B Memo Vervolgstappen ontwikkeling Van der Valk hotel Kom A7
Tekst van het document
MEMO
Aan Van Tel. nr Datum Onderwerp Registratienummer
: de gemeenteraad van Purmerend : Wethouder Hegger namens het college van B&W : : 9 maart 2021 : Vervolgstappen ontwikkeling van der Valk hotel kom A7 : 1543011
Inleiding In de afgelopen maanden hebben zich enkele ontwikkelingen voorgedaan die aanleiding waren voor zowel ons college als de initiatiefnemer van het hotel om ons nader te beraden over te nemen vervolgstappen. Graag informeren we uw raad met deze memo over deze ontwikkelingen, en hoe ons college en de initiatiefnemer van het hotel nu verder willen gaan. Aanwijzing van de kom A7 als Landelijk gebied door de provincie Zoals vermeld in onze memo aan uw raad van 22 september 2020 (zie de link onderaan deze memo) verschillen de Provincie en de gemeente over de status van het gebied Kom A7. Dat is de reden dat de gemeente een zienswijze heeft ingediend tegen de ontwerp provinciale verordening. In oktober 2020 heeft provinciale staten met het vaststellen van de Provinciale omgevingsverordening de kom A7 aangewezen als Landelijk gebied. Daarmee is de door de gemeente Purmerend ingediende zienswijze hierover niet gehonoreerd. In het kader van vooroverleg over het nieuwe bestemmingsplan voor het hotel in de kom A7 werd op dat moment al ambtelijk vooroverleg gevoerd met de provincie. Op verzoek van de provincie is toen het plan eerst besproken in de interne provinciale Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK), die het vervolgens doorverwezen heeft naar de externe provinciale Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling (ARO).
Deze commissie heeft het plan op 8 december 2020 besproken en beoordeeld. In het kader van het vooroverleg ontvingen wij vervolgens een ambtelijke reactie per mail met het voorstel om de plannen aan te passen aan de hand van het advies van deze commissie ARO. Hieruit kon niet worden opgemaakt of dit advies in GS besproken was. Ook werd niet vermeld dat dit een reactie namens GS zou zijn. Dit was voor ons college aanleiding om nader onderzoek te doen naar de gevolgen van de aanwijzing tot Landelijk gebied en hoe om te gaan met het provinciale ARO advies. Gesprek met gedeputeerde Loggen Omdat wij naar aanleiding van de ambtelijke opvattingen meer duidelijkheid wilden krijgen over het standpunt van GS, is door ons na overleg met de initiatiefnemer van het hotel een bestuurlijk overleg georganiseerd met de verantwoordelijke gedeputeerde Loggen. Dit overleg vond plaats op 12 februari jl. Uit het gesprek met gedeputeerde Loggen maken wij op dat GS (ook nu) nog altijd positief staat tegenover de komst van een hotel in de kom A7. Echter nu op voorwaarde dat op afdoende wijze gereageerd wordt op de opmerkingen in het advies van de commissie ARO. Door ons is aan de gedeputeerde gemeld dat wij de kom A7 nog steeds beschouwen als bestaand stedelijk gebied en dat we overwegen om verder te gaan met het bouwplan zoals dat door initiatiefnemer is uitgewerkt.
Uiteraard zal daarbij vanuit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening voldaan worden aan de toepasselijke wet- en regelgeving voor het
planologisch mogelijk uitwerken van een ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied, waaronder de Wet natuurbescherming. De reactie van de initiatiefnemer van het Van der Valk hotel Naar aanleiding van de provinciale aanwijzing van de kom A7 als Landelijk gebied en het daar uit voortvloeiende advies van de commissie ARO zijn overleggen gevoerd met de initiatiefnemer. Het nu starten van de gecoördineerde procedure (dus bestemmingsplan in combinatie met Wabo-vergunningsaanvraag gekoppeld indienen en in procedure/besluitvorming brengen) zoals eerder was afgesproken ziet hij nu als een te groot risico. Daarom stelt de initiatiefnemer voor om wel door te gaan met het voorliggende plan en het al vrijwel compleet uitgewerkte ontwerp bestemmingsplan, maar de coördinatie met de omgevingsvergunning los te laten. Hij wil nu dat de gemeente eerst de bestemmingsplanprocedure start en pas daarna een aanvraag om een omgevingsvergunning indienen. De doorlooptijd van alle aan de orde komende besluitvormingsprocedures inclusief bezwaar- en beroepstermijnen zal hiermee aanzienlijk langer worden (ca. 3 jaar in plaats van ca. 1 jaar). Hoewel de initiatiefnemer liever zo snel mogelijk zou willen bouwen acht hij dat niet bezwaarlijk omdat hij het nieuwe hotel als een investering voor de lange termijn beschouwt.
Hij gaat ervan uit dat de coronacrisis dan bedwongen zal zijn en het toerisme, zowel nationaal als internationaal, en ook de behoefte aan congres en vergaderfaciliteiten weer op of boven die van het recordjaar 2019 zal liggen. Hij geeft de voorkeur aan een zorgvuldig planproces waarbij alle aspecten van de ontwikkeling goed gewaarborgd kunnen worden en vindt dit belangrijker dan eventuele procedurele tijdwinst op de kortere termijn. Het college respecteert de visie van de initiatiefnemer en wil nu zo snel mogelijk starten met de bestemmingsplanprocedure. Ons standpunt is dat initiatiefnemer het bouwplan voor het hotel niet behoeft aan te passen naar aanleiding van de reactie van de commissie ARO en de provincie. In het ontwerp bestemmingsplan dat het college aan uw raad zal aanbieden zal het college uiteenzetten waarom de komst van een hotel in de kom A7 nog steeds mogelijk is. Met het oog op het vraagstuk Landelijk gebied of stedelijk gebied moeten enkele zaken voor het bestemmingsplan nog worden aangepast en verder uitgewerkt. Ook zal een aanvulling gemaakt worden op de gesloten anterieure overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer om de nieuwe procesafspraken goed vast te leggen.
Vervolgstappen en planning De initiatiefnemer zal het in zijn opdracht vervaardigde bestemmingsplan met alle bijbehorende onderzoeken af laten ronden en zo snel mogelijk bij de gemeente indienen. Wij zullen dan zoals te doen gebruikelijk deze stukken controleren, indien nodig worden nog aanvullingen en/of aanpassingen gedaan. Tegelijkertijd wordt een allonge op de anterieure overeenkomst gemaakt met aanvullende procesafspraken. De planning om het bestemmingsplan voor de zomer, dus in mei of juni 2021, aan uw raad ter besluitvorming voor te leggen kan niet meer gehaald worden. We verwachten nu dat het bestemmingsplan in september 2021 in de raad besproken en vastgesteld kan worden. Daarbij aansluitend zal ons college dan in dezelfde raadsvergadering het voorstel voor het realiseren van het natuur-, recreatie- en wandelbos conform het schetsontwerp van Vista landschapsarchitecten ter bespreking c.q. vast stelling aanbieden. Daarbij gaat het ook om de vraag of de gemeente dit bos zelf aanlegt en beheert of dat de initiatiefnemer dit geheel of gedeeltelijk kan doen.
Na vaststelling van het bestemmingsplan in de raad volgt een beroepstermijn van 6 weken. Het is reëel om te verwachten dat hiervan gebruik gemaakt zal worden, waarna het beroep behandeld wordt door de Raad van State / ABRvS. Omdat de bestemmingsplanprocedure niet meer gecoördineerd gevoerd wordt, is de Raad van State niet gehouden aan een termijn van een half jaar na het indienen van het verweerschrift voor het doen van een uitspraak. Niet ondenkbaar is dat het een jaar of zelfs langer zal duren voordat de beroepen afgehandeld zullen zijn en er duidelijkheid zal zijn / is over de geldigheid van het bestemmingsplan. Hieronder de link naar de memo aan de raad van 22 september 2019
https://purmerend.raadsinformatie.nl/document/9189300/1/202009221528943;%20Memo%20cie%20SOB%20%20(ontwerp)Omgevingsverordening%20NH2020_antwoord%20op%20zienswijze(n)