CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

A-raadsmemo-procesvoorstel-moties-toezegging-in-relatie-werelderfgoed-Beemster

Commissie Maatschappelijk 7 september 2022, gemeente PurmerendBij agendapunt: Procesvoorstel moties en toezeggingen gerelateerd aan UNESCO werelderfgoed Droogmakerij de Beemster2.717 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO

Aan Van Datum Onderwerp Registratienummer

: Gemeenteraad Purmerend : Wethouder Tijmstra : 14 Juli 2022 : Procesvoorstel moties en toezeggingen gerelateerd aan UNESCO werelderfgoed Droogmakerij de Beemster : 1570897

Historisch overzicht In 1999 is Droogmakerij de Beemster bijgeschreven op de UNESCO Werelderfgoedlijst. De Beemster werd gezien als schoolvoorbeeld van hoe Nederlanders grote delen van hun land hebben drooggelegd. Door de drooglegging werd vruchtbare landbouwgrond gecreëerd. De wegen en waterwegen in De Beemster werden aangelegd in een strak geometrisch patroon. Ruim 400 jaar later vormt dit strak geometrische patroon nog steeds de basis van de inrichting van de droogmakerij. De beschrijving van het werelderfgoed en de unieke universele waarde ervan staan opgenomen in het officiële UNESCO document Outstanding Universal Value. 1 De Beemster is een gebied waarin wordt gewoond en gewerkt. Door de aanwijzing tot UNESCO werelderfgoed ontstond een spanningsveld tussen cultuurhistorie enerzijds en het behouden van een vitale gemeenschap anderzijds. Daarom is besloten om de visie Des Beemsters (2005-2006) op te stellen. De visie had als doel te onderzoeken op welke wijze de kwaliteiten van de droogmakerij gerespecteerd en zo mogelijk versterkt kunnen worden binnen ruimtelijke ontwikkelingen. De visie Des Beemsters is in 2006-2007 doorvertaald in Des Beemsters II – van visie naar projecten. Aansluitend bij de opgaven die voorlagen en kansen die werden gezien, is een aantal projecten geselecteerd om ontwikkeling in een UNESCO werelderfgoed mogelijk te maken.

Onderdeel van Des Beemsters II waren onder andere de waterbergingsopgave, de inrichting van het Beemster erf (met als resultaat het handboek ‘ontwerp uw eigen erf’) en de digitalisering van de Kopergravure (welke sloten zijn nog oorspronkelijk). Het projectbureau gekoppeld aan Des Beemsters is eind 2012 opgehouden te bestaan. De projecten en beleidslijnen die vanuit Des Beemsters voortkwamen, zijn in 2012 in beleid vastgelegd (Bestemmingsplan Buitengebied, Omgevingsnota en de Structuurvisie Beemstermaat). De gemeenteraad heeft deze documenten – met daarin de doorvertaling van de OUV en formele kernkwaliteiten naar lokaal beleid – vastgesteld. De afgelopen jaren zijn daar diverse beleidsnotities bijgekomen, zoals de beleidsnota Zonnepanelen in Beemster (2019). Deze documenten gaven kaders waarbinnen ontwikkelingen in De Beemster konden worden beoordeeld. In 2012 is tevens het eerste Managementplan voor Droogmakerij de Beemster vastgesteld; een door UNESCO verplicht gesteld beheer- en behoudplan. 2

1

https://secure-beemster.gemeenteoplossingen.nl/Vergaderingen/Gemeenteraad/2014/11-maart/22:00/Ingekomenstukken/Nederlandse-vertaling-OUV-DEF.pdf 2 https://beemsterraadsinformatie.purmerend.nl/Vergaderingen/Gemeenteraad/2021/31augustus/22:00/Managementplan-2022-2027-Unesco-werelderfgoed-Droogmakerij-de-Beemster-versie-11augustus-2021.pdf

Spanningsveld cultuurhistorie en vitale gemeenschap neemt weer toe De laatste twee jaar lijkt het spanningsveld tussen cultuurhistorie enerzijds en het behoud van een vitale gemeenschap anderzijds weer steeds groter te worden. Er zijn toenemende kritische geluiden van agrariërs die zich in hun ontwikkeling beperkt voelen door de geldende regelgeving. Tijdens de herijking van het Bestemmingsplan Buitengebied is onder meer gekeken naar de mogelijkheden. Bovendien heeft de Rekenkamercommissie Purmerend en Beemster in 2021 een onderzoek gedaan naar de UNESCO status van de droogmakerij. 3 In hetzelfde jaar is het managementplan bijgewerkt. Een managementplan is behoud en beheerplan van het werelderfgoed waarin de wet- en regelgeving staat die betrekking heeft op het werelderfgoed. Het hebben van een managementplan is een verplichting vanuit UNESCO. Het heeft een vastgestelde structuur en moet periodiek bijgewerkt worden. Tijdens de raadsbehandeling van het bijgewerkte managementplan zijn veel vragen gesteld over bestaande ruimtelijke wet- en regelgeving. Voldoet dit beleid nog, zijn (grootschalige) ontwikkelingen in Beemster mogelijk of ligt de nadruk teveel op cultuurhistorie? En passen de plannen binnen Beemster? Een recent dossier waar deze vragen ook werden gesteld, is het plan voor drie recreatiewoningen aan de Vredenburghweg.

Aangenomen moties en toezeggingen 2021 Uiteindelijk hebben al deze ontwikkelingen geleid tot meerdere moties die door de gemeenteraad Beemster eind 2021 zijn aangenomen. De moties en toezeggingen die een duidelijke relatie met elkaar hebben, zijn: 1- Toezegging Managementplan UNESCO werelderfgoed Droogmakerij de Beemster In 2021 is door de toenmalige portefeuillehouder toegezegd om met een voorstel met een plan van aanpak te komen voor een evaluatie van het voorgaande managementplan. Het college heeft in een reactie al aangegeven dat een evaluatie van het managementplan op zichzelf niet relevant is (aangezien er alleen bestaande wet- en regelgeving in staat opgenomen), maar dat wordt ingezet op een evaluatie van het werelderfgoed. 2- Motie D66: Uitwerken en objectiveerbaar maken kernkwaliteiten UNESCO werelderfgoed Droogmakerij de Beemster Over te gaan tot het instellen van een onafhankelijke studiegroep, bij voorkeur met deelname van de Adviescommissie voor Ruimtelijke Kwaliteit, met als opdracht te onderzoeken of en zo ja hoe de kernkwaliteiten verder moeten worden uitgewerkt en geobjectiveerd en hoe ten behoeve van de bescherming van de werelderfgoederen. 3- Motie VVD, BPP, CDA: Stolpenbeleid Komen tot een beleidsvoorstel voor stolpenbehoud en – ontwikkeling en hiervoor een plan van aanpak aan de nieuwe gemeenteraad voor te leggen.

4- Motie VVD, BPP: Beemster erf Een notitie voor te bereiden met het advies aan de nieuwe gemeenteraad om de nota Beemster erf, (de doorwerking daarvan in) de Omgevingsnota en de Structuurvisie te evalueren en zo nodig te actualiseren. 5- Motie VVD, BPP: Vrijkomende agrarische bebouwing Een notitie voor te bereiden met het advies aan de nieuwe gemeenteraad om het onderwerp vrijkomende agrarische bebouwing ter meningsvorming te agenderen in de commissie en hier zo nodig beleid voor op te stellen.

3

https://purmerend.raadsinformatie.nl/document/10667665/1/B__Rekenkamerrapport_werelderfgoed_Beemster

2

De motie en de toezegging m.b.t. UNESCO werelderfgoed staan niet op zichzelf, maar hebben een duidelijke relatie met andere, bovengenoemde moties die door de gemeenteraad Beemster zijn aangenomen. Om de samenhang tussen de moties te duiden en aan te geven wat binnen de invloedsfeer van de gemeenteraad ligt, is het goed om eerst te kijken naar de samenhang tussen kernkwaliteiten van het UNESCO werelderfgoed en ruimtelijke kwaliteit. Kernkwaliteiten, ruimtelijke kwaliteit en invloedsfeer gemeenteraad Ieder UNESCO werelderfgoed beschikt over een beschrijving van de unieke universele waarde: de Outstanding Universal Value (OUV). Het hebben van een OUV is een verplichting vanuit UNESCO en het Werelderfgoedcomité is het enige orgaan dat de bevoegdheid heeft om OUV officieel vast te stellen. De OUV geven een beschrijving van de werelderfgoedsite en gaan in op aspecten als integriteit en authenticiteit, management en bescherming. In Nederland zijn de OUV van de werelderfgoederen vertaald in concrete kernkwaliteiten. De kernkwaliteiten voor Beemster staan opgenomen in het door het Rijk vastgestelde BARRO (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) en straks in het Bkl (Besluit kwaliteit leefomgeving). De provincie heeft de kernkwaliteiten ook opgenomen in haar provinciale verordening.

De bescherming van de kernkwaliteiten is daarmee in ruimtelijke wet- en regelgeving juridisch vastgelegd. Het aanpassen van de officiële OUV en kernkwaliteiten zoals deze staan opgenomen in het BARRO/Bkl ligt buiten de invloedsfeer van de gemeenteraad. Dit geldt overigens ook voor de kernkwaliteiten van UNESCO werelderfgoed De Hollandse Waterlinie (Stelling van Amsterdam) die gedeeltelijk ook in Beemster ligt. De gemeente is siteholder van de UNESCO site en heeft daarmee onder andere een verplichting in het behoud van het werelderfgoed. Dit betekent onder meer dat de gemeente er vanuit die hoedanigheid voor moet zorgen dat er geen aantasting van de kernkwaliteiten plaatsvindt. Hierbij gaat het onder andere om het behoud van de grote openheid en het strak geometrische patroon van wegen (incl. laanbeplanting) en waterwegen. Om deze kernkwaliteiten te beschermen, is lokaal ruimtelijk beleid opgesteld. Het is een bevoegdheid van de gemeenteraad om het lokale beleid – met daarin een doorvertaling van de officiële kernkwaliteiten - vast te stellen. Zoals in de historische context aan het begin van dit memo staat opgenomen, heeft Beemster deze doorvertaling via ‘Des Beemsters’ in 2012 in beleid vastgelegd door het Bestemmingsplan Buitengebied, de Omgevingsnota en de Structuurvisie Beemstermaat vast te stellen.

Dit heeft onder meer geresulteerd in regelgeving voor de inrichting van Beemster erven en afspraken over de Kopergravuresloten. En de afgelopen jaren zijn daar diverse beleidsnotities bijgekomen. De regelgeving voor de inrichting van bijvoorbeeld het Beemster erf is ondersteunend aan het behoud van de kernkwaliteiten en waar mogelijk herstel of verbeteren ervan. Het draagt er zorg voor dat er op het erf doorzichten naar het open landschap blijven, bebouwing qua volume niet te groot kan worden en daarmee de beleving van het open landschap in gedrang komt (o.a. door regels m.b.t. goothoogtes), de beleving van de Kopergravuresloten zo groot mogelijk blijft (o.a. door beleid m.b.t. dammen en bruggen), en dat erven ruimtelijk kwalitatief worden ingericht. Tussen kernkwaliteiten en ruimtelijke kwaliteit zit dus een duidelijke samenhang. Maar tussen kernkwaliteiten en ruimtelijke kwaliteit zit ook een groot verschil. Vanuit de UNESCO status geredeneerd, moeten kernkwaliteiten worden behouden en kan aantasting daarvan gevolgen hebben voor de UNESCO status. En hoewel het lokale ruimtelijke beleid ondersteunend is aan het behoud van de kernkwaliteiten, betekent het niet dat elke aanpassing c.q. afwijking van dit lokale beleid direct leidt tot aantasting van de kernkwaliteiten en dus gevolgen heeft voor de UNESCO status.

Wanneer bijvoorbeeld in een casus wordt afgeweken van goothoogtes zal dit over het algemeen niet direct leiden tot aantasting van de kernkwaliteiten. Wanneer de regels voor heel het buitengebied worden losgelaten, zal het echter wel impact kunnen hebben op de beleving van het gebied en daarmee de beleving van de kernkwaliteiten. Hetzelfde geldt voor dammen en bruggen, en de principes voor erfinrichting. Hierbij dient wel te worden opgemerkt dat de regels er niet alleen zijn om de kernkwaliteiten

3

te beschermen, maar ook zorgen voor een goede ruimtelijke ordening. Ook zonder UNESCO status zou hoe dan ook sprake zijn van lokale regelgeving om de ruimtelijke kwaliteit in het gebied te borgen. Ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken in een UNESCO werelderfgoed blijft maatwerk, waarbij er zowel aandacht moet zijn voor het behoud van de kernkwaliteiten en een goede ruimtelijke kwaliteit, maar er ook gekeken moet worden naar de (ruimtelijke) ontwikkelkansen om De Beemster een vitaal woon- en werkgebied te laten zijn. Dit spanningsveld komt terug in de moties die eind 2021 door de gemeenteraad van Beemster zijn aangenomen. Afhandeling motie en toezegging m.b.t. het UNESCO werelderfgoed Dit procesvoorstel heeft betrekking op de toezegging m.b.t. de moties die direct gaan over het UNESCO werelderfgoed: de evaluatie van het managementplan en de motie m.b.t. het uitwerken en objectiveerbaar maken van de kernkwaliteiten. Motie met betrekking tot het uitwerken en objectiveerbaar maken van de kernkwaliteiten Aangegeven is dat de kernkwaliteiten niet kunnen worden aangepast, maar dat de ruimte voor uitwerking c.q. objectivering zit in de doorvertaling in lokaal beleid. In diverse andere moties heeft de gemeenteraad gevraagd om naar dit lokale beleid te kijken. Daarom wordt ook voorgesteld om de afhandeling van deze motie in gezamenlijkheid met de moties m.b.t.

erfinrichting, stolpenbeleid en vrijkomende agrarische bebouwing af te handelen. Deze moties worden als één geheel beschouwd, omdat: - allen betrekking hebben op het functioneren van het buitengebied en de toekomstige) rol en omvang van de agrarische functie - allen betrekking hebben op (toekomstige) ontwikkelingsmogelijkheden van het (agrarische) erf - allen betrekking hebben op het bestaande integrale beleidskader die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn: bestemmingsplan Buitengebied – Structuurvisie Buitengebied – Omgevingsnota Het college stelt voor een workshop met de gemeenteraad/commissie te organiseren waarin: - de beoogde betekenis van de moties wordt besproken - de opgave met elkaar inzichtelijk wordt gemaakt - in samenspraak duidelijke uitgangspunten ter verdere uitwerking van de moties worden bepaald In deze workshop kan ook de samenhang van deze moties met de evaluatie van het werelderfgoed verder worden besproken. In overleg met de griffie zal een datum voor deze workshop bepaald worden. Er volgt daarom op dit moment geen apart voorstel voor de afhandeling van deze specifieke motie. Dit traject wordt gezamenlijk vanuit de portefeuilles Ruimtelijke Ontwikkeling en UNESCO werelderfgoed opgepakt.

Toezegging evaluatie van het managementplan Het managementplan is een beheer- en behoudplan voor een UNESCO werelderfgoed en bestaat uit een overzicht van bestaande wet- en regelgeving. Het plan zelf bevat geen nieuwe informatie en gezien dat feit is een evaluatie van het managementplan zelf niet relevant. Evaluatie van bestaand beleid vindt via andere moties plaats (zoals hierboven bij de motie m.b.t. de uitwerking c.q. het objectiveerbaar maken van de kernkwaliteiten beschreven). Voorgesteld wordt om een evaluatie te laten plaatsvinden waarbij de vraag centraal staat wat het betekent om werelderfgoed te zijn. Dit kan een vervolg zijn op het onderzoek dat door de Rekenkamercommissie in 2021 is uitgevoerd. Uit het onderzoek van de Rekenkamercommissie kwam een aantal aanbevelingen voort: 1. Continueer en evalueer de ingezette vereenvoudiging van de lokale regels. 2. Continueer en evalueer de ingezette verbetering in communicatie.

4

3. Evalueer de effecten van beleidskeuzes over methodiek toerekening ambtelijke kosten omgevingsvergunningen voor grotere projecten in het buitengebied. 4. Maak een plan voor de ontwikkeling van educatie en duurzaam kwaliteitstoerisme. Twee van de aanbevelingen uit het rapport van de Rekenkamercommissie (communicatie en kansen voor educatie en duurzaam kwaliteitstoerisme) worden in de evaluatie meegenomen. De overige aanbevelingen hebben – gezien de ruimtelijke aspecten - meer betrekking op de moties over het Beemster erf etc. Belangrijk is ook om vooruit te kijken: hoe worden de uitkomsten verder in de praktijk opgepakt. Procesvoorstel evaluatie werelderfgoedstatus De evaluatie wordt door de betrokken beleidsmedewerkers en medewerkers van B&I (Beleidsonderzoek en Informatiemanagement) uitgevoerd. De centrale vraag van de evaluatie is: Wat betekent het om werelderfgoed te zijn? Voor de beantwoording van deze vraag wordt de focus gelegd op: 1- de reikwijdte van de UNESCO status - hoe is de bescherming geregeld en waar beïnvloedt de status het wonen en werken in De Beemster 2- het draagvlak voor de UNESCO status 3- kansen die deze status biedt Om deze vragen te kunnen beantwoorden, wordt gebruik gemaakt van de volgende methoden: •

•

•

Bureauonderzoek n.a.v. bestaande (recente) evaluaties en rapporten met betrekking tot het werelderfgoed, zoals het rekenkamerrapport, onderzoek haalbaarheid Bezoekerscentrum werelderfgoed Droogmakerij de Beemster, de nulmeting toerisme, en de opgehaalde informatie bij het opstellen van de dorpsontwikkelingsvisies. Enquêtes onder de bevolking – uitgevoerd door B&I. Hierbij wordt gevraagd naar de impact van de status op het wonen en werken in De Beemster, het draagvlak voor de status, maar ook naar de kansen die de UNESCO status biedt. Specifieke interviews, onder andere met partijen die werkzaam zijn in toerisme en educatie.

Doelgroepen die we in de enquêtes c.q. het onderzoek in ieder geval willen benaderen: - Beemster inwoners (zowel uit de dorpen als uit het buitengebied) - Agrarische ondernemers - Overige ondernemers - Inwoners en ondernemers uit Purmerend - Stakeholders gefocust op toeristische en educatieve kansen (onder andere: SPBW/VISIT Beemster, BTLH, Purmerends Museum) Naar aanleiding van de eerste uitkomsten en opgehaalde informatie wordt tussentijds gekeken of er nog doelgroepen aan het onderzoek moeten worden toegevoegd. Tijdpad Voor de afhandeling van de evaluatie wordt gestreefd naar het volgende tijdpad: September 2022 Sept/okt 2022 4e kwartaal 2022

Meningsvormende bespreking van dit procesvoorstel in de commissievergadering Start bureauonderzoek Opstellen enquêtes voor uitvraag onder de doelgroepen Enquêtering en bureauonderzoek

5

1e kwartaal 2023 2e kwartaal 2023 Najaar 2023

Interviews met stakeholders Oplevering verwerkte gegevens uit enquêtering Verwerking gegevens tot definitieve evaluatie Bestuurlijke bespreking evaluatie

NB. Aangezien de evaluatie over de werelderfgoedstatus een duidelijke samenhang kent met de afhandeling van de overige ingediende moties, is de haalbaarheid van het tijdpad mede afhankelijk van die processen. Ook kunnen mogelijk nieuwe coronamaatregelen van invloed zijn op de haalbaarheid van de evaluatie (o.a. voor de te houden interviews). Financiële consequenties Voor de uitvoering van de voorgestelde evaluatie wordt een budget ter hoogte van € 20.000,- gevraagd. Dit bedrag is als volgt opgebouwd: -

Inhuur benodigde capaciteit uitvoering evaluatie Inzet B&I in verband met enquêtes/uitvraag Budget voor bijeenkomsten/interviews etc. Communicatie

€ 15.500,€ 1.000,-* € 1.500,€ 2.000,-

* Hierbij wordt uitgegaan van online enquêtering en o.a. het inzetten van het internetpanel. Als er papieren enquêtes moeten worden afgenomen, zijn daaraan hogere kosten verbonden. Er is in reguliere budgetten geen financiële ruimte om deze evaluatie uit te voeren. Dekking voor de evaluatie moet daarom worden gevonden in de algemene middelen. Dit zal financieel worden verwerkt via de najaarsrapportage. Wat levert de evaluatie op? - Inzicht in het siteholderschap. - Inzicht in impact UNESCO status op wonen en werken in De Beemster. - Inzicht in het draagvlak voor de status (algemeen + per doelgroep). - Inzicht in de kansen die de status biedt (o.a. op toeristisch en educatief vlak). - Aanbevelingen n.a.v. de resultaten. Dit is afhankelijk van de precieze resultaten, maar er kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een aanpak op het gebied van communicatie of educatie).

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11699554/2