20240916-p.-zwart-ontwikkelstrategie De Koog
Tekst van het document
Technische vragen d.d. 16-09-2024 van GroenLinks Opsteller: P. Zwart Onderwerp: Ontwikkelstrategie De Koog Commissie/raad: Ruimte Geagendeerd: ja Agendapunt: nog onbekend Datum van de vergadering: 26-09-2024 Inleiding: In 2017 is de ontwikkeling van De Koog in gang gezet door het raadsbreed aannemen van een motie om een onderzoek in te stellen naar een transformatie van bedrijventerrein tot woongebied, conform de Agenda Purmerend 2040. Sindsdien is een aantal stappen gezet, waarvan de Ontwikkelstrategie De Koog de meest recente is. GroenLinks heeft echter de indruk dat de oorspronkelijke gedachte, een nieuw woongebied voor Purmerend, gaandeweg steeds verder uit beeld is geraakt. Dat doet bij ons de vraag rijzen, of het nog wel zinvol is mee te gaan in de huidige ontwikkeling. Daarom, ter voorbereiding van de raadsvergadering op 26 september 2024, de volgende technische vragen: 1. Volgens het voorstel is er in De Koog nu plaats voor 1200 tot 1800 woningen. Van welke factoren is het afhankelijk, of we aan de bovenkant of aan de onderkant van deze bandbreedte uitkomen, en op welke wijze kan het gemeentebestuur dit beïnvloeden? 2. In de Ontwikkelstrategie wordt de ontwikkeling van De Koog opgedeeld in drie fasen. De eerste fase betreft het deelgebied Campushart; het deelgebied Stationskwartier wordt naar de tweede fase (na 2030) verschoven.
In de karakteristieken van de verschillende deelgebieden (Ontwikkelvisie, blz. 8) worden voor het Campushart genoemd: esports, sport, kennis, kunde, sportpad, barretjes, uitnodigende detailhandel. Het enige deelgebied waar het onderdeel “wonen” wordt genoemd, is het Stationskwartier. Moeten we hieruit afleiden, dat het realiseren van een woonprogramma pas in de tweede fase zal plaatsvinden, en indien niet, hoeveel woningen zijn nu voorzien in resp. het Campushart, het Stationskwartier en in de overige gebieden in De Koog, zowel percentueel als in aantallen? 3. Voor het Campushart wordt een verdeling in woningcategorieën genoemd van 70% sociaal (studenten, jongeren en starters), 20% middelduur en 10% vrije sector (Bijlage D, blz. 4). Geldt deze verdeling alleen voor het Campushart? Welke verdeling geldt voor het Stationskwartier en voor De Koog als geheel?
4. In welke mate kunnen bovengenoemde woningen bijdragen aan het verlichten van de woningnood in Purmerend als geheel? Wordt met name gemikt op bijv. studenten die (nog) niet als woningzoekende in Purmerend zijn ingeschreven, of ook op bijv. starters die nu op de wachtlijst staan? Volgens welke regels zal de woningtoewijzing plaatsvinden? 5. Het Stationskwartier, het deelgebied waar wel uitdrukkelijk sprake is van woningbouw, wordt naar de tweede fase (na 2030) verschoven. Of, eigenlijk staat dit op losse schroeven: “we staan wonen alleen toe in het Campushart en MOGELIJK in de toekomst het Stationskwartier.” (Bijlage E, blz. 2). Het is financieel niet haalbaar om de sportverenigingen binnen De Koog te verplaatsen. (idem). Uit het oogpunt “water en groen zijn sturend” kunnen sportvelden in lager gelegen delen van gebied fungeren als waterbuffer bij piekbelastingen. (idem). Op grond waarvan kan verwacht worden, dat na 2030 aan bovengenoemde factoren en bezwaren tegemoet gekomen kan worden, of betekent dit dat blijvend zal worden afgezien van woningbouw in het Stationskwartier? 6. “Ondernemers hoeven niet te ontwikkelen en het kan goed mogelijk zijn dat slechts een deel van het laadvermogen gerealiseerd zal zijn in 2040.” (Bijlage E, blz. 3).
Wat wordt bedoeld met “laadvermogen?” Is er een relatie tussen deze verwachting en het voorstel van het college om als gemeentebestuur slechts faciliterend op te treden? 7. 8. 9. 10.