CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

A1 Geamendeerd raadsvoorstel en ondertekend besluit Algemene plaatselijke verordening Purmerend 2021 gewijzigd

Gemeenteraad 30 juni 2021, gemeente PurmerendBij agendapunt: Wijziging APV Purmerend 202124.292 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

PUAMEAEtlO~

RAADSVOORSTEL EN ONTWERPBESLUIT

Registratienummer raad 1540200

Datum: 11 mei 2021

Portefeuillehouder: D. Bijl

Domein/ Team: RUID / VBAR / JVZ

Onderwerp: Algemene plaatselijke verordening Purmerend 2021 Samenvatting: Op 1 januari 2022 fuseren de gemeenten Beemster en Purmerend en ontstaat de nieuwe gemeente Purmerend. De gemeenten hebben besloten vóór die tijd de verschillen en de overeenkomsten in regelgeving tussen de beide gemeenten te inventariseren en zo snel mogelijk te harmoniseren. Eén van die harmonisatievoorstellen betreft een nieuwe Algemene plaatselijke verordening (Apv). De Apv's van Beemster en Purmerend zijn naast elkaar gelegd en de verschillen én de overeenkomsten zijn in kaart gebracht. Om te komen tot een geharmoniseerde Apv is een aantal uitgangspunten gehanteerd, zoals het betrekken van interne en externe partijen. De uitgangspunten zijn nader uitgewerkt onder het kopje oplossingsrichtingen". De verschillen tussen de oude en de nieuwe Apv zijn opgenomen in bijgevoegd overzicht, zodat de raad exact kan nalezen wat er precies is gewijzigd. In het overzicht wordt bij ieder gewijzigd artikel telkens een korte toelichting gegeven op de wijziging. Op 8 maart 2021 is tijdens de klankbordgroep fusie van de gemeenteraden van Beemster en Purmerend het juridisch kader van de harmonisatie en de gevolgde werkwijze om te komen tot een nieuwe Apv door middel van een presentatie ambtelijk toegelicht.

De raad wordt voorgesteld om overeenkomstig bijgaand ontwerpbesluit over te gaan tot vaststelling van de Al emene laatselïke verordenin Purmerend 2021.

Registratienummer: 1540200 Onderwerp: Algemene plaatselijke verordening Purmerend 2021 Purmerend, 11 mei 2021 Aan de gemeenteraad van Purmerend, Inleiding en probleemstelling: Op 1 januari 2022 fuseren de gemeenten Beemster en Purmerend en ontstaat de nieuwe gemeente Purmerend. De regelgeving van de voormalige gemeenten blijft nog twee jaar na die fusiedatum van kracht, maar geldt dan alleen voor 'het overgaande grondgebied'. Dat betekent dat verordeningen van de voormalige gemeente Beemster blijven gelden voor de inwoners die wonen op het grondgebied van de voormalige gemeente Beemster en dat de verordeningen van de voormalige gemeente Purmerend blijven gelden voor de inwoners die wonen op het grondgebied van de voormalige gemeente Purmerend. Dat is vanuit het oogpunt van rechtszekerheid en -gelijkheid uiteraard onwenselijk. De gemeenten hebben daarom besloten vóór die tijd de verschillen en de overeenkomsten in regelgeving tussen de beide gemeenten te inventariseren en zo snel mogelijk te harmoniseren. Eén van die harmonisatievoorstellen betreft een nieuwe Algemene plaatselijke verordening (Apv). Artikel 127 van de Grondwet kent aan de gemeenteraad de bevoegdheid toe om gemeentelijke verordeningen vast te stellen.

Dit is verder uitgewerkt in artikel 149 van de Gemeentewet, op grond waarvan de gemeenteraad verordeningen mag maken "die hij in het belang van de gemeente nodig oordeelt". Het gaat hier om "autonomie": binnen haar eigen territorium mag de gemeente zaken die de eigen huishouding betreffen, regelen. Daarnaast kan in specifieke wetten aan de gemeenteraad een verordende bevoegdheid zijn toegekend. Dit wordt "medebewind" genoemd: in een (hogere) wettelijke regeling wordt van de gemeente uitvoering en nadere regulering geëist. De Algemene plaatselijke verordening is de meest bekende en omvangrijkste gemeentelijke verordening en is hét klassieke voorbeeld van een autonome gemeentelijke verordening. De reikwijdte van de autonome verordenende bevoegdheid van de gemeenteraad wordt bepaald door een ondergrens en een bovengrens. De ondergrens houdt in dat de Apv niet mag treden in privéaangelegenheden van burgers, zonder dat daarmee een openbaar belang gediend is. De bepalingen in de Apv moeten een relevantie hebben voor de door de gemeente te dienen openbare belangen, zoals aspecten van de openbare orde, veiligheid en bescherming van de gezondheid van personen. De bovengrens wordt gevormd door 'hogere' regelgeving (verdragen, Grondwet, wetten in formele zin, algemene maatregelen van bestuur, ministeriële besluiten en provinciale regelgeving).

De Apv mag niet regelen of aanvullen wat al in die hogere regelgeving (uitputtend) is geregeld. Om te bepalen of in de Apv een regeling of aanvulling mogelijk is, zijn de motieven die aan de Apv-bepaling en de hogere regelgeving ten grondslag liggen van belang: die mogen niet dezelfde zijn. Voor het bepalen van het motief is de afdeling waarin de bepaling in de Apv is opgenomen een belangrijke aanwijzing (rubrica est lex). De huidige Apv's van Beemster en Purmerend zijn verschillend en moeten worden geharmoniseerd. De Apv's van Beemster en Purmerend zijn in meer of mindere mate gebaseerd op de model-Apv van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). De Apv's kennen regels over dezelfde onderwerpen en komen voor een deel met elkaar overeen. Maar de Apv's kennen onderling ook verschillen. Die verschillen komen voort uit de beleidskeuzes die de voormalige gemeenten voor hun grondgebied hebben gemaakt.

biz. 2 van 51

Registratienummer: 1540200 Onderwerp: Algemene plaatselijke verordening Purmerend 2021 Oplossingsrichtingen: Wij hebben de Apv's van Beemster en Purmerend naast elkaar gelegd en de verschillen én de overeenkomsten in kaart gebracht. Bij de harmonisatie is het algemene uitgangspunt dat de regeling die het beste aansluit bij de nieuwe situatie die na de herindeling zal ontstaan, wordt overgenomen in de nieuwe Apv. Verder zijn naast beleidswensen ook de feitelijke ervaringen van de afgelopen periode en ontwikkelingen in relevante wetgeving en jurisprudentie meegenomen. Wij hebben de model-Apv van de VNG als basis laten dienen voor de nieuwe Apv. Dat betekent dat de nieuwe Apv up-to-date is en aan geldende (Europese) wet- en regelgeving en actuele jurisprudentie voldoet. De VNG actualiseert halfjaarlijks de model-Apv. Als gewijzigde en/of nieuwe wet- en regelgeving of jurisprudentie leidt tot aanpassing van de model-Apv, informeert de VNG haar leden daarover tijdig via de ledenbrieven en stelt zij aanpassingen voor. Op die manier is het betrekkelijk eenvoudig de Apv actueel te houden. Om aan te sluiten op de door de VNG gehanteerde systematiek en om de door de VNG aanbevolen wijzigingen eenvoudig te kunnen verwerken, is de indeling in hoofdstukken en paragrafen uit de model-Apv overgenomen.

Wij hebben de formulering en de artikelnummering van de modelverordening zo veel mogelijk aangehouden of overgenomen. Soms zijn daardoor artikelen verplaatst, maar niet inhoudelijk gewijzigd. Ook komen daardoor artikelen die inmiddels zijn vervallen of nog gereserveerd zijn voor in de artikelnummering. De harmonisatie van de Apv's heeft ertoe geleid dat de nieuwe Apv ook bepalingen bevat die niet in de huidige Apv van Purmerend voorkomen maar wel in die van Beemster. Bijvoorbeeld het verbod om personen te bespieden of het houden van bijen of duiven. In het kader van de harmonisatie is het wenselijk deze bepalingen op te nemen in de nieuwe Apv. Enkele hoofdstukken in de model-Apv zijn niet in de nieuwe Apv opgenomen, omdat het daarbij gaat om zeer specifieke onderwerpen die op dit moment in aparte verordeningen worden geregeld, zoals de Afvalstoffenverordening en de Beheerverordening begraafplaatsen. De nieuwe Apv bevat ook bepalingen die (nog) niet in de model-Apv voorkomen maar wel al in de huidige Apv waren opgenomen en waarvan het wenselijk is ze te houden. Bijvoorbeeld de bepaling over verboden aanwezigheid op openbare plaatsen: het is ter voorkoming van overlast voor de omgeving verboden zich op een door het college aangewezen plaats te bevinden gedurende de door het college aangewezen uren.

En ook de afdeling van recentere datum over het tegengaan van onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat. Het belangrijkste doel was om te komen tot een geharmoniseerde Apv. Er is echter ook kritisch gekeken naar de mogelijkheden tot deregulering. Deregulering is het terugdringen en vereenvoudigen van regels om de lasten te verminderen die de inwoners ondervinden van de regels. Over het algemeen leveren simpele verbodsbepalingen geen hoge lasten op. Het laten vervallen van zulke bepalingen levert dan ook weinig aan lastenvermindering op, terwijl die bepalingen wel van belang kunnen zijn om op te kunnen treden in overlastsituaties. In het proces om te komen tot een nieuwe, geharmoniseerde Apv zijn diverse interne en externe partijen betrokken. Beleidswensen en ervaringen zijn opgehaald en keuzes en voorstellen zijn breed afgestemd. Externe partijen zoals de Koninklijke Horeca Nederland, afdeling Purmerend/Beemster, politie, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) en de Watersportvereniging Purmerend zijn geconsulteerd en hun feedback is zo veel mogelijk verwerkt in de nieuwe Apv. De verschillen tussen de oude en de nieuwe Apv zijn opgenomen in bijgevoegd overzicht, zodat u exact kunt nalezen wat er precies is gewijzigd. In het overzicht hebben wij bij ieder gewijzigd artikel telkens een korte toelichting gegeven op de wijziging. biz. 3 van 51

Registratienummer: 1540200 Onderwerp: Algemene plaatselijke verordening Purmerend 2021 De model-Apv zelf heeft een zeer uitgebreide toelichting en is een echt naslagwerk. We hebben ervoor gekozen om de modeltoelichting te gebruiken als toelichting op de nieuwe Apv en de gemeenteraad alleen een 'eigen' toelichting vast te laten stellen voor zover de bepalingen in de nieuwe Apv afwijken van de model-Apv. De model-toelichting is te raadplegen via www.decentraleregelgeving.nl. Overigens is het aan de gemeenteraad om de Apv vast te stellen, maar kan de nadere uitwerking aan het college en/of de burgemeester worden overlaten. Veel bepalingen zijn directe gebod- en verbodsbepalingen, maar in een aantal bepalingen geeft de gemeenteraad aan het college of de burgemeester de bevoegdheid om bijvoorbeeld gebieden aan te wijzen waar een verbod al dan niet geldt. Deze uitwerking wordt opgenomen in de Uitvoeringsbesluiten bij de nieuwe Apv die separaat door het college of de burgemeester worden vastgesteld. ( Op 8 maart 2021 is tijdens de klankbordgroep fusie van de gemeenteraden van Beemster en Purmerend het juridisch kader van de harmonisatie en de gevolgde werkwijze om te komen tot een nieuwe Apv door middel van een presentatie ambtelijk toegelicht. Meetbare doelstellingen: De gemeenten Beemster en Purmerend kunnen, voorafgaand aan de fusie, al met een inhoudelijk identieke Apv werken.

Een tijdig geharmoniseerde Apv zorgt voor een soepele overgang bij de fusie in 2022. Financiële consequenties: Dit voorstel heeft geen financiële consequenties. Separaat zal de legesverordening worden aangepast op de nieuwe Apv. Communicatie: De Algemene plaatselijke verordening Purmerend 2021 zal in het Gemeenteblad op www.overheid.nl worden gepubliceerd. De Apv zal na bekendmaking op 1september 2021 in werking treden, zodat het mogelijk is om in de tussentijd de Uitvoeringsbesluiten, andere besluiten en de koppeling met feitcodes aan te passen op de nieuwe Apv. Momenteel is op de website van de gemeente diverse informatie te vinden over de Apv. Het gaat vaak om specifieke vergunningen of regels van de Apv. Ook werken we met formulieren voor het aanvragen van een vergunning of ontheffing. Zowel de informatie op de website als de formulieren worden aangepast aan de nieuwe Apv. Daarnaast wordt in overleg met Communicatie op een passende wijze aandacht gegeven aan de nieuwe Apv. Relatie met fusie: In verband met de fusie zijn de Apv's van Beemster en Purmerend geharmoniseerd. Overigens blijven er tot de fusiedatum in beide gemeenten twee aparte Apv's bestaan, maar deze zijn nu inhoudelijk identiek. Na de fusie zullen de twee Apv's opgaan in één nieuwe Apv. Bij dit raadsvoorstel is een oplegger gevoegd.

Kort samengevat wordt de raad verzocht om eventuele amendementen voorafgaand aan de commissievergadering schriftelijk aan het college kenbaar te maken, zodat het college deze van een pre-advies kan voorzien. Daarnaast wordt de raad verzocht om alleen amendementen aan te nemen, die door beide raden gesteund worden om afwijkingen te voorkomen. Anders ontstaat de onwenselijke situatie dat afwijkingen daarna weer geharmoniseerd moeten worden. Relatie met Omgevingswet: Naar verwachting treedt de Omgevingswet op 1 januari 2022 in werking. De Omgevingswet bundelt en moderniseert de wetten voor de fysieke leefomgeving en onder deze nieuwe wet moet iedere gemeente één omgevingsplan voor haar hele grondgebied vaststellen. Diverse regels die nu in gemeentelijke verordeningen zijn opgenomen, zoals onderdelen van de Apv, zullen overgeheveld worden naar het omgevingsplan. Dit betekent dat de voorliggende geharmoniseerde Apv in de nabije toekomst zal wijzigen en dat onderdelen hiervan worden overgeheveld naar het omgevingsplan van de nieuwe gemeente Purmerend. biz. 4 van 51

Registratienummer: 1540200 Onderwerp: Algemene plaatselijke verordening Purmerend 2021 Duurzaamheid: Is niet van toepassing op dit voorstel. Monitoring/evaluatie: Evaluatie op grond van praktische ervaringen met bestaande regelgeving is een voortdurend proces. Voorstel: Overeenkomstig bijgaand ontwerpbesluit over te gaan tot vaststelling van de Algemene plaatselijke verordening Purmerend 2021.

Burgemeester en wethouders van Purmerend, de secretaris de burgemeester,

Bijlagen: 2 (1) Overzicht wijzigingen en toelichting (2) Oplegger bij behandeling Algemene plaatselijke verordening Purmerend 2021

biz. 5 van 51

Registratienummer: 1540200 Onderwerp: Algemene plaatselijke verordening Purmerend 2021

De raad van de gemeente Purmerend, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 11 mei 2021, gelet op de artikelen 149, 149a, 151a, 151b, 1510, 151d, 154 en 154a van de Gemeentewet, de artikelen 3 en 4 van de Wet openbare manifestaties, de artikelen 4, 25a, 25b, 25c en 25d van de Drank- en Horecawet, artikel 5.13 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de artikelen 2.18, eerste lid, onder f eng, en vijfde lid, 2.21 en 3.148, tweede lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer, artikel 30c, tweede lid, van de Wet op de kansspelen, artikel 3 van de Winkeltijdenwet en artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994;

BESLUIT:

Vast te stellen de navolgende Algemene plaatselijke verordening Purmerend 2021

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1: 1 Definities

In deze verordening wordt verstaan onder: - bebouwde kom: de bebouwde kom waarvan Gedeputeerde Staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27, tweede lid van de Wegenwet. - bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; - bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, met inbegrip van een gedeelte daarvan, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; - bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; - college: het college van burgemeester en wethouders; - gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet; - gemeente: gemeente Purmerend; - handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; - motorvoertuig.

hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; - openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; - openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; - parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; - rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; - voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen; - weg. hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994. biz. 6 van 51

Registratienummer: 1540200 Onderwerp: Algemene plaatselijke verordening Purmerend 2021 Artikel 1 :2 Beslistermijn 1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen 8 weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. 2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste 8 weken verdagen. 3. Voor een vergunning als bedoeld in artikel 3:3 bedraagt de in het eerste en tweede lid bedoelde termijn 12 weken. 4. In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing als beslist wordt op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:10, tweede lid, een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, een vergunning als bedoeld in artikel 2: 12 of een vergunning als bedoeld in artikel 4: 11. Artikel 1:3 (Vervallen) Artikel 1 :4 Voorschriften en beperkingen 1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. 2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.

Artikel 1 :5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald. Artikel 1 :6 Intrekking, wijziging of schorsing van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken, gewijzigd of geschorst als: a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten, opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking, wijziging of schorsing noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of e. de houder dit verzoekt. Artikel 1 :7 Termijnen 1. De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet. 2. De vergunning als bedoeld in artikel 2:25 wordt voor bepaalde tijd verleend. 3.

De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd als het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft. Artikel 1 :8 Weigeringsgronden 1. Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid; biz. 7 van 51

Registratienummer: 1540200 Onderwerp: Algemene plaatselijke verordening Purmerend 2021 c. de volksgezondheid; d. de bescherming van het milieu. 2. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan drie weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is. 3. Voor een vergunning als bedoeld in artikel 2:25 bedraagt de in het tweede lid bedoelde termijn 14 weken.

Hoofdstuk 2. Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu Afdeling 1. Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden 1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden. 2. Degene die op een openbare plaats: a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing; is verplicht op bevel van een opsporingsambtenaar zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. 3. Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op openbare plaatsen die door het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet. 4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid. 5. Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties. Artikel 2:2 (vervallen) Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen 1.

Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 48 uren voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester. 2. De kennisgeving bevat: a. naam en adres van degene die de betoging houdt; b. het doel van de betoging; c. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging; d. de plaats en, voor zover van toepassing, de route; e. voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en f. maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen. 3. Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld. biz. 8 van 51

Registratienummer: 1540200 Onderwerp: Algemene plaatselijke verordening Purmerend 2021 4. Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur. 5. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het eerste lid genoemde termijn van 48 uur verkorten en/of een mondelinge kennisgeving in behandeling nemen. Artikel 2:4 (Vervallen) Artikel 2:5 (Vervallen) Artikel 2:6 Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen 1. Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen. 2. Het college kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3. Het verbod is niet van toepassing op het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 2:7 (Vervallen) Artikel 2:8 (Vervallen) Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen 1.

Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur, gids of met een draaiorgel op te treden op door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu aangewezen openbare plaatsen. 2. De burgemeester kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Afdeling 2. Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan een openbare plaats 1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een openbare plaats, de openbare weg en het openbaar groen daaronder begrepen, anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. 2. De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan een vergunning worden geweigerd: a.

als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de openbare plaats, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats; biz. 9 van 51

Registratienummer: 1540200 Onderwerp: Algemene plaatselijke verordening Purmerend 2021 b. als het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of c. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak. 4. Het verbod is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. terrassen als bedoeld in artikel 2:27, tweede lid; c. standplaatsen als bedoeld in artikel 5: 17; d. voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard; e. door het college aan te wijzen categorieën van voorwerpen; f. situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Wegenverordening Noord-Holland. 5. De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder a, is niet van toepassing als in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. 6. De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder b, is niet van toepassing op bouwwerken. 7. De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder c, is niet van toepassing als in de voorkoming van overlast wordt voorzien door de Wet milieubeheer. 8. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 2:10a Vastmaken van voorwerpen 1. Het is verboden voorwerpen vast te maken aan bomen of aan objecten die zijn bestemd voor of gebruikt worden ten behoeve van de openbare dienst. 2. Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen. Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, de aard of de breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van de aanleg van een weg. 2. De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, als de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3. Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht. 4. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wegenwet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de waterschapskeur, de Wegenverordening Noord-Holland, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Algemene verordening ondergrondse infrastructuur Purmerend. 5.

Op de aanvraag om een vergunning, bedoeld in het eerste en tweede lid, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning slechts geweigerd: a. ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg; biz. 10 van 51

Registratienummer: 1540200 Onderwerp: Algemene plaatselijke verordening Purmerend 2021 b. als de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. als door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of d. als er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de waterschapskeur of de Wegenverordening Noord-Holland. Artikel 2:13 (Vervallen) Artikel 2:14 Winkelwagentjes 1. Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt, is verplicht de wagens: a. te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken; en b. die zich bevinden binnen een straal van 200 meter van zijn bedrijf terstond te verwijderen of te doen verwijderen. 2. Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op een openbare plaats achter te laten. 3. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.

Artikel 2: 15 Hinderlijke of gevaarlijke beplanting of voorwerp Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat. Artikel 2: 16 Openen straatkolken en dergelijke Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken. Artikel 2:17 Kelderingangen en dergelijke 1. Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg gelegen betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen gevaar voor de veiligheid van de weggebruikers opleveren. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 427, aanhef en onder 1" of 3', van het Wetboek van Strafrecht. Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen 1. Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan: a. te roken gedurende een door het college aangewezen periode; b. voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3', van het Wetboek van Strafrecht. 3.

Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a, is voorts niet van toepassing voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven. Artikel 2:19 (Vervallen) Artikel 2:20 (Vervallen) blz. 11 van 51

Registratienummer: 1540200 Onderwerp: Algemene plaatselijke verordening Purmerend 2021 Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting en dergelijke 1. De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk, vanwege en overeenkomstig de aanwijzingen van het college, voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer, de openbare verlichting, de openbare orde en veiligheid, de stadsverwarming of de brandweer worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd. 2. Het college maakt van tevoren aan de rechthebbende als bedoeld in het eerste lid zijn besluit bekend over te gaan tot het doen aanbrengen of wijzigen van een voorwerp, bord of voorziening als bedoeld in het eerste lid. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet of de Belemmeringenwet Privaatrecht. Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn 1. Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan weerszijden van voor stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand houtgewas of andere objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken, hoger dan twee meter te plaatsen of te hebben. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als de elektrische spanning van de bovengrondse hoogspanningslijn dat toelaat. 3.

Het verbod is niet van toepassing op objecten die deel uitmaken van de hoogspanningslijn. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs 1. Het is verboden: a. voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen; b. bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de provinciale vaarwegenverordening. Afdeling 3. Evenementen Artikel 2:24 Definities 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoop- en theatervoorstellingen die worden georganiseerd in een gebouw overeenkomstig de bestemming van dit gebouw; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet en artikel 5:22; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d.

het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:9 en 2:39; g. sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder f. h. activiteiten, niet zijnde door de burgemeester aangewezen vechtsportevenementen, in een gebouw of op een terrein overeenkomstig de bestemming van dat gebouw of terrein. 2. Onder evenement wordt mede verstaan: biz. 12 van 51

Registratienummer: 1540200 Onderwerp: Algemene plaatselijke verordening Purmerend 2021 a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3; d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; e. een straatfeest of buurtbarbecue; f. een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala's. g. een markt in de openbare ruimte waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden. 3. In deze afdeling wordt onder klein evenement verstaan een eendaags evenement waarbij: a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 150 personen; b. de activiteiten plaatsvinden tussen 08.00 uur en 23.00 uur en op zondag tussen 13.00 en 23.00 uur; c. de activiteiten niet plaatsvinden op de rijbaan, (brom)fietspad of anderszins een belemmering vormen voor het verkeer en de hulpdiensten; d. met betrekking tot het plaatsen van objecten geldt dat 1. slechts kleine objecten worden geplaatst van minder dan 25m2 en het totaal van de objecten tezamen niet meer dan 50m2 bedraagt; 2. een strook van de weg van tenminste 3,5 meter obstakelvrij wordt gehouden voor hulpdiensten; 3. er geen tent geplaatst wordt waarvoor een gebruiksmelding is vereist; en 4. er een contactpersoon aanwezig en bereikbaar is tijdens het evenement.

Artikel 2:25 Evenementenvergunning 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. 3. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, als de organisator ten minste 14 dagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester. 4. De burgemeester kan binnen 10 dagen na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, als er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 5. Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994. 6. Het derde lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2:24, tweede lid, onder f, aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala's. 7. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning weigeren als: a.

de organisator of de aanvrager van de vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, in enig opzicht van slecht levensgedrag is; b. van een evenement voor het aankomend jaar niet vóór 25 oktober van het voorgaande jaar melding is gedaan aan de burgemeester. 8. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 9. De burgemeester stelt ieder kalenderjaar een evenementenkalender vast. biz. 13 van 51

Registratienummer: 1540200 Onderwerp: Algemene plaatselijke verordening Purmerend 2021 10. De burgemeester kan nadere regels stellen voor het organiseren van evenementen als bedoeld in deze afdeling. Artikel 2:26 Ordeverstoring 1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. 2. Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde. 3. Het verbod in het tweede lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht. Afdeling 4. Toezicht op openbare inrichtingen Artikel 2:27 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden verstrekt of bereid.

Onder een openbare inrichting wordt in ieder geval verstaan: een hotel, motel, restaurant, pension, café, cafetaria, een inrichting waar waterpijp wordt gerookt, snackbar, bar, automatiek, croissanterie, crêperie, broodjeswinkel, afhaal- en bezorgzaak, shoarmazaak, koffiehuis, ijssalon, discotheek, buurthuis, clubhuis of daaraan verwante inrichting waar tegen vergoeding logies wordt verstrekt, dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden bereid en/of verstrekt. 2. Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte. Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. De vergunningplicht treedt voor degenen die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel reeds een afhaal- en bezorgzaak exploiteren zes maanden na inwerkingtreding van dit artikel in werking. 3.

De burgemeester weigert de vergunning als: - de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; - de aanvrager geen VOG van zichzelf, en indien hij niet zelf de leidinggevende is met betrekking tot de leidinggevende, overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven. 4. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat: a. de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of b. de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 5. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. museum; biz. 14 van 51

Registratienummer: 1540200 Onderwerp: Algemene plaatselijke verordening Purmerend 2021 d. bedrijfskantine of -restaurant; of e. crematorium en uitvaartcentrum. 6. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:29 Sluitingstijd 1. Het is verboden openbare inrichtingen voor bezoekers geopend te hebben en bezoekers toe te laten of te verblijven tussen 01 :00 uur en 07:00 uur. 2. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 3. De burgemeester kan middels een vergunningvoorschrift als bedoeld in artikel 1:4 andere sluitingsvoorschriften vaststellen voor een afzonderlijke openbare inrichting of een daartoe behorend terras. 4. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vijfde lid, aanhef en onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor een winkel. 5. Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien. 6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting 1.

De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet. Artikel 2:31 Verboden gedragingen Het is verboden in een openbare inrichting: a. de orde te verstoren; b. zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid; c. op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras. Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt. Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan Als een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van de artikelen 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.

Artikel 2:34 (Vervallen) Afdeling 5. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Drank- en Horecawet Artikel 2:34a Definities Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder de daarin gebezigde begrippen verstaan dat wat daaronder wordt verstaan in de Drank- en Horecawet. blz.15van51

Registratienummer: 1540200 Onderwerp: Algemene plaatselijke verordening Purmerend 2021 Artikel 2:34b Regulering paracommerciële rechtspersonen 1. Paracommerciële rechtspersonen verstrekken in een paracommerciële inrichting uitsluitend alcoholhoudende drank gedurende de periode beginnende met twee uur voor aanvang en eindigende met twee uur na beëindiging van activiteiten die passen binnen de statutaire doelomschrijving van de desbetreffende paracommerciële rechtspersoon. 2. Het is paracommerciële rechtspersonen verboden alcoholhoudende drank te verstrekken in een paracommerciële inrichting: a. tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard, zoals bruiloften en partijen, of b. tijdens bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de beherende paracommerciële rechtspersoon zijn betrokken. 3. Op de aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 4, vierde lid van de Drank- en Horecawet is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:34c Beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven (Gereserveerd) Artikel 2:34d Koppeling toegang aan leeftijden 1.

Het is verboden personen jonger dan 16 jaar toe te laten tussen 00.00 uur en sluitingstijd in een horecalokaliteit en op een terras waarvoor een ontheffing van de sluitingstijden is verleend als bedoeld in artikel 2:29, tweede lid. 2. Het verbod geldt niet voor een houder van een restaurant, mits de persoon jonger dan 16 jaar wordt begeleid door een persoon van 21 jaar of ouder. Artikel 2:34e Beperkingen voor andere detailhandel dan slijtersbedrijven (Gereserveerd) Artikel 2:34f Verbod 'happy hours' (Gereserveerd) Afdeling 6. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf Artikel 2:35 Definitie In deze afdeling wordt onder inrichting verstaan elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft. Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is verplicht daarvan binnen drie dagen daarna schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester.

Artikel 2:37 (Vervallen) Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid achternaam, woonplaats, datum van aankomst en de datum van vertrek te verstrekken. Afdeling 7. Toezicht op speelgelegenheden Artikel 2:38a Definities 1. In deze afdeling wordt onder speelgelegenheid verstaan een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren. biz. 16 van 51

Registratienummer: 1540200 Onderwerp: Algemene plaatselijke verordening Purmerend 2021 2. In deze afdeling voorkomende begrippen die in de Wet op de kansspelen zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in die wet. Artikel 2:39 Speelgelegenheden 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen of de Speelautomatenhallenverordening. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als: a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of b. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan. 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:40 Kansspelautomaten 1. In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal twee kansspelautomaten toegestaan. 2. In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan. Afdeling 8. Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal 1.

Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden. 2. Het is verboden een krachtens artikel 2:80 gesloten voor publiek openstaand gebouw of een daarbij behorend erf te betreden. 3. Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden. 4. Het is verboden een krachtens artikel 2:87 gesloten gebouw of locatie te betreden. 5. Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal of een daarbij behorend erf wegens dringende reden noodzakelijk is. 6. De burgemeester is bevoegd van de verboden ontheffing te verlenen. 7. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:42 Plakken en kladden 1. Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden. 2.

Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is: a. een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen; b. met kalk, teer of een kleur- of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen. 3. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing voor zover gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift. 4. De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht deze aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven. biz. 17 van 51

Registratienummer: 1540200 Onderwerp: Algemene plaatselijke verordening Purmerend 2021 5. Het college wijst aanplakborden aan voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen. 6. Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame. 7. Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud daarvan. Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap en dergelijke 1. Het is verboden op de weg of openbaar water enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur- of verfstof of verfgereedschap te vervoeren of bij zich te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing als de genoemde materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2:42. Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen 1. Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen, waaronder in ieder geval wordt verstaan lopers, valse sleutels, touwladders, lantaarns of enig ander gereedschap, voorwerp of middel dat ertoe kan dienen zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen, te vervoeren of bij zich te hebben. 2.

Het verbod is niet van toepassing als de bedoelde werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen. Artikel 2:44a Vervoer geprepareerde tassen 1. Het is verboden op een openbare plaats in de nabijheid van winkels een tas die er kennelijk toe is uitgerust om het plegen van winkeldiefstal te vergemakkelijken te vervoeren of bij zich te hebben. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de tas niet is bestemd voor het vergemakkelijken van het plegen van winkeldiefstal. Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen en dergelijke 1. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zich te bevinden in of op bij de gemeente in onderhoud zijnde parken, plantsoenen, groenstroken of grasperken, buiten de daarin gelegen wegen of paden. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 3. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 2:46 Rijden over bermen en dergelijke 1.

Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs wordt vereist. 2. Dit verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of Wegenverordening Noord-Holland. Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen 1. Het is verboden op een openbare plaats: a. te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hek, omheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd straatmeubilair; b. zich op te houden op een wijze die voor andere gebruikers of omwonenden onnodig overlast of hinder veroorzaakt. biz. 18 van 51

Registratienummer: 1540200 Onderwerp: Algemene plaatselijke verordening Purmerend 2021 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de artikelen 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. Artikel 2:47a Verboden aanwezigheid op openbare plaatsen 1. Ter voorkoming van overlast voor de omgeving is het verboden zich op een door het college aangewezen plaats te bevinden gedurende de door het college aangewezen uren. 2. Het verbod is niet van toepassing op calamiteitenverkeer. Artikel 2:48 Verboden drankgebruik 1. Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing op: a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet; b. een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank- en Horecawet. Artikel 2:48a Lachgasverbod 1.

Het is verboden op een openbare plaats distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te verkopen, te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. 2. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te verkopen, te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben. 3. Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het tweede lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden. Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen 1. Het is verboden zonder redelijk doel: a. zich in een portiek of poort op te houden; b. in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw te zitten of te liggen. 2. Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een flatgebouw, appartementsgebouw of een soortgelijke meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek toegankelijk is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat gebouw.

Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze ruimten worden in elk geval verstaan portalen, telefooncellen, wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en rijwielstallingen. Artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties 1. Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek opstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde. blz. 19 van 51

Registratienummer: 1540200 Onderwerp: Algemene plaatselijke verordening Purmerend 2021 2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht. Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen of bromfietsen 1. Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw of in de ingang van een portiek als dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of dat portiek of als daardoor die ingang versperd wordt. 2. Het is verboden op of aan de weg een fiets, bromfiets of vergelijkbaar vervoermiddel te parkeren als daardoor: a. op de weg de doorgang of het uitzicht wordt gehinderd of belemmerd; b. de veiligheid voor het verkeer wordt gehinderd; c. de doorstroming van het verkeer wordt gehinderd of belemmerd; d. op of aan een openbare plaats schade of overlast wordt veroorzaakt; e. voor een bewoner of gebruiker van een gebouw waartegen of waarvoor de fiets, bromfiets of vergelijkbaar vervoermiddel staat geparkeerd de doorgang of het uitzicht wordt belemmerd.

Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein en dergelijke Het is verboden zich op door het college of de burgemeester aangewezen uren en plaatsen met een fiets of bromfiets te bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid wordt gehouden die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van het terrein. Artikel 2:53 Bespieden van personen 1. Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon of een gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de kennelijke bedoeling deze persoon of een persoon die zich in dit gebouw, deze woonwagen of dit woonschip bevindt, te bespieden. 2. Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander optisch instrument een persoon die zich in een gebouw, woonwagen of woonschip bevindt te bespieden. Artikel 2:54 (Vervallen) Artikel 2:55 (Vervallen) Artikel 2:56 (Vervallen) Artikel 2:57 Loslopende honden 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: a. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak, speelweide, de directe omgeving van een school of op een andere door het college aangewezen en zo nodig afgebakende plaats; b. op een openbare plaats als de hond niet is aangelijnd. 2.

Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. 3. Het eerste lid, aanhef en onder a en b, is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden of die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond. Artikel 2:58 Verontreiniging door honden biz. 20 van 51

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10372569/1