20240904-p.-zwart-bestemmingsplan-aletta-jacobslaan-7
Tekst van het document
Technische vragen d.d. 04-09-2024 van GroenLinks Opsteller: P. Zwart Onderwerp: Bestemmingsplan Aletta Jacobslaan 7 Commissie/raad: Ruimte Geagendeerd: ja Agendapunt: 7 Datum van de vergadering: 11-09-2024 Inleiding: Op 11 september 2024 wordt in de commissie Ruimte het bestemmingsplan Aletta Jacobslaan 7 behandeld. Ter voorbereiding zou de fractie van GroenLinks nog de volgende informatie willen ontvangen: 1. In het plangebied zijn nu 121 bomen aanwezig (Toelichting, blz. 22). Om het plan te kunnen realiseren, zijn 38 bomen als gevolg van het ontwerp niet te handhaven (Toelichting, blz. 22) en worden in totaal 36 bomen gekapt (Toelichting, blz. 10). Het totaal aantal bomen na herplant is in de Toelichting niet duidelijk vermeld, mogelijk omdat het inrichtingsplan van de “beleeftuin” nog niet gereed is (Toelichting, blz. 10). Om toch meer helderheid over de aantallen te krijgen, de volgende vragen: a. Zijn de twee afgestorven bomen inbegrepen bij resp. het aantal van 121 aanwezige bomen, het aantal van 38 niet te handhaven bomen, het aantal van 36 te kappen bomen c.q. het aantal van 7 bomen waarvoor inmiddels een kapvergunning is afgegeven? b. Idem voor de “op hoogte afgezette” boom. c. Behoren de 21 “bomen van geringe kwaliteit” alle tot de 38 c.q. 36 bomen die in het kader van dit bouwplan moeten wijken, of staan (deels) deze 21 bomen het bouwplan op zich niet in de weg? d.
Tot welke categorie(en) behoren de 7 bomen waarvoor inmiddels een kapvergunning is afgegeven, en waarom is deze vergunning nu al, vooruitlopend op goedkeuring en realisatie van het bouwplan, verleend? e. Mag uit het feit dat bij de kapvergunning voor 7 bomen een herplant van 10 bomen is opgenomen, worden afgeleid, dat het streven is om in de uiteindelijke situatie (ruim) méér dan 121 bomen in het plangebied een plaats te geven? 2. De school “Vonk” wil/kan niet langer (financieel) zorg dragen voor de aanleg en het onderhoud van de beleeftuin. Dit gaat nu de gemeente Purmerend zelf doen. Zijn hiervoor bij de gemeente de (financiële) middelen aanwezig, zo ja op welke begrotingspost, en op welke wijze kan worden gegarandeerd dat ook in de verdere toekomst de beleeftuin door de gemeente in stand gehouden wordt?
Is het nog wel mogelijk dat de school een rol vervult in het beheer/onderhoud van de beleeftuin? 3. Voor de Hoornselaan geldt een geluidzone van 250 meter (Toelichting, blz. 31). Het plangebied ligt binnen deze geluidzone. Wat is de verwachte/berekende geluidsbelasting op de gevels van de gebouwen in dit bestemmingsplan, en hoe is deze berekend, anders dan “grote afstand” en “tussenliggende bebouwing”? Dit gezien de wettelijke afstand van 250 meter en de genoemde feitelijke afstand van 170 meter. 4. Er is sprake van wisselende verzoeken c.q. draagvlak voor een speeltuintje voor de buurt (Toelichting, blz. 46). De laatste stand van zaken is, dat er geen speeltuintje komt omdat er (op dit moment) geen behoefte meer aan is. Biedt de bestemming “Gemengd” de mogelijkheid om, als de vraag en de behoefte in de toekomst toch weer anders zou komen te liggen, alsnog een speeltuin(tje) te realiseren? 5. In de Toelichting van het plan staat een aantal maatregelen genoemd in het kader van natuurinclusief bouwen, o.a. het plaatsen van diverse nestkasten en sedumdaken. a. Op welke manier is bepaald welke maatregelen nodig zijn? (door locatieonderzoeken, advies, enz.). b. Zijn er natuurinclusieve maatregelen onderzocht, maar niet opgenomen in het plan? Zo ja, met welke reden? c.
Is er een inschatting gemaakt wat het effect van de maatregelen kan zijn op de biodiversiteit in het plangebied? Zal de biodiversiteit naar verwachting erop vooruitgaan of gelijk blijven? d. Wordt de biodiversiteit in het plangebied gemonitord na de uitvoering van de bouw? Wordt er bijgestuurd als zou blijken dat deze verslechtert? 6. Over circulair bouwen wordt gesteld dat het streven is om grondstoffen te hergebruiken en afvalstromen te beperken (Toelichting, blz. 28). Op welke wijze wordt dit streven ook juridisch en afdwingbaar in het bestemmingsplan tot een feitelijke uitvoering gebracht, ook voor wat betreft de situatie wanneer de gebouwen aan het einde van hun levensduur zijn gekomen? Of kunnen we dit onder de van toepassing zijnde wetgeving terugvinden in de door het college te verlenen omgevingsvergunning, en zo ja, welke concrete voorschriften en maatregelen zal deze dan bevatten? 7. 8. 9. 10.