A1 Raadsvoorstel en ondertekend besluit Aanpassen bijzondere subsidieverordening peuteropvang
Tekst van het document
PURMEME"fO,,.
RAADSVOORSTEL EN
Registratienummer raad 1555740
Datum: 21 september 2021
Portefeuillehouder: P. van Meekeren en H. Rotgans
Domein/ Team: MAAD/MOWM
Onderwerp: Aanpassen Bijzondere subsidieverordening peuteropvang Samenvatting: Inzet op onderwijsachterstanden en een doorgaande leerlijn, betekent investeren in de voorscholen. De voorschool is een verzamelnaam voor kinderopvang (ook wel kinderdagverblijven genoemd) en peuteropvang (voorheen peuterspeelzalen), omdat ze de kinderen tot 4 jaar op speelse wijze voorbereiden op de basisschool. Het is voor veel kinderen een eerste kennismaking met leeftijdsgenootjes en het leren. Ook op sociaal terrein en op het gebied van normen en waarden is dit een kostbare periode. Voorscholen signaleren en ondervangen al veel belemmeringen in de ontwikkeling van kinderen en zetten daar tijdens de voorschoolperiode op in. Ook preventief. Hierover is goed contact met de ouders noodzakelijk en het netwerk eromheen, zoals het onderwijs, Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG), Samenwerkingsverband Waterland (SWV), Spurd en de gemeente. Om deze reden zien we het liefst dat álle kinderen gebruikmaken van een voorschool, waarbij kinderopvang georganiseerd is voor kinderen van werkende ouders en de peuteropvang middels subsidie, óók toegankelijk is voor kinderen van niet-werkende ouders. Peuteropvang is vaak een keuze van ouders, geen noodzaak. Dat maakt ook dat het aanbod laagdrempelig en aantrekkelijk moet zijn en blijven om ouders en peuters te verleiden.
De subsidiemethodiek die peuteropvang mogelijk maakt is in september 2018 door de raad vastgesteld. Deze verordening maakt niet alleen dat peuteropvang financieel mogelijk is voor alle ouders, maar ook dat peuters met een ontwikkelachterstand extra opvang kunnen krijgen. We zijn continu in gesprek met de voorscholen over allerlei ontwikkelingen die betrekking hebben op onze jongste inwoners: zowel landelijke, als lokale ontwikkelingen. Een aantal van deze ontwikkelingen maakt dat we de verordening van de peuteropvang moeten aanpassen op een aantal punten.
Registratienummer: 1555740 Onderwerp: Aanpassen Bijzondere subsidieverordening peuteropvang Purmerend, 21 september 2021 Aan de gemeenteraad van Purmerend,
Inleiding en probleemstelling: De onderwijsloopbaan van kinderen begint op de voorschool, zoals een kinderopvang of peuteropvang. Hier worden ze op een speelse wijze voorbereid op de basisschool. Hier wordt een belangrijke basis gelegd voor later. Hier worden ook de eerste ontwikkelingsproblemen gesignaleerd. Om deze redenen zijn voorscholen kostbaar als we streven naar een doorgaande leerlijn en willen dat ieder kind zich onbelemmerd kan ontwikkelen. We willen het liefst dat alle kinderen gebruikmaken van een voorschool, dus óf een kinderopvang (voor werkende ouders) óf een peuteropvang (voor werkende en niet-werkende ouders). Hoewel ze samen de voorschool vormen, verschillen de opvangvormen in doelgroep, opvangtijden en hebben daarmee ook een andere maatschappelijke betekenis: Wat is kinderopvang? • Doelgroep = werkende ouders • 11 uur per werkdag open, 52 weken per jaar • Doel = opva ng • Opvang ki nderen van 0-4 jaar • Slaapmogelijkheid bedjes
voor
➔
-%«Ki, 0
1
2
3
4
Wat is peuteropvang? • Doelgroep = peuters • Max 5,5 uur per dag open, 40 weken per jaar • Doel = voorbereiding op basisschool • Opvang voor kinderen van2-4 jaar
Als ouders van kinderen werken, is kinderopvang voor de hand liggend vanwege de ruime openingstijden. Deze opvangvorm wordt volledig gefinancierd door kinderopvangtoeslag en inkomensafhankelijke ouderbijdragen. De peuteropvang is in dat opzicht een keuze van ouders, maar voor de doorgaande leerlijn praktisch onmisbaar. En vanwege het grote maatschappelijke belang is het zaak om het aanbod van de peuteropvang aantrekkelijk en laagdrempelig te houden. Het biedt veel kansen om kinderen een goede start te geven. Jaarlijks ontmoeten ruim 700 peuters elkaar op de peuteropvang, verdeeld over 17 locaties. De helft van deze peuters maakt gebruik van gemeentetoeslag die is bedoeld voor niet-werkende ouders en ruim 60% hiervan heeft een gezinsinkomen onder de€ 31.000. Op de peuteropvang is voor- en vroegschoolse educatie (vve) mogelijk, dat is extra ondersteuning op het gebied van taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling. Van de 9 locaties waar WE geboden wordt, zijn 7 te vinden in Overwhere, Wheermolen en Purmer-Noord, wijken waarvan we weten dat inzet noodzakelijk is. De kennis en ervaring van de peuteropvang is onmisbaar in de doorgaande leerlijn: een pedagogisch medewerker kan vaak al redelijk voorspellen waar de peuter op zijn 18° levensjaar staat in de samenleving.
Daarom zijn we de afgelopen jaren bezig geweest om de betrokken in het netwerk rond de peuter beter met elkaar te verbinden om de doorgaande leerlijn te bevorderen (zie ook de raadsbrief 'Inzet extra middelen onderwijsachterstanden', biz. 2 van 11
Registratienummer: 1555740 Onderwerp: Aanpassen Bijzondere subsidieverordening peuteropvang registratienummer 1463826). Een deel van deze inzet is inmiddels geformaliseerd in de Bijzondere subsidieverordening peuteropvang gemeente Purmerend 2019, maar ook een verordening is onderhevig aan landelijke en lokale ontwikkelingen. Op een aantal punten is het noodzakelijk om de verordening aan te passen: Niet de indicatie van de peuter moet leidend zijn voor bekostiging, maar het aanbod dat de peuter krijgt; De wettelijke uitbreiding van de urennorm voor peuters met WE-indicatie, maakt dat de optie 'maatwerk met WE' niet meer nodig is. Om aan de norm te voldoen, passen aanbieders hun opvangtijden aan en daardoor is een eetmoment noodzakelijk. Oplossingsrichtingen: Belangrijk uitgangspunt van de huidige verordening is de laagdrempeligheid van de peuteropvang, waarbij de ouder de peuteropvang bepaalt: de geld-volgt-kindmethodiek. Om de peuteropvang laagdrempelig en aantrekkelijk te houden en de ruimte te geven om de ontwikkelingen door te voeren, moet de verordening op een aantal punten aangepast worden: Van indicatie naar aanbod We willen dat de peuteropvang zich vooral bezighoudt met de peuters en niet met de bekostiging ervan.
In de huidige verordening (zie voorstel 'Harmonisatie peuteropvang', registratienummer 1448955) wordt onderscheid gemaakt in kostprijs voor peuters zonder en peuters mét VVE-indicatie. De kostprijs voor WE ligt hoger, omdat hier extra scholing voor nodig is en er rekening is gehouden met bijvoorbeeld meer overlegtijd en een warme overdracht richting school. Aangezien de locaties die WE bieden zowel peuters met, als peuters zonder een indicatie opvangen (we noemen dit 'gecombineerde groepen'), ontvangen ze voor deze peuters verschillende vergoedingen. In de praktijk zorgt dit verschil van kostprijs geregeld voor discussies tussen ouders, jeugdverpleegkundigen en de opvanglocatie. AIie peuters, met en zonder indicatie, hebben baat bij de WE-methode, omdat deze staat voor thematisch werken en structuur op de groep. De verordening is zó aangepast dat het aanbod van de peuteropvang, dus met of zonder WE-methodiek, de bekostiging per uur bepaalt: tegenover ieder uur peuteropvang staat dezelfde bekostiging, ongeacht de indicatie van de peuter. Voor een locatie waar WE geboden wordt, is de kostprijs per uur peuteropvang iets hoger dan voor een locatie waar alleen reguliere opvang wordt geboden. Hiervoor is de registratie in het landelijk register kinderopvang (Irk) bepalend.
Aangezien de WEaanbieders voor alle opvanguren een hogere kostprijs ontvangen, is de kostprijs per peuter hierop bijgesteld. Met deze aanpassing voldoen we nog steeds aan de geld-volgt-kindmethodiek, omdat de ouder nog steeds bepaalt waar de peuter naartoe gaat. Het is de bekostiging aan de achterkant die wijzigt. Ontwikkelingen door nieuwe urennorm voor WE Door de uitbreiding van de urennorm voor WE, gaan peuters met een indicatie meer uren naar de peuteropvang: van minimaal 10 uur per week, naar gemiddeld 16 uur per week. Hierdoor vervalt de optie tot 'maatwerk in combinatie met WE' en geschrapt in de verordening. Maatwerk blijft mogelijk voor peuters die extra uren opvang nodig hebben voor hun ontwikkeling, maar dat staat los van WE. De nieuwe urennorm maakt ook dat peuteropvangaanbieders hun dagdelen verlengen, of dit overwegen. Een eetmoment is dan noodzakelijk en we steunen de ambitie van de peuteropvang om het gezond en pedagogisch verantwoord aan te pakken, passend bij onze ambities binnen Kansrijke Start, het preventieakkoord, de onderwijsagenda, intensivering JOGG, inzet op overgewicht onder jeugd, etc. Voor een maximaal rendement, verbinden we JOGG aan de gezonde lunch om de peuteropvang te coachen in gezonde keuzes. Daarnaast heeft JOGG veel ervaring met het betrekken van ouders en de omgeving, als het gaat om gezondheid.
Een belangrijke voorwaarde voor de subsidie is dan ook dat ouders worden betrokken bij biz. 3 van 11
Registratienummer: 1555740 Onderwerp: Aanpassen Bijzondere subsidieverordening peuteropvang de gezonde lunch, zodat deze positieve en gezonde interventie ook zijn doorwerking heeft in de thuissituatie van de peuter. Aangezien we van het basisonderwijs horen dat lang niet iedere scholier een gezonde lunch meekrijgt van huis, juist in de wijken waar de WE-locaties gevestigd zijn, kunnen onze voorscholen ook een goede rol spelen in de voorbereiding hierop. De gezonde lunch is dus niet een losse interventie, maar onderdeel van de hele preventieve inzet op een gezonde(re) jeugd. Om peuteropvang mogelijk te maken voor alle peuters en betaalbaar voor hun ouders (lees meer hierover in het raadsvoorstel 'Harmonisatie peuteropvang Purmerend 2019', registratienummer 1448955) is het noodzakelijk dat de gemeente de kostprijs subsidieert. In de aangepaste verordening is daarom de mogelijkheid tot een gezonde lunch opgenomen, net als voorwaarden die hieraan gesteld worden. Jaarlijks wordt de maximale kostprijs van de lunch vastgesteld in het Besluit subsidiehoogte peuteropvang. Meetbare doelstellingen: Met het aanpassen van de verordening op basis van bovenstaande punten, maken we de methodiek passend bij de ontwikkelingen. Daarnaast behouden we de keuzevrijheid van ouders om te bepalen naar welke opvang hun peuter gaat.
Door een gezonde lunch te organiseren op de peuteropvang, ontstaat de verbinding met JOGG die een brug slaat met thuis. Dit heeft een positief effect op de keuzes die ouders maken voor de gezonde lunch die meegegeven moet worden naar de basisschool. Op lange termijn verwachten we dat de lunch - als onderdeel van een gezonde leeflijn - een positief effect heeft op het overgewicht onder jeugd (zie ook de memo over de stijging van het overgewicht onder kinderen). Financiële consequenties: Bovenstaande ontwikkelingen zijn vertaald in een nieuwe verordening. Doorrekening van deze ontwikkelingen resulteert in per saldo€ 150.000 hogere lasten per jaar ten opzichte van de huidige budgetten voor WE en OAB. Dit kan worden gedekt binnen de Rijksmiddelen die de gemeente ieder jaar ontvangt voor OAB. In de eerste tussenrapportage 2022 zal dit budgettair neutraal worden bijgeraamd. Communicatie: De communicatie naar de aanbieders en betrokken partners als CJG is via de warme lijn. Daarnaast is er ook de publicatie op de gemeentepagina van het Purmerends Nieuwsblad en op overheid.nl. Relatie met fusie: Dit voorstel beschrijft de situatie van Purmerend, maar dezelfde ontwikkelingen gelden ook voor Beemster. De Bijzondere verordening peuteropvang gemeente Purmerend 2022, zoals u die aantreft in de bijlage, is gelijk voor beide gemeenten.
De raad van Beemster krijgt eenzelfde voorstel voorgelegd ter besluitvorming. Monitoring/evaluatie: We blijven in contact met alle peuteropvangaanbieders en andere instellingen die te maken hebben met onze jongste inwoners. Dit contact is belangrijk om ruimte te blijven bieden aan alle ontwikkelingen en de maatschappelijke functie van peuteropvang in stand te houden. Voorstel: Overeenkomstig bijgaand ontwerpbesluit over te gaan tot vaststelling van de Bijzondere subsidieverordening peuteropvang gemeente Purmerend 2022. Op een later moment dit jaar stelt het college het Besluit subsidiehoogte peuteropvang Purmerend 2022 met het bijbehorende aanvraag- en vaststellingsformulier, vast.
biz. 4 van 11
Registratienummer: 1555740 Onderwerp: Aanpassen Bijzondere subsidieverordening peuteropvang
Burgemeester en wethouders van Purmerend, de secretaris de burgemeester,
biz. 5 van 11
Registratienummer: 1555740 Onderwerp: Aanpassen Bijzondere subsidieverordening peuteropvang De raad van de gemeente Purmerend, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 21 september 2021; gelet op de artikelen 108 en 149 van de Gemeentewet en titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht,
BESLUIT:
Vast te stellen de Bijzondere subsidieverordening peuteropvang gemeente Purmerend 2022 Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: • aanbieder: geregistreerd kindercentrum; • bruto-ouderbijdrage: vastgestelde ouderbijdrage waarvan de ouder op basis van het inkomen een deel terugkrijgt via KOT of compensatie via de gemeentetoeslag die wordt verrekend met de subsidie aan de aanbieder; • college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Purmerend; • gemeentetoeslag: subsidie die aan de aanbieder wordt toegekend ten behoeve van ouders die niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag als tegemoetkoming in de kosten voor het afnemen van peuteropvang of WE. De hoogte van de gemeentetoeslag is het verschil tussen de ouderbijdrage en de bruto-ouderbijdrage per uur. • geregistreerd kindercentrum: in het landelijk register kinderopvang ingeschreven kindercentrum als bedoeld in artikel 1.46, tweede lid van de Wet kinderopvang; • inkomensverklaring: Verklaring Geregistreerd Inkomen (VGI, voorheen IB60verklaring genoemd) van de Belastingdienst met inkomensgegevens over een bepaald belastingjaar. De inkomensverklaring bevat de volgende gegevens: o naam en adres; o naam- en adresgegevens van de Belastingdienst; o het jaar waarover de inkomensverklaring wordt afgegeven; o inkomensgegevens.
• jeugdteam: het jeugdteam vormt het loket voor hulpvragen rondom opvoeden in de breedste zin voor ouders/verzorgers van kinderen in de leeftijd van -9 maanden (prenataal) tot 18 jaar. • koptarief: verschil tussen de kostprijs per uur en de vastgestelde brutoouderbijdrage per uur; • kostprijs: de maximaal te subsidiëren prijs voor een uur peuteropvang, WE of maatwerk. • KOT: kinderopvangtoeslag, de toeslag die kinderopvangtoeslaggerechtigden ontvangen van de Belastingdienst voor kinderopvang; • LRK: landelijk register kinderopvang, register als bedoeld in artikel 1.47b, eerste lid van de Wet kinderopvang; • lunch: een lunch of 'gezonde snack' in afstemming met Jongeren Op Gezond Gewicht (JOGG); • maatwerk: extra opvang in aanvulling op de peuteropvang ten behoeve van de ontwikkeling van de peuter; • maatwerk-indicatie: door de jeugdgezondheidszorg (consultatiebureau) afgegeven verklaring dat maatwerk geïndiceerd is; • ouder: ouder als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang; • ouderbijdrage: eigen bijdrage die ouders betalen voor peuteropvang en WE en die afhankelijk is van de hoogte van het gezinsinkomen; • peuteropvang: standaardaanbod voorschoolse educatie van een door het college vast te stellen omvang in aantal uren per jaar voor peuters vanaf 2 jaar tot het
biz. 6 van 11
Registratienummer: 1555740 Onderwerp: Aanpassen Bijzondere subsidieverordening peuteropvang moment dat ze uitstromen naar het basisonderwijs, gericht op ontwikkelingsstimulering en voorbereiding op de basisschool; • WE (voor- en vroegschoolse educatie): opvang waarbij peuters een gecertificeerd WE-programma krijgen aangeboden gericht op taal, rekenen, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling; • WE-indicatie: door de jeugdgezondheidszorg (consultatiebureau) afgegeven verklaring dat deelname aan WE geïndiceerd is. Artikel 2. Doel Met deze bijzondere subsidieverordening wordt beoogd het voor ouders mogelijk te maken om hun peuter een geregistreerd kindercentrum te laten bezoeken en te laten deelnemen aan peuteropvang, maatwerk of WE. Artikel 3. Bevoegdheid tot subsidiëring 1. Het college besluit over het al dan niet verlenen, vaststellen, wijzigen en intrekken van subsidies voor peuteropvang, met inachtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen financiële middelen. 2. Het college kan subsidieregelingen vaststellen, waarin de te subsidiëren activiteiten en de doelgroepen worden omschreven, met inachtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen financiële middelen. 3. Het college is bevoegd te besluiten over subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is. Artikel 4. Reikwijdte verordening 1.
Subsidie wordt uitsluitend verleend voor peuteropvang, maatwerk of WE bij een aanbieder in de gemeente Purmerend. 2. De subsidie wordt verleend aan de desbetreffende aanbieder waar de ouders peuteropvang, maatwerk of WE afnemen. 3. De subsidie kan bestaan uit: a. gemeentetoeslag; b. koptarief; c. subsidiëring van WE; d. subsidiëring van maatwerk; e. lunch. 4. Voor een subsidie van WE voldoet de aanbieder aan de voorwaarde dat tenminste 30% van de peuters van een WE-groep een WE-indicatie heeft. Artikel 5. Subsidieplafond 1. Het college stelt voor de subsidiabele activiteiten jaarlijks een subsidieplafond vast. 2. Als het subsidieplafond is bereikt, kan een verhoging van het subsidieplafond ter besluitvorming aan het college worden voorgelegd. Artikel 6. Subsidiehoogte en nadere regels 1. In het kader van het verstrekken van de subsidies, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdelen a tot en met e stelt het college de hoogte vast van: a. de kostprijs per peuter voor peuteropvang; b. de bruto-ouderbijdrage; c. de kostprijs per peuter voor peuteropvang op een WE-locatie; d. de gemeentetoeslag; e. kostprijs voor maatwerk; f. kostprijs voor een lunch. 2. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de kwaliteit van WE of met betrekking tot maatwerk door een aanbieder. Artikel 7. Aanvraag en aanvraagtermijn 1.
De subsidie wordt aangevraagd door de aanbieder die peuteropvang, maatwerk of WE aanbiedt. biz. 7 van 11
Registratienummer: 1555740 Onderwerp: Aanpassen Bijzondere subsidieverordening peuteropvang 2. Een aanvraag dient uiterlijk vóór 15 oktober van het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarop de subsidie betrekking heeft bij het college ingediend. 3. Andere aanvragen om subsidie worden uiterlijk 13 weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de peuteropvang ingediend. 4. De subsidieaanvraag omvat: a. het nummer waaronder het geregistreerd kindercentrum in het LRK geregistreerd staat en of deze WE-geregistreerd is; b. een prognose van het aantal op te vangen peuters in het volgende kalenderjaar; c. een onderverdeling waaruit blijkt: ■ Het aantal peuters waarvan de ouder in aanmerking komt voor KOT; ■ Het aantal peuters waarvan de ouder in aanmerking komt voor gemeentetoeslag; ■ Het aantal peuters met een WE-indicatie; ■ Het aantal peuters met een maatwerk-indicatie; ■ Het aantal lunches dat is aangeboden op de peuteropvang. 5. De aanbieder vraagt de subsidie aan met een door het college vastgesteld aanvraagformulier. Artikel 8. Beslistermijn 1. Het college beslist op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend. 2. Het college beslist op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, derde lid, binnen 13 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend. 3.
Het college kan de beslissing als bedoeld in voorgaande leden met opgave van redenen eenmaal voor ten hoogste acht weken verdagen en doet de instelling daarvan, vóór afloop van de in voorgaande leden genoemde termijn, gemotiveerd mededeling. 4. Bij subsidieregeling kan van de voorgaande leden worden afgeweken. Artikel 9. Weigeringsgronden 1. Het college kan, onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:25 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, een aanvraag voor subsidieverlening geheel of gedeeltelijk weigeren, indien: a. de aanvrager niet alle benodigde vergunningen of ontheffingen ten behoeve van de gesubsidieerde activiteiten heeft of zal kunnen verkrijgen; b. niet voldaan wordt aan de wettelijke vereisten voor het te exploiteren voorschoolse aanbod; c. de behoefte aan het te subsidiëren aanbod onvoldoende is onderbouwd; d. in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. 2. Het college kan een subsidie in ieder geval intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3, van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. 3. Onverminderd het eerste lid kan het college de subsidie weigeren, intrekken of terugvorderen indien: a. de te subsidiëren activiteit geen invulling geeft aan de doelstellingen of het beleid van de gemeente Purmerend. b.
de te subsidiëren activiteit al wordt uitgevoerd door een andere partij of als er voor soortgelijke activiteiten al subsidie is verleend; c. er voor een soortgelijke activiteit door een andere aanvrager een aanvraag is ingediend die op grond van een kwalitatieve beoordeling van beide aanvragen de voorkeur verdient; d. de aanvrager een bij of krachtens deze verordening gestelde verplichting niet nakomt of als hij niet voldoet aan daarin gestelde regels en voorwaarden om voor de subsidie in aanmerking te komen; e. de te subsidiëren activiteit niet of niet in overwegende mate gericht is op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komt aan de gemeente of haar ingezetenen; f. niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteit waarvoor deze wordt gevraagd; biz. 8 van 11
Registratienummer: 1555740 Onderwerp: Aanpassen Bijzondere subsidieverordening peuteropvang g. het aannemelijk is dat de gelden niet of niet in voldoende mate besteed zullen worden aan de activiteit of het doel waarvoor subsidie wordt gevraagd; h. de organisatie van de aanvrager naar het oordeel van het college onvoldoende omvang of onvoldoende draagvlak bezit voor een doeltreffende realisatie van de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd; i. de activiteiten uitsluitend of mede tot doel hebben de deelnemers te overtuigen van een politieke, godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging; j. de instelling op welke wijze dan ook discrimineert wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, burgerlijke staat, ras, sekse of seksuele geaardheid of op welke grond dan ook. Onder discriminatie wordt in dit verband niet begrepen onderscheid ter opheffing van maatschappelijke achterstand; of k. in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen. Artikel 10. Algemene verplichtingen subsidieontvanger 1. De aanbieder brengt de subsidie in mindering op de door aanbieder ontvangen ouderbijdrage; 2. Peuters met een WE-indicatie of maatwerk-indicatie worden warm overgedragen naar het primair onderwijs; daarbij wordt in ieder geval een gesprek gevoerd tussen aanbieder, ouders en school (leerkracht); 3.
De aanbieder werkt samen met het jeugdteam, jeugdgezondheidszorg en andere partners om preventie en zorg te bieden aan de peuters die het nodig hebben. 4. Als aannemelijk is dat een of meer activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat onverwijld schriftelijk aan het college. 5. Een subsidieontvanger informeert het college onverwijld schriftelijk over: a. aanmerkelijke verschillen tussen de werkelijke uitgaven en inkomsten ten opzichte van de begroting, onder vermelding van de oorzaak van de verschillen; b. beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon; c. relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden; d. ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel kunnen worden nagekomen; e. wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders, en het doel van de rechtspersoon. 6.
Indien een per boekjaar verstrekte subsidie€ 25.000,- of meer bedraagt, behoeft de subsidieontvanger toestemming van het college voor handelingen bedoeld in artikel 4:71 van de Awb. Artikel 11. Egalisatiereserve 1. Bij verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger van een per kalender- of boekjaar verstrekte subsidie, een egalisatiereserve vormt als bedoeld in artikel 4:72, eerste lid, van de Awb. a. De egalisatiereserve van een per kalender- of boekjaar verstrekte subsidie bedraagt niet meer dan 10% van het verleende subsidiebedrag. b. Indien de egalisatiereserve de onder a. bedoelde 10% overschrijdt, wordt het bedrag waarmee de maximale hoogte van de egalisatiereserve van dat jaar overschreden wordt, terugbetaald aan het college. De afrekening voor deze terugbetaling vindt plaats bij de vaststelling van de subsidie. 2. De subsidieontvanger is ter zake van de egalisatiereserve vergoedingsplichtig naar evenredigheid van de mate waarin de door het college verstrekte subsidie aan de egalisatiereserve heeft bijgedragen indien: a. de gesubsidieerde activiteiten geheel of gedeeltelijk worden beëindigd; b. de subsidieverlening of de subsidievaststelling wordt ingetrokken of de subsidie wordt beëindigd; of c. de rechtspersoon die de subsidie ontving wordt ontbonden. biz. 9 van 11
Registratienummer: 1555740 Onderwerp: Aanpassen Bijzondere subsidieverordening peuteropvang Artikel 12. Verantwoording en vaststelling subsidie 1. De termijn voor aanvraag tot subsidievaststelling: a. in geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, uiterlijk op 1april van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar; b. in andere gevallen uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht. 2. Een aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend met een door het college vastgesteld formulier. 3. De aanvraag tot subsidievaststelling bevat tenminste: a. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan; b. een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening); en c. een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop. 4. De aanbieder verantwoordt per geplaatste peuter de volgende gegevens: a. locatie; b. klantnummer peuter/ouder(s); c. aantal afgenomen opvanguren; d. toepasselijkheid categorieën als genoemd in artikel 7, vierde lid, onder c; e. onderbouwing ouderbijdrage; f. WE-indicatie of maatwerk-indicatie; g. aantal aangeboden lunches. 5.
De subsidie wordt vastgesteld op basis van het daadwerkelijk aantal opvanguren per peuter aan de hand van de afgesproken subsidiehoogte, de berekende ouderbijdrage en de toepasselijkheid van de categorieën, genoemd in artikel 7, vierde lid, onder c. 6. Naast de stukken zoals vermeld in voornoemd lid 1 t/m 5, levert de subsidieontvanger aan wie een subsidie van meer dan € 100.000,- is verleend ook een controleverklaring bij de jaarrekening aan, opgesteld door een onafhankelijk accountant. 7. De in het zesde lid bedoelde opdracht aan de accountant kan mede omvatten de opdracht tot onderzoek van de naleving van aan de subsidie verbonden verplichtingen, indien en voor zover de gelden waarmee de subsidie betaald wordt afkomstig zijn uit een specifieke doeluitkering van het Rijk. 8. Bij subsidieregeling kan van de voorgaande leden worden afgeweken. Artikel 13. Subsidievaststelling 1. Het college stelt een subsidie vast binnen 13 weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij bij subsidieregeling anders is bepaald. 2. Deze termijn kan eenmaal voor ten hoogste 8 weken worden verlengd. 3. Bij subsidieregeling kunnen categorieën subsidieontvangers worden aangewezen waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden ingediend. 4.
Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in artikel 13, eerste lid, is ingediend, kan het college de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Als de aanvraag niet binnen deze termijn wordt ingediend, kan zij overgaan tot ambtshalve vaststelling. Artikel 14. Hardheidsclausule Het college kan, in bijzondere gevallen, artikelen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing gelet op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger, leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Artikel 15. Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2022. 2. Op de datum genoemd in het eerste lid wordt de Bijzondere subsidieverordening peuteropvang gemeente Purmerend 2019 ingetrokken.
biz. 10 van 11
Registratienummer: 1555740 Onderwerp: Aanpassen Bijzondere subsidieverordening peuteropvang
Artikel 16. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Bijzondere subsidieverordening peuteropvang gemeente Purmerend 2022.
I
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering d.d. 28 oktober 2021
blz. 11 van 11