CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

B -bijlage-bezwaarmaker-1-wvg-de-koog-purmerend

Gemeenteraad 25 mei 2023, gemeente PurmerendBij agendapunt: Bezwaarschriften WVG De Koog7.364 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1. - Advies van de adviescommissie voor bezwaarschriften - Verweerschrift

1. Op het vestigen van een gemeentelijk voorkeursrecht wordt voor een aantal bedrijven waaronder de gemeentelijke vuilstortplaats een uitzondering gemaakt. Bezwaarmaker is van mening dat ook voor zijn bedrijf deze uitzondering van toepassing is. 2. Door gedwongen vestiging van het bedrijf van bezwaarmaker op deze locatie is veel last en schade van de verontreiniging op de stortplaats ondervonden. De financiële consequenties zijn terug te zien in WOZ procedures. Het is in de beleving van bezwaarmaker vreemd dat hij door het vestigen van het voorkeursrecht moet onderhandelen met de veroorzaker van de verontreiniging. 3. Bezwaarmaker stelt dat het goed denkbaar is dat de gemeente bij het vaststellen van de maximale, redelijke grondprijs, geconfronteerd wordt met een negatieve grondprijs wat voor bezwaarmaker (zeer) ongunstige gevolgen heeft. Ontwikkeling van de vuilstortplaats is (zeer) beperkt wat niet het geval was geweest zonder verontreiniging. 4. In verband met de transformatie van De Koog tot een woon/werklocatie m.b.t. de vuilstortplaats ziet bezwaarmaker hier in de gebiedsvisie-plannen weinig terug. Het is zeer onduidelijk of hier gebouwd kan worden. Bezwaarmaker is van oordeel dat het onredelijk is van de gemeente om een voorkeursrecht te vestigen op zijn percelen.

Tijdens de hoorzitting is gebleken dat het verweerschrift van het college naar een verkeerd adres is verzonden waardoor bezwaarmaker pas ter zitting kennis kon nemen van het verweerschrift. Om deze reden is bezwaarmaker een termijn van 3 weken na de datum van de hoorzitting gegund om nog een reactie te geven op het verweerschrift. Bezwaarmaker heeft dit gedaan door middel van een schrijven d.d. 29 maart 2023. Hierin brengt bezwaarmaker nog het volgende naar voren. 5. Bezwaarmaker is van mening dat de Gemeente in een pril stadium al rekening heeft gehouden met de aanwezigheid van verontreiniging gezien de groene inkleuring, zie structuurvisie. De toebedachte bestemming was al bepaald, dit blijkt uit eerdere specifieke ingrepen in het gebied van de vuilstortplaats (herziene exploitatie 1980 en herinrichting vuilstortplaats). Het terrein van bezwaarmaker wordt door de aanwezige verontreiniging op de stortplaats in deze problematiek meegetrokken. Hij is van mening dat de reikwijdte van artikel 5 Wvg zo niet geïnterpreteerd kan worden. 6. Bouwwerkzaamheden hebben in het verleden grote kosten overschrijdingen en problemen opgeleverd door de aanwezigheid van verontreiniging waardoor woningbouw op deze locatie financieel onaantrekkelijk dan wel onmogelijk is.

Het ontbreken van een nader onderzoek Wbb (Wet bodem bescherming) voor de voormalige vuilstortplaats maakt het zeer riskant om in dit stadium van planvorming geen rekening mee te houden. Dit geldt niet alleen voor de financiële positie van de Gemeente in het project maar ook voor investeerders. 7. De gemeente stelt dat het vestigen van een Wvg ook bedoeld is om mogelijke prijsopdrijving tegen te gaan. De beperkingen van de aanwezige verontreiniging op de stortplaats blijkt uit diverse bodemonderzoeken en zal om die reden niet leiden tot prijsopdrijving. De kosten om te bouwen op ernstig verontreinigde grond is zeer kostbaar en ongewenst. De toepassing van de Wvg door de Gemeente zou bedoeld moeten zijn om diverse mogelijkheden te geven aan de Gemeente om tot invulling van een gebiedsvisie te komen. Bezwaarmaker is van mening dat de gebiedsvisie door milieufactoren al ingegeven werd en de Wvg hier niet voor gebruikt kan worden dan wel worden toegepast.

OVERWEGINGEN Overwegingen ten aanzien van de ontvankelijkheid Ten aanzien van de ontvankelijkheid van het bezwaarschrift wordt geconcludeerd dat bezwaarmaker gerechtigd is tot de onderhavige kadastrale percelen, waarop het gemeentelijk voorkeursrecht is gevestigd en waarop het bezwaarschrift betrekking heeft. Bezwaarmaker is derhalve op grond van de Wvg en de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) aan te merken als belanghebbende. Verder wordt geconcludeerd dat het bezwaarschrift binnen de bezwaartermijn is ontvangen en ook aan de overige

2

vereisten voor een ontvankelijk bezwaarschrift is voldaan. Zoals hierboven reeds overwogen richt het bezwaarschrift zich tegen het reeds vervallen collegebesluit van 30 augustus 2022. Op grond van artikel 6, derde lid, Wvg, dient het bezwaarschrift beschouwd te worden als gericht tegen het raadsbesluit. Geconcludeerd wordt dat bezwaarmaker ontvankelijk is in zijn bezwaar. Inhoudelijke overwegingen In deze zaak heeft de adviescommissie beoordeeld of de raad in redelijkheid heeft kunnen komen tot het aanwijzen van de percelen van bezwaarmaker als percelen waarop de artikelen 10 tot en met 15, 24 en 26 Wvg van toepassing zijn, of, in andere woorden, een voorkeursrecht heeft kunnen vestigen. De adviescommissie heeft daartoe als volgt overwogen. De adviescommissie constateert dat de percelen van bezwaarmaker gelegen zijn binnen het gebied ‘De Koog’ waarop het gemeentelijke voorkeursrecht van toepassing is verklaard. De reden voor de gemeente om het voorkeursrecht te vestigen is dat zij de locatie ‘De Koog’ wenst te transformeren tot een werk- en woonlocatie. Met vestiging van het voorkeursrecht beoogt zij de regie op deze transformatie te behouden en versterken, en ongewenste transactie en speculatie tegen te gaan.

Als grondslag voor de vestiging van het voorkeursrecht heeft de gemeente gebruik gemaakt van artikel 5 van de Wvg, dat het mogelijk maakt om gronden aan te wijzen die nog niet zijn opgenomen in een bestemmingsplan, inpassingsplan, of structuurvisie, maar waarbij in het besluit tot aanwijzing aan de betrokken gronden een niet-agrarische bestemming wordt toegedacht, en waarvan het gebruik afwijkt van die bestemming. Uit de toelichting bij het besluit blijkt dat de toegedachte bestemmingen zijn ‘wonen, maatschappelijk, bedrijf, sport en horeca met bijbehorende voorzieningen’. Dit wijkt af van de huidige bestemmingen: ‘bedrijventerrein en in beperktere mate maatschappelijke en sportvoorzieningen met bijbehorende voorzieningen’. De gemeente heeft hierbij nog toegelicht dat, voor zover het gaat om de toebedachte bestemmingen ‘maatschappelijk, bedrijf en sport’, intensiever gebruik wordt beoogd dan nu het geval is, waarmee wordt voldaan aan de voorwaarde dat sprake is van afwijkend gebruik. Ten slotte wordt aan de voorwaarde voldaan dat de toegedachte bestemming niet-agrarisch is. De adviescommissie is van oordeel dat hiermee is voldaan aan de voorwaarden om de percelen van bezwaarmaker op grond van artikel 5, eerste lid, Wvg voor aanwijzing als perceel, waarop de artikelen 10 tot en met 15, 24 en 26 Wvg van toepassing zijn, in aanmerking te laten komen.

Bezwaargrond 1 Op het vestigen van een gemeentelijk voorkeursrecht wordt voor een aantal bedrijven, waaronder de gemeentelijke vuilstortplaats een uitzondering gemaakt. Bezwaarmaker is van mening dat ook voor zijn bedrijf deze uitzondering van toepassing is. Het is de commissie duidelijk geworden dat sommige percelen ter plaatse van het bedrijventerrein buiten de vestiging van het voorkeursrecht gehouden worden? omdat deze percelen ofwel reeds eigendom zijn van de gemeente ofwel is uitgesloten dat er een gewijzigd gebruik is voorzien. Ter zitting en ook in het verweerschrift heeft het college duidelijk gemaakt dat de situatie van de percelen van bezwaarmaker niet vallen onder deze uitzonderingen. Dat onzeker is of een bepaalde bestemming gerealiseerd kan worden is geen reden om af te zien van het vestigen van een voorkeursrecht. Bezwaargrond 2 Door gedwongen vestiging van het bedrijf van bezwaarmaker op deze locatie is veel last en schade van de verontreiniging op de stortplaats ondervonden. De financiële consequenties zijn terug te zien in WOZ procedures. Het is in de beleving van bezwaarmaker vreemd dat hij door het vestigen van het voorkeursrecht moet onderhandelen met de veroorzaker van de verontreiniging.

3

De commissie is van oordeel dat op grond van de Wvg de gemeente een voorkeursrecht kan vestigen. Dat bezwaarmaker daarbij wordt geconfronteerd met de gemeente vloeit voort uit deze wet. Een waardebepaling van de grond en de invloed daarop van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld als partijen met elkaar in onderhandeling treden over een eventuele koop en verkoop van de percelen. Bezwaargrond 3 Bezwaarmaker stelt dat het goed denkbaar is dat de gemeente bij het vaststellen van de maximale, redelijke grondprijs, geconfronteerd wordt met een negatieve grondprijs wat voor bezwaarmaker (zeer) ongunstige gevolgen heeft. Ontwikkeling van de vuilstortplaats is (zeer) beperkt wat niet het geval was geweest zonder verontreiniging. De commissie verwijst naar het onder bezwaargrond 2 gestelde. Bij onderhandelingen over koop en verkoop zal een taxateur worden betrokken en zal de grondprijs worden vastgesteld op basis van de waarde in het economisch verkeer. De commissie constateert dat het gevestigde voorkeursrecht de grondeigenaar niet verplicht tot verkoop van zijn grond. Dit zou pas aan de orde zijn bij een eventuele onteigening. Hiervan is in dit stadium nog geen sprake. Bezwaargrond 4 In verband met de transformatie van De Koog tot een woon/werklocatie m.b.t. de vuilstortplaats ziet bezwaarmaker hier in de gebiedsvisie-plannen weinig terug.

Het is zeer onduidelijk of hier gebouwd kan worden. Bezwaarmaker is van oordeel dat het onredelijk is van de gemeente om een voorkeursrecht te vestigen op zijn percelen. Het is de commissie gebleken dat nog onderzocht moet worden door de gemeente welke ontwikkeling van het betreffende gebied mogelijk is. Dit maakt het niet onredelijk dat de gemeente ten behoeve van de mogelijk gewenste ontwikkeling van het gebied gebruik heeft gemaakt van de Wvg. Bezwaargrond 5 Bezwaarmaker is van mening dat de Gemeente in een pril stadium al rekening heeft gehouden met de aanwezigheid van verontreiniging gezien de groene inkleuring, zie structuurvisie. De toebedachte bestemming was al bepaald, dit blijkt uit eerdere specifieke ingrepen in het gebied van de vuilstortplaats (herziene exploitatie 1980 en herinrichting vuilstortplaats). Het terrein van bezwaarmaker wordt door de aanwezige verontreiniging op de stortplaats in deze problematiek meegetrokken. Hij is van mening dat de reikwijdte van artikel 5 Wvg zo niet geïnterpreteerd kan worden. De commissie stelt vast dat het college gebruik kan maken van de Wvg door een voorkeursrecht te vestigen op percelen indien onzeker is of de geplande ontwikkeling feitelijk kan worden gerealiseerd. Bij gebruikmaking van artikel 5 Wvg is het niet vereist om op voorhand ruimtelijke-, milieu- (waaronder bodem) en economische aspecten in kaart te brengen.

Bezwaargrond 6 Bouwwerkzaamheden hebben in het verleden grote kosten overschrijdingen en problemen opgeleverd door de aanwezigheid van verontreiniging waardoor woningbouw op deze locatie financieel onaantrekkelijk dan wel onmogelijk is. Het ontbreken van een nader onderzoek Wbb (Wet bodem bescherming) voor de voormalige vuilstortplaats maakt het zeer riskant om in dit stadium van planvorming geen rekening mee te houden. Dit geldt niet alleen voor de financiële positie van de gemeente in het project maar ook voor investeerders.

4

Verweerschrift

Vijfhuizenberg 80D 4708 AM Roosendaal www.vdbgrondzaken.nl

BEZWARENBEHANDELING/VERWEERSCHRIFT

Notitie ten behoeve van de behandeling van het bezwaarschrift tegen het besluit van burgemeester en wethouders van de gemeente Purmerend van 30 augustus 2022 tot vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht ex artikel 6 van de Wet voorkeursrecht gemeenten op het plangebied 'De Koog', c.q. tegen het besluit van de gemeenteraad van Purmerend ex artikelen 2 en 5 van de Wet voorkeursrecht gemeenten van 24 november 2022.

Hoorzitting 6 maart 2023

OPDRACHTGEVER: Gemeente Purmerend

UITGEBRACHT DOOR: VDB Grondzaken

Notitie bezwarenbehandeling gemeentelijk voorkeursrecht gemeente Purmerend Kenmerk: 30400274/N03/obr Pagina 2 van 12

INHOUD VERWEERSCHRIFT 1 PROCESVERLOOP ............................................................................................... 3 1.1 1.2

VESTIGING DOOR HET COLLEGE ........................................................................ 3 BESTENDIGING DOOR DE GEMEENTERAAD ............................................................. 4

2 ALGEMENE REACTIE REDEN BESLUITVORMING ...................................................... 5 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

ARGUMENTEN VESTIGEN VOORKEURSRECHT .......................................................... 5 VESTIGING IN OVEREENSTEMMING MET DOEL VOORKEURSRECHT .................................. 5 VESTIGING DOOR DE RAAD OP BASIS VAN JUISTE GRONDSLAG ..................................... 5 VESTIGING DOOR DE RAAD CONFORM DE VESTIGINGSCRITERIA .................................... 7 TUSSENCONCLUSIE ....................................................................................... 8

3 BEZWAAR DE HEER 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

............................................................................. 8

KADASTRALE AANDUIDING EN EIGENDOMSSITUATIE ................................................. 8 ONTVANKELIJKHEID ...................................................................................... 9 SAMENVATTING BEZWAAR ............................................................................... 9 REACTIE OP DE GRONDEN VAN HET BEZWAARSCHRIFT ..............................................10 CONCLUSIE ...............................................................................................11

Notitie bezwarenbehandeling gemeentelijk voorkeursrecht gemeente Purmerend Kenmerk: 30400274/N03/obr Pagina 3 van 12

1

PROCESVERLOOP

1.1 Vestiging door het college Besluit Burgemeesters en wethouders van de gemeente Purmerend hebben op 30 augustus 2022 ex artikel 6 van de Wet voorkeursrecht gemeenten (verder: 'Wvg') besloten het gemeentelijk voorkeursrecht van toepassing te verklaren op het plangebied 'De Koog'. De betreffende percelen zijn gelegen ten noorden van de Purmerringvaart, ten zuiden van de N244, ten oosten van de Dr. J.M. den Uyllaan en ten westen van de N244 te Purmerend. Het besluit is als bijlage 1 opgenomen. Het vestigingsgebied is aangegeven op de kadastrale kaarten met nummers TK-30400274-01 en TK-30400274-02, welke kaarten zijn opgenomen als bijlagen 2 en 3. Bijlage 1 : Collegebesluit Bijlage 2 : Kadastrale kaart TK-30400274-01 Bijlage 3 : Kadastrale kaart TK-30400274-02 Publicatie en inwerkingtreding Het besluit van burgemeester en wethouders is gepubliceerd in het Gemeenteblad van 31 augustus 2022, nr. 395067, waarna het gemeentelijk voorkeursrecht in werking is getreden met ingang van 1 september 2022.

In de publicatie in het Gemeenteblad van 31 augustus 2022 is meegedeeld dat: het voorstel aan de raad en het besluit van burgemeester en wethouders voor eenieder ter inzage is gelegd; belanghebbenden zienswijzen kunnen indienen op het raadsvoorstel, gedurende vier weken, ingaande op de datum van inwerkingtreding van het gemeentelijk voorkeursrecht; belanghebbenden bezwaar kunnen maken tegen het besluit van burgemeester en wethouders gedurende een termijn van zes weken, ingaande op 1 september 2022. Bijlage 4 : Publicatie collegebesluit Gemeenteblad Bezwarentermijn De termijn waarbinnen bezwaren tegen het besluit van burgemeester en wethouders van 30 augustus 2022 konden worden ingediend liep van 1 september 2022 tot en met 12 oktober 2022, 24.00 uur. Bezwaarschrift tegen collegebesluit Er is door de een bezwaarschrift ingediend tegen het collegebesluit. Dit verweerschrift gaat in op het bezwaarschrift.

Notitie bezwarenbehandeling gemeentelijk voorkeursrecht gemeente Purmerend Kenmerk: 30400274/N03/obr Pagina 4 van 12

1.2 Bestendiging door de gemeenteraad Besluit Op 24 november 2022 heeft de gemeenteraad het, door het besluit van burgemeester en wethouders van 30 augustus 2022 gevestigde gemeentelijk voorkeursrecht, bestendigd op grond van artikelen 2 en 5 Wvg. Met het raadsbesluit van 24 november 2022 is het gemeentelijk voorkeursrecht binnen de wettelijke termijn van drie maanden bestendigd. Bijlage 5 : Raadsbesluit Publicatie en inwerkingtreding Het raadsbesluit van 24 november 2022 is door middel van publicatie bekendgemaakt in de Gemeenteblad van 25 november 2022, nr. 529281, waarna het gemeentelijk voorkeursrecht in werking is getreden met ingang van 26 november 2022. In de publicatie in het Gemeenteblad van 25 november 2022 is meegedeeld dat: het raadsbesluit met bijbehorende stukken voor eenieder ter inzage is gelegd; belanghebbenden bezwaar kunnen maken tegen het raadsbesluit gedurende een termijn van zes weken, ingaande op 29 november 2022. Bijlage 6 : Publicatie raadsbesluit Gemeenteblad Bezwarentermijn Het raadsbesluit ex artikelen 2 en 5 Wvg vormt een zelfstandig appellabel besluit, zodat daartegen eveneens bezwaarschriften kunnen worden ingediend. De termijn waarbinnen bezwaren tegen het besluit van de gemeenteraad konden worden ingediend liep van 29 november 2022 tot en met 9 januari 2023, 24.00 uur.

Bezwaarschrift tegen raadsbesluit Er is door de geen bezwaarschrift ingediend tegen het raadsbesluit. Automatische conversie bezwaarschrift collegebesluit in bezwaarschrift raadsbesluit Indien er een bezwaar aanhangig is tegen het collegebesluit en dit collegebesluit vervalt omdat een besluit van de gemeenteraad tot aanwijzing in werking is getreden, wordt het bezwaar mede geacht te zijn gericht tegen het besluit van de gemeenteraad (artikel 6, derde lid Wvg). Het bezwaarschrift tegen het besluit van burgemeester en wethouders van 30 augustus 2022 wordt dan ook gelijktijdig behandeld met het eventueel tegen het raadsbesluit van 24 november 2022 ingediende bezwaarschrift. Nu er geen bezwaarschrift tegen het raadsbesluit is ingediend, kan worden volstaan met de behandeling van het bezwaarschrift gericht tegen het collegebesluit.

Notitie bezwarenbehandeling gemeentelijk voorkeursrecht gemeente Purmerend Kenmerk: 30400274/N03/obr Pagina 5 van 12

2

ALGEMENE REACTIE REDEN BESLUITVORMING

2.1 Argumenten vestigen voorkeursrecht De reden om het vestigingsbesluit te handhaven is voor de gemeenteraad gelegen in dezelfde argumenten die ook in de bestreden besluitvorming door burgemeester en wethouders al zijn gehanteerd om het voorkeursrecht te vestigen, te weten: 1. Het gemeentelijk voorkeursrecht verschaft de gemeente een betere uitgangspositie op de grondmarkt. Hierdoor wordt de gemeente beter in staat gesteld een grondstrategie te voeren. Het voorkeursrecht, als passief verwervingsinstrument, kan een ondersteuning betekenen van het te voeren verwervingsbeleid. De gemeente kan hierdoor een regierol uitoefenen bij de ontwikkeling van plannen. 2. Het gemeentelijk voorkeursrecht vormt gedurende het planontwikkelingsproces (van ontwerp tot uitvoering) een beschermingsinstrument, waardoor ongewenste verkopen (al dan niet bedoeld als grondspeculatie) kunnen worden tegengegaan. 3. Het voorkeursrecht voorkomt buitensporige grondprijsstijgingen (buiten de normale markteconomische prijsstijgingen). 4. Het voorkeursrecht maakt het in deze de gemeente mogelijk om te interveniëren in het normale proces van aan- en verkoop binnen het gebied. Bij een voorgenomen gewenste verkoop van een eigenaar is in deze als eerste de gemeente aan bod om aan te kopen.

Door deze interventie in het normale proces van aan- en verkoop kan de gemeente zo mogelijk een langdurig en kostbaar verwervingsproces of onteigening voorkomen.

2.2 Vestiging in overeenstemming met doel voorkeursrecht Burgemeester en wethouders en de gemeenteraad hebben hun bevoegdheid verder uitgevoerd in overeenstemming met de doelstelling van de Wet voorkeursrecht gemeenten. Deze doelstelling luidt blijkens de wetgeschiedenis als volgt: 'Om de regie bij de samenwerking met de particuliere sector vlot te doen verlopen, blijft het echter noodzakelijk dat gemeenten zich ook actief kunnen opstellen op de grondmarkt. Garanties dat de uitvoering door derden tijdig en kwalitatief voldoende tot stand zal komen zijn in de praktijk lastig te bedingen. Door een gericht verwervings- en uitgiftebeleid zijn gemeenten beter in staat de noodzakelijke […] locaties tijdig te (doen) realiseren. De gemeente kan immers als eigenaar van de gronden zelf bepalen welke planonderdelen, onder welke condities, op welk tijdstip en door welke marktpartijen, kunnen worden uitgevoerd.' (TK 1994-1995, nr. 3 p. 4).

2.3 Vestiging door de raad op basis van juiste grondslag Vestiging door de raad kan plaatsvinden op drie grondslagen: 1. Een planologisch voornemen, artikel 5 Wvg. 2. Een structuurvisie, artikel 4 Wvg.

Notitie bezwarenbehandeling gemeentelijk voorkeursrecht gemeente Purmerend Kenmerk: 30400274/N03/obr Pagina 6 van 12

3.

Een bestemmingsplan, artikel 3 Wvg.

Artikel 5 Wvg betreft de mogelijkheid om in een pril stadium van planvorming - als er nog geen structuurvisie of bestemmingsplan is waarin de toegedachte bestemming is vastgelegd - een gebied onder de reikwijdte van het gemeentelijk voorkeursrecht te brengen. Artikel 4 Wvg betreft de mogelijkheid om, als er een structuurvisie voorhanden is waarbij aanwijzingen zijn gegeven voor de toegedachte bestemming, het voorkeursrecht op basis van deze structuurvisie te vestigen. Artikel 3 Wvg bepaalt dat voor aanwijzing in aanmerking komen gronden waaraan bij bestemmingsplan een van het huidige gebruik afwijkende niet-agrarische bestemming is toegekend. Voor het vestigen van het gemeentelijk voorkeursrecht dient de gemeente aan te geven dat het huidige gebruik afwijkt van de toegedachte bestemming (zie hierover meer onder paragraaf 2.4 van het verweerschrift). Het huidige gebruik van het vestigingsgebied is grotendeels bedrijventerrein en in beperktere mate voor maatschappelijke- en sportvoorzieningen met bijbehorende voorzieningen. De toegedachte bestemmingen voor het gebied zijn wonen, maatschappelijk, bedrijf, sport en horeca met bijbehorende voorzieningen, alle nietagrarisch en nader uit te werken.

Bestemmingsplannen ex artikel 3 Wvg Voor het gebied vigeren de bestemmingsplannen 'Overwhere Noord 2012', vastgesteld op 30 juli 2012 en 'Bedrijventerreinen 2013', vastgesteld op 27 juni 2013. Op basis van het bestemmingsplan 'Overwhere Noord 2012' vigeren de bestemmingen 'Maatschappelijk-1' en Sport'. Op basis van het bestemmingsplan 'Bedrijventerreinen 2013' vigeert de bestemming 'Bedrijventerrein'. De vigerende bestemmingsplannen geven niet de actuele visie op de gewenste transformatie weer. Deze bieden dan ook geen grondslag voor de vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht. Structuurvisie ex artikel 4 Wvg Verder vigeert er voor het vestigingsgebied een structuurvisie in de zin van artikel 2.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro), genaamd 'Structuurvisie Purmerend 2005-2020, actualisatie 2013', vastgesteld op 6 maart 2006 (en geactualiseerd in 2013). In deze structuurvisie zijn voor het vestigingsgebied geen aanwijzingen gegeven voor de toegedachte bestemmingen opgenomen. Gezien het alsdan ontbreken van een structuurvisie of een bestemmingplan, waarin de toegedachte bestemmingen zijn opgenomen, wordt de grondslag voor het vestigen van het voorkeursrecht hier gevormd door artikel 5 Wvg.

Notitie bezwarenbehandeling gemeentelijk voorkeursrecht gemeente Purmerend Kenmerk: 30400274/N03/obr Pagina 7 van 12

2.4 Vestiging door de raad conform de vestigingscriteria Artikel 5 is in het leven geroepen om in een pril stadium van planvorming een gebied onder de reikwijdte van het gemeentelijk voorkeursrecht te brengen, waarbij er in dit stadium niet per perceel een afweging hoeft plaats te vinden of het voorkeursrecht al dan niet dient te worden gevestigd. Voor de achtergrond van de functie van het huidige artikel 5 Wvg kan te rade worden gegaan bij de Memorie van toelichting van de Wet voorkeursrecht gemeenten (TK 1978/79, 13.713, p. 7, 8): 'Het artikel berust op de gedachte dat zich omstandigheden kunnen voordoen, waarin het voor een gemeente van groot belang is dat zij, ter wille van een slagvaardig verwervingsbeleid ter uitvoering van haar taak op het stuk van de ruimtelijke ontwikkeling, reeds over het voorkeursrecht kan beschikken vóórdat zij overeenkomstig de voorgenomen niet agrarische bestemming van de desbetreffende gronden een structuurplan of bestemmingsplan heeft kunnen vaststellen.' Voor het vestigen van het gemeentelijk voorkeursrecht voor wat betreft de onderhavige locatie, dient het aanwijzingsbesluit te voldoen aan de vestigingscriteria ex artikel 5 Wvg, te weten: 1. aan de betrokken gronden moet een niet-agrarische bestemming zijn toegedacht; en 2. het huidige gebruik dient af te wijken van de toegedachte bestemming. Ad 1.

Voor de vestiging op grond van artikel 5 Wvg wordt voldaan aan het onder 1 genoemde vestigingscriterium. Er is immers geen sprake van een toegedachte agrarische bestemming. Ad 2. Voor de vestiging op grond van artikel 5 Wvg, wordt eveneens voldaan aan het onder 2 genoemde vestigingscriterium. Het huidige gebruik van het vestigingsgebied is grotendeels bedrijventerrein en in beperktere mate voor maatschappelijke- en sportvoorzieningen met bijbehorende voorzieningen. De toegedachte bestemmingen voor het gebied zijn wonen, maatschappelijk, bedrijf, sport en horeca met bijbehorende voorzieningen, alle niet-agrarisch en nader uit te werken. Voor wat betreft de toegedachte bestemmingen wonen en horeca is het evident dat deze afwijken van het huidige gebruik. Voor wat betreft de toegedachte bestemmingen maatschappelijk, bedrijf en sport is van belang dat ook in de situatie dat er sprake is van vergelijkbaar doch intensiever gebruik er sprake is van afwijkend gebruik.1 Met het inzetten op verdichting op de percelen binnen het vestigingsgebied (onder meer door het toevoegen van andere afwijkende functies), worden bedrijven, maatschappelijke- en sportvoorzieningen mogelijk gemaakt met een hogere bebouwingsdichtheid en in een andere vorm dan thans aanwezig is. Hierdoor kan worden geconcludeerd dat er sprake is van vergelijkbaar doch intensiever en/of afwijkend gebruik.

1

ABRvS d.d. 25 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW3871.

Notitie bezwarenbehandeling gemeentelijk voorkeursrecht gemeente Purmerend Kenmerk: 30400274/N03/obr Pagina 8 van 12

Bovendien kan in dit stadium van het planproces (en derhalve ook de vestiging) worden volstaan met een globale (container)bestemming voor het integrale vestigingsgebied. Er wordt met het voorgaande voldaan aan het onder 2 genoemde vestigingscriterium. Het huidige gebruik wijkt af van de toegedachte bestemmingen. Resumerend wordt aan de formele vestigingsvereisten voldaan.

2.5 Tussenconclusie Om de redenen als genoemd onder 2.3 en 2.4 dient op basis van een planologisch voornemen ex artikel 5 Wvg als grondslag voor de onderhavige vestiging te worden genomen en voldoet het voorkeursrecht aan de formele vestigingsvereisten. Het voorkeursrecht is dan ook terecht gevestigd op grond van artikel 5 Wvg. Hierna wordt voor het onderhavige bezwaarschrift: 1. aangeduid op welke kadastrale percelen het bezwaarschrift betrekking heeft; 2. ingegaan op de ontvankelijkheid van het bezwaarschrift; 3. het bezwaar samengevat; 4. een reactie (verweer) gegeven op de inhoud en strekking van het bezwaar; 5. ten slotte de geadviseerde conclusie(s) vermeld.

3

BEZWAAR

3.1

Kadastrale aanduiding en eigendomssituatie

Kadastrale gemeente Purmerend,

, groot 446 m².

Eigenaar: PURMEREND Kadastrale gemeente Purmerend,

, groot 77 m².

Eigenaar: PURMEREND Gegevens volgens de eigendomsinformatie van 17 augustus 2022. Een kopie van de eigendomsinformatie is als bijlage aan deze notitie gehecht. Bijlage 7 : Kopie eigendomsinformatie

Notitie bezwarenbehandeling gemeentelijk voorkeursrecht gemeente Purmerend Kenmerk: 30400274/N03/obr Pagina 9 van 12

3.2

Ontvankelijkheid

Het bezwaarschrift gericht tegen het collegebesluit is door de heer (hierna ook te noemen: 'bezwaarmaker') ingediend door middel van brief d.d. 9 oktober 2022. Het bezwaarschrift is bij de gemeente ingekomen op 11 oktober 2022. Een kopie van het bezwaarschrift is als bijlage aan deze notitie gehecht. Bijlage 8 : Kopie bezwaarschrift Ten aanzien van de ontvankelijkheid van het bezwaarschrift wordt geconcludeerd, dat bezwaarmaker gerechtigde is tot de onderhavige kadastrale percelen, waarop het gemeentelijk voorkeursrecht is gevestigd en waarop het bezwaarschrift betrekking heeft. Bezwaarmaker is derhalve op grond van de Wvg en de Algemene wet bestuursrecht (hierna ook: 'Awb') aan te merken als belanghebbende. Verder wordt geconcludeerd dat het bezwaarschrift: gelet op de datering van de brief en de datum waarop de brief bij de gemeente is ingekomen (11 oktober 2022), binnen de bezwaartermijn van zes weken als bedoeld in artikel 6:7 e.v. Awb per post is bezorgd en derhalve tijdig is ingediend en door de gemeente tijdig is ontvangen; de naam en het adres van bezwaarmaker bevatten; gedagtekend en ondertekend is; voldoende duidelijk, dan wel aannemelijk maakt tegen welk besluit het bezwaar is gericht; en de gronden van het bezwaar voldoende weergeeft. Geconcludeerd wordt dat bezwaarmaker ontvankelijk is in diens bezwaar. Hierna wordt inhoudelijk op het bezwaarschrift ingegaan.

3.3

Samenvatting bezwaar

In het bezwaarschrift wordt bezwaar gemaakt tegen de vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht op de onderhavige kadastrale percelen. Zakelijk weergegeven wordt het volgende bezwaar aangevoerd: 1.

Bezwaarmaker stelt dat bij het vestigen van het gemeentelijk voorkeursrecht voor een aantal bedrijven, waaronder de gemeentelijke vuilstortplaats een uitzondering is gemaakt. Bezwaarmaker is van mening dat ook voor diens onderneming een uitzondering van toepassing is. Zo zijn voor de voormalige vuilstortplaats de mogelijkheden tot ontwikkeling beperkt door de aanwezigheid van verontreiniging. In het bestemmingsplan uit 1969 is aangegeven dat het terrein van de vuilstortplaats aangewezen is voor handel en nijverheid, categorie 2 (voor ). Bezwaarmaker door de gedwongen vestiging van diens onderneming veel last en schade van de verontreiniging op de stortplaats. Het bevreemdt bezwaarmaker dat hij door het vestigen van het voorkeursrecht moet onderhandelen met de veroorzaker hiervan.

Notitie bezwarenbehandeling gemeentelijk voorkeursrecht gemeente Purmerend Kenmerk: 30400274/N03/obr Pagina 10 van 12

2.

Bezwaarmaker acht het goed denkbaar dat de gemeente bij het vaststellen van de grondprijs geconfronteerd wordt met een negatieve grondprijs wat voor bezwaarmaker (zeer) ongunstige gevolgen heeft.

3.

Bezwaarmaker licht diens ervaring met de gemeente uit 2013 toe. Destijds trad de gemeente actief op om de percelen van bezwaarmaker te verkrijgen. Hierdoor is de continuïteit van de onderneming van bezwaarmaker ernstig beschadigd. Onderhandelen en communiceren met de gemeente bleek zeer moeilijk of onmogelijk. Desalniettemin is bezwaarmaker bereid om met de gemeente in gesprek te gaan of te onderhandelen en wordt verwacht dat het initiatief nu bij de gemeente ligt.

4.

Bezwaarmaker merkt ten slotte op dat het in de gebiedsvisie-plannen onduidelijk is of ter plaatse van de vuilstortplaats gebouwd kan worden. Bezwaarmaker acht het dan ook onredelijk om het voorkeursrecht om diens percelen te vestigen.

3.4

Reactie op de gronden van het bezwaarschrift

Ad 1. Enkele percelen ter plaatse van het bedrijventerrein zijn buiten de vestiging van het voorkeursrecht gehouden, omdat deze percelen ofwel reeds eigendom zijn van de gemeente ofwel is uitgesloten dat er een gewijzigd gebruik is voorzien. De gemeentelijk vuilstortplaats is reeds eigendom van de gemeente, waardoor de vestiging op dat betreffende perceel niet doelmatig werd geacht. De gemeente is dan ook niet tot vesting van het voorkeursrecht op dat perceel overgegaan. De systematiek van de Wet voorkeursrecht gemeenten brengt mee dat op het moment waarop het (voorlopig) gemeentelijk voorkeursrecht kan worden aangewend, meestal onzeker zal zijn of de geplande ontwikkeling feitelijk zal kunnen worden gerealiseerd.

Deze onzekerheid hoeft echter niet in de weg te staan aan het gebruik van de bevoegdheid tot het vestigen van een (voorlopig) gemeentelijk voorkeursrecht, gelet op het doel van de wet tot het verschaffen van voorrang aan gemeenten bij aankoop van grond benodigd voor het realiseren van toekomstige planologische ontwikkelingen.2 Dit geldt te meer bij toepassing van artikel 5 Wvg, omdat daaraan inherent is dat van de toegedachte bestemming nog slechts een globaal beeld bestaat.3 Bij vestiging van een gemeentelijk voorkeursrecht, te meer op basis van artikel 5 Wvg (zoals in casu ook het geval is), is het niet vereist om op voorhand ruimtelijke-, milieu- (waaronder bodem) en economische aspecten in kaart te brengen. De gemeente bevindt zich momenteel in een pril stadium van de planvorming (er is immers geen structuurvisie of bestemmingsplan vastgesteld dat in de beoogde herontwikkeling voorziet) en is voornemens bovengenoemde aspecten na de vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht uitgebreid(er) te gaan

2

ABRvS 29 januari 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AF3543.

3

ABRvS 18 december 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2445.

Notitie bezwarenbehandeling gemeentelijk voorkeursrecht gemeente Purmerend Kenmerk: 30400274/N03/obr Pagina 11 van 12

onderzoeken. De uitkomsten daarvan worden verdisconteerd in nader vast te stellen planologische documenten. Door de vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht tracht de gemeente haar regierol te versterken en te voorkomen dat derden met een bepaalde verwachting een positie in het gebied innemen, wat de beoogde herontwikkeling kan bemoeilijken. Hierdoor kan in relatieve rust gewerkt kan worden aan de planontwikkeling en de verdere uitvoering van de onderzoeken naar onder meer bovengenoemde aspecten. Ad 2. Voor het bepalen van de waarde van aangeboden percelen in het kader van de Wet voorkeursrecht gemeenten zijn de maatstaven als bedoeld in de artikelen 40b-40f van de onteigeningswet van toepassing. Het betreft de waarde in het economisch verkeer, ofwel de prijs die in het vrije commerciële verkeer tussen een redelijk handelend koper en verkoper tot stand zou komen, rekening houdend met alle waardebepalende factoren, waaronder de vigerende en de toekomstige bestemmingen. Eventuele bodemverontreiniging is ook een factor waarmee een redelijk handelend koper en verkoper rekening houden. Of daarmee sprake zal zijn van een negatieve grondprijs lijkt op dit moment onwaarschijnlijk, maar zal nader onderzocht dienen te worden door een taxateur. Ad 3. De gemeente betreurt de negatieve ervaringen van bezwaarmaker met de gemeente in 2013.

Dit is uiteraard niet de gemeentelijke intentie geweest. De gemeente acht het prettig om te vernemen dat bezwaarmaker toch bereid is om met de gemeente in gesprek te gaan of te onderhandelen. Daarbij dient wel te worden opgemerkt dat het initiatief hiervan bij bezwaarmaker ligt. Het gemeentelijk voorkeursrecht is immers een passief grondverwervingsinstrument, dat de gemeente ondersteunt bij haar grondbeleid. Het verplicht de eigenaren van met voorkeursrecht belaste percelen niet tot verkoop. Indien deze eigenaren tot verkoop willen overgaan, zullen zij hun met voorkeursrechte belaste percelen aan de gemeente te koop moeten aanbieden. Ad 4. In de gebiedsvisie is de vuilstortplaats onderdeel van het deelgebied ‘Stadscampus & Open Sportpark’. In de komende periode zal nader onderzocht gaan worden of dit deelgebied getransformeerd kan worden conform het - in de gebiedsvisie opgenomen - programma wonen, onderwijs, werk, esports arena en bijbehorende voorzieningen. Of daadwerkelijke bebouwing kan plaatsvinden en zo ja op welke exacte locatie, zal dit onderzoek moeten uitwijzen.

3.5

Conclusie

De gemeenteraad is van mening dat met inachtneming van het raadsvoorstel, het raadsbesluit en alle bijbehorende documenten het besluit op de juiste wijze tot stand is gekomen. Gelet op het in paragraaf 3.2 en 3.4 gestelde, dient het bezwaar ontvankelijk doch ongegrond verklaard te worden.

COLLEGEBESLUIT

BIJLAGE 1

KADASTRALE KAART-01

BIJLAGE 2

KADASTRALE KAART-02

BIJLAGE 3

PUBLICATIE COLLEGEBESLUIT GEMEENTEBLAD

BIJLAGE 4

GEMEENTEBLAD

Nr. 395067 31 augustus 2022

Officiële uitgave van de gemeente Purmerend

Gemeente Purmerend Vestiging gemeentelijk voorkeursrecht De Koog Besluit tot aanwijzing van percelen waarop de artikelen 10 tot en met 15, 24 en 26 Wet voorkeursrecht gemeenten van toepassing zijn. Burgemeester en wethouders van de gemeente Purmerend maken op grond van artikel 7, lid 1 van de Wet voorkeursrecht gemeenten ('Wvg') bekend dat zij, op basis van het bepaalde in artikel 6 Wvg op 30 augustus 2022 hebben besloten om percelen aan te wijzen waarop de artikelen 10 tot en met 15, 24 en 26 Wvg van toepassing zijn. Gebied De betreffende percelen zijn gelegen ten noorden van de Purmerringvaart, ten zuiden van de N244, ten oosten van de Dr. J.M. den Uyllaan en ten westen van de N244 te Purmerend. Deze percelen zijn nader aangegeven op de bij het besluit behorende kadastrale tekeningen met nummers TK-30400274-01 en TK-30400274-02 en de daarbij behorende lijst van eigenaren en beperkt gerechtigden, één en ander naar de stand van de openbare registers van het Kadaster per 17 augustus 2022. De locatie is aangeduid als toekomstig gebied bestemd voor wonen, maatschappelijk, bedrijf, sport en horeca met bijbehorende voorzieningen, alle niet-agrarisch en nader uit te werken. Inwerkingtreding Het besluit van burgemeester en wethouders van 30 augustus 2022 treedt één dag na deze publicatie in werking.

Het besluit geldt voor een periode van ten hoogste drie maanden, tenzij voor die periode een raadsbesluit is genomen. Inzage stukken Om te voldoen aan artikel 7, lid 1 Wvg ligt het besluit met bijbehorende stukken, daaronder mede begrepen de perceelsgewijze registratie, met ingang van 1 september 2022 voor eenieder kosteloos ter inzage in de hal van het Stadskantoor, Purmersteenweg 42, 1441 DM te Purmerend. De actuele openingstijden zijn te raadplegen via de website van de gemeente www.purmerend.nl. Kennisgeving De eigenaren en beperkt gerechtigden met betrekking tot deze percelen ontvangen één dezer dagen een afzonderlijke kennisgeving. Gevolgen van de vestiging Nadat het besluit van burgemeester en wethouders in werking is getreden, moeten eigenaren en beperkt gerechtigden van de in het besluit begrepen percelen, wanneer zij hun percelen dan wel de daarop gevestigde beperkte rechten wensen te vervreemden, deze eerst aan de gemeente Purmerend te koop aanbieden. Zienswijzen Binnen drie maanden dient de gemeenteraad de aanwijzing van percelen te bestendigen.

In het kader van een zorgvuldige voorbereiding van het door de raad te nemen besluit tot aanwijzing van percelen, worden belanghebbenden, gelet op artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht ('Awb'), in de gelegenheid gesteld gedurende een termijn van vier weken, ingaande op 1 september 2022, hun zienswijzen over het raadsvoorstel schriftelijk, dan wel mondeling naar voren te brengen. Schriftelijke zienswijzen kunnen worden gericht aan de raad van de gemeente Purmerend, Postbus 15, 1440 AA te Purmerend. Indien belanghebbenden hun zienswijze aan de raad mondeling kenbaar wensen te maken, kunnen zij hiervoor telefonisch een afspraak maken. Bezwaar De voorlopige aanwijzing van burgemeester en wethouders wordt aangemerkt als een besluit, zodat tegen dit besluit van burgemeester en wethouders tot aanwijzing van gemelde percelen tot gebied waarop de Wvg van toepassing is, ingevolge de Awb het indienen van een bezwaarschrift mogelijk is. Ingevolge de Awb kunnen belanghebbenden gedurende een termijn van zes weken, ingaande op 1 september 2022, een bezwaarschrift indienen bij burgemeester en wethouders van de gemeente Purmerend, Postbus 15, 1440 AA te Purmerend. Het bezwaarschrift dient te worden ondertekend en dient ten minste te bevatten: de naam en het adres van de indiener; a. de dagtekening; b. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht; c.

de gronden van het bezwaar. d.

1

Gemeenteblad 2022 nr. 395067

31 augustus 2022

Degene die een bezwaarschrift indient kan, indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist, op grond van artikel 8:81 Awb tevens een verzoek om voorlopige voorziening vragen bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, sector bestuursrecht, Postbus 1621, 2003 BK Haarlem. Nadere inlichtingen Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met de heer B.A.F. van de Ven, via telefoonnummer (0299) 452 452. Purmerend, 31 augustus 2022. Burgemeester en wethouders van Purmerend. Vestiging gemeente voorkeursrecht De Koog Burgemeester en wethouders van de gemeente Purmerend, B E S L U I T E N:

1.

2.

3. 4.

5. 6.

7.

8.

9.

De Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) toe te passen op een deel van de locatie De Koog te Purmerend, zodat de gemeente een centrale regierol kan uitoefenen bij de ontwikkeling van plannen; Aan te wijzen op basis van artikel 6, lid 1 van de Wvg als percelen waarop de artikelen 10 tot en met 15, 24 en 26 van de Wvg van toepassing zijn, de percelen, zoals aangegeven op de bij dit besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte kadastrale tekeningen met nummers TK-3040027401 en TK-30400274-02 en perceelslijst met nummer PL-30400274-01, waarop zijn vermeld de in de aanwijzing opgenomen percelen, hun grootte, alsmede de namen van de eigenaren en van de rechthebbenden op de daarop rustende beperkte rechten, één en ander naar de stand van de openbare registers van het Kadaster per 17 augustus 2022; Te concluderen dat deze percelen niet eerder in een aanwijzing op grond van de Wvg betrokken zijn geweest; Kennis te hebben genomen van het feit dat het onderhavige besluit van rechtswege vervalt drie maanden na dagtekening van dit besluit, tenzij voor dit tijdstip door de gemeenteraad voor de betreffende percelen een besluit ex artikelen 2 en 5 Wvg is genomen; Dit besluit te publiceren in het Gemeenteblad en het ter plaatse verschijnende blad het Purmerends Nieuwsblad, opdat het rechtsgevolg als bedoeld in artikel 7, lid 1 Wvg ontstaat; In de openbare registers van het Kadaster aan te

tekenen dat op de betreffende percelen het gemeentelijk voorkeursrecht van toepassing is, alsmede de eigenaren en de beperkt gerechtigden van de procedurele en materiële rechtsgevolgen van dit besluit in kennis te stellen; Geheimhouding op te leggen tot 1 september 2022 op dit voorstel en de bijlagen bij dit voorstel op grond van artikel 55, lid 1 Gemeentewet in combinatie met artikel 5.1., tweede lid, sub b van de Wet open overheid om de financiële en economische belangen van de gemeente veilig te stellen; De gemeenteraad te informeren middels bijgaande raadsbrief en daar geheimhouding op te leggen tot 1 september 2022 14.00 uur op grond van artikel 25, lid 2 Gemeentewet in combinatie met artikel 5.1., tweede lid, sub b van de Wet open overheid om de financiële en economische belangen van de gemeente veilig te stellen; De gemeenteraad in november voor te stellen om het gemeentelijk voorkeursrecht ex artikelen 2 en 5 Wvg te bestendigen via bijgevoegd concept-raadsvoorstel e.e.a. nadat in september kennis is genomen van al dan niet ingediende zienswijzen. Dan zal ook worden bezien of de zienswijzen aanleiding vormen voor aanpassing van het concept-raadsvoorstel.

Aldus vastgesteld in de vergadering d.d. 30 augustus 2022 Purmerend,

burgemeester en wethouders van Purmerend,

de secretaris,

de burgemeester,

2

Gemeenteblad 2022 nr. 395067

31 augustus 2022

RAADSBESLUIT

BIJLAGE 5

PUBLICATIE RAADSBESLUIT GEMEENTEBLAD

BIJLAGE 6

GEMEENTEBLAD

Nr. 529281 25 november 2022

Officiële uitgave van de gemeente Purmerend

Vestiging gemeentelijk voorkeursrecht De Koog Besluit tot aanwijzing van percelen waarop de artikelen 10 tot en met 15, 24 en 26 Wet voorkeursrecht gemeenten van toepassing zijn. Burgemeester en wethouders van de gemeente Purmerend maken op grond van artikel 7, lid 1 van de Wet voorkeursrecht gemeenten ('Wvg') bekend dat de raad van de gemeente Purmerend op 24 november 2022 heeft besloten om op grond van artikelen 2 en 5 Wvg percelen aan te wijzen waarop de artikelen 10 tot en met 15, 24 en 26 Wvg van toepassing zijn. Gebied De betreffende percelen zijn gelegen ten noorden van de Purmerringvaart, ten zuiden van de N244, ten oosten van de Dr. J.M. den Uyllaan en ten westen van de N244 te Purmerend. Deze percelen zijn nader aangegeven op de bij het besluit behorende kadastrale tekeningen met nummers TK-30400274-03 en TK-30400274-04 en de daarbij behorende lijst van eigenaren en beperkt gerechtigden, één en ander naar de stand van de openbare registers van het Kadaster per 17 augustus 2022. De locatie is aangeduid als toekomstig gebied bestemd voor wonen, maatschappelijk, bedrijf, sport en horeca met bijbehorende voorzieningen, alle niet-agrarisch en nader uit te werken. Inwerkingtreding Het besluit van de raad van 24 november 2022 treedt één dag na deze publicatie in werking.

Het voorkeursrecht geldt voor een termijn van ten hoogste drie jaren, tenzij voor die periode een structuurvisie/omgevingsvisie of een bestemmingsplan/omgevingsplan is vastgesteld. Inzage stukken Om te voldoen aan artikel 7, lid 1 Wvg ligt het besluit met bijbehorende stukken, daaronder mede begrepen de perceelsgewijze registratie, met ingang van 28 november 2022 voor eenieder kosteloos ter inzage in de hal van het Stadskantoor, Purmersteenweg 42, 1441 DM te Purmerend. De actuele openingstijden zijn te raadplegen via de website van de gemeente www.purmerend.nl. Kennisgeving De eigenaren en beperkt gerechtigden met betrekking tot deze percelen ontvangen één dezer dagen een afzonderlijke kennisgeving. Gevolgen van de vestiging Met het raadsbesluit is de aanwijzing, waartoe burgemeester en wethouders op grond van artikel 6 Wvg op 30 augustus 2022 hebben besloten, binnen de wettelijke termijn van drie maanden bestendigd. Nadat het raadsbesluit in werking is getreden, moeten eigenaren en beperkt gerechtigden van de in het besluit begrepen percelen, wanneer zij hun percelen dan wel de daarop gevestigde beperkte rechten wensen te vervreemden, deze eerst aan de gemeente Purmerend te koop aanbieden.

Bezwaar Het raadsbesluit wordt aangemerkt als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), zodat tegen dit besluit tot aanwijzing van gemelde percelen tot gebied waarop de Wvg van toepassing is, ingevolge de Awb het indienen van een bezwaarschrift mogelijk is. Ingevolge de Awb kunnen belanghebbenden gedurende een termijn van zes weken, ingaande op 29 november 2022, een bezwaarschrift indienen bij de raad van de gemeente Purmerend, Postbus 15, 1440 AA te Purmerend. Het bezwaarschrift dient te worden ondertekend en dient ten minste te bevatten: a. b. c.

1

de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;

Gemeenteblad 2022 nr. 529281

25 november 2022

d.

de gronden van het bezwaar.

Degene die een bezwaarschrift indient kan, indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist, op grond van artikel 8:81 Awb tevens een verzoek om voorlopige voorziening vragen bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, sector bestuursrecht, Postbus 1621, 2003 BK Haarlem. Indien belanghebbenden bezwaar hebben gemaakt tegen het besluit van burgemeester en wethouders van de gemeente Purmerend als bedoeld in artikel 6 Wvg, hoeven zij niet opnieuw een bezwaarschrift in te dienen. Het bezwaar tegen het besluit van burgemeester en wethouders wordt thans, op grond van artikel 6, lid 3 van de Wvg, geacht te zijn gericht tegen het raadsbesluit. Nadere inlichtingen Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met de heer B.A.F. van de Ven, via telefoonnummer (0299) 452 452. Purmerend, 25 november 2022. Burgemeester en wethouders van Purmerend. Vestiging gemeentelijk voorkeursrecht De Koog De raad van de gemeente Purmerend, B E S L U I T: 1.

2.

3.

4. 5. 6.

Kennis te nemen van het besluit van het college van B&W van 30 augustus 2022 tot het toepassen van de Wet voorkeursrecht gemeenten op een deel van de locatie De Koog te Purmerend (ex artikel 6 Wvg); Te concluderen dat er voor de percelen zoals vermeld in de perceelslijst met nummer PL30400274-02 thans geen planologische grondslag aanwezig is op basis waarvan het voorkeursrecht kan worden gevestigd en dat om die reden het voorkeursrecht op grond van artikelen 2 en 5 Wvg wordt gevestigd en te concluderen dat als eerstvolgende planologische grondslag wordt overgegaan tot het vaststellen van een structuurvisie/omgevingsvisie; Aan te wijzen op basis van artikelen 2 en 5 van de Wvg voor de duur van drie jaren als percelen waarop de artikelen 10 tot en met 15, 24 en 26 van de Wvg van toepassing zijn, de percelen, zoals aangegeven op de bij dit besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte kadastrale tekeningen met nummers TK-30400274-03 en TK-30400274-04 en perceelslijst met nummer PL-30400274-02, waarop zijn vermeld de in de aanwijzing opgenomen percelen, hun grootte, alsmede de namen van de eigenaren en van de rechthebbenden op de daarop rustende beperkte rechten, één en ander naar de stand van de openbare registers van het Kadaster per 17 augustus 2022; Te concluderen dat deze percelen niet eerder in een aanwijzing op grond van de Wvg betrokken zijn geweest; Dit besluit te

publiceren in het Gemeenteblad en het ter plaatse verschijnende blad het Purmerends Nieuwsblad, opdat het rechtsgevolg als bedoeld in artikel 7, lid 1 Wvg ontstaat; Te concluderen dat het onderhavige besluit van rechtswege vervalt na drie jaar na dagtekening van dat besluit, tenzij voor dit tijdstip een structuurvisie/omgevingsvisie of een bestemmingsplan/omgevingsplan is vastgesteld.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering d.d. 24 november 2022 Purmerend, de griffier, de voorzitter,

2

Gemeenteblad 2022 nr. 529281

25 november 2022

KOPIE EIGENDOMSINFORMATIE

BIJLAGE 7

KOPIE BEZWAARSCHRIFT

BIJLAGE 8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12668060/1