehouden en geborgen op de plek waar het valt (NKWK, 2021). Daarnaast draagt groen ook bij aan het koel(er) houden van de gebouwde omgeving (Kluck, J. et al. 2020). Dit is noodzakelijk, omdat hittegolven steeds vaker voorkomen en de hittestress in de stad toeneemt. Door de grote hoeveelheden verharding warmt de stad snel op en ontbreekt het aan voldoende mogelijkheden voor verkoeling. Dit vormt een risico voor kwetsbare groepen, zoals ouderen, jonge kinderen en langdurig zieken, en vermindert de weerbaarheid van ecosystemen in de stad. Groen zorgt voor de afname van hittestress door het grote koelend vermogen (mits voldoende water beschikbaar) en het creëren van schaduw door bomen (WUR, 2018).
Groen draagt bij aan een ecologisch netwerk Gezonde stedelijke groen(blauwe) structuren zijn kwalitatief en verbonden (MOOI NL, 2024). Natuur is overal, ook in de stad. Een goede biodiversiteit garandeert het voortbestaan van vele soorten en biedt vele kwaliteiten. Door de stad te zien als een ecosysteem met diverse, onderling verbonden natuurtypen, kan zij een belangrijk leefgebied worden voor veel soorten. Door het toepassen van ecologisch beheer in publiek en privaat groen dragen inwoners, bedrijven en de lokale overheid bij aan het behoud van bijzondere en bedreigde soorten, zoals wilde bijen. Deze bijzondere soorten hebben meer nodig dan een standaardgazon; ze willen liever een gevarieerde biotoop met veel inheemse planten (IVN). Hiervoor geldt dat hoe nauwer stakeholders betrokken zijn bij de totstandkoming én hoe meer ze zich mede-eigenaar voelen van het ecologische netwerk, des te groter het draagvlak en de kans op duurzaam behoud van deze natuur.
42
Niet vergroenen heeft negatieve gevolgen Het niet vergroenen van een stad of haar omgeving kan verschillende negatieve consequenties hebben, zowel op het gebied van milieu als levenskwaliteit. Denk bijvoorbeeld aan: ▪
▪
▪
▪
▪
Hittestress. Een gebrek aan groen in stedelijke gebieden kan leiden tot het zogenaamde ‘hitte-eilandeffect’, waarbij steden warmer worden dan omliggende landelijke gebieden (Kluck et al, 2020). Dit komt doordat verharde oppervlakken, zoals beton en asfalt, warmte vasthouden en uitstralen. Daarnaast kan een tekort aan groen, en daarmee schaduw en verdamping, leiden tot hogere (gevoels)temperaturen. Hoge temperaturen kunnen de gezondheid van mensen beïnvloeden en leiden tot een verhoogd energieverbruik voor koeling. Meer groen zorgt voor schaduw en verdamping, waardoor de stad koeler blijft. Het biedt daarnaast koele verblijfsplekken en routes, wat de leefbaarheid en gezondheid tijdens warme periodes waarborgt. Luchtverontreiniging. Een gebrek aan groene ruimten kan de luchtkwaliteit in steden verslechteren. Bomen en planten spelen een cruciale rol bij het filteren van verontreinigende stoffen uit de lucht en het produceren van zuurstof (Pronk en Van Dijk, 2008). Zonder voldoende groen kunnen stedelijke gebieden gevoeliger zijn voor luchtverontreiniging, met nadelige gevolgen voor de gezondheid van de bewoners. Verlies van biodiversiteit. Stedelijke ontwikkeling en beheer zonder aandacht voor groenvoorzieningen kan leiden tot habitatverlies en een afname van biodiversiteit. Veel plant- en diersoorten zijn afhankelijk van groene ruimten voor hun overleving.
Het verdwijnen van deze gebieden kan leiden tot een afname van de diversiteit aan flora en fauna in de stad (Mata et al, 2023). Waterbeheerproblemen. Een gebrek aan groen kan leiden tot waterafvoerproblemen en overbelasting van rioleringssystemen, met mogelijke overstromingen en schade als gevolg (KNMI, 2021). Groene gebieden zoals parken en tuinen helpen bij het infiltreren van regenwater en verminderen het risico op wateroverlast. Economische schade. Het gebrek aan groen in stedelijke gebieden kan aanzienlijke economische schade veroorzaken. We benadrukken dit verhaal, omdat groen op economisch vlak vaak onvoldoende wordt gewaardeerd, terwijl dit wel zou moeten. Denk bijvoorbeeld aan gezondheidskosten: een gebrek aan groen wordt in verband gebracht met slechtere luchtkwaliteit, beperkte mogelijkheden voor lichaamsbeweging en hogere stressniveaus (Hiemstra et al, 2019). Deze factoren kunnen leiden tot een toename van gezondheidsproblemen, zoals ademhalingsaandoeningen, obesitas, en mentale klachten. Hogere ziektekosten kunnen een last vormen voor de samenleving en het zorgsysteem en leiden tot productiviteitsverlies. Onderzoek heeft aangetoond dat toegang tot groene ruimten het welzijn van werknemers bevordert en de productiviteit verhoogt.
Werknemers die in de buurt van groen wonen of werken, ervaren over het algemeen minder stress en vermoeidheid, wat de algehele arbeidsproductiviteit ten goede komt (Spijker et al, 2022). Gebieden met weinig groen kunnen bovendien de vastgoedwaarde verminderen en minder aantrekkelijk zijn voor vastgoedinvesteringen (Bos en Vogelzang, 2018).. Mensen geven vaak de voorkeur aan woonwijken met groenvoorzieningen, en het ontbreken daarvan kan de vastgoedwaarde negatief beïnvloeden. Verder kan een gebrek aan groen leiden tot hogere energiekosten. Het ontbreken van bomen en andere vegetatie kan de temperatuur in 43
▪
▪
stedelijke gebieden verhogen, wat resulteert in meer energieverbruik voor koeling en hogere energiekosten voor zowel huishoudens als bedrijven (TNO, 2021). Daarnaast kunnen er verhoogde kosten voor waterbeheer ontstaan. Het ontbreken van voldoende groen kan leiden tot wateroverlast, met schade aan gebouwen en infrastructuur, bodemerosie en verminderde waterkwaliteit. Groene ruimten spelen een cruciale rol in het reguleren van de watercyclus. Het beheer van deze problemen kan aanzienlijke kosten met zich meebrengen voor lokale overheden. Lagere kwaliteit van leven. Het ontbreken van groen kan resulteren in een lagere levenskwaliteit, doordat inwoners minder toegang hebben tot plekken om te ontspannen, te sporten en te genieten van de natuur (RIVM, 2022). Het niet meegroeien van groen met de woningbouwopgave in de verdichtende steden en dorpen heeft een vergelijkbaar effect, met meer potentiële gebruikers voor dezelfde hoeveelheid recreatief groen. Groen draagt bij aan de esthetische waarde van een stad en omgeving en biedt recreatieve mogelijkheden. Psychologische impact. Een gebrek aan groen in stedelijke gebieden kan bijdragen aan stress, angst en andere psychologische problemen (WHO, 2021). Groene omgevingen hebben een positief effect op de mentale gezondheid.
Kortom, het niet functioneel vergroenen van een stad en haar omgeving kan leiden tot een aantal problemen die variëren van economische, milieu- en gezondheidsproblemen en een verminderde kwaliteit van leven. De benoemde problemen en schades zullen zeer hoge kosten met zich mee brengen. Deze schadekosten zijn vele malen hoger dan de kosten voor het tijdig investeren in een groene en gezonde stad. Het is daarom van groot belang dat steden streven naar een duurzame en groene stadsplanning om negatieve consequenties te voorkomen.
44
Puntensysteem natuurinclusief bouwen Purmerend 2.0 Purmerend wil natuurinclusief bouwen in de gemeente bevorderen. Dit levert een bijdrage aan de biodiversiteit, aan de klimaatopgave door vermindering van hittestress en wateroverlast, aan de mogelijkheden voor natuurbeleving in de wijken en dorpen en daarmee samenhangend aan het welzijn en de gezondheid van mensen. In Purmerend geldt dat: Nieuwbouw of bijgebouw(en) op gemeentegrond die Omgevingsvergunning plichtig zijn en gelijk of groter zijn dan 100 m2 moeten voldoen aan het puntensysteem Natuurinclusief bouwen Purmerend 2.0. Hierna wordt onderscheidt gemaakt in de grootte van het totale plangebied. Er is onderscheidt gemaakt tussen kleinschalige, middelgrote en grootschalige projecten, omdat dit van invloed is op de mogelijkheden in de natuurinclusieve maatregelen en om te voorkomen dat kleine projecten een onevenredige hoeveelheid extra kosten moeten maken. Om deze reden is ook het verplicht te behalen puntenaantal per project verschillend. Het verplichte puntenaantal per type project staat weergegeven in de onderstaande tabel.
Project
Grootte totale plangebied
Hoogte nieuwe bebouwing
Verplicht puntenaantal
Kleinschalig project
<500 m2
en <15 m
Minimaal 22
Middelgroot project
500-2000 m2
en 15-25 m
Minimaal 26
Grootschalig project
>2000 m2
en/of >25 m
Minimaal30
▪
▪
De maatregelen zijn onderverdeeld in 3 categorieën: daken, gevel en maaiveld. Het project moet op elke categorie punten scoren. Wanneer het project geen private buitenruimtes heeft (categorie maaiveld) moet het minimum aantal punten behaald worden op de categorie dak of gevel of moet naar andere mogelijkheden worden gezocht. Als dit ook niet mogelijk blijkt, wordt er in overeenstemming met de stadsecoloog naar een oplossing of alternatief gezocht. De ontwikkelaar, architect of bouwer kan uit de tabel kiezen welke maatregelen worden toegepast op daken, gevels en maaiveld. In de hiernavolgende checklist wordt door de ontwikkelaar, architect of bouwer inzichtelijk gemaakt welke maatregelen zijn toegepast in het project en hoeveel punten in totaal zijn behaald.
Meer informatie over uitleg over de maatregelen kunt u vinden in het ‘Handboek Purmerend Natuurinclusief Bouwen en ontwerpen’ of kunt u contact opnemen met de stadsecoloog.
45
Puntentabel Natuurinclusief bouwen gemeente Purmerend Score
Punten
Categorie
Verplicht
Maatregel Ontwikkelaar levert tabel aan met de puntenscore per maatregel met toelichting Inzet van expertise ecoloog vanaf de initiatieffase van het bouwproject.
Verplicht Verplicht 7
Dak
Opstellen van een meerjarig onderhoudsplan Groen dak met sedum (dikte 4-7 cm, 40% opp)
10 12
Dak Dak
Groen dak met sedum (dikte 4-7 cm, 60% opp) Groen dak met sedum, grassen, kruiden (7-15 cm, 40% opp)
15 18
Dak Dak
Groen dak met gras, kruiden, heesters (dikte 20-40 cm, 40% opp) Groen dak met gras, kruiden, heesters (dikte 20-40 cm, 60% opp)
20
Dak
Groen dak met gras, kruiden, heesters (dikte 80-120 cm, 40% opp)
25
Dak
Groen dak met gras, kruiden, heesters (dikte 80-120 cm, 60% opp)
7 10
Dak Dak
Waterdak (50% dakoppervlak, mimimaal 40l/m2 dakoppervlak) Waterdak (70% dakoppervlak, mimimaal 40l/m2 dakoppervlak)
6 10
Gevel Gevel
Klimplanten (zonder constructie, 10% geveloppervlak) Klimplanten (zonder constructie, 25% geveloppervlak)
10
Gevel
Klimplanten (met constructie, 10% geveloppervlak)
14
Gevel
Klimplanten (met constructie, 25% geveloppervlak)
15 20
Gevel Gevel
Groene muur (10% geveloppervlak) Groene muur (25% geveloppervlak)
5 10
Gevel Gevel
Geveltuin (op eigen grond en geen tuin) begane grond (30% lengte gevel) Geveltuin (op eigen grond en geen tuin) begane grond (60% lengte gevel)
7
Gevel
Geveltuin op meerdere verdiepingen (30% lengte geveltuin)
14
Gevel
Geveltuin op meerdere verdiepingen (60% lengte geveltuin)
3 3
Gevel Gevel
10 vogelverblijfplaatsen 10 vleermuiskasten (zomer-, paarverblijf)
5 12
Gevel Maaiveld
2 inbouw kraamkasten vleermuizen Natuurspeelplaats (>60 m2)
8
Maaiveld
Groen waterafvoer (wadi) met >20 insectenvriendelijke plant-/struik- en boomsoorten (>40 m2).
12
Maaiveld
12
Maaiveld
Waterafvoer (wadi) met >20 insectenvriendelijke plant-/struik- en boomsoorten (>60 m2). Tuin (op eigen grond) met >25% beplant (>40 m2)
18 4
Maaiveld Maaiveld
Tuin (op eigen grond) met >40% beplant (>60 m2) Haag (>10 m lang, >0,5 m breed en >0,8 m hoog)
7 2
Maaiveld Maaiveld
Haag (> 20 m land, 0,5 m breed en 0,8 m hoog) Geen buitenverlichting bij groen
4 4
Omgeving Omgeving
Cluster van 3 inheemse bomen Cluster van inheemse struiken >50 m2 en minimaal 1 meter hoog
3
Omgeving
Groenstructuren met aansluiting op ecologische structuur
2-10
Bonus
Innovatieve natuur inclusieve maatregelen die nog niet in deze tabel benoemd zijn (spouwmuur, dakkasten, etc)
46
Bonus De ontwikkelaar heeft de vrijheid om zelf mee te denken over innovatieve natuurinclusieve maatregelen die niet genoemd worden in deze tabel. Hiervoor kunnen 2 tot en met 10 bonuspunten worden behaald. Het aantal punten is gebaseerd op de effectiviteit van de maatregel en de investeringshoogte. De maatregelen die voor bonuspunten in aanmerkingen komen, worden getoetst en eventueel toegekend door de een beleidsmedewerker van de gemeente in overleg met de ecologen.
Checklist Puntensysteem Hierin staan de gekozen maatregelen per categorie en het aantal punten dat daarmee wordt behaald. Het totaal aantal punten wordt getoetst aan de hand van het type project. Naam project: Aantal m2 nieuwbouw
m2
Aantal m2 plangebied
m2
Hoogte van nieuwbouw
m
Beschikbare geveloppervlakte
m2
Beschikbare dakoppervlakte
m2
Verplicht te behalen aantal punten
punten
Categorie daken
Punten
Groen dak
… punten
Waterdak
… punten
Categorie gevel
Punten
Groene gevel
… punten
Geveltuin
… punten
Nestkasten vogels
… punten
Vleermuiskasten
… punten
Categorie maaiveld
Punten
Natuurspeelplaats
… punten
Wadi
… punten
Haag
… punten
Eigen tuin
… punten
Bonus
….punten
Totaal
… punten
47
Ecologische verbindingszones Ecologische verbindingszone Overwhere 2024
48
Ecologische verbindingszone Gors 2024
49
Ecologische verbindingszone Purmer-Noord 2024
50
Ecologische verbindingszone Purmer-Zuid 2024
51
Ecologische verbindingszone Weidevenne 2024
52
Ecologische verbindingszone Wheermolen 2024
53
Ecologische verbindingszone Middenbeemster 2024
54
Ecologische verbindingszone Noordbeemster 2024
55
Ecologische verbindingszone Westbeemster 2024
56
Ecologische verbindingszone Zuidoostbeemster 2024
57
Eigendom percelen overheden Purmerend 2024
58
Eigendom percelen overheden Beemster 2024
59
Bezoekadres
Purmersteenweg 42 1441 DM Purmerend Postadres
Postbus 15 1440 AA Purmerend Telefoon & e-mail
(0299) 452 452 info@purmerend.nl purmerend.nl
60