20250114-p.-zwart-herstelbesluit-bp-burg.-d.-kooimanweg-4-tm-14
Tekst van het document
Technische vragen d.d. 13-01-2025 van GroenLinks Opsteller: P. Zwart Onderwerp: Herstelbesluit bestemmingsplan Burgemeester D. Kooimanweg 4 t/m 14 Commissie/raad: Ruimte Geagendeerd: ja Agendapunt: 6 Datum van de vergadering: 23-01-2025 Inleiding: Op 23 januari 2025 wordt in de commissie Ruimte het Herstelbesluit bestemmingsplan “Burgemeester D. Kooimanweg 4 t/m 14” behandeld, naar aanleiding van de tussenuitspraak van de Raad van State d.d. 13 november 2024. Ter voorbereiding heeft de fractie van GroenLinks de volgende vragen: 1. In de tussenuitspraak van de Raad van State zijn de inhoud van de beroepschriften en nader ingediende stukken van appellanten, alsmede het verweerschrift van de gemeenteraad, beknopt weergegeven. Van de beroepschriften heeft de raad (geanonimiseerd) kennis kunnen nemen via de lijst van ingekomen stukken (brief van de Raad van State d.d. 19 april 2023). In een raadsbrief van het college d.d. 18 juli 2023 is ons gemeld dat namens de gemeenteraad een verweerschrift is opgesteld en verzonden. In dit verweerschrift is “gesteld en onderbouwd dat de ingestelde beroepen ongegrond zijn”. Voor zover ons bekend, is van dat verweerschrift geen afschrift aan de gemeenteraad gestuurd. Kunt u de gemeenteraad het door haar ingediende verweerschrift alsnog doen toekomen, bijvoorbeeld als bijlage bij de beantwoording van deze vragen? 2.
Ligt het bestemmingsplangebied binnen het nulvergunningengebied, zoals bedoeld in artikel 5, lid 3, a. en b. van de Parkeerverordening? N.B. Dit lijkt in het verweerschrift van de gemeenteraad en/of ter zitting bij de Raad van State te zijn aangevoerd, volgens onderdeel 13.6. van de tussenuitspraak. 3. Ook zou in het verweerschrift en/of ter zitting bij de Raad van State zijn verwezen naar het destijds van kracht zijnde Uitvoeringsbesluit Parkeerverordening 2020/1, zodat het nulvergunningenbeleid afdoende zou zijn gegarandeerd. Wat is de juridische status van het uitvoeringsbesluit? Kunnen in dit uitvoeringsbesluit (of in een bijlage daarbij) nulvergunninggebieden worden aangewezen zonder dat daarvoor een grondslag bestaat in de Parkeerverordening (d.w.z. buiten de gevallen genoemd in artikel 5, lid 3, a. t/m
d. van de Parkeerverordening)? 4. Is het juist dat op dit moment het bestemmingsplangebied nog (steeds) niet is aangewezen als nulvergunningengebied zoals bedoeld in artikel 5, lid 3 a. en b., van de Parkeerverordening, en evenmin al voorkomt in de nulvergunningenadressenlijst (Bijlage 1 van het huidige Uitvoeringsbesluit Parkeerverordening)? Voor wanneer is opname in deze adressenlijst gepland? 5. Gezien deze tussenuitspraak van de Raad van State, welke route zal worden gekozen bij volgende bouwinitiatieven waarbij een nulvergunningenbeleid is voorzien, om het nulvergunningenbeleid juridisch te verankeren? 6. 7. 8. 9. 10.