20240910-beantwoording-j.-albers-ontwikkelstrategie-de-koog
Tekst van het document
Technische vragen d.d. 04-09-2024 van Gemeentebelangen Purmerend Opsteller: J. Albers Onderwerp: Ontwikkelstrategie de Koog Commissie/raad: Ruimte Geagendeerd: ja Agendapunt: 9 Inleiding: Vergeleken met de door de gemeenteraad vastgestelde gebiedsvisie, schetst de ontwikkelstrategie een somber perspectief voor de campusontwikkeling op de Koog. De originele plannen zijn doorgerekend en blijken onhaalbaar. Maar ook de bijgestelde plannen zijn risicovol en roepen veel vragen op. Om de kansen en risico’s die de campusontwikkeling met zich meebrengt beter te kunnen inschatten, ontvangt GBP graag een antwoord op de volgende vragen. Vraag 1: Omdat de doorrekening laat zien dat het voeren van actief grondbeleid niet haalbaar is, kiest u er nu voor om faciliterend op te treden. De campusontwikkeling bevindt zich echter pas in de beginfase. Marktpartijen zijn logischerwijs nog huiverig om grote investeringen te doen. U schrijft zelf: ‘Naarmate de campus verder groeit neemt het vertrouwen in de gebiedsontwikkeling en de daarbij benodigde investeringen toe’. Heeft u, gezien de noodzaak om de campus te laten groeien en vertrouwen uit te stralen richting marktpartijen en zodoende een vliegwiel effect te creëren, ook andere scenario’s, waarin de gemeente bijvoorbeeld slechts enkele strategisch gelegen percelen ontwikkelt in plaats van het gehele gebied, doorgerekend?
Antwoord 1: Er zijn geen scenario’s doorgerekend met een onderscheid in grondbeleid op perceel niveau. Een aantal percelen rondom de e sport campus zijn in eigendom van partijen die graag zelf en snel willen ontwikkelen. Daar hoeft de gemeente niet actief op te treden. Percelen die de markt niet direct oppakt zijn vaak verliesgevende ontwikkelingen danwel posities waar de eigenaren nog niet aan herontwikkelingen denken. Daar als gemeente optreden is zeer kostbaar omdat de gemeente geen grondposities heeft. Daarom adviseren wij om dit faciliterend op te pakken en te werken met een spelregelkaart om ervoor te zorgen dat de ontwikkeling in lijn met de campusgedachte gerealiseerd gaat worden. De gemeente schept dus de kaders en investeert in de openbare ruimte. Daarmee draagt de gemeente bij aan het vliegwiel effect. Ook zetten we ons in zetten op de software kant van de campus ( o.a. placemaking, acquisitie naar passende nieuwe bedrijven, samenwerking en programmering campus stimuleren).
Vraag 2: Overweegt u nog steeds actief grondbeleid te gaan voeren indien marktpartijen bepaalde noodzakelijke taken niet oppakken, zoals gesteld in de Nota grondbeleid 2019 en op pagina 12 van het document ‘Aanpak de Koog’ ? Antwoord 2: Op dit moment niet, voor deze eerste fase van de ontwikkeling (gebied waar de gemeente geen strategisch eigendom heeft) zien wij een faciliterende rol als meest passend. Dat is overigens in de afgelopen jaren ook het beleidsuitgangspunt geweest in Purmerend. Wel blijven we actief monitoren en in gesprek met eigenaren/ontwikkelaars via de spelregelkaart, zodat kan worden bijgestuurd als dit nodig is. Vraag 3: ‘Het plan om het gehele gebied (m.u.v. het Werkgebied) onder regie van de gemeente planmatig aan te pakken blijkt financieel onhaalbaar en zeer risicovol te zijn’. De gemeenteraad heeft u toch nooit de opdracht gegeven om het gehele gebied actief te gaan ontwikkelen? In het document ‘Aanpak de Koog’ is vastgesteld dat de gemeente een flexibele en situationele ontwikkelrol wil hebben. Kunt u uitleggen waarom u bent uitgegaan van een scenario waarin de gemeente het hele gebied zelf zou gaan ontwikkelen? Antwoord 3: Om tot een samenhangende ontwikkeling te komen is de ontwikkeling van het hele gebied behoudens het werkgebied bekeken om te kijken wat financieel en ruimtelijk mogelijk is.
Daarbij was overigens niet per se het uitgangspunt dat de gemeente dit zelf ging ontwikkelen. Vraag 4: De originele plannen blijken financieel onhaalbaar te zijn. Echter lezen we in de ontwikkelstrategie het volgende: ‘Ook zijn er onder andere extra uitgangspunten opgenomen - als het verbreden van het concept gezondheid, water en bodem sturend’. In oktober 2023 heeft de gemeenteraad de gebiedsvisie de Koog vastgesteld. Daarin zijn deze extra uitgangspunten niet meegegeven. Waarom en in opdracht van wie zijn deze extra uitgangspunten toegevoegd? Antwoord 4: De Gebiedsvisie is een visie op hoofdlijnen over hoe het gebied eruit komt te zien. In de visie zijn aspecten als gezondheid, bodem en klimaat op hoofdlijnen meegenomen. De ontwikkelstrategie is een verdere verdieping van deze Gebiedsvisie. Dat betekent ook dat de uitgangspunten concreter worden en de effecten daarvan financieel worden doorgerekend. Water en bodem sturend betekent dat ruimtelijke ontwikkelingen aangepast moeten zijn op het lokale water- en bodemsysteem en dat nieuwbouw en de herinrichting van de openbare ruimte bestand zijn tegen extreme weersituaties veroorzaakt door
klimaatverandering. Nieuwe gebiedsontwikkelingen gaan van dit principe uit. Voor de Koog is dit bovendien belangrijk omdat een deel van de Koog laag ligt en het gebied versteend is.
Vraag 5: De ontwikkeling van het Stationskwartier valt of staat met het verplaatsen van de sportvelden. Op pagina 13 van de ontwikkelstrategie geeft u echter aan dat de sportvelden niet kunnen worden verplaatst, o.a. omdat water en bodem sturend zijn en sport in het Campushart hoort. Ook lijkt u voor te sorteren op het behoud van Purmersteijn op de huidige locatie, door te spreken over een nieuw clubgebouw. a. Klopt het dat het Stationskwartier alleen kan worden ontwikkeld als de sportvelden worden verplaatst naar een gebied buiten de Koog? b. Klopt het dat de vier redenen om de sportverenigingen in fase 1 niet te verplaatsen in fase 2 nog steeds valide redenen zijn? c. Als het gestelde in vraag a onjuist is, kunt u aangeven hoe u de ontwikkeling van het Stationskwartier dan voor u ziet als de sportvelden blijven liggen en de eigen grond dus niet kan worden gebruikt voor woningbouw?
Antwoord 5: a. Ja, voor de ontwikkeling van Stationskwartier is het nodig de honk- en softbal, handbal en tennis (deels)te verplaatsen. b. Ja c. n.v.t. Vraag 6:
Antwoord 6:
Vraag 7:
Antwoord 7:
Vraag 8:
Antwoord 8:
Vraag 9:
Antwoord 9:
Vraag 10:
Antwoord 10: