20241204-beantwoording-c.-brocken-swart-concept-woon-zorg-visie-2025-2030
Tekst van het document
Technische vragen d.d. 28-11-2024 van GroenLinks Opsteller: C. Brocken-Swart Onderwerp: Concept Woon(zorg-)visie 2025-2030 Commissie/raad: Maatschappelijk Geagendeerd: ja Agendapunt: 9 Inleiding: GroenLinks heeft met belangstelling kennisgenomen van het concept Woon(zorg)visie, een mooi en goed leesbaar document! In aanloop van de behandeling ter meningsvorming op 4 december as. hebben wij alvast de volgende vragen: Vraag 1: 1. Op blz 11 staat bij het hoofdstuk “Vergrijzing”: “Mensen met psychiatrische problematiek wonen vaker zelfstandig”. Is er zicht op de mate waarin deze mensen zorg nodig hebben? Vergroot het zelfstandig wonen van deze doelgroep niet juist de druk op de zorg? Antwoord 1: Langer zelfstandig wonen door ouderen is niet altijd een eigen keuze. Het is ook (vaak) het gevolg van het landelijk beleid. Dat geldt ook voor ouderen met psychiatrische problematiek. Mensen worden niet opgenomen in een instelling en wonen daardoor zelfstandig. Dat kan de druk op de zorg inderdaad verhogen. We proberen de druk op de zorg te verlagen door steunpunten te realiseren waar zorgverleners kunnen samenwerken en mogelijk ook 24/7 zorg kan worden ingezet. Veel ouderen met psychiatrische problematiek zijn in beeld bij de wijkteams, zorgaanbieders ouderenzorg en GGZ en de Waakvlam. De mate waarin zij zorg nodig hebben loopt uiteen.
Er zijn ongetwijfeld ook inwoners uit deze doelgroep die niet in beeld zijn van de zorg. We proberen hen te bereiken door meer laagdrempelige punten voor ontmoeting en hulp te realiseren. Vraag 2: Bij punt 2.4 “Mensen met een urgente woonvraag” staat: “We vinden het belangrijk om mensen met een urgente woonvraag en andere aandachtsgroepen zo snel mogelijk aan een woning te helpen.” Is er een duidelijk onderscheid tussen deze type woningen en het type (huur-) woningen waar alleenstaande 60+ers met een (te) grote eengezinswoning naar zouden kunnen doorstromen? Zo ja, waar bestaat dit onderscheid uit? Antwoord 2: De toewijzing van woningen aan urgente doelgroepen is mede afhankelijk van de specifieke situatie, zoals de gezinssamenstelling, reden van urgentie. Dat kan betekenen dat het gaat om dezelfde sociale huurwoningen waar 60-plussers naar toe
willen verhuizen, maar dat hoeft dus niet. Vraag 3: Bij punt 13 op blz. 27 staat: “We onderzoeken in welke mate oneigenlijk gebruik wordt gemaakt van de bestaande woningvoorraad door bijvoorbeeld toeristische verhuur of onrechtmatige bewoning.” Is er al een eerste indruk in welke mate dit in Purmerend plaatsvindt? Wanneer wordt er meer over dit onderzoek bekendgemaakt? Antwoord 3: We weten dat dit ook in de gemeente Purmerend voorkomt. Het onderzoek moet juist duidelijk maken in welke mate het voorkomt. In het Uitvoeringsprogramma Woon(zorg)visie (bijlage F) is op pagina 64 een tabel opgenomen waarin globaal wordt aangegeven wat wanneer wordt opgepakt gedurende de looptijd van de Woon(zorg)visie 2026 t/m 2029. Dit onderzoek staat gepland vanaf 2027. Vraag 4: In de 2e alinea op blz. 34 staat: “Hoewel het op buurtniveau kan verschillen, kan over het algemeen gezegd worden dat de cultuur in Purmerend er niet naar is om snel aan de bel te trekken.” Hoe verhoudt zich dat tot het stimuleren van zelfredzaamheid? Bestaat niet het risico, dat niet tijdig duidelijk zal worden dat men het zelf niet meer redt? Antwoord 4: Zelfredzaamheid is belangrijk voor onze inwoners. Zelf de regie hebben over je eigen leven en zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen. Dat willen de meeste van onze inwoners. Daarom zetten we ook in op zelfredzaamheid en omkijken naar elkaar.
Maar wanneer het de cultuur is dat men niet snel aan de bel trekt, bestaat inderdaad ook het risico dat niet tijdig wordt gezien dat iemand hulp nodig heeft. We proberen door inzet van de Waakvlam, de wijkteams ‘outreachend’ te werken, dus mensen actief te benaderen en niet af te wachten tot zij hulp vragen. Vraag 5: In het schema op blz. 36 staan mantelzorgverleners- en ontvangers bij de “Urgente groepen”. Zouden mensen met een zorgvraag zoals (intensieve) thuiszorg en huishoudelijke hulp, die geen beroep kunnen doen op mantelzorg niet op zijn minst in het rijtje van de “Aandachtsgroepen” moeten staan? Antwoord 5: Nee, want aandachtsgroepen zijn door het Rijk aangewezen (Rijksprogramma Een thuis voor iedereen), dat op zijn beurt weer onderdeel uitmaakt van de Nationale woon- en bouwagenda. We kunnen daar niet zelf een groep aan toevoegen. Maar mensen die intensieve zorg behoeven en daardoor naar een andere woning moeten verhuizen vallen onder onze huidige urgentieregeling. Vraag 6: Er staat in de 3e alinea op blz. 42. “Om meedoen te faciliteren, zetten we in op
voldoende voorzieningen en ontmoetingsplaatsen op wijkniveau. Inwoners kunnen in de eigen wijk of dorp gebruik maken van een ontmoetingsruimte en van passende maatschappelijke voorzieningen.” Na een lang proces is er in de Gors Noord een tijdelijke ontmoetingsruimte in het vroegere sportgebouw. Kan worden aangegeven hoe er nagedacht wordt over de toekomst van een ontmoetingsruimte in deze wijk? Antwoord 6: De ruimte in de Sporting de Gors was tijdelijk i.v.m. de ontwikkeling van ouderenwoningen. In verband met deze tijdelijkheid zijn de bestaande activiteiten verplaatst naar andere locaties. In het complex dat nieuw gebouwd wordt is een ontmoetingsruimte gepland voor de buurt van ca. 100m2. Clup Welzijn vult de ontmoetingsfunctie voor de buurt op dit moment vanuit andere locaties. We bekijken de komende jaren per wijk welke (ontmoetings)functies er zijn en wat nodig is. We streven ernaar aan te sluiten bij de bestaande ontmoetingsfuncties in de wijk. Dit doen we in samenwerking met Clup Welzijn.
Vraag 7: Tot slot: Het kan zijn dat aanpassingen van de woning wenselijk en noodzakelijk zijn om langer zelfstandig te kunnen wonen, maar de woning bijv. qua omvang eigenlijk niet meer geschikt is voor de bewoner(s). Wat zou het beleid zijn als dit zich voordoet? Antwoord 7: In dit soort situaties wordt samen met de bewoner (huurder of eigenaar) gekeken wat in hun geval de beste oplossing is. Dat kan zijn dat de woning vanuit de WMO (wettelijk recht van de bewoner) wordt aangepast, ook als de woning (te) groot is. Op het moment dat de woning niet kan worden aangepast om technische redenen, bijvoorbeeld er is een traplift nodig maar deze kan niet geplaatst worden, dan wordt in samenspraak bekeken of verhuizen een goede optie is. Deze bewoner(s) kan dan via een medische urgentie worden bemiddeld naar een passende woning. In geval van een koopwoning moet men dan wel voldoen aan de inkomenseisen voor toegang tot de sociale huur. In Purmerend kennen we ook een verhuisregeling waarmee senioren met voorrang kunnen verhuizen naar voor de regeling gelabelde (nultreden)woningen om zo passender te kunnen wonen.
Vraag 8:
Antwoord 8:
Vraag 9:
Antwoord 9:
Vraag 10:
Antwoord 10: