CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

20250312-beantwoording-p.-zwart-toekomstscenario's-gemeente-purmerend-deel-1

Gecombineerde commissievergadering 20 maart 2025, gemeente PurmerendBij agendapunt: Toekomstscenario’s gemeente Purmerend2.469 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen d.d. 12-03-2025 van GroenLinks Opsteller: P. Zwart Onderwerp: Toekomstscenario’s gemeente Purmerend – deel 1 Commissie/raad: Algemeen Geagendeerd: ja Agendapunt: 8 Inleiding: Op 20 maart 2025 worden de Toekomstscenario’s gemeente Purmerend in de commissievergadering besproken. Ter voorbereiding heeft de fractie van GroenLinks de onderstaande technische vragen. Het zou ons helpen als de beantwoording reeds bij de werkbijeenkomst van 17 maart beschikbaar is.

Vraag 1: Voor het jaar 2026 is een bedrag van € 8.354.500 aan mogelijke ombuigingen (inkomstenverhogingen + bezuinigingen) geïnventariseerd. In de meerjarenraming bij de begroting 2025 is sprake van een sluitende begroting in 2026, met een nog beschikbare vrije ruimte van € 64.000, dankzij de inzet van een dekkingsplan ter waarde van ruim € 6.500.000. a. Hoe verhouden deze twee zich tot elkaar? Zijn, vanwege het dekkingsplan voor 2026, ombuigingen voor het jaar 2026 feitelijk nog niet nodig? Of is er, bij een keuze voor (een deel van) de ombuigingen in het jaar 2026, minder noodzaak om het dekkingsplan in te zetten, en komt het verschil dan ten goede aan de algemene reserve? b. Indien reeds voor het jaar 2026 voor een aantal ombuigingen zou worden gekozen, werkt dit dan door in de hoogte van de mogelijke ombuigingen in 2027 en latere jaren, in die zin dat er in die jaren minder omgebogen hoeft te worden? c. Is het mogelijk om de huidige inzet van het dekkingsplan voor 2026 te gebruiken voor de jaren 2027 en later, indien er voor het jaar 2026 al voor een aantal ombuigingen gekozen zou worden? Welke gevolgen zou dit hebben voor de stand van de algemene reserve?

Antwoord 1: 1a. Door gebruik te maken van de inzet van de algemene reserve is de begroting voor 2026 in evenwicht gebracht, wat resulteert in een positief begrotingssaldo voor dat jaar. Het idee was om ruimte te creëren van een jaar om te werken aan toekomstscenario’s. Dit besluit is genomen bij de Voorjaarsnota 2024. Inmiddels weten we uit de brieven van de toezichthouder dat een incidentele onttrekking aan de algemene reserve niet meetelt voor het structureel sluitend maken van de begroting. Er zijn ombuigingen nodig om óf het begrotingsjaar 2026 sluitend te maken met

structurele middelen óf het laatste jaar van de meerjarenbegroting (2029) sluitend te maken met structurele middelen. Daardoor zijn er ombuigingen nodig voor 2026. Gevolg is dat hierdoor de begrote onttrekking aan de algemene reserve kan worden verlaagd. 1b. Als er in 2026 structurele maatregelen worden getroffen om de begroting structureel sluitend te maken, werken die door in de jaren 2027-2029 en verlagen daarmee de taakstelling voor die jaren. Omdat de taakstelling oploopt, zijn er voor die jaren wel aanvullende maatregelen nodig. 1c. Wanneer er in 2026 al structurele ombuigingen worden doorgevoerd, zal dit een positief effect hebben op het nadeel van 2027 en verder. Het inzetten van de algemene reserve voor een specifiek begrotingsjaar, zoals 2027, is geen oplossing om de begroting structureel in evenwicht te brengen.

Vraag 2: Opnemen stelpost BCF-plafond. a. Waar komt het percentage van 75% bij de stelpost BCF-plafond vandaan? Is dit percentage ook aanbevolen door de VNG en de provinciale toezichthouder? b. Gesteld wordt dat deze extra bijdrage uit het Gemeentefonds toeneemt. Zijn er al cijfers over het jaar 2024 bekend? c. Op welke manier is deze extra bijdrage de afgelopen jaren in de jaarrekening en in de begroting verwerkt? d. Is er een risico, dat de gemeente bij deze stelpost met een onverwachte tegenvaller te maken kan krijgen, als de extra bijdrage niet langer toeneemt of wordt verminderd, wegens gewijzigd rijksbeleid?

Antwoord 2: 2a. De VNG heeft deze mogelijkheid in het begrotingsadvies expliciet opgenomen. Voor provincie geldt dat zij kijken naar de waarschijnlijkheid dat baten worden ontvangen. Dat kunnen we op basis van laatste jaren aantonen. Daarbij nemen we nog een veiligheidsmarge in acht omdat we 75% van de historische inkomsten ramen voor de komende jaren. 2b. Nee, de definitieve afrekening van het BCF-plafond voor 2024 vindt plaats bij de meicirculaire 2025. 2c. De ruimte onder het plafond worden jaarlijks door het Rijk bij de mei- en septembercirculaire vermeld. De financiële effecten die hieruit voortvloeien maken onderdeel uit van de begroting en de Najaarsnota. 2d. Het risico bestaat dat o.b.v. de landelijke spelregel van de toezichthouder achteraf blijkt dat de stelpost te hoog is opgenomen omdat de ruimte onder het plafond kleiner is geworden.

Vraag 3: Afschrijvingstermijnen. a. Een mogelijkheid is om de afschrijvingstermijnen te verlengen, bij (asfalt)wegen, bestrating, onderwijshuisvesting en groen. Enerzijds wordt, met name bij het onderdeel “wegen” verwezen naar de opgedane ervaring, anderzijds wordt een flinke slag om de arm gehouden met de formulering “zou moeten kunnen”. Kunt u nader toelichten waarop deze verwachting is gebaseerd, aangezien met de huidige (wordt bedoeld: anno 2025?) materiaalsamenstelling nog geen ervaring is opgedaan voor wat betreft de levensduur, en kan de verwachting iets stelliger worden onderbouwd dan “het zou moeten kunnen”? b. Geldt dit ook voor bestaande bouw?

Antwoord 3: De ervaring is dat de huidige wegen en bestrating langer meegaan dan de financiële afschrijvingstermijn. Bij bestrating gaan elementen doorgaans langer mee dan de huidige afschrijvingstermijn van 30 jaar. De afschrijftermijn verhogen van 30 naar 40 is realistisch zeker omdat we als doel hebben steeds meer te willen hergebruiken. 3a. Bij asfalt gaat het met name om de onderlagen van het asfalt alsmede de fundering. Deze gaan bij tijdig groot onderhoud ook vaak langer mee. Bij asfalt is de levensduur echter mede afhankelijk van groei van zwaar verkeer op de hoofdwegen en daarmee lastiger te voorspellen dan wegen met elementen. Daarom is hier 35 jaar aangehouden. De financiële afschrijvingstermijn wordt zo in beide gevallen meer in lijn gebracht met de praktijk en de gehanteerde technische levensduur. Wat betreft de 'slag om de arm': De levensduur is afhankelijk van veel omstandigheden zoals verkeersintensiteit, omgevingsfactoren en gebiedsontwikkelingen. Het betreft dus een gemiddelde levensduur over alle assets, waarbij incidenteel de betreffende termijn niet wordt gehaald (de slag om de arm). 3b. Bij gebouwen is het beeld dat de scholen die nieuw gebouwd worden van een aanzienlijk betere kwaliteit zijn dan de gebouwen die nu worden vervangen in het IHP. De afschrijvingstermijn voor gebouwen in Purmerend is 50 jaar, alleen voor scholen 40 jaar.

Veel van de scholen uit de jaren 80 van de vorige eeuw halen die termijn maar net vanwege de matige kwaliteit, maar regulier zouden gebouwen bij goed onderhoud ook 50 jaar mee moeten kunnen (en liefst veel langer). Voor schoolgebouwen is daarom het voorstel de nieuwgebouwde scholen sinds het IHP 2021 op 50 jaar afschrijving te zetten. Vraag 4: Bouwsteen Inkomsten: redelijk peil OZB. a. De Financiële verhoudingswet kent een “redelijk peil” van de OZB. Is dit “redelijk peil” ook vertaald in een bepaald percentage OZB, en welk percentage OZB hanteert de gemeente Purmerend op dit moment?

b. In hoeverre wordt dit “redelijk percentage” beïnvloed door het gemiddelde percentage van alle Nederlandse gemeenten, of wordt dit los daarvan vastgesteld? c. Zijn er van rijkswege ook harde minimum- en maximumpercentages voor de OZB? d. In welk scenario dreigt voor de gemeente Purmerend een lagere rijksuitkering, wanneer het Rijk van mening is dat de gemeente eerst de onbenutte belastingcapaciteit in de OZB (gedeeltelijk) moet benutten?

Antwoord 4: 4a. Dit tarief staat jaarlijks vermeld in de meicirculaire. Het percentage voor toelating tot artikel 12 bedraagt 0,1614% voor het jaar 2024. Het gemiddelde OZB-tarief van Purmerend is 0,1023% en daarmee lager dan de artikel 12-norm. In 2025 hanteert de gemeente Purmerend de volgende tarieven voor de onroerendezaakbelasting (OZB): - Eigenarenbelasting voor woningen: 0,0798% van de WOZ-waarde. - Eigenarenbelasting voor niet-woningen: 0,2211% van de WOZ-waarde. - Gebruikersbelasting voor niet-woningen: 0,2025% van de WOZ-waarde. 4b. Bij de berekening wordt er niet uitgegaan van het gemiddelde percentage. Bij het bepalen van het percentage van de WOZ-waarde voor toelating tot artikel 12 wordt gebruikt van: het CBS voor de WOZ-waarden, de gegevens (OZB-percentages) van de Monitor inkomsten uit lokale heffingen voor de totale OZB-opbrengst en de Informatie voor derden (taakvelden) begrotingen voor de onderdekking reiniging en riolering. 4c. Nee, die zijn er op dit moment niet. 4d. Gemeenten hebben de vrijheid om de tarieven te verhogen. Bij een verhoging van de tarieven, stijgen de opbrengsten en neemt de onbenutte belastingcapaciteit af. Als blijkt dat alle hun tarieven verhogen, dan heeft dit een effect op het gemiddelde tarief in het gemeentefonds (deze stijgt).

Hierdoor zal de negatieve maatstaf OZB in het gemeentefonds stijgen, wat resulteert in een lagere Rijksuitkering.

Vraag 5: Mogelijke maatregel 1: Verhoging OZB. Is te berekenen wat de gevolgen van een verhoging van de OZB zullen zijn voor de woningbouwcorporaties en voor de door hen te berekenen huren? Om hoeveel woningen en andere eigendommen van de woningbouwcorporaties gaat het (zowel in absolute aantallen als in percentages van de woningvoorraad), en welk aandeel van de totale OZB-opbrengst is dit?

Antwoord 5: Voorop gesteld: verhoging van de OZB wordt niet 1 op 1 doorberekend in de huren. De huurverhogingen sociale huur vinden plaats op basis van landelijke voorgeschreven

verhogingen. Zo is de maximaal toegestane verhoging in 2025 per 1 juli 5%. De totale opbrengsten aan OZB van de drie grote corporaties in Purmerend is: - Wooncompagnie € 1.128.699 (objecten 4.161) - Woningstichting Rochdale € 547.095 (objecten (2.122) - Intermaris € 1.609.540 (objecten 6.861) Het aandeel van het bezit van de corporaties op de totale woonvoorraad bedraagt 31,1%.

Vraag 6: Mogelijke maatregel 2: Toeristenbelasting. Is bij het overwegen van het uitbreiden van de toeristenbelasting naar recreatievaartuigen ook rekening gehouden met de extra inningskosten, hoeveel zullen deze naar verwachting bedragen, en is dit verdisconteerd in de geschatte opbrengst van € 7.500?

Antwoord 6: Ja, er is rekening gehouden met de extra inningskosten voor het uitbreiden van de toeristenbelasting naar recreatievaartuigen. Deze kosten worden gedekt binnen de bestaande budgetten, waardoor er geen extra financiële belasting voor de gemeente ontstaat. De uitvoering van dit beleid is zorgvuldig afgestemd op de beschikbare middelen, zodat we zowel de administratieve lasten als de impact op de belastingbetaler kunnen beheersen. Vraag 7: Mogelijke maatregel 5: Besparingen op de gemeentelijke organisatie. a. Gesproken wordt over het verminderen van externe inhuur. Dit is nu al een streven binnen de gemeente Purmerend, dat niet altijd makkelijk te realiseren is. Aan welke aanvullende inspanningen moeten we denken om de genoemde € 2,1 miljoen te bereiken? b. Is in dit bedrag ook het vervangen van externe inhuur door vast eigen personeel inbegrepen, of betekent het, dat taken die nu via externe inhuur worden vervuld, komen te vervallen? c. Hoe verhoudt zich het genoemde jaarlijks budget van circa € 300.000 tot de jaarlijkse opbrengst, die in 2029 een bedrag van € 550.000 hoger zou zijn dan het jaar daarvóór?

Antwoord 7: Het gaat om besparingen op zowel eigen als ingehuurd personeel. We zetten in op verhogen van efficiency en het verminderen van regeldruk. Mocht dat niet lukken, dan moet er worden geprioriteerd in de taken. Uiteraard proberen we ingehuurde medewerkers te verleiden om bij ons in dienst te komen. In een aantal gevallen lukt

dat ook, maar bij specialistische functies is dat lastig. Om efficiency en regeldruk verminderen te bereiken wordt ingezet op technologische oplossingen. Die kosten worden nu ingeschat 0p €300.000 euro (menskracht en licentiekosten). De veronderstelling is dat daardoor ieder jaar iets meer formatie bespaard kan worden. Om die reden loopt de taakstelling op. Vraag 8: Mogelijke maatregel 14: Wmo – Huishoudelijke hulp. a. Is bekend hoe groot de doelgroep is (in percentages en in absolute aantallen) die nu gebruik maakt van de Wmo-huishoudelijke hulp met een inzet van 90 minuten (of minder) per week? b. Wordt een deel van de doelgroep, bij wie nu een inzet bestaat van meer dan 90 minuten per week, ondergebracht in de “algemene voorziening”, m.a.w. wordt bij hen het aantal minuten per week verminderd, en over welk deel (in percentages en in absolute aantallen) gaat het dan? c. Hoe verhoudt deze mogelijke splitsing tussen een algemene voorziening en een maatwerkvoorziening zich tot de discussie over het (weer) inkomensafhankelijk maken van de tarieven voor de Wmo-huishoudelijke hulp, en kan dit een alternatief zijn voor een mogelijke gedwongen vermindering van de inzet in minuten per week?

Antwoord 8: 8a. De groep met toekenningen tot maximaal 90 minuten huishoudelijke ondersteuning per week is rond de 500 inwoners groot. Percentage is ongeveer 18% van het totaal aantal toekenningen. 8b. Voor nu bestaat de algemene voorziening nog niet. Wanneer deze bij Verordening wordt vastgesteld, is de algemene voorziening beschikbaar voor nieuwe cliënten. Het geschetste beeld in de toekomstscenario is een inschatting dat 70% van de doelgroep waarvan de indicatie in het jaar afloopt, door kan stromen naar een algemene voorziening. Bij het heronderzoek wordt bekeken of de noodzakelijke ondersteuning vanuit de algemene voorziening geleverd kan worden, waarbij de inzet maximaal 90 minuten per week wordt. Is de algemene voorziening niet passend, dan blijft de maatwerk voorziening mogelijk. 8c. We zien de inkomensafhankelijke eigen bijdrage niet als alternatief voor het invoeren van een algemene voorziening. Voor zowel maatwerkvoorzieningen als algemene voorzieningen wordt een eigen bijdrage gevraagd. Het inrichten van een algemene voorziening zorgt voor een laagdrempelige toegang tot lichte ondersteuning. Vanwege de toenemende vergrijzing in Purmerend en om de Wmo toekomstbestendig te houden, zowel uit praktisch als financieel oogpunt, is een algemene voorziening passend.

Vraag 9: Mogelijke maatregel 15: Ontwikkelingen leerlingenvervoer.

Worden de genoemde organisaties als Eigen Plan en Eigen Kracht Centrale door de gemeente gesubsidieerd, en – indien de gemeente meer gaat doorverwijzen naar deze organisaties – kan dan verwacht worden dat zij hiervoor een nieuwe of een hogere subsidie zullen aanvragen?

Antwoord 9: Er is een overeenkomst afgesloten met Eigen Plan en de Eigen Kracht Centrale. In de begroting is rekening gehouden met een toename aan verwijzingen naar Eigen Plan en Eigen Kracht Centrale, er is dan ook voldoende ruimte om deze binnen de contractperiode op te vangen. Vraag 10: Mogelijke maatregel 16: Invoeren drempelbedrag aanvraag Bijzondere Bijstand. Bestaat er op dit moment een dergelijk drempelbedrag (om de kosten van behandeling van de aanvraag niet hoger te laten zijn dan het bedrag van de toekenning), en bestaan er jaarlijkse overzichten van de toegekende bedragen (in categorieën van de hoogte van het bedrag), zodat beoordeeld kan worden of er sprake is van een groot aantal heel kleine toegekende bedragen?

Antwoord 10: Wettelijk gezien mag de gemeente voor 2025 een drempelbedrag hanteren van maximaal € 170,- per 12 maanden. Het is niet mogelijk om een overzicht te maken van “kleine toegekende bedragen”. Wel kunnen we inzichtelijk maken hoeveel bijzondere bijstand een individu in een kalenderjaar heeft ontvangen. Hieruit blijkt dat in 2024 57 personen een bedrag hebben ontvangen van minder dan € 170,-. Vaak gaat het dan om nabetalingen bijzondere bijstand van een eerder ingediende aanvraag. Afgerond gaat het om € 5.000,-.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15288671/1