B Jaarstukken 2020 Purmerend (herziene versie)
Tekst van het document
De omvang van dit risico is gewijzigd ten opzichte van de begroting 2021. Beheersmaatregel: Er is geen beheersmaatregel tegen de ontwikkelingen op de geldmarkt.
€ 250
Onderwerp: Wachtgeld wethouders Omschrijving: Na het aftreden van wethouders, voor het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd is er een recht op wachtgeld. Voor ex-wethouders die momenteel recht hebben op wachtgeld heeft de gemeente een voorziening gevormd en zijn de lasten afgedekt. Indien een lid van het huidige college zijn/ haar functie neerlegt dan ontstaat er een nieuwe verplichting. De maximale wachtgeldverplichting voor de vijf wethouders van de gemeente bedraagt circa € 1,1 miljoen. Eind 2021 zijn er i.v.m. de fusie met Beemster nieuwe gemeenteraadsverkiezingen. Het is onwaarschijnlijk dat het volledige college tegelijkertijd aftreedt, niet wordt herbenoemd en volledig gebruik maakt van het recht op wachtgeld. De omvang van dit risico is niet gewijzigd ten opzichte van de begroting 2021. Beheersmaatregel: Er is geen aparte beheersmaatregel getroffen. Indien een bestuurder gebruik maakt van wachtgeld wordt de maximale wachtgeldverplichting in de loop van het jaar van aftreden gestort in een wachtgeldvoorziening. Indien sprake is van een terugkeerrecht in een betaalde functie voor het aanvaarden van het ambt, kan de wachtgeldverplichting lager worden ingeschat dan het maximum.
€ 1.000
Onderwerp: Renterisico Omschrijving: De gemeente trekt langlopende leningen aan om in de eigen financieringsbehoefte te voorzien. De ontwikkelingen in de stad staan niet stil en de bedrijvigheid is overal te voelen. De jaarlijkse kosten van de financieringsbehoefte (rentelasten) worden bepaald door de omvang van de bestaande leningenportefeuille, de financieringsbehoefte als gevolg van voorgenomen investeringen en de van toepassing zijnde rentetarieven. De afgelopen jaren waren niet voldoende liquiditeiten beschikbaar zodat het nodig was om op de kapitaalmarkt leningen aan te trekken. In de financieringsbehoefte houdt Purmerend rekening met een jaarlijkse lichte stijging van de rente met 0,1%. Bij een netto jaarlijkse financieringsbehoefte van circa € 50 miljoen en een stijging van de rente van 1% bedraagt de toename van de rentelasten jaarlijks structureel circa € 0,5 miljoen. Voor de waardering van het risico wordt uitgegaan van een bedrag van € 2 miljoen. De omvang van dit risico is gewijzigd ten opzichte van de begroting 2021. Beheersmaatregel: Via het zogeheten renteomslagpercentage worden de rentelasten toegerekend aan de programma's waarvoor sprake is van een financieringsbehoefte. Het renteomslagpercentage wordt berekend op basis van de uitgangspunten van de door de raad vastgestelde begroting.
Verder wordt de financieringsbehoefte periodiek meerjarig bepaald en wordt beoordeeld of incidenteel dan wel structureel tot afdekking van het renterisico dient te worden overgegaan.
€ 2.000
Onderwerp: Vennootschapsbelasting Omschrijving: Met de invoering van de “Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen” kunnen activiteiten van de gemeente vanaf 2016 belastingplichtig worden voor de vennootschapsbelasting (Vpb). De gemeente heeft met de grondexploitaties vooralsnog één activiteit die kwalificeert als onderneming voor de vpb. Ondanks dat de grondexploitaties kwalificeren als Vpb-onderneming, zal dit naar verwachting niet direct leiden tot een vpb-belastingdruk. Op basis van een doorrekening van de Meerjarenprognose Grondexploitaties 2019 ontstaat mogelijk na 2027 een vpb-last. Inmiddels lijkt een zodanige versnelling in de grondverkopen van Baanstee-Noord op te treden dat deze grondexploitatie veel eerder dan gepland afgesloten kan worden. In 2020 ontstaat een incidentele winst waarover VpB moet worden betaald. Mogelijk heeft dit ook tot gevolg dat de Vpb-last een aantal jaren eerder zal ontstaan. De aanslag c.q. vooruitbetaling 2020 zal verrekend worden met de verliezen in de periode 2021 tot en met 2027 en de winsten vanaf 2028. Daarnaast is de belastingdienst van mening dat over reclameopbrengsten en over de opbrengsten van restafval vpb betaald moet gaan worden. Voor het onderdeel reclamebelasting is een proefproces gestart.
Als de belastingdienst voor dit onderdeel een aanslag op gaat leggen en de belastingdienst wordt door de rechter in het gelijk gesteld zal dit de gemeente naar verwachting ongeveer € 40.000 per jaar kosten. Voor het onderdeel opbrengsten restafval zal naar verwachting 1% van de positieve opbrengsten verantwoord moeten worden als fiscale winst. De hieruit volgend vpb-last is naar verwachting nihil omdat de fiscale
€ 250
89
Jaarstukken 2020 | De Paragrafen
Huidige opname (x € 1.000)
Onderwerp/omschrijving/beheersmaatregel winst vooralsnog (ruim) beneden de €15.000 per jaar blijft en de gemeente zich dan voor dit onderdeel niet kwalificeert als ondernemer (bescheiden bestaan is niet mogelijk). Beheersmaatregel: Met een externe deskundige is een analyse gemaakt van de verwachte vpb belastingdruk. In de analyse wordt uitgegaan van een vpb-last van circa € 250.000 over de gehele looptijd. De omvang van dit risico is niet gewijzigd ten opzichte van de begroting 2021. Onderwerp: Gemeentefonds Omschrijving: Via circulaires worden we enkele malen per jaar (meestal mei en september) geconfronteerd met aanpassingen in de totale ontvangsten vanuit het gemeentefonds. De afspraak tussen het Rijk en de gemeenten is dat een systematiek wordt gehanteerd van 'samen de trap op, samen de trap af' (nu bevroren voor 2020 en 2021). Indien het Rijk gaat bezuinigen wordt er ook minder geld in het gemeentefonds gestort ('samen de trap af'). Schommelingen in de algemene uitkering kunnen problemen veroorzaken voor het sluitend krijgen van de begroting. Op de hoogte van de algemene uitkering kan geen invloed worden uitgeoefend. De integratie uitkering sociaal domein is vanaf 2019 grotendeels geïntegreerd in het algemene deel van het gemeentefonds waarop ook de uitkeringsfactor van toepassing is.
Omdat het onderdeel Sociaal domein vanaf dat moment niet meer apart in beeld wordt gebracht, is het één op één oormerken van de inkomsten in de toekomst ook niet meer mogelijk en wordt het risico op lagere inkomsten als een risico van de algemene uitkering beschouwd. Daarnaast zal vanaf 2023 het klassieke deel en het sociaal domein herverdeeld worden. Verder is er nog steeds een risico met het btw-compensatiefonds (ruimte boven het plafond). Daarnaast kunnen volume-ontwikkelingen de hoogte van de algemene uitkering fors beïnvloeden. Het gaat dan bijvoorbeeld om de mutaties in de cliëntenaantallen bij de sociale dienst, de ontwikkeling van de inwonersaantallen en aantallen woonruimten en de WOZ-capaciteit. Met uitzondering van de WOZ-capaciteit (die tegengesteld werkt) leidt groei van de voornoemde aantallen tot een hogere algemene uitkering en leidt daling van aantallen tot een lagere algemene uitkering. Gezien de dynamiek in het fonds en een generieke opschalingskorting die doorloopt tot en met 2025 wordt de maximale impact van dit risico geschat op € 2,0 miljoen. De omvang is hierop aangepast t.o.v. de begroting 2021. Beheersmaatregel: De algemene uitkering maakt integraal onderdeel uit van de begroting. De schommelingen worden op het eerstvolgende moment binnen de exploitatie verwerkt om deze sluitend te houden.
Dit gebeurt door het op de voet volgen van ontwikkelingen (circulaires/rijksbegroting).
€ 2.000
Totaal benodigd weerstandsvermogen:
€ 18.802
ONTWIKKELING VERHOUDING BENODIGD WEERSTANDSVERMOGEN EN BESCHIKBARE WEERSTANDSCAPACITEIT (bedragen x € 1 miljoen)
2016
2017
2018
2019
2020
Beschikbare weerstandscapaciteit
19,70
20,40
20,70
24,01
27,9
Benodigd weerstandsvermogen
14,00
17,30
16,40
13,74
18,8
Ratio
1,41
1,18
1,26
1,75
1,48
BEOORDELING BENODIGD WEERSTANDSVERMOGEN EN BESCHIKBARE WEERSTANDSCAPACITEIT Het verschil tussen de optelling van alle risico's en direct beschikbare middelen in de algemene reserve behoeft andere toelichting. Deze toelichting gaat in op de volgende aspecten: a. de afdekking van de risico's voor de korte termijn b. de afdekking van de risico's op de middenlange- en lange termijn a. Afdekking van de risico's op de korte termijn De risico's die zijn betrokken in bepaling van het benodigde weerstandsvermogen zijn: • risico's die zich direct kunnen voordoen en zich enkele jaren kunnen herhalen • risico's die eenmalig zijn en een grote impact hebben Het risico dat verband houdt met de grondexploitatie Baanstee-Noord zal zich niet direct kunnen voordoen. Uit de realisatie van de gronduitgifte in de komende vier jaar zal blijken of we de uitgiftes voor de lange termijn moeten bijstellen. Zonder dit risico resteert een behoefte aan beschikbaar weerstandsvermogen van € 7,7 miljoen. Dit bedrag is ruimschoots afgedekt. De gemeente beschikt over voldoende direct inzetbare weerstandscapaciteit voor de risico's die zich op korte termijn kunnen voordoen. b. Afdekking van de risico's op de middenlange en lange termijn
90
Jaarstukken 2020 | De Paragrafen
Met ingang van de opstelling van de rekening 2015 zijn gemeenten verplicht een vijftal kengetallen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing op te nemen. De invoering van de betreffende kengetallen heeft louter tot doel een beter inzicht te verschaffen in de financiële positie van de gemeente, voor de vergelijking met andere gemeenten. Deze getallen dienen niet om te komen tot een normering (wat is goed, wat is slecht). Het gaat om de volgende kengetallen: KENGETALLEN Rekening 2019
Begroting 2020
Rekening 2020
1A Netto schuldquote
111,1%
110,0%
106,8%
1B Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen
103,9%
104,3%
101,0%
2
Solvabiliteitsratio
13,1%
7,7%
13,3%
3
Grondexploitatie
14,3%
13,8%
12,1%
4
Structurele exploitatieruimte
0,9%
-1,0%
1,3%
5
Belastingcapaciteit
98,5%
103,5%
103,5%
ALGEMENE TOELICHTING OP DE KENGETALLEN Voor de beoordeling van de financiële positie van gemeenten is het belangrijk dat zowel naar de balans als naar de exploitatie wordt gekeken. De kengetallen netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio en grondexploitatie hebben betrekking op de balans. De kengetallen structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit brengen tot uitdrukking of een gemeente over voldoende structurele baten beschikt en welke mogelijkheid de gemeente heeft om de structurele baten op korte termijn te vergroten. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten.
De relevantie van het kengetal structurele exploitatieruimte is om te weten welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en reinigingsheffing). Naast de OZB wordt tevens gekeken naar de riool- en afvalstoffenheffing omdat de heffing niet kostendekkend hoeft te zijn, maar ook lager mag worden vastgesteld (er is dan sprake van belastingcapaciteit die niet benut wordt). Om een beeld te geven hoe de financiële positie van gemeenten zich ontwikkelt, zijn de gemeenten per kengetal onderverdeeld naar 3 categorieën (zie onderstaande tabel). In het algemeen is categorie A minder risicovol dan categorie B en B weer minder risicovol dan C. Dit is ook het geval bij grondexploitatie maar in geval van een hoge netto schuldquote kan een hoge grondexploitatie juist een mogelijkheid bieden om een hoge netto schuldquote te verlagen. Bij de belastingcapaciteit worden de belastingen per gemeente vergeleken met het landelijk gemiddelde. Kleiner dan 100% betekent dat de gemeente nog beneden het landelijk gemiddelde zit.
Signaleringswaarden kengetallen
Categorie A
Categorie B
Categorie C
minst risicovol
neutraal
meest risicovol
1a. Netto schuldquote
< 90%
90 - 130%
> 130%
1b. Netto schuldquote gecorr. voor alle verstrekte leningen
< 90%
90 - 130%
> 130%
2. Solvabiliteitsratio
> 50%
20 - 50%
< 20%
3. Grondexploitatie
< 20%
20 - 35%
> 35%%
91
Jaarstukken 2020 | De Paragrafen
Signaleringswaarden kengetallen
Categorie A
Categorie B
Categorie C
4. Structurele exploitatieruimte
> 0%
0%
< 0%
5. Gemeentelijke belastingcapaciteit
< 95%
95 - 105%
> 105%
De solvabiliteitsratio In oktober 2020 heeft de raad ingestemd (besluit 1529289) met het verbeteren van de solvabiliteit van Purmerend de komende jaren met als streven een solvabiliteit van 20%. De Solvabiliteitsratio is het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat volgens artikel 42 van het BBV uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Het eigen vermogen 2020 is in de berekening nog wel inclusief € 3,4 miljoen aan resultaatbestemming 2020 waarmee de raad nog moet instemmen. De opbouw van de solvaliteitsratio is als volgt:
Realisatie Realisatie 2019 2020 A. Eigen vermogen
+
46.064
47.411
B. Totaal passiva
/
354.832
357.561
13,1%
13,3%
Solvabiliteit
De schuldquote daalt de laatste jaren door naijl van investeringen en door de rijksmiddelen aardgasvrije wijken en winstneming grondexploitaites. Dit laatste is ook de oorzaak van de stijging van de solvabiliteitsratio. Als het investeringsniveau aantrekt en de middelen voor de proeftuin aardgasvrije wijken worden besteed, zullen naar verwachting de ratio's weer dalen.
92
Jaarstukken 2020 | De Paragrafen
3
Onderhoud kapitaalgoederen
ALGEMEEN Onderhoud van de kapitaalgoederen bestaat uit het geheel aan klein (correctief) onderhoud, planmatig (niet levensduur verlengend) onderhoud en levensduur verlengend onderhoud/(vervangings)investeringen aan gemeentelijke eigendommen. De volgende kapitaalgoederen worden hierin onderscheiden: wegen, riolering, kunsten waterwerken, groen, begraafplaatsen, sportfaciliteiten, gebouwen en het (bedrijfs)wagenpark. De beheerplannen groen wegen, straatmeubilair, kunst- en waterwerken en spelen zijn in 2020 opnieuw vastgesteld. De looptijd van deze beheerplannen is twee jaar. Hierdoor lopen de beheerplannen in gemeente Beemster (welke zijn vastgesteld tot 2022) en gemeente Purmerend gelijk. In 2021 starten de voorbereidingen voor de beheerplannen voor de nieuwe gemeente. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het daarbij behorende beheerplan zijn bepalend voor het onderhoud en het eventuele voorzieningenniveau. Om dit beheer en onderhoud adequaat te kunnen uitvoeren, worden jaarlijks in de begroting budgetten en investeringskredieten ter beschikking gesteld. Per kapitaalgoed (of categorie kapitaalgoederen) wordt hieronder ingegaan op het gewenste kwaliteitsniveau, de actualiteit van het onderhoudsplan, aanwezigheid van achterstallig onderhoud en de beschikbare middelen, alsmede eventuele reserves en voorzieningen.
Wegen, riolering en kunst- en waterwerken Voor deze kapitaalgoederen geldt dat de meest noodzakelijke maatregelen worden bepaald op basis van periodieke visuele inspecties en het beheerpakket. De werkplanning wordt daarna integraal afgestemd tussen weg-, riolerings-, kabel- en leidingwerkzaamheden, alsmede verkeerskundig en maatschappelijk gewenste aanpassingen. Uitgangspunt is dat het onderhoud in technische zin op een minimaal aanvaardbaar niveau blijft, ter voorkoming van onveilige situaties en kapitaalvernietiging. Voor wegen, riolering en kunst- en waterwerken geldt het kwaliteitsniveau C (matig) volgens CROW-normering. Ondanks het streven om het wegenareaal op C-niveau te houden, is het onontkoombaar dat bij een cyclische onderhoudsplanning een deel van de wegen tijdelijk onder de norm zakt richting kwaliteitsniveau D (slecht tot zeer slecht). Hierdoor ontstaat incidenteel achterstallig onderhoud. Uit oogpunt van een verhoogd risico voor verkeersonveiligheid wordt het achterstallig onderhoud binnen een redelijke termijn weer opgelost middels (groot) onderhoud of een reconstructie. Wegbeheer De gemeente Purmerend heeft ongeveer 3.580.000 m2 verhardingen in beheer. Conform de landelijke CROWsystematiek wordt de verharding eens in de twee jaar aan een globale visuele inspectie onderworpen.
De meest recente inspectie heeft plaats gevonden in 2019 en het areaal zal in 2021 aan een nieuwe inspectie worden onderworpen. De inspectieresultaten vormen samen met de gegevens in het beheersysteem (inclusief noodzakelijke aanvullende onderzoeken) de input voor de meerjarenplanning. Op basis van deze meerjarenplanning worden de noodzakelijk geachte budgetten bepaald. Wegmeubilair Er zijn 29 verkeersregelinstallaties, 8 stadsafsluitingen, 6 bus-piramides circa 6700 verkeersborden en 57 parkeerautomaten en er zijn circa 13490 lichtmasten in Purmerend. Wanneer armaturen aan het eind van hun levensduur zijn worden deze vervangen door LED wat voldoet aan de klimaatadaptieve eisen. Waar dit nog niet het
93
Jaarstukken 2020 | De Paragrafen
geval is wordt voor de openbare verlichting een eigen net aangelegd waardoor storingen sneller verholpen kunnen worden omdat we minder afhankelijk zijn van derden. Riolering en Gemalen We beheren en onderhouden circa 537 km riolering, waarvan 492 km vrij verval-riolering en 45 km mechanische riolering, 11 hoofdgemalen, 161 rioolgemalen en 95 drukunits. De belangrijkste functies van de riolering zijn zorgen voor volksgezondheid, droge voeten en de bescherming van het milieu. Het beleid, de strategie en de kostendekking zijn vastgelegd in het Gemeentelijk Rioleringsplan Purmerend (Zaanstreek-Waterland) 2018-2023. De gemeente Purmerend, het hoogheemraadschap (HHNK), PWN en de gemeenten in de regio ZaanstreekWaterland hebben de afgelopen jaren in het kader van het landelijk Bestuursakkoord Water uit 2011 intensief samengewerkt bij het invullen van de watertaken: het inzamelen, transporteren en zuiveren van stedelijk afvalwater, het verwerken van afvloeiend hemelwater, het aanpakken van grondwaterproblemen en het produceren en leveren van drinkwater. We hebben mede daardoor de verwachte kostenstijging fors beperkt, de kwaliteit van het beheer verhoogd en de personele kwetsbaarheid verlaagd. Deze samenwerking in de waterketen is eind 2020 verlengd met 10 jaar om samen verder te verbeteren en effectief in te spelen op de vele nieuwe ontwikkelingen.
In 2019 is het Verbreed Gemeentelijke Rioleringsplan (GRP+) 2018-2022 vastgesteld. Bij de opstelling is samengewerkt met de regio. Het GRP+ beschrijft het noodzakelijke onderhoud en vervanging van het rioolstelsel. Ook het afkoppelen van de riolering, ook op vrijwillige basis bij particulieren, maakt onderdeel uit van het GRP +. Het planmatig onderhoud kent fluctuaties in het uitgavenpatroon. Om deze schommelingen in de lasten te egaliseren, wordt gebruik gemaakt van een onderhoudsvoorziening voor de geselecteerde kapitaalgoederen en geen voorziening per individueel product. Hierdoor kunnen verschillen elkaar per jaar compenseren. Kunst- en waterwerken (bruggen, dammen, beschoeiingen) Het aantal kunstwerken bedraagt 1027. De basisgegevens zijn opgenomen in het beheerprogramma i-ASSET. Dagelijks onderhoud en groot onderhoud worden gedekt vanuit de exploitatie. Voor vervangingsinvesteringen worden aparte kredieten aangevraagd. Groen Leidend voor het beheerplan voor het groen is de Groenkoers van 2014 en aanvullend daarop de Groenvisie van 2018. In 2020 is hier het Bomenplan 2020-2040 aan toegevoegd. Tevens is er naast een groenbeheerder nu ook een boombeheerder aangesteld. Het gewenste B-niveau is inmiddels bijna overal bereikt. Mede hierdoor komt er ook steeds meer structuur in het onderhoud en is alles beter te onderhouden.
Begraafplaatsen De beschikbaarheid van graven en urnennissen is voor langere termijn gewaarborgd, er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Het beheer en onderhoud wordt bekostigd uit meerjarig afgekochte grafrechten. Met de egalisatiereserve begraafrechten vallen deze grafrechten in de toekomst vrij in de exploitatie, ter dekking van het jaarlijkse beheer en onderhoud. Sportfaciliteiten en speelvoorzieningen Purmerend heeft diverse sportverenigingen. Dit varieert van atletiek, honk- en softbal, handbal, rugby, korfbal, voetbal tot aan roeien toe. Al deze buitensport-accommodaties worden onderhouden door Spurd. Naast het
94
Jaarstukken 2020 | De Paragrafen
georganiseerde sporten beschikt Purmerend over één speeltuin (de Speelkraam) en 343 speellocaties waaronder: 7 voetbalkooien, 31 trapveldjes, 43 basketbalvelden (al dan niet in combinatie met een andere sport), 3 skatebanen waarvan één groot skatepark in het Leeghwaterpark, 2 calisthenics/fitness locaties en een groot aantal speelplekken klein en groot (voor 0-18 jaar.) Het beleid in Purmerend voor speelvoorzieningen bestaat uit drie onderdelen: • Vervangingsbudget - hieruit wordt het vervangen van speeltoestellen en speelplekken gefinancierd. Gemiddeld genomen worden deze vervangen na een levensduur van tussen de 15 en 20 jaar. • Onderhoudsbudget – vier keer per jaar wordt er een wettelijke keuring gedaan om te kijken of de toestellen en ondergronden nog aan de in de wet vastgelegde eisen voldoen om veilig gebruikt te kunnen worden. Drie maal door onze eigen dienst en één keer per jaar door een extern bedrijf. De hieruit naar voren komende gebreken worden hersteld vanuit dit budget. • Outdoor sport- en recreatiebudget – dit budget is er gekomen om grotere voorzieningen te kunnen realiseren zoals voetbalkooien, buitenfitness en voetbal-/basketbalkooien. Voor voorzieningen zoals het skatepark word het budget van meerdere jaren gebruikt om het te kunnen realiseren. De beschikbare financiële middelen zijn tot op heden nog voldoende.
Echter door de uitbreiding van Purmerend komen er ook meer speellocaties bij. Dit kan op termijn zorgen voor hogere onderhoudskosten en in de toekomst zal er meer financiële ruimte moeten komen om deze speellocaties aan het einde van de levensduur te vervangen. Wagenpark De gemeente Purmerend heeft 15 huisvuilwagens, 4 haakarmen, 4 kraankippers, 26 pick-ups, 1 hogedrukwagen, 11 bestelbussen, 12 bestelauto's, 7 personen auto’s, 2 hoogwerkers, 3 veegmachines en een aantal voertuigen zonder kenteken die ingezet worden voor het groenonderhoud en de gladheidsbestrijding. De vervanging van het wagenpark wordt jaarlijks volgens een meerjarig investeringsplan geraamd, waarbij wordt afgeschreven op basis van de economische levensduur. Het moment van vervangen gebeurt waar mogelijk op basis van een langere technische levensduur. Gebouwen Voor het technisch beheer van de gemeentelijke gebouwen maakt de gemeente gebruik van meerjaren onderhoudsplannen (MJOPs). Daarin staat aangegeven welke onderhoudswerkzaamheden in welk jaar plaats moeten vinden. De begroting van het planmatig onderhoud en dagelijks onderhoud is gebaseerd op deze plannen. Ook is de hoogte en jaarlijkse toevoeging van / aan de onderhoudsvoorziening gebaseerd op deze MJOPs.
Het afgelopen jaar is de gemeente overgestapt op nieuwe software waarin deze MJOPs staan opgeslagen en worden beheerd en heeft een uitgebreide herinspectie van alle gebouwen plaatsgevonden. Daaruit zijn nieuwe MJOPs voortgekomen die consequenties hebben . In de in 2017 door het college vastgestelde Nota Gemeentelijke Gebouwen 2017 is de systematiek beschreven die de basis vormt voor de MJOPs. Voor ieder gebouw is bepaald welk onderhoudsniveau (volgens de NEN 2767 normen) aangehouden moet worden. Dit wordt bepaald op basis van het gebruik en de verwachtingen ten aanzien van panden voor de toekomst. Door de panden volgens de nieuwe MJOPs te onderhouden, blijven de panden aan de vastgestelde onderhoudsniveaus voldoen. Voor het uitvoeren van gepland onderhoud wordt altijd beoordeeld of het echt nodig is en zo niet, dan worden werkzaamheden uitgesteld. Jaarlijks worden de panden opnieuw bekeken en iedere vier jaar vindt een complete herinspectie plaats.
95
Jaarstukken 2020 | De Paragrafen
4
Grondbeleid
ALGEMEEN De paragraaf grondbeleid is, op grond van het Besluit begroting en verantwoording (BBV) een verplicht onderdeel van de jaarrekening. In de jaarrekening heeft de paragraaf de functie van terugblik. Grondbeleid ondersteunt de ruimtelijke ontwikkeling van de stad en richt zich op het gebruik van de grond als bepalende factor voor de kwaliteit van de leefomgeving. In 2019 is er een nieuwe nota grondbeleid vastgesteld GRONDBELEID PURMEREND 2019 In deze nota is onderscheid gemaakt in drie hoofdvormen van grondbeleid; regie-faciliterend, passief-faciliterend en actief. Mede vanwege de beperkte eigen grondposities is de voorkeurskeuze in Purmerend een faciliterende houding. Bij projecten die bijdragen aan het bereiken van de gemeente kerndoelen heeft een regie-faciliterende houding de voorkeur. In sommige gevallen wordt ook weer gekeken naar actief grondbeleid, bijvoorbeeld door strategische verwervingen in overweging te nemen. INFORMATIEVOORZIENING MPG Gemeente Purmerend kent in aanvulling op de begroting en de jaarrekening het meerjarenprogramma grondexploitaties (MPG). Het MPG is een rapportage met informatie over de voortgang van de lopende grondexploitaties en het faciliterend grondbeleid. In het MPG kijken we terug op het afgelopen jaar en vooruit naar de komende jaren.
Er wordt overzicht gegeven van het totale aanbod aan woningbouw- en bedrijventerreinprogrammering op de korte én de lange termijn. De te verwachten ontwikkelingen vertalen we financieel en we geven een onderbouwing van de winstneming en de beleidsuitgangspunten van de reserves in relatie tot de risico’s in grondzaken. Kortheidshalve verwijzen we naar het MPG 2021. Tevens verwijzen we naar de Paragraaf 'weerstandsvermogen en risicobeheersing' van de programmarekening, waarin ook de risico’s en reserves van het grondbeleid staan. WET RUIMTELIJKE ORDENING EN GRONDBELEID De huidige Wro maakt het mogelijk regietaken krachtiger ter hand te nemen zonder zelf per definitie ontwikkelaar te zijn bij de productie van bouwgrond. De gemeente kan aan de initiatiefnemer/eigenaar van een locatie eisen stellen voor ontwikkeling van de gehele locatie. De Grondexploitatiewet biedt een basis om met initiatiefnemers privaatrechtelijke overeenkomsten aan te gaan waarbij we, naast het stellen van kwaliteitseisen, afspraken maken over het kostenverhaal. Mochten initiatiefnemers geen overeenkomst willen aangaan, dan kent de Grondexploitatiewet mogelijkheden tot het verplichten van het kostenverhaal.
Bij het nemen van een ruimtelijk besluit waarmee een locatieontwikkeling mogelijk wordt (bijvoorbeeld een bestemmingsplan), moeten we vaststellen of het kostenverhaal is verzekerd en of het stellen van locatie-eisen nodig is. Als dat niet het geval is, dan kan de gemeente vervolgens door het vaststellen van een exploitatieplan de regie op de ruimtelijke ontwikkeling behouden en de kosten die daarmee samenhangen afdwingen. Voor verkennende gesprekken met initiatiefnemers voor locaties die mogelijk tot ontwikkeling kunnen komen, hebben we voor 2020 een budget van € 42k opgenomen. Er is € 50k gebruikt. Mogelijk is dat na verkennende gesprekken de initiatiefnemer van een vervolg afziet. Voor de initiatieven die wel doorgaan, sluiten we een overeenkomst af om onder andere de ambtelijke kosten op de initiatiefnemer te verhalen. Indien de werkelijk gemaakte plankosten afwijken van de door de initiatiefnemer betaalde bijdrage wordt het saldo tussen de betaalde bijdrage en de werkelijk gemaakte plankosten verrekend via de bestemmingsreserve gronden.
96
Jaarstukken 2020 | De Paragrafen
KOSTENVERHAAL Om te kunnen komen tot de realisatie van een particulier initiatief is het nodig om tussen de gemeente en initiatiefnemer afspraken te maken. Deze worden doorgaans vastgelegd in een intentieovereenkomst (IO) en vervolgens een anterieure overeenkomst (AO). In de overeenkomst passeren een groot scala aan onderwerpen de revue. Een belangrijk element is het kostenverhaal. In Purmerend is dit onder te verdelen in het betalen van de gemeentelijke plankosten, gebiedsoverstijgende kosten (nota GKP) en voor sommige gebieden een gebiedseigen kostenverhaal. VENNOOTSCHAPSBELASTING (VPB) De gemeentelijke grondexploitaties gelden als een activiteit die zich kwalificeert als onderneming voor de VPB. Een toelichting op de uitwerking hiervan en de financiële consequenties zijn terug te vinden in het ondeerdeel 'overhead, VPB en onvoorzien" onder het hoofstuk ' financiële overzichten'. RICHTLIJNEN VERSLAGLEGGING GRONDEXPLOITATIES Voor lopende grondexploitaties gelden de volgende richtlijnen: • de looptijd van een grondexploitatie is maximaal 10 jaar. Afwijken van deze termijn mag, mits de gemeenteraad besluit tot aanvullende beheersmaatregelen. Het complex Wheermolen Oost heeft een verwachte looptijd van ca.
15 jaar; • de rentetoerekening aan grondexploitaties wordt gebaseerd op de werkelijke rente over het vreemd vermogen; • de disconteringsvoet voor alle grondexploitaties is conform de “Notitie Grondbeleid in begroting en jaarverslaggeving juli 2019” van de Commissie BBV 2%. Deze disconteringsvoet is de grondslag voor het bepalen van de Netto Contante Waarde; • de hoogte van een verliesvoorziening voor een negatieve grondexploitatie wordt bepaald aan de hand van de (negatieve) netto contante waarde van de grondexploitatie. RESULTAATBESTEMMING Bij het verwerken van gerealiseerde, dan wel nog te realiseren winsten en verliezen ten aanzien van grondexploitaties, hanteren we binnen het grondbeleid in Purmerend de volgende methodiek: Verliesneming Zodra duidelijk wordt dat een grondexploitatie verliesgevend zal worden afgesloten, wordt het verlies verwerkt in het resultaat. Dit vindt plaats door een verliesvoorziening te treffen. Winstneming Winstneming vindt plaats bij het afsluiten van een grondexploitatie en/of tijdens de looptijd. De bepaling van de winstneming volgt de BBV-richtlijnen. In onderstaande tabel zijn de actuele boekwaarden en de verwachte eindresultaten van de grondexploitaties (BIE) weergegeven. Tabel: Verwachte resultaten Bouwgrond in Exploitatie (BIE)
Projecten (bedragen in € mln.)
Einddatum
Boekwaarde (31-12-2020)
Verwacht eindresultaat (NCW)
Baanstee-Noord
2030
€ - 31,73
€ 23,34
Brantjesstraat
2021
€ - 0, 12
€ 0,44
Kop West
2024
€ 3,41
€ 3,68
Klein Where
2021
€ 1,84
€ 0,96
97
Jaarstukken 2020 | De Paragrafen
Projecten (bedragen in € mln.)
Einddatum
Boekwaarde (31-12-2020)
Verwacht eindresultaat (NCW)
Verzetslaan
2022
€ -0,09
€ 0,50
Weidevenne II (af te sluiten)
2020
€ 0,11
€ -0,01
Wheermolen Oost
2033
€ - 0,35
€ -3,17
98
Jaarstukken 2020 | De Paragrafen
Financiering
5
ALGEMEEN Doelstelling Doel van deze paragraaf is om uw raad te informeren over het treasurybeleid en de beheersing van financiële risico’s.Treasury is het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Dit moet plaatsvinden binnen de kaders van de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido). Het doel van deze wet is onder andere om op een verantwoorde, prudente en professionele wijze de inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie (financieringsactiviteiten) van de gemeente te regelen. Gemeentelijke kaders Onze kaders zijn vastgelegd in de, volgens artikel 212 Gemeentewet, vastgestelde 'Financiële verordening gemeente Purmerend 2018' (raadsbesluit 1456160). Het gaat om kaders voor het uitvoeren van de financieringsfunctie zoals doelstellingen, richtlijnen en limieten die voor het college gelden. In deze verordening is ook het treasuryonderdeel opgenomen waarin de beleidsmatige infrastructuur van de treasuryfunctie is vastgelegd met uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten. Het bevat met name protocollen voor de dagelijkse uitvoering. De onderwerpen die hierbij aan de orde komen zijn het kasbeheer, het risicobeheer, de financiering en de administratieve organisatie.
Beleidsdoelstelling De beleidsdoelstelling is om inzicht te hebben in de langetermijnontwikkeling van de financiële positie van de gemeente. Het aangaan en verstrekken van geldleningen alsmede het verstrekken van garanties is alleen toegestaan voor de uitoefening van de publieke taak. Hierbij mogen we geen overmatige risico’s lopen. Het gebruik van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm is bedoeld als normstellend. ONTWIKKELINGEN GEMEENTE PURMEREND Risicobeheer In de wet fido is een kasgeldlimiet en een renterisiconorm opgenomen om de invloed van (externe) rentewijzigingen op de financiële resultaten van de gemeente te beperken. Renterisico’s kunnen worden onderscheiden in: • het renterisico van de vlottende schuld (de kasgeldlimiet) en • het renterisico van de vaste schuld (de renterisiconorm). Kasgeldlimiet De gemiddelde vlottende schuld, over drie maanden gezien, is voor een gemeente gelimiteerd op 8,5% van het begrotingstotaal. Een gemeente mag drie kwartalen achter elkaar deze limiet overschrijden. De norm wordt getoetst op de eerste dag van het kwartaal. In onderstaande tabel is het kasgeldlimiet over 2020 weergegeven (bedragen x € 1.000):
Kwartaal
Maximaal % o.b.v. actuele regeling
Berekend maximaal limiet
I
8,50%
21.330
II
8,50%
III
8,50%
IV
8,50%
99
Jaarstukken 2020 | De Paragrafen
Vlottende middelen -/- vlottende schuld
Onderschrijding
-15.600
5.730
21.330
-7.063
14.267
21.330
+ 2.719
24.049
21.330
-2.631
18.700
In 2020 is de kasgeldlimiet niet overschreden, ondanks dat gedurende het hele jaar de financieringsbehoefte zoveel als mogelijk is afgedekt met kortlopende financiering. In april en december zijn een drietal leningen aangetrokken vanwege de consolidatie van de korte schuld. Renterisiconorm Over de langlopende schuld mogen de jaarlijkse aflossingen en renteherzieningen niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Het doel van deze norm is het beheersen van de renterisico's op de vaste schuld (schuld met een rentetypische looptijd van één jaar of langer) door onder andere het aanbrengen van spreiding in de looptijden in de leningenportefeuille. De renterisiconorm is in 2020 niet overschreden. In onderstaande tabel is de renterisiconorm (op kas- en contractbasis) over 2020 weergegeven (bedragen x € 1.000): Realisatie 2020
Renterisiconorm (bedragen x € 1.000) 1a Rente herziening op vaste schuld opgenomen gelden (o/g)
-
1b Rente herziening op vaste schuld uitgeleende gelden (u/g)
-
2
-
Rente herziening op vaste schuld (1a -/- 1b)
3a Nieuw aangetrokken vaste schuld
40.000
3b Nieuw verstrekte lange leningen
-
4
Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a -/- 3b)
40.000
5
Betaalde aflossingen
46.226
6
Herfinanciering (laagste van 4 en 5)
40.000
7
Renterisico op de vaste schuld (2+6)
40.000
8
Renterisiconorm
50.188
9a Ruimte onder renterisiconorm (8 -/- 7)
10.188
9b Overschrijding renterisiconorm (7 -/- 8)
-
10 Berekening renterisiconorm: 11 Begrotingstotaal (primitief 2020)
250.942
12 Het bij ministeriële regeling vastgesteld percentage
20%
Renterisiconorm (10 x 11)/ minimum € 2,5 mln
50.188
Financiering a. Portefeuille opgenomen langlopende leningen De ontwikkeling van de leningenportefeuille op de vaste schulden is in onderstaande tabel weergegeven (bedragen x € 1.000). Schuldrestant opgenomen leningen per 1 januari 2020
€ 270.822
Nieuw aangetrokken leningen
€ 40.000
Reguliere aflossingen
-€ 46.226
Schuldrestant o/g leningen per 31 december 2020
€ 264.596
Per 31 december 2020 heeft de gemeente 32 langlopende geldleningen o/g met een totaalrestant van bijna € 265 miljoen. Hiervan zijn twee leningen doorverstrekt aan Stadsverwarming (€ 8 miljoen) en Woningcorporaties (€ 2,2 miljoen). Het gemiddelde rentepercentage voor 2020 bedraagt 1,58%.
100
Jaarstukken 2020 | De Paragrafen