20250513-beantwoording-p.-g.-j.-wickel-water-en-rioleringsprogramma
Tekst van het document
Technische vragen d.d. 08-05-2025 van VVD Opsteller: P.G.J. Wickel Onderwerp: gemeentelijk Water- en Rioleringsprogramma 2025-2030 Commissie/raad: Ruimte Geagendeerd: ja Agendapunt: 7 Inleiding: De gemeenteraad wordt voorgesteld om het WRP vast te stellen en voor de financiering hiervan over te gaan naar een gedeeltelijk spaarsysteem voor de rioolheffing (de kosten van het rioolbeheer worden gedekt uit de opbrengsten van de rioolheffing). Dit systeem betekent dat voor het rioolheffingstarief binnen tien jaar tijd wordt toewerkt naar 50% activeren en 50% sparen Vraag 1: Wat zijn de financiële gevolgen van de aanpassingen op de afschrijvingstermijn van 20 naar 15 jaar voor de elektromechanische delen? Waarom is dit doorgevoerd en is dit voor alle modellen ook doorgevoerd? Antwoord 1: Arcadis heeft deze aanname in zijn uitgangspunten gebruikt, maar bij navraag bij Arcadis blijkt dat omdat pompen een relatief klein deel van de investeringen uitmaken, er in de berekeningen uiteindelijk geen rekening mee is gehouden. Het was duidelijker geweest als dit in het rapport was toegelicht. Vraag 2: Er wordt een aanname gemaakt dat er geen rendement wordt gemaakt op eventuele positieve saldi.
Waarom kan er geen rendement gemaakt worden op deze saldi? Stel dat er 1 of 2 procent rendement gemaakt wordt wat heeft dit voor gevolgen voor de modellen? Antwoord 2: Dat heeft een verslaggevingstechnische oorzaak. De positieve saldi staan in de voorziening en het is volgens het Besluit Begroting en Verantwoording niet toegestaan rente bij te schrijven op de voorziening. Het is daarom in de modellen ook niet meegenomen. Vraag 3: Er staat dat met name het huidige model erg gevoelig is voor toekomstige rente stijgingen. Kunt u dat verder uitleggen, ik doe de aanname dat de financieringstermijn van een lening zoveel mogelijk wordt afgestemd met de afschrijvingstermijn voor zover mogelijk?
Antwoord 3: Die aanname is niet juist omdat we in de gemeente niet doen aan projectfinanciering, maar aan totaalfinanciering. Bij projectfinanciering zouden er dan in het geval van riolering leningen van 55 jaar moeten worden afgesloten. Die leningen worden niet aangeboden. Wat er met die opmerking wordt bedoeld, is dat het huidig model leidt tot zeer hoge boekwaarden en daarmee wordt het tarief van de rioolheffing gevoelig voor rentewijzigingen. Vraag 4: Er wordt gesteld dat de rente op termijn 3% bedraagt. Wat zijn de gevolgen voor de modellen als er gerekend wordt met een rente van 1%, 2% en 4%? Binnen welke bandbreedtes vallen de uitkomsten van de modellen als de huidige rente niet klopt? Antwoord 4: We zouden Arcadis dan nieuwe berekeningen moeten laten doen om de precieze uitkomsten te melden. Het algemene antwoord is dat bij 1% het effect van sparen minder groot is. Hoe hoger de rente, hoe hoger het effect van sparen. We zijn van 3% uitgegaan omdat we met de huidige marktrentes en investeringsniveaus naar dat percentage toe groeien. Vraag 5: Er staat dat de afschrijvingstermijn van 45 jaar naar 55 jaar gaat. Het is alleen niet duidelijk of deze wijziging in alle modellen is meegenomen of alleen in het voorgestelde model van 50%.
Antwoord 5: Het is meegenomen als een losse maatregel bij alle modellen en uitgerekend op basis van de huidige boekwaarde om te kijken wat dit op het huidige tarief zou betekenen. Vraag 6: Er wordt uitgegaan van een aantal jaren dat er 500 aansluitingen per jaar bij komen en vervolgens geen aansluitingen meer. Kijkend naar de huidige plannen kloppen deze aantallen dan wel? Wat zijn de huidige aantallen van nieuwbouw woningen/bedrijven in de komende 10 jaar? Antwoord 6: Er moet in een model van een aantal aannames worden gedaan. Arcadis heeft de meerjarenbegroting als uitgangspunt genomen en daarmee ook de groei van de aansluitingen in die periode. Kosten en opbrengsten zijn in het model niet geïndexeerd. Bedoeling van de berekeningen was vooral om de effecten van de wijziging van de systeemkeuze te laten zien. Als er meer aansluitingen bijkomen, is dat in eerste jaren gunstig voor het tarief omdat er weinig kosten zijn (nieuwe perceelaansluitingen zijn voor rekening van de aanvrager) en er wel rioolheffing wordt gevraagd. Vraag 7: In hoeverre veranderen de uitkomsten van de modellen als er in de komende 10 jaar 1000 of 2000 aansluitingen per jaar bijkomen?
Antwoord 7: Zie antwoord vraag 6. Daar verandert de modelkeuze niet door, maar in de beginjaren zou dit wel een gunstig effect op het tarief hebben. Vraag 8:
Antwoord 8:
Vraag 9:
Antwoord 9:
Vraag 10:
Antwoord 10: