20250312-beantwoording-p.-zwart-toekomstscenario's-gemeente-purmerend-deel-2
Tekst van het document
Technische vragen d.d. 12-03-2025 van GroenLinks Opsteller: P. Zwart Onderwerp: Toekomstscenario’s gemeente Purmerend – deel 2 Commissie/raad: Algemeen Geagendeerd: ja Agendapunt: 8 Inleiding: Op 20 maart 2025 worden de Toekomstscenario’s gemeente Purmerend in de commissievergadering besproken. Ter voorbereiding heeft de fractie van GroenLinks de onderstaande technische vragen. Het zou ons helpen als de beantwoording reeds bij de werkbijeenkomst van 17 maart beschikbaar is.
Vraag 1: Mogelijke maatregelen 17, 18, 19. Van de bijdrage aanvullende zorgverzekering wordt door gemiddeld 1.950 deelnemers gebruik gemaakt (zie bij mogelijke maatregel 17). Hoeveel inwoners maken gebruik van de compensatie Eigen Risico Zorgverzekering (gemiddeld aantal toekenningen per jaar) en hoe groot is de groep die, met een inkomen tussen de 100% en 120%, gebruik maakt van vergoeding van de bewindvoeringskosten?
Antwoord 1: Ongeveer 1.550 inwoners maken gebruik van de compensatie van het eigen risico. Ongeveer 40% van de kosten van bewindvoering wordt uitgegeven aan inwoners met een inkomen tussen de 100% en 120%. Het gaat om ongeveer 230 huishoudens, die geen uitkering levensonderhoud ontvangen van de gemeente. Vraag 2: Mogelijke maatregel 29: Weer in eigen beheer gazons maaien. Hier wordt een besparing mogelijk geacht van € 130.000 per jaar vanaf het jaar 2027, omdat er dan geen kosten meer worden gemaakt voor aannemers. a. Op welke wijze zijn de verwachte investeringskosten à € 310.000 in deze besparing verwerkt, en is er ook rekening gehouden met de afschrijving van machines? b. Als eigen medewerkers dit beheer gaan doen, op welke wijze is er bij deze besparingsoptie in hun salaris voorzien? c. Als het gazons maaien door eigen medewerkers jaarlijks € 130.000 goedkoper is dan uitbesteding, was dit in 2024 ook al bekend, en wat was de reden om in 2024 over te gaan tot een systeem van uitbesteding?
Antwoord 2: 2a. In de totale berekening is voor dekking van de benodigde investeringskosten rekening gehouden met een afschrijftermijn van 7 jaar a € 48.000 per jaar en € 15.000 per jaar per machine aan brandstof, onderhoud en verzekering. 2b. In de berekening is rekening gehouden met de loonsom voor 4fte voor medewerkers groenbeheer. 2c. Maaien is in Purmerend sinds jaar en dag uitbesteed aan aannemers. De uitvoering van de contracten in de afgelopen jaren en met name de kwaliteit van het maaien hebben ons op het idee gebracht om het mogelijk zelf te gaan doen. Wij denken ook dat de organisatie inmiddels voldoende vorm en inhoud heeft om dit toch specialistische werk zelf op een robuuste wijze aan te kunnen. ER werd reeds gewerkt aan een scenario waarin de gazons in eigen beheer worden gemaaid. Vraag 3: Mogelijke maatregel 32: Inzet reserve duurzaamheid. Enerzijds wordt gesteld dat het mogelijk zou zijn om met een besparing van € 150.000 de ambities en projecten uit het overzichtsdocument “Werk aan de Toekomst”, gefinancierd vanuit de CDOKE-gelden, uit te voeren, anderzijds zou een grotere bezuiniging het niveau van het klimaat- en energiebeleid aantasten. a. Waaruit bestaat de voor mogelijk gehouden besparing van € 150.000? b.
Mogen deze € 150.000 CDOKE-rijksgelden gebruikt worden om de gemeentelijke begroting sluitend te maken in plaats van ze te besteden aan klimaat- en energiebeleid? c. Is er zekerheid dat de CDOKE-gelden tenminste tot en met het jaar 2029 op hetzelfde niveau beschikbaar zullen zijn voor de gemeente Purmerend, en indien dit niet het geval is, welke gevolgen zou dit hebben voor de gemeentebegroting en het gemeentelijk klimaat- en energiebeleid?
Antwoord 3: 3a. Voor deze besparing is gekeken naar de CDOKE-gelden en de financiële gevolgen van het overzichtsdocument “Werk aan de Toekomst”. Als het overzichtsdocument doorgang vindt in zijn huidige vorm, dan blijven er vanuit de CDOKE-middelen nog gelden beschikbaar. Dat gaat om €150.000 per jaar. 3b. De verantwoording richting het Rijk kan op basis van de huidige uitgangspunten worden opgesteld. Daarmee kan het genoemde bedrag worden ingezet voor het sluitend maken van de begroting. 3c. In publicaties van de VNG en de RVO is duidelijk geworden dat de regeling in ieder geval doorgang vindt tot 2030. De bijbehorende middelen worden op dit moment nog uitgewerkt. In een publicatie van de VNG is opgenomen hoe de bijdrage moet worden verwerkt in de meerjarenbegroting. Deze lijn volgen we als gemeente Purmerend.
Vraag 4: Mogelijke maatregel 33: Afschalen adviesbudget Omgevingsteam. In de afgelopen jaren is het adviesbudget niet volledig gebruikt. Dit zou kunnen leiden tot een vermindering (afschalen) van dat budget wegens structurele onderuitputting. In de tekst is echter ook sprake van het geheel vervallen van het budget. Waarom wordt de onderuitputting gebruikt als motivering voor het geheel laten vervallen van het budget, en wel onder het kopje “afschaling”?
Antwoord 4: De onderuitputting van het adviesbudget in de afgelopen jaren heeft geleid tot het voorstel om het budget geheel te laten vervallen, aangezien de middelen structureel niet volledig werden benut. Onder "afschaling" wordt in dit geval bedoeld dat het budget ten gunste kan worden gebracht van het begrotingssaldo. Wel betekent dit dat benodigde advieskosten, indien nodig, voortaan worden betaald door de aanvragers van vergunningen en ontheffingen. Dit heeft voor de gemeente geen noemenswaardige maatschappelijke effecten. Vraag 5: Mogelijke maatregel 34: Formatie Omgevingsteam. Zal het eventueel terugbrengen van de uitbreiding van de formatie van het Omgevingsteam (o.a. APV, bijzondere wetten en BIBOB) leiden tot het weer door de aanvrager moeten inleveren van een VOG, een verplichting die zojuist in de laatste raadsvergadering (27 februari 2025) is afgeschaft?
Antwoord 5: Nee, dat staat hier los van. De capaciteit terugbrengen zal consequenties hebben voor de kwaliteit van de dienstverlening en snelheid van afhandeling. Vraag 6: Mogelijke maatregel 39: Kinderboerderij. Betreft de mogelijke besparing van € 238.000 (oplopend tot € 250.000 in 2028 en 2029) op de kinderboerderij een versobering, of het geheel opheffen van de kinderboerderij? Als wij de kinderboerderij willen laten blijven bestaan, zijn nieuwe investeringen dan onvermijdelijk, en over welke (orde van grootte van) bedragen gaat het dan?
Antwoord 6: De vermelde € 238.000 bestaat uit de besparing op de personeels- en de beheerlasten en gaat uit van het volledig opheffen van de kinderboerderij. Daarin zijn nog niet de huisvestingslasten van de boerderij voor circa € 40.000 meegenomen. Daarin zitten budgetten voor verzekeringen, energie en onderhoud. Voor de komende 10 jaar is er in het Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) voor dit pand een bedrag van
rond de € 500.000 begroot. Vraag 7: Mogelijke maatregel 40: Natuur- en Milieu Educatie. Hier wordt een besparing mogelijk geacht van circa € 130.000 per jaar, als de NMEeducatie niet meer vanuit de gemeente wordt geleverd. Er zijn verschillende aanbieders die vergelijkbaar onderwijs kunnen verzorgen, maar moeten die aanbieders dan door de gemeente worden gesubsidieerd, om welke bedragen gaat het dan, of doen die andere aanbieders het gratis? Of is de € 130.000 het prijsverschil tussen de gemeente en de andere aanbieders?
Antwoord 7: De vermelde besparing van circa € 130.000 bestaat uit de besparing op de personeels- en beheerlasten en gaat uit van het niet meer leveren van NME-educatie vanuit de gemeente. Deze besparing bestaat uit de budgetten die worden ingezet voor het verzorgen van NME inclusief de schooltuinen. Indien de wens bestaat om NME doorgang te laten vinden, dan is het verstrekken van een subsidie aan een externe partij een mogelijkheid. Het is mogelijk de hoogte van de subsidie zelf te bepalen, maar de mogelijke besparing wordt daarmee minder. Vraag 8: Mogelijke maatregel 41: Purmaryn. Als mogelijkheid wordt genoemd het verbreden van de functie van de Purmaryn en inzet als “huiskamer van de stad”. Dit begrip kennen wij uit de plannen voor de binnenstad, waar ook het bevorderen van het ongedwongen ontmoeten, in als het ware een “huiskamer van de stad”, één van de speerpunten is. Naast de huidige commerciële ontmoetingsplaatsen zoals de horeca rond de Koemarkt, bleek er vooral behoefte te zijn aan ontmoetingsmogelijkheden zonder dat meteen de beurs getrokken moet worden, en die ook voor mensen met weinig geld bereikbaar zijn. Hoe verhoudt een “huiskamer”functie voor de Purmaryn zich tot de beoogde mogelijke besparing van € 125.000 per jaar, te realiseren door o.a. verhoging van de prijzen?
Antwoord 8: De besparing van €125.000 per jaar komt vanuit onder andere prijsverhogingen. De prijs van het kaartje voor een voorstelling wordt niet bepaald door het theater, maar door het impresariaat, artiest en producent. Dit zorgt ervoor dat de prijzen landelijk gelijk zijn. Besparing moet worden gerealiseerd vanuit opties als sponsoring, fondsenwerving en verhuur van ruimtes. De huiskamerfunctie kan daarnaast bestaan, als ontmoetingsplek waar geen tarief of kaartje voor nodig is. Vraag 9:
Onderzoeken. Bij een groot aantal van de genoemde maatregelen wordt gesteld dat onderzocht moet worden of en in welke mate het vermelde bezuinigingsbedrag mogelijk en haalbaar is. Al dat onderzoek is waarschijnlijk niet gratis. a. Op welke wijze zijn de onderzoekskosten in de berekeningen verwerkt? Is er al per maatregel een inschatting van de hoogte van de onderzoekskosten? b. Worden deze onderzoeken intern (met eigen personeel) gedaan of moeten er externe onderzoekers worden aangetrokken? c. Indien en voor zover deze onderzoeken intern worden gedaan, welk ander werk blijft er dan liggen?
Antwoord 9: 9a. Er is nog geen inschatting van de verwachte onderzoekskosten per maatregel. Deze zal ten laste komen van de begrote middelen per team of domein. 9b. Dat is afhankelijk van de maatregel en het onderzoek. We verwachten veel van deze onderzoeken zelf te kunnen uitvoeren. Daar waar dat niet lukt met de beschikbare capaciteit zullen we de onderzoeken extern laten uitvoeren. 9c. Dat is op voorhand niet te zeggen. We maken op basis van de verwachte zwaarte, duur en complexiteit van een onderzoek de afweging of dit het beste binnen de eigen capaciteit kan worden uitgevoerd of door externe partijen kan worden onderzocht. Vraag 10:
Antwoord 10: