20250312-beantwoording-f.j.f.-schaaij-toekomstscenario's
Tekst van het document
Technische vragen d.d. 12-03-2025 van Gemeentebelangen Purmerend Opsteller: F.J.F. Schaaij Onderwerp: Toekomstscenario's Commissie/raad: Algemeen Geagendeerd: ja Agendapunt: 8 Inleiding: Bijgaand technische vragen mbt het document Toekomstscenario's van het college. Vraag 1: Bij opnemen stelpost BCF plafond staat: Deze maatregel houdt in om dit bedrag voor circa 75% in te boeken. Is het inboeken van 75 % conform het advies van VNG en Provincie ? Antwoord 1: De VNG heeft deze mogelijkheid in het begrotingsadvies expliciet opgenomen. Voor provincie geldt dat zij kijken naar de waarschijnlijkheid dat baten worden ontvangen. Dat kunnen we op basis van laatste jaren aantonen. Daarbij nemen we nog een veiligheidsmarge in acht omdat we 75% van de historische inkomsten ramen voor de komende jaren. Vraag 2: Indien de afschrijvingstermijnen van wegen en bestrating worden verlengd zal dat effect hebben in de toekomst. Wat is echter het effect op al gedane afschrijvingen ? Voorbeeld : Indien bestrating al 29 jaar (van de 30) is afgeschreven wordt dan de restwaarde in de komende 10 jaar afgeschreven ? Kunt u aangeven waar we nu gemiddeld zitten in de afschrijving ? Antwoord 2: Het verlengen van de afschrijvingstermijnen heeft geen effect op al gedane afschrijvingen. We kijken naar de huidige boekwaarde van alle investeringen asfalt en elementen en baseren daar de nieuwe kapitaallasten op.
In uw voorbeeld geldt dat de boekwaarde van de betreffende investering over 40 jaar minus 29 jaar zal worden afgeschreven. Op dit moment hebben we 199 activa met maatschappelijk nut (zoals wegen) voor een boekwaarde met € 34,3 miljoen. Het enkelvoudig gemiddelde van de reeds afgeschreven jaren is 10,4 jaar. Vraag 3: U geeft aan dat er een onbenutte OZB-belastingcapaciteit van 12.7 mln is. Kunt u dit gesplitst weergeven in woningen en niet-woningen ?
Antwoord 3: De onbenutte OZB (Onroerende Zaak Belasting) belastingcapaciteit wordt berekend op het werkelijk gewogen percentage van de WOZ waarde van gemeenten en kan niet worden gesplitst in woningen en niet woningen. De onbenutte belastingcapaciteit doet zich voor wanneer het berekende gemiddelde OZB-tarief van de gemeente lager is dan het percentage voor toelating tot artikel 12 (de onbenutte belastingcapaciteit), en een verhoging van het OZB-tarief noodzakelijk is om in aanmerking te komen voor een aanvullende uitkering. Vraag 4: In hoeverre heeft u bij de opbrengst van de OZB rekening gehouden met grote nieuwe bouwrealisaties ? Verwacht u daarvan nog voor- of nadelen ? (bijvoorbeeld door vertraging van realisatie) Antwoord 4: In de begroting wordt rekening gehouden met de groei van het aantal woningen. Uitgangspunt is dat het gemiddelde over de komende vier jaar van 489 woningen (465 woningen en 24 niet woningen) als areaalgroei wordt aangehouden. Hiermee worden grote fluctuaties in de begroting voorkomen. De extra OZB opbrengsten bij tariefsverhoging zijn dus berekend op basis van het betreffende begrotingsjaar inclusief groei van het areaal. Vraag 5: Verhoging van de toeristenbelasting leidt tot jaarlijks 200.000 extra inkomsten.
Betekent dit dat u ervan uitgaat dat deze belasting niet wordt geïndexeerd ? Betekent dit dat u er vanuit gaat dat ondanks alle toerismevisies het toerisme gelijk blijft ? Betekent dit dat u verwacht dat het nieuw vd Valk niet voor 2030 wordt opgeleverd ? Betekent dit dat u verwacht dat de plaatsen voor Oekraïeneopvang (Hotel Westerweg) en statushouder (Hotel ZO-Beemster) tot 2030 niet meer vrijkomen voor toerisme ? Antwoord 5: De verhoging betreft €20.000 extra inkomsten. De belasting zal ook in de toekomst worden geïndexeerd. Bij de berekening van het scenario zijn we ervan uitgegaan dat het aantal toeristen gelijk zal blijven. We verwachten echter dat dit aantal mede door investeringen in het toerisme zal toenemen, inclusief de investeringen in nieuwe verblijfsaccommodaties waaronder een hotel in de Kom A7. Hierdoor zullen de inkomsten in de toekomst waarschijnlijk met meer dan de genoemde €20.000 stijgen. Vraag 6: Kunt u aangeven wat de extra opbrengst zou zijn als de leges VOLLEDIG kostendekkend worden gemaakt ipv MEER kostendekkend ? Antwoord 6:
Bij de inning van de leges en tarieven zien we mogelijkheden. Momenteel wordt er onderzoek gedaan naar de kostendekkendheid van de leges en tarieven. Bij een verhoging van de leges en tarieven spelen ook factoren zoals wenselijkheid en haalbaarheid een rol. Daarom is in de tekst gekozen om de leges en tarieven meer kostendekkend te maken, in plaats van volledig kostendekkend. Vraag 7: Bouwsteen dienstverlening en organisatie: 'Om de besparingen te realiseren is een jaarlijks budget van circa €300.000 nodig.' Kunt u dit mechanisme toelichten ? Waarom kost het geld om besparingen te realiseren ? Graag een specificatie van deze € 300.000. Kunt u toelichten waarom dit jaarlijks terugkerend is en niet eenmalig aan het begin van het besparingstraject. Antwoord 7: Een deel van de besparing op personeel realiseren we door investeringen in procesoptimalisatie en -technologie, zoals kunstmatige intelligentie (AI), robotisering (RPA) en procesmining. Deze toepassing vraagt om kennis en personeel dat in staat is dit te implementeren. Voor iedere toepassing moeten licentiekosten worden betaald. Beide hebben een structureel karakter Vraag 8:
Antwoord 8:
Vraag 9:
Antwoord 9:
Vraag 10:
Antwoord 10: