b-eindrapport-purmerend-maatschappelijke-voorzieningen
Tekst van het document
Ter illustratie: als in de tabel – 19% staat, dan is de behoefte per 1.000 inwoners aan de betreffende voorziening in die wijk 19% lager dan het gemiddelde per 1.000 inwoners in Purmerend. De relatieve verschillen zijn ook nog benadrukt door kleurgebruik: rood = behoefte is fors minder dan het gemiddelde in Purmerend, oranje = minder dan het gemiddelde in Purmerend, zwart = min of meer gelijk aan gemiddelde in Purmerend, licht groen = meer dan het gemiddelde in Purmerend, donkergroen = fors meer dan het gemiddelde in Purmerend. Ook voor deze tabel geldt dat die zich beperkt tot omvang van de vraag/behoefte. Tabel 4: Relatieve omvang van de behoefte aan maatschappelijke voorzieningen per wijk ten opzichte van het gemiddelde in Purmerend. Centrum
Overwhere
Wheermolen
Onderwijs & opvang Primair Onderwijs Voortgezet Onderwijs Kinderopvang Buitenschoolse opvang
-13% -41% -40% -42%
-28% -22% -20% -27%
32% -5% -16% -23%
Zorg 1e lijnszorg GGZ
0% 0%
0% 0%
JGZ
-37%
Wijkcentra/ontmoeting
Gors
Purmer -Noord
Purmer -Zuid
Weidevenne
Beemster
18% 2% 10% 0%
15% 10% 2% -6%
37% 10% 7% 16%
33% 15% 8% 22%
22% 9% 29% 36%
0% 0%
0% 0%
0% 0%
-1% 0%
0% 0%
0% 0%
-6%
41%
12%
30%
-12%
-21%
-8%
-2%
6%
25%
-1%
12%
-7%
-15%
-13%
Sport Binnensport Zwembad Buitensport
-4% -4% -4%
-10% -10% -10%
-21% -21% -21%
0% 0% 0%
-11% -11% -11%
7% 7% 7%
16% 16% 16%
15% 15% 15%
Recreatie
0%
0%
0%
0%
0%
0%
0%
0%
Cultuur Bibliotheek Actief Passief theater/museum)
-1% -1% -1%
-9% -9% -9%
-20% -20% -20%
0% 0% 0%
-12% -12% -12%
5% 5% 5%
16% 16% 16%
14% 14% 14%
45
Samenvattend Uit de analyse naar de toekomstige behoefte aan maatschappelijke voorzieningen komt duidelijk naar voren welke tekorten of overcapaciteit aan voorzieningen in Purmerend er zullen ontstaan. Over het algemeen kan gesteld worden dat vooral de voorzieningen die bijdragen aan het aantrekkelijker maken van de stad een tekort kennen als ook de voorzieningen die bijdragen aan meer samenhang en verbinding. Dit zijn maatschappelijke voorzieningen die gaan over wijkcentra en ontmoeten, binnen -en buitensport en cultuur. Op het gebied van primair onderwijs is een tekort, en zal verder toenemen naar de toekomst. Er is wel voldoende aanbod aan voortgezet onderwijs. En jeugdgezondheidszorg (JGZ) heeft ook een tekort.
De kenmerken van de behoefte in 2040 Niet alleen de omvang van de behoefte hebben wij in kaart gebracht. Ook zijn we dieper ingegaan op de volgende kwalitatieve aspecten:
Spreiding/schaal: moeten voorzieningen vooral op buurtniveau worden aangeboden, of is een groter schaalniveau (wijk, stad of zelfs regio) geboden?
(Multi)-functionaliteit en samengesteldheid: moeten meerdere voorzieningen bij elkaar/onder één dak worden aangeboden of juist niet?
Activeren, investeren en participeren We starten met de weergave van de kwalitatieve aspecten voor de wijken/buurten waar Activeren, investeren en participeren de maatschappelijke opgave is. Samengesteldheid In deze gebieden is het van groot belang dat samengestelde voorzieningen worden aangeboden. Idealiter worden in deze wijken voorzieningen gecombineerd op het gebied van bewegen, cultuur, onderwijs, sport, welzijn en zorg. De samengesteldheid heeft vooral tot doel om de inhoudelijke samenwerking tussen instellingen te bevorderen/vergemakkelijken om op die manier effectiever te zijn bij talentontwikkeling, voorkomen van achterstanden en preventie. Voor kinderen is het van belang dat opvang en onderwijs worden gecombineerd met beweegstimulering, ontwikkeling van leesvaardigheid/leesplezier, (jeugd)zorg, en vormen van maatschappelijke dienstverlening. Voor volwassenen worden bewegen, cultuur, ontmoeting, informatieverstrekking, hulp- en dienstverlening en zorg bij voorkeur gecombineerd. Dit vanuit het oogpunt van participeren, preventie en versterken van de sociale samenhang. Voor senioren is verderop in deze paragraaf het wenselijke voorzieningenaanbod weergegeven.
46
Schaalniveau De meeste typen voorzieningen worden bij voorkeur aangeboden op het schaalniveau van de buurt. De inwoners van deze buurten hechten aan voorzieningen in de directe nabijheid van de woning en vertrouwde gezichten. Dat geldt voor het primair onderwijs, de opvang, de 1e lijnszorg, het buurthuis en de sportvoorziening. Verder is het van groot belang dat de voorzieningen laagdrempelig zijn. Dit zowel op het gebied van uitstraling (vertrouwd) als tarieven (betaalbaar). Figuur 7: De wijken waar activeren en participeren een opgave is en aantal inwoners in deze wijken.
1.700
4.000 6.000
5.000 4.000 600
47
Ontmoeten en vitaliteit Samengesteldheid Ook in de buurten waar Ontmoeten en vitaliteit de maatschappelijke opgave is, is het van groot belang dat samengestelde voorzieningen worden aangeboden. Idealiter worden in deze wijken voorzieningen aangeboden voor de meer kwetsbare senioren, waar bewegen, ontmoeten, leefstijl, welzijn en zorg worden gecombineerd. Bij voorkeur worden in en rondom deze accommodaties arrangementen voor deze groep inwoners aangeboden. Dat zijn activiteiten die in samenhang een combinatie vormen van ontmoeten, bewegen, zorg, et cetera. Dit alles met als doel tegengaan van vereenzaming, zo lang mogelijk vitaal blijven en preventie. Achterliggende doelstelling is ook om het beroep op professionele zorg- en hulpverlening zo lang mogelijk uit te stellen. Schaalniveau Ook voor deze voorzieningen is het schaalniveau de buurt, de directe woonomgeving van deze senioren. Dit in verband met de verminderde mobiliteit van de doelgroep en de gehechtheid aan voorzieningen in de buurt. Tabel 5: bevolkingsprognose 65 jaar e.o. per wijk weergegeven in absolute aantallen als percentueel. 65 jaar e.o. Centrum Overwhere Wheermolen Gors Purmer-Noord Purmer-Zuid Weidevenne Beemster Totaal
Absoluut 2023 1.481 3.601 1.919 2.137 2.801 2.545 3.024 2.217 19.725
2025 1.589 3.752 1.960 2.239 2.988 2.729 3.232 2.303 20.792
2030 1.784 4.467 2.175 2.596 3.315 3.293 3.681 2.592 23.903
2035 1.867 5.360 2.374 2.805 3.551 3.611 3.971 2.867 26.406
2040 1.889 6.005 2.433 2.966 3.664 3.802 4.118 3.049 27.926
Als % van de bevolking 2023 2025 30,3% 30,4% 26,5% 26,3% 24,3% 24,6% 21,9% 22,5% 19,2% 20,5% 20,9% 22,6% 15,3% 16,4% 19,5% 19,7% 21,0% 21,8%
2030 32,2% 27,1% 26,1% 22,7% 21,7% 25,6% 19,3% 22,2% 23,7%
2035 34,2% 28,2% 27,4% 23,4% 21,8% 25,8% 21,4% 23,4% 24,8%
2040 35,0% 29,1% 28,3% 23,6% 22,1% 26,5% 22,4% 24,3% 25,6%
Figuur 8: De wijken waar ontmoeten en vitaliteit de maatschappelijke opgave is.
48
Samenhang en verbinden Als derde zijn de kwalitatieve aspecten voor de opgave Samenhang en verbinden weergegeven. Deze opgave geldt vrijwel voor Purmerend in zijn geheel. Enkele voorbeelden:
In Overwhere, Wheermolen, Zuidoost -Beemster en Gors is deze opgave relevant om de traditionele inwoners van deze wijk en de nieuwe inwoners te verbinden.
In Purmer-Zuid (Zuidzuid), Purmer-Noord (Golfbaan) en in Overwhere (woningontwikkeling De Koog campus) wordt deze opgave van belang om –in deze nieuwe wijk– vormen van samenhang te bewerkstelligen.
Voor deze opgave is het gedachtengoed van ‘weefplekken’ relevant. Weefplekken zijn thema’s die het in zich hebben om meerdere, zo niet alle, bevolkingsgroepen aan elkaar te binden. Weefplekken zijn:
Groen/parken/buitenruimte
Kinderen
Gezondheid
Cultuur
Bij het ‘stapelen’ van deze weefplekken in of rondom één voorziening/accommodatie wordt de kans groter dat deze een bijdrage levert aan de maatschappelijke opgave, leefbaarheid en sociale samenhang. Vanzelfsprekend zijn aspecten als schaalniveau, toegankelijkheid, en dergelijke afhankelijk van leefstijlen en type wijk. Voorbeeld van toepassing van weefplekken Een mooi voorbeeld van een voorziening waarin meerdere ‘weefplekken’ worden gecombineerd is het Leeghwaterpark in Purmerend. Het Leeghwaterpark is het stadspark van Purmerend en verbindt een aantal wijken aan elkaar. Het park biedt ruimte voor natuur, recreatie en evenementen. Het Leeghwaterbad wat gesitueerd is in het park heeft een grote aanbod aan sport, bewegen, recreëren en ontmoeten. Deze voorzieningen zijn voor een brede groep toegankelijk (0 -100 jaar). Alle vier de weefplekken zijn terug te vinden in het Leeghwaterpark. Figuur 9: De wijken waar samenhang en verbinden de maatschappelijke opgave is.
49
Faciliteren Als laatste de kwalitatieve aspecten voor de opgave Faciliteren. Ook deze opgave geldt voor vrijwel Purmerend in zijn geheel. De kwalitatieve kenmerken (samengesteldheid, spreiding) voor deze accommodaties hangen vooral samen met leeftijden, leefstijlen en type voorziening. Enkele voorbeelden:
Voor kinderen wordt een school in de buurt, binnen de meeste leefstijlen gewaardeerd. Echter, binnen sommige leefstijlen (vooral de rode) kiezen ouders soms/vaak bewust voor een bepaald type onderwijs, ongeacht de reisafstand.
De samengesteldheid van scholen verschilt ook per leefstijl. Voor sommige leefstijlen (vooral blauw) zijn combinaties gewenst vanuit het oogpunt van gemak. Voor andere leefstijlen is maximale ontplooiing (combinatie met bijvoorbeeld cultuur) relevanter.
Sommige voorzieningen worden op buurtniveau gepland (buurthuis, dagopvang senioren, et cetera), terwijl andere voorzieningen een stedelijk of regionaal planningsniveau kennen.
Onderstaand het schaalniveau waarop voorzieningen idealiter worden aangeboden. Figuur 10: Schaalniveau enkele maatschappelijke voorzieningen.
Figuur 11: De wijken waar faciliteren de maatschappelijke opgave is.
50
In zijn algemeenheid geldt dat vooral inwoners met een groene leefstijl hechten aan voorzieningen in de directe woonomgeving. Voor de andere leefstijlen is dat minder (geel) tot nauwelijks (blauw en rood) relevant. Figuur 12: Schaalniveau enkele maatschappelijke voorzieningen naar leefstijlen.
Scenario’s veranderde behoefte vraag en aanbod naar wijken In hoofdstuk 3.2 hebben we aangegeven dat door de woningbouwprogramma’s ook de woonmilieus in Purmerend kunnen gaan veranderen. De samenstelling van de bevolking verandert en kan ook de samenstelling naar leefstijlen veranderen. In tabel 4 hebben we twee scenario’s weergegeven voor de wijk Overwhere en de behoefte aan maatschappelijke voorzieningen in 2040. In scenario 1 en 2 verandert door de woningbouw de toekomstige behoefte naar voorzieningen. In scenario 2 hebben we ook gekeken naar de verschillende type woningen en de veranderde samenstelling naar leefstijlen. Het zijn geen schokkende veranderingen, maar het laat wel zien dat de behoefte verschilt naar type woningbouw en bevolkingssamenstelling binnen een veranderende wijk of buurt. Tabel 6: Twee scenario’s behoefte vraag en aanbod naar maatschappelijke voorzieningen. Voorbeeld wijk Overwhere 2040 Scenario 1 Aantal inwoners neemt toe met
Scenario 2 7.000
Leefstijl blijft gelijk
Aantal inwoners neemt toe met
7.000
Leefstijl veranderend
Traditioneel (groen)
40%
Traditioneel (groen)
35%
Modern (geel /blauw)
45%
Modern (geel /blauw)
45%
Postmodern (rood)
15%
Postmodern (rood)
20%
Gemid. Inkomen blijft gelijk
Gemid. Inkomen neemt toe
51
Behoefte in scenario 2 t.o.v. scenario 1 Onderwijs & opvang Primair Onderwijs
Gelijk
Voortgezet Onderwijs
Gelijk
Kinderopvang
Meer
Buitenschoolse opvang
Meer
Zorg 1e lijnszorg
Gelijk
GGZ
Gelijk
JGZ
Minder
Wijkcentra/ontmoeting
Minder
Sport Binnensport
Meer
Zwembad
Meer
Buitensport
Meer
Recreatie
Gelijk
Cultuur Bibliotheek
Meer
Actief
Meer
Passief (theater/museum)
Meer
Vergelijking van vraag en aanbod De behoefte aan maatschappelijke voorzieningen in 2040 is vervolgens door ons vergeleken met het bestaande aanbod. Daaruit zijn de volgende conclusies getrokken:
Capaciteit
Het aanbod van scholen voor Primair Onderwijs moet naar de toekomst worden uitgebreid. Dit is uitgewerkt in het IHP (integraal huisvestingsplan onderwijs).
Het aanbod van voorzieningen voor eerstelijnszorg is het huidige aanbod onvoldoende in beeld. Op basis van benchmarkgegevens is de behoefte aan zorg berekend. Deze zal gaan
52
toenemen en nader onderzoek is benodigd om de huidige situatie te vergelijken. Echter is de jeugdgezondheidszorg wel de huidige situatie in kaart gebracht en is nu al een tekort aan jeugdgezondheidszorg en dat tekort gaat alleen maar toenemen.
Het aanbod voor buurthuizen, wijkcentra en ontmoeting is onvoldoende. Op dit moment is dat aanbod al te krap en in 2040 is de vraag/behoefte bijna tweemaal zo groot als het aanbod.
Er gaat een tekort ontstaan aan voorzieningen voor bewegingsonderwijs. Ook is er een groeiend tekort aan buitensportvoorzieningen. Er is nu aan tekort aan zwembadwater, dit tekort wordt op dit moment aangepakt met de uitbreiding van het Leeghwaterbad.
De vraag/behoefte aan culturele voorzieningen is op dit moment groter dan het aanbod. Dit verschil zal de komende jaren verder toenemen.
Kwaliteit De volgende kwalitatieve aandachtspunten vallen op:
Vele scholen (vooral Primair Onderwijs) in Purmerend hebben hun technische levensduur bereikt en liggen er opgave op het gebied van renovatie, uitbreiding en vervangende nieuwbouw.
53
Bijlage 6: Projectfases In schema:
Tijdens deze fases worden de volgende eindproducten opgeleverd en geaccordeerd: 1.
2.
Het inhoudelijke dienstverleningsconcept: a. Doelstelling en functie(s) van de voorziening. b. Doelgroep(en). c. Te huisvesten diensten, partners, voorzieningen (wat wel, wat niet, inhoudelijke meerwaarde). d. Mate van samenwerking en positionering (samenwerking of integraal dienstverleningsconcept). Het Functioneel Programma van Eisen: a. Programma van essenties. b. Verkenning varianten. c. Functioneel Programma van Eisen: i) Huisvestingsconcept. ii) Ruimteprogramma en functionele kenmerken. iii) Mate van multifunctionaliteit. iv) Zonering. v) Ruimtelijke relaties. vi) Look & feel. vii) Klimaat, energie en circulariteit. d. Inpassingsstudie/massastudie. e. Stichtingskostenraming.
54
3.
Beheer- en exploitatieopzet: a. Eigendom. b. Beheervorm en beherende instelling. c. Juridische en fiscale hoofdopzet. d. Serviceniveau. e. Exploitatiebegroting.
Elke fase Initiatief en Definitie eindigt met een fasedocument. Het college neemt een besluit na afloop van beide fases. Vanzelfsprekend wordt de Raad tijdig bij besluitvorming betrokken afhankelijk van type project en omvang daarvan. Op het moment dat een project uitvoering gereed is, zal het project worden overgedragen aan het organisatieonderdeel dat projecten uitvoert.
55