a1.-raadsvoorstel-en-ondertekend-besluit-reintegratieverordening-participatiewet-zawa-2025
Tekst van het document
►
PUR
MER Raadsvoorstel en ontwerpbesluit
END
Registratienummer raad 1605772
Datum: 17 december 2024
Portefeuillehouder: M. Hegger
Domein/ Team: MAAD/KWPA
Onderwerp: Re-integratieverordening Participatiewet Zaanstreek-Waterland 2025
Samenvatting: Vanaf 2015 zijn we als gemeente verantwoordelijk voor de uitvoering van de Participatiewet. De wet moet ervoor zorgen dat meer mensen werk vinden, ook mensen met een arbeidsbeperking. Ondanks de vele inspanningen -vanuit onze gemeente, vanuit Werkom en vanuit de regio- zien we nog steeds dat teveel mensen niet aan het werken komen. Dit zien we niet alleen in onze regio, maar ook landelijk is dit het beeld. Om hier verandering in te brengen heeft het Rijk een brede agenda opgesteld: het "Breed Offensief". Het doel daarvan is de arbeidsmarktkansen voor mensen met een arbeidsbeperking te vergroten. Aan de hand daarvan heeft het kabinet maatregelen voorgesteld die gevolgen hebben voor onze huidige re-integratieverordening. Een actualisatie hiervan is nodig.
►
De wijzigingen hebben vooral een formeel karakter (wettelijk, technisch, verschuiving bevoegdheid). Doordat een aantal zaken verplicht in een verordening moet worden opgenomen verschuift de bevoegdheid op onderdelen (nadere regels jobcoaching en werkvoorzieningen) van het college naar de raad. Door de wetswijzigingen vervalt ook de verordeningsplicht over de wijze van het bepalen van de doelgroep loonkostensubsidie en de wijze van loonwaardebepaling. Hierdoor kan de Verordening Loonkostensubsidie Participatiewet Zaanstreek-Waterland ingetrokken worden. Deze wijzigingen zijn in nauwe samenwerking met de uitvoering/Werkom en regiogemeenten voorbereid. In bijgaand voorstel worden twee verordeningen en één set aan nadere regels samengevoegd tot één verordening: de Re-integratieverordening Participatiewet Zaanstreek-Waterland 2025. De raad wordt voorgesteld deze re-integratieverordening vast te stellen en de verordening loonkostensubsidie in te trekken. Ook aan de raden van de regiogemeenten worden deze voorstellen gedaan, zodat we zoveel mogelijk blijven werken vanuit een gemeenschappelijk aanbod voor werkzoekenden en werkgevers in onze regio.
Registratienummer: 1605772 Onderwerp: Re-integratieverordening Participatiewet Zaanstreek-Waterland 2025
Purmerend, 17 december 2024 Aan de gemeenteraad van Purmerend, Inleiding en probleemstelling: Aanleiding en achtergrond Vanaf 2015 werden we als gemeente verantwoordelijk voor de uitvoering van de Participatiewet (de wet). Dit gaf ons meer mogelijkheden om mensen te ondersteunen richting werk/meedoen. In de regio Zaanstreek- Waterland werd de samenwerking verstevigd en werden de ondersteuningsmogelijkheden voor werkzoekenden en werkgevers gezamenlijk uitgewerkt. Dit mondde uit in de Re-integratieverordening Participatiewet en de Verordening Loonkostensubsidie Participatiewet die door de raden van de regiogemeenten zijn vastgesteld. Het college stelde op basis daarvan nadere regels vast voor de voorzieningen ten aanzien van persoonlijke ondersteuning en jobcoaching. Uitgangspunt was zoveel mogelijk maatwerk en uitgaan van de leefwereld van mensen. We zien in de praktijk dat de wet niet voor iedereen uitpakt zoals gedacht. Zo willen werkgevers zoveel mogelijk ontzorgd worden en is dagelijkse ondersteuning op de werkvloer hard nodig vanwege de multiproblematiek die we steeds meer zien (jobcoaching) en lopen werkzoekenden tegen allerlei persoonlijke problemen (psychisch, financieel, vervoer etc.) aan. Een inclusieve arbeidsmarkt is en blijft het streven. Maar we moeten goed blijven kijken naar wat we zien in de praktijk. Elke situatie is anders en dat vraagt maatwerk.
Dat is de basis van ons lokale beleid en onze uitvoering is daarop gebaseerd. Breed Offensief Het Rijk constateert dat de praktijk weerbarstiger is dan aanvankelijk gedacht werd. Er is méér nodig om mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen en te houden. Om hier "handen en voeten" aan te geven is vanuit het Rijk de 'Wet uitvoeren Breed Offensief' tot stand gekomen. In het Breed Offensief heeft het kabinet in samenspraak met werkgevers, gemeenten, ervaringsdeskundigen en uitvoerders een aantal maatregelen uitgewerkt. Het doel van de maatregelen is dat: • Regels eenvoudiger worden voor werkgevers en werkzoekenden; • Werkgevers en werkzoekenden elkaar makkelijker kunnen vinden; • (Meer) werken aantrekkelijk wordt; en • Duurzaam werk gestimuleerd wordt. Om deze doelen te kunnen bereiken is op een aantal punten een wetswijziging doorgevoerd. Deze wijzigingen richten zich op: • Harmonisering instrumenten en aanscherpen verordeningsbepaling en verordeningsplicht; • Integrale ondersteuning; • Ondersteuning op maat; • Verstrekking volgens uniform proces ten behoeve van loonkostensubsidie (het preferente proces). Herziening van de Participatiewet op komst Aanvullend op het Breed Offensief is door het ministerie van SZW een herziening van de Participatiewet aangekondigd middels de Participatiewet in balans. Bovendien is door het Rijk blz. 2 van 41
Registratienummer: 1605772 Onderwerp: Re-integratieverordening Participatiewet Zaanstreek-Waterland 2025
specifiek voor jongeren een wetsvoorstel in ontwikkeling om jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt de juiste begeleiding en ondersteuning te bieden richting economische zelfstandigheid. Dit is dus een volgende stap waarop we ons in 2025 zullen voorbereiden. Oplossingsrichtingen: De maatregelen vanuit het Rijk en de conclusies die daaraan ten grondslag liggen passen bij wat wij in onze gemeente/regio zien. Onze gemeente werkt in de praktijk al zoveel mogelijk volgens de principes die het Rijk hanteert. De voorgestelde wijzigingen hebben daarom vooral een formeel karakter (voldoen aan wet, technisch, verschuiving van bevoegdheden college/raad), maar hebben minimaal effect op de uitvoering in onze gemeente. Er zijn twee verrichtingen nodig: 1. Actualisatie Re-integratieverordening Participatiewet Zaanstreek-Waterland Aan de hand van de wijzigingen in de maatregelen vanuit het breed offensief is het nodig de re-integratieverordening te actualiseren. Het uitgangspunt voor deze wijzigingen is dat ze passen bij wat we in de praktijk nodig hebben. De inwoner als uitgangspunt en in onderlinge afstemming doen wat helpend is. 2. Intrekken van de 'Verordening Loonkostensubsidie Participatiewet Zaanstreek-Waterland 2015' Door de wetswijzigingen vervalt ook de verordeningsplicht over de wijze van het bepalen van de doelgroep loonkostensubsidie en de wijze van loonwaardebepaling.
De voorliggende aangepaste Re-integratieverordening is een resultaat van gesprekken uit de praktijk en het voldoen aan de wettelijke eisen. Voor dit laatste is de VNG modelverordening als uitgangspunt genomen. De wijzigingen zijn in nauwe samenwerking met de uitvoering/Werkom en regiogemeenten voorbereid. Om het inzichtelijk te maken is een globaal overzicht van de wijzigingen per artikel toegevoegd, zie bijlage 1 'Globaal overzicht wijzigingen re-integratie Participatiewet Zaanstreek-Waterland 2025. Wat betekenen deze wijzigingen ten aanzien van het aanbod en de uitvoering? • Voor de inwoner Het aanbod zelf verandert inhoudelijk minimaal. Wel verbeteren we de communicatie over de mogelijkheden en wordt het nu makkelijker gemaakt voor inwoners om een aanvraag voor ondersteuning op maat te doen bij de gemeente. • Voor de werkgever Ook voor werkgevers verandert het aanbod zelf minimaal, maar bieden we meer transparantie over de mogelijkheden voor werkgevers en op welke manier werkgevers daar gebruik van kunnen maken. • Voor de uitvoering De mogelijkheid om integraal samen te werken wordt vergroot zodat de uitvoering beter in kan spelen op de behoeften van de inwoner.
Meetbare doelstellingen: Het doel van deze verordening is om inwoners te ondersteunen bij het vinden van een duurzame werkplek en werkgevers te ondersteunen bij het in dienst nemen van mensen met een arbeidsbeperking. Dit moet leiden tot een steeds meer inclusieve arbeidsmarkt. Aan de hand van cijfers (aantal mensen met een arbeidsbeperking dat een baan vindt) door de jaren heen meten we de resultaten.
blz. 3 van 41
Registratienummer: 1605772 Onderwerp: Re-integratieverordening Participatiewet Zaanstreek-Waterland 2025
Financiële consequenties: We verwachten dat deze wijzigingen kostenneutraal kunnen worden uitgevoerd en dus kunnen worden bekostigd uit de beschikbare budgetten. De afgelopen jaren hebben we gezien dat hier ruim voldoende budget beschikbaar is. Communicatie: Punt van aandacht is een versimpelde uitleg van de re-integratieverordening zodat inwoners en werkgevers weten welke voorzieningen er bestaan. De Re-integratieverordening Participatiewet Zaanstreek-Waterland 2025 wordt bekendgemaakt in het Gemeenteblad. Privacy: Niet van toepassing. Monitoring/evaluatie: Samen met Werkom blijven we regulier monitoren in welke mate we met het re-integratieaanbod aansluiten op de behoeften van werkzoekenden/ werkgevers en welke effecten we zien. Voorstel: Over te gaan tot vaststeiiing van de nieuwe 'Re-integratieverordening Participatiewet ZaanstreekWaterland 2025'. Burgemeester en wethouders van Purmerend, de secretaris de burgemeester,
Bijlagen: 1.
2.
Globaal overzicht wijzigingen Re-integratieverordening Participatiewet ZaanstreekWaterland 2025 Was-wordt-tabel Re-integratieverordening Participatiewet Zaanstreek-Waterland 2025
blz. 4 van 41
Registratienummer: 1605772 Onderwerp: Re-integratieverordening Participatiewet Zaanstreek-Waterland 2025 De raad van de gemeente Purmerend,
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 17 december 2024 gelet op de artikelen Ba, eerste lid, aanhef en onder a, c, den e, en tweede lid, en 1ob, zevende lid, van de Participatiewet,
BESLUIT:
Vast te stellen de Re-integratieverordening Participatiewet Zaanstreek-Waterland 2025.
blz. 5 van 41
Registratienummer: 1605772 Onderwerp: Re-integratieverordening Participatiewet Zaanstreek-Waterland 2025
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Algemene bepalingen In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: • beschut werk: werk in een beschutte omgeving en onder aangepaste omstandigheden als bedoeld in artikel 1ob van de wet; • doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet; • interne werkbegeleiding: door een collega geboden dagelijkse werkbegeleiding op de werkvloer omdat de werknemer anders niet in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren, en waarbij sprake is van meer dan de gebruikelijke begeleiding van een werknemer op een werkplek; • jobcoaching: door een erkende deskundige geboden methodische ondersteuning aan personen met een arbeidsbeperking en aan werkgevers, gericht op het vinden en behouden van werk; • mantelzorg: langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeituit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt.
• persoonlijke ondersteuning bij werk: ondersteuning als bedoeld in artikel 1o, eerste en derde lid, van de wet en begeleiding op de werkplek als bedoeld in artikel 1oda van de wet; • praktijkroute: het proces om de persoon, behorend tot de doelgroep, toegang tot het doelgroepenregister te laten verkrijgen op basis van loonwaardevaststelling op de werkplek; • wet: Participatiewet. • Scholings-begeleidingsvoucher: een vorm van subsidie om scholing en/of begeleiding mogelijk te maken. • voorziening: door het college noodzakelijk geachte voorziening, gericht op arbeidsinschakeling waaronder mede wordt begrepen persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van opgedragen taken; • werkgever: degene die op basis van een arbeidsovereenkomst de bevoegdheid heeft om de arbeid van een werknemer gedurende een overeengekomen periode aan te wenden in zijn organisatie; • werknemer: persoon die op basis van een arbeidsovereenkomst arbeid verricht bij de werkgever, daaronder begrepen een persoon als bedoeld in artikel 1od eerste of tweede lid van de wet met wie de werkgever een dienstbetrekking is aangegaan, dan wel dit van plan is; • werkvoorzieningen: voorzieningen als bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder f, van de wet;
Hoofdstuk 2. Beleid en financiën Artikel 2. Evenwichtige verdeling en evaluatie 1. Het college biedt aan een persoon uit de doelgroep ondersteuning bij de arbeidsinschakeling en voor zover het college dat noodzakelijk acht een voorziening gericht op arbeidsinschakeling. 2. Bij de keuze van de mogelijkheden van ondersteuning en het aanbieden van voorzieningen, biedt het college maatwerk. Daarbij wordt door het college een afweginggemaakt, waarbij gekeken wordt of de voorziening, gelet op de mogelijkheden, capaciteiten en wensen van de belanghebbende, het meest doelmatig is met het oog op inschakeling in de arbeid. 3. Het college draagt zorg voor voldoende diversiteit in het aanbod aan ondersteuning en voorzieningen. blz. 6 van 41
Registratienummer: 1605772 Onderwerp: Re-integratieverordening Participatiewet Zaanstreek-Waterland 2025
4.
Het college houdt bij het aanbieden van de in deze verordening opgenomen voorzieningen rekening met de omstandigheden en functionele beperkingen van een persoon. De omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van die persoon en de mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan: a) de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar, en b) de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg.
Hoofdstuk 3. Voorzieningen Artikel 3. Algemene bepalingen over voorzieningen 1. Het college kan een voorziening weigeren als: a) de persoon ten behoeve van wie de voorziening zou worden verstrekt niet behoort tot de doelgroep; b) de persoon onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek dat nodig is voor het beoordelen van het recht op de voorziening; c) de persoon een beroep kan doen op een voorziening op basis van een andere wettelijke regeling, waardoor er sprake is van een voorliggende voorziening; d) de voorziening naar het oordeel van het college onvoldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling; of e) er niet wordt voldaan aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. 2.
Het college kan een voorziening beëindigen als: a) de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet, de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet nakomt; b) de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep; c) de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt· waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze verordening genoemde voorzieningen, tenzij het betreft een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de wet; d) naar het oordeel van het college de voorziening niet langer bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling; e) de voorziening naar het oordeel van het college niet meer geschikt is voor de persoon die gebruikmaakt van de voorziening; f) de persoon die aan de voorziening deelneemt niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening; g) de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. 3.
Het college biedt de goedkoopst adequate voorziening aan, houdt bij het voorzieningenaanbod rekening met andere voorzieningen die in het kader van het sociaal domein beschikbaar zijn en stemt het aanbod, als dat nodig is, intern af zodat het optimaal bijdraagt aan een integrale ondersteuning van de persoon. Het college houdt bij de afstemming ook rekening met voorzieningen op grond van andere wettelijke regelingen en stemt dit af in het plan van aanpak, bedoeld in artikel 4a van de wet.
blz. 7 van 41
Registratienummer: 1605772 Onderwerp: Re-integratieverordening Participatiewet Zaanstreek-Waterland 2025
Artikel 4. Werkervaringsplaats 1. Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep een werkervaringsplaats aanbieden. 2. Het doel van een werkervaringsplaats is het opdoen van werkervaring of het leren functioneren in een arbeidsrelatie. 3. Het college plaatst de persoon uitsluitend als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. 4. In een schriftelijke overeenkomst wordt in ieder geval vastgelegd: a) het doel van de werkervaringsplaats, en b) de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt. c) het aantal uren per week waarop activiteiten worden verricht en wat deze activiteiten inhouden. 5. Een werkervaringsplaats duurt maximaal zes maanden. Bij uitzondering kan deze periode met maximaal nog eens zes maanden worden verlengd. 6. Het college kan de werkervaringsplaats ondersteunen met een detacheringsovereenkomst. De werknemer wordt voor het verrichten van arbeid gedetacheerd bij een onderneming. De detachering wordt vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst, zoals bedoeld in lid 4, tussen zowel de werkgever en inlenende organisatie als tussen de werknemer en inlenende organisatie. Artikel 5. Sociale activering 1. Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep activiteiten aanbieden in het kader van sociale activering. 2.
Het college stemt de duur van de in het eerste lid bedoelde activiteiten af op de mogelijkheden en capaciteiten van die persoon. 3. Het college biedt de activiteiten uitsluitend aan als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. Artikel 6. Scholing en begeleiding Er zijn drie vormen van scholing/begeleiding die zijn uitgewerkt in leden 1,2 en 3: 1. Het college kan een werkgever een eenmalige bijdrage, de scholingsbegeleidingsvoucher (subsidie), verstrekken bij het aanbieden van een arbeidsovereenkomst of werkervaringsplaats. 2. Het college kan aan een persoon uit de doelgroep direct scholing/begeleiding in een kansberoep/kans-sector in de economie aanbieden zonder dat er een koppeling aan een werk of werkervaringsplaats is. 3. Het college biedt aan een persoon die in het kader van een participatieplaats werkzaamheden verricht, en niet over een startkwalificatie beschikt, na een periode van zes maanden scholing of opleiding aan. De scholing of opleiding wordt alleen aangeboden nadat in voldoende mate door het college is gebleken dat de scholing of opleiding een reële bijdrage levert aan de toeleiding naar de arbeidsmarkt. 4. Het college stelt nadere regels ten aanzien van de doelgroep, duur van de subsidie, de hoogte en de verplichtingen die aan de subsidie in lid 1 worden verbonden. 5.
Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de doelgroep, duur van de bijdrage, de hoogte en de verplichtingen die aan de bijdrages in lid 2 en 3 worden verbonden. 6. Voorgaande leden zijn niet van toepassing op personen als bedoeld in artikel 7, derde lid, onderdeel a, van de wet.
blz. 8 van 41
Registratienummer: 1605772 Onderwerp: Re-integratieverordening Participatiewet Zaanstreek-Waterland 2025
Artikel 7. Participatieplaats 1 Het college kan een persoon van 27 jaar of ouder met recht op algemene bijstand overeenkomstig artikel 1oa van de wet on beloonde additionele werkzaamheden laten verrichten. 2 Het college zorgt ervoor dat de te verrichten additionele werkzaamheden worden vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst die wordt ondertekend door het college, de werkgever en de persoon die de additionele werkzaamheden gaat verrichten. 3 De premie, bedoeld in artikel 10a, zesde lid, van de wet bedraagt maximaal € 30o per zes maanden bij een gemiddelde arbeidsduur van 36 uur per week, mits in die zes maanden voldoende is meegewerkt aan het vergroten van de kans op inschakeling in het arbeidsproces. De premie wordt naar rato gekort bij een lager aantal gewerkte uren en verzuim. 4 Om in aanmerking te komen voor een premie verricht de uitkeringsgerechtigde zoals bedoeld in het eerste lid gemiddeld minimaal acht uur per week on beloonde additionele werkzaamheden. Artikel 8. Participatievoorziening beschut werk 1 Het college biedt de voorziening beschut werk aan een persoon aan van wie is vastgesteld dat deze alleen in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. 2.
Ter uitvoering van de taak genoemd in het vorige lid kan het college naast het zelf, al dan niet via een gemeentelijke uitvoeringsorganisatie, bieden van een dienstbetrekking, ook werkgevers in staat stellen een dienstbetrekking aan te gaan waarbij de betrokkene in een beschutte omgeving en onder aangepaste omstandigheden werkzaamheden verricht. 3. Het college kan een werkgever, op diens aanvraag, subsidie verlenen voor extra organisatiekosten, zoals werkplek aanpassingen en persoonlijke voorzieningen of andere voorzieningen die verband houden met de dienstbetrekking in het kader van beschut werk. 4. Het college stelt nadere regels vast ten aanzien van de subsidie genoemd in het derde lid. 5. Om de in artikel 1ob, eerste lid, van de Participatiewet bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken kan het college onder andere de volgende ondersteunende voorzieningen inzetten: loonkostensubsidie op grond van artikel 1od, van de Participatiewet, fysieke aanpassingen van de werkplek of de werkomgeving, uitsplitsing van taken of aanpassingen in de wijze van werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur of vervoersvoorzieningen. 6.
Indien blijkt dat het aantal geraamde beschut werkplekken in één jaar al is gerealiseerd, heeft in beginsel iemand van wie eerder is vastgesteld dat deze alleen in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft en nog niet in aanmerking is gekomen voor een beschut werkplek, voorrang op iemand van wie dat later is vastgesteld. 7. Voor zover nodig biedt het college passende ondersteuning aan tot aan het moment dat de dienstbetrekking aanvangt. Het kan hierbij gaan om: a) participatieplekken in samenhang met (arbeidsmatige) dagbesteding en participatie, al dan niet op basis van een WMO indicatie; b) sociale activering als bedoeld in artikel Si c) scholing als bedoeld in artikel 6; d) persoonlijke ondersteuning als bedoeld in artikel 1o; of e) schuldhulpverlening als bedoeld in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Artikel 9. Ondersteuning bij leer-werktraject 1. Het college kan overeenkomstig artikel 1of van de wet, ondersteuning aanbieden aan een persoon uit de doelgroep ten aanzien van wie het college van oordeel is dat een leerblz. 9 van 41
Registratienummer: 1605772 Onderwerp: Re-integratieverordening Participatiewet Zaanstreek-Waterland 2025
werktraject nodig is, voor zover deze ondersteuning nodig is voor het volgen van een leerwerktraject en het personen betreft: a) van zestien of zeventien jaar van wie de leerplicht of de kwalificatieplicht, bedoeld in de Leerplichtwet 1969, nog niet is geëindigd, of b) van achttien tot 27 jaar die nog geen startkwalificatie hebben behaald. Artikel 1o. Persoonlijke ondersteuning bij werk 1. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk aanbieden aan personen behorend tot de doelgroep. 2. Persoonlijke ondersteuning bij werk als bedoeld in het eerste lid wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 3, verstrekt overeenkomstig de bepalingen van Hoofdstuk 3A. Artikel 11. Aansprakelijkheid en ongevallen verzekering Het college kan aan werkgevers een voorziening bieden voor de dekking van aansprakelijkheid en ongevallen tijdens het onbetaalde werk. Artikel 12. Proefplaatsing 1. Het college kan, als dit door hem noodzakelijk wordt geacht, een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet die algemene bijstand ontvangt, toestemming verlenen om op een proefplaats bij een werkgever voor de duur van twee maanden, met de mogelijkheid tot verlenging met maximaal vier maanden, on beloonde werkzaamheden te verrichten met behoud van uitkering. 2.
Het doel van een proefplaatsing is de arbeidsinschakeling van de persoon bij een werkgever te bevorderen, waarbij de proefplaats voor een zo beperkt mogelijke duur wordt ingezet. 3. De proefplaatsing kan worden ingezet om een persoon zoals bedoeld in lid 1, bij een werkgever on beloonde werkzaamheden te laten verrichten mede met het oog op een reële vaststelling van de loonwaarde. 4. Voor een proefplaatsing wordt uitsluitend toestemming verleend als: a. de persoon, gelet op zijn vaardigheden en capaciteiten, tot de werkzaamheden in staat is; b. het college verwacht dat de plaatsing bijdraagt aan het vergroten van de kans op arbeidsinschakeling; c. de werkzaamheden van de persoon niet al eerder onbeloond door hem bij die werkgever, of diens rechtsvoorganger, zijn verricht; en d. de werkgever de intentie heeft de kandidaat, bij goed functioneren, na afloop van de proefplaatsing een arbeidsovereenkomst van minimaal zes maanden aan te bieden zonder proeftijdbeding. 5. Het college weigert de toestemming, bedoeld in het eerste lid, als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de persoon ook zonder proefplaatsing kan worden aangenomen voor dat werk. 6. Er kunnen bijzondere omstandigheden zijn waardoor iemand meer tijd nodig heeft om te laten zien dat hij geschikt is voor het werk. In dit geval bedraagt de proefplaatsing maximaal 6 maanden.
Het college kan een persoon op een proefplaats persoonlijke ondersteuning bij werk en werkvoorzieningen toekennen overeenkomstig de bepalingen van Hoofdstuk 3A. Artikel 13. jongerenvoucher (subsidie) 1. Het college kan een werkgever een eenmalige subsidie verstrekken voor het bieden van een (leer)werkplek aan een jongere tot 27 jaar.
blz. 1o van 41
Registratienummer: 1605772 Onderwerp: Re-integratieverordening Participatiewet Zaanstreek-Waterland 2025
2.
Het college stelt nadere regels ten aanzien van de doelgroep, duur van de subsidie, de hoogte en de verplichtingen die aan de subsidie worden verbonden. Deze regels zijn vastgelegd in de subsidieregeling 'Stimuleringssubsidie Zaanstreek-Waterland'.
Artikel 14 Stimuleringssubsidie 1. Het doel van de stimuleringssubsidie is om werkgevers te stimuleren vacatures beschikbaar te stellen om de doelgroep een kans te geven in hun bedrijf. De stimuleringssubsidie wordt verstrekt ter compensatie van lagere arbeidsproductiviteit en/of benodigde begeleiding. 2. Het college kan een tijdelijke stimuleringssubsidie, verstrekken aan werkgevers die met een persoon die behoort tot de doelgroep een arbeidsovereenkomst sluiten. 3. De subsidie wordt uitsluitend verstrekt als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en geen verdringing plaatsvindt. 4. Het college stelt nadere regels ten aanzien van de doelgroep, duur van de subsidie, de hoogte en de verplichtingen die aan de subsidie worden verbonden. Deze regels zijn vastgelegd in de subsidieregeling 'Stimuleringssubsidie Zaanstreek-Waterland'. Artikel 15. Tegemoetkoming opstartkosten regulier werk 1. De belanghebbende die reguliere arbeid aanvaardt ten gevolge waarvan hij volledig in de kosten van bestaan kan voorzien, kan een eenmalige tegemoetkoming in noodzakelijke opstartkosten met een maximum van € 750,- aanvragen. 2.
Aan het ontvangen van deze premie is de voorwaarde verbonden, dat de belanghebbende onmiddellijk voorafgaand aan zijn indiensttreding ten minste twee jaar uitkering voor levensonderhoud heeft ontvangen op grond van de wet, de loaw of de loaz. Deze periode van twee jaar mag niet onderbroken zijn geweest met een periode langer dan drie maanden. 3. Er bestaat geen recht op deze tegemoetkoming als binnen een periode van vijf jaar voorafgaande aan het moment van uitstroom al eerder een bedrag is verstrekt voor noodzakelijke opstartkosten om in een reguliere baan aan het werk te kunnen. 4. Onder noodzakelijke opstartkosten wordt in dit artikel verstaan: kosten die direct verband houden met het aanvaarden van een baan. Artikel 16. Onkostenvergoeding vrijwilligerswerk 1. Het college kan aan de belanghebbende van 27 jaar of ouder, doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd een onkostenvergoeding voor het verrichten van onbetaalde maatschappelijk nuttige activiteiten verstrekken. 2.
De vergoeding wordt slechts toegekend indien het college voor het verrichten van de activiteiten vooraf toestemming heeft verleend en voor zolang de activiteiten het verkrijgen van betaalde arbeid niet verhinderen of bemoeilijken en voor zover er geen onkostenvergoeding zoals bedoeld in artikel 31, lid 2 onder k van de wet van de organisatie(s) waarbij het vrijwilligerswerk wordt verricht, is of wordt ontvangen. 3. Voorwaarden voor het verkrijgen van de vergoeding zijn: a) De belanghebbende is naar verwachting binnen een periode van een jaar niet bemiddelbaar naar betaalde arbeid; b) de belanghebbende verleent alle medewerking aan een met hem overeengekomen traject of een anderszins met hem overeengekomen of aan hem opgelegde activeringsactiviteiten; c) de activiteiten worden gedurende tenminste acht uren per week verricht; d) de activiteiten hebben gedurende tenminste zes maanden in een kalenderjaar plaatsgevonden. 4. De onkostenvergoeding bedraagt € 764,- per kalenderjaar.
blz. 11 van 41
Registratienummer: 1605772 Onderwerp: Re-integratieverordening Participatiewet Zaanstreek-'Waterland 2025
Artikel 17. Premie arbeidsinschakeling 1. Het college kan een of tweemaal per jaar een premie toekennen aan iemand van de doelgroep, voor zover dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan zijn arbeidsinscha kei ing. 2. Het college stelt nadere regels vast voor de hoogte en de voorwaarden die aan de premie worden verbonden. Artikel 18. Detacheringsbanen 1. Het college kan aan een persoon die behoort tot de doelgroep een dienstverband aanbieden, gericht op arbeidsinschakeling. 2. Het college kan een organisatie aanwijzen die in opdracht van of namens de gemeente het werkgeverschap voor de banen, zoals bedoeld in het eerste lid, uitvoert. 3. De werknemer wordt voor het verrichten van arbeid gedetacheerd bij een organisatie. De detachering wordt vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst tussen zowel de werkgever en de inlenende organisatie, als tussen de werknemer en de inlenende organisatie. Artikel 19. Overige voorzieningen Het college kan een persoon uit de doelgroep een vergoeding verstrekken voor noodzakelijke extra kosten die gemaakt worden in het kader van een traject gericht op arbeidsinschakeling. Artikel 2o. Innovatie 1. Het college kan, als experiment in het kader van het onderzoeken en toepassen van mogelijkheden om de participatie te bevorderen, afwijken van het bepaalde in deze verordening.
Bij een experiment worden de effecten onderzocht van nieuwe vormen van ondersteuning, welke niet in of op grond van deze verordening zijn geregeld. 2. De duur van een experiment als bedoeld in het eerste lid is ten hoogste drie jaar. 3. Het experiment wordt afgesloten met een evaluatie. Als deze evaluatie noodzaakt tot bijstelling van deze verordening kan de periode zoals genoemd in het tweede lid worden verlengd tot aan het moment van inwerkingtreding van de bijstelling.
Hoofdstuk 3A Specifieke bepalingen doelgroep Breed Offensief Paragraaf 3A.1 Administratief proces loonkostensubsidie Artikel 21a. Specifiek aanvraagproces loonkostensubsidie 1. Het doel van loonkostensubsidie is om werkgevers te stimuleren personen met een arbeidsbeperking die niet zelfstandig het wettelijk minimumloon kunnen verdienen, in dienst te nemen en te houden. Werkgevers ontvangen middels een loonkostensubsidie een vergoeding voor verminderd arbeidsvermogen. 2. Het college verstrekt overeenkomstig artikel 1od, van de wet, ambtshalve of op melding/aanvraag, loonkostensubsidie aan de werkgever die voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan met een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. 3. Het college bevestigt de ontvangst van de melding/aanvraag schriftelijk aan de werkgever, of als de melding/aanvraag wordt gedaan door de persoon, aan de werkgever en de persoon. 4. Indien een persoon nog niet tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort wordt deze melding/aanvraag ook beschouwd als een melding/aanvraag om vast te stellen of deze persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, bedoeld in artikel 1oc, eerste lid, onder a, van de wet. Indien dit verzoek wordt ingediend na het begin van de dienstbetrekking voor een persoon
blz. 12 van 41
Registratienummer: 1605772 Onderwerp: Re-integratieverordening Participatiewet Zaanstreek-Waterland 2025
5.
6.
als bedoeld in artikel 1od, tweede lid, van de wet, wordt door middel van de Praktijkroute bepaald of een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. Het college stelt binnen 13 weken na ontvangst van de melding/aanvraag de loonwaarde vast, tenzij in overleg met de werkgever toepassing wordt gegeven aan artikel 1od, vijfde lid, van de wet. Het college neemt bij het verstrekken van de loonkostensubsidie het preferente proces loonkostensubsidie in acht.
Paragraaf 3A.2 Procedure persoonlijke ondersteuning bij werk en werkvoorzieningen Artikel 21b. Voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk en werkvoorzieningen 1. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk en werkvoorzieningen verstrekken ten behoeve van een persoon met een arbeidsbeperking. 2. Bij de toekenning van persoonlijke ondersteuning bij werk en werkvoorzieningen gelden, onverminderd het bepaalde in artikel 3, de volgende voorwaarden: a. de persoon behoort tot de doelgroep; b. de persoon kan zonder deze vorm van ondersteuning niet aan het arbeidsproces deelnemen; c. de werkgever biedt een dienstbetrekking aan van tenminste zes maanden, met een minimale arbeidsduur van 12 uur per week; d. het betreft geen Arbo-taak waarvoor de werkgever verantwoordelijk is; e. het betreft geen meeneem bare voorziening die tot de standaarduitrusting van de werkgever behoort of algemeen gebruikelijk is in een organisatie; f. er is naar het oordeel van het college geen sprake van een werkplekaanpassing die in zijn algemeenheid van de werkgever kan worden verlangd; en g. de kosten van de voorziening(en) zijn naar het oordeel van het college proportioneel, dat wil zeggen dat de investering in de voorziening moet opwegen tegen de opbrengsten van uitstroom naar werk. Artikel 21c. Aanvraagprocedure persoonlijke ondersteuning bij werk en werkvoorzieningen 1.
Een aanvraag om persoonlijke ondersteuning bij werk en werkvoorzieningen kan bij het college worden ingediend door de persoon of zijn werkgever. Het college kan hiervoor een aanvraagformulier vaststellen. 2. Het college bevestigt de ontvangst van de aanvraag. 3. Het college onderzoekt, zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk acht weken na de aanvraag, de mogelijkheden en ondersteuningsbehoefte van de persoon. 4. Het college bepaalt na overleg met de persoon, en indien van toepassing met de werkgever, welke ondersteuning of voorziening(en) het beste kunnen bijdragen aan de arbeidsinschakeling. 5. Het college onderzoekt, voor zover nodig en gelet op de omstandigheden van de persoon, in daartoe voorkomende gevallen de mogelijkheden om door samenwerking met andere partijen, onder meer op het gebied van (publieke) gezondheid, jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning, onderwijs, schuldhulpverlening, welzijn en wonen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde integrale dienstverlening met het oog op de arbeidsinschakeling, bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g, onderdeel 1, of de wijze van voortgezette persoonlijke ondersteuning bij de overgang van onderwijs naar werk, van werk naar onderwijs en van werk naar werk bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g, onderdeel 2, van de wet.
blz. 13 van 41
Registratienummer: 1605772 Onderwerp: Re-integratieverordening Participatiewet Zaanstreek-Waterland 2025
Artikel 21d. Inhoud beschikking persooniijke ondersteuning bij werk en werkvoorzieningen Het college geeft in een beschikking tot toekenning van persoonlijke ondersteuning of een werkvoorziening in ieder geval aan: a. welke persoonlijke ondersteuning of werkvoorziening wordt verstrekt; b. als subsidie wordt verstrekt, wat de omvang is van het subsidiebedrag; c. de duur en intensiteit van de ondersteuning; d. de ingangsdatum van de ondersteuning of werkvoorziening; e. als de verstrekking afwijkt van wat is aangevraagd, wat de reden is van afwijking; en f. voor zover van toepassing, welke andere ondersteuning of voorziening relevant is, of kan zijn, waaronder de wijze waarop de persoon integraal kan worden ondersteund.
1.
Paragraaf 3A.3 Specifieke bepalingen persoonlijke ondersteuning bij werk Artikel 21e. Persoonlijke ondersteuning bij werk Persoonlijke ondersteuning bij werk is een individuele voorziening waarbij een persoon met een arbeidsbeperking begeleiding krijgt bij het uitvoeren van zijn taken, zonder die ondersteuning zou die persoon niet in staat zijn aan het arbeidsproces deel te nemen. Naast coaching worden ook belemmeringen weggenomen. De persoonlijke begeleiding bij werk is gericht op werk en de combinatie van werk en de thuissituatie. Persoonlijke ondersteuning bij werk heeft ais doei dat een werknemer wordt begeleid naar een situatie waarin hij uiteindelijk zonder deze voorziening bij een reguliere werkgever werkzaam kan zijn. Dit betekent dat de werknemer aan het einde van de begeleidingsperiode zelfstandig zijn werk kan uitvoeren en/of de werkgever zelf in staat is hem (verder) te begeleiden op zijn werkplek. 2. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van jobcoaching in natura verstrekken door middel van: a. een gemeentelijke/eigen jobcoach: de gemeente heeft zelf jobcoaches in dienst of de jobcoach is werkzaam bij een gemeenschappelijke regeling of een participatiebedrijf/ uitvoeringsbedrijf, of b.
een externe jobcoach: een zelfstandige of in dienst van een extern bureau/organisatie, waarbij de gemeente de uitvoering van de jobcoaching heeft ingekocht; 3. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van een subsidie toekennen aan de werkgever voor: a. een interne jobcoach in dienst van de werkgever of een jobcoach die door de werkgever is ingehuurd. Als het beter is voor de jongere om in de overgang van school naar werk tijdelijk de schooljobcoach in te zetten, dan kan dit met de werkgever en jongere besproken worden. De schooljobcoach / stagejobcoach vanuit het praktijkonderwijs of voortgezet speciaal onderwijs van de jongere kan als tijdelijke jobcoach functioneren om de drempel te verlagen van de overgang van school/stage naar werk, of b. interne werkbegeleiding door een interne werkbegeleider: een collega-werknemer in dienst van de werkgever. 4. De in het tweede en derde lid genoemde persoonlijke ondersteuning bij werk kan ook worden ingezet bij een proefplaatsing voorafgaand aan de dienstbetrekking. 5. Het college verstrekt per periode steeds maar een van de typen persoonlijke ondersteuning bij werk, zoals bedoeld in het tweede en derde lid. 6. Er wordt gestreefd naar zo min mogelijk jobcoaches per bedrijf. Werkgevers hebben de voorkeur dat, wanneer zij meerdere kandidaten van UWV en gemeenten aan het werk hebben, er met één jobcoach wordt gewerkt.
7. Er moet gerapporteerd worden over de voortgang en resultaten van de persoonlijke ondersteuning bij werk. Het college kan hiervoor een voortgangsrapportageformulier vaststellen. 1.
blz. 14 van 41
Registratienummer: 1605772 Onderwerp: Re-integratieverordening Participatiewet Zaanstreek-Waterland 2025
Artikel 21f. Specifieke voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk De aanvraag voor persoonlijke ondersteuning bij werk moet binnen 26 weken na de ingangsdatum van de dienstbetrekking zijn ontvangen, tenzij voorafgaand aan of op het moment van aanvang van het dienstverband de noodzaak voor die ondersteuning redelijkerwijs nog niet bekend kon zijn. 2. Het college besluit op basis van individueel maatwerk, waarbij de aard, omvang, duur en intensiteit van de persoonlijke ondersteuning wordt gewogen. 1.
Artikel 21g. Kwaliteitseisen voor jobcoach/interne werkbegeleider De gemeentelijke/eigen jobcoach voldoet aantoonbaar aan de volgende kwaliteitseisen: a. een hbo-opleiding afgerond of hbo werk- en denkniveau; en b. een opleidingsmodule voor jobcoach gevolgd waarvoor een certificaat/diploma is behaald. 2. De externe jobcoach (organisatie): moet door middel van een bewijsstuk aantonen dat deze door het UWV is erkend op grond van de geldende 'Beleidsregel Erkennings- en intrekkingskader uitvoering persoonlijke ondersteuning UWV'. 3. De interne jobcoach in dienst van/ingehuurd door de werkgever voldoet aantoonbaar aan de volgende kwaliteitseisen: a. een hbo-opleiding met succes afgerond of hbo werk- en denkniveau; en b. een opleidingsmodule v_oor jobcoach gevolgd waarvoor een certificaat/diploma is behaald. 4. De interne werkbegeleider voldoet aantoonbaar aan de volgende kwaliteitseisen: a. een training gevolgd om werknemers met beperkingen te begeleiden op de werkplek zoals een Harrie/buddy training; b. aantoonbaar ervaring met het geven van werkinstructies; c. aantoonbaar ervaring met de werkzaamheden die de werknemer uitvoert; en d. voor een deel van zijn werkuren een vrijstelling om de begeleiding op zich te nemen. 5. De schooljobcoach voldoet aantoonbaar aan de volgende kwaliteitseisen: a. een hbo-opleiding met succes afgerond of hbo werk- en denkniveau; en b.
een opleidingsmodule voor jobcoach gevolgd waar voor een certificaat/diploma is behaald. 1.
Artikel 21h. Duur, intensiteit en kosten van de persoonlijke ondersteuning bij werk De jobcoach/interne werkbegeleider wordt ingezet vanaf de eerste dag dat het arbeidscontract dan wel de overeenkomst in werking treedt. 2. Persoonlijke ondersteuning bij werk bij een proefplaatsingsovereenkomst kan worden toegekend voor maximaal vijf uur per maand voor de duur van de proefplaatsing. 3. Persoonlijke ondersteuning bij werk heeft twee verschillende begeleidingsniveaus, namelijk 'licht' en 'midden'. Dit is de intensiteit van de begeleiding van de jobcoach/interne werkbegeleider die de werknemer naar verwachting nodig heeft, uitgedrukt in een maximum te besteden bedrag per jaar. De intensiteit is afhankelijk van de ondersteuningsbehoefte van de werknemer. 4. Voor persoonlijke ondersteuning bij werk gelden de maximum bedragen zoals vermeld in het geldende Besluit Normbedragen Voorzieningen UWV. 5. De bedragen zijn op basis van een dienstbetrekking tussen werkgever en werknemer van 24 uur of meer per week. De bedragen zijn all-in (o.a. reistijd/reiskosten) maar exclusief eventuele verschuldigde BTW. Indien de dienstbetrekking minder dan 24 arbeidsuren per week bedraagt, worden de bedragen naar rato verlaagd. 6.
Het college hanteert voor persoonlijke ondersteuning bij werk een uurtarief dat toereikend is voor het organiseren/inkopen van persoonlijke ondersteuning bij werk, waarbij het college zorgdraagt voor de kenbaarheid van de voor het betreffend jaar van toepassing zijnde tarieven. 7. Het maximum aantal uren persoonlijke ondersteuning bij werk volgt uit de combinatie van maximumbedrag, zoals bedoeld in lid 4, en het uurtarief, zoals bedoeld in lid 6. 1.
blz. 15 van 41
Registratienummer: 1605772 Onderwerp: Re-integratieverordening Participatiewet Zaanstreek-Waterland 2025
8.
Persoonlijke ondersteuning bij werk kan voor maximaal vier keer een half jaar worden toegekend. 9. In specifieke gevallen kan de periode genoemd in het vorige lid worden verlengd met twee keer een half jaar. 10. In beginsel wordt per half jaar geëvalueerd of persoonlijke ondersteuning bij werk nog langer noodzakelijk is. Het college kan echter tussentijds de intensiteit van de persoonlijke ondersteuning bij werk verhogen of verlagen binnen de actuele periode en binnen het actuele maximum budget. 11. Het is mogelijk om de uren persoonlijke ondersteuning bij werk waarvan het de bedoeling is deze in het tweede jaar in te zetten, deels over te hevelen naar het eerste jaar. Hieraan worden twee voorwaarden verbonden, namelijk: a. er dient sprake te zijn van een dienstbetrekking van minimaal één jaar waarbij de intentie er is om de dienstbetrekking na één jaar voor minimaal een half jaar te verlengen; en b. de overheveling van de uren is noodzakelijk voor het bevorderen van een duurzame arbeidsinpassing. 12. Het college kan afwijken van de in het derde lid bedoelde maximale bedragen/begeleidingsniveau, voor zover toepassing daarvan, gelet op het belang dat beoogt te worden beschermd, leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. 13.
Een werknemer die bij een andere werkgever dezelfde of andersoortige werkzaamheden gaat verrichten, kan opnieuw in aanmerking komen voor een jobcoach/interne werkbegeleider, indien het college dit noodzakelijk acht. Artikel 21i. Jobcoaching in natura Het college kan ambtshalve, of op aanvraag van werknemer of werkgever, jobcoaching in natura aanbieden. 2. Bij aanvragen om jobcoaching in natura en de voorbereiding van een beschikking op de aanvraag is het bepaalde in de artikelen 21e tot en met 21h van overeenkomstige toepassing.
1.
Artikel 21j. Subsidie voor het organiseren van persoonlijke ondersteuning bij werk 1. Het college kan op aanvraag van werknemer of werkgever subsidie voor het organiseren van persoonlijke ondersteuning bij werk verlenen aan de werkgever. 2. De subsidie voor de inzet van een interne jobcoach in dienst van de werkgever of een jobcoach die door de werkgever is ingehuurd (zoals bedoeld in artikel 21e, tweede lid onder a) of de interne werkbegeleider (zoals bedoeld in artikel 21e, derde lid onder b) wordt door de gemeente verstrekt aan de werkgever. 3. Subsidie voor het organiseren van persoonlijke ondersteuning bij werk kan, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 21e tot en met 21h, worden verleend als de persoon voor wie de subsidie wordt gevraagd daarvan op de hoogte is en schriftelijk instemt met het organiseren van persoonlijke ondersteuning bij werk door de werkgever.
Paragraaf 3A.4 Specifieke bepalingen werkvoorzieningen Artikel 21k. Specifieke voorwaarden toekenning vervoersvoorziening 1. Het college kan een vervoersvoorziening toekennen aan een persoon, met uitzondering van diegene met een visuele beperking, die door zijn beperking niet zelfstandig naar zijn werkplek, proefplaats of opleidingslocatie kan reizen. Deze vervoersvoorziening kan zowel in natura als in de vorm van een vergoeding in geld worden verstrekt. 2. Het college biedt een vervoersvoorziening aan als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de persoon kan door zijn beperking niet zelfstandig reizen of gebruik maken van het openbaar vervoer; en; b. het vervoer is beperkt tot woon-werkverkeer. blz. 16 van 41
Registratienummer: 1605772 Onderwerp: Re-integratieverordening Participatiewet Zaanstreek-Waterland 2025
3. 4.
De hoogte van de vergoeding in geld hangt af van het aantal dagen dat moet worden gewerkt en bedraagt het in de markt reguliere tarief voor een taxi of een andere vorm van vervoer. Het college brengt een eventueel bedrag voor een vervoersvoorziening van de werkgever aan de werknemer in mindering op de te verstrekken vervoersvoorziening.
Artikel 21l. Specifieke voorwaarden noodzakelijke intermediaire activiteit bij motorische beperking Het college kan een voorziening in de vorm van een intermediaire activiteit toekennen die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende motorische lichaamsfunctie. Artikel 21m. Specifieke voorwaarden meeneem bare voorzieningen Het college kan een meeneembare voorziening toekennen, als dit nodig is voor de persoon om te kunnen werken. 2. Er is geen limitatieve lijst van voorzieningen. In principe kan elk product als een meeneembare voorziening worden beschouwd als de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer aantoonbaar is. 3. De meeneembare voorziening wordt in principe in bruikleen beschikbaar gesteld. In bijzondere gevallen kan het college besluiten de voorziening in eigendom te verstrekken. 1.
Artikel 21n. Specifieke voorwaarden werkplekaanpassingen Het college kan een aanpassing van de werkplek toekennen aan een persoon, als dit noodzakelijk is om zijn werk uit te voeren. In beginsel kan daarbij elk product als een werkplekaanpassing worden beschouwd als de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer aantoonbaar zijn. 2. De werkplekaanpassing wordt in principe in bruikleen beschikbaar gesteld aan de werkgever. In specifieke gevallen kan besloten worden de werkplekaanpassing in eigendom te verstrekken. 1.
Hoofdstuk 4. Slotbepalingen Artikel 22. Intrekken oude verordeningen en overgangsrecht 1. De "Re-integratieverordening Participatiewet Zaanstreek-Waterland 2015" en "Verordening loonkostensubsidie Participatiewet Zaanstreek-Waterland 2015" worden ingetrokken op de in artikel 23 bedoelde datum. 2. Een persoon die gebruik maakt van een toegekende voorziening op grond van de "Reintegratieverordening Participatiewet Zaanstreek-Waterland 2015", die moet worden beëindigd op grond van deze verordening, blijft in stand voor de periode waarvoor deze voorziening is toegekend, tenzij die voorziening eerder beëindigd moet worden op grond van de ingetrokken verordening. Artikel 23. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Re-integratieverordening Participatiewet Zaanstreek-Waterland 2025.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering d.d.
di er,
blz. 17 van
(n v
Registratienummer: 1605772 Onderwerp: Re-integratieverordening Participatiewet Zaanstreek-Waterland 2025
Toelichting Algemeen Er is gekozen voor een algemene, globale verordening. Dit heeft te maken met de aard van de opdracht die de raad heeft gekregen, te weten het bij verordening regels stellen waarin het beleid van de gemeente ten aanzien van haar re-integratietaak wordt neergelegd. Hieruit moet onder andere aandacht blijken voor de in de Participatiewet onderscheiden doelgroepen en de daarbinnen te onderscheiden subgroepen. Dit leent zich niet tot het formuleren van gedetailleerde regels die op iedere situatie van toepassing zijn. Immers, re-integratie is maatwerk. Het is afhankelijk van iemands mogelijkheden en beperkingen wat in het concrete geval een passend re-integratietraject is. Daarom wordt aan het college de bevoegdheid gegeven om op een aantal punten eigen afwegingen te maken. Artikel 10 van de Participatiewet bepaalt dat personen uit de doelgroep aanspraak hebben op ondersteuning bij de arbeidsinschakeling en de door het college noodzakelijk geachte voorziening. Het is daarbij van belang dat kenbaar is welke voorzieningen en ondersteuningsmogelijkheden er zijn. Daarom is ervoor gekozen in de verordening de voorzieningen vast te leggen die het college aanbiedt.
Met betrekking tot de volgende voorzieningen is de gemeenteraad verplicht om regels op te nemen in deze verordening: persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van opgedragen taken (artikelen Ba, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, onderdeel a ene, en 10, eerste lid, van de Participatiewet); scholing of opleiding, bedoeld in artikel 1oa, vijfde lid, van de Participatiewet (artikelen Ba, eerste lid, onderdeel c, en tweede lid, onderdeel b, van de Participatiewet); de premie, bedoeld in artikel 10a, zesde lid, Participatiewet (artikelen Ba, eerste lid, onderdeel d, en tweede lid, onderdeel b, van de Participatiewet); • participatievoorziening beschut werk, als bedoeld in artikel 1ob van de Participatiewet (artikelen 8a, eerste lid, onderdeel e, en 10b zevende lid, van de Participatiewet; • loonkostensubsidie, als bedoeld in artikel 1od, van de Participatiewet, voor zover het gaat om de vormgeving van het administratieve proces tot verstrekking hiervan (artikel Ba, tweede lid, onderdeel c, van de Participatiewet); • proefplaats (artikel Ba, tweede lid, onderdeel d, van de Participatiewet); • vervoersvoorziening, als bedoeld in artikel 1o, eerste lid, van de Participatiewet, die ertoe strekt dat de persoon zijn werkplek, proefplaats of opleidingslocatie kan bereiken (artikel Ba, tweede lid, onderdeel f, van de Participatiewet); • intermediaire activiteit, als bedoeld in
artikel 1o, eerste lid, van de Participatiewet, die noodzakelijk is in verband met motorische beperking (artikel Ba, tweede lid, onderdeel f, van de Participatiewet); • meeneem bare voorziening, als bedoeld in artikel 1o, eerste lid, van de Participatiewet, voor de inrichting van de werkplek, de productie- en werkmethoden, de inrichting van de opleidingslocatie of de proefplaats en de bij het werk of opleiding te gebruiken hulpmiddelen (artikel Ba, tweede lid, onderdeel f, van de Participatiewet); De regels dienen aandacht te besteden aan de wijze waarop, rekening houdende met de persoonlijke omstandigheden, ten behoeve van de doelgroep en doelgroep loonkostensubsidie, wordt voorzien in de integraliteit van de geboden ondersteuning bij de arbeidsinschakeling en de continuïteit van de geboden ondersteuning bij de overgang van onderwijs naar werk, van werk naar onderwijs en van werk naar werk (artikel Ba, eerste lid, onderdeel a en tweede lid, onderdelen a en g, en 10 eerste lid, van de Participatiewet). Aanpassingen naar aanleiding van wetswijziging 'Breed offensief' Bij brief van 7 september 2018 heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid blz. 18 van 41
Registratienummer: 1605772 Onderwerp: Re-integratieverordening Participatiewet Zaanstreek-Waterland 2025
onder de noemer "Breed offensief" maatregelen aangekondigd om meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen. Voor een deel was daar een wetswijziging voor nodig. In de wet "Wijziging van de Participatiewet en enkele andere wetten in verband met het verbeteren van de regeling voor loonkostensubsidie en enkele andere wijzigingen (uitvoeren breed offensief)" is het juridisch raamwerk rondom deze maatregelen neergelegd. Het doel van de maatregelen is dat meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk komen en blijven. Het gaat om mensen met een beperking die niet zelfstandig het minimumloon kunnen verdienen en vallen onder de doelgroep banenafspraak of die zijn aangewezen op beschut werk. De bij verordening te regelen uitwerking van deze maatregelen, opgenomen in artikel 8a, tweede lid, onder c tot en met g, van de Participatiewet, is neergelegd in hoofdstuk 3A. Daarmee wordt het uit de wet voortvloeiende belang van het bieden van specifieke ondersteuning voor deze doelgroep duidelijk geborgd.
Artikelsgewijze toelichting Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven worden hieronder behandeld. Artikel 1. Algemene bepalingen Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, Algemene wet bestuursrecht of de Gemeentewet worden niet afzonderlijk gedefinieerd in deze verordening. Deze zijn vanzelfsprekend van toepassing op deze verordening. Doelgroep De doelgroep wordt gevormd door personen zoals bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de Participatiewet. Het betreft: • personen die algemene bijstand ontvangen; • personen als bedoeld in artikel 34a, vijfde lid onderdelen b en c, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (hierna: WIA), artikel 35, vierde lid, onderdelen b en c, van de WIA en artikel 36, derde lid, onderdelen b en c, van de WIA tot het moment dat het inkomen uit arbeid in dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten jaren ten minste het minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon in die twee jaren geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d van de Participatiewet is verleend; en, die voor de arbeidsinschakeling zijn aangewezen op een door het college aangeboden voorziening.
• personen als bedoeld in artikel 1o, tweede lid, van de Participatiewet; • personen met een nabestaanden- of wezenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet(hierna: ANW); • personen met een uitkering ingevolge de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (hierna: IOAW); • personen met een uitkering ingevolge de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (hierna: IOAZ); • personen zonder uitkering; en, die voor de arbeidsinschakeling zijn aangewezen op een door het college aangeboden voorziening. Interne werkbegeleiding Interne werkbegeleiding is een vorm van persoonlijke ondersteuning bij werk die wordt geboden door een interne werkbegeleider. Een interne werkbegeleider is een directe collega van een werknemer met een beperking die hem bij de dagelijkse werkzaamheden begeleidt omdat hij zonder die begeleiding niet in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren. Het moet hierbij gaan om, in verband met de beperking, meer dan gebruikelijke begeleiding. Om als interne werkbegeleider in het kader van de verordening te kunnen worden beschouwd is het noodzakelijk dat men de vaardigheden heeft om de begeleiding op een kwalitatief verantwoorde manier te kunnen bieden. blz. 19 van 41
Registratienummer: 1605772 Onderwerp: Re-integratieverordening Participatiewet Zaanstreek-Waterland 2025
De wetgever spreekt in dit verband van opgeleide collega's, niet zijnde jobcoaches, die persoonlijke ondersteuning op de werkvloer verlenen (Kamerstukken Il 2019/20, 35 394, n. 3, p. 56). Zie verder de toelichting bij artikel 21g. Jobcoaching Jobcoaching is een vorm van persoonlijke ondersteuning bij werk die wordt geboden door een jobcoach. Een jobcoach is een erkende deskundige die een werknemer met een beperking en/of zijn werkgever methodische ondersteuning biedt, zodat de werknemer een passende baan kan vinden en behouden. Om als jobcoach in het kader van de verordening te kunnen worden beschouwd is het noodzakelijk dat men voldoet aan een aantal eisen die er op zijn gericht om de professionaliteit en de kwaliteit van de jobcoaching te waarborgen. Zie verder de toelichting bij artikel 21g. Persoonlijke ondersteuning bij werk Persoonlijke ondersteuning als bedoeld in artikel 1o, eerste en derde lid, van de Participatiewet moet in samenhang met artikel 8a, tweede lid, onderdeel een artikel 1oda, van de Participatiewet worden begrepen als een door het college noodzakelijk geachte voorziening gericht op het verkrijgen, verrichten en behouden van arbeid. In de memorie van toelichting bij artikel 8a, tweede lid, onderdeel e, van de Participatiewet wordt eerst aangegeven dat de gemeenteraad een breed aanbod van beschikbare instrumenten moet opnemen in de verordening.
Vervolgens wordt alleen nader ingegaan op de jobcoach. De begrippen persoonlijke ondersteuning en jobcoach zijn evenwel niet identiek. Het begrip persoonlijke ondersteuning is ruimer. Het kan bij persoonlijke ondersteuning zowel gaan om een gekwalificeerde expert (jobcoach) als om een getrainde persoon die binnen het bedrijf zorgdraagt voor de dagelijkse werkbegeleiding (ook wel een "Harrie" genoemd). Combinaties van beiden zijn ook mogelijk (Kamerstukken Il 2019/20, 35 394, nr. 3, p. 9). Praktijkroute Opname in het doelgroepenregister kan op verschillende manieren plaatsvinden. Naast de aanvraagroute via het UWV is er ook een route die loopt via de gemeente. Deze route staat bekend als de praktijkroute en volgt uit artikel 38b, eerste lid, onderdeel a, van de Wet financiering sociale verzekeringen. Het is een procesroute waarbij het college door middel van een loonwaardemeting op de werkplek vaststelt dat de loonwaarde van een werknemer bij voltijdse arbeid minder bedraagt dan het wettelijk minimumloon, welke vaststelling leidt tot opname in het doelgroepenregister.
Deze route kan alleen worden gevolgd op het moment dat iemand al een werkplek heeft.] Werkvoorzieningen Op grond van artikel 8a, tweede lid, onderdeel f, van de Participatiewet moeten er in de verordening regels opgenomen worden voor een drietal specifieke voorzieningen die bedoeld zijn voor personen met een arbeidsbeperking. Het gaat om vervoersvoorzieningen, noodzakelijke intermediaire activiteiten en meeneem bare voorzieningen. Deze voorzieningen samen worden in deze verordening aangeduid met het begrip 'werkvoorzieningen'. Ook werkplekaanpassingen vallen onder de werkvoorzieningen; maar voor deze categorie werkvoorzieningen is de opname van regels optioneel. Artikel 2. Evenwichtige verdeling en evaluatie Op grond van artikel 8a, tweede lid, onderdeel a, van de Participatiewet moet de gemeenteraad in de verordening aangeven onder welke voorwaarden welke personen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet, en werkgevers van deze personen, in aanmerking komen voor in de verordening omschreven voorzieningen en hoe deze rekening houdend met omstandigheden, zoals de zorgtaken, en het feit, dat die persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort of gebruik maakt van de voorziening beschut werk, of een andere structurele functionele beperking heeft, evenwichtig over deze personen worden verdeeld.