20250219-beantwoording-p.-zwart-vervolgvragen-definitief-ontwerp-leeghwaterpark
Tekst van het document
Technische vragen d.d. 12-02-2025 van GroenLinks Opsteller: P. Zwart Onderwerp: Vervolgvragen Definitief ontwerp Leeghwaterpark. Commissie/raad: Ruimte Geagendeerd: ja Agendapunt: nog niet bekend Inleiding: Naar alle waarschijnlijkheid wordt in de raadsvergadering van 27 februari 2025 het Definitief ontwerp Leeghwaterpark behandeld. In vervolg op de beantwoording van onze eerdere technische vragen, en naar aanleiding van de behandeling in de commissievergadering van 6 februari 2025, heeft de fractie van GroenLinks nog de volgende aanvullende vragen:
Vraag 1: Welke status hebben, in de huidige situatie, de paden in het noordelijk gedeelte van het park (het gedeelte dat in de ontwerponderbouwing op blz. 5 is aangegeven in groen: rust en groen) en mag daarop worden gefietst? Aan het begin van deze paden liggen tegels met daarop de afbeelding van verkeersbord G 7 van Bijlage 1 van het RVV 1990 (voetpad) en de breedte van de paden is ongeveer overeenkomstig die van een gemiddeld voetpad. Hebben deze tegels de status van verkeersbord conform Bijlage 1 van het RVV 1990? Is er in dit noordelijk gedeelte nu sprake van de aanleg van een nieuwe fietsroute, in plaats van huidige voetpaden, op het tracé van het recreatielint, of betreft het de verbreding van bestaande fietspaden op deze route tot de nieuwe dimensie van 3 meter, met daarnaast een nieuw aan te leggen voetpad van 1,80 meter breed?
Antwoord 1: Aan de randen van het park liggen fietspaden en het overige gedeelte is wandelpad. Op het wandelpad mag niet gefietst worden. Nee. Het fietspadennetwerk in het park sluit aan op de huidige fietspaden. Een deel van het recreatielint functioneert ook als officieel fietspad, deze wordt gekenmerkt door markering, bebording en verlichting. (zie blz. 50 ontwerpboekje) In het noordelijk deel van het park zorgt het recreatielint ook voor verbeterde bereikbaarheid voor fietsers, dit is echter geen officieel fietspad. Vraag 2: “De officiële fietspaden worden door middel van bebording duidelijk aangegeven en
ondersteund met belijning. Dit geldt voor de Purmerenderweg en een DEEL van het recreatielint”. (ontwerponderbouwing, blz. 51). Het gehele recreatielint wordt volgens de kaart op blz. 20 uitgevoerd als fietspad in zwart asfalt, met daarnaast een voetpad in asfalt in zandkleur, voor het grootste deel direct naast het fietspad, op een aantal plaatsen daar parallel aan gelegen op enige afstand. Kennelijk wordt een deel van het fietspad in het recreatielint geen officieel fietspad. Wat zal straks de officiële status van dat deel van het fietspad zijn, en hoe wordt die status ter plekke aangegeven?
Antwoord 2: Het gedeelte van het recreatielint welke geen officieel fietspad betreft heeft straks de status openbaar toegankelijk, het recreatielint is vrij toegankelijk voor wandelaars, fietsers of andere recreanten. Dit gedeelte wordt niet voorzien van markering, bebording en verlichting. Bij de entrees worden informatiezuilen geplaats waarop de gebruiksregels van het park en dus ook de padenstructuur wordt uitgelegd. Vraag 3: In het zuidelijk deel van het park, o.a. nabij het Leeghwaterbad, zijn nu fiets- en voetpaden naast elkaar aanwezig, ook op het tracé van het recreatielint, met de fietspaden in rood asfalt, en de voetpaden in zwarte of grijze uitvoering, met breedtes die ongeveer lijken op de beoogde dimensies van het recreatielint. Is het de bedoeling deze bestaande paden op te nemen in het recreatielint, of worden alle (fiets- en voet-)paden van het recreatielint opnieuw aangelegd? Wat is de achtergrond van de keuze om niet alle fietspaden in het park in één kleur (bijvoorbeeld rood asfalt) aan te leggen, maar voor verschillende paden met verschillende kleuren te werken, zoals fietspaden in zwart asfalt in het recreatielint en in rood asfalt langs de Purmerenderweg?
Antwoord 3: Alle paden van het recreatielint worden opnieuw aangelegd en voorzien van de kleur zoals aangegeven op blz. 20 van het ontwerpboekje. Het fietspad op de Purmerenderweg is een doorgaande hoofdfietsroute welke aansluit op een bestaand gedeelte. Deze wordt daarom in rood asfalt uitgevoerd. Het recreatielint kent een ander gecombineerd gebruikt. Daarom is ervoor gekozen deze in zwart uit te voeren. Vraag 4: “De Roald Helmroute wordt geïntegreerd in het nieuwe recreatielint. Om de 100 meter wordt de afstand aangegeven door middel van een markering op het asfalt van het fietspad.“ (ontwerponderbouwing, blz. 9). Is het juist dat op dit moment de Roald Helmroute op de voetpaden in het park gemarkeerd is?
Zijn uit de participatie en inspraak gegevens bekend geworden over de mate van gebruik en van het gebruik zelf van de Roald Helmroute, en zo ja, hoe luiden die? Zijn er ervaringen van gebruikers van de Roald Helmroute bekend, en zo ja, welke zijn die?
Antwoord 4: Ja deze is gemarkeerd. Echter is deze markering op veel plaatsen slecht door slijtage. Er zijn vanuit de bezoekers van de participatiebijeenkomsten geen wensen of opmerkingen geuit over de Roald Helmroute. Vanuit bestuurlijk oogpunt is besloten om het eerbetoon aan onze voormalig wethouder in stand te houden. De looproute is bekend onder hardlopers, zij maken gebruik van de afstandsmarkeringen. De naam van de route en de gedachte erachter is niet algemeen bekend onder de gebruikers. Vraag 5: Waar op de Roald Helmroute een (officieel, met borden aangegeven) fietspad en voetpad direct naast elkaar liggen, is het daar geoorloofd dat in de nieuwe situatie hardlopers gebruik zullen maken van het fietspad in plaats van het voetpad, gelet op artikel 4 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990? Hoe is dit bij een direct naast elkaar liggend niet-officieel fietspad en een voetpad?
Antwoord 5: De hardloper loopt op het wandelpad indien deze naast de officiële fietsroute ligt. Bij het gedeelte van het recreatielint met de status openbaar toegankelijk mag de hardloper ook daarvan gebruik maken. De markering van de Roald Helmroute wordt op het wandelpad aangebracht onafhankelijk of deze direct naast het fietspad ligt of er iets vanaf. Zie antwoord hierboven. Vraag 6: Volgens het antwoord op onze eerdere technische vragen (vraag 6) beslaat het huidige hondenlosloopgebied circa 32.000 m2, waarvan circa 10.000 m2 water, 6.000 m2 bosschages, en daaruit voortvloeiend 16.000 m2 bruikbaar voor honden. Op welke grond zijn de oppervlaktes water en bosschages bij voorbaat al als onbruikbaar gekwalificeerd, aangezien ook honden wel eens in het water gaan of zich in de bosschages begeven?
Antwoord 6: Algemeen gezien wordt er bij de berekening van bruto oppervlakte naar netto oppervlakte alles wat niet toegankelijk is voor mensen als onbruikbaar gezien.
Hierdoor zijn de bosschages en water in deze berekening als onbruikbaar gekwalificeerd. Echter is water essentieel in hondengebied om te zwemmen, afkoelen in zomer en ook zeker om te drinken. Bosschages zijn ook hard nodig en gebieden met alleen gras worden in zomer te heet en geen schaduw. Bosschages bieden ruimte voor honden om te snuffelen en te jagen op beestjes en te spelen met andere honden. Vraag 7: Het geplande hondenuitrenveld noord beslaat circa 9.750 m2 en het geplande hondenuitrenveld zuid circa 2.300 m2. Hoeveel m2 van ieder van deze uitrenvelden is bruikbaar gebied volgens de definities uit vraag 5, en hoeveel m2 bestaat uit water resp. bosschages? Dit om een goede vergelijking te kunnen maken tussen de – al dan niet bruikbare – oppervlakte van het huidige losloopgebied en de bruikbare oppervlakte van twee nieuw geplande uitrenvelden.
Antwoord 7: Hondenuitrenveld Noord heeft een totale oppervlakte van 9750 m2. Hiervan is 5846 m2 bruikbaar, 2491 m2 water en 1413 m2 bosschages. Hondenuitrenveld Zuid heeft een totale oppervlakte van 2300 m2. Hiervan is 1528 m2 bruikbaar, 278 m2 water en 494 m2 bosschage. Vraag 8: Er bevindt zich thans ook een hondenuitrenveld op een eiland in het uiterste noordelijk deel van het park, dat deze functie zal verliezen. Deze oppervlakte kan worden opgeteld bij het aantal m2 dat nu bedoeld is om de hond los uit te laten. Hoeveel m2 betreft dit, hoeveel m2 hiervan is bruikbaar gebied en hoeveel m2 is water resp. bosschages?
Antwoord 8: Dit gebied heeft een oppervlakte van ca. 2000 m2, hiervan is 680 m2 bosschages en 450 m2 water. Vraag 9:
Antwoord 9:
Vraag 10:
Antwoord 10: